Wet tot wijziging van verschillende wetten van toepassing op het militair personeel | Wet tot wijziging van verschillende wetten van toepassing op het militair personeel |
---|---|
MINISTERIE VAN LANDSVERDEDIGING | MINISTERIE VAN LANDSVERDEDIGING |
23 APRIL 2010. - Wet tot wijziging van verschillende wetten van | 23 APRIL 2010. - Wet tot wijziging van verschillende wetten van |
toepassing op het militair personeel (1) | toepassing op het militair personeel (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : | De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : |
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling | HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling |
Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel |
Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel |
78 van de Grondwet. | 78 van de Grondwet. |
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 14 januari 1975 | HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 14 januari 1975 |
houdende het tuchtreglement van de krijgsmacht | houdende het tuchtreglement van de krijgsmacht |
Art. 2.Artikel 44 van de wet van 14 januari 1975 houdende het |
Art. 2.Artikel 44 van de wet van 14 januari 1975 houdende het |
tuchtreglement van de krijgsmacht wordt vervangen als volgt : | tuchtreglement van de krijgsmacht wordt vervangen als volgt : |
« Art. 44.Wanneer de feiten weinig ernstig schijnen te zijn, kan het |
« Art. 44.Wanneer de feiten weinig ernstig schijnen te zijn, kan het |
openbaar ministerie, de kamer van inbeschuldigingstelling, de | openbaar ministerie, de kamer van inbeschuldigingstelling, de |
raadkamer of elke andere strafrechtbank die belast wordt met de | raadkamer of elke andere strafrechtbank die belast wordt met de |
vervolging van een inbreuk op het militair strafwetboek, ten laste van | vervolging van een inbreuk op het militair strafwetboek, ten laste van |
een persoon die overeenkomstig de artikelen 14, 14bis en 14ter van het | een persoon die overeenkomstig de artikelen 14, 14bis en 14ter van het |
militair strafwetboek aan de militaire strafwetten onderworpen is, de | militair strafwetboek aan de militaire strafwetten onderworpen is, de |
beklaagde naar zijn korpscommandant verwijzen om tuchtrechtelijk te | beklaagde naar zijn korpscommandant verwijzen om tuchtrechtelijk te |
worden gestraft. | worden gestraft. |
De beslissing tot verwijzing naar de tucht van het korps maakt de zaak | De beslissing tot verwijzing naar de tucht van het korps maakt de zaak |
aanhangig bij de militaire meerdere bevoegd voor de tuchtrechtelijke | aanhangig bij de militaire meerdere bevoegd voor de tuchtrechtelijke |
procedure, en doet de strafvordering vervallen. | procedure, en doet de strafvordering vervallen. |
De bepalingen van het eerste en tweede lid gelden eveneens wanneer de | De bepalingen van het eerste en tweede lid gelden eveneens wanneer de |
feiten in het buitenland werden gepleegd en volgens de Belgische wet | feiten in het buitenland werden gepleegd en volgens de Belgische wet |
eender welke overtreding of eender welk wanbedrijf uitmaken die weinig | eender welke overtreding of eender welk wanbedrijf uitmaken die weinig |
ernstig schijnt te zijn. » | ernstig schijnt te zijn. » |
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 13 juli 1976 | HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 13 juli 1976 |
betreffende de getalsterkte aan officieren | betreffende de getalsterkte aan officieren |
en de statuten van het personeel van de krijgsmacht | en de statuten van het personeel van de krijgsmacht |
Art. 3.In artikel 49 van de wet van 13 juli 1976 betreffende de |
Art. 3.In artikel 49 van de wet van 13 juli 1976 betreffende de |
getalsterkte aan officieren en de statuten van het personeel van de | getalsterkte aan officieren en de statuten van het personeel van de |
krijgsmacht, wordt paragraaf 2 vervangen als volgt : | krijgsmacht, wordt paragraaf 2 vervangen als volgt : |
« § 2. Behalve om redenen die vreemd zijn aan de lichamelijke toestand | « § 2. Behalve om redenen die vreemd zijn aan de lichamelijke toestand |
als gevolg van de zwangerschap of van de bevalling of op aanvraag van | als gevolg van de zwangerschap of van de bevalling of op aanvraag van |
de vrouwelijke militair, kan er tegenover haar geen definitieve | de vrouwelijke militair, kan er tegenover haar geen definitieve |
ambtsontheffing worden uitgesproken vanaf het ogenblik waarop zij haar | ambtsontheffing worden uitgesproken vanaf het ogenblik waarop zij haar |
korpscommandant heeft ingelicht omtrent de zwangerschap tot een maand | korpscommandant heeft ingelicht omtrent de zwangerschap tot een maand |
na het einde van het moederschapsverlof, met inbegrip van de periode | na het einde van het moederschapsverlof, met inbegrip van de periode |
van acht weken gedurende dewelke ze, in voorkomend geval, haar | van acht weken gedurende dewelke ze, in voorkomend geval, haar |
verlofdagen van postnatale rust moet opnemen. » | verlofdagen van postnatale rust moet opnemen. » |
Art. 4.In artikel 50 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 16 |
Art. 4.In artikel 50 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 16 |
juli 2005 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, worden de | juli 2005 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, worden de |
volgende wijzigingen aangebracht : | volgende wijzigingen aangebracht : |
1° in paragraaf 1, wordt het tweede lid aangevuld met de volgende zin | 1° in paragraaf 1, wordt het tweede lid aangevuld met de volgende zin |
: | : |
« Het postnatale gedeelte van het moederschapsverlof begint te lopen | « Het postnatale gedeelte van het moederschapsverlof begint te lopen |
de dag na de dag van de bevalling wanneer de vrouwelijke militair nog | de dag na de dag van de bevalling wanneer de vrouwelijke militair nog |
prestaties heeft verricht op de dag van de bevalling. »; | prestaties heeft verricht op de dag van de bevalling. »; |
2° in paragraaf 2, wordt het eerste lid aangevuld met de volgende | 2° in paragraaf 2, wordt het eerste lid aangevuld met de volgende |
