Wet houdende instemming met het Europees Verdrag inzake de schadeloosstelling van slachtoffers van geweldmisdrijven, gedaan te Straatsburg op 24 november 1983 | Wet houdende instemming met het Europees Verdrag inzake de schadeloosstelling van slachtoffers van geweldmisdrijven, gedaan te Straatsburg op 24 november 1983 |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST BUITENLANDSE ZAKEN, BUITENLANDSE HANDEL EN | FEDERALE OVERHEIDSDIENST BUITENLANDSE ZAKEN, BUITENLANDSE HANDEL EN |
ONTWIKKELINGSSAMENWERKING | ONTWIKKELINGSSAMENWERKING |
19 FEBRUARI 2004. - Wet houdende instemming met het Europees Verdrag | 19 FEBRUARI 2004. - Wet houdende instemming met het Europees Verdrag |
inzake de schadeloosstelling van slachtoffers van geweldmisdrijven, | inzake de schadeloosstelling van slachtoffers van geweldmisdrijven, |
gedaan te Straatsburg op 24 november 1983 (1) | gedaan te Straatsburg op 24 november 1983 (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : | De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : |
Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel |
Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel |
77 van de Grondwet. | 77 van de Grondwet. |
Art. 2.Het Europees Verdrag inzake de schadeloosstelling van |
Art. 2.Het Europees Verdrag inzake de schadeloosstelling van |
slachtoffers van geweldmisdrijven, gedaan te Straatsburg op 24 | slachtoffers van geweldmisdrijven, gedaan te Straatsburg op 24 |
november 1983, zal volkomen gevolg hebben. | november 1983, zal volkomen gevolg hebben. |
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met' s Lands zegel zal worden | Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met' s Lands zegel zal worden |
bekleed en door het Belgisch staatsblad zal worden bekendgemaakt. | bekleed en door het Belgisch staatsblad zal worden bekendgemaakt. |
Gegeven te Brussel, 19 februari 2004. | Gegeven te Brussel, 19 februari 2004. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Buitenlandse Zaken, | De Minister van Buitenlandse Zaken, |
L. MICHEL | L. MICHEL |
De Minister van Justitie, | De Minister van Justitie, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |
Met 's Lands zegel gezegeld : | Met 's Lands zegel gezegeld : |
De Minister van Justitie, | De Minister van Justitie, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Zitting 2003-2004 | (1) Zitting 2003-2004 |
Senaat | Senaat |
Documenten. - Ontwerp van wet ingediend op 3 oktober 2003, nr. | Documenten. - Ontwerp van wet ingediend op 3 oktober 2003, nr. |
3-218/1. - Verslag namens de commissie, nr. 3-218/2. | 3-218/1. - Verslag namens de commissie, nr. 3-218/2. |
Parlementaire Handelingen. - Bespreking, vergadering van 5 december | Parlementaire Handelingen. - Bespreking, vergadering van 5 december |
2003. - Stemming, vergadering van 5 december 2003. | 2003. - Stemming, vergadering van 5 december 2003. |
Kamer van volksvertegenwoordigers | Kamer van volksvertegenwoordigers |
Documenten. - Ontwerp overgezonden door de Senaat, nr. 51-559/1. Tekst | Documenten. - Ontwerp overgezonden door de Senaat, nr. 51-559/1. Tekst |
aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging | aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging |
voorgelegd, nr. 51-559/2. | voorgelegd, nr. 51-559/2. |
Parlementaire Handelingen. - Bespreking, vergadering van 8 januari | Parlementaire Handelingen. - Bespreking, vergadering van 8 januari |
2004. | 2004. |
EUROPEES VERDRAG INZAKE DE SCHADELOOSSTELLING VAN SLACHTOFFERS VAN | EUROPEES VERDRAG INZAKE DE SCHADELOOSSTELLING VAN SLACHTOFFERS VAN |
GEWELDMISDRIJVEN | GEWELDMISDRIJVEN |
De Lidstaten van de Raad van Europa, ondertekenaars van dit verdrag, | De Lidstaten van de Raad van Europa, ondertekenaars van dit verdrag, |
Overwegende dat het doel van de Raad van Europa het tot stand brengen | Overwegende dat het doel van de Raad van Europa het tot stand brengen |
van een grotere eenheid tussen de leden is; | van een grotere eenheid tussen de leden is; |
Overwegende dat het, om redenen van billijkheid en sociale | Overwegende dat het, om redenen van billijkheid en sociale |
