Decreet betreffende het economisch ondersteuningsbeleid | Decreet betreffende het economisch ondersteuningsbeleid |
---|---|
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP |
31 JANUARI 2003. - Decreet betreffende het economisch | 31 JANUARI 2003. - Decreet betreffende het economisch |
ondersteuningsbeleid (1) | ondersteuningsbeleid (1) |
Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, regering, bekrachtigen | Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, regering, bekrachtigen |
hetgeen volgt : | hetgeen volgt : |
Decreet betreffende het economisch ondersteuningsbeleid | Decreet betreffende het economisch ondersteuningsbeleid |
Artikel 1.Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid. |
Artikel 1.Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid. |
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen | HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen |
Afdeling I. - Doelstelling | Afdeling I. - Doelstelling |
Art. 2.De Vlaamse regering kan met betrekking tot de in dit decreet |
Art. 2.De Vlaamse regering kan met betrekking tot de in dit decreet |
vermelde categorieën van steun en met inachtneming van de in dit | vermelde categorieën van steun en met inachtneming van de in dit |
decreet bepaalde regels, steun verlenen aan projecten die passen in | decreet bepaalde regels, steun verlenen aan projecten die passen in |
het ruimtelijk economisch beleid en het ondernemingsbeleid met | het ruimtelijk economisch beleid en het ondernemingsbeleid met |
aandacht voor ecologie, sociale en economische aspecten, kwantitatieve | aandacht voor ecologie, sociale en economische aspecten, kwantitatieve |
en kwalitatieve aspecten van werkgelegenheid, duurzaamheid, innovatie | en kwalitatieve aspecten van werkgelegenheid, duurzaamheid, innovatie |
en kennisbevordering, binnen de voorziene begrotingskredieten. | en kennisbevordering, binnen de voorziene begrotingskredieten. |
Afdeling II. - Definities | Afdeling II. - Definities |
Art. 3.Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder : |
Art. 3.Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder : |
1° onderneming : de natuurlijke personen die koopman zijn of een | 1° onderneming : de natuurlijke personen die koopman zijn of een |
zelfstandig beroep uitoefenen, de vennootschappen die de rechtsvorm | zelfstandig beroep uitoefenen, de vennootschappen die de rechtsvorm |
van een handelsvennootschap hebben aangenomen, de Europese economische | van een handelsvennootschap hebben aangenomen, de Europese economische |
samenwerkingsverbanden en de economische samenwerkingsverbanden, die | samenwerkingsverbanden en de economische samenwerkingsverbanden, die |
beschikken over een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest of zich | beschikken over een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest of zich |
ertoe verbinden in het Vlaamse Gewest een exploitatiezetel te | ertoe verbinden in het Vlaamse Gewest een exploitatiezetel te |
vestigen; | vestigen; |
2° kleine ondernemingen : ondernemingen die aan de volgende | 2° kleine ondernemingen : ondernemingen die aan de volgende |
voorwaarden cumulatief voldoen : | voorwaarden cumulatief voldoen : |
a) minder dan 50 werknemers tewerkstellen; | a) minder dan 50 werknemers tewerkstellen; |
b) een jaaromzet hebben van maximaal 7 miljoen euro, of een jaarlijks | b) een jaaromzet hebben van maximaal 7 miljoen euro, of een jaarlijks |
balanstotaal van maximaal 5 miljoen euro | balanstotaal van maximaal 5 miljoen euro |
c) beantwoorden aan het zelfstandigheidscriterium; | c) beantwoorden aan het zelfstandigheidscriterium; |
3° middelgrote ondernemingen : ondernemingen die aan de volgende | 3° middelgrote ondernemingen : ondernemingen die aan de volgende |
voorwaarden cumulatief voldoen : | voorwaarden cumulatief voldoen : |
a) minder dan 250 werknemers tewerkstellen; | a) minder dan 250 werknemers tewerkstellen; |
b) een jaaromzet hebben van maximaal 40 miljoen euro, of een jaarlijks | b) een jaaromzet hebben van maximaal 40 miljoen euro, of een jaarlijks |
balanstotaal van maximaal 27 miljoen euro; | balanstotaal van maximaal 27 miljoen euro; |
c) beantwoorden aan het zelfstandigheidscriterium; | c) beantwoorden aan het zelfstandigheidscriterium; |
d) geen kleine onderneming zijn; | d) geen kleine onderneming zijn; |
4° grote ondernemingen : ondernemingen die niet ressorteren onder de | 4° grote ondernemingen : ondernemingen die niet ressorteren onder de |
categorie kleine of middelgrote onderneming; | categorie kleine of middelgrote onderneming; |
5° steun : elke maatregel waarbij een economisch voordeel wordt | 5° steun : elke maatregel waarbij een economisch voordeel wordt |
verleend die met overheidsmiddelen wordt bekostigd; | verleend die met overheidsmiddelen wordt bekostigd; |
6° steunintensiteit : het steunbedrag, uitgedrukt als een percentage | 6° steunintensiteit : het steunbedrag, uitgedrukt als een percentage |
van de in aanmerking komende kosten of investeringen van het project, | van de in aanmerking komende kosten of investeringen van het project, |
voor aftrek van de directe belastingen; | voor aftrek van de directe belastingen; |
7° regionale steungebieden : gebieden die op sociaal-economisch gebied | 7° regionale steungebieden : gebieden die op sociaal-economisch gebied |
achtergebleven zijn en beantwoorden aan de voorwaarden, vermeld in de | achtergebleven zijn en beantwoorden aan de voorwaarden, vermeld in de |
Europese richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen. | Europese richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen. |
Deze gebieden zijn voor Vlaanderen vastgelegd in de regionale | Deze gebieden zijn voor Vlaanderen vastgelegd in de regionale |
steunkaart van het Vlaamse Gewest zoals goedgekeurd door de Vlaamse | steunkaart van het Vlaamse Gewest zoals goedgekeurd door de Vlaamse |
regering op 7 juli 2000 en de Europese Commissie op 20 september 2000 | regering op 7 juli 2000 en de Europese Commissie op 20 september 2000 |
