Wet tot instelling van het « una via »-principe in de vervolging van overtredingen van de fiscale wetgeving en tot verhoging van de fiscale penale boetes | Wet tot instelling van het « una via »-principe in de vervolging van overtredingen van de fiscale wetgeving en tot verhoging van de fiscale penale boetes |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE | FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE |
20 SEPTEMBER 2012. - Wet tot instelling van het « una via »-principe | 20 SEPTEMBER 2012. - Wet tot instelling van het « una via »-principe |
in de vervolging van overtredingen van de fiscale wetgeving en tot | in de vervolging van overtredingen van de fiscale wetgeving en tot |
verhoging van de fiscale penale boetes (1) | verhoging van de fiscale penale boetes (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : | De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : |
TITEL I. - Voorafgaande bepaling | TITEL I. - Voorafgaande bepaling |
Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel |
Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel |
78 van de Grondwet. | 78 van de Grondwet. |
TITEL II. - Wijziging van het Wetboek van strafvordering | TITEL II. - Wijziging van het Wetboek van strafvordering |
Art. 2.Artikel 29 van het Wetboek van strafvordering, laatstelijk |
Art. 2.Artikel 29 van het Wetboek van strafvordering, laatstelijk |
gewijzigd bij de wet van 23 maart 1999, wordt aangevuld met een derde | gewijzigd bij de wet van 23 maart 1999, wordt aangevuld met een derde |
lid, luidende : | lid, luidende : |
« De in het tweede lid bedoelde gewestelijke directeur of de ambtenaar | « De in het tweede lid bedoelde gewestelijke directeur of de ambtenaar |
die hij aanwijst, kan in het kader van de strijd tegen de fiscale | die hij aanwijst, kan in het kader van de strijd tegen de fiscale |
fraude over concrete dossiers overleg plegen met de procureur des | fraude over concrete dossiers overleg plegen met de procureur des |
Konings. De procureur des Konings kan de strafrechtelijk strafbare | Konings. De procureur des Konings kan de strafrechtelijk strafbare |
feiten waarvan hij kennis heeft genomen tijdens het overleg, | feiten waarvan hij kennis heeft genomen tijdens het overleg, |
vervolgen. Het overleg kan ook plaatsvinden op initiatief van de | vervolgen. Het overleg kan ook plaatsvinden op initiatief van de |
procureur des Konings. De bevoegde politionele overheden kunnen | procureur des Konings. De bevoegde politionele overheden kunnen |
deelnemen aan het overleg. » | deelnemen aan het overleg. » |
TITEL III. - Financiën | TITEL III. - Financiën |
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen | HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen |
1992 | 1992 |
Afdeling 1. - Instellen van het « una via »-principe | Afdeling 1. - Instellen van het « una via »-principe |
Art. 3.Artikel 444 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, |
Art. 3.Artikel 444 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, |
gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, wordt aangevuld | gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, wordt aangevuld |
met een vijfde lid, luidende : | met een vijfde lid, luidende : |
« Zonder afbreuk te doen aan de geldigheid van de bestuurs- of | « Zonder afbreuk te doen aan de geldigheid van de bestuurs- of |
gerechtelijke handelingen verricht met het oog op de vestiging of de | gerechtelijke handelingen verricht met het oog op de vestiging of de |
invordering van de belastingsschuld, worden de opeisbaarheid van de | invordering van de belastingsschuld, worden de opeisbaarheid van de |
belastingverhoging en het verloop van de verjaring van de vordering | belastingverhoging en het verloop van de verjaring van de vordering |
tot voldoening geschorst wanneer het openbaar ministerie de | tot voldoening geschorst wanneer het openbaar ministerie de |
strafvordering overeenkomstig artikel 460 uitoefent. De | strafvordering overeenkomstig artikel 460 uitoefent. De |
aanhangigmaking bij de correctionele rechtbank maakt de | aanhangigmaking bij de correctionele rechtbank maakt de |
belastingverhoging definitief niet opeisbaar. Daarentegen maakt de | belastingverhoging definitief niet opeisbaar. Daarentegen maakt de |
beschikking van buitenvervolgingstelling een einde aan de schorsing | beschikking van buitenvervolgingstelling een einde aan de schorsing |
van de opeisbaarheid en de schorsing van de verjaring. » | van de opeisbaarheid en de schorsing van de verjaring. » |
Art. 4.Artikel 445 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij |
Art. 4.Artikel 445 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij |
de wet van 28 december 2011, wordt aangevuld met een nieuw lid, | de wet van 28 december 2011, wordt aangevuld met een nieuw lid, |
luidende : | luidende : |