solidariteit, noodzakelijk is een regeling te treffen voor de situatie | solidariteit, noodzakelijk is een regeling te treffen voor de situatie |
van slachtoffers van opzettelijke geweldmisdrijven die lichamelijk | van slachtoffers van opzettelijke geweldmisdrijven die lichamelijk |
letsel of nadeel voor de gezondheid hebben ondervonden of van personen | letsel of nadeel voor de gezondheid hebben ondervonden of van personen |
die ten laste waren van slachtoffers die overleden zijn ingevolge | die ten laste waren van slachtoffers die overleden zijn ingevolge |
dergelijke misdrijven; | dergelijke misdrijven; |
Overwegende dat het noodzakelijk is regelingen in te voeren of te | Overwegende dat het noodzakelijk is regelingen in te voeren of te |
ontwikkelen ter schadeloosstelling van deze slachtoffers door de Staat | ontwikkelen ter schadeloosstelling van deze slachtoffers door de Staat |
op het grondgebied waarvan dergelijke misdrijven werden gepleegd, | op het grondgebied waarvan dergelijke misdrijven werden gepleegd, |
meerbepaald wanneer de dader niet bekend is of geen financiële | meerbepaald wanneer de dader niet bekend is of geen financiële |
middelen bezit; | middelen bezit; |
Overwegende dat het noodzakelijk is terzake minimumbepalingen op te | Overwegende dat het noodzakelijk is terzake minimumbepalingen op te |
stellen; | stellen; |
Gelet op resolutie (77) 27 van het Comité van Ministers van de Raad | Gelet op resolutie (77) 27 van het Comité van Ministers van de Raad |
van Europa inzake de schadeloosstelling van slachtoffers van | van Europa inzake de schadeloosstelling van slachtoffers van |
misdrijven; | misdrijven; |
Zijn het volgende overeengekomen : | Zijn het volgende overeengekomen : |
TITEL I. - Grondbeginselen | TITEL I. - Grondbeginselen |
Artikel 1.De Partijen verbinden zich om de noodzakelijke maatregelen |
Artikel 1.De Partijen verbinden zich om de noodzakelijke maatregelen |
te nemen om de in Deel 1 van dit Verdrag opgenomen beginselen uit te | te nemen om de in Deel 1 van dit Verdrag opgenomen beginselen uit te |
voeren. | voeren. |
Art. 2.1. Wanneer het herstel van de schade niet volledig uit andere |
Art. 2.1. Wanneer het herstel van de schade niet volledig uit andere |
bronnen kan worden verzekerd, moet de Staat bijdragen aan de | bronnen kan worden verzekerd, moet de Staat bijdragen aan de |
schadeloosstelling : | schadeloosstelling : |
a. van hen die ernstig lichamelijk letsel of nadeel voor de gezondheid | a. van hen die ernstig lichamelijk letsel of nadeel voor de gezondheid |
hebben ondervonden als rechtstreeks gevolg van een opzettelijk | hebben ondervonden als rechtstreeks gevolg van een opzettelijk |
geweldmisdrijf; | geweldmisdrijf; |
b. van hen die ten laste waren van de persoon die ingevolge een | b. van hen die ten laste waren van de persoon die ingevolge een |
dergelijk misdrijf overleden is. | dergelijk misdrijf overleden is. |
2. De schadeloosstelling voorzien in voorgaande alinea wordt toegekend | 2. De schadeloosstelling voorzien in voorgaande alinea wordt toegekend |
zelfs indien de dader niet kan worden vervolgd of gestraft. | zelfs indien de dader niet kan worden vervolgd of gestraft. |
Art. 3.De schadeloosstelling wordt toegekend door de Staat op het |
Art. 3.De schadeloosstelling wordt toegekend door de Staat op het |
grondgebied waarvan het misdrijf werd gepleegd : | grondgebied waarvan het misdrijf werd gepleegd : |
a. aan onderdanen van de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag; | a. aan onderdanen van de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag; |
b. aan onderdanen van alle Lidstaten van de Raad van Europa die | b. aan onderdanen van alle Lidstaten van de Raad van Europa die |
permanent verblijven in de Staat op het grondgebied waarvan het | permanent verblijven in de Staat op het grondgebied waarvan het |
misdrijf werd gepleegd. | misdrijf werd gepleegd. |
Art. 4.De schadeloosstelling omvat, naargelang het geval, ten minste |
Art. 4.De schadeloosstelling omvat, naargelang het geval, ten minste |
de volgende schadeposten : verlies van inkomsten, medische kosten, | de volgende schadeposten : verlies van inkomsten, medische kosten, |