- aangevuld door het corrigendum van 18 oktober 2000 - voor de periode | - aangevuld door het corrigendum van 18 oktober 2000 - voor de periode |
van 1 januari 2000 tot 31 december 2006. | van 1 januari 2000 tot 31 december 2006. |
Indien deze steunkaart wordt herzien door de Vlaamse regering, wordt | Indien deze steunkaart wordt herzien door de Vlaamse regering, wordt |
de nieuwe steunkaart in aanmerking genomen; | de nieuwe steunkaart in aanmerking genomen; |
8° K.M.O.-verordening : verordening nr. 70/2001 van de Europese | 8° K.M.O.-verordening : verordening nr. 70/2001 van de Europese |
Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de | Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de |
artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en | artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en |
middelgrote ondernemingen en de latere wijzigingen; | middelgrote ondernemingen en de latere wijzigingen; |
9° opleidingsverordening : verordening nr. 68/2001 van de Europese | 9° opleidingsverordening : verordening nr. 68/2001 van de Europese |
Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de | Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de |
artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op opleidingssteun en de latere | artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op opleidingssteun en de latere |
wijzigingen; | wijzigingen; |
10° de minimisverordening : verordening nr. 69/2001 van de Europese | 10° de minimisverordening : verordening nr. 69/2001 van de Europese |
Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de | Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de |
artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op de minimis-steun en de latere | artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op de minimis-steun en de latere |
wijzigingen. | wijzigingen. |
Afdeling III. - Algemene voorwaarden | Afdeling III. - Algemene voorwaarden |
Art. 4.De cumulering van de steun ongeacht de bron (Europees, |
Art. 4.De cumulering van de steun ongeacht de bron (Europees, |
federaal, Vlaams, provinciaal of gemeentelijk niveau) en in welke vorm | federaal, Vlaams, provinciaal of gemeentelijk niveau) en in welke vorm |
ook verleend, met betrekking tot dezelfde investeringen of kosten mag | ook verleend, met betrekking tot dezelfde investeringen of kosten mag |
niet tot gevolg hebben dat de geldende maximumsteunplafonds, zoals | niet tot gevolg hebben dat de geldende maximumsteunplafonds, zoals |
vastgesteld in dit decreet, worden overschreden. | vastgesteld in dit decreet, worden overschreden. |
De Vlaamse regering kan een verbod van cumulatie van steun voor | De Vlaamse regering kan een verbod van cumulatie van steun voor |
dezelfde investeringen of kosten opleggen. | dezelfde investeringen of kosten opleggen. |
Art. 5.De steunaanvraag moet voor de aanvang van de uitvoering van |
Art. 5.De steunaanvraag moet voor de aanvang van de uitvoering van |
het project ingediend worden. | het project ingediend worden. |
Afdeling IV. - Voorwaarden met betrekking tot hoofdstukken II en III | Afdeling IV. - Voorwaarden met betrekking tot hoofdstukken II en III |
Art. 6.Het project moet betrekking hebben op de oprichting van een |
Art. 6.Het project moet betrekking hebben op de oprichting van een |
nieuwe onderneming, de uitbreiding van een bestaande onderneming, het | nieuwe onderneming, de uitbreiding van een bestaande onderneming, het |
verrichten van een werkzaamheid die een fundamentele wijziging | verrichten van een werkzaamheid die een fundamentele wijziging |
meebrengt in het product of het productieproces van een bestaande | meebrengt in het product of het productieproces van een bestaande |
onderneming (met name door middel van rationalisatie, diversificatie | onderneming (met name door middel van rationalisatie, diversificatie |
of modernisering). De Vlaamse regering kan de overneming van een | of modernisering). De Vlaamse regering kan de overneming van een |
onderneming die gesloten is of die zou hebben moeten sluiten indien | onderneming die gesloten is of die zou hebben moeten sluiten indien |
een dergelijke overname achterwege was gebleven, in aanmerking nemen. | een dergelijke overname achterwege was gebleven, in aanmerking nemen. |
Art. 7.De investeringen moeten gedurende 5 jaar door de onderneming |
Art. 7.De investeringen moeten gedurende 5 jaar door de onderneming |
worden geëxploiteerd en behouden blijven met betrekking tot de | worden geëxploiteerd en behouden blijven met betrekking tot de |
toepassing van artikelen 10, § 2, en 14, § 2 en § 3. De gecreëerde | toepassing van artikelen 10, § 2, en 14, § 2 en § 3. De gecreëerde |
arbeidsplaatsen moeten gedurende 5 jaar in de onderneming behouden | arbeidsplaatsen moeten gedurende 5 jaar in de onderneming behouden |
blijven met betrekking tot de toepassing van artikel 10, § 3. | blijven met betrekking tot de toepassing van artikel 10, § 3. |
Art. 8.De investeringen moeten in het actief van de |
Art. 8.De investeringen moeten in het actief van de |
ondernemingsbalans worden opgenomen, als vaste activa afgeschreven | ondernemingsbalans worden opgenomen, als vaste activa afgeschreven |
worden met uitzondering van gronden en moeten tegen marktvoorwaarden | worden met uitzondering van gronden en moeten tegen marktvoorwaarden |
verworven worden van derden waarin de verwervende onderneming geen | verworven worden van derden waarin de verwervende onderneming geen |
directe of zijdelingse zeggenschap uitoefent. | directe of zijdelingse zeggenschap uitoefent. |
HOOFDSTUK II. - Investeringssteun voor ondernemingen | HOOFDSTUK II. - Investeringssteun voor ondernemingen |
Afdeling I . - Toepassingsgebied | Afdeling I . - Toepassingsgebied |
Art. 9.De Vlaamse regering kan steun verlenen aan kleine |
Art. 9.De Vlaamse regering kan steun verlenen aan kleine |
ondernemingen en middelgrote ondernemingen voor investeringen in het | ondernemingen en middelgrote ondernemingen voor investeringen in het |
Vlaamse Gewest onder de voorwaarden vermeld in de K.M.O.-verordening, | Vlaamse Gewest onder de voorwaarden vermeld in de K.M.O.-verordening, |