« Zonder afbreuk te doen aan de geldigheid van de bestuurs- of | « Zonder afbreuk te doen aan de geldigheid van de bestuurs- of |
gerechtelijke handelingen verricht met het oog op de vestiging of de | gerechtelijke handelingen verricht met het oog op de vestiging of de |
invordering van de belastingsschuld, worden de opeisbaarheid van de | invordering van de belastingsschuld, worden de opeisbaarheid van de |
fiscale geldboeten en het verloop van de verjaring van de vordering | fiscale geldboeten en het verloop van de verjaring van de vordering |
tot voldoening geschorst wanneer het openbaar ministerie de | tot voldoening geschorst wanneer het openbaar ministerie de |
strafvordering overeenkomstig artikel 460 uitoefent. De | strafvordering overeenkomstig artikel 460 uitoefent. De |
aanhangigmaking bij de correctionele rechtbank maakt de fiscale | aanhangigmaking bij de correctionele rechtbank maakt de fiscale |
geldboeten definitief niet opeisbaar. Daarentegen maakt de beschikking | geldboeten definitief niet opeisbaar. Daarentegen maakt de beschikking |
van buitenvervolgingstelling een einde aan de schorsing van de | van buitenvervolgingstelling een einde aan de schorsing van de |
opeisbaarheid en de schorsing van de verjaring. » | opeisbaarheid en de schorsing van de verjaring. » |
Art. 5.Artikel 449 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de |
Art. 5.Artikel 449 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de |
programmawet (I) van 27 december 2006 wordt vervangen als volgt : | programmawet (I) van 27 december 2006 wordt vervangen als volgt : |
« Art. 449.Hij die met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te |
« Art. 449.Hij die met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te |
schaden, de bepalingen van dit Wetboek of van de ter uitvoering ervan | schaden, de bepalingen van dit Wetboek of van de ter uitvoering ervan |
genomen besluiten overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van | genomen besluiten overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van |
acht dagen tot twee jaar en met geldboete van 250 euro tot 500.000 | acht dagen tot twee jaar en met geldboete van 250 euro tot 500.000 |
euro of met een van die straffen alleen. » | euro of met een van die straffen alleen. » |
Art. 6.Artikel 460, § 2, van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met |
Art. 6.Artikel 460, § 2, van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met |
een tweede lid, luidende : | een tweede lid, luidende : |
« Het openbaar ministerie kan de strafrechtelijk strafbare feiten | « Het openbaar ministerie kan de strafrechtelijk strafbare feiten |
vervolgen waarvan het tijdens het in artikel 29, derde lid, van het | vervolgen waarvan het tijdens het in artikel 29, derde lid, van het |
Wetboek van strafvordering bedoelde overleg kennis heeft genomen. » | Wetboek van strafvordering bedoelde overleg kennis heeft genomen. » |
Art. 7.Artikel 461, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij |
Art. 7.Artikel 461, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij |
de wet van 28 december 1992, wordt vervangen als volgt : | de wet van 28 december 1992, wordt vervangen als volgt : |
« Onverminderd het in artikel 29, derde lid, van het Wetboek van | « Onverminderd het in artikel 29, derde lid, van het Wetboek van |
strafvordering bedoelde overleg kan de procureur des Konings, indien | strafvordering bedoelde overleg kan de procureur des Konings, indien |
hij een vervolging instelt wegens feiten die strafrechtelijk strafbaar | hij een vervolging instelt wegens feiten die strafrechtelijk strafbaar |
zijn ingevolge de bepalingen van dit Wetboek of van de ter uitvoering | zijn ingevolge de bepalingen van dit Wetboek of van de ter uitvoering |
ervan genomen besluiten, het advies vragen van de bevoegde | ervan genomen besluiten, het advies vragen van de bevoegde |
gewestelijke directeur. De procureur des Konings voegt het | gewestelijke directeur. De procureur des Konings voegt het |
feitenmateriaal waarover hij beschikt bij zijn verzoek om advies. De | feitenmateriaal waarover hij beschikt bij zijn verzoek om advies. De |
gewestelijke directeur antwoordt op dit verzoek binnen vier maanden na | gewestelijke directeur antwoordt op dit verzoek binnen vier maanden na |
de ontvangst ervan. » | de ontvangst ervan. » |
Art. 8.Artikel 462 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 15 |
Art. 8.Artikel 462 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 15 |
maart 1999, wordt hersteld als volgt : | maart 1999, wordt hersteld als volgt : |
« Art. 462.In het kader van de kennisgeving en het overleg bedoeld in |
« Art. 462.In het kader van de kennisgeving en het overleg bedoeld in |
artikel 29, tweede en derde lid, van het Wetboek van strafvordering, | artikel 29, tweede en derde lid, van het Wetboek van strafvordering, |
deelt de bevoegde gewestelijke directeur of de ambtenaar die hij | deelt de bevoegde gewestelijke directeur of de ambtenaar die hij |