ziekenhuiskosten, begrafeniskosten en, voor wat de personen ten laste | ziekenhuiskosten, begrafeniskosten en, voor wat de personen ten laste |
betreft, het verlies aan levensonderhoud. | betreft, het verlies aan levensonderhoud. |
Art. 5.De regeling van de schadeloosstelling kan, indien nodig, voor |
Art. 5.De regeling van de schadeloosstelling kan, indien nodig, voor |
één of meer bestanddelen van de schadeloosstelling een bovengrens | één of meer bestanddelen van de schadeloosstelling een bovengrens |
waaronder en een benedengrens waarboven geen schadeloosstelling wordt | waaronder en een benedengrens waarboven geen schadeloosstelling wordt |
toegekend, vastleggen. | toegekend, vastleggen. |
Art. 6.De regeling van de schadeloosstelling kan een termijn voorzien |
Art. 6.De regeling van de schadeloosstelling kan een termijn voorzien |
waarbinnen de verzoeken tot schadeloosstelling moeten worden | waarbinnen de verzoeken tot schadeloosstelling moeten worden |
ingediend. | ingediend. |
Art. 7.De schadeloosstelling kan worden verminderd of geweigerd |
Art. 7.De schadeloosstelling kan worden verminderd of geweigerd |
rekening houdend met de financiële situatie van de verzoeker. | rekening houdend met de financiële situatie van de verzoeker. |
Art. 8.1. De schadeloosstelling kan worden verminderd of geweigerd op |
Art. 8.1. De schadeloosstelling kan worden verminderd of geweigerd op |
grond van het gedrag van het slachtoffer of de verzoeker vóór, tijdens | grond van het gedrag van het slachtoffer of de verzoeker vóór, tijdens |
of na het misdrijf, of in verband met de veroorzaakte schade. | of na het misdrijf, of in verband met de veroorzaakte schade. |
2. De schadeloosstelling kan ook worden verminderd of geweigerd indien | 2. De schadeloosstelling kan ook worden verminderd of geweigerd indien |
het slachtoffer of de verzoeker betrokken is bij de georganiseerde | het slachtoffer of de verzoeker betrokken is bij de georganiseerde |
misdaad of tot een organisatie behoort die zich schuldig maakt aan het | misdaad of tot een organisatie behoort die zich schuldig maakt aan het |
plegen van geweldmisdrijven. | plegen van geweldmisdrijven. |
3. De schadeloosstelling kan eveneens worden verminderd of geweigerd | 3. De schadeloosstelling kan eveneens worden verminderd of geweigerd |
indien geheel of gedeeltelijk herstel in strijd zou zijn met het | indien geheel of gedeeltelijk herstel in strijd zou zijn met het |
rechtsgevoel of met de openbare orde. | rechtsgevoel of met de openbare orde. |
Art. 9.Ten einde dubbele schadeloosstelling te vermijden, kan de |
Art. 9.Ten einde dubbele schadeloosstelling te vermijden, kan de |
Staat of de bevoegde autoriteit elk bedrag dat met betrekking tot de | Staat of de bevoegde autoriteit elk bedrag dat met betrekking tot de |
schade is ontvangen van de dader, de sociale zekerheid, een | schade is ontvangen van de dader, de sociale zekerheid, een |
verzekering, of uit welke andere bron ook, van de toegekende | verzekering, of uit welke andere bron ook, van de toegekende |
schadeloosstelling aftrekken of van de schadeloosgestelde persoon | schadeloosstelling aftrekken of van de schadeloosgestelde persoon |
terugvorderen. | terugvorderen. |
Art. 10.De Staat of de bevoegde autoriteit kan worden gesubrogeerd in |
Art. 10.De Staat of de bevoegde autoriteit kan worden gesubrogeerd in |
de rechten van de schadeloosgestelde persoon tot beloop van het | de rechten van de schadeloosgestelde persoon tot beloop van het |
uitgekeerde bedrag. | uitgekeerde bedrag. |
Art. 11.Elke Partij verbindt zich om de nodige maatregelen te nemen |
Art. 11.Elke Partij verbindt zich om de nodige maatregelen te nemen |
opdat informatie over de regeling van de schadeloosstelling ter | opdat informatie over de regeling van de schadeloosstelling ter |
beschikking zou zijn van eventuele verzoekers. | beschikking zou zijn van eventuele verzoekers. |
TITEL II. -Internationale samenwerking | TITEL II. -Internationale samenwerking |
Art. 12.Onder voorbehoud van de toepassing van tussen de |
Art. 12.Onder voorbehoud van de toepassing van tussen de |