dit decreet en de uitvoeringsbesluiten en aan de grote ondernemingen | dit decreet en de uitvoeringsbesluiten en aan de grote ondernemingen |
enkel voor investeringen in de regionale steungebieden onder de | enkel voor investeringen in de regionale steungebieden onder de |
voorwaarden vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten. | voorwaarden vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten. |
Afdeling II . - Steunintensiteit | Afdeling II . - Steunintensiteit |
Art. 10.§ 1. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage |
Art. 10.§ 1. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage |
van de in aanmerking komende investeringen, van de loonkosten of van | van de in aanmerking komende investeringen, van de loonkosten of van |
een combinatie van beide. | een combinatie van beide. |
§ 2. De Vlaamse regering kan de volgende materiële investeringen in | § 2. De Vlaamse regering kan de volgende materiële investeringen in |
aanmerking nemen : investeringen in grond, gebouwen, machines, | aanmerking nemen : investeringen in grond, gebouwen, machines, |
installaties en uitrusting. | installaties en uitrusting. |
De Vlaamse regering kan de volgende immateriële investeringen in | De Vlaamse regering kan de volgende immateriële investeringen in |
aanmerking nemen : | aanmerking nemen : |
investeringen in de technologieoverdracht in de vorm van : | investeringen in de technologieoverdracht in de vorm van : |
1° octrooien; | 1° octrooien; |
2° exploitatielicenties of licenties inzake geoctrooieerde technische | 2° exploitatielicenties of licenties inzake geoctrooieerde technische |
knowhow; | knowhow; |
3° niet-geoctrooieerde technische knowhow. | 3° niet-geoctrooieerde technische knowhow. |
Voor grote ondernemingen mogen de immateriële investeringen niet meer | Voor grote ondernemingen mogen de immateriële investeringen niet meer |
dan 25 % van de materiële investeringen bedragen. | dan 25 % van de materiële investeringen bedragen. |
§ 3. De Vlaamse regering kan de loonkosten in aanmerking nemen die | § 3. De Vlaamse regering kan de loonkosten in aanmerking nemen die |
over een periode van 2 jaar betrekking hebben op de gecreëerde | over een periode van 2 jaar betrekking hebben op de gecreëerde |
arbeidsplaatsen onder de volgende voorwaarden | arbeidsplaatsen onder de volgende voorwaarden |
1° het creëren van arbeidsplaatsen moet verband houden met de | 1° het creëren van arbeidsplaatsen moet verband houden met de |
uitvoering van een project dat voorziet in een investering in | uitvoering van een project dat voorziet in een investering in |
materiële of immateriële activa. De arbeidsplaatsen moeten binnen 3 | materiële of immateriële activa. De arbeidsplaatsen moeten binnen 3 |
jaar na de volledige verwezenlijking van de investering worden | jaar na de volledige verwezenlijking van de investering worden |
gecreëerd; | gecreëerd; |
2° het investeringsproject moet leiden tot een nettotoename van het | 2° het investeringsproject moet leiden tot een nettotoename van het |
aantal werknemers in de betrokken vestiging in vergelijking met het | aantal werknemers in de betrokken vestiging in vergelijking met het |
gemiddelde van de voorgaande 12 maanden. | gemiddelde van de voorgaande 12 maanden. |
Art. 11.§ 1. De Vlaamse regering kan respectievelijk tot maximaal 15 |
Art. 11.§ 1. De Vlaamse regering kan respectievelijk tot maximaal 15 |
% en maximaal 7,5 % investeringssteun verlenen aan kleine en | % en maximaal 7,5 % investeringssteun verlenen aan kleine en |
middelgrote ondernemingen. | middelgrote ondernemingen. |
§ 2. De maximumsteunpercentages in de regionale steungebieden zijn | § 2. De maximumsteunpercentages in de regionale steungebieden zijn |
voor Vlaanderen vastgelegd in de regionale steunkaart van het Vlaamse | voor Vlaanderen vastgelegd in de regionale steunkaart van het Vlaamse |
Gewest zoals goedgekeurd door de Vlaamse regering op 7 juli 2000 en | Gewest zoals goedgekeurd door de Vlaamse regering op 7 juli 2000 en |
door de Europese Commissie op 20 september 2000 - aangevuld door het | door de Europese Commissie op 20 september 2000 - aangevuld door het |
corrigendum van 18 oktober 2000 - voor de periode van 1 januari 2000 | corrigendum van 18 oktober 2000 - voor de periode van 1 januari 2000 |
tot 31 december 2006. | tot 31 december 2006. |
Overeenkomstig deze steunkaart kan de Vlaamse regering tot maximaal 14 | Overeenkomstig deze steunkaart kan de Vlaamse regering tot maximaal 14 |
% (zone A) en maximaal 21 % (zone B), naargelang de | % (zone A) en maximaal 21 % (zone B), naargelang de |
sociaal-economische toestand van het gebied, investeringssteun | sociaal-economische toestand van het gebied, investeringssteun |
verlenen aan grote ondernemingen voor investeringen in de regionale | verlenen aan grote ondernemingen voor investeringen in de regionale |
steungebieden. De Vlaamse regering kan deze percentages tot maximaal | steungebieden. De Vlaamse regering kan deze percentages tot maximaal |
10 % verhogen voor kleine en middelgrote ondernemingen voor | 10 % verhogen voor kleine en middelgrote ondernemingen voor |
investeringen in de regionale steungebieden. | investeringen in de regionale steungebieden. |
Indien deze steunkaart wordt herzien door de Vlaamse regering, worden | Indien deze steunkaart wordt herzien door de Vlaamse regering, worden |
de maximumsteunpercentages van de nieuwe steunkaart in aanmerking | de maximumsteunpercentages van de nieuwe steunkaart in aanmerking |
genomen. | genomen. |
HOOFDSTUK III . - Investeringssteun voor ecologie | HOOFDSTUK III . - Investeringssteun voor ecologie |
Afdeling 1 . - Definities | Afdeling 1 . - Definities |
Art. 12.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder : |
Art. 12.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder : |
1° communautaire norm : verplichte communautaire norm waarbij de op | 1° communautaire norm : verplichte communautaire norm waarbij de op |
