Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Wet van 06/05/1998
← Terug naar "Wet tot wijziging van de wet van 19 juli 1983 op het leerlingwezen voor beroepen uitgeoefend door werknemers in loondienst "
Wet tot wijziging van de wet van 19 juli 1983 op het leerlingwezen voor beroepen uitgeoefend door werknemers in loondienst Wet tot wijziging van de wet van 19 juli 1983 op het leerlingwezen voor beroepen uitgeoefend door werknemers in loondienst
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID
6 MEI 1998. - Wet tot wijziging van de wet van 19 juli 1983 op het 6 MEI 1998. - Wet tot wijziging van de wet van 19 juli 1983 op het
leerlingwezen voor beroepen uitgeoefend door werknemers in loondienst leerlingwezen voor beroepen uitgeoefend door werknemers in loondienst
(1) (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel

78 van de Grondwet. 78 van de Grondwet.

Art. 2.Artikel 2 van de wet van 19 juli 1983 op het leerlingwezen

Art. 2.Artikel 2 van de wet van 19 juli 1983 op het leerlingwezen

voor beroepen uitgeoefend door werknemers in loondienst, gewijzigd bij voor beroepen uitgeoefend door werknemers in loondienst, gewijzigd bij
de wet van 20 juli 1992, wordt vervangen door de volgende bepaling : de wet van 20 juli 1992, wordt vervangen door de volgende bepaling :
«

Art. 2.§ 1. In de ondernemingen die minder dan 20 werknemers

«

Art. 2.§ 1. In de ondernemingen die minder dan 20 werknemers

tewerkstellen is deze wet niet van toepassing op de beroepen waarvoor tewerkstellen is deze wet niet van toepassing op de beroepen waarvoor
leerovereenkomsten aangegaan kunnen worden onder de voorwaarden leerovereenkomsten aangegaan kunnen worden onder de voorwaarden
bepaald in de reglementen betreffende de voortdurende vorming in de bepaald in de reglementen betreffende de voortdurende vorming in de
Middenstand. Middenstand.
Op eenparig advies van de Nationale Arbeidsraad, die daartoe eerst het Op eenparig advies van de Nationale Arbeidsraad, die daartoe eerst het
advies van het bevoegd paritair leercomité heeft ingewonnen, kan de advies van het bevoegd paritair leercomité heeft ingewonnen, kan de
Koning evenwel toelaten, volgens de modaliteiten die in dat eenparig Koning evenwel toelaten, volgens de modaliteiten die in dat eenparig
advies van de Raad zijn bepaald, dat de in het eerste lid bedoelde advies van de Raad zijn bepaald, dat de in het eerste lid bedoelde
ondernemingen voor de in het eerste lid bedoelde beroepen ondernemingen voor de in het eerste lid bedoelde beroepen
leerovereenkomsten gesloten worden in toepassing van deze wet. leerovereenkomsten gesloten worden in toepassing van deze wet.
§ 2. In de ondernemingen die 20 of meer, maar minder dan 50 werknemers § 2. In de ondernemingen die 20 of meer, maar minder dan 50 werknemers
tewerkstellen, kunnen evenwel slechts leerovereenkomsten gesloten tewerkstellen, kunnen evenwel slechts leerovereenkomsten gesloten
worden in toepassing van deze wet voor de in § 1, eerste lid, bedoelde worden in toepassing van deze wet voor de in § 1, eerste lid, bedoelde
beroepen, na aanvraag van het bevoegd paritair leercomité bij het in beroepen, na aanvraag van het bevoegd paritair leercomité bij het in
artikel 53 bedoeld paritair leercomité van de Nationale Arbeidsraad en artikel 53 bedoeld paritair leercomité van de Nationale Arbeidsraad en
conform aan het advies van laatstgenoemd leercomité, dat genomen wordt conform aan het advies van laatstgenoemd leercomité, dat genomen wordt
bij gewone meerderheid der stemmen. bij gewone meerderheid der stemmen.
§ 3. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, ten § 3. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, ten
vroegste drie jaar na de inwerkingtreding van de bepalingen van dit vroegste drie jaar na de inwerkingtreding van de bepalingen van dit
artikel, het in § 1 en § 2 bedoeld aantal van 20 werknemers artikel, het in § 1 en § 2 bedoeld aantal van 20 werknemers
terugbrengen tot 10. ». terugbrengen tot 10. ».

Art. 3.Artikel 4 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juli

Art. 3.Artikel 4 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juli

1992, wordt vervangen door de volgende bepaling : 1992, wordt vervangen door de volgende bepaling :
«

Art. 4.§ 1. De leerovereenkomst kan enkel gesloten worden door een

«

Art. 4.§ 1. De leerovereenkomst kan enkel gesloten worden door een

jongere die voldaan heeft aan de voltijdse leerplicht. jongere die voldaan heeft aan de voltijdse leerplicht.
Bovendien moet de leerovereenkomst, wat de leerling betreft, gesloten Bovendien moet de leerovereenkomst, wat de leerling betreft, gesloten
worden vóór de leeftijd van 18 jaar. worden vóór de leeftijd van 18 jaar.
§ 2. Op eenparig advies van de Nationale Arbeidsraad kan de Koning § 2. Op eenparig advies van de Nationale Arbeidsraad kan de Koning
evenwel de voorwaarden en modaliteiten vaststellen waaronder kan evenwel de voorwaarden en modaliteiten vaststellen waaronder kan
worden afgeweken van de in § 1, tweede lid, bepaalde leeftijdsgrens. worden afgeweken van de in § 1, tweede lid, bepaalde leeftijdsgrens.
In afwijking van het eerste lid van deze paragraaf, kunnen in het in In afwijking van het eerste lid van deze paragraaf, kunnen in het in
artikel 47 bedoeld leerreglement andere of bijkomende voorwaarden en artikel 47 bedoeld leerreglement andere of bijkomende voorwaarden en
modaliteiten worden vastgesteld waaronder afgeweken kan worden van de modaliteiten worden vastgesteld waaronder afgeweken kan worden van de
in § 1, tweede lid, bepaalde leeftijdsgrens. ». in § 1, tweede lid, bepaalde leeftijdsgrens. ».

Art. 4.Artikel 5 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24 juli

Art. 4.Artikel 5 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24 juli

1987, wordt vervangen door de volgende bepaling : 1987, wordt vervangen door de volgende bepaling :
«

Art. 5.§ 1. De leerovereenkomst mag enkel worden gesloten voor de

«

Art. 5.§ 1. De leerovereenkomst mag enkel worden gesloten voor de

beroepen die overeenkomstig artikel 47 in het leerreglement werden beroepen die overeenkomstig artikel 47 in het leerreglement werden
vastgesteld. vastgesteld.
De leerovereenkomst mag enkel gesloten worden door een overeenkomstig De leerovereenkomst mag enkel gesloten worden door een overeenkomstig
artikel 43 erkende patroon. artikel 43 erkende patroon.
De jongere die voor een bepaald beroep met succes een volledige De jongere die voor een bepaald beroep met succes een volledige
opleidingscyclus heeft beëindigd en aldus in het bezit is van een opleidingscyclus heeft beëindigd en aldus in het bezit is van een
diploma of getuigschrift dat bewijst dat hij in dat beroep een zekere diploma of getuigschrift dat bewijst dat hij in dat beroep een zekere
scholingsgraad bezit, mag geen leerovereenkomst meer sluiten met het scholingsgraad bezit, mag geen leerovereenkomst meer sluiten met het
oog op het bereiken van diezelfde scholingsgraad in dat beroep. oog op het bereiken van diezelfde scholingsgraad in dat beroep.
§ 2. De leerovereenkomst die werd gesloten in strijd met een van de § 2. De leerovereenkomst die werd gesloten in strijd met een van de
bepalingen van § 1, wordt beschouwd als een arbeidsovereenkomst. ». bepalingen van § 1, wordt beschouwd als een arbeidsovereenkomst. ».

