Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Wet van 23/04/2010
← Terug naar "Wet tot wijziging van verschillende wetten van toepassing op het militair personeel "
Wet tot wijziging van verschillende wetten van toepassing op het militair personeel Wet tot wijziging van verschillende wetten van toepassing op het militair personeel
MINISTERIE VAN LANDSVERDEDIGING MINISTERIE VAN LANDSVERDEDIGING
23 APRIL 2010. - Wet tot wijziging van verschillende wetten van 23 APRIL 2010. - Wet tot wijziging van verschillende wetten van
toepassing op het militair personeel (1) toepassing op het militair personeel (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel

78 van de Grondwet. 78 van de Grondwet.
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 14 januari 1975 HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 14 januari 1975
houdende het tuchtreglement van de krijgsmacht houdende het tuchtreglement van de krijgsmacht

Art. 2.Artikel 44 van de wet van 14 januari 1975 houdende het

Art. 2.Artikel 44 van de wet van 14 januari 1975 houdende het

tuchtreglement van de krijgsmacht wordt vervangen als volgt : tuchtreglement van de krijgsmacht wordt vervangen als volgt :
«

Art. 44.Wanneer de feiten weinig ernstig schijnen te zijn, kan het

«

Art. 44.Wanneer de feiten weinig ernstig schijnen te zijn, kan het

openbaar ministerie, de kamer van inbeschuldigingstelling, de openbaar ministerie, de kamer van inbeschuldigingstelling, de
raadkamer of elke andere strafrechtbank die belast wordt met de raadkamer of elke andere strafrechtbank die belast wordt met de
vervolging van een inbreuk op het militair strafwetboek, ten laste van vervolging van een inbreuk op het militair strafwetboek, ten laste van
een persoon die overeenkomstig de artikelen 14, 14bis en 14ter van het een persoon die overeenkomstig de artikelen 14, 14bis en 14ter van het
militair strafwetboek aan de militaire strafwetten onderworpen is, de militair strafwetboek aan de militaire strafwetten onderworpen is, de
beklaagde naar zijn korpscommandant verwijzen om tuchtrechtelijk te beklaagde naar zijn korpscommandant verwijzen om tuchtrechtelijk te
worden gestraft. worden gestraft.
De beslissing tot verwijzing naar de tucht van het korps maakt de zaak De beslissing tot verwijzing naar de tucht van het korps maakt de zaak
aanhangig bij de militaire meerdere bevoegd voor de tuchtrechtelijke aanhangig bij de militaire meerdere bevoegd voor de tuchtrechtelijke
procedure, en doet de strafvordering vervallen. procedure, en doet de strafvordering vervallen.
De bepalingen van het eerste en tweede lid gelden eveneens wanneer de De bepalingen van het eerste en tweede lid gelden eveneens wanneer de
feiten in het buitenland werden gepleegd en volgens de Belgische wet feiten in het buitenland werden gepleegd en volgens de Belgische wet
eender welke overtreding of eender welk wanbedrijf uitmaken die weinig eender welke overtreding of eender welk wanbedrijf uitmaken die weinig
ernstig schijnt te zijn. » ernstig schijnt te zijn. »
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 13 juli 1976 HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 13 juli 1976
betreffende de getalsterkte aan officieren betreffende de getalsterkte aan officieren
en de statuten van het personeel van de krijgsmacht en de statuten van het personeel van de krijgsmacht

Art. 3.In artikel 49 van de wet van 13 juli 1976 betreffende de

Art. 3.In artikel 49 van de wet van 13 juli 1976 betreffende de

getalsterkte aan officieren en de statuten van het personeel van de getalsterkte aan officieren en de statuten van het personeel van de
krijgsmacht, wordt paragraaf 2 vervangen als volgt : krijgsmacht, wordt paragraaf 2 vervangen als volgt :
« § 2. Behalve om redenen die vreemd zijn aan de lichamelijke toestand « § 2. Behalve om redenen die vreemd zijn aan de lichamelijke toestand
als gevolg van de zwangerschap of van de bevalling of op aanvraag van als gevolg van de zwangerschap of van de bevalling of op aanvraag van
de vrouwelijke militair, kan er tegenover haar geen definitieve de vrouwelijke militair, kan er tegenover haar geen definitieve
ambtsontheffing worden uitgesproken vanaf het ogenblik waarop zij haar ambtsontheffing worden uitgesproken vanaf het ogenblik waarop zij haar
korpscommandant heeft ingelicht omtrent de zwangerschap tot een maand korpscommandant heeft ingelicht omtrent de zwangerschap tot een maand
na het einde van het moederschapsverlof, met inbegrip van de periode na het einde van het moederschapsverlof, met inbegrip van de periode
van acht weken gedurende dewelke ze, in voorkomend geval, haar van acht weken gedurende dewelke ze, in voorkomend geval, haar
verlofdagen van postnatale rust moet opnemen. » verlofdagen van postnatale rust moet opnemen. »