milieugebied te bereiken normen zijn vastgesteld, alsmede de | milieugebied te bereiken normen zijn vastgesteld, alsmede de |
verplichting de beste beschikbare technische middelen te gebruiken die | verplichting de beste beschikbare technische middelen te gebruiken die |
geen excessieve kosten meebrengen; | geen excessieve kosten meebrengen; |
2° milieubescherming : elke maatregel die gericht is op de preventie | 2° milieubescherming : elke maatregel die gericht is op de preventie |
of het herstel van aantastingen van de natuurlijke omgeving of de | of het herstel van aantastingen van de natuurlijke omgeving of de |
natuurlijke hulpbronnen, dan wel op de aanmoediging van een rationeel | natuurlijke hulpbronnen, dan wel op de aanmoediging van een rationeel |
gebruik van die hulpbronnen; | gebruik van die hulpbronnen; |
3° energiebesparende maatregelen : maatregelen die de ondernemingen in | 3° energiebesparende maatregelen : maatregelen die de ondernemingen in |
staat stellen het energieverbruik in hun productiecyclus te | staat stellen het energieverbruik in hun productiecyclus te |
verminderen; | verminderen; |
4° hernieuwbare energiebronnen : de hernieuwbare niet-fossiele | 4° hernieuwbare energiebronnen : de hernieuwbare niet-fossiele |
energiebronnen; | energiebronnen; |
5° gestrande kosten : de kosten die ondernemingen moeten dragen ten | 5° gestrande kosten : de kosten die ondernemingen moeten dragen ten |
gevolge van verplichtingen die ze in het verleden zijn aangegaan, maar | gevolge van verplichtingen die ze in het verleden zijn aangegaan, maar |
die ze niet langer kunnen nakomen door de liberalisering van de | die ze niet langer kunnen nakomen door de liberalisering van de |
betrokken sector. | betrokken sector. |
Afdeling II . - Toepassingsgebied | Afdeling II . - Toepassingsgebied |
Art. 13.De Vlaamse regering kan steun verlenen aan ondernemingen voor |
Art. 13.De Vlaamse regering kan steun verlenen aan ondernemingen voor |
ecologie-investeringen in het Vlaamse Gewest, onder de voorwaarden | ecologie-investeringen in het Vlaamse Gewest, onder de voorwaarden |
vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten. | vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten. |
Afdeling III . - Steunintensiteit | Afdeling III . - Steunintensiteit |
Art. 14.§ 1. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage |
Art. 14.§ 1. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage |
van de in aanmerking komende ecologie-investeringen. | van de in aanmerking komende ecologie-investeringen. |
§ 2. De Vlaamse regering kan de volgende materiële investeringen in | § 2. De Vlaamse regering kan de volgende materiële investeringen in |
aanmerking nemen investeringen in grond wanneer deze absoluut | aanmerking nemen investeringen in grond wanneer deze absoluut |
noodzakelijk zijn om aan de milieudoelstellingen te voldoen, gebouwen, | noodzakelijk zijn om aan de milieudoelstellingen te voldoen, gebouwen, |
machines, installaties en uitrustingen die erop gericht zijn | machines, installaties en uitrustingen die erop gericht zijn |
vervuiling of hinder te beperken of te beëindigen of de | vervuiling of hinder te beperken of te beëindigen of de |
productiemethoden aan te passen met het oog op de milieubescherming. | productiemethoden aan te passen met het oog op de milieubescherming. |
De Vlaamse regering kan de volgende immateriële investeringen in | De Vlaamse regering kan de volgende immateriële investeringen in |
aanmerking nemen : | aanmerking nemen : |
investeringen in de technologieoverdracht in de vorm van : | investeringen in de technologieoverdracht in de vorm van : |
1° octrooien; | 1° octrooien; |
2° exploitatielicenties of licenties inzake geoctrooieerde technische | 2° exploitatielicenties of licenties inzake geoctrooieerde technische |
knowhow; | knowhow; |
3° niet-geoctrooieerde technische knowhow. | 3° niet-geoctrooieerde technische knowhow. |
§ 3. Enkel de extra investeringen die noodzakelijk zijn voor het | § 3. Enkel de extra investeringen die noodzakelijk zijn voor het |
verwezenlijken van de milieudoeleinden worden in aanmerking genomen, | verwezenlijken van de milieudoeleinden worden in aanmerking genomen, |
exclusief de voordelen van een eventuele capaciteitsverhoging, de | exclusief de voordelen van een eventuele capaciteitsverhoging, de |
kostenbesparingen gedurende de eerste 5 jaar van de gebruiksduur van | kostenbesparingen gedurende de eerste 5 jaar van de gebruiksduur van |
de investeringen en de extra bijproducten gedurende diezelfde periode. | de investeringen en de extra bijproducten gedurende diezelfde periode. |
§ 4. Gestrande kosten komen niet in aanmerking. | § 4. Gestrande kosten komen niet in aanmerking. |
Art. 15.§ 1. De Vlaamse regering kan voor de volgende |
Art. 15.§ 1. De Vlaamse regering kan voor de volgende |
ecologie-investeringen steun verlenen : | ecologie-investeringen steun verlenen : |
1° investeringen door kleine en middelgrote ondernemingen om zich aan | 1° investeringen door kleine en middelgrote ondernemingen om zich aan |
te passen aan nieuwe communautaire normen gedurende een periode van 3 | te passen aan nieuwe communautaire normen gedurende een periode van 3 |
jaar te rekenen vanaf de goedkeuring van de nieuwe communautaire | jaar te rekenen vanaf de goedkeuring van de nieuwe communautaire |
normen; | normen; |
2° investeringen door ondernemingen om zich aan te passen aan de | 2° investeringen door ondernemingen om zich aan te passen aan de |
normen of de normen te overtreffen. Dit kan op de volgende manieren | normen of de normen te overtreffen. Dit kan op de volgende manieren |
gebeuren : | gebeuren : |
a) de Europese normen worden overtroffen; | a) de Europese normen worden overtroffen; |
b) de Europese normen ontbreken; | b) de Europese normen ontbreken; |
c) aanpassen aan de nationale of Vlaamse normen die strenger zijn dan | c) aanpassen aan de nationale of Vlaamse normen die strenger zijn dan |
de Europese normen; | de Europese normen; |
3° investeringen op energiegebied : | 3° investeringen op energiegebied : |
a) investeringen ten behoeve van energiebesparingen; | a) investeringen ten behoeve van energiebesparingen; |
b) investeringen ten behoeve van warmtekrachtkoppeling; | b) investeringen ten behoeve van warmtekrachtkoppeling; |
c) investeringen ten behoeve van hernieuwbare energie; | c) investeringen ten behoeve van hernieuwbare energie; |
d) investeringen in installaties voor hernieuwbare energie waarmee een | d) investeringen in installaties voor hernieuwbare energie waarmee een |
hele gemeenschap in een stelsel van zelfvoorziening bevoorraad kan | hele gemeenschap in een stelsel van zelfvoorziening bevoorraad kan |
worden; | worden; |
e) investeringen in hernieuwbare energiebronnen indien de steun | e) investeringen in hernieuwbare energiebronnen indien de steun |
onmisbaar is voor de realisatie van het project; | onmisbaar is voor de realisatie van het project; |
4° investeringen ten gevolge van de verhuizing van ondernemingen | 4° investeringen ten gevolge van de verhuizing van ondernemingen |
indien de onderneming overeenkomstig de milieureglementering een | indien de onderneming overeenkomstig de milieureglementering een |
activiteit uitoefent die een aanzienlijke vervuiling meebrengt en | activiteit uitoefent die een aanzienlijke vervuiling meebrengt en |
wegens die locatie, haar vestigingsplaats verlaat om zich in een | wegens die locatie, haar vestigingsplaats verlaat om zich in een |
geschikter gebied te vestigen. | geschikter gebied te vestigen. |
§ 2. De Vlaamse regering bepaalt de voorwaarden waaronder aan de | § 2. De Vlaamse regering bepaalt de voorwaarden waaronder aan de |
voorgaande investeringsprojecten steun kan worden verleend. | voorgaande investeringsprojecten steun kan worden verleend. |
Art. 16.De Vlaamse regering kan tot de volgende maximumpercentages |
Art. 16.De Vlaamse regering kan tot de volgende maximumpercentages |
ecologiesteun verlenen afhankelijk van de grootte van de onderneming, | ecologiesteun verlenen afhankelijk van de grootte van de onderneming, |
de investering in een regionaal steungebied en het type van de | de investering in een regionaal steungebied en het type van de |
ecologie-investering : | ecologie-investering : |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
HOOFDSTUK IV. - Steun voor advies en studies | HOOFDSTUK IV. - Steun voor advies en studies |
Afdeling I . - Toepassingsgebied | Afdeling I . - Toepassingsgebied |
Art. 17.De Vlaamse regering kan steun verlenen aan kleine en |
Art. 17.De Vlaamse regering kan steun verlenen aan kleine en |
middelgrote ondernemingen voor extern(e) advies en studie en aan | middelgrote ondernemingen voor extern(e) advies en studie en aan |
natuurlijke personen voor een externe haalbaarheidsstudie betreffende | natuurlijke personen voor een externe haalbaarheidsstudie betreffende |
de eventuele oprichting of overname van een onderneming, onder de | de eventuele oprichting of overname van een onderneming, onder de |
voorwaarden vermeld in de K.M.O.-verordening, dit decreet en de | voorwaarden vermeld in de K.M.O.-verordening, dit decreet en de |
uitvoeringsbesluiten. | uitvoeringsbesluiten. |
Afdeling II . - Steunintensiteit | Afdeling II . - Steunintensiteit |
Art. 18.§ 1. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage |
Art. 18.§ 1. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage |
van de in aanmerking komende kosten van advies en studie. | van de in aanmerking komende kosten van advies en studie. |
§ 2. De Vlaamse regering bepaalt de in aanmerking komende kosten van | § 2. De Vlaamse regering bepaalt de in aanmerking komende kosten van |
advies en studie. | advies en studie. |
Diensten van permanente of periodieke aard en diensten die tot de | Diensten van permanente of periodieke aard en diensten die tot de |
gewone bedrijfsuitgaven van de onderneming behoren, komen niet in | gewone bedrijfsuitgaven van de onderneming behoren, komen niet in |
aanmerking. | aanmerking. |
Art. 19.De Vlaamse regering kan tot maximaal 50 % steun voor advies |
Art. 19.De Vlaamse regering kan tot maximaal 50 % steun voor advies |
en studie verlenen. | en studie verlenen. |
HOOFDSTUK V. - Steun voor opleiding | HOOFDSTUK V. - Steun voor opleiding |
Afdeling I . - Definities | Afdeling I . - Definities |
Art. 20.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder : |
Art. 20.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder : |
1° algemene opleiding : een opleiding zoals bedoeld in artikel 2, e) , | 1° algemene opleiding : een opleiding zoals bedoeld in artikel 2, e) , |
van de opleidingsverordening; | van de opleidingsverordening; |
2° specifieke opleiding : een opleiding zoals bedoeld in artikel 2, d) | 2° specifieke opleiding : een opleiding zoals bedoeld in artikel 2, d) |
, van de opleidingsverordening. | , van de opleidingsverordening. |
Art. 21.De werknemers zoals bedoeld in artikel 2, g) , van de |
Art. 21.De werknemers zoals bedoeld in artikel 2, g) , van de |
opleidingsverordening kunnen door de Vlaamse regering als benadeelde | opleidingsverordening kunnen door de Vlaamse regering als benadeelde |
werknemers in aanmerking genomen worden. | werknemers in aanmerking genomen worden. |
Afdeling II . - Toepassingsgebied | Afdeling II . - Toepassingsgebied |
Art. 22.De Vlaamse regering kan steun verlenen aan ondernemingen voor |
Art. 22.De Vlaamse regering kan steun verlenen aan ondernemingen voor |
interne en externe opleiding van werkenden onder de voorwaarden | interne en externe opleiding van werkenden onder de voorwaarden |
vermeld in de opleidingsverordening, dit decreet en de | vermeld in de opleidingsverordening, dit decreet en de |
uitvoeringsbesluiten. | uitvoeringsbesluiten. |
Afdeling III . - Steunintensiteit | Afdeling III . - Steunintensiteit |
Art. 23.1. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage van |
Art. 23.1. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage van |
de in aanmerking komende kosten van de opleiding. | de in aanmerking komende kosten van de opleiding. |