verdragsluitende Staten gesloten bilaterale of multilaterale | verdragsluitende Staten gesloten bilaterale of multilaterale |
overeenkomsten inzake wederzijdse bijstand, moeten de bevoegde | overeenkomsten inzake wederzijdse bijstand, moeten de bevoegde |
autoriteiten van elke Partij elkaar, op verzoek, de grootst mogelijke | autoriteiten van elke Partij elkaar, op verzoek, de grootst mogelijke |
bijstand verlenen in verband met de aangelegenheid behandeld in dit | bijstand verlenen in verband met de aangelegenheid behandeld in dit |
Verdrag. Met het oog hierop wijst elke verdragsluitende Partij een | Verdrag. Met het oog hierop wijst elke verdragsluitende Partij een |
centrale autoriteit aan belast met het in ontvangst nemen van en | centrale autoriteit aan belast met het in ontvangst nemen van en |
gevolg geven aan verzoeken om bijstand, en stelt ze hiervan de | gevolg geven aan verzoeken om bijstand, en stelt ze hiervan de |
Secretaris-generaal van de Raad van Europa in kennis bij het | Secretaris-generaal van de Raad van Europa in kennis bij het |
neerleggen van haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring | neerleggen van haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring |
of toetreding. | of toetreding. |
Art. 13.1. Het Europees Comité voor strafrechtelijke vraagstukken |
Art. 13.1. Het Europees Comité voor strafrechtelijke vraagstukken |
(CDPC) van de Raad van Europa wordt op de hoogte gehouden van de | (CDPC) van de Raad van Europa wordt op de hoogte gehouden van de |
toepassing van dit Verdrag. | toepassing van dit Verdrag. |
2. Met het oog hierop maakt elke Partij aan de Secretaris-generaal van | 2. Met het oog hierop maakt elke Partij aan de Secretaris-generaal van |
het Raad van Europa alle nuttige informatie over aangaande haar | het Raad van Europa alle nuttige informatie over aangaande haar |
wetgevende of reglementaire bepalingen betreffende de aangelegenheden | wetgevende of reglementaire bepalingen betreffende de aangelegenheden |
waarop het Verdrag betrekking heeft. | waarop het Verdrag betrekking heeft. |
TITEL III. - Slotbepalingen | TITEL III. - Slotbepalingen |
Art. 14.Dit Verdrag staat open voor ondertekening door de Lidstaten |
Art. 14.Dit Verdrag staat open voor ondertekening door de Lidstaten |
van de Raad van Europa. Het zal onderworpen worden aan bekrachtiging, | van de Raad van Europa. Het zal onderworpen worden aan bekrachtiging, |
aanvaarding of goedkeuring. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of | aanvaarding of goedkeuring. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of |
goedkeurig zullen worden neergelegd bij de Secretaris-generaal van de | goedkeurig zullen worden neergelegd bij de Secretaris-generaal van de |
Raad van Europa. | Raad van Europa. |
Art. 15.1. Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de |
Art. 15.1. Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de |
maand die volgt op het verstrijken van een periode van drie maanden na | maand die volgt op het verstrijken van een periode van drie maanden na |
de datum waarop drie Lidstaten van de Raad van Europa hun instemming | de datum waarop drie Lidstaten van de Raad van Europa hun instemming |
om door het Verdrag te worden verbonden tot uiting hebben gebracht | om door het Verdrag te worden verbonden tot uiting hebben gebracht |
overeenkomstig de bepalingen van artikel 14. | overeenkomstig de bepalingen van artikel 14. |
2. Ten aanzien van elke andere Lidstaat die daarna zijn instemming om | 2. Ten aanzien van elke andere Lidstaat die daarna zijn instemming om |
door het Verdrag te worden verbonden tot uiting brengt, treedt deze in | door het Verdrag te worden verbonden tot uiting brengt, treedt deze in |
werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van | werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van |
een periode van drie maanden na de datum van de neerlegging van de | een periode van drie maanden na de datum van de neerlegging van de |
akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring. | akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring. |
Art. 16.1. Na de inwerkingtreding van dit Verdrag kan het Comité van |