Art. 4.In artikel 50 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 16

Art. 4.In artikel 50 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 16

juli 2005 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, worden de juli 2005 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, worden de
volgende wijzigingen aangebracht : volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, wordt het tweede lid aangevuld met de volgende zin 1° in paragraaf 1, wordt het tweede lid aangevuld met de volgende zin
: :
« Het postnatale gedeelte van het moederschapsverlof begint te lopen « Het postnatale gedeelte van het moederschapsverlof begint te lopen
de dag na de dag van de bevalling wanneer de vrouwelijke militair nog de dag na de dag van de bevalling wanneer de vrouwelijke militair nog
prestaties heeft verricht op de dag van de bevalling. »; prestaties heeft verricht op de dag van de bevalling. »;
2° in paragraaf 2, wordt het eerste lid aangevuld met de volgende 2° in paragraaf 2, wordt het eerste lid aangevuld met de volgende
zinnen : zinnen :
« Wanneer de vrouwelijke militair het postnatale gedeelte van het « Wanneer de vrouwelijke militair het postnatale gedeelte van het
moederschapsverlof na de negende week met ten minste twee weken kan moederschapsverlof na de negende week met ten minste twee weken kan
verlengen, kunnen de laatste twee weken op haar verzoek worden omgezet verlengen, kunnen de laatste twee weken op haar verzoek worden omgezet
in verlofdagen van postnatale rust. De vrouwelijke militair moet deze in verlofdagen van postnatale rust. De vrouwelijke militair moet deze
verlofdagen van postnatale rust opnemen binnen de acht weken te verlofdagen van postnatale rust opnemen binnen de acht weken te
rekenen vanaf het einde van het ononderbroken postnatale gedeelte van rekenen vanaf het einde van het ononderbroken postnatale gedeelte van
het moederschapsverlof. Ze moet de data waarop het verlof zal het moederschapsverlof. Ze moet de data waarop het verlof zal
opgenomen worden meedelen aan haar korpscommandant. Die mededeling opgenomen worden meedelen aan haar korpscommandant. Die mededeling
gebeurt schriftelijk minstens één maand vóór de aanvang van het gebeurt schriftelijk minstens één maand vóór de aanvang van het
verlof, tenzij de korpscommandant een kortere termijn aanvaardt op verlof, tenzij de korpscommandant een kortere termijn aanvaardt op
vraag van de betrokkene. Als het arbeidsregime van de vrouwelijke vraag van de betrokkene. Als het arbeidsregime van de vrouwelijke
militair een reductie van de dagen vakantieverlof voorziet, worden de militair een reductie van de dagen vakantieverlof voorziet, worden de
verlofdagen van postnatale rust in dezelfde proportie verminderd. »; verlofdagen van postnatale rust in dezelfde proportie verminderd. »;
3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende : 3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende :
« § 3. Dit artikel is niet van toepassing in geval van miskraam vóór « § 3. Dit artikel is niet van toepassing in geval van miskraam vóór
de 181e dag van de zwangerschap. » de 181e dag van de zwangerschap. »

Art. 5.In artikel 53 van dezelfde wet, worden de woorden « veertig

Art. 5.In artikel 53 van dezelfde wet, worden de woorden « veertig

uren » vervangen door de woorden « achtendertig uren ». uren » vervangen door de woorden « achtendertig uren ».

Art. 6.In artikel 53quinquies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet

Art. 6.In artikel 53quinquies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet

van 27 maart 2003 en gewijzigd bij de wet van 16 juli 2005, wordt van 27 maart 2003 en gewijzigd bij de wet van 16 juli 2005, wordt
paragraaf 2 vervangen als volgt : paragraaf 2 vervangen als volgt :
« § 2. Per geboorte of adoptie, van een eenling of een meerling, kan « § 2. Per geboorte of adoptie, van een eenling of een meerling, kan
er een verlof voor ouderschapsbescherming toegestaan worden, van er een verlof voor ouderschapsbescherming toegestaan worden, van
maximum drie maanden. Dit verlof kan, op aanvraag van de militair, per maximum drie maanden. Dit verlof kan, op aanvraag van de militair, per
maand opgenomen worden. maand opgenomen worden.
In geval van een geboorte kan het verlof opgenomen worden tot het kind In geval van een geboorte kan het verlof opgenomen worden tot het kind
twaalf jaar wordt. twaalf jaar wordt.
In geval van een adoptie kan het verlof opgenomen worden vanaf de In geval van een adoptie kan het verlof opgenomen worden vanaf de
inschrijving van het kind als deel uitmakend van het gezin van de inschrijving van het kind als deel uitmakend van het gezin van de
militair in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van militair in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van
de gemeente waar de militair zijn verblijfplaats heeft, en ten laatste de gemeente waar de militair zijn verblijfplaats heeft, en ten laatste
tot het kind twaalf jaar wordt. tot het kind twaalf jaar wordt.
Aan de voorwaarde van de twaalfde verjaardag moet zijn voldaan Aan de voorwaarde van de twaalfde verjaardag moet zijn voldaan
uiterlijk gedurende het verlof voor ouderschapsbescherming. » uiterlijk gedurende het verlof voor ouderschapsbescherming. »
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 16 maart 1994 HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 16 maart 1994
betreffende het statuut en de bezoldiging van het onderwijzend betreffende het statuut en de bezoldiging van het onderwijzend
personeel personeel
van de Koninklijke Militaire School van de Koninklijke Militaire School

Art. 7.In de wet van 16 maart 1994 betreffende het statuut en de

Art. 7.In de wet van 16 maart 1994 betreffende het statuut en de

bezoldiging van het onderwijzend personeel van de Koninklijke bezoldiging van het onderwijzend personeel van de Koninklijke
Militaire School wordt een artikel 4bis ingevoegd, luidende : Militaire School wordt een artikel 4bis ingevoegd, luidende :
«

Art. 4bis.De werving van een persoon die niet tot het onderwijzend

«

Art. 4bis.De werving van een persoon die niet tot het onderwijzend

personeel van het organiek kader van de Koninklijke Militaire School personeel van het organiek kader van de Koninklijke Militaire School
behoort, om een in artikel 2 of 2bis bedoelde opdracht te vervullen, behoort, om een in artikel 2 of 2bis bedoelde opdracht te vervullen,
gebeurt door middel van de openstelling van een plaats door de raad gebeurt door middel van de openstelling van een plaats door de raad
van bestuur van de school en de organisatie van een vergelijkende van bestuur van de school en de organisatie van een vergelijkende
selectie. selectie.
Een wervingsbericht wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt, Een wervingsbericht wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt,
dat ten minste de volgende gegevens bevat : dat ten minste de volgende gegevens bevat :
1° de omschrijving van de opdracht; 1° de omschrijving van de opdracht;
2° de voorwaarden waaraan de kandidaten moeten voldoen. » 2° de voorwaarden waaraan de kandidaten moeten voldoen. »