§ 2. De Vlaamse regering kan de volgende opleidingskosten in | § 2. De Vlaamse regering kan de volgende opleidingskosten in |
aanmerking nemen : | aanmerking nemen : |
1° de personeelskosten van de opleiders; | 1° de personeelskosten van de opleiders; |
2° de verplaatsingskosten van de opleiders en degenen die de opleiding | 2° de verplaatsingskosten van de opleiders en degenen die de opleiding |
volgen; | volgen; |
3° andere lopende uitgaven voor materiaal en benodigdheden; | 3° andere lopende uitgaven voor materiaal en benodigdheden; |
4° de afschrijving van machines, installaties en uitrusting, in de | 4° de afschrijving van machines, installaties en uitrusting, in de |
mate waarin deze uitsluitend voor het opleidingsproject worden | mate waarin deze uitsluitend voor het opleidingsproject worden |
gebruikt; | gebruikt; |
5° de kosten van diensten inzake begeleiding en advisering met | 5° de kosten van diensten inzake begeleiding en advisering met |
betrekking tot het opleidingsproject; | betrekking tot het opleidingsproject; |
6° de personeelskosten van diegenen die de opleiding volgen, ten | 6° de personeelskosten van diegenen die de opleiding volgen, ten |
belope van het totaal van de overige, in de punten 1° tot en met 5° | belope van het totaal van de overige, in de punten 1° tot en met 5° |
bedoelde, in aanmerking komende kosten. Er mag slechts rekening | bedoelde, in aanmerking komende kosten. Er mag slechts rekening |
gehouden worden met de uren die de deelnemers aan de opleiding | gehouden worden met de uren die de deelnemers aan de opleiding |
daadwerkelijk besteden, onder aftrek van de door hen gewerkte of | daadwerkelijk besteden, onder aftrek van de door hen gewerkte of |
daarmee gelijkgestelde uren. | daarmee gelijkgestelde uren. |
Art. 24.De Vlaamse regering kan tot de volgende maximumpercentages |
Art. 24.De Vlaamse regering kan tot de volgende maximumpercentages |
opleidingssteun verlenen : | opleidingssteun verlenen : |
1° voor specifieke opleiding kan aan kleine en middelgrote | 1° voor specifieke opleiding kan aan kleine en middelgrote |
ondernemingen tot 35 % en aan grote ondernemingen tot 25 % steun | ondernemingen tot 35 % en aan grote ondernemingen tot 25 % steun |
verleend worden; | verleend worden; |
2° voor algemene opleiding kan aan kleine en middelgrote ondernemingen | 2° voor algemene opleiding kan aan kleine en middelgrote ondernemingen |
tot 70 % en aan grote ondernemingen tot 50 % steun verleend worden. | tot 70 % en aan grote ondernemingen tot 50 % steun verleend worden. |
Deze percentages kunnen tot maximaal 10 % voor de opleiding van | Deze percentages kunnen tot maximaal 10 % voor de opleiding van |
benadeelde werknemers en tot maximaal 5 % voor ondernemingen gevestigd | benadeelde werknemers en tot maximaal 5 % voor ondernemingen gevestigd |
in de regionale steungebieden, verhoogd worden. | in de regionale steungebieden, verhoogd worden. |
HOOFDSTUK VI. - Steun voor de (her)uitrusting en (her)aanleg van | HOOFDSTUK VI. - Steun voor de (her)uitrusting en (her)aanleg van |
bedrijventerreinen en oprichting, uitbreiding en modernisering van | bedrijventerreinen en oprichting, uitbreiding en modernisering van |
bedrijfsgebouwen | bedrijfsgebouwen |
Afdeling I . - Toepassingsgebied | Afdeling I . - Toepassingsgebied |
Art. 25.§ 1. De Vlaamse regering kan steun verlenen aan |
Art. 25.§ 1. De Vlaamse regering kan steun verlenen aan |
publiekrechtelijke rechtspersonen aangewezen door de Vlaamse regering | publiekrechtelijke rechtspersonen aangewezen door de Vlaamse regering |
voor de (her)uitrusting en (her)aanleg van terreinen en de oprichting, | voor de (her)uitrusting en (her)aanleg van terreinen en de oprichting, |
uitbreiding en modernisering van gebouwen gelegen in het Vlaamse | uitbreiding en modernisering van gebouwen gelegen in het Vlaamse |
Gewest, met het oog op het ter beschikking stellen van ondernemingen, | Gewest, met het oog op het ter beschikking stellen van ondernemingen, |
onder de voorwaarden vermeld in dit decreet en de | onder de voorwaarden vermeld in dit decreet en de |
uitvoeringsbesluiten. | uitvoeringsbesluiten. |
§ 2. De Vlaamse regering kan steun verlenen aan ondernemingen voor de | § 2. De Vlaamse regering kan steun verlenen aan ondernemingen voor de |
(her)uitrusting en (her)aanleg van terreinen gelegen in het Vlaamse | (her)uitrusting en (her)aanleg van terreinen gelegen in het Vlaamse |
Gewest, met het oog op het ter beschikking stellen van ondernemingen, | Gewest, met het oog op het ter beschikking stellen van ondernemingen, |
onder de voorwaarden vermeld in dit decreet en de | onder de voorwaarden vermeld in dit decreet en de |
uitvoeringsbesluiten. | uitvoeringsbesluiten. |
Afdeling II . - Steunintensiteit | Afdeling II . - Steunintensiteit |
Art. 26.§ 1. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage |
Art. 26.§ 1. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage |
van de in aanmerking komende kosten en investeringen. | van de in aanmerking komende kosten en investeringen. |
§ 2. De Vlaamse regering bepaalt welke kosten en investeringen voor de | § 2. De Vlaamse regering bepaalt welke kosten en investeringen voor de |
(her)uitrusting en (her)aanleg van terreinen en oprichting, | (her)uitrusting en (her)aanleg van terreinen en oprichting, |
uitbreiding en modernisering van gebouwen, met het oog op het ter | uitbreiding en modernisering van gebouwen, met het oog op het ter |
beschikking stellen van ondernemingen, in aanmerking komen. | beschikking stellen van ondernemingen, in aanmerking komen. |
Art. 27.De Vlaamse regering bepaalt de steunpercentages voor de |
Art. 27.De Vlaamse regering bepaalt de steunpercentages voor de |
(her)uitrusting en (her)aanleg van terreinen en oprichting, | (her)uitrusting en (her)aanleg van terreinen en oprichting, |
uitbreiding en modernisering van gebouwen, met het oog op het ter | uitbreiding en modernisering van gebouwen, met het oog op het ter |
beschikking stellen van ondernemingen. | beschikking stellen van ondernemingen. |