Art. 5.Artikel 6 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende

Art. 5.Artikel 6 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende

bepaling : bepaling :
«

Art. 6.Elke leerovereenkomst moet voor iedere leerling

«

Art. 6.Elke leerovereenkomst moet voor iedere leerling

afzonderlijk, schriftelijk en volgens het in het in artikel 47 bedoeld afzonderlijk, schriftelijk en volgens het in het in artikel 47 bedoeld
leerreglement vastgesteld model van leerovereenkomst worden leerreglement vastgesteld model van leerovereenkomst worden
vastgesteld, uiterlijk op het tijdstip waarop de leerling in dienst vastgesteld, uiterlijk op het tijdstip waarop de leerling in dienst
treedt. ». treedt. ».

Art. 6.In artikel 7 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 24

Art. 6.In artikel 7 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 24

juli 1987 en 20 juli 1992, worden de volgende wijzigingen aangebracht juli 1987 en 20 juli 1992, worden de volgende wijzigingen aangebracht
: :
a) de 2° wordt vervangen door de volgende bepaling : a) de 2° wordt vervangen door de volgende bepaling :
« 2° de naam, voornamen, datum van geboorte en woonplaats van de « 2° de naam, voornamen, datum van geboorte en woonplaats van de
patroon, alsook de datum waarop hij overeenkomstig artikel 43 werd patroon, alsook de datum waarop hij overeenkomstig artikel 43 werd
erkend voor het beroep, voor het aanleren waarvan de leerovereenkomst erkend voor het beroep, voor het aanleren waarvan de leerovereenkomst
wordt gesloten; »; wordt gesloten; »;
b) er wordt een 5°bis ingevoegd, luidend als volgt : b) er wordt een 5°bis ingevoegd, luidend als volgt :
« 5°bis in voorkomend geval, de naam, voornamen, datum van geboorte en « 5°bis in voorkomend geval, de naam, voornamen, datum van geboorte en
woonplaats van de opleidingsverantwoordelijke, alsook de datum waarop woonplaats van de opleidingsverantwoordelijke, alsook de datum waarop
hij overeenkomstig artikel 43 werd erkend voor het beroep, voor het hij overeenkomstig artikel 43 werd erkend voor het beroep, voor het
aanleren waarvan de leerovereenkomst wordt gesloten; »; aanleren waarvan de leerovereenkomst wordt gesloten; »;
c) er wordt een 6°bis ingevoegd, luidend als volgt : c) er wordt een 6°bis ingevoegd, luidend als volgt :
« 6°bis de benaming en het adres van de instelling waar de leerling de « 6°bis de benaming en het adres van de instelling waar de leerling de
aanvullende theoretische opleiding en de algemene vorming volgt; »; aanvullende theoretische opleiding en de algemene vorming volgt; »;
d) er wordt een 8°bis ingevoegd, luidend als volgt : d) er wordt een 8°bis ingevoegd, luidend als volgt :
« 8°bis het alterneringsschema, waarin enerzijds de tijdstippen « 8°bis het alterneringsschema, waarin enerzijds de tijdstippen
vermeld worden waarop de leerling de praktische opleiding in de vermeld worden waarop de leerling de praktische opleiding in de
onderneming volgt, en anderzijds de tijdstippen waarop hij de onderneming volgt, en anderzijds de tijdstippen waarop hij de
aanvullende theoretische opleiding en`de algemene vorming volgt, aanvullende theoretische opleiding en`de algemene vorming volgt,
overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het in artikel 47 overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het in artikel 47
bedoeld leerreglement; »; bedoeld leerreglement; »;
e) de 9° wordt vervangen door de volgende bepaling : e) de 9° wordt vervangen door de volgende bepaling :
« 9° het bedrag van de aan de leerling te betalen vergoeding, zoals « 9° het bedrag van de aan de leerling te betalen vergoeding, zoals
vastgesteld overeenkomstig artikel 25; ». vastgesteld overeenkomstig artikel 25; ».

Art. 7.In artikel 8 van dezelfde wet worden de woorden « tweede lid »

Art. 7.In artikel 8 van dezelfde wet worden de woorden « tweede lid »

vervangen door de woorden « § 2 ». vervangen door de woorden « § 2 ».

Art. 8.In artikel 13 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24

Art. 8.In artikel 13 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24

juli 1987, wordt het eerste lid vervangen door het volgende lid : juli 1987, wordt het eerste lid vervangen door het volgende lid :
« De duur van de leerovereenkomst is gelijk aan de in het in artikel « De duur van de leerovereenkomst is gelijk aan de in het in artikel
47 bedoeld leerreglement vastgestelde duur van de leertijd, zonder 47 bedoeld leerreglement vastgestelde duur van de leertijd, zonder
minder dan zes maanden te mogen bedragen. ». minder dan zes maanden te mogen bedragen. ».

Art. 9.In artikel 22 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24

Art. 9.In artikel 22 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24

juli 1987, worden het eerste en het tweede lid vervangen door de juli 1987, worden het eerste en het tweede lid vervangen door de
volgende leden : volgende leden :
« De patroon moet persoonlijk instaan voor de opleiding van de « De patroon moet persoonlijk instaan voor de opleiding van de
leerling. leerling.
Indien hij evenwel niet over de in artikel 43 bepaalde Indien hij evenwel niet over de in artikel 43 bepaalde
praktijkervaring beschikt, of indien hij zelf reeds instaat voor de praktijkervaring beschikt, of indien hij zelf reeds instaat voor de
opleiding in een bepaald beroep en leerlingen wil opleiden in opleiding in een bepaald beroep en leerlingen wil opleiden in
bijkomende beroepen, moet hij per beroep een bijkomende beroepen, moet hij per beroep een
opleidingsverantwoordelijke in de onderneming aanduiden. opleidingsverantwoordelijke in de onderneming aanduiden.
Eventueel duidt de patroon één of meer instructeurs aan die onder zijn Eventueel duidt de patroon één of meer instructeurs aan die onder zijn
verantwoordelijkheid of, in voorkomend geval, die van de verantwoordelijkheid of, in voorkomend geval, die van de
opleidingsverantwoordelijke, belast worden met de opleiding van de opleidingsverantwoordelijke, belast worden met de opleiding van de
leerling. leerling.
De patroon is in elk geval verplicht dergelijke instructeur(s) aan te De patroon is in elk geval verplicht dergelijke instructeur(s) aan te
duiden, indien de overeenkomstig het tweede lid aangeduide duiden, indien de overeenkomstig het tweede lid aangeduide
opleidingsverantwoordelijke evenmin over de in artikel 43 bepaalde opleidingsverantwoordelijke evenmin over de in artikel 43 bepaalde
praktijkervaring beschikt. ». praktijkervaring beschikt. ».

Art. 10.Artikel 25 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24 juli

Art. 10.Artikel 25 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24 juli

1987, wordt vervangen door de volgende bepaling : 1987, wordt vervangen door de volgende bepaling :
«

Art. 25.§ 1. De leerling ontvangt van de patroon een maandelijkse

«

Art. 25.§ 1. De leerling ontvangt van de patroon een maandelijkse

leervergoeding die zowel voor de praktijkopleiding in de onderneming leervergoeding die zowel voor de praktijkopleiding in de onderneming
als voor de aanvullende theoretische opleiding en de algemene vorming als voor de aanvullende theoretische opleiding en de algemene vorming
verschuldigd is. verschuldigd is.
§ 2. De berekeningswijze van de aan de leerling verschuldigde § 2. De berekeningswijze van de aan de leerling verschuldigde
maandelijkse leervergoeding wordt bepaald in het in artikel 47 bedoeld maandelijkse leervergoeding wordt bepaald in het in artikel 47 bedoeld
leerreglement, zonder dat het aldus bekomen bedrag hoger mag zijn dan leerreglement, zonder dat het aldus bekomen bedrag hoger mag zijn dan
het op de leerling toepasselijk maximum, vastgesteld overeenkomstig het op de leerling toepasselijk maximum, vastgesteld overeenkomstig
het tweede lid van deze paragraaf het tweede lid van deze paragraaf
Na advies van de Nationale Arbeidsraad stelt de Koning het op de Na advies van de Nationale Arbeidsraad stelt de Koning het op de
leerling toepasselijk maximum van de maandelijkse leervergoeding vast, leerling toepasselijk maximum van de maandelijkse leervergoeding vast,
in de vorm van een percentage van het nationaal gewaarborgd gemiddeld in de vorm van een percentage van het nationaal gewaarborgd gemiddeld
minimum maandinkomen, zoals bepaald voor de werknemers van 21 jaar bij minimum maandinkomen, zoals bepaald voor de werknemers van 21 jaar bij
collectieve arbeidsovereenkomst, gesloten in de Nationale Arbeidsraad. collectieve arbeidsovereenkomst, gesloten in de Nationale Arbeidsraad.
Dit percentage varieert en evolueert in functie van criteria die de Dit percentage varieert en evolueert in functie van criteria die de
Koning bepaalt, na advies van de Nationale Arbeidsraad. Koning bepaalt, na advies van de Nationale Arbeidsraad.
§ 3. Na advies van de Nationale Arbeidsraad bepaalt de Koning : § 3. Na advies van de Nationale Arbeidsraad bepaalt de Koning :
1° de voorwaarden en modaliteiten volgens dewelke de patroon het 1° de voorwaarden en modaliteiten volgens dewelke de patroon het
bedrag van de in § 2 bedoelde maandelijkse leervergoeding mag bedrag van de in § 2 bedoelde maandelijkse leervergoeding mag
verminderen wanneer de leerling ongewettigd afwezig is van de verminderen wanneer de leerling ongewettigd afwezig is van de
aanvullende theoretische opleiding en de algemene vorming; aanvullende theoretische opleiding en de algemene vorming;
2° de manier waarop het bedrag van de overeenkomstig § 2 vastgestelde 2° de manier waarop het bedrag van de overeenkomstig § 2 vastgestelde
maandelijkse leervergoeding moet afgerond worden. maandelijkse leervergoeding moet afgerond worden.
§ 4. De in dit artikel bedoelde leervergoeding wordt beschouwd als § 4. De in dit artikel bedoelde leervergoeding wordt beschouwd als
loon in de zin van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming loon in de zin van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming
van het loon der werknemers. ». van het loon der werknemers. ».

Art. 11.Artikel 32 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juli

Art. 11.Artikel 32 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juli

1992, wordt vervangen door de volgende bepaling : 1992, wordt vervangen door de volgende bepaling :
«

Art. 32.De uitvoering van de leerovereenkomst wordt geschorst onder

«

Art. 32.De uitvoering van de leerovereenkomst wordt geschorst onder

dezelfde voorwaarden en in dezelfde gevallen als die bepaald in de dezelfde voorwaarden en in dezelfde gevallen als die bepaald in de
wetgeving die van toepassing is op de arbeidsovereenkomst van de wetgeving die van toepassing is op de arbeidsovereenkomst van de
werknemer die het beroep uitoefent dat het voorwerp uitmaakt van de werknemer die het beroep uitoefent dat het voorwerp uitmaakt van de
leerovereenkomst en wiens vakbekwaamheid de leerling wil bereiken. leerovereenkomst en wiens vakbekwaamheid de leerling wil bereiken.
Gedurende de schorsing van de uitvoering van de leerovereenkomst Gedurende de schorsing van de uitvoering van de leerovereenkomst
geniet de leerling, wat zijn vergoeding betreft, dezelfde waarborgen geniet de leerling, wat zijn vergoeding betreft, dezelfde waarborgen
als die welke gelden voor het loon van de werknemer die het beroep als die welke gelden voor het loon van de werknemer die het beroep
uitoefent dat het voorwerp uitmaakt van de leerovereenkomst en wiens uitoefent dat het voorwerp uitmaakt van de leerovereenkomst en wiens
vakbekwaamheid de leerling wil bereiken. ». vakbekwaamheid de leerling wil bereiken. ».

Art. 12.Artikel 33 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juli

Art. 12.Artikel 33 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juli

1992, wordt vervangen door de volgende bepaling : 1992, wordt vervangen door de volgende bepaling :
«

Art. 33.Wanneer de uitvoering van de leerovereenkomst geschorst

«

Art. 33.Wanneer de uitvoering van de leerovereenkomst geschorst

wordt met ten hoogste een maand, kan de leerovereenkomst verlengd wordt met ten hoogste een maand, kan de leerovereenkomst verlengd
worden in onderlinge afspraak tussen de partijen. Zij bepalen eveneens worden in onderlinge afspraak tussen de partijen. Zij bepalen eveneens
in onderlinge afspraak de duur van de verlenging, die echter niet meer in onderlinge afspraak de duur van de verlenging, die echter niet meer
mag bedragen dan een maand. mag bedragen dan een maand.
Wanneer de uitvoering van de leerovereenkomst geschorst wordt Wanneer de uitvoering van de leerovereenkomst geschorst wordt
gedurende meer dan een maand, is de patroon verplicht het bevoegd gedurende meer dan een maand, is de patroon verplicht het bevoegd
paritair leercomité daarvan in kennis te stellen, en kan dit comité, paritair leercomité daarvan in kennis te stellen, en kan dit comité,
onverminderd de bepalingen van artikel 39, de leerovereenkomst onverminderd de bepalingen van artikel 39, de leerovereenkomst
verlengen met een periode die het in overleg met de patroon en de verlengen met een periode die het in overleg met de patroon en de
verantwoordelijke(n) van de opleidingsinstelling bepaalt, teneinde de verantwoordelijke(n) van de opleidingsinstelling bepaalt, teneinde de
leerling in staat te stellen de proeven aan het einde van de leertijd leerling in staat te stellen de proeven aan het einde van de leertijd
af te leggen. af te leggen.
De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn eveneens van De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn eveneens van
toepassing wanneer de leerovereenkomst eindigt tijdens de schorsing toepassing wanneer de leerovereenkomst eindigt tijdens de schorsing
van de uitvoering ervan. ». van de uitvoering ervan. ».

Art. 13.Artikel 35, 5°, van dezelfde wet, waarvan de Franse tekst

Art. 13.Artikel 35, 5°, van dezelfde wet, waarvan de Franse tekst

werd gewijzigd bij de wet van 20 juli 1992, wordt opgeheven. werd gewijzigd bij de wet van 20 juli 1992, wordt opgeheven.

Art. 14.In dezelfde wet wordt een artikel 37bis ingevoegd, luidend

Art. 14.In dezelfde wet wordt een artikel 37bis ingevoegd, luidend

als volgt : als volgt :
«

Art. 37bis.§ 1. Na de proeftijd kan elk van de partijen de

«

Art. 37bis.§ 1. Na de proeftijd kan elk van de partijen de

leerovereenkomst zonder opzegtermijn noch verbrekingsvergoeding leerovereenkomst zonder opzegtermijn noch verbrekingsvergoeding
opzeggen, wanneer er ernstige twijfels over rijzen dat de opleiding opzeggen, wanneer er ernstige twijfels over rijzen dat de opleiding
tot een goed einde kan worden gebracht en het derhalve niet zinvol tot een goed einde kan worden gebracht en het derhalve niet zinvol
lijkt ze voort te zetten. lijkt ze voort te zetten.
Indien de opzegging uitgaat van de leerling, geschiedt de kennisgeving Indien de opzegging uitgaat van de leerling, geschiedt de kennisgeving
van de opzegging, op straffe van nietigheid, door afgifte van een van de opzegging, op straffe van nietigheid, door afgifte van een
geschrift aan de patroon. De handtekening van de patroon op het geschrift aan de patroon. De handtekening van de patroon op het
duplicaat van dit geschrift geldt enkel als bericht van ontvangst van duplicaat van dit geschrift geldt enkel als bericht van ontvangst van
de kennisgeving. De kennisgeving kan ook geschieden hetzij bij een ter de kennisgeving. De kennisgeving kan ook geschieden hetzij bij een ter
post aangetekende brief die uitwerking heeft de derde werkdag na de post aangetekende brief die uitwerking heeft de derde werkdag na de
datum van verzending, hetzij bij gerechtsdeurwaardersexploot. datum van verzending, hetzij bij gerechtsdeurwaardersexploot.
Indien de opzegging uitgaat van de patroon, kan de kennisgeving van de Indien de opzegging uitgaat van de patroon, kan de kennisgeving van de
opzegging, op straffe van nietigheid, enkel geschieden hetzij bij een opzegging, op straffe van nietigheid, enkel geschieden hetzij bij een
ter post aangetekende brief die uitwerking heeft de derde werkdag na ter post aangetekende brief die uitwerking heeft de derde werkdag na
de datum van verzending, hetzij bij gerechtsdeurwaardersexploot, met de datum van verzending, hetzij bij gerechtsdeurwaardersexploot, met
dien verstande dat de leerling die nietigheid niet kan dekken en dat dien verstande dat de leerling die nietigheid niet kan dekken en dat
ze door de rechter van ambtswege wordt vastgesteld. ze door de rechter van ambtswege wordt vastgesteld.
Op straffe van nietigheid dient de kennisgeving van de opzegging Op straffe van nietigheid dient de kennisgeving van de opzegging
omstandig de motivatie van de opzegging van de leerovereenkomst te omstandig de motivatie van de opzegging van de leerovereenkomst te
vermelden, meer bepaald de feiten op grond waarvan de partij die de vermelden, meer bepaald de feiten op grond waarvan de partij die de
overeenkomst opzegt van oordeel is dat de opleiding niet tot een goed overeenkomst opzegt van oordeel is dat de opleiding niet tot een goed
einde gebracht zal kunnen worden en het niet zinvol is de uitvoering einde gebracht zal kunnen worden en het niet zinvol is de uitvoering
van de leerovereenkomst voort te zetten. van de leerovereenkomst voort te zetten.
§ 2. In geval van betwisting van de in § 1, vierde lid, bedoelde § 2. In geval van betwisting van de in § 1, vierde lid, bedoelde
motivatie, kan de meest gerede partij tegen de opzegging van de motivatie, kan de meest gerede partij tegen de opzegging van de
leerovereenkomst beroep aantekenen bij het bevoegd paritair leerovereenkomst beroep aantekenen bij het bevoegd paritair
leercomité. leercomité.
Op straffe van nietigheid dient dit beroep ingesteld te worden binnen Op straffe van nietigheid dient dit beroep ingesteld te worden binnen
de 15 dagen na de ontvangst van de kennisgeving van de opzegging en de 15 dagen na de ontvangst van de kennisgeving van de opzegging en
bij een ter post aangetekende brief die gericht wordt aan de bij een ter post aangetekende brief die gericht wordt aan de
voorzitter van het bevoegd paritair leercomité en waarbij in bijlage voorzitter van het bevoegd paritair leercomité en waarbij in bijlage
een afschrift van de kennisgeving van de opzegging moet worden een afschrift van de kennisgeving van de opzegging moet worden
gevoegd. gevoegd.
§ 3. Het bevoegd paritair leercomité dient zich binnen de 60 dagen na § 3. Het bevoegd paritair leercomité dient zich binnen de 60 dagen na
de verzending van de in § 2, tweede lid, bedoelde ter post de verzending van de in § 2, tweede lid, bedoelde ter post
aangetekende brief, uit te spreken over de gegrondheid van de aangetekende brief, uit te spreken over de gegrondheid van de
opzegging van de leerovereenkomst. opzegging van de leerovereenkomst.
Hierbij dient het bevoegd paritair leercomité de bij de Hierbij dient het bevoegd paritair leercomité de bij de
leerovereenkomst betrokken partijen te horen. leerovereenkomst betrokken partijen te horen.
De patroon is ertoe`gehouden de leerling in staat te stellen aanwezig De patroon is ertoe`gehouden de leerling in staat te stellen aanwezig
te zijn op de vergadering van het bevoegd paritair leercomité tijdens te zijn op de vergadering van het bevoegd paritair leercomité tijdens
dewelke de partijen overeenkomstig het vorige lid gehoord worden. dewelke de partijen overeenkomstig het vorige lid gehoord worden.
Indien de voor de opzegging aangevoerde motivatie verband houdt met de Indien de voor de opzegging aangevoerde motivatie verband houdt met de
aanvullende theoretische opleiding, de relatie tussen de praktische en aanvullende theoretische opleiding, de relatie tussen de praktische en
de aanvullende theoretische opleiding of de relatie tussen de patroon de aanvullende theoretische opleiding of de relatie tussen de patroon
en de instelling waar de aanvullende theoretische opleiding verstrekt en de instelling waar de aanvullende theoretische opleiding verstrekt
wordt, dient het bevoegd paritair leercomité de verantwoordelijke(n) wordt, dient het bevoegd paritair leercomité de verantwoordelijke(n)
van die instelling een verslag te vragen. van die instelling een verslag te vragen.
§ 4. Indien het bevoegd paritair leercomité oordeelt dat de opzegging § 4. Indien het bevoegd paritair leercomité oordeelt dat de opzegging
van de leerovereenkomst niet of onvoldoende gegrond was, en het bij van de leerovereenkomst niet of onvoldoende gegrond was, en het bij
hem aangetekend beroep inwilligt : hem aangetekend beroep inwilligt :
a) dient de uitvoering van de leerovereenkomst voortgezet te worden, a) dient de uitvoering van de leerovereenkomst voortgezet te worden,
indien de betrokken partijen daarmee akkoord gaan, of indien de betrokken partijen daarmee akkoord gaan, of
b) dient de partij die de opzegging heeft gegeven, aan de andere b) dient de partij die de opzegging heeft gegeven, aan de andere
partij de in artikel 38 bepaalde verbrekingsvergoeding te betalen, partij de in artikel 38 bepaalde verbrekingsvergoeding te betalen,
overeenkomstig de bepalingen van dat artikel. overeenkomstig de bepalingen van dat artikel.
Indien het bevoegd paritair leercomité zich niet binnen de in § 3, Indien het bevoegd paritair leercomité zich niet binnen de in § 3,
eerste lid, bepaalde termijn uitspreekt, wordt het beroep geacht eerste lid, bepaalde termijn uitspreekt, wordt het beroep geacht
ongegrond te zijn. ongegrond te zijn.
§ 5. Na het verstrijken van de in § 3, eerste lid, bepaalde termijn, § 5. Na het verstrijken van de in § 3, eerste lid, bepaalde termijn,
of nadat het bevoegd paritair leercomité zich overeenkomstig § 4 heeft of nadat het bevoegd paritair leercomité zich overeenkomstig § 4 heeft
uitgesproken, kan de meest gerede partij de zaak alsnog aanhangig uitgesproken, kan de meest gerede partij de zaak alsnog aanhangig
maken bij de arbeidsrechtbank. maken bij de arbeidsrechtbank.
§ 6. Wanneer tegen de opzegging van de leerovereenkomst geen beroep § 6. Wanneer tegen de opzegging van de leerovereenkomst geen beroep
wordt ingesteld, of wannneer het beroep ongegrond wordt verklaard, of wordt ingesteld, of wannneer het beroep ongegrond wordt verklaard, of
wanneer § 4, eerste lid, b), van toepassing is, eindigt de wanneer § 4, eerste lid, b), van toepassing is, eindigt de
leerovereenkomst, naargelang het geval, op de dag van de ontvangst van leerovereenkomst, naargelang het geval, op de dag van de ontvangst van
het in § 1, tweede lid, bedoeld geschrift of van het in § 1 bedoeld het in § 1, tweede lid, bedoeld geschrift of van het in § 1 bedoeld
gerechtsdeurwaardersexploot, of op de dag waarop de in § 1 bedoelde gerechtsdeurwaardersexploot, of op de dag waarop de in § 1 bedoelde
ter post aangetekende brief uitwerking heeft. ter post aangetekende brief uitwerking heeft.
Indien de uitvoering van de leerovereenkomst overeenkomstig § 4, Indien de uitvoering van de leerovereenkomst overeenkomstig § 4,
eerste lid, a), wordt voortgezet, wordt de periode tussen, enerzijds, eerste lid, a), wordt voortgezet, wordt de periode tussen, enerzijds,
de dag van de ontvangst van het in § 1, tweede lid, bedoeld geschrift de dag van de ontvangst van het in § 1, tweede lid, bedoeld geschrift
of van het in § 1 bedoeld gerechtsdeurwaardersexploot, of de dag of van het in § 1 bedoeld gerechtsdeurwaardersexploot, of de dag
waarop de in § 1 bedoelde ter post aangetekende brief uitwerking waarop de in § 1 bedoelde ter post aangetekende brief uitwerking
heeft, en, anderzijds, de datum van de uitspraak van het bevoegd heeft, en, anderzijds, de datum van de uitspraak van het bevoegd
paritair leercomité, beschouwd als een schorsing van de paritair leercomité, beschouwd als een schorsing van de
leerovereenkomst. ». leerovereenkomst. ».

Art. 15.In artikel 38 van dezelfde wet worden de woorden « artikel

Art. 15.In artikel 38 van dezelfde wet worden de woorden « artikel

35, 4°,5° en 6° » vervangen door de woorden « artikel 35, 4° en 6°, en 35, 4°,5° en 6° » vervangen door de woorden « artikel 35, 4° en 6°, en
onverminderd artikel 37bis ». onverminderd artikel 37bis ».

Art. 16.In artikel 39 van dezelfde wet worden de woorden « 35, 4° en

Art. 16.In artikel 39 van dezelfde wet worden de woorden « 35, 4° en

5° », vervangen door de woorden « 35, 4°, en van artikel 37bis ». 5° », vervangen door de woorden « 35, 4°, en van artikel 37bis ».

Art. 17.In dezelfde wet wordt een artikel 40bis ingevoegd, luidend

Art. 17.In dezelfde wet wordt een artikel 40bis ingevoegd, luidend

als volgt : als volgt :
« Art. 40bis.De patroon is verplicht het bevoegd paritair leercomité « Art. 40bis.De patroon is verplicht het bevoegd paritair leercomité
onverwijld in kennis te stellen van de voortijdige beëindiging van de onverwijld in kennis te stellen van de voortijdige beëindiging van de
leerovereenkomst, ongeacht de reden ervan. ». leerovereenkomst, ongeacht de reden ervan. ».

Art. 18.In Titel III van dezelfde wet wordt een Hoofdstuk I

Art. 18.In Titel III van dezelfde wet wordt een Hoofdstuk I

ingevoegd, dat de artikelen 43 tot 52 omvat, met als opschrift « ingevoegd, dat de artikelen 43 tot 52 omvat, met als opschrift «
Algemene bepalingen ». Algemene bepalingen ».

Art. 19.Artikel 43 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24 juli

Art. 19.Artikel 43 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24 juli

1987, wordt vervangen door de volgende bepaling : 1987, wordt vervangen door de volgende bepaling :
«

Art. 43.§ 1. De patroon moet tenminste 25 jaar oud zijn. Bovendien

«

Art. 43.§ 1. De patroon moet tenminste 25 jaar oud zijn. Bovendien

moet hij, vooraleer een leerovereenkomst te kunnen sluiten, erkend moet hij, vooraleer een leerovereenkomst te kunnen sluiten, erkend
worden door het bevoegd paritair leercomité. worden door het bevoegd paritair leercomité.
De patroon moet ofwel ten minste zeven jaar praktijkervaring hebben in De patroon moet ofwel ten minste zeven jaar praktijkervaring hebben in
het beroep waarvoor hij leerlingen wil opleiden, ofwel voor dit beroep het beroep waarvoor hij leerlingen wil opleiden, ofwel voor dit beroep
een opleidingsverantwoordelijke aanduiden. Overeenkomstig artikel 22, een opleidingsverantwoordelijke aanduiden. Overeenkomstig artikel 22,
tweede lid, is hij in elk geval verplicht om voor elk bijkomend beroep tweede lid, is hij in elk geval verplicht om voor elk bijkomend beroep
een opleidingsverantwoordelijke aan te duiden. een opleidingsverantwoordelijke aan te duiden.
§ 2. De opleidingsverantwoordelijke moet ten minste 25 jaar oud zijn § 2. De opleidingsverantwoordelijke moet ten minste 25 jaar oud zijn
en erkend worden door het bevoegd paritair leercomité. en erkend worden door het bevoegd paritair leercomité.
De opleidingsverantwoordelijke moet ten minste zeven jaar De opleidingsverantwoordelijke moet ten minste zeven jaar
praktijkervaring hebben in het beroep waarvoor hij door de patroon praktijkervaring hebben in het beroep waarvoor hij door de patroon
wordt aangeduid. Is dit niet het geval, dan is de patroon verplicht om wordt aangeduid. Is dit niet het geval, dan is de patroon verplicht om
voor dit beroep een of meer instructeurs aan te duiden, die ten minste voor dit beroep een of meer instructeurs aan te duiden, die ten minste
25 jaar oud zijn en tenminste zeven jaar praktijkervaring hebben in 25 jaar oud zijn en tenminste zeven jaar praktijkervaring hebben in
dit beroep. dit beroep.
§ 3. In het in artikel 47 bedoeld leerreglement kan afgeweken worden § 3. In het in artikel 47 bedoeld leerreglement kan afgeweken worden
van de in §§ 1 en 2 vastgestelde voorwaarden inzake leeftijd en van de in §§ 1 en 2 vastgestelde voorwaarden inzake leeftijd en
praktijkervaring. praktijkervaring.
§ 4. De Koning bepaalt, na advies van de Nationale Arbeidsraad, de § 4. De Koning bepaalt, na advies van de Nationale Arbeidsraad, de
nadere voorwaarden en de modaliteiten op het vlak van de erkenning en nadere voorwaarden en de modaliteiten op het vlak van de erkenning en
de intrekking van die erkenning. In het in artikel 47 bedoeld de intrekking van die erkenning. In het in artikel 47 bedoeld
leerreglement kunnen bijzondere bijkomende voorwaarden en modaliteiten leerreglement kunnen bijzondere bijkomende voorwaarden en modaliteiten
bepaald worden. ». bepaald worden. ».

Art. 20.Artikel 44, eerste lid, van dezelfde wet, wordt vervangen

Art. 20.Artikel 44, eerste lid, van dezelfde wet, wordt vervangen

door het volgende lid : door het volgende lid :
« De patroon moet binnen de drie werkdagen volgend op het begin van de « De patroon moet binnen de drie werkdagen volgend op het begin van de
uitvoering van de leerovereenkomst, een afschrift van de uitvoering van de leerovereenkomst, een afschrift van de
leerovereenkomst bezorgen aan het overeenkomstig artikel 49, § 3, leerovereenkomst bezorgen aan het overeenkomstig artikel 49, § 3,
tweede lid, georganiseerd secretariaat, alsook aan het orgaan dat tweede lid, georganiseerd secretariaat, alsook aan het orgaan dat
belast is met het toezicht op de leertijd overeenkomstig artikel 48. belast is met het toezicht op de leertijd overeenkomstig artikel 48.
». ».

Art. 21.In artikel 45 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van

Art. 21.In artikel 45 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van

24 juli 1987 en 20 juli 1992, worden het tweede, derde en vijfde lid 24 juli 1987 en 20 juli 1992, worden het tweede, derde en vijfde lid
opgeheven. opgeheven.

Art. 22.Artikel 47 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 24

Art. 22.Artikel 47 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 24

juli 1987 en 20 juli 1992, wordt vervangen door de volgende bepaling : juli 1987 en 20 juli 1992, wordt vervangen door de volgende bepaling :
«

Art. 47.§ 1. Onverminderd de bepalingen van deze wet, worden de

«

Art. 47.§ 1. Onverminderd de bepalingen van deze wet, worden de

voorwaarden en modaliteiten waaronder het leerlingwezen op sectoraal voorwaarden en modaliteiten waaronder het leerlingwezen op sectoraal
niveau in praktijk gebracht wordt, bepaald in het leerreglement. niveau in praktijk gebracht wordt, bepaald in het leerreglement.
Het leerreglement bepaalt inzonderheid : Het leerreglement bepaalt inzonderheid :
1° a) de beroepen waarvoor een leerovereenkomst kan worden gesloten; 1° a) de beroepen waarvoor een leerovereenkomst kan worden gesloten;
b) eventueel, per beroep, de verschillende kwalificatieniveaus; b) eventueel, per beroep, de verschillende kwalificatieniveaus;
c) de duur van de leertijd, per beroep en, in voorkomend geval, per c) de duur van de leertijd, per beroep en, in voorkomend geval, per
kwalificatieniveau; kwalificatieniveau;
d) de duur van de opeenvolgende leerovereenkomsten, wanneer artikel d) de duur van de opeenvolgende leerovereenkomsten, wanneer artikel
13, tweede lid, wordt toegepast; 13, tweede lid, wordt toegepast;
2° het model van leerovereenkomst; 2° het model van leerovereenkomst;
3° het maximum aantal leerlingen dat door een patroon mag worden 3° het maximum aantal leerlingen dat door een patroon mag worden
aangenomen; aangenomen;
4° een of meer alterneringsschema's volgens dewelke de verdeling 4° een of meer alterneringsschema's volgens dewelke de verdeling
tussen de praktische opleiding in de onderneming enerzijds, en de tussen de praktische opleiding in de onderneming enerzijds, en de
aanvullende theoretische opleiding en de algemene vorming anderzijds aanvullende theoretische opleiding en de algemene vorming anderzijds
dient te geschieden; dient te geschieden;
5° de eventuele periodieke proeven met betrekking tot de praktische 5° de eventuele periodieke proeven met betrekking tot de praktische
opleiding; opleiding;
6° de inrichtingen die het meest aangewezen zijn voor het verstrekken 6° de inrichtingen die het meest aangewezen zijn voor het verstrekken
van de aanvullende theoretische opleiding, rekening houdend met de van de aanvullende theoretische opleiding, rekening houdend met de
geldende wetgeving terzake. geldende wetgeving terzake.
In het leerreglement kan vastgelegd worden volgens welke procedure elk In het leerreglement kan vastgelegd worden volgens welke procedure elk
geschil dat voortvloeit uit de uitvoering van de leerovereenkomst, aan geschil dat voortvloeit uit de uitvoering van de leerovereenkomst, aan
het bevoegd paritair comité kan worden voorgelegd met het oog op het het bevoegd paritair comité kan worden voorgelegd met het oog op het
treffen van een minnelijke schikking. treffen van een minnelijke schikking.
§ 2. Het leerreglement wordt vastgesteld door de Koning, op voorstel § 2. Het leerreglement wordt vastgesteld door de Koning, op voorstel
van het bevoegd paritair leercomité. ». van het bevoegd paritair leercomité. ».

Art. 23.In artikel 48 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24

Art. 23.In artikel 48 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24

juli 1987, worden de volgende wijzigingen aangebracht : juli 1987, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in het tweede lid worden de woorden « de secretaris » vervangen a) in het tweede lid worden de woorden « de secretaris » vervangen
door de woorden « het secretariaat »,; door de woorden « het secretariaat »,;
b) in het vierde lid worden de woorden « tweede lid » vervangen door b) in het vierde lid worden de woorden « tweede lid » vervangen door
de woorden « derde lid ». de woorden « derde lid ».

Art. 24.Artikel 49 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 24

Art. 24.Artikel 49 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 24

juli 1987 en 20 juli 1992, wordt vervangen door de volgende bepaling : juli 1987 en 20 juli 1992, wordt vervangen door de volgende bepaling :
«

Art. 49.§ 1. De paritaire comités en de paritaire subcomités,

«

Art. 49.§ 1. De paritaire comités en de paritaire subcomités,

bedoeld in artikel 37 van de wet van 5 december 1968 betreffende de bedoeld in artikel 37 van de wet van 5 december 1968 betreffende de
collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, kunnen in collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, kunnen in
hun schoot paritaire leercomités oprichten, die bestaan uit een gelijk hun schoot paritaire leercomités oprichten, die bestaan uit een gelijk
aantal vertegenwoordigers van de werkgevers en de werknemers. aantal vertegenwoordigers van de werkgevers en de werknemers.
Van de paritaire leercomités kunnen eveneens een aantal Van de paritaire leercomités kunnen eveneens een aantal
vertegenwoordigers van de Gemeenschapsregeringen deel uitmaken. Zij vertegenwoordigers van de Gemeenschapsregeringen deel uitmaken. Zij
hebben enkel een raadgevende stem. hebben enkel een raadgevende stem.
§ 2. De paritaire leercomités kunnen, wanneer zij dit nuttig achten, § 2. De paritaire leercomités kunnen, wanneer zij dit nuttig achten,
paritaire sub-leercomités oprichten, die bestaan uit een gelijk aantal paritaire sub-leercomités oprichten, die bestaan uit een gelijk aantal
vertegenwoordigers van de werkgevers en de werknemers. vertegenwoordigers van de werkgevers en de werknemers.
Van de paritaire sub-leercomités kunnen eveneens een aantal Van de paritaire sub-leercomités kunnen eveneens een aantal
vertegenwoordigers van de Gemeenschapsregeringen deel uitmaken. Zij vertegenwoordigers van de Gemeenschapsregeringen deel uitmaken. Zij
hebben enkel een raadgevende stem. hebben enkel een raadgevende stem.
Het ambtsgebied en de bevoegdheden van een paritair sub-leercomité Het ambtsgebied en de bevoegdheden van een paritair sub-leercomité
worden vastgesteld door de Koning, op voorstel van het paritair worden vastgesteld door de Koning, op voorstel van het paritair
leercomité dat dit sub-leercomité opricht. leercomité dat dit sub-leercomité opricht.
Aan een paritair sub-leercomité mogen, met het oog op de organisatie Aan een paritair sub-leercomité mogen, met het oog op de organisatie
van het leerlingwezen in zijn ambtsgebied, alle bevoegdheden die bij van het leerlingwezen in zijn ambtsgebied, alle bevoegdheden die bij
en krachtens deze wet aan de paritaire leercomités zijn toebedeeld, en krachtens deze wet aan de paritaire leercomités zijn toebedeeld,
overgedragen worden, met uitzondering van de bevoegdheden bedoeld in overgedragen worden, met uitzondering van de bevoegdheden bedoeld in
deze paragraaf, artikel 47 en artikel 50. deze paragraaf, artikel 47 en artikel 50.
§ 3. Na advies van de Nationale Arbeidsraad stelt de Koning de nadere § 3. Na advies van de Nationale Arbeidsraad stelt de Koning de nadere
regelen vast met betrekking tot de samenstelling en de werkwijze van regelen vast met betrekking tot de samenstelling en de werkwijze van
de paritaire leercomités, het in artikel 53 bedoeld paritair de paritaire leercomités, het in artikel 53 bedoeld paritair
leercomité van de Nationale Arbeidsraad en de paritaire leercomité van de Nationale Arbeidsraad en de paritaire
sub-leercomités. sub-leercomités.
Hij bepaalt eveneens de nadere regelen betreffende de organisatie en Hij bepaalt eveneens de nadere regelen betreffende de organisatie en
werkwijze van het secretariaat van de paritaire leercomités, het in werkwijze van het secretariaat van de paritaire leercomités, het in
artikel 53 bedoeld paritair leercomité van de Nationale Arbeidsraad en artikel 53 bedoeld paritair leercomité van de Nationale Arbeidsraad en
de paritaire sub- leercomités, alsook betreffende de door dit de paritaire sub- leercomités, alsook betreffende de door dit
secretariaat uit te voeren administratieve controle van de bij deze secretariaat uit te voeren administratieve controle van de bij deze
wet bedoelde leerovereenkomsten in het kader van de uitvoering van wet bedoelde leerovereenkomsten in het kader van de uitvoering van
artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 495 van 31 december 1986 tot artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 495 van 31 december 1986 tot
invoering van een stelsel van alternerende tewerkstelling en opleiding invoering van een stelsel van alternerende tewerkstelling en opleiding
voor de jongeren tussen 18 en 25 jaar en tot tijdelijke vermindering voor de jongeren tussen 18 en 25 jaar en tot tijdelijke vermindering
van de sociale zekerheidsbijdragen van de werkgever verschuldigd in van de sociale zekerheidsbijdragen van de werkgever verschuldigd in
hoofde van deze jongeren. ». hoofde van deze jongeren. ».

Art. 25.Artikel 49bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 24

Art. 25.Artikel 49bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 24

juli 1987 en gewijzigd bij de wet van 20 juli 1992, wordt opgeheven. juli 1987 en gewijzigd bij de wet van 20 juli 1992, wordt opgeheven.

Art. 26.In artikel 50 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van

Art. 26.In artikel 50 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van

24 juli 1987 en 20 juli 1992, worden het derde en het vierde lid 24 juli 1987 en 20 juli 1992, worden het derde en het vierde lid
opgeheven. opgeheven.

Art. 27.In artikel 52 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van

Art. 27.In artikel 52 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van

24 juli 1987 en 20 juli 1992, worden het vierde, vijfde, zesde en 24 juli 1987 en 20 juli 1992, worden het vierde, vijfde, zesde en
achtste lid opgeheven. achtste lid opgeheven.

Art. 28.In Titel III van dezelfde wet wordt een Hoofdstuk II

Art. 28.In Titel III van dezelfde wet wordt een Hoofdstuk II

ingevoegd, dat de nieuwe artikelen 53 tot 58 omvat, met als opschrift ingevoegd, dat de nieuwe artikelen 53 tot 58 omvat, met als opschrift
« Suppletoire organisatie van het leerlingwezen ». « Suppletoire organisatie van het leerlingwezen ».

Art. 29.In dezelfde wet wordt in de plaats van artikel 53 dat artikel

Art. 29.In dezelfde wet wordt in de plaats van artikel 53 dat artikel

58 wordt, een nieuw artikel 53 ingevoegd, luidend als volgt : 58 wordt, een nieuw artikel 53 ingevoegd, luidend als volgt :
«

Art. 53.De Nationale Arbeidsraad richt in zijn schoot een paritair

«

Art. 53.De Nationale Arbeidsraad richt in zijn schoot een paritair

leercomité op dat bestaat uit een gelijk aantal vertegenwoordigers van leercomité op dat bestaat uit een gelijk aantal vertegenwoordigers van
de werkgevers en de werknemers. de werkgevers en de werknemers.
Van dit paritair leercomité kunnen eveneens een aantal Van dit paritair leercomité kunnen eveneens een aantal
vertegenwoordigers van de Gemeenschapsregeringen deel uitmaken. Zij vertegenwoordigers van de Gemeenschapsregeringen deel uitmaken. Zij
hebben enkel een raadgevende stem. ». hebben enkel een raadgevende stem. ».

Art. 30.Artikel 54 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24 juli

Art. 30.Artikel 54 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24 juli

1987, wordt artikel 59. De § 1 van dit artikel wordt opgeheven. 1987, wordt artikel 59. De § 1 van dit artikel wordt opgeheven.

Art. 31.In dezelfde wet wordt in de plaats van artikel 54 dat

Art. 31.In dezelfde wet wordt in de plaats van artikel 54 dat

overeenkomstig artikel 30 van deze wet artikel 59 wordt, een nieuw overeenkomstig artikel 30 van deze wet artikel 59 wordt, een nieuw
artikel 54 ingevoegd, luidend als volgt : artikel 54 ingevoegd, luidend als volgt :
«

Art. 54.De Koning belast het paritair leercomité van de Nationale

«

Art. 54.De Koning belast het paritair leercomité van de Nationale

Arbeidsraad ermee het leerlingwezen te organiseren in de ambtsgebieden Arbeidsraad ermee het leerlingwezen te organiseren in de ambtsgebieden
van de paritaire comités die, hetzij : van de paritaire comités die, hetzij :
1° geen paritair leercomité hebben opgericht overeenkomstig artikel 1° geen paritair leercomité hebben opgericht overeenkomstig artikel
49, § 1, op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit artikel; 49, § 1, op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit artikel;
2° voor de inwerkingtreding van dit artikel een paritair leercomité 2° voor de inwerkingtreding van dit artikel een paritair leercomité
hebben opgericht dat evenwel geen voorstel heeft gedaan aan de Koning hebben opgericht dat evenwel geen voorstel heeft gedaan aan de Koning
overeenkomstig artikel 47, § 2, noch enig model van overeenkomstig artikel 47, § 2, noch enig model van
opleidingsprogramma, zoals bedoeld bij artikel 50, eerste lid, heeft opleidingsprogramma, zoals bedoeld bij artikel 50, eerste lid, heeft
opgesteld op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit artikel; opgesteld op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit artikel;
3° daartoe uit eigen beweging het verzoek doen. 3° daartoe uit eigen beweging het verzoek doen.
De Koning kan, op eensluidend advies van de Nationale Arbeidsraad, de De Koning kan, op eensluidend advies van de Nationale Arbeidsraad, de
opdracht van het paritair leercomité van de Nationale Arbeidsraad opdracht van het paritair leercomité van de Nationale Arbeidsraad
verruimen. ». verruimen. ».

Art. 32.In dezelfde wet wordt in de plaats van artikel 55 dat artikel

Art. 32.In dezelfde wet wordt in de plaats van artikel 55 dat artikel

60 wordt, een nieuw artikel 55 ingevoegd, luidend als volgt : 60 wordt, een nieuw artikel 55 ingevoegd, luidend als volgt :
«

Art. 55.Voor het uitvoeren van zijn opdracht beschikt het paritair

«

Art. 55.Voor het uitvoeren van zijn opdracht beschikt het paritair

leercomité van de Nationale Arbeidsraad ten aanzien van zijn leercomité van de Nationale Arbeidsraad ten aanzien van zijn
ambtsgebied over dezelfde bevoegdheden als bij of krachtens deze wet ambtsgebied over dezelfde bevoegdheden als bij of krachtens deze wet
aan de in artikel 49, § 1, bedoelde paritaire leercomités zijn aan de in artikel 49, § 1, bedoelde paritaire leercomités zijn
toebedeeld. ». toebedeeld. ».

Art. 33.In dezelfde wet wordt in de plaats van artikel 56 dat artikel

Art. 33.In dezelfde wet wordt in de plaats van artikel 56 dat artikel

61 wordt, een nieuw artikel 56 ingevoegd, luidend als volgt : 61 wordt, een nieuw artikel 56 ingevoegd, luidend als volgt :
«

Art. 56.§ 1. Elk paritair comité in het ambtsgebied waarvan het

«

Art. 56.§ 1. Elk paritair comité in het ambtsgebied waarvan het

leerlingwezen door het paritair leercomité van de Nationale leerlingwezen door het paritair leercomité van de Nationale
Arbeidsraad georganiseerd wordt in toepassing van artikel 54, eerste Arbeidsraad georganiseerd wordt in toepassing van artikel 54, eerste
lid, 1° of 3°, behoudt het recht om overeenkomstig artikel 49, § 1, lid, 1° of 3°, behoudt het recht om overeenkomstig artikel 49, § 1,
een paritair leercomité op te richten. een paritair leercomité op te richten.
Elk paritair leercomité, bedoeld in artikel 54, eerste lid, 2°, Elk paritair leercomité, bedoeld in artikel 54, eerste lid, 2°,
behoudt het recht zijn werkzaamheden te hervatten. behoudt het recht zijn werkzaamheden te hervatten.
§ 2. De paritaire leercomités, bedoeld in § 1, kunnen ertoe besluiten § 2. De paritaire leercomités, bedoeld in § 1, kunnen ertoe besluiten
een deel van de taken of bevoegdheden die hen bij of krachtens deze een deel van de taken of bevoegdheden die hen bij of krachtens deze
wet zijn opgedragen of toebedeeld, verder te laten uitvoeren of wet zijn opgedragen of toebedeeld, verder te laten uitvoeren of
uitoefenen door het paritair leercomité van de Nationale Arbeidsraad. uitoefenen door het paritair leercomité van de Nationale Arbeidsraad.
Op voorstel van het betrokken paritair leercomité stelt de Koning vast Op voorstel van het betrokken paritair leercomité stelt de Koning vast
welke taken of bevoegdheden het paritair leercomité van de Nationale welke taken of bevoegdheden het paritair leercomité van de Nationale
Arbeidsraad verder zal uitvoeren of uitoefenen overeenkomstig het Arbeidsraad verder zal uitvoeren of uitoefenen overeenkomstig het
eerste lid. ». eerste lid. ».