Art. 8.In artikel 5 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27

Art. 8.In artikel 5 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27

maart 2003, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid maart 2003, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid
ingevoegd, luidende : ingevoegd, luidende :
« Niemand kan de functie van directeur van het academisch onderwijs « Niemand kan de functie van directeur van het academisch onderwijs
uitoefenen indien hij niet : uitoefenen indien hij niet :
1° hetzij benoemd is tot gewoon hoogleraar, hoogleraar of militaire 1° hetzij benoemd is tot gewoon hoogleraar, hoogleraar of militaire
hoogleraar in de Koninklijke Militaire School; hoogleraar in de Koninklijke Militaire School;
2° hetzij officier van het actief kader is, benoemd tot de graad van 2° hetzij officier van het actief kader is, benoemd tot de graad van
kolonel en houder van een doctoraat, een master na master of van één kolonel en houder van een doctoraat, een master na master of van één
van de volgende brevetten : van de volgende brevetten :
a) hogere stafbrevet; a) hogere stafbrevet;
b) brevet van militair administrateur of hogere brevet van militair b) brevet van militair administrateur of hogere brevet van militair
administrateur; administrateur;
c) brevet van ingenieur van het militair materieel. » c) brevet van ingenieur van het militair materieel. »
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de wet van 20 mei 1994 HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de wet van 20 mei 1994
betreffende de beziging van militairen buiten de krijgsmacht betreffende de beziging van militairen buiten de krijgsmacht

Art. 9.Artikel 1 van de wet van 20 mei 1994 betreffende de beziging

Art. 9.Artikel 1 van de wet van 20 mei 1994 betreffende de beziging

van militairen buiten de krijgsmacht wordt vervangen als volgt : van militairen buiten de krijgsmacht wordt vervangen als volgt :
«

Artikel 1.Deze wet is enkel toepasselijk op de militairen van het

«

Artikel 1.Deze wet is enkel toepasselijk op de militairen van het

actief kader. » actief kader. »

Art. 10.In artikel 2 van dezelfde wet wordt het eerste lid vervangen

Art. 10.In artikel 2 van dezelfde wet wordt het eerste lid vervangen

als volgt : als volgt :
« Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder « werkgevers » « Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder « werkgevers »
: :
1° elke openbare dienst die afhangt van de federale overheid, van de 1° elke openbare dienst die afhangt van de federale overheid, van de
gewesten of de gemeenschappen alsook de instellingen die ervan gewesten of de gemeenschappen alsook de instellingen die ervan
afhangen, met uitzondering van het Ministerie van Landsverdediging afhangen, met uitzondering van het Ministerie van Landsverdediging
maar niet van de instellingen die ervan afhangen; maar niet van de instellingen die ervan afhangen;
2° de autonome overheidsbedrijven bedoeld in de wet van 21 maart 1991 2° de autonome overheidsbedrijven bedoeld in de wet van 21 maart 1991
betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven; betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven;
3° de provincies, de gemeenten, de agglomeraties, federaties en 3° de provincies, de gemeenten, de agglomeraties, federaties en
verenigingen van gemeenten en de instellingen die ervan afhangen; verenigingen van gemeenten en de instellingen die ervan afhangen;
4° de politiezones en de instellingen die ervan afhangen; 4° de politiezones en de instellingen die ervan afhangen;
5° de hulpverleningszones, de brandweerdiensten, de diensten voor 5° de hulpverleningszones, de brandweerdiensten, de diensten voor
brandweer en dringende medische hulp en de instellingen die ervan brandweer en dringende medische hulp en de instellingen die ervan
afhangen; afhangen;
6° de niet-gouvernementele instellingen of organisaties van openbaar 6° de niet-gouvernementele instellingen of organisaties van openbaar
nut die geen deel uitmaken van de openbare diensten. » nut die geen deel uitmaken van de openbare diensten. »

Art. 11.Artikel 3 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :

Art. 11.Artikel 3 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :

«

Art. 3.§ 1. De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg

«

Art. 3.§ 1. De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg

in de Ministerraad, de doelgroepen alsook de nadere regels betreffende in de Ministerraad, de doelgroepen alsook de nadere regels betreffende
de kandidatuurstelling voor een beziging. de kandidatuurstelling voor een beziging.
De Minister van Landsverdediging of de overheid die hij hiertoe De Minister van Landsverdediging of de overheid die hij hiertoe
aanwijst, aanvaardt of weigert de kandidaturen. aanwijst, aanvaardt of weigert de kandidaturen.
§ 2. De werkgever kan criteria bepalen waaraan een aanvaarde militair § 2. De werkgever kan criteria bepalen waaraan een aanvaarde militair
moet voldoen om geselecteerd te worden. Deze criteria worden in het moet voldoen om geselecteerd te worden. Deze criteria worden in het
artikel 5, § 5, tweede lid, bedoelde akkoord opgenomen. » artikel 5, § 5, tweede lid, bedoelde akkoord opgenomen. »

Art. 12.Artikel 4 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :

Art. 12.Artikel 4 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :

«

Art. 4.De militairen kunnen door een werkgever in een

«

Art. 4.De militairen kunnen door een werkgever in een

bezigingsbetrekking gebezigd worden, op voorwaarde : bezigingsbetrekking gebezigd worden, op voorwaarde :
1° dat zij behoren tot een doelgroep; 1° dat zij behoren tot een doelgroep;
2° dat hun kandidatuur aanvaard wordt; 2° dat hun kandidatuur aanvaard wordt;
3° dat zij in werkelijke dienst zijn, zonder ter beschikking gesteld 3° dat zij in werkelijke dienst zijn, zonder ter beschikking gesteld
te zijn van een werkgever bedoeld in artikel 2; te zijn van een werkgever bedoeld in artikel 2;
4° dat zij geen functie bekleden waarvan de bezoldiging niet gedragen 4° dat zij geen functie bekleden waarvan de bezoldiging niet gedragen
wordt door de begroting van het Ministerie van Landsverdediging. wordt door de begroting van het Ministerie van Landsverdediging.
Als de militair prestaties verricht in de vrijwillige arbeidsregeling Als de militair prestaties verricht in de vrijwillige arbeidsregeling
van de vierdagenweek, wordt een einde gesteld aan deze van de vierdagenweek, wordt een einde gesteld aan deze
arbeidsregeling. » arbeidsregeling. »

Art. 13.In artikel 5 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen

Art. 13.In artikel 5 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen

aangebracht : aangebracht :
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
« § 1. De door werkgevers opengestelde bezigingsbetrekkingen, het « § 1. De door werkgevers opengestelde bezigingsbetrekkingen, het
aantal opengestelde plaatsen per bezigingsbetrekking alsmede de aantal opengestelde plaatsen per bezigingsbetrekking alsmede de
personeelscategorieën en het taalstelsel waarvoor deze betrekkingen personeelscategorieën en het taalstelsel waarvoor deze betrekkingen
opengesteld worden, worden door de Minister van Landsverdediging opengesteld worden, worden door de Minister van Landsverdediging
bekendgemaakt. bekendgemaakt.
De bezigingsbetrekkingen, bedoeld in het eerste lid, mogen enkel De bezigingsbetrekkingen, bedoeld in het eerste lid, mogen enkel
voltijdse betrekkingen zijn. »; voltijdse betrekkingen zijn. »;
2° de paragrafen 2, 3 en 4 worden opgeheven; 2° de paragrafen 2, 3 en 4 worden opgeheven;
3° in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden « Minister van 3° in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden « Minister van
Landsverdediging » vervangen door de woorden « Minister van Landsverdediging » vervangen door de woorden « Minister van
Landsverdediging of de overheid die hij hiertoe aanwijst »; Landsverdediging of de overheid die hij hiertoe aanwijst »;
4° in paragraaf 5, tweede lid, wordt de tweede zin, die aanvangt met 4° in paragraaf 5, tweede lid, wordt de tweede zin, die aanvangt met
de woorden « Dit akkoord wordt opgesteld » en eindigt met de woorden « de woorden « Dit akkoord wordt opgesteld » en eindigt met de woorden «
die militairen bezigen », opgeheven; die militairen bezigen », opgeheven;
5° paragraaf 5 wordt aangevuld met twee leden, luidende : 5° paragraaf 5 wordt aangevuld met twee leden, luidende :
« Dit akkoord, opgesteld op basis van een type-model vastgelegd door « Dit akkoord, opgesteld op basis van een type-model vastgelegd door
de minister van Landsverdediging, bevat met name : de minister van Landsverdediging, bevat met name :
1° de duur van de beziging; 1° de duur van de beziging;
2° de bepaling van het arbeidsregime; 2° de bepaling van het arbeidsregime;
3° de eventuele vorming en stage; 3° de eventuele vorming en stage;
4° de regels betreffende de tenlasteneming van de onkosten van de 4° de regels betreffende de tenlasteneming van de onkosten van de
eventuele vorming en stage; eventuele vorming en stage;
5° de overheid die bij de werkgever van de militair in beziging 5° de overheid die bij de werkgever van de militair in beziging
bekleed is met een rang die gelijkwaardig is met die van bekleed is met een rang die gelijkwaardig is met die van
korpscommandant; korpscommandant;
6° de regels betreffende de tenlasteneming van de loonkost; 6° de regels betreffende de tenlasteneming van de loonkost;
7° de geldelijke voordelen die de werkgever toekent aan de militair in 7° de geldelijke voordelen die de werkgever toekent aan de militair in
toepassing van het statuut eigen aan deze werkgever; toepassing van het statuut eigen aan deze werkgever;
8° een lijst van de uitrusting die gratis ter beschikking zal gesteld 8° een lijst van de uitrusting die gratis ter beschikking zal gesteld
worden of waarin de militair zelf dient te voorzien; worden of waarin de militair zelf dient te voorzien;
9° de regels betreffende de burgerlijke aansprakelijkheid van de 9° de regels betreffende de burgerlijke aansprakelijkheid van de
werkgever; werkgever;
10° de selectiecriteria zoals door de werkgever bepaald. 10° de selectiecriteria zoals door de werkgever bepaald.
Een afschrift van het arbeidsreglement en van de statuten toepasselijk Een afschrift van het arbeidsreglement en van de statuten toepasselijk
op de statutaire personeelsleden van de werkgever wordt aan de op de statutaire personeelsleden van de werkgever wordt aan de
militair in beziging overhandigd. »; militair in beziging overhandigd. »;
6° paragraaf 6 wordt vervangen als volgt : 6° paragraaf 6 wordt vervangen als volgt :
« § 6. De beziging heeft uitwerking ten vroegste op de eerste dag van « § 6. De beziging heeft uitwerking ten vroegste op de eerste dag van
de eerste maand en ten laatste op de eerste dag van de vierde maand de eerste maand en ten laatste op de eerste dag van de vierde maand
die volgt op de aanwijzing van de belanghebbende, mits gezamenlijk die volgt op de aanwijzing van de belanghebbende, mits gezamenlijk
akkoord van de werkgever en de Minister van Landsverdediging met het akkoord van de werkgever en de Minister van Landsverdediging met het
oog op de kortste termijn. De beziging heeft altijd uitwerking op de oog op de kortste termijn. De beziging heeft altijd uitwerking op de
eerste dag van een maand. eerste dag van een maand.
De beziging eindigt ambtshalve op de normale datum van De beziging eindigt ambtshalve op de normale datum van
oppensioenstelling of op het einde van de dienstneming of de oppensioenstelling of op het einde van de dienstneming of de
wederdienstneming in de hoedanigheid van militair. De normale datum wederdienstneming in de hoedanigheid van militair. De normale datum
van oppensioenstelling is de datum van oppensioenstelling op van oppensioenstelling is de datum van oppensioenstelling op
leeftijdsgrens op basis van de wetgeving en de reglementering die van leeftijdsgrens op basis van de wetgeving en de reglementering die van
toepassing zijn op de datum waarop de beziging uitwerking heeft. toepassing zijn op de datum waarop de beziging uitwerking heeft.
De beziging eindigt ook mits het respecteren van een opzegtermijn van De beziging eindigt ook mits het respecteren van een opzegtermijn van
dertig dagen, wanneer de redenen voor de beziging niet meer bestaan en dertig dagen, wanneer de redenen voor de beziging niet meer bestaan en
de militair niet in een andere post kan gebezigd worden. De werkgever de militair niet in een andere post kan gebezigd worden. De werkgever
deelt de gemotiveerde beslissing mee aan de militair en aan de deelt de gemotiveerde beslissing mee aan de militair en aan de
Minister van Landsverdediging. » Minister van Landsverdediging. »