zinnen : | zinnen : |
« Wanneer de vrouwelijke militair het postnatale gedeelte van het | « Wanneer de vrouwelijke militair het postnatale gedeelte van het |
moederschapsverlof na de negende week met ten minste twee weken kan | moederschapsverlof na de negende week met ten minste twee weken kan |
verlengen, kunnen de laatste twee weken op haar verzoek worden omgezet | verlengen, kunnen de laatste twee weken op haar verzoek worden omgezet |
in verlofdagen van postnatale rust. De vrouwelijke militair moet deze | in verlofdagen van postnatale rust. De vrouwelijke militair moet deze |
verlofdagen van postnatale rust opnemen binnen de acht weken te | verlofdagen van postnatale rust opnemen binnen de acht weken te |
rekenen vanaf het einde van het ononderbroken postnatale gedeelte van | rekenen vanaf het einde van het ononderbroken postnatale gedeelte van |
het moederschapsverlof. Ze moet de data waarop het verlof zal | het moederschapsverlof. Ze moet de data waarop het verlof zal |
opgenomen worden meedelen aan haar korpscommandant. Die mededeling | opgenomen worden meedelen aan haar korpscommandant. Die mededeling |
gebeurt schriftelijk minstens één maand vóór de aanvang van het | gebeurt schriftelijk minstens één maand vóór de aanvang van het |
verlof, tenzij de korpscommandant een kortere termijn aanvaardt op | verlof, tenzij de korpscommandant een kortere termijn aanvaardt op |
vraag van de betrokkene. Als het arbeidsregime van de vrouwelijke | vraag van de betrokkene. Als het arbeidsregime van de vrouwelijke |
militair een reductie van de dagen vakantieverlof voorziet, worden de | militair een reductie van de dagen vakantieverlof voorziet, worden de |
verlofdagen van postnatale rust in dezelfde proportie verminderd. »; | verlofdagen van postnatale rust in dezelfde proportie verminderd. »; |
3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende : | 3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende : |
« § 3. Dit artikel is niet van toepassing in geval van miskraam vóór | « § 3. Dit artikel is niet van toepassing in geval van miskraam vóór |
de 181e dag van de zwangerschap. » | de 181e dag van de zwangerschap. » |
Art. 5.In artikel 53 van dezelfde wet, worden de woorden « veertig |
Art. 5.In artikel 53 van dezelfde wet, worden de woorden « veertig |
uren » vervangen door de woorden « achtendertig uren ». | uren » vervangen door de woorden « achtendertig uren ». |
Art. 6.In artikel 53quinquies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet |
Art. 6.In artikel 53quinquies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet |
van 27 maart 2003 en gewijzigd bij de wet van 16 juli 2005, wordt | van 27 maart 2003 en gewijzigd bij de wet van 16 juli 2005, wordt |
paragraaf 2 vervangen als volgt : | paragraaf 2 vervangen als volgt : |
« § 2. Per geboorte of adoptie, van een eenling of een meerling, kan | « § 2. Per geboorte of adoptie, van een eenling of een meerling, kan |
er een verlof voor ouderschapsbescherming toegestaan worden, van | er een verlof voor ouderschapsbescherming toegestaan worden, van |
maximum drie maanden. Dit verlof kan, op aanvraag van de militair, per | maximum drie maanden. Dit verlof kan, op aanvraag van de militair, per |
maand opgenomen worden. | maand opgenomen worden. |
In geval van een geboorte kan het verlof opgenomen worden tot het kind | In geval van een geboorte kan het verlof opgenomen worden tot het kind |
twaalf jaar wordt. | twaalf jaar wordt. |
In geval van een adoptie kan het verlof opgenomen worden vanaf de | In geval van een adoptie kan het verlof opgenomen worden vanaf de |
inschrijving van het kind als deel uitmakend van het gezin van de | inschrijving van het kind als deel uitmakend van het gezin van de |
militair in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van | militair in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van |
de gemeente waar de militair zijn verblijfplaats heeft, en ten laatste | de gemeente waar de militair zijn verblijfplaats heeft, en ten laatste |
tot het kind twaalf jaar wordt. | tot het kind twaalf jaar wordt. |
Aan de voorwaarde van de twaalfde verjaardag moet zijn voldaan | Aan de voorwaarde van de twaalfde verjaardag moet zijn voldaan |
uiterlijk gedurende het verlof voor ouderschapsbescherming. » | uiterlijk gedurende het verlof voor ouderschapsbescherming. » |
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 16 maart 1994 | HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 16 maart 1994 |
betreffende het statuut en de bezoldiging van het onderwijzend | betreffende het statuut en de bezoldiging van het onderwijzend |
personeel | personeel |
van de Koninklijke Militaire School | van de Koninklijke Militaire School |
Art. 7.In de wet van 16 maart 1994 betreffende het statuut en de |
Art. 7.In de wet van 16 maart 1994 betreffende het statuut en de |
bezoldiging van het onderwijzend personeel van de Koninklijke | bezoldiging van het onderwijzend personeel van de Koninklijke |
Militaire School wordt een artikel 4bis ingevoegd, luidende : | Militaire School wordt een artikel 4bis ingevoegd, luidende : |
« Art. 4bis.De werving van een persoon die niet tot het onderwijzend |
« Art. 4bis.De werving van een persoon die niet tot het onderwijzend |
personeel van het organiek kader van de Koninklijke Militaire School | personeel van het organiek kader van de Koninklijke Militaire School |
behoort, om een in artikel 2 of 2bis bedoelde opdracht te vervullen, | behoort, om een in artikel 2 of 2bis bedoelde opdracht te vervullen, |
gebeurt door middel van de openstelling van een plaats door de raad | gebeurt door middel van de openstelling van een plaats door de raad |
van bestuur van de school en de organisatie van een vergelijkende | van bestuur van de school en de organisatie van een vergelijkende |
selectie. | selectie. |
Een wervingsbericht wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt, | Een wervingsbericht wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt, |
dat ten minste de volgende gegevens bevat : | dat ten minste de volgende gegevens bevat : |
1° de omschrijving van de opdracht; | 1° de omschrijving van de opdracht; |
2° de voorwaarden waaraan de kandidaten moeten voldoen. » | 2° de voorwaarden waaraan de kandidaten moeten voldoen. » |
Art. 8.In artikel 5 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 |
Art. 8.In artikel 5 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 |
maart 2003, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid | maart 2003, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid |
ingevoegd, luidende : | ingevoegd, luidende : |
« Niemand kan de functie van directeur van het academisch onderwijs | « Niemand kan de functie van directeur van het academisch onderwijs |
uitoefenen indien hij niet : | uitoefenen indien hij niet : |
1° hetzij benoemd is tot gewoon hoogleraar, hoogleraar of militaire | 1° hetzij benoemd is tot gewoon hoogleraar, hoogleraar of militaire |
hoogleraar in de Koninklijke Militaire School; | hoogleraar in de Koninklijke Militaire School; |
2° hetzij officier van het actief kader is, benoemd tot de graad van | 2° hetzij officier van het actief kader is, benoemd tot de graad van |
kolonel en houder van een doctoraat, een master na master of van één | kolonel en houder van een doctoraat, een master na master of van één |
van de volgende brevetten : | van de volgende brevetten : |
a) hogere stafbrevet; | a) hogere stafbrevet; |
b) brevet van militair administrateur of hogere brevet van militair | b) brevet van militair administrateur of hogere brevet van militair |
administrateur; | administrateur; |
c) brevet van ingenieur van het militair materieel. » | c) brevet van ingenieur van het militair materieel. » |
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de wet van 20 mei 1994 | HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de wet van 20 mei 1994 |
betreffende de beziging van militairen buiten de krijgsmacht | betreffende de beziging van militairen buiten de krijgsmacht |
Art. 9.Artikel 1 van de wet van 20 mei 1994 betreffende de beziging |
Art. 9.Artikel 1 van de wet van 20 mei 1994 betreffende de beziging |
van militairen buiten de krijgsmacht wordt vervangen als volgt : | van militairen buiten de krijgsmacht wordt vervangen als volgt : |
« Artikel 1.Deze wet is enkel toepasselijk op de militairen van het |
« Artikel 1.Deze wet is enkel toepasselijk op de militairen van het |
actief kader. » | actief kader. » |
Art. 10.In artikel 2 van dezelfde wet wordt het eerste lid vervangen |
Art. 10.In artikel 2 van dezelfde wet wordt het eerste lid vervangen |
als volgt : | als volgt : |
« Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder « werkgevers » | « Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder « werkgevers » |
: | : |
1° elke openbare dienst die afhangt van de federale overheid, van de | 1° elke openbare dienst die afhangt van de federale overheid, van de |
gewesten of de gemeenschappen alsook de instellingen die ervan | gewesten of de gemeenschappen alsook de instellingen die ervan |
afhangen, met uitzondering van het Ministerie van Landsverdediging | afhangen, met uitzondering van het Ministerie van Landsverdediging |
maar niet van de instellingen die ervan afhangen; | maar niet van de instellingen die ervan afhangen; |
2° de autonome overheidsbedrijven bedoeld in de wet van 21 maart 1991 | 2° de autonome overheidsbedrijven bedoeld in de wet van 21 maart 1991 |
betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven; | betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven; |
3° de provincies, de gemeenten, de agglomeraties, federaties en | 3° de provincies, de gemeenten, de agglomeraties, federaties en |
verenigingen van gemeenten en de instellingen die ervan afhangen; | verenigingen van gemeenten en de instellingen die ervan afhangen; |
4° de politiezones en de instellingen die ervan afhangen; | 4° de politiezones en de instellingen die ervan afhangen; |
5° de hulpverleningszones, de brandweerdiensten, de diensten voor | 5° de hulpverleningszones, de brandweerdiensten, de diensten voor |
brandweer en dringende medische hulp en de instellingen die ervan | brandweer en dringende medische hulp en de instellingen die ervan |
afhangen; | afhangen; |
6° de niet-gouvernementele instellingen of organisaties van openbaar | 6° de niet-gouvernementele instellingen of organisaties van openbaar |
nut die geen deel uitmaken van de openbare diensten. » | nut die geen deel uitmaken van de openbare diensten. » |
Art. 11.Artikel 3 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : |
Art. 11.Artikel 3 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : |
« Art. 3.§ 1. De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg |
« Art. 3.§ 1. De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg |
in de Ministerraad, de doelgroepen alsook de nadere regels betreffende | in de Ministerraad, de doelgroepen alsook de nadere regels betreffende |
de kandidatuurstelling voor een beziging. | de kandidatuurstelling voor een beziging. |
De Minister van Landsverdediging of de overheid die hij hiertoe | De Minister van Landsverdediging of de overheid die hij hiertoe |
aanwijst, aanvaardt of weigert de kandidaturen. | aanwijst, aanvaardt of weigert de kandidaturen. |
§ 2. De werkgever kan criteria bepalen waaraan een aanvaarde militair | § 2. De werkgever kan criteria bepalen waaraan een aanvaarde militair |
moet voldoen om geselecteerd te worden. Deze criteria worden in het | moet voldoen om geselecteerd te worden. Deze criteria worden in het |
artikel 5, § 5, tweede lid, bedoelde akkoord opgenomen. » | artikel 5, § 5, tweede lid, bedoelde akkoord opgenomen. » |
Art. 12.Artikel 4 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : |
Art. 12.Artikel 4 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : |
« Art. 4.De militairen kunnen door een werkgever in een |
« Art. 4.De militairen kunnen door een werkgever in een |
bezigingsbetrekking gebezigd worden, op voorwaarde : | bezigingsbetrekking gebezigd worden, op voorwaarde : |
1° dat zij behoren tot een doelgroep; | 1° dat zij behoren tot een doelgroep; |
2° dat hun kandidatuur aanvaard wordt; | 2° dat hun kandidatuur aanvaard wordt; |