Art. 34.Artikel 56bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 24

Art. 34.Artikel 56bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 24

juli 1987, wordt artikel 62. In dit artikel worden de volgende juli 1987, wordt artikel 62. In dit artikel worden de volgende
wijzigingen aangebracht : wijzigingen aangebracht :
a) in het eerste lid worden tussen de woorden « artikel 49 » en « a) in het eerste lid worden tussen de woorden « artikel 49 » en «
belasten » de woorden « en 53 » ingevoegd; belasten » de woorden « en 53 » ingevoegd;
b) het tweede lid wordt opgeheven. b) het tweede lid wordt opgeheven.

Art. 35.Artikel 57 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24 juli

Art. 35.Artikel 57 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24 juli

1987, wordt artikel 63. In dit artikel worden de volgende wijzigingen 1987, wordt artikel 63. In dit artikel worden de volgende wijzigingen
aangebracht : aangebracht :
a) het eerste lid wordt vervangen door de volgende bepaling : a) het eerste lid wordt vervangen door de volgende bepaling :
« Onverminderd de bepalingen van deze wet zijn de bepalingen van de « Onverminderd de bepalingen van deze wet zijn de bepalingen van de
arbeidswetgeving van toepassing op de leerlingen. »; arbeidswetgeving van toepassing op de leerlingen. »;
b) het tweede lid wordt opgeheven. b) het tweede lid wordt opgeheven.

Art. 36.In dezelfde wet wordt in de plaats van artikel 57, dat

Art. 36.In dezelfde wet wordt in de plaats van artikel 57, dat

overeenkomstig artikel 35 van deze wet artikel 63 wordt, een nieuw overeenkomstig artikel 35 van deze wet artikel 63 wordt, een nieuw
artikel 57 ingevoegd, luidend als volgt : artikel 57 ingevoegd, luidend als volgt :
«

Art. 57.Elk paritair leercomité kan er te allen tijde toe besluiten

«

Art. 57.Elk paritair leercomité kan er te allen tijde toe besluiten

alle of een deel van de hem bij of krachtens deze wet opgedragen of alle of een deel van de hem bij of krachtens deze wet opgedragen of
toebedeelde taken of bevoegdheden over te dragen aan het paritair toebedeelde taken of bevoegdheden over te dragen aan het paritair
leercomité van de Nationale Arbeidsraad. leercomité van de Nationale Arbeidsraad.
Op voorstel van het betrokken paritair leercomité stelt de Koning vast Op voorstel van het betrokken paritair leercomité stelt de Koning vast
welke taken of bevoegdheden aan het paritair leercomité van de welke taken of bevoegdheden aan het paritair leercomité van de
Nationale Arbeidsraad worden overgedragen. ». Nationale Arbeidsraad worden overgedragen. ».

Art. 37.In Titel III van dezelfde wet wordt een Hoofdstuk III

Art. 37.In Titel III van dezelfde wet wordt een Hoofdstuk III

ingevoegd, dat de nieuwe artikelen 58 tot 60 omvat, met als opschrift ingevoegd, dat de nieuwe artikelen 58 tot 60 omvat, met als opschrift
« Bepalingen met betrekking tot de financiering van het leerlingwezen « Bepalingen met betrekking tot de financiering van het leerlingwezen
». ».

Art. 38.De artikelen 59 en 60 van dezelfde wet worden respectievelijk

Art. 38.De artikelen 59 en 60 van dezelfde wet worden respectievelijk

de artikelen 64 en 65. de artikelen 64 en 65.

Art. 39.De nieuwe artikelen 61 tot 65 worden ondergebracht in Titel

Art. 39.De nieuwe artikelen 61 tot 65 worden ondergebracht in Titel

IV van dezelfde wet. IV van dezelfde wet.

Art. 40.Artikel 5, § 3, van het koninklijk besluit nr. 495 van 31

Art. 40.Artikel 5, § 3, van het koninklijk besluit nr. 495 van 31

december 1986 tot invoering van een stelsel van alternerende december 1986 tot invoering van een stelsel van alternerende
tewerkstelling en opleiding voor de jongeren tussen 18 en 25 jaar en tewerkstelling en opleiding voor de jongeren tussen 18 en 25 jaar en
tot tijdelijke vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen van de tot tijdelijke vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen van de
werkgever verschuldigd in hoofde van deze jongeren, toegevoegd bij de werkgever verschuldigd in hoofde van deze jongeren, toegevoegd bij de
wet van 7 november 1987 en gewijzigd bij de programmawet van 30 wet van 7 november 1987 en gewijzigd bij de programmawet van 30
december 1988, wordt opgeheven. december 1988, wordt opgeheven.

Art. 41.Deze wet treedt in werking op 1 januari 1998, met

Art. 41.Deze wet treedt in werking op 1 januari 1998, met

uitzondering van artikel 40, dat in werking treedt op 1 juli 1999. uitzondering van artikel 40, dat in werking treedt op 1 juli 1999.
De bepalingen van de wet van 19 juli 1983 op het leerlingwezen voor De bepalingen van de wet van 19 juli 1983 op het leerlingwezen voor
beroepen uitgeoefend door werknemers in loondienst, gewijzigd bij de beroepen uitgeoefend door werknemers in loondienst, gewijzigd bij de
wetten van 24 juli 1987 en 20 juli 1992, en van haar wetten van 24 juli 1987 en 20 juli 1992, en van haar
uitvoeringsbesluiten blijven evenwel van kracht voor de uitvoeringsbesluiten blijven evenwel van kracht voor de
leerovereenkomsten die in toepassing van voornoemde wet werden leerovereenkomsten die in toepassing van voornoemde wet werden
gesloten voor de inwerkingtreding van deze wet. gesloten voor de inwerkingtreding van deze wet.
Kondigen deze wet af bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden Kondigen deze wet af bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden
bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 6 mei 1998. Gegeven te Brussel, 6 mei 1998.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege :De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Van Koningswege :De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET Mevr. M. SMET
Met 's Lands zegel gezegeld : Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie, De Minister van Justitie,
T. VAN PARYS T. VAN PARYS
(1) Parlementaire verwijzigingen. (1) Parlementaire verwijzigingen.
Kamer van volksvertegenwoordigers. Kamer van volksvertegenwoordigers.
Gewone zittingen 1996-1997 en 1997-1998 : Gewone zittingen 1996-1997 en 1997-1998 :
Gedr. St. van de Kamer van volksvertegenwoordigers : Gedr. St. van de Kamer van volksvertegenwoordigers :
1170 - 96/97 : 1170 - 96/97 :
Nr. 1 : Wetsontwerp. Nr. 1 : Wetsontwerp.
Nr. 2 : Amendementen. Nr. 2 : Amendementen.
Nr. 3 : Verslag van Mevr. Van Haesendonck. Nr. 3 : Verslag van Mevr. Van Haesendonck.
Nrs. 4 en 5 : Amendementen. Nrs. 4 en 5 : Amendementen.
Nr. 6 : Artikelen aangenomen in plenaire vergadering. Nr. 6 : Artikelen aangenomen in plenaire vergadering.
Nr. 7 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan Nr. 7 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan
de Senaat. de Senaat.
Handelingen van de Kamer : 11, 12 en 19 februari 1998. Handelingen van de Kamer : 11, 12 en 19 februari 1998.
Senaat. Senaat.
Zitting 1997-1998 : Zitting 1997-1998 :
Gedr. St. van de Senaat : Gedr. St. van de Senaat :
1 - 897 - 1997-1998 : 1 - 897 - 1997-1998 :
Nr. 1 : Ontwerp overgezonden door de Kamer van Nr. 1 : Ontwerp overgezonden door de Kamer van
volksvertegenwoordigers. volksvertegenwoordigers.
Nr. 2 : Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat. Nr. 2 : Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat.
^