HOOFDSTUK VII. - Steun voor sanering van vervuilde bedrijventerreinen | HOOFDSTUK VII. - Steun voor sanering van vervuilde bedrijventerreinen |
en bedrijfsgebouwen | en bedrijfsgebouwen |
Afdeling I . - Definitie | Afdeling I . - Definitie |
Art. 28.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder |
Art. 28.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder |
vervuiler : degene die direct of indirect schade toebrengt aan het | vervuiler : degene die direct of indirect schade toebrengt aan het |
milieu of de voorwaarden schept die deze schade veroorzaken. | milieu of de voorwaarden schept die deze schade veroorzaken. |
Afdeling II . - Toepassingsgebied | Afdeling II . - Toepassingsgebied |
Art. 29.De Vlaamse regering kan steun verlenen aan ondernemingen en |
Art. 29.De Vlaamse regering kan steun verlenen aan ondernemingen en |
publiekrechtelijke rechtspersonen aangewezen door de Vlaamse regering | publiekrechtelijke rechtspersonen aangewezen door de Vlaamse regering |
voor de sanering van een vervuild terrein of gebouw gelegen in het | voor de sanering van een vervuild terrein of gebouw gelegen in het |
Vlaamse Gewest, indien de vervuiler niet bekend is of niet | Vlaamse Gewest, indien de vervuiler niet bekend is of niet |
aansprakelijk kan worden gesteld, met het oog op het ter beschikking | aansprakelijk kan worden gesteld, met het oog op het ter beschikking |
stellen van ondernemingen, onder de voorwaarden vermeld in dit decreet | stellen van ondernemingen, onder de voorwaarden vermeld in dit decreet |
en de uitvoeringsbesluiten. | en de uitvoeringsbesluiten. |
Afdeling III . - Steunintensiteit | Afdeling III . - Steunintensiteit |
Art. 30.§ 1. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage |
Art. 30.§ 1. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage |
van de in aanmerking komende kosten en investeringen. | van de in aanmerking komende kosten en investeringen. |
§ 2. De Vlaamse regering kan de volgende kosten en investeringen in | § 2. De Vlaamse regering kan de volgende kosten en investeringen in |
aanmerking nemen : | aanmerking nemen : |
1° de aanvaarde kosten en investeringen. Dit zijn de kosten en | 1° de aanvaarde kosten en investeringen. Dit zijn de kosten en |
investeringen van de werkzaamheden, verminderd met de waardestijging | investeringen van de werkzaamheden, verminderd met de waardestijging |
van het terrein; | van het terrein; |
2° de kosten en investeringen van de werkzaamheden. | 2° de kosten en investeringen van de werkzaamheden. |
Art. 31.§ 1. De Vlaamse regering kan tot de volgende |
Art. 31.§ 1. De Vlaamse regering kan tot de volgende |
maximumpercentages saneringssteun verlenen : | maximumpercentages saneringssteun verlenen : |
1° voor de aanvaarde kosten en investeringen 100 %; | 1° voor de aanvaarde kosten en investeringen 100 %; |
2° voor de kosten en investeringen van de werkzaamheden : 15 %. | 2° voor de kosten en investeringen van de werkzaamheden : 15 %. |
§ 2. Het totale bedrag van de steun kan in geen geval hoger zijn dan | § 2. Het totale bedrag van de steun kan in geen geval hoger zijn dan |
de daadwerkelijke uitgaven van de onderneming. | de daadwerkelijke uitgaven van de onderneming. |
HOOFDSTUK VIII. - Verwerving van gronden en gebouwen | HOOFDSTUK VIII. - Verwerving van gronden en gebouwen |
Art. 32.§ 1. Ter ondersteuning van zijn economisch beleid, in het |
Art. 32.§ 1. Ter ondersteuning van zijn economisch beleid, in het |
kader van de opwaardering van de stedelijke gebieden, ter bestrijding | kader van de opwaardering van de stedelijke gebieden, ter bestrijding |
van de leegstand van verlaten bedrijfssites of om strategische | van de leegstand van verlaten bedrijfssites of om strategische |
redenen, kan het Vlaamse Gewest gebouwen en gronden aankopen met het | redenen, kan het Vlaamse Gewest gebouwen en gronden aankopen met het |
oog op het ter beschikking stellen van ondernemingen. | oog op het ter beschikking stellen van ondernemingen. |
§ 2. Om de in § 1 geformuleerde doelstelling te realiseren kan het | § 2. Om de in § 1 geformuleerde doelstelling te realiseren kan het |
Vlaamse Gewest opdracht geven tot het ontwikkelen en saneren van | Vlaamse Gewest opdracht geven tot het ontwikkelen en saneren van |
bedrijventerreinen, evenals tot het oprichten, herinrichten of saneren | bedrijventerreinen, evenals tot het oprichten, herinrichten of saneren |
van bedrijfsgebouwen. | van bedrijfsgebouwen. |
HOOFDSTUK IX. - Steun aan ondernemingen die getroffen worden door een | HOOFDSTUK IX. - Steun aan ondernemingen die getroffen worden door een |
openbare ramp of crisis | openbare ramp of crisis |
Art. 33.§ 1. De Vlaamse regering kan steun verlenen aan ondernemingen |
Art. 33.§ 1. De Vlaamse regering kan steun verlenen aan ondernemingen |
waarvan de economische bedrijvigheid ernstig getroffen wordt door een | waarvan de economische bedrijvigheid ernstig getroffen wordt door een |
openbare ramp of crisis die door een besluit van de Vlaamse regering | openbare ramp of crisis die door een besluit van de Vlaamse regering |
als dusdanig wordt erkend. | als dusdanig wordt erkend. |
§ 2. De Vlaamse regering bepaalt in dit geval de voorwaarden waaronder | § 2. De Vlaamse regering bepaalt in dit geval de voorwaarden waaronder |
steun kan worden verleend en de hoogte van de steun. | steun kan worden verleend en de hoogte van de steun. |
HOOFDSTUK X. - Reddings- en herstructureringssteun | HOOFDSTUK X. - Reddings- en herstructureringssteun |
Art. 34.De Vlaamse regering kan reddings- en herstructureringssteun |
Art. 34.De Vlaamse regering kan reddings- en herstructureringssteun |
verlenen aan ondernemingen in moeilijkheden, overeenkomstig de | verlenen aan ondernemingen in moeilijkheden, overeenkomstig de |
communautaire richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun | communautaire richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun |
aan ondernemingen in moeilijkheden. | aan ondernemingen in moeilijkheden. |
HOOFDSTUK XI. - De minimissteun | HOOFDSTUK XI. - De minimissteun |
Art. 35.De Vlaamse regering kan van de steunpercentages vermeld in |
