Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Wet van 17/02/2002
← Terug naar "Wet betreffende het vrijwillig in disponibiliteit stellen van bepaalde militairen in dienst bij de Belgische strijdkrachten in de Bondsrepubliek Duitsland "
Wet betreffende het vrijwillig in disponibiliteit stellen van bepaalde militairen in dienst bij de Belgische strijdkrachten in de Bondsrepubliek Duitsland Wet betreffende het vrijwillig in disponibiliteit stellen van bepaalde militairen in dienst bij de Belgische strijdkrachten in de Bondsrepubliek Duitsland
MINISTERIE VAN LANDSVERDEDIGING MINISTERIE VAN LANDSVERDEDIGING
17 FEBRUARI 2002. - Wet betreffende het vrijwillig in disponibiliteit 17 FEBRUARI 2002. - Wet betreffende het vrijwillig in disponibiliteit
stellen van bepaalde militairen in dienst bij de Belgische stellen van bepaalde militairen in dienst bij de Belgische
strijdkrachten in de Bondsrepubliek Duitsland (1) strijdkrachten in de Bondsrepubliek Duitsland (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel

78 van de Grondwet. 78 van de Grondwet.

Art. 2.§ 1. De beroeps- of aanvullingsmilitair, officier,

Art. 2.§ 1. De beroeps- of aanvullingsmilitair, officier,

onderofficier of vrijwilliger die vóór 1 juni 2001 in werkelijke onderofficier of vrijwilliger die vóór 1 juni 2001 in werkelijke
dienst was bij de Belgische strijdkrachten in de Bondrepubliek dienst was bij de Belgische strijdkrachten in de Bondrepubliek
Duitsland en die dat op de datum van inwerkingtreding van deze wet nog Duitsland en die dat op de datum van inwerkingtreding van deze wet nog
steeds is, verkrijgt zijn vrijwillige indisponibiliteitsstelling op steeds is, verkrijgt zijn vrijwillige indisponibiliteitsstelling op
voorwaarde dat hij : voorwaarde dat hij :
1° daartoe een aanvraag indient; 1° daartoe een aanvraag indient;
2° op de datum waarop zijn indisponibiliteitsstelling ingaat, nog 2° op de datum waarop zijn indisponibiliteitsstelling ingaat, nog
steeds in werkelijke dienst is bij de Belgische strijdkrachten in de steeds in werkelijke dienst is bij de Belgische strijdkrachten in de
Bondsrepubliek Duitsland en maximaal vijf jaar van de normale datum Bondsrepubliek Duitsland en maximaal vijf jaar van de normale datum
van oppensioenstelling verwijderd is. van oppensioenstelling verwijderd is.
De lagere officier moet evenwel op de datum waarop zijn De lagere officier moet evenwel op de datum waarop zijn
indisponibiliteitsstelling ingaat, nog steeds in werkelijke dienst indisponibiliteitsstelling ingaat, nog steeds in werkelijke dienst
zijn bij de Belgische strijdkrachten in de Bondsrepubliek Duitsland en zijn bij de Belgische strijdkrachten in de Bondsrepubliek Duitsland en
maximaal één jaar van de normale datum van oppensioenstelling maximaal één jaar van de normale datum van oppensioenstelling
verwijderd zijn. verwijderd zijn.
§ 2. Het is onmogelijk een ingaande aanvraag te herroepen. § 2. Het is onmogelijk een ingaande aanvraag te herroepen.

Art. 3.§ 1. De indisponibiliteitsstelling wordt door de Minister van

Art. 3.§ 1. De indisponibiliteitsstelling wordt door de Minister van

Landsverdediging toegekend aan de militairen die worden bedoeld bij Landsverdediging toegekend aan de militairen die worden bedoeld bij
artikel 2 en die beantwoorden aan de bij dat artikel vastgestelde artikel 2 en die beantwoorden aan de bij dat artikel vastgestelde
voorwaarden. voorwaarden.
§ 2. De indisponibiliteitsstelling die aan de in artikel 2 bedoelde § 2. De indisponibiliteitsstelling die aan de in artikel 2 bedoelde
militairen wordt toegekend, gaat in vanaf de datum die de Minister van militairen wordt toegekend, gaat in vanaf de datum die de Minister van
Landsverdediging vaststelt en ten vroegste op 1 oktober 2002. Landsverdediging vaststelt en ten vroegste op 1 oktober 2002.
Zo een in artikel 2 bedoelde militair daartoe een met redenen omklede Zo een in artikel 2 bedoelde militair daartoe een met redenen omklede
aanvraag indient, kan de Minister van Landsverdediging de in het aanvraag indient, kan de Minister van Landsverdediging de in het
eerste lid vastgestelde ingangsdatum vervroegen. eerste lid vastgestelde ingangsdatum vervroegen.
§ 3. De indisponibiliteitsstelling gaat altijd in op de eerste dag van § 3. De indisponibiliteitsstelling gaat altijd in op de eerste dag van
een maand. een maand.

Art. 4.De artikelen 4 tot 10 van de wet van 25 mei 2000 betreffende

Art. 4.De artikelen 4 tot 10 van de wet van 25 mei 2000 betreffende

het in disponibiliteit stellen van bepaalde militairen van het actief het in disponibiliteit stellen van bepaalde militairen van het actief
kader van de krijgsmacht, zijn van toepassing op de militairen die, kader van de krijgsmacht, zijn van toepassing op de militairen die,
met toepassing van deze wet, in disponibiliteit werden gesteld. met toepassing van deze wet, in disponibiliteit werden gesteld.

Art. 5.Behalve indien ze onverenigbaar zijn met de bepalingen van

Art. 5.Behalve indien ze onverenigbaar zijn met de bepalingen van

deze wet, gelden de nadere regels voor de uitvoering van de wet van 25 deze wet, gelden de nadere regels voor de uitvoering van de wet van 25
mei 2000 betreffende het in disponibiliteit stellen van bepaalde mei 2000 betreffende het in disponibiliteit stellen van bepaalde
militairen van het actief kader van de krijgsmacht ook voor de militairen van het actief kader van de krijgsmacht ook voor de
uitvoering van deze wet. uitvoering van deze wet.

Art. 6.Deze wet treedt buiten werking op 31 december 2015.

Art. 6.Deze wet treedt buiten werking op 31 december 2015.

Gegeven te Brussel, 17 februari 2002. Gegeven te Brussel, 17 februari 2002.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Landsverdediging, De Minister van Landsverdediging,
A. FLAHAUT A. FLAHAUT
_______ _______
Nota Nota
(1) Zitting 2000-2001 (1) Zitting 2000-2001
Kamer van Volksvertegenwoordigers Kamer van Volksvertegenwoordigers
Parlementaire bescheiden. - Wetsontwerp, nr. 1386/1. - Verslag, Parlementaire bescheiden. - Wetsontwerp, nr. 1386/1. - Verslag,
1386/4. Tekst aangenomen door de Commissie, 1386/5. - Amendementen, 1386/4. Tekst aangenomen door de Commissie, 1386/5. - Amendementen,
nrs. 1386/2, 1386/3, 1386/6. nrs. 1386/2, 1386/3, 1386/6.
Parlementaire handelingen. - Aanneming : Vergadering van 20 december Parlementaire handelingen. - Aanneming : Vergadering van 20 december
2001. 2001.
^