3° dat zij in werkelijke dienst zijn, zonder ter beschikking gesteld | 3° dat zij in werkelijke dienst zijn, zonder ter beschikking gesteld |
te zijn van een werkgever bedoeld in artikel 2; | te zijn van een werkgever bedoeld in artikel 2; |
4° dat zij geen functie bekleden waarvan de bezoldiging niet gedragen | 4° dat zij geen functie bekleden waarvan de bezoldiging niet gedragen |
wordt door de begroting van het Ministerie van Landsverdediging. | wordt door de begroting van het Ministerie van Landsverdediging. |
Als de militair prestaties verricht in de vrijwillige arbeidsregeling | Als de militair prestaties verricht in de vrijwillige arbeidsregeling |
van de vierdagenweek, wordt een einde gesteld aan deze | van de vierdagenweek, wordt een einde gesteld aan deze |
arbeidsregeling. » | arbeidsregeling. » |
Art. 13.In artikel 5 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen |
Art. 13.In artikel 5 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen |
aangebracht : | aangebracht : |
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : | 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : |
« § 1. De door werkgevers opengestelde bezigingsbetrekkingen, het | « § 1. De door werkgevers opengestelde bezigingsbetrekkingen, het |
aantal opengestelde plaatsen per bezigingsbetrekking alsmede de | aantal opengestelde plaatsen per bezigingsbetrekking alsmede de |
personeelscategorieën en het taalstelsel waarvoor deze betrekkingen | personeelscategorieën en het taalstelsel waarvoor deze betrekkingen |
opengesteld worden, worden door de Minister van Landsverdediging | opengesteld worden, worden door de Minister van Landsverdediging |
bekendgemaakt. | bekendgemaakt. |
De bezigingsbetrekkingen, bedoeld in het eerste lid, mogen enkel | De bezigingsbetrekkingen, bedoeld in het eerste lid, mogen enkel |
voltijdse betrekkingen zijn. »; | voltijdse betrekkingen zijn. »; |
2° de paragrafen 2, 3 en 4 worden opgeheven; | 2° de paragrafen 2, 3 en 4 worden opgeheven; |
3° in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden « Minister van | 3° in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden « Minister van |
Landsverdediging » vervangen door de woorden « Minister van | Landsverdediging » vervangen door de woorden « Minister van |
Landsverdediging of de overheid die hij hiertoe aanwijst »; | Landsverdediging of de overheid die hij hiertoe aanwijst »; |
4° in paragraaf 5, tweede lid, wordt de tweede zin, die aanvangt met | 4° in paragraaf 5, tweede lid, wordt de tweede zin, die aanvangt met |
de woorden « Dit akkoord wordt opgesteld » en eindigt met de woorden « | de woorden « Dit akkoord wordt opgesteld » en eindigt met de woorden « |
die militairen bezigen », opgeheven; | die militairen bezigen », opgeheven; |
5° paragraaf 5 wordt aangevuld met twee leden, luidende : | 5° paragraaf 5 wordt aangevuld met twee leden, luidende : |
« Dit akkoord, opgesteld op basis van een type-model vastgelegd door | « Dit akkoord, opgesteld op basis van een type-model vastgelegd door |
de minister van Landsverdediging, bevat met name : | de minister van Landsverdediging, bevat met name : |
1° de duur van de beziging; | 1° de duur van de beziging; |
2° de bepaling van het arbeidsregime; | 2° de bepaling van het arbeidsregime; |
3° de eventuele vorming en stage; | 3° de eventuele vorming en stage; |
4° de regels betreffende de tenlasteneming van de onkosten van de | 4° de regels betreffende de tenlasteneming van de onkosten van de |
eventuele vorming en stage; | eventuele vorming en stage; |
5° de overheid die bij de werkgever van de militair in beziging | 5° de overheid die bij de werkgever van de militair in beziging |
bekleed is met een rang die gelijkwaardig is met die van | bekleed is met een rang die gelijkwaardig is met die van |
korpscommandant; | korpscommandant; |
6° de regels betreffende de tenlasteneming van de loonkost; | 6° de regels betreffende de tenlasteneming van de loonkost; |
7° de geldelijke voordelen die de werkgever toekent aan de militair in | 7° de geldelijke voordelen die de werkgever toekent aan de militair in |
toepassing van het statuut eigen aan deze werkgever; | toepassing van het statuut eigen aan deze werkgever; |
8° een lijst van de uitrusting die gratis ter beschikking zal gesteld | 8° een lijst van de uitrusting die gratis ter beschikking zal gesteld |
worden of waarin de militair zelf dient te voorzien; | worden of waarin de militair zelf dient te voorzien; |
9° de regels betreffende de burgerlijke aansprakelijkheid van de | 9° de regels betreffende de burgerlijke aansprakelijkheid van de |
werkgever; | werkgever; |
10° de selectiecriteria zoals door de werkgever bepaald. | 10° de selectiecriteria zoals door de werkgever bepaald. |
Een afschrift van het arbeidsreglement en van de statuten toepasselijk | Een afschrift van het arbeidsreglement en van de statuten toepasselijk |
op de statutaire personeelsleden van de werkgever wordt aan de | op de statutaire personeelsleden van de werkgever wordt aan de |
militair in beziging overhandigd. »; | militair in beziging overhandigd. »; |
6° paragraaf 6 wordt vervangen als volgt : | 6° paragraaf 6 wordt vervangen als volgt : |
« § 6. De beziging heeft uitwerking ten vroegste op de eerste dag van | « § 6. De beziging heeft uitwerking ten vroegste op de eerste dag van |
de eerste maand en ten laatste op de eerste dag van de vierde maand | de eerste maand en ten laatste op de eerste dag van de vierde maand |
die volgt op de aanwijzing van de belanghebbende, mits gezamenlijk | die volgt op de aanwijzing van de belanghebbende, mits gezamenlijk |
akkoord van de werkgever en de Minister van Landsverdediging met het | akkoord van de werkgever en de Minister van Landsverdediging met het |
oog op de kortste termijn. De beziging heeft altijd uitwerking op de | oog op de kortste termijn. De beziging heeft altijd uitwerking op de |
eerste dag van een maand. | eerste dag van een maand. |
De beziging eindigt ambtshalve op de normale datum van | De beziging eindigt ambtshalve op de normale datum van |
oppensioenstelling of op het einde van de dienstneming of de | oppensioenstelling of op het einde van de dienstneming of de |
wederdienstneming in de hoedanigheid van militair. De normale datum | wederdienstneming in de hoedanigheid van militair. De normale datum |
van oppensioenstelling is de datum van oppensioenstelling op | van oppensioenstelling is de datum van oppensioenstelling op |
leeftijdsgrens op basis van de wetgeving en de reglementering die van | leeftijdsgrens op basis van de wetgeving en de reglementering die van |
toepassing zijn op de datum waarop de beziging uitwerking heeft. | toepassing zijn op de datum waarop de beziging uitwerking heeft. |
De beziging eindigt ook mits het respecteren van een opzegtermijn van | De beziging eindigt ook mits het respecteren van een opzegtermijn van |
dertig dagen, wanneer de redenen voor de beziging niet meer bestaan en | dertig dagen, wanneer de redenen voor de beziging niet meer bestaan en |
de militair niet in een andere post kan gebezigd worden. De werkgever | de militair niet in een andere post kan gebezigd worden. De werkgever |
deelt de gemotiveerde beslissing mee aan de militair en aan de | deelt de gemotiveerde beslissing mee aan de militair en aan de |
Minister van Landsverdediging. » | Minister van Landsverdediging. » |
Art. 14.In artikel 7 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen |
Art. 14.In artikel 7 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen |
aangebracht : | aangebracht : |
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : | 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : |
« Als de overeenkomstig artikel 13, § 2, aangewezen hiërarchische | « Als de overeenkomstig artikel 13, § 2, aangewezen hiërarchische |
meerdere van de militair vaststelt dat hij geen voldoening schenkt of | meerdere van de militair vaststelt dat hij geen voldoening schenkt of |
niet zal kunnen voldoen aan de behoeften van de dienst, zal aan de | niet zal kunnen voldoen aan de behoeften van de dienst, zal aan de |
beziging een einde kunnen worden gesteld mits het respecteren van een | beziging een einde kunnen worden gesteld mits het respecteren van een |
opzegtermijn van dertig dagen. De redenen worden vermeld in een | opzegtermijn van dertig dagen. De redenen worden vermeld in een |
verslag. »; | verslag. »; |
2° het vijfde lid wordt opgeheven; | 2° het vijfde lid wordt opgeheven; |
3° het zesde lid wordt vervangen als volgt : | 3° het zesde lid wordt vervangen als volgt : |
« De militair kan een einde stellen aan zijn beziging mits het | « De militair kan een einde stellen aan zijn beziging mits het |
respecteren van een opzegtermijn van minimum vijftien dagen. »; | respecteren van een opzegtermijn van minimum vijftien dagen. »; |
4° het zevende lid wordt vervangen als volgt : | 4° het zevende lid wordt vervangen als volgt : |
« De militair wordt de eerste dag volgend op het verstrijken van de | « De militair wordt de eerste dag volgend op het verstrijken van de |
opzegtermijn opnieuw opgenomen in de krijgsmacht. » | opzegtermijn opnieuw opgenomen in de krijgsmacht. » |
Art. 15.In artikel 8 van dezelfde wet wordt het eerste lid vervangen |
Art. 15.In artikel 8 van dezelfde wet wordt het eerste lid vervangen |
als volgt : | als volgt : |
« De militair in beziging is in werkelijke dienst. Hij bevindt zich in | « De militair in beziging is in werkelijke dienst. Hij bevindt zich in |
de deelstand « normale dienst ». » | de deelstand « normale dienst ». » |
Art. 16.Artikel 9 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : |
Art. 16.Artikel 9 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : |
« Art. 9.De militair in beziging neemt niet deel aan de bevordering |
« Art. 9.De militair in beziging neemt niet deel aan de bevordering |
behalve als die volgens dienstanciënniteit geschiedt. | behalve als die volgens dienstanciënniteit geschiedt. |
De militair in beziging kan niet deelnemen : | De militair in beziging kan niet deelnemen : |
1° aan de voorbereidende cursussen en stages of aan het examen van | 1° aan de voorbereidende cursussen en stages of aan het examen van |
overgang naar de graad van eerste sergeant-majoor of van eerste | overgang naar de graad van eerste sergeant-majoor of van eerste |
sergeant-majoor muzikant; | sergeant-majoor muzikant; |
2° aan de voorbereidende cursussen en stages of aan het | 2° aan de voorbereidende cursussen en stages of aan het |
kwalificatie-examen met het oog op de bevordering tot de graad van | kwalificatie-examen met het oog op de bevordering tot de graad van |
adjudant-chef of van adjudant-chef lessenaaraanvoerder; | adjudant-chef of van adjudant-chef lessenaaraanvoerder; |
3° aan het vergelijkend examen voor de bevordering tot de graad van | 3° aan het vergelijkend examen voor de bevordering tot de graad van |
adjudant-majoor onderkapelmeester; | adjudant-majoor onderkapelmeester; |
4° aan de vorming voor kandidaat-hoofdofficier; | 4° aan de vorming voor kandidaat-hoofdofficier; |
5° aan de beroepsproeven voor de bevordering tot de graad van majoor; | 5° aan de beroepsproeven voor de bevordering tot de graad van majoor; |
6° aan de extra-muros-opleidingen bedoeld in hoofdstuk III van het | 6° aan de extra-muros-opleidingen bedoeld in hoofdstuk III van het |
koninklijk besluit van 12 augustus 2003 betreffende de voortgezette | koninklijk besluit van 12 augustus 2003 betreffende de voortgezette |
vorming van de officieren van het actief kader van de krijgsmacht en | vorming van de officieren van het actief kader van de krijgsmacht en |
de beroepsproeven voor de bevordering tot de graad van majoor. » | de beroepsproeven voor de bevordering tot de graad van majoor. » |
Art. 17.Artikel 10 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : |
Art. 17.Artikel 10 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : |
« Art. 10.Wanneer zij in beziging zijn, mogen de militairen hun ambt |
« Art. 10.Wanneer zij in beziging zijn, mogen de militairen hun ambt |
niet meer uitoefenen binnen de krijgsmacht, behalve : | niet meer uitoefenen binnen de krijgsmacht, behalve : |
1° wanneer het leger gemobiliseerd is; | 1° wanneer het leger gemobiliseerd is; |
2° wanneer de periode van oorlog door de Koning bij een besluit, | 2° wanneer de periode van oorlog door de Koning bij een besluit, |
vastgesteld na overleg in de Ministerraad, wordt bepaald; | vastgesteld na overleg in de Ministerraad, wordt bepaald; |
3° in uitzonderlijke omstandigheden ingevolge een beslissing van de | 3° in uitzonderlijke omstandigheden ingevolge een beslissing van de |
regering. | regering. |
Andere gevallen waarin de militairen in beziging hun ambt binnen de | Andere gevallen waarin de militairen in beziging hun ambt binnen de |
krijgsmacht mogen uitoefenen worden voorzien in het in artikel 5, § 5, | krijgsmacht mogen uitoefenen worden voorzien in het in artikel 5, § 5, |
tweede lid, bedoeld akkoord. » | tweede lid, bedoeld akkoord. » |
Art. 18.Artikel 11 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : |
Art. 18.Artikel 11 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : |
« Art. 11.Een tijdelijke ambtsontheffing, de vrijwillige |
« Art. 11.Een tijdelijke ambtsontheffing, de vrijwillige |
arbeidsregeling van de vierdagenweek en de regeling van de halftijdse | arbeidsregeling van de vierdagenweek en de regeling van de halftijdse |
vervroegde uitstap zijn niet mogelijk voor de militair in beziging. | vervroegde uitstap zijn niet mogelijk voor de militair in beziging. |
Indien een tijdelijke ambtsontheffing bij tuchtmaatregel of om | Indien een tijdelijke ambtsontheffing bij tuchtmaatregel of om |
gezondheidsredenen moet opgelegd worden, moet hij binnen de dertig | gezondheidsredenen moet opgelegd worden, moet hij binnen de dertig |
dagen na de beslissing heropgenomen worden in de krijgsmacht. De | dagen na de beslissing heropgenomen worden in de krijgsmacht. De |
tijdelijke ambtsontheffing bij tuchtmaatregel kan slechts na de | tijdelijke ambtsontheffing bij tuchtmaatregel kan slechts na de |
heropname uitgevoerd worden. » | heropname uitgevoerd worden. » |
Art. 19.In artikel 13, § 1, van dezelfde wet worden de volgende |
Art. 19.In artikel 13, § 1, van dezelfde wet worden de volgende |
wijzigingen aangebracht : | wijzigingen aangebracht : |
1° in het eerste lid wordt de bepaling onder 3° opgeheven; | 1° in het eerste lid wordt de bepaling onder 3° opgeheven; |
2° in het tweede lid wordt de verwijzing « , 3° » opgeheven. | 2° in het tweede lid wordt de verwijzing « , 3° » opgeheven. |
Art. 20.In artikel 14 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen |
Art. 20.In artikel 14 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen |
aangebracht : | aangebracht : |
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : | 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : |
« § 1. De militair in beziging moet de werkvoorwaarden nakomen die | « § 1. De militair in beziging moet de werkvoorwaarden nakomen die |
opgelegd zijn bij de werkgever die hem bezigt en inzonderheid de | opgelegd zijn bij de werkgever die hem bezigt en inzonderheid de |
plichten, de onverenigbaarheden, de diensturen, de verlofregeling, | plichten, de onverenigbaarheden, de diensturen, de verlofregeling, |
alsmede de regels welke een verplichting inzake woonplaats | alsmede de regels welke een verplichting inzake woonplaats |
voorschrijven of een medische controle instellen in geval van | voorschrijven of een medische controle instellen in geval van |
afwezigheid om gezondheidsredenen. »; | afwezigheid om gezondheidsredenen. »; |
2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt : | 2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt : |
« § 3. De militair in beziging die zonder geldige reden nalaat of | « § 3. De militair in beziging die zonder geldige reden nalaat of |
weigert het hem toegewezen ambt uit te oefenen, wordt na een | weigert het hem toegewezen ambt uit te oefenen, wordt na een |
afwezigheid van tien dagen bij zijn werkgever als ontslagnemend | afwezigheid van tien dagen bij zijn werkgever als ontslagnemend |
beschouwd. » | beschouwd. » |
Art. 21.Artikel 16 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : |
Art. 21.Artikel 16 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : |
« Art. 16.Behalve wanneer anders bepaald wordt in deze wet blijven |
« Art. 16.Behalve wanneer anders bepaald wordt in deze wet blijven |
alle wettelijke en reglementaire bepalingen toepasselijk op de | alle wettelijke en reglementaire bepalingen toepasselijk op de |
militair bij de aanvang van zijn beziging, alsook de eventuele | militair bij de aanvang van zijn beziging, alsook de eventuele |
wijzigingen die deze bepalingen zouden ondergaan, toepasselijk op de | wijzigingen die deze bepalingen zouden ondergaan, toepasselijk op de |
militair tijdens zijn beziging. » | militair tijdens zijn beziging. » |
Art. 22.Artikel 19 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : |
Art. 22.Artikel 19 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : |
« Art. 19.Behalve wanneer zij hun ambt terug uitoefenen binnen de |
« Art. 19.Behalve wanneer zij hun ambt terug uitoefenen binnen de |
krijgsmacht overeenkomstig artikel 10 of voor de toepassing van de | krijgsmacht overeenkomstig artikel 10 of voor de toepassing van de |
procedures met het oog op de uitvoering van de maatregelen bedoeld in | procedures met het oog op de uitvoering van de maatregelen bedoeld in |
de artikelen 12 en 13, zijn de artikelen 5 tot 8, 10bis tot 12, 14bis | de artikelen 12 en 13, zijn de artikelen 5 tot 8, 10bis tot 12, 14bis |
, 16, 18 tot 39 en 41 tot 43, van de wet van 14 januari 1975 houdende | , 16, 18 tot 39 en 41 tot 43, van de wet van 14 januari 1975 houdende |
het tuchtreglement van de krijgsmacht, niet van toepassing op de | het tuchtreglement van de krijgsmacht, niet van toepassing op de |
militairen van het actief kader gedurende hun bezigingsperiode. ». | militairen van het actief kader gedurende hun bezigingsperiode. ». |
Art. 23.In artikel 20 van dezelfde wet worden de woorden « |
Art. 23.In artikel 20 van dezelfde wet worden de woorden « |
wederopgeroepen zijn » vervangen door de woorden « hun ambt terug | wederopgeroepen zijn » vervangen door de woorden « hun ambt terug |
uitoefenen binnen de krijgsmacht ». | uitoefenen binnen de krijgsmacht ». |
Art. 24.Artikel 24 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : |
Art. 24.Artikel 24 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : |
« Art. 24.Onverminderd de toepassing van artikel 25 blijft de |
« Art. 24.Onverminderd de toepassing van artikel 25 blijft de |
militaire bezoldigingsregeling op de militairen in beziging van | militaire bezoldigingsregeling op de militairen in beziging van |
toepassing. De vereffening en de uitbetaling van de | toepassing. De vereffening en de uitbetaling van de |
bezoldigingsrechten blijven verzekerd door het departement van | bezoldigingsrechten blijven verzekerd door het departement van |
Landsverdediging. » | Landsverdediging. » |
Art. 25.In artikel 25 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen |
Art. 25.In artikel 25 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen |
aangebracht : | aangebracht : |
1° het eerste lid wordt opgeheven; | 1° het eerste lid wordt opgeheven; |
2° in het tweede lid worden de woorden « Zij genieten » vervangen door | 2° in het tweede lid worden de woorden « Zij genieten » vervangen door |
de woorden « De militairen in beziging genieten ». | de woorden « De militairen in beziging genieten ». |
Art. 26.In artikel 26 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen |
Art. 26.In artikel 26 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen |
aangebracht : | aangebracht : |
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : | 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : |
« Onder loonkost in de zin van deze wet wordt verstaan : | « Onder loonkost in de zin van deze wet wordt verstaan : |
1° de wedde, met inbegrip van de tussentijdse verhogingen, de | 1° de wedde, met inbegrip van de tussentijdse verhogingen, de |
verhogingen ten gevolge van de schommelingen van het indexcijfer der | verhogingen ten gevolge van de schommelingen van het indexcijfer der |
consumptieprijzen en de weddeverhogingen en de herzieningen van de | consumptieprijzen en de weddeverhogingen en de herzieningen van de |
weddeschalen; | weddeschalen; |
2° de haard- of standplaatstoelage; | 2° de haard- of standplaatstoelage; |
3° het vakantiegeld; | 3° het vakantiegeld; |
4° de eindejaarstoelage; | 4° de eindejaarstoelage; |
5° de toelagen bepaald door de Koning. »; | 5° de toelagen bepaald door de Koning. »; |
2° het tweede lid wordt vervangen als volgt : | 2° het tweede lid wordt vervangen als volgt : |
« De loonkost van de militairen in beziging valt voor honderd procent | « De loonkost van de militairen in beziging valt voor honderd procent |
ten laste van de werkgever die hen bezigt. »; | ten laste van de werkgever die hen bezigt. »; |
3° het derde lid wordt vervangen als volgt : | 3° het derde lid wordt vervangen als volgt : |
« Het departement van Landsverdediging neemt het volledige bedrag van | « Het departement van Landsverdediging neemt het volledige bedrag van |
de loonkosten voor eigen rekening tijdens de periode van einde | de loonkosten voor eigen rekening tijdens de periode van einde |
loopbaanverlof van de militair in beziging. »; | loopbaanverlof van de militair in beziging. »; |
4° in het vijfde lid wordt de zin « De regels voor de toepassing van | 4° in het vijfde lid wordt de zin « De regels voor de toepassing van |
de terugbetalingsprocedure worden vastgelegd in het type-model van | de terugbetalingsprocedure worden vastgelegd in het type-model van |
akkoord bedoeld in artikel 5, § 5. » opgeheven; | akkoord bedoeld in artikel 5, § 5. » opgeheven; |
5° het zesde lid wordt opgeheven. | 5° het zesde lid wordt opgeheven. |
Art. 27.De artikelen 6, 26bis, 27 en 28 van dezelfde wet worden |
Art. 27.De artikelen 6, 26bis, 27 en 28 van dezelfde wet worden |
opgeheven. | opgeheven. |
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van de wet van 6 februari 2003 betreffende | HOOFDSTUK 6. - Wijziging van de wet van 6 februari 2003 betreffende |
het vrijwillig ontslag vergezeld van een geïndividualiseerd | het vrijwillig ontslag vergezeld van een geïndividualiseerd |
beroepsomschakelingsprogramma ten behoeve van bepaalde militairen en | beroepsomschakelingsprogramma ten behoeve van bepaalde militairen en |
houdende sociale bepalingen | houdende sociale bepalingen |
Art. 28.Artikel 14 van de wet van 6 februari 2003 betreffende het |
Art. 28.Artikel 14 van de wet van 6 februari 2003 betreffende het |
vrijwillig ontslag vergezeld van een geïndividualiseerd | vrijwillig ontslag vergezeld van een geïndividualiseerd |
beroepsomschakelingsprogramma ten behoeve van bepaalde militairen en | beroepsomschakelingsprogramma ten behoeve van bepaalde militairen en |
houdende sociale bepalingen, wordt aangevuld met een lid, luidende : | houdende sociale bepalingen, wordt aangevuld met een lid, luidende : |
« Voor het bepalen van de hoofduitkeringen, bedoeld in het tweede lid, | « Voor het bepalen van de hoofduitkeringen, bedoeld in het tweede lid, |
1°, wordt het grensbedrag A bedoeld in artikel 111, derde lid, van het | 1°, wordt het grensbedrag A bedoeld in artikel 111, derde lid, van het |
koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de | koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de |
werkloosheidsreglementering gebruikt. » | werkloosheidsreglementering gebruikt. » |
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van de wet van 16 juli 2005 | HOOFDSTUK 7. - Wijziging van de wet van 16 juli 2005 |
houdende de overplaatsing van sommige militairen | houdende de overplaatsing van sommige militairen |
naar een openbare werkgever | naar een openbare werkgever |
Art. 29.In artikel 2, tweede lid, van de wet van 16 juli 2005 |
Art. 29.In artikel 2, tweede lid, van de wet van 16 juli 2005 |
houdende de overplaatsing van sommige militairen naar een openbare | houdende de overplaatsing van sommige militairen naar een openbare |
werkgever, gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, worden de | werkgever, gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, worden de |
woorden « , de hulpverleningszones, de brandweerdiensten, de diensten | woorden « , de hulpverleningszones, de brandweerdiensten, de diensten |
voor brandweer en dringende medische hulp » ingevoegd tussen de | voor brandweer en dringende medische hulp » ingevoegd tussen de |
woorden « de politiezones » en de woorden « en de instellingen die | woorden « de politiezones » en de woorden « en de instellingen die |
ervan afhangen ». | ervan afhangen ». |
HOOFDSTUK 8. - Autonome bepaling | HOOFDSTUK 8. - Autonome bepaling |
Art. 30.De periodes in de vrijwillige arbeidsregeling van de |
Art. 30.De periodes in de vrijwillige arbeidsregeling van de |
vierdagenweek, toegekend in toepassing van hoofdstuk I van de wet van | vierdagenweek, toegekend in toepassing van hoofdstuk I van de wet van |
25 mei 2000 tot instelling van de vrijwillige arbeidsregeling van de | 25 mei 2000 tot instelling van de vrijwillige arbeidsregeling van de |
vierdagenweek en de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap voor | vierdagenweek en de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap voor |
sommige militairen en tot wijziging van het statuut van de militairen | sommige militairen en tot wijziging van het statuut van de militairen |
met het oog op de instelling van de tijdelijke ambtsontheffing wegens | met het oog op de instelling van de tijdelijke ambtsontheffing wegens |
loopbaanonderbreking, aan de militairen die niet in werkelijke dienst | loopbaanonderbreking, aan de militairen die niet in werkelijke dienst |
waren op het ogenblik dat zij hun aanvraag hebben ingediend, komen in | waren op het ogenblik dat zij hun aanvraag hebben ingediend, komen in |
aanmerking voor de berekening van de rust- en overlevingspensioenen | aanmerking voor de berekening van de rust- en overlevingspensioenen |
overeenkomstig de bepalingen van artikel 9 van de voornoemde wet. | overeenkomstig de bepalingen van artikel 9 van de voornoemde wet. |
De periodes van halftijdse vervroegde uitstap, toegekend in toepassing | De periodes van halftijdse vervroegde uitstap, toegekend in toepassing |
van hoofdstuk II van voornoemde wet, aan de militairen die niet in | van hoofdstuk II van voornoemde wet, aan de militairen die niet in |
werkelijke dienst waren op het ogenblik dat zij hun aanvraag hebben | werkelijke dienst waren op het ogenblik dat zij hun aanvraag hebben |
ingediend, komen in aanmerking voor de berekening van de rust- en | ingediend, komen in aanmerking voor de berekening van de rust- en |
overlevingspensioenen overeenkomstig de bepalingen van artikel 18 van | overlevingspensioenen overeenkomstig de bepalingen van artikel 18 van |
de voornoemde wet. | de voornoemde wet. |
De periodes van tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking | De periodes van tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking |
en van disponibiliteit, toegekend in toepassing van hoofdstuk III van | en van disponibiliteit, toegekend in toepassing van hoofdstuk III van |
voornoemde wet, aan de militairen die niet in werkelijke dienst waren | voornoemde wet, aan de militairen die niet in werkelijke dienst waren |
op het ogenblik dat zij hun aanvraag hebben ingediend, komen in | op het ogenblik dat zij hun aanvraag hebben ingediend, komen in |
aanmerking voor de berekening van de rust- en overlevingspensioenen | aanmerking voor de berekening van de rust- en overlevingspensioenen |
overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 21 en 23 van de | overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 21 en 23 van de |
voornoemde wet. | voornoemde wet. |
HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen |
Art. 31.Artikel 28 van deze wet heeft uitwerking met ingang van 1 |
Art. 31.Artikel 28 van deze wet heeft uitwerking met ingang van 1 |
januari 2009. | januari 2009. |
Art. 32.De hoofdstukken 5 en 7 van deze wet treden in werking op 1 |
Art. 32.De hoofdstukken 5 en 7 van deze wet treden in werking op 1 |
juni 2011. | juni 2011. |
De Koning kan data van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de | De Koning kan data van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de |
datum vermeld in het eerste lid. | datum vermeld in het eerste lid. |
Art. 33.Artikel 30 van deze wet heeft uitwerking met ingang van 20 |
Art. 33.Artikel 30 van deze wet heeft uitwerking met ingang van 20 |
augustus 1997. | augustus 1997. |
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden | Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden |
bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. | bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. |
Gegeven te Brussel, 23 april 2010. | Gegeven te Brussel, 23 april 2010. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Vice-Eersteminister | De Vice-Eersteminister |
en minister van Werk en Gelijke Kansen, | en minister van Werk en Gelijke Kansen, |
Mevr. J. MILQUET | Mevr. J. MILQUET |
De Minister van Pensioen, | De Minister van Pensioen, |
M. DAERDEN | M. DAERDEN |
De Minister van Landsverdediging, | De Minister van Landsverdediging, |
P. DE CREM | P. DE CREM |
Met 's Lands zegel gezegeld : | Met 's Lands zegel gezegeld : |
De Minister van Justitie, | De Minister van Justitie, |
S. DE CLERCK | S. DE CLERCK |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Zitting 2009-2010 | (1) Zitting 2009-2010 |
Kamer van volksvertegenwoordigers | Kamer van volksvertegenwoordigers |
Parlementaire bescheiden : wetsontwerp nr. 2432/1. - Verslag nr. | Parlementaire bescheiden : wetsontwerp nr. 2432/1. - Verslag nr. |
2432/2. - Tekst aangenomen door de Commissie op 9 maart 2010. | 2432/2. - Tekst aangenomen door de Commissie op 9 maart 2010. |
Parlementaire handelingen : tekst aangenomen in plenaire vergadering | Parlementaire handelingen : tekst aangenomen in plenaire vergadering |
op 25 maart 2010. | op 25 maart 2010. |
Senaat | Senaat |
Parlementaire bescheiden : wetsontwerp overgezonden door de Kamer, nr. | Parlementaire bescheiden : wetsontwerp overgezonden door de Kamer, nr. |
1723/1. Niet geëvoceerd. | 1723/1. Niet geëvoceerd. |