Art. 16.1. Na de inwerkingtreding van dit Verdrag kan het Comité van |
Ministers van de Raad van Europa elke Staat die geen lid is van de | Ministers van de Raad van Europa elke Staat die geen lid is van de |
Raad van Europa uitnodigen om tot dit Verdrag toe te treden, bij een | Raad van Europa uitnodigen om tot dit Verdrag toe te treden, bij een |
besluit genomen door de in artikel 20, d., van het Statuut van de Raad | besluit genomen door de in artikel 20, d., van het Statuut van de Raad |
van Europa voorziene meerderheid, en bij algemene stemmen van de | van Europa voorziene meerderheid, en bij algemene stemmen van de |
vertegenwoordigers van de verdragsluitende Partijen die gerechtigd | vertegenwoordigers van de verdragsluitende Partijen die gerechtigd |
zijn in het Comité zitting te hebben. | zijn in het Comité zitting te hebben. |
2. Ten aanzien van elke toetredende Staat treedt het Verdrag in | 2. Ten aanzien van elke toetredende Staat treedt het Verdrag in |
werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van | werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van |
een periode van drie maanden na de datum van de neerlegging van de | een periode van drie maanden na de datum van de neerlegging van de |
akte van toetreding bij de Secretaris-generaal van de Raad van Europa. | akte van toetreding bij de Secretaris-generaal van de Raad van Europa. |
Art. 17.1. Elke Staat kan bij de ondertekening of bij de neerlegging |
Art. 17.1. Elke Staat kan bij de ondertekening of bij de neerlegging |
van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of | van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of |
toetreding, het grondgebied of de grondgebieden aanwijzen waarop dit | toetreding, het grondgebied of de grondgebieden aanwijzen waarop dit |
Verdrag van toepassing zal zijn. | Verdrag van toepassing zal zijn. |
2. Elke Staat kan, op elk later tijdstip, door middel van een | 2. Elke Staat kan, op elk later tijdstip, door middel van een |
verklaring gericht aan de Secretaris-generaal van de Raad van Europa, | verklaring gericht aan de Secretaris-generaal van de Raad van Europa, |
de toepassing van dit Verdrag uitbreiden tot elk ander in de | de toepassing van dit Verdrag uitbreiden tot elk ander in de |
verklaring aangewezen grondgebied. Ten aanzien dit grondgebied treedt | verklaring aangewezen grondgebied. Ten aanzien dit grondgebied treedt |
het Verdrag in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het | het Verdrag in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het |
verstrijken van een periode van drie maanden na de datum van ontvangst | verstrijken van een periode van drie maanden na de datum van ontvangst |
van de verklaring door de Secretaris-generaal. | van de verklaring door de Secretaris-generaal. |
3. Elke krachtens de twee voorgaande leden afgelegde verklaring kan | 3. Elke krachtens de twee voorgaande leden afgelegde verklaring kan |
worden ingetrokken, voor wat betreft elk in deze verklaring aangewezen | worden ingetrokken, voor wat betreft elk in deze verklaring aangewezen |
grondgebied, door middel van een kennisgeving gericht aan de | grondgebied, door middel van een kennisgeving gericht aan de |
Secretaris-generaal. De intrekking wordt van kracht op de eerste dag | Secretaris-generaal. De intrekking wordt van kracht op de eerste dag |
van de maand die volgt op het verstrijken van een periode van zes | van de maand die volgt op het verstrijken van een periode van zes |
maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de | maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de |
Secretaris-generaal. | Secretaris-generaal. |
Art. 18.1. Elke Staat kan bij de ondertekening of bij de neerlegging |
Art. 18.1. Elke Staat kan bij de ondertekening of bij de neerlegging |
van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of | van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of |
toetreding verklaren één of meer voorbehouden te maken. | toetreding verklaren één of meer voorbehouden te maken. |
2. Elke verdragsluitende Partij die een voorbehoud krachtens het | 2. Elke verdragsluitende Partij die een voorbehoud krachtens het |