aanwijst, de gegevens van het fiscaal dossier met betrekking tot de | aanwijst, de gegevens van het fiscaal dossier met betrekking tot de |
feiten die strafrechtelijk strafbaar zijn ingevolge de bepalingen van | feiten die strafrechtelijk strafbaar zijn ingevolge de bepalingen van |
dit Wetboek of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten mede aan | dit Wetboek of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten mede aan |
het openbaar ministerie. » | het openbaar ministerie. » |
Art. 9.Artikel 463 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij |
Art. 9.Artikel 463 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij |
de wet van 13 maart 2002, wordt aangevuld met een lid, luidende : | de wet van 13 maart 2002, wordt aangevuld met een lid, luidende : |
« Het eerste lid is niet van toepassing op de ambtenaren die deelnemen | « Het eerste lid is niet van toepassing op de ambtenaren die deelnemen |
aan het in artikel 29, derde lid, van het Wetboek van strafvordering | aan het in artikel 29, derde lid, van het Wetboek van strafvordering |
bedoelde overleg. » | bedoelde overleg. » |
Afdeling 2. - Verhoging van de strafrechtelijke fiscale boetes | Afdeling 2. - Verhoging van de strafrechtelijke fiscale boetes |
Art. 10.In artikel 450 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de |
Art. 10.In artikel 450 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de |
programmawet (I) van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen | programmawet (I) van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen |
aangebracht : | aangebracht : |
1° in het eerste lid worden de woorden « 125.000 EUR » vervangen door | 1° in het eerste lid worden de woorden « 125.000 EUR » vervangen door |
de woorden « 500.000 euro »; | de woorden « 500.000 euro »; |
2° in het tweede lid worden de woorden « 125.000 EUR » vervangen door | 2° in het tweede lid worden de woorden « 125.000 EUR » vervangen door |
de woorden « 500.000 euro ». | de woorden « 500.000 euro ». |
Art. 11.In artikel 452 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de |
Art. 11.In artikel 452 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de |
programmawet (I) van 27 december 2006, worden de woorden « 12.500 EUR | programmawet (I) van 27 december 2006, worden de woorden « 12.500 EUR |
» vervangen door de woorden « 500.000 euro ». | » vervangen door de woorden « 500.000 euro ». |
Art. 12.In artikel 456 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de |
Art. 12.In artikel 456 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de |
programmawet (I) van 27 december 2006, worden de woorden « 125.000 EUR | programmawet (I) van 27 december 2006, worden de woorden « 125.000 EUR |
» vervangen door de woorden « 500.000 euro ». | » vervangen door de woorden « 500.000 euro ». |
Art. 13.In artikel 457, § 2, van hetzelfde Wetboek worden de woorden |
Art. 13.In artikel 457, § 2, van hetzelfde Wetboek worden de woorden |
« vindt geen toepassing op » vervangen door de woorden « is van | « vindt geen toepassing op » vervangen door de woorden « is van |
toepassing op ». | toepassing op ». |
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van de belasting over de | HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van de belasting over de |
toegevoegde waarde | toegevoegde waarde |
Afdeling 1. - Instellen van het « una via »-principe | Afdeling 1. - Instellen van het « una via »-principe |
Art. 14.Artikel 72 van het Wetboek van de belasting over de |
Art. 14.Artikel 72 van het Wetboek van de belasting over de |
toegevoegde waarde, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 juli 1993, | toegevoegde waarde, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 juli 1993, |
wordt aangevuld met een tweede lid, luidende : | wordt aangevuld met een tweede lid, luidende : |
« Zonder afbreuk te doen aan de geldigheid van de bestuurs- of | « Zonder afbreuk te doen aan de geldigheid van de bestuurs- of |
gerechtelijke handelingen verricht met het oog op de vestiging of de | gerechtelijke handelingen verricht met het oog op de vestiging of de |
invordering van de belastingsschuld, worden de opeisbaarheid van de | invordering van de belastingsschuld, worden de opeisbaarheid van de |
fiscale geldboeten en het verloop van de verjaring van de vordering | fiscale geldboeten en het verloop van de verjaring van de vordering |
tot voldoening geschorst wanneer het openbaar ministerie de in artikel | tot voldoening geschorst wanneer het openbaar ministerie de in artikel |
74 bedoelde strafvordering uitoefent. De aanhangigmaking bij de | 74 bedoelde strafvordering uitoefent. De aanhangigmaking bij de |
correctionele rechtbank maakt de fiscale geldboeten definitief niet | correctionele rechtbank maakt de fiscale geldboeten definitief niet |
opeisbaar. Daarentegen maakt de beschikking van | opeisbaar. Daarentegen maakt de beschikking van |
buitenvervolgingstelling een einde aan de schorsing van de | buitenvervolgingstelling een einde aan de schorsing van de |
opeisbaarheid en de schorsing van de verjaring. » | opeisbaarheid en de schorsing van de verjaring. » |
Art. 15.In artikel 74 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van |
Art. 15.In artikel 74 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van |
4 augustus 1986 en gewijzigd bij de wetten van 28 december 1992 en 15 | 4 augustus 1986 en gewijzigd bij de wetten van 28 december 1992 en 15 |
maart 1999, worden de §§ 2 en 3 vervangen als volgt : | maart 1999, worden de §§ 2 en 3 vervangen als volgt : |
« § 2. Het openbaar ministerie kan geen vervolging instellen indien | « § 2. Het openbaar ministerie kan geen vervolging instellen indien |
het kennis heeft gekregen van de feiten ten gevolge van een klacht of | het kennis heeft gekregen van de feiten ten gevolge van een klacht of |
een aangifte van een ambtenaar die niet de machtiging had waarvan | een aangifte van een ambtenaar die niet de machtiging had waarvan |
sprake is in artikel 29, tweede lid, van het Wetboek van | sprake is in artikel 29, tweede lid, van het Wetboek van |
strafvordering. | strafvordering. |
Het openbaar ministerie kan echter de strafrechtelijk strafbare feiten | Het openbaar ministerie kan echter de strafrechtelijk strafbare feiten |
vervolgen waarvan het tijdens het in artikel 29, derde lid, van het | vervolgen waarvan het tijdens het in artikel 29, derde lid, van het |
Wetboek van strafvordering bedoelde overleg kennis heeft genomen. | Wetboek van strafvordering bedoelde overleg kennis heeft genomen. |
§ 3. Onverminderd het in artikel 29, derde lid, van het Wetboek van | § 3. Onverminderd het in artikel 29, derde lid, van het Wetboek van |
strafvordering bedoelde overleg, kan de procureur des Konings, indien | strafvordering bedoelde overleg, kan de procureur des Konings, indien |
hij een vervolging instelt wegens feiten die strafrechtelijk strafbaar | hij een vervolging instelt wegens feiten die strafrechtelijk strafbaar |
zijn ingevolge de bepalingen van dit Wetboek of van de ter uitvoering | zijn ingevolge de bepalingen van dit Wetboek of van de ter uitvoering |
ervan genomen besluiten, het advies vragen van de bevoegde | ervan genomen besluiten, het advies vragen van de bevoegde |
gewestelijke directeur. De procureur des Konings voegt het | gewestelijke directeur. De procureur des Konings voegt het |
feitenmateriaal waarover hij beschikt bij zijn verzoek om advies. De | feitenmateriaal waarover hij beschikt bij zijn verzoek om advies. De |
gewestelijke directeur antwoordt op dit verzoek binnen vier maanden na | gewestelijke directeur antwoordt op dit verzoek binnen vier maanden na |
de ontvangst ervan. | de ontvangst ervan. |
In geen geval schorst het verzoek om advies de strafvordering. » | In geen geval schorst het verzoek om advies de strafvordering. » |
Art. 16.Artikel 74bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van |
Art. 16.Artikel 74bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van |
4 augustus 1986 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 maart 2002, | 4 augustus 1986 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 maart 2002, |
wordt aangevuld met een vierde lid, luidende : | wordt aangevuld met een vierde lid, luidende : |
« Het eerste lid is niet van toepassing op de ambtenaren die deelnemen | « Het eerste lid is niet van toepassing op de ambtenaren die deelnemen |
aan het in artikel 29, derde lid van het Wetboek van strafvordering | aan het in artikel 29, derde lid van het Wetboek van strafvordering |
bedoelde overleg. » | bedoelde overleg. » |
Art. 17.Hoofdstuk XI van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een |
Art. 17.Hoofdstuk XI van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een |
artikel 74ter, luidende : | artikel 74ter, luidende : |
« Art. 74ter.In het kader van de kennisgeving en het overleg bedoeld |
« Art. 74ter.In het kader van de kennisgeving en het overleg bedoeld |
in artikel 29, tweede en derde lid, van het Wetboek van | in artikel 29, tweede en derde lid, van het Wetboek van |
strafvordering, deelt de bevoegde gewestelijke directeur of de | strafvordering, deelt de bevoegde gewestelijke directeur of de |
ambtenaar die hij aanwijst, de gegevens van het fiscaal dossier met | ambtenaar die hij aanwijst, de gegevens van het fiscaal dossier met |
betrekking tot de feiten die strafrechtelijk strafbaar zijn ingevolge | betrekking tot de feiten die strafrechtelijk strafbaar zijn ingevolge |
de bepalingen van dit Wetboek of van de ter uitvoering ervan genomen | de bepalingen van dit Wetboek of van de ter uitvoering ervan genomen |
besluiten mede aan het openbaar ministerie. » | besluiten mede aan het openbaar ministerie. » |
Afdeling 2. - Verhoging van de strafrechtelijke fiscale boetes | Afdeling 2. - Verhoging van de strafrechtelijke fiscale boetes |
Art. 18.Artikel 73 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 |
Art. 18.Artikel 73 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 |
februari 1981 en laatstelijk gewijzigd bij de programmawet (I) van 27 | februari 1981 en laatstelijk gewijzigd bij de programmawet (I) van 27 |
december 2006, wordt vervangen als volgt : | december 2006, wordt vervangen als volgt : |
« Hij die met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, de | « Hij die met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, de |
bepalingen van dit Wetboek of van de ter uitvoering ervan genomen | bepalingen van dit Wetboek of van de ter uitvoering ervan genomen |
besluiten overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht | besluiten overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht |
dagen tot twee jaar en met geldboete van 250 euro tot 500.000 euro of | dagen tot twee jaar en met geldboete van 250 euro tot 500.000 euro of |
met een van die straffen alleen. » | met een van die straffen alleen. » |
Art. 19.In artikel 73bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet |
Art. 19.In artikel 73bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet |
van 10 februari 1981 en laatstelijk gewijzigd bij de programmawet (I) | van 10 februari 1981 en laatstelijk gewijzigd bij de programmawet (I) |
van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : | van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : |
1° in het eerste lid worden de woorden « 125.000 EUR » vervangen door | 1° in het eerste lid worden de woorden « 125.000 EUR » vervangen door |
de woorden « 500.000 euro »; | de woorden « 500.000 euro »; |
2° in het tweede lid worden de woorden « 125.000 EUR » vervangen door | 2° in het tweede lid worden de woorden « 125.000 EUR » vervangen door |
de woorden « 500.000 euro ». | de woorden « 500.000 euro ». |
Art. 20.In artikel 73quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de |
Art. 20.In artikel 73quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de |
wet van 10 februari 1981 en laatstelijk gewijzigd bij de programmawet | wet van 10 februari 1981 en laatstelijk gewijzigd bij de programmawet |
(I) van 27 december 2006, worden de woorden « 125.000 EUR » vervangen | (I) van 27 december 2006, worden de woorden « 125.000 EUR » vervangen |
door de woorden « 500.000 euro ». | door de woorden « 500.000 euro ». |
Art. 21.In artikel 73quinquies, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd |
Art. 21.In artikel 73quinquies, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd |
bij de wet van 10 februari 1981, worden de woorden « vindt geen | bij de wet van 10 februari 1981, worden de woorden « vindt geen |
toepassing op » vervangen door de woorden « is van toepassing op ». | toepassing op » vervangen door de woorden « is van toepassing op ». |
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Wetboek der registratie-, | HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Wetboek der registratie-, |
hypotheek- en griffierechten | hypotheek- en griffierechten |
Art. 22.In artikel 206, tweede lid, van het Wetboek der registratie-, |
Art. 22.In artikel 206, tweede lid, van het Wetboek der registratie-, |
hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij de programmawet (I) van 27 | hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij de programmawet (I) van 27 |
december 2006, worden de woorden « 125.000 EUR » vervangen door de | december 2006, worden de woorden « 125.000 EUR » vervangen door de |
woorden « 500.000 euro ». | woorden « 500.000 euro ». |
Art. 23.In artikel 206bis, derde lid, van hetzelfde Wetboek, |
Art. 23.In artikel 206bis, derde lid, van hetzelfde Wetboek, |
ingevoegd bij de programmawet (I) van 27 december 2006, worden de | ingevoegd bij de programmawet (I) van 27 december 2006, worden de |
woorden « 125.000 EUR » vervangen door de woorden « 500.000 euro ». | woorden « 125.000 EUR » vervangen door de woorden « 500.000 euro ». |
Art. 24.In artikel 207bis, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, |
Art. 24.In artikel 207bis, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, |
ingevoegd bij de programmawet (I) van 27 december 2006, worden de | ingevoegd bij de programmawet (I) van 27 december 2006, worden de |
woorden « 125.000 EUR » vervangen door de woorden « 500.000 euro ». | woorden « 125.000 EUR » vervangen door de woorden « 500.000 euro ». |
Art. 25.In artikel 207ter, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij |
Art. 25.In artikel 207ter, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij |
de wet van 10 februari 1981, worden de woorden « vindt geen toepassing | de wet van 10 februari 1981, worden de woorden « vindt geen toepassing |
op » vervangen door de woorden « is van toepassing op ». | op » vervangen door de woorden « is van toepassing op ». |
Art. 26.In artikel 207septies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de |
Art. 26.In artikel 207septies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de |
wet van 10 februari 1981, vervangen bij de wet van 4 augustus 1986 en | wet van 10 februari 1981, vervangen bij de wet van 4 augustus 1986 en |
laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 maart 1999, worden de §§ 2 en | laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 maart 1999, worden de §§ 2 en |
3 vervangen als volgt : | 3 vervangen als volgt : |
« § 2. Het openbaar ministerie kan geen vervolging instellen indien | « § 2. Het openbaar ministerie kan geen vervolging instellen indien |
het kennis heeft gekregen van de feiten ten gevolge van een klacht of | het kennis heeft gekregen van de feiten ten gevolge van een klacht of |
een aangifte van een ambtenaar die niet de machtiging had waarvan | een aangifte van een ambtenaar die niet de machtiging had waarvan |
sprake is in artikel 29, tweede lid, van het Wetboek van | sprake is in artikel 29, tweede lid, van het Wetboek van |
strafvordering. | strafvordering. |
Het openbaar ministerie kan echter de strafrechtelijk strafbare feiten | Het openbaar ministerie kan echter de strafrechtelijk strafbare feiten |
vervolgen waarvan het tijdens het in artikel 29, derde lid, van het | vervolgen waarvan het tijdens het in artikel 29, derde lid, van het |
Wetboek van strafvordering bedoelde overleg kennis heeft genomen. | Wetboek van strafvordering bedoelde overleg kennis heeft genomen. |
§ 3. Onverminderd het in artikel 29, derde lid, van het Wetboek van | § 3. Onverminderd het in artikel 29, derde lid, van het Wetboek van |
strafvordering bedoelde overleg, kan de procureur des Konings, indien | strafvordering bedoelde overleg, kan de procureur des Konings, indien |
hij een vervolging instelt wegens feiten die strafrechtelijk strafbaar | hij een vervolging instelt wegens feiten die strafrechtelijk strafbaar |
zijn ingevolge de bepalingen van dit Wetboek of van de ter uitvoering | zijn ingevolge de bepalingen van dit Wetboek of van de ter uitvoering |
ervan genomen besluiten, het advies vragen van de bevoegde | ervan genomen besluiten, het advies vragen van de bevoegde |
gewestelijke directeur. De procureur des Konings voegt het | gewestelijke directeur. De procureur des Konings voegt het |
feitenmateriaal waarover hij beschikt bij zijn verzoek om advies. De | feitenmateriaal waarover hij beschikt bij zijn verzoek om advies. De |
gewestelijke directeur antwoordt op dit verzoek binnen vier maanden na | gewestelijke directeur antwoordt op dit verzoek binnen vier maanden na |
de ontvangst ervan. | de ontvangst ervan. |
In geen geval schorst het verzoek om advies de strafvordering. » | In geen geval schorst het verzoek om advies de strafvordering. » |
Art. 27.Artikel 207octies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet |
Art. 27.Artikel 207octies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet |
van 4 augustus 1986 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 maart | van 4 augustus 1986 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 maart |
2002, wordt aangevuld met een vierde lid, luidende : | 2002, wordt aangevuld met een vierde lid, luidende : |
« Het eerste lid is niet van toepassing op de ambtenaren die deelnemen | « Het eerste lid is niet van toepassing op de ambtenaren die deelnemen |
aan het in artikel 29, derde lid van het Wetboek van strafvordering | aan het in artikel 29, derde lid van het Wetboek van strafvordering |
bedoelde overleg. » | bedoelde overleg. » |
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het Wetboek der successierechten | HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het Wetboek der successierechten |
Art. 28.In artikel 133nonies van het Wetboek der successierechten, |
Art. 28.In artikel 133nonies van het Wetboek der successierechten, |
ingevoegd bij de wet van 10 februari 1981 en laatstelijk gewijzigd bij | ingevoegd bij de wet van 10 februari 1981 en laatstelijk gewijzigd bij |
de wet van 15 maart 1999, worden de §§ 2 en 3 vervangen als volgt : | de wet van 15 maart 1999, worden de §§ 2 en 3 vervangen als volgt : |
« § 2. Het openbaar ministerie kan geen vervolging instellen indien | « § 2. Het openbaar ministerie kan geen vervolging instellen indien |
het kennis heeft gekregen van de feiten ten gevolge van een klacht of | het kennis heeft gekregen van de feiten ten gevolge van een klacht of |
een aangifte van een ambtenaar die niet de machtiging had waarvan | een aangifte van een ambtenaar die niet de machtiging had waarvan |
sprake is in artikel 29, tweede lid, van het Wetboek van | sprake is in artikel 29, tweede lid, van het Wetboek van |
strafvordering. | strafvordering. |
Het openbaar ministerie kan echter de strafrechtelijk strafbare feiten | Het openbaar ministerie kan echter de strafrechtelijk strafbare feiten |