Art. 35.De Vlaamse regering kan van de steunpercentages vermeld in |
dit decreet afwijken onder de voorwaarden vermeld in de de | dit decreet afwijken onder de voorwaarden vermeld in de de |
minimisverordening. | minimisverordening. |
HOOFDSTUK XII. - Europese reglementering | HOOFDSTUK XII. - Europese reglementering |
Art. 36.De steun aan ondernemingen wordt toegekend onverminderd de |
Art. 36.De steun aan ondernemingen wordt toegekend onverminderd de |
strengere Europese reglementering. | strengere Europese reglementering. |
HOOFDSTUK XIII. - De uitbetaling van de steun | HOOFDSTUK XIII. - De uitbetaling van de steun |
Art. 37.Onverminderd artikel 100 van het koninklijk besluit van 17 |
Art. 37.Onverminderd artikel 100 van het koninklijk besluit van 17 |
juli 1991 houdende coordinatie van de wetten op de Rijkscomptabiliteit | juli 1991 houdende coordinatie van de wetten op de Rijkscomptabiliteit |
zijn de schuldvorderingen ten aanzien van het Vlaamse Gewest die uit | zijn de schuldvorderingen ten aanzien van het Vlaamse Gewest die uit |
dit decreet en haar uitvoeringsbesluiten voortvloeien, verjaard en | dit decreet en haar uitvoeringsbesluiten voortvloeien, verjaard en |
voorgoed ten voordele van het Vlaamse Gewest vervallen waarvan de | voorgoed ten voordele van het Vlaamse Gewest vervallen waarvan de |
overlegging niet is geschied binnen een termijn van 6 maanden na het | overlegging niet is geschied binnen een termijn van 6 maanden na het |
beëindigen van het project. | beëindigen van het project. |
HOOFDSTUK XIV. - Terugvordering | HOOFDSTUK XIV. - Terugvordering |
Art. 38.De Vlaamse regering bepaalt de gevallen van terugvordering, |
Art. 38.De Vlaamse regering bepaalt de gevallen van terugvordering, |
de termijnen waarbinnen de feiten die aanleiding geven tot | de termijnen waarbinnen de feiten die aanleiding geven tot |
terugvordering zich moeten voordoen en de intrestvoet die in dit geval | terugvordering zich moeten voordoen en de intrestvoet die in dit geval |
verschuldigd is. | verschuldigd is. |
HOOFDSTUK XV. - Opheffingsbepaling | HOOFDSTUK XV. - Opheffingsbepaling |
Art. 39.Het decreet van 31 maart 1993 betreffende een financiële |
Art. 39.Het decreet van 31 maart 1993 betreffende een financiële |
tegemoetkoming door het Vlaamse Gewest ten behoeve van kleine | tegemoetkoming door het Vlaamse Gewest ten behoeve van kleine |
ondernemingen die een beroep doen op erkende externe bedrijfsadviseurs | ondernemingen die een beroep doen op erkende externe bedrijfsadviseurs |
wordt opgeheven. | wordt opgeheven. |
HOOFDSTUK XVI. - Overgangsmaatregelen | HOOFDSTUK XVI. - Overgangsmaatregelen |
Art. 40.De Vlaamse regering legt de overgangsmaatregelen vast. |
Art. 40.De Vlaamse regering legt de overgangsmaatregelen vast. |
Art. 41.De wet van 30 december 1970 betreffende de economische |
Art. 41.De wet van 30 december 1970 betreffende de economische |
expansie, de wet van 4 augustus 1978 tot economische heroriëntering en | expansie, de wet van 4 augustus 1978 tot economische heroriëntering en |
het decreet van 15 december 1993 tot bevordering van de economische | het decreet van 15 december 1993 tot bevordering van de economische |
expansie in het Vlaamse Gewest blijven van toepassing voor | expansie in het Vlaamse Gewest blijven van toepassing voor |
aangelegenheden die niet geregeld worden in dit decreet en de | aangelegenheden die niet geregeld worden in dit decreet en de |
uitvoeringsbesluiten. | uitvoeringsbesluiten. |
HOOFDSTUK XVII. - Inwerkingtreding | HOOFDSTUK XVII. - Inwerkingtreding |
Art. 42.§ 1. De Vlaamse regering bepaalt de datum waarop dit decreet |
Art. 42.§ 1. De Vlaamse regering bepaalt de datum waarop dit decreet |
in werking treedt. | in werking treedt. |
§ 2. Er kan op basis van een steunregeling van dit decreet slechts | § 2. Er kan op basis van een steunregeling van dit decreet slechts |
steun in de zin van artikel 87, lid l, van het EG-Verdrag toegekend | steun in de zin van artikel 87, lid l, van het EG-Verdrag toegekend |
worden na de inwerkingtreding van de desbetreffende | worden na de inwerkingtreding van de desbetreffende |
uitvoeringsbesluiten. | uitvoeringsbesluiten. |
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad | Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad |
zal worden bekendgemaakt. | zal worden bekendgemaakt. |
Brussel, 31 januari 2003. | Brussel, 31 januari 2003. |
De minister-president van de Vlaamse regering, | De minister-president van de Vlaamse regering, |
P. DEWAEL | P. DEWAEL |
De Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid, Buitenlandse | De Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid, Buitenlandse |
Handel en Huisvesting, | Handel en Huisvesting, |
J. GABRIELS | J. GABRIELS |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Zitting 2001-2002 | (1) Zitting 2001-2002 |
Stukken . - Ontwerp van decreet : 1209 - nr. 1 | Stukken . - Ontwerp van decreet : 1209 - nr. 1 |
Zitting 2002-2003 | Zitting 2002-2003 |
Stukken . - Amendementen : 1209 - nrs. 2 en 3 | Stukken . - Amendementen : 1209 - nrs. 2 en 3 |
- In eerste lezing door de commissie aangenomen artikelen : 1209 - nr. | - In eerste lezing door de commissie aangenomen artikelen : 1209 - nr. |
4 | 4 |
- Amendement : 1209 - nr. 5 | - Amendement : 1209 - nr. 5 |
- Verslag : 1209 - nr. 6 | - Verslag : 1209 - nr. 6 |
- Amendementen : 1209 - nr. 7 | - Amendementen : 1209 - nr. 7 |
- Motie houdende verzoek tot raadpleging van de Raad van State : 1209 | - Motie houdende verzoek tot raadpleging van de Raad van State : 1209 |
- nr. 8 | - nr. 8 |
- Advies van de Raad van State : 1209 - nr. 9 | - Advies van de Raad van State : 1209 - nr. 9 |
- Amendementen : 1209 - nr. 10 | - Amendementen : 1209 - nr. 10 |
- Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 1209 - nr. 11 | - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 1209 - nr. 11 |
Handelingen. - Bespreking en aanneming : Vergaderingen van 22 januari | Handelingen. - Bespreking en aanneming : Vergaderingen van 22 januari |
2003. | 2003. |