Art. 14.In artikel 7 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen

Art. 14.In artikel 7 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen

aangebracht : aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
« Als de overeenkomstig artikel 13, § 2, aangewezen hiërarchische « Als de overeenkomstig artikel 13, § 2, aangewezen hiërarchische
meerdere van de militair vaststelt dat hij geen voldoening schenkt of meerdere van de militair vaststelt dat hij geen voldoening schenkt of
niet zal kunnen voldoen aan de behoeften van de dienst, zal aan de niet zal kunnen voldoen aan de behoeften van de dienst, zal aan de
beziging een einde kunnen worden gesteld mits het respecteren van een beziging een einde kunnen worden gesteld mits het respecteren van een
opzegtermijn van dertig dagen. De redenen worden vermeld in een opzegtermijn van dertig dagen. De redenen worden vermeld in een
verslag. »; verslag. »;
2° het vijfde lid wordt opgeheven; 2° het vijfde lid wordt opgeheven;
3° het zesde lid wordt vervangen als volgt : 3° het zesde lid wordt vervangen als volgt :
« De militair kan een einde stellen aan zijn beziging mits het « De militair kan een einde stellen aan zijn beziging mits het
respecteren van een opzegtermijn van minimum vijftien dagen. »; respecteren van een opzegtermijn van minimum vijftien dagen. »;
4° het zevende lid wordt vervangen als volgt : 4° het zevende lid wordt vervangen als volgt :
« De militair wordt de eerste dag volgend op het verstrijken van de « De militair wordt de eerste dag volgend op het verstrijken van de
opzegtermijn opnieuw opgenomen in de krijgsmacht. » opzegtermijn opnieuw opgenomen in de krijgsmacht. »

Art. 15.In artikel 8 van dezelfde wet wordt het eerste lid vervangen

Art. 15.In artikel 8 van dezelfde wet wordt het eerste lid vervangen

als volgt : als volgt :
« De militair in beziging is in werkelijke dienst. Hij bevindt zich in « De militair in beziging is in werkelijke dienst. Hij bevindt zich in
de deelstand « normale dienst ». » de deelstand « normale dienst ». »

Art. 16.Artikel 9 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :

Art. 16.Artikel 9 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :

«

Art. 9.De militair in beziging neemt niet deel aan de bevordering

«

Art. 9.De militair in beziging neemt niet deel aan de bevordering

behalve als die volgens dienstanciënniteit geschiedt. behalve als die volgens dienstanciënniteit geschiedt.
De militair in beziging kan niet deelnemen : De militair in beziging kan niet deelnemen :
1° aan de voorbereidende cursussen en stages of aan het examen van 1° aan de voorbereidende cursussen en stages of aan het examen van
overgang naar de graad van eerste sergeant-majoor of van eerste overgang naar de graad van eerste sergeant-majoor of van eerste
sergeant-majoor muzikant; sergeant-majoor muzikant;
2° aan de voorbereidende cursussen en stages of aan het 2° aan de voorbereidende cursussen en stages of aan het
kwalificatie-examen met het oog op de bevordering tot de graad van kwalificatie-examen met het oog op de bevordering tot de graad van
adjudant-chef of van adjudant-chef lessenaaraanvoerder; adjudant-chef of van adjudant-chef lessenaaraanvoerder;
3° aan het vergelijkend examen voor de bevordering tot de graad van 3° aan het vergelijkend examen voor de bevordering tot de graad van
adjudant-majoor onderkapelmeester; adjudant-majoor onderkapelmeester;
4° aan de vorming voor kandidaat-hoofdofficier; 4° aan de vorming voor kandidaat-hoofdofficier;
5° aan de beroepsproeven voor de bevordering tot de graad van majoor; 5° aan de beroepsproeven voor de bevordering tot de graad van majoor;
6° aan de extra-muros-opleidingen bedoeld in hoofdstuk III van het 6° aan de extra-muros-opleidingen bedoeld in hoofdstuk III van het
koninklijk besluit van 12 augustus 2003 betreffende de voortgezette koninklijk besluit van 12 augustus 2003 betreffende de voortgezette
vorming van de officieren van het actief kader van de krijgsmacht en vorming van de officieren van het actief kader van de krijgsmacht en
de beroepsproeven voor de bevordering tot de graad van majoor. » de beroepsproeven voor de bevordering tot de graad van majoor. »

Art. 17.Artikel 10 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :

Art. 17.Artikel 10 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :

«

Art. 10.Wanneer zij in beziging zijn, mogen de militairen hun ambt

«

Art. 10.Wanneer zij in beziging zijn, mogen de militairen hun ambt

niet meer uitoefenen binnen de krijgsmacht, behalve : niet meer uitoefenen binnen de krijgsmacht, behalve :
1° wanneer het leger gemobiliseerd is; 1° wanneer het leger gemobiliseerd is;
2° wanneer de periode van oorlog door de Koning bij een besluit, 2° wanneer de periode van oorlog door de Koning bij een besluit,
vastgesteld na overleg in de Ministerraad, wordt bepaald; vastgesteld na overleg in de Ministerraad, wordt bepaald;
3° in uitzonderlijke omstandigheden ingevolge een beslissing van de 3° in uitzonderlijke omstandigheden ingevolge een beslissing van de
regering. regering.
Andere gevallen waarin de militairen in beziging hun ambt binnen de Andere gevallen waarin de militairen in beziging hun ambt binnen de
krijgsmacht mogen uitoefenen worden voorzien in het in artikel 5, § 5, krijgsmacht mogen uitoefenen worden voorzien in het in artikel 5, § 5,
tweede lid, bedoeld akkoord. » tweede lid, bedoeld akkoord. »

Art. 18.Artikel 11 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :

Art. 18.Artikel 11 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :

«

Art. 11.Een tijdelijke ambtsontheffing, de vrijwillige

«

Art. 11.Een tijdelijke ambtsontheffing, de vrijwillige

arbeidsregeling van de vierdagenweek en de regeling van de halftijdse arbeidsregeling van de vierdagenweek en de regeling van de halftijdse
vervroegde uitstap zijn niet mogelijk voor de militair in beziging. vervroegde uitstap zijn niet mogelijk voor de militair in beziging.
Indien een tijdelijke ambtsontheffing bij tuchtmaatregel of om Indien een tijdelijke ambtsontheffing bij tuchtmaatregel of om
gezondheidsredenen moet opgelegd worden, moet hij binnen de dertig gezondheidsredenen moet opgelegd worden, moet hij binnen de dertig
dagen na de beslissing heropgenomen worden in de krijgsmacht. De dagen na de beslissing heropgenomen worden in de krijgsmacht. De
tijdelijke ambtsontheffing bij tuchtmaatregel kan slechts na de tijdelijke ambtsontheffing bij tuchtmaatregel kan slechts na de
heropname uitgevoerd worden. » heropname uitgevoerd worden. »

Art. 19.In artikel 13, § 1, van dezelfde wet worden de volgende

Art. 19.In artikel 13, § 1, van dezelfde wet worden de volgende

wijzigingen aangebracht : wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt de bepaling onder 3° opgeheven; 1° in het eerste lid wordt de bepaling onder 3° opgeheven;
2° in het tweede lid wordt de verwijzing « , 3° » opgeheven. 2° in het tweede lid wordt de verwijzing « , 3° » opgeheven.

Art. 20.In artikel 14 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen

Art. 20.In artikel 14 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen

aangebracht : aangebracht :
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
« § 1. De militair in beziging moet de werkvoorwaarden nakomen die « § 1. De militair in beziging moet de werkvoorwaarden nakomen die
opgelegd zijn bij de werkgever die hem bezigt en inzonderheid de opgelegd zijn bij de werkgever die hem bezigt en inzonderheid de
plichten, de onverenigbaarheden, de diensturen, de verlofregeling, plichten, de onverenigbaarheden, de diensturen, de verlofregeling,
alsmede de regels welke een verplichting inzake woonplaats alsmede de regels welke een verplichting inzake woonplaats
voorschrijven of een medische controle instellen in geval van voorschrijven of een medische controle instellen in geval van
afwezigheid om gezondheidsredenen. »; afwezigheid om gezondheidsredenen. »;
2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt : 2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt :
« § 3. De militair in beziging die zonder geldige reden nalaat of « § 3. De militair in beziging die zonder geldige reden nalaat of
weigert het hem toegewezen ambt uit te oefenen, wordt na een weigert het hem toegewezen ambt uit te oefenen, wordt na een
afwezigheid van tien dagen bij zijn werkgever als ontslagnemend afwezigheid van tien dagen bij zijn werkgever als ontslagnemend
beschouwd. » beschouwd. »

Art. 21.Artikel 16 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :

Art. 21.Artikel 16 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :

«

Art. 16.Behalve wanneer anders bepaald wordt in deze wet blijven

«

Art. 16.Behalve wanneer anders bepaald wordt in deze wet blijven

alle wettelijke en reglementaire bepalingen toepasselijk op de alle wettelijke en reglementaire bepalingen toepasselijk op de
militair bij de aanvang van zijn beziging, alsook de eventuele militair bij de aanvang van zijn beziging, alsook de eventuele
wijzigingen die deze bepalingen zouden ondergaan, toepasselijk op de wijzigingen die deze bepalingen zouden ondergaan, toepasselijk op de
militair tijdens zijn beziging. » militair tijdens zijn beziging. »

Art. 22.Artikel 19 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :

Art. 22.Artikel 19 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :

«

Art. 19.Behalve wanneer zij hun ambt terug uitoefenen binnen de

«

Art. 19.Behalve wanneer zij hun ambt terug uitoefenen binnen de

krijgsmacht overeenkomstig artikel 10 of voor de toepassing van de krijgsmacht overeenkomstig artikel 10 of voor de toepassing van de
procedures met het oog op de uitvoering van de maatregelen bedoeld in procedures met het oog op de uitvoering van de maatregelen bedoeld in
de artikelen 12 en 13, zijn de artikelen 5 tot 8, 10bis tot 12, 14bis de artikelen 12 en 13, zijn de artikelen 5 tot 8, 10bis tot 12, 14bis
, 16, 18 tot 39 en 41 tot 43, van de wet van 14 januari 1975 houdende , 16, 18 tot 39 en 41 tot 43, van de wet van 14 januari 1975 houdende
het tuchtreglement van de krijgsmacht, niet van toepassing op de het tuchtreglement van de krijgsmacht, niet van toepassing op de
militairen van het actief kader gedurende hun bezigingsperiode. ». militairen van het actief kader gedurende hun bezigingsperiode. ».

Art. 23.In artikel 20 van dezelfde wet worden de woorden «

Art. 23.In artikel 20 van dezelfde wet worden de woorden «

wederopgeroepen zijn » vervangen door de woorden « hun ambt terug wederopgeroepen zijn » vervangen door de woorden « hun ambt terug
uitoefenen binnen de krijgsmacht ». uitoefenen binnen de krijgsmacht ».

Art. 24.Artikel 24 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :

Art. 24.Artikel 24 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :

«

Art. 24.Onverminderd de toepassing van artikel 25 blijft de

«

Art. 24.Onverminderd de toepassing van artikel 25 blijft de

militaire bezoldigingsregeling op de militairen in beziging van militaire bezoldigingsregeling op de militairen in beziging van
toepassing. De vereffening en de uitbetaling van de toepassing. De vereffening en de uitbetaling van de
bezoldigingsrechten blijven verzekerd door het departement van bezoldigingsrechten blijven verzekerd door het departement van
Landsverdediging. » Landsverdediging. »

Art. 25.In artikel 25 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen

Art. 25.In artikel 25 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen

aangebracht : aangebracht :
1° het eerste lid wordt opgeheven; 1° het eerste lid wordt opgeheven;
2° in het tweede lid worden de woorden « Zij genieten » vervangen door 2° in het tweede lid worden de woorden « Zij genieten » vervangen door
de woorden « De militairen in beziging genieten ». de woorden « De militairen in beziging genieten ».

Art. 26.In artikel 26 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen

Art. 26.In artikel 26 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen

aangebracht : aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
« Onder loonkost in de zin van deze wet wordt verstaan : « Onder loonkost in de zin van deze wet wordt verstaan :
1° de wedde, met inbegrip van de tussentijdse verhogingen, de 1° de wedde, met inbegrip van de tussentijdse verhogingen, de
verhogingen ten gevolge van de schommelingen van het indexcijfer der verhogingen ten gevolge van de schommelingen van het indexcijfer der
consumptieprijzen en de weddeverhogingen en de herzieningen van de consumptieprijzen en de weddeverhogingen en de herzieningen van de
weddeschalen; weddeschalen;
2° de haard- of standplaatstoelage; 2° de haard- of standplaatstoelage;
3° het vakantiegeld; 3° het vakantiegeld;
4° de eindejaarstoelage; 4° de eindejaarstoelage;
5° de toelagen bepaald door de Koning. »; 5° de toelagen bepaald door de Koning. »;
2° het tweede lid wordt vervangen als volgt : 2° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
« De loonkost van de militairen in beziging valt voor honderd procent « De loonkost van de militairen in beziging valt voor honderd procent
ten laste van de werkgever die hen bezigt. »; ten laste van de werkgever die hen bezigt. »;
3° het derde lid wordt vervangen als volgt : 3° het derde lid wordt vervangen als volgt :
« Het departement van Landsverdediging neemt het volledige bedrag van « Het departement van Landsverdediging neemt het volledige bedrag van
de loonkosten voor eigen rekening tijdens de periode van einde de loonkosten voor eigen rekening tijdens de periode van einde
loopbaanverlof van de militair in beziging. »; loopbaanverlof van de militair in beziging. »;
4° in het vijfde lid wordt de zin « De regels voor de toepassing van 4° in het vijfde lid wordt de zin « De regels voor de toepassing van
de terugbetalingsprocedure worden vastgelegd in het type-model van de terugbetalingsprocedure worden vastgelegd in het type-model van
akkoord bedoeld in artikel 5, § 5. » opgeheven; akkoord bedoeld in artikel 5, § 5. » opgeheven;
5° het zesde lid wordt opgeheven. 5° het zesde lid wordt opgeheven.

Art. 27.De artikelen 6, 26bis, 27 en 28 van dezelfde wet worden

Art. 27.De artikelen 6, 26bis, 27 en 28 van dezelfde wet worden

opgeheven. opgeheven.
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van de wet van 6 februari 2003 betreffende HOOFDSTUK 6. - Wijziging van de wet van 6 februari 2003 betreffende
het vrijwillig ontslag vergezeld van een geïndividualiseerd het vrijwillig ontslag vergezeld van een geïndividualiseerd
beroepsomschakelingsprogramma ten behoeve van bepaalde militairen en beroepsomschakelingsprogramma ten behoeve van bepaalde militairen en
houdende sociale bepalingen houdende sociale bepalingen

Art. 28.Artikel 14 van de wet van 6 februari 2003 betreffende het

Art. 28.Artikel 14 van de wet van 6 februari 2003 betreffende het

vrijwillig ontslag vergezeld van een geïndividualiseerd vrijwillig ontslag vergezeld van een geïndividualiseerd
beroepsomschakelingsprogramma ten behoeve van bepaalde militairen en beroepsomschakelingsprogramma ten behoeve van bepaalde militairen en
houdende sociale bepalingen, wordt aangevuld met een lid, luidende : houdende sociale bepalingen, wordt aangevuld met een lid, luidende :
« Voor het bepalen van de hoofduitkeringen, bedoeld in het tweede lid, « Voor het bepalen van de hoofduitkeringen, bedoeld in het tweede lid,
1°, wordt het grensbedrag A bedoeld in artikel 111, derde lid, van het 1°, wordt het grensbedrag A bedoeld in artikel 111, derde lid, van het
koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de
werkloosheidsreglementering gebruikt. » werkloosheidsreglementering gebruikt. »
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van de wet van 16 juli 2005 HOOFDSTUK 7. - Wijziging van de wet van 16 juli 2005
houdende de overplaatsing van sommige militairen houdende de overplaatsing van sommige militairen
naar een openbare werkgever naar een openbare werkgever

Art. 29.In artikel 2, tweede lid, van de wet van 16 juli 2005

Art. 29.In artikel 2, tweede lid, van de wet van 16 juli 2005

houdende de overplaatsing van sommige militairen naar een openbare houdende de overplaatsing van sommige militairen naar een openbare
werkgever, gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, worden de werkgever, gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, worden de
woorden « , de hulpverleningszones, de brandweerdiensten, de diensten woorden « , de hulpverleningszones, de brandweerdiensten, de diensten
voor brandweer en dringende medische hulp » ingevoegd tussen de voor brandweer en dringende medische hulp » ingevoegd tussen de
woorden « de politiezones » en de woorden « en de instellingen die woorden « de politiezones » en de woorden « en de instellingen die
ervan afhangen ». ervan afhangen ».
HOOFDSTUK 8. - Autonome bepaling HOOFDSTUK 8. - Autonome bepaling

Art. 30.De periodes in de vrijwillige arbeidsregeling van de

Art. 30.De periodes in de vrijwillige arbeidsregeling van de

vierdagenweek, toegekend in toepassing van hoofdstuk I van de wet van vierdagenweek, toegekend in toepassing van hoofdstuk I van de wet van
25 mei 2000 tot instelling van de vrijwillige arbeidsregeling van de 25 mei 2000 tot instelling van de vrijwillige arbeidsregeling van de
vierdagenweek en de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap voor vierdagenweek en de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap voor
sommige militairen en tot wijziging van het statuut van de militairen sommige militairen en tot wijziging van het statuut van de militairen
met het oog op de instelling van de tijdelijke ambtsontheffing wegens met het oog op de instelling van de tijdelijke ambtsontheffing wegens
loopbaanonderbreking, aan de militairen die niet in werkelijke dienst loopbaanonderbreking, aan de militairen die niet in werkelijke dienst
waren op het ogenblik dat zij hun aanvraag hebben ingediend, komen in waren op het ogenblik dat zij hun aanvraag hebben ingediend, komen in
aanmerking voor de berekening van de rust- en overlevingspensioenen aanmerking voor de berekening van de rust- en overlevingspensioenen
overeenkomstig de bepalingen van artikel 9 van de voornoemde wet. overeenkomstig de bepalingen van artikel 9 van de voornoemde wet.
De periodes van halftijdse vervroegde uitstap, toegekend in toepassing De periodes van halftijdse vervroegde uitstap, toegekend in toepassing
van hoofdstuk II van voornoemde wet, aan de militairen die niet in van hoofdstuk II van voornoemde wet, aan de militairen die niet in
werkelijke dienst waren op het ogenblik dat zij hun aanvraag hebben werkelijke dienst waren op het ogenblik dat zij hun aanvraag hebben
ingediend, komen in aanmerking voor de berekening van de rust- en ingediend, komen in aanmerking voor de berekening van de rust- en
overlevingspensioenen overeenkomstig de bepalingen van artikel 18 van overlevingspensioenen overeenkomstig de bepalingen van artikel 18 van
de voornoemde wet. de voornoemde wet.
De periodes van tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking De periodes van tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking
en van disponibiliteit, toegekend in toepassing van hoofdstuk III van en van disponibiliteit, toegekend in toepassing van hoofdstuk III van
voornoemde wet, aan de militairen die niet in werkelijke dienst waren voornoemde wet, aan de militairen die niet in werkelijke dienst waren
op het ogenblik dat zij hun aanvraag hebben ingediend, komen in op het ogenblik dat zij hun aanvraag hebben ingediend, komen in
aanmerking voor de berekening van de rust- en overlevingspensioenen aanmerking voor de berekening van de rust- en overlevingspensioenen
overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 21 en 23 van de overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 21 en 23 van de
voornoemde wet. voornoemde wet.
HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen

Art. 31.Artikel 28 van deze wet heeft uitwerking met ingang van 1

Art. 31.Artikel 28 van deze wet heeft uitwerking met ingang van 1

januari 2009. januari 2009.

Art. 32.De hoofdstukken 5 en 7 van deze wet treden in werking op 1

Art. 32.De hoofdstukken 5 en 7 van deze wet treden in werking op 1

juni 2011. juni 2011.
De Koning kan data van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de De Koning kan data van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de
datum vermeld in het eerste lid. datum vermeld in het eerste lid.

Art. 33.Artikel 30 van deze wet heeft uitwerking met ingang van 20

Art. 33.Artikel 30 van deze wet heeft uitwerking met ingang van 20

augustus 1997. augustus 1997.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden
bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 23 april 2010. Gegeven te Brussel, 23 april 2010.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Vice-Eersteminister De Vice-Eersteminister
en minister van Werk en Gelijke Kansen, en minister van Werk en Gelijke Kansen,
Mevr. J. MILQUET Mevr. J. MILQUET
De Minister van Pensioen, De Minister van Pensioen,
M. DAERDEN M. DAERDEN
De Minister van Landsverdediging, De Minister van Landsverdediging,
P. DE CREM P. DE CREM
Met 's Lands zegel gezegeld : Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie, De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK S. DE CLERCK
_______ _______
Nota Nota
(1) Zitting 2009-2010 (1) Zitting 2009-2010
Kamer van volksvertegenwoordigers Kamer van volksvertegenwoordigers
Parlementaire bescheiden : wetsontwerp nr. 2432/1. - Verslag nr. Parlementaire bescheiden : wetsontwerp nr. 2432/1. - Verslag nr.
2432/2. - Tekst aangenomen door de Commissie op 9 maart 2010. 2432/2. - Tekst aangenomen door de Commissie op 9 maart 2010.
Parlementaire handelingen : tekst aangenomen in plenaire vergadering Parlementaire handelingen : tekst aangenomen in plenaire vergadering
op 25 maart 2010. op 25 maart 2010.
Senaat Senaat
Parlementaire bescheiden : wetsontwerp overgezonden door de Kamer, nr. Parlementaire bescheiden : wetsontwerp overgezonden door de Kamer, nr.
1723/1. Niet geëvoceerd. 1723/1. Niet geëvoceerd.
^