vervolgen waarvan het tijdens het in artikel 29, derde lid, van het | vervolgen waarvan het tijdens het in artikel 29, derde lid, van het |
Wetboek van strafvordering bedoelde overleg kennis heeft genomen. | Wetboek van strafvordering bedoelde overleg kennis heeft genomen. |
§ 3. Onverminderd het in artikel 29, derde lid, van het Wetboek van | § 3. Onverminderd het in artikel 29, derde lid, van het Wetboek van |
strafvordering bedoelde overleg, kan de procureur des Konings, indien | strafvordering bedoelde overleg, kan de procureur des Konings, indien |
hij een vervolging instelt wegens feiten die strafrechtelijk strafbaar | hij een vervolging instelt wegens feiten die strafrechtelijk strafbaar |
zijn ingevolge de bepalingen van dit Wetboek of van de ter uitvoering | zijn ingevolge de bepalingen van dit Wetboek of van de ter uitvoering |
ervan genomen besluiten, het advies vragen van de bevoegde | ervan genomen besluiten, het advies vragen van de bevoegde |
gewestelijke directeur. De procureur des Konings voegt het | gewestelijke directeur. De procureur des Konings voegt het |
feitenmateriaal waarover hij beschikt bij zijn verzoek om advies. De | feitenmateriaal waarover hij beschikt bij zijn verzoek om advies. De |
gewestelijke directeur antwoordt op dit verzoek binnen vier maanden na | gewestelijke directeur antwoordt op dit verzoek binnen vier maanden na |
de ontvangst ervan. | de ontvangst ervan. |
In geen geval schorst het verzoek om advies de strafvordering. » | In geen geval schorst het verzoek om advies de strafvordering. » |
Art. 29.Artikel 133decies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet |
Art. 29.Artikel 133decies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet |
van 4 augustus 1986 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 maart | van 4 augustus 1986 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 maart |
2002 wordt aangevuld met een vierde lid, luidende : | 2002 wordt aangevuld met een vierde lid, luidende : |
« Het eerste lid is niet van toepassing op de ambtenaren die deelnemen | « Het eerste lid is niet van toepassing op de ambtenaren die deelnemen |
aan het in artikel 29, derde lid, van het Wetboek van strafvordering | aan het in artikel 29, derde lid, van het Wetboek van strafvordering |
bedoelde overleg. » | bedoelde overleg. » |
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het Wetboek diverse rechten en taksen | HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het Wetboek diverse rechten en taksen |
Art. 30.In artikel 207 van het Wetboek diverse rechten en taksen, |
Art. 30.In artikel 207 van het Wetboek diverse rechten en taksen, |
ingevoegd bij het koninklijk besluit van 28 februari 1935, vervangen | ingevoegd bij het koninklijk besluit van 28 februari 1935, vervangen |
bij de wet van 10 februari 1981 en laatstelijk gewijzigd bij de | bij de wet van 10 februari 1981 en laatstelijk gewijzigd bij de |
programmawet (I) van 27 december 2006, en de artikelen 207bis en | programmawet (I) van 27 december 2006, en de artikelen 207bis en |
207quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 februari | 207quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 februari |
1981 en laatstelijk gewijzigd bij de programmawet (I) van 27 december | 1981 en laatstelijk gewijzigd bij de programmawet (I) van 27 december |
2006, worden de woorden « 125.000 EUR » telkens vervangen door de | 2006, worden de woorden « 125.000 EUR » telkens vervangen door de |
woorden « 500.000 euro ». | woorden « 500.000 euro ». |
Art. 31.In artikel 207quinquies, § 3, van hetzelfde Wetboek, |
Art. 31.In artikel 207quinquies, § 3, van hetzelfde Wetboek, |
ingevoegd bij de wet van 10 februari 1981, worden de woorden « vindt | ingevoegd bij de wet van 10 februari 1981, worden de woorden « vindt |
geen toepassing op » vervangen door de woorden « is van toepassing op | geen toepassing op » vervangen door de woorden « is van toepassing op |
». | ». |
Art. 32.In artikel 207nonies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de |
Art. 32.In artikel 207nonies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de |
wet van 4 augustus 1986 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 | wet van 4 augustus 1986 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 |
maart 1999, worden §§ 2 en 3 vervangen als volgt : | maart 1999, worden §§ 2 en 3 vervangen als volgt : |
« § 2. Het openbaar ministerie kan geen vervolging instellen indien | « § 2. Het openbaar ministerie kan geen vervolging instellen indien |
het kennis heeft gekregen van de feiten ten gevolge van een klacht of | het kennis heeft gekregen van de feiten ten gevolge van een klacht of |
een aangifte van een ambtenaar die niet de machtiging had waarvan | een aangifte van een ambtenaar die niet de machtiging had waarvan |
sprake is in artikel 29, tweede lid, van het Wetboek van | sprake is in artikel 29, tweede lid, van het Wetboek van |
strafvordering. | strafvordering. |
Het openbaar ministerie kan echter de strafrechtelijk strafbare feiten | Het openbaar ministerie kan echter de strafrechtelijk strafbare feiten |
vervolgen waarvan het tijdens het in artikel 29, derde lid, van het | vervolgen waarvan het tijdens het in artikel 29, derde lid, van het |
Wetboek van strafvordering bedoelde overleg kennis heeft genomen. | Wetboek van strafvordering bedoelde overleg kennis heeft genomen. |
§ 3. Onverminderd het in artikel 29, derde lid, van het Wetboek van | § 3. Onverminderd het in artikel 29, derde lid, van het Wetboek van |
strafvordering bedoelde overleg, kan de procureur des Konings, indien | strafvordering bedoelde overleg, kan de procureur des Konings, indien |
hij een vervolging instelt wegens feiten die strafrechtelijk strafbaar | hij een vervolging instelt wegens feiten die strafrechtelijk strafbaar |
zijn ingevolge de bepalingen van dit Wetboek of van de ter uitvoering | zijn ingevolge de bepalingen van dit Wetboek of van de ter uitvoering |
ervan genomen besluiten, het advies vragen van de bevoegde | ervan genomen besluiten, het advies vragen van de bevoegde |
gewestelijke directeur. De procureur des Konings voegt het | gewestelijke directeur. De procureur des Konings voegt het |
feitenmateriaal waarover hij beschikt bij zijn verzoek om advies. De | feitenmateriaal waarover hij beschikt bij zijn verzoek om advies. De |
gewestelijke directeur antwoordt op dit verzoek binnen vier maanden na | gewestelijke directeur antwoordt op dit verzoek binnen vier maanden na |
de ontvangst ervan. | de ontvangst ervan. |
In geen geval schorst het verzoek om advies de strafvordering. » | In geen geval schorst het verzoek om advies de strafvordering. » |
Art. 33.Artikel 207decies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet |
Art. 33.Artikel 207decies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet |
van 4 augustus 1986 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 maart | van 4 augustus 1986 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 maart |
2002, wordt aangevuld met een vierde lid, luidende : | 2002, wordt aangevuld met een vierde lid, luidende : |
« Het eerste lid is niet van toepassing op de ambtenaren die deelnemen | « Het eerste lid is niet van toepassing op de ambtenaren die deelnemen |
aan het in artikel 29, derde lid van het Wetboek van strafvordering | aan het in artikel 29, derde lid van het Wetboek van strafvordering |
bedoelde overleg. » | bedoelde overleg. » |
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden | Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden |
bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. | bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. |
Gegeven te Trapani, 20 september 2012. | Gegeven te Trapani, 20 september 2012. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Eerste Minister, | De Eerste Minister, |
E. DI RUPO | E. DI RUPO |
De Minister van Financiën, | De Minister van Financiën, |
S. VAN ACKER | S. VAN ACKER |
De Minister van Justitie, | De Minister van Justitie, |
Mevr. A. TURTELBOOM | Mevr. A. TURTELBOOM |
De Staatssecretaris voor de Bestrijding van de sociale en fiscale | De Staatssecretaris voor de Bestrijding van de sociale en fiscale |
fraude, | fraude, |
J. CROMBEZ | J. CROMBEZ |
Met 's Lands zegel gezegeld : | Met 's Lands zegel gezegeld : |
De Minister van Justitie, | De Minister van Justitie, |
Mevr. A. TURTELBOOM | Mevr. A. TURTELBOOM |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Zitting 2011-2012. | (1) Zitting 2011-2012. |
Kamer van volksvertegenwoordigers. | Kamer van volksvertegenwoordigers. |
Stukken. - Wetsvoorstel van de heer Terwingen c.s., 53-1973 - Nr. 1. | Stukken. - Wetsvoorstel van de heer Terwingen c.s., 53-1973 - Nr. 1. |
Addenda, 53-1973 - Nrs. 2 en 3. - Amendementen, 53-1973 - Nr. 4. - | Addenda, 53-1973 - Nrs. 2 en 3. - Amendementen, 53-1973 - Nr. 4. - |
Verslag, 53-1973 - Nr. 5. - Tekst aangenomen door de commissie, | Verslag, 53-1973 - Nr. 5. - Tekst aangenomen door de commissie, |
53-1973 - Nr. 6. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en | 53-1973 - Nr. 6. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en |
overgezonden aan de Senaat, 53-1973 - Nr. 7. | overgezonden aan de Senaat, 53-1973 - Nr. 7. |
Integraal verslag. - 26 april 2012. | Integraal verslag. - 26 april 2012. |
Senaat. | Senaat. |
Stukken. - Ontwerp geëvoceerd door de Senaat, 5-1592 - Nr. 1. - | Stukken. - Ontwerp geëvoceerd door de Senaat, 5-1592 - Nr. 1. - |
Amendementen, 5-1592 - Nr. 2. - Verslag, 5-1592 - Nr. 3. - Tekst | Amendementen, 5-1592 - Nr. 2. - Verslag, 5-1592 - Nr. 3. - Tekst |
verbeterd door de commissie, 5-1592 - Nr. 4. - Beslissing om niet te | verbeterd door de commissie, 5-1592 - Nr. 4. - Beslissing om niet te |
amenderen, 5-1592 - Nr. 5. | amenderen, 5-1592 - Nr. 5. |
Handelingen. - 21 juni 2012. | Handelingen. - 21 juni 2012. |