vorige lid heeft geformuleerd, kan dit geheel of gedeeltelijk | vorige lid heeft geformuleerd, kan dit geheel of gedeeltelijk |
intrekken door middel van een kennisgeving gericht aan de | intrekken door middel van een kennisgeving gericht aan de |
Secretaris-generaal van de Raad van Europa. De intrekking wordt van | Secretaris-generaal van de Raad van Europa. De intrekking wordt van |
kracht op de datum van ontvangst van de kennisgeving door de | kracht op de datum van ontvangst van de kennisgeving door de |
Secretaris generaal. | Secretaris generaal. |
3. Een partij die een voorbehoud heeft gemaakt met betrekking tot een | 3. Een partij die een voorbehoud heeft gemaakt met betrekking tot een |
bepaling van dit Verdrag kan geen aanspraak maken op de toepassing van | bepaling van dit Verdrag kan geen aanspraak maken op de toepassing van |
die bepaling door een andere Partij; indien haar voorbehoud evenwel | die bepaling door een andere Partij; indien haar voorbehoud evenwel |
gedeeltelijk of voorwaardelijk is, kan zij aanspraak maken op de | gedeeltelijk of voorwaardelijk is, kan zij aanspraak maken op de |
toepassing van die bepaling voor zover zij deze zelf heeft aanvaard. | toepassing van die bepaling voor zover zij deze zelf heeft aanvaard. |
Art. 19.1. Elke Partij kan, op elk ogenblik, dit Verdrag opzeggen |
Art. 19.1. Elke Partij kan, op elk ogenblik, dit Verdrag opzeggen |
door middel van een kennisgeving gericht aan de Secretaris-generaal | door middel van een kennisgeving gericht aan de Secretaris-generaal |
van de Raad van Europa. | van de Raad van Europa. |
2. De opzegging wordt van kracht op de eerste dag van de maand die | 2. De opzegging wordt van kracht op de eerste dag van de maand die |
volgt op het verstrijken van een periode van zes maanden na ontvangst | volgt op het verstrijken van een periode van zes maanden na ontvangst |
van de kennisgeving door de Secretaris-generaal. | van de kennisgeving door de Secretaris-generaal. |
Art. 20.De Secretaris-generaal van de Raad van Europa stelt de |
Art. 20.De Secretaris-generaal van de Raad van Europa stelt de |
Lidstaten van de Raad en elke Staat die tot dit Verdrag is toegetreden | Lidstaten van de Raad en elke Staat die tot dit Verdrag is toegetreden |
in kennis van : | in kennis van : |
a. elke ondertekening; | a. elke ondertekening; |
b. de neerlegging van elke akte van bekrachtiging, aanvaarding, | b. de neerlegging van elke akte van bekrachtiging, aanvaarding, |
goedkeuring of toetreding; | goedkeuring of toetreding; |
c. elke datum van inwerkingtreding van dit Verdrag overeenkomstig de | c. elke datum van inwerkingtreding van dit Verdrag overeenkomstig de |
artikelen 15, 16 en 17; | artikelen 15, 16 en 17; |
d. elke andere handeling, kennisgeving of mededeling met betrekking | d. elke andere handeling, kennisgeving of mededeling met betrekking |
tot dit Verdrag. | tot dit Verdrag. |
Ten blijke waarvan de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, | Ten blijke waarvan de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, |
dit Verdrag hebben ondertekend. | dit Verdrag hebben ondertekend. |
Gedaan te Straatsburg, op 24 november 1983, in de Engelse en de Franse | Gedaan te Straatsburg, op 24 november 1983, in de Engelse en de Franse |
taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in één enkel | taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in één enkel |
exemplaar, dat zal worden neergelegd in het archief van de Raad van de | exemplaar, dat zal worden neergelegd in het archief van de Raad van de |
Raad van Europa. De Secretaris-generaal van de Raad van Europa doet | Raad van Europa. De Secretaris-generaal van de Raad van Europa doet |
een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift toekomen aan elke Lidstaat | een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift toekomen aan elke Lidstaat |
van de Raad van Europa en aan elke Staat die is uitgenodigd om tot dit | van de Raad van Europa en aan elke Staat die is uitgenodigd om tot dit |
Verdrag toe te treden. | Verdrag toe te treden. |
Lijst met de gebonden staten | Lijst met de gebonden staten |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |