Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Decreet van 31/01/2003
← Terug naar "Decreet betreffende het economisch ondersteuningsbeleid "
Decreet betreffende het economisch ondersteuningsbeleid Decreet betreffende het economisch ondersteuningsbeleid
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
31 JANUARI 2003. - Decreet betreffende het economisch 31 JANUARI 2003. - Decreet betreffende het economisch
ondersteuningsbeleid (1) ondersteuningsbeleid (1)
Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, regering, bekrachtigen Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, regering, bekrachtigen
hetgeen volgt : hetgeen volgt :
Decreet betreffende het economisch ondersteuningsbeleid Decreet betreffende het economisch ondersteuningsbeleid

Artikel 1.Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

Artikel 1.Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
Afdeling I. - Doelstelling Afdeling I. - Doelstelling

Art. 2.De Vlaamse regering kan met betrekking tot de in dit decreet

Art. 2.De Vlaamse regering kan met betrekking tot de in dit decreet

vermelde categorieën van steun en met inachtneming van de in dit vermelde categorieën van steun en met inachtneming van de in dit
decreet bepaalde regels, steun verlenen aan projecten die passen in decreet bepaalde regels, steun verlenen aan projecten die passen in
het ruimtelijk economisch beleid en het ondernemingsbeleid met het ruimtelijk economisch beleid en het ondernemingsbeleid met
aandacht voor ecologie, sociale en economische aspecten, kwantitatieve aandacht voor ecologie, sociale en economische aspecten, kwantitatieve
en kwalitatieve aspecten van werkgelegenheid, duurzaamheid, innovatie en kwalitatieve aspecten van werkgelegenheid, duurzaamheid, innovatie
en kennisbevordering, binnen de voorziene begrotingskredieten. en kennisbevordering, binnen de voorziene begrotingskredieten.
Afdeling II. - Definities Afdeling II. - Definities

Art. 3.Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder :

Art. 3.Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder :

1° onderneming : de natuurlijke personen die koopman zijn of een 1° onderneming : de natuurlijke personen die koopman zijn of een
zelfstandig beroep uitoefenen, de vennootschappen die de rechtsvorm zelfstandig beroep uitoefenen, de vennootschappen die de rechtsvorm
van een handelsvennootschap hebben aangenomen, de Europese economische van een handelsvennootschap hebben aangenomen, de Europese economische
samenwerkingsverbanden en de economische samenwerkingsverbanden, die samenwerkingsverbanden en de economische samenwerkingsverbanden, die
beschikken over een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest of zich beschikken over een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest of zich
ertoe verbinden in het Vlaamse Gewest een exploitatiezetel te ertoe verbinden in het Vlaamse Gewest een exploitatiezetel te
vestigen; vestigen;
2° kleine ondernemingen : ondernemingen die aan de volgende 2° kleine ondernemingen : ondernemingen die aan de volgende
voorwaarden cumulatief voldoen : voorwaarden cumulatief voldoen :
a) minder dan 50 werknemers tewerkstellen; a) minder dan 50 werknemers tewerkstellen;
b) een jaaromzet hebben van maximaal 7 miljoen euro, of een jaarlijks b) een jaaromzet hebben van maximaal 7 miljoen euro, of een jaarlijks
balanstotaal van maximaal 5 miljoen euro balanstotaal van maximaal 5 miljoen euro
c) beantwoorden aan het zelfstandigheidscriterium; c) beantwoorden aan het zelfstandigheidscriterium;
3° middelgrote ondernemingen : ondernemingen die aan de volgende 3° middelgrote ondernemingen : ondernemingen die aan de volgende
voorwaarden cumulatief voldoen : voorwaarden cumulatief voldoen :
a) minder dan 250 werknemers tewerkstellen; a) minder dan 250 werknemers tewerkstellen;
b) een jaaromzet hebben van maximaal 40 miljoen euro, of een jaarlijks b) een jaaromzet hebben van maximaal 40 miljoen euro, of een jaarlijks
balanstotaal van maximaal 27 miljoen euro; balanstotaal van maximaal 27 miljoen euro;
c) beantwoorden aan het zelfstandigheidscriterium; c) beantwoorden aan het zelfstandigheidscriterium;
d) geen kleine onderneming zijn; d) geen kleine onderneming zijn;
4° grote ondernemingen : ondernemingen die niet ressorteren onder de 4° grote ondernemingen : ondernemingen die niet ressorteren onder de
categorie kleine of middelgrote onderneming; categorie kleine of middelgrote onderneming;
5° steun : elke maatregel waarbij een economisch voordeel wordt 5° steun : elke maatregel waarbij een economisch voordeel wordt
verleend die met overheidsmiddelen wordt bekostigd; verleend die met overheidsmiddelen wordt bekostigd;
6° steunintensiteit : het steunbedrag, uitgedrukt als een percentage 6° steunintensiteit : het steunbedrag, uitgedrukt als een percentage
van de in aanmerking komende kosten of investeringen van het project, van de in aanmerking komende kosten of investeringen van het project,
voor aftrek van de directe belastingen; voor aftrek van de directe belastingen;
7° regionale steungebieden : gebieden die op sociaal-economisch gebied 7° regionale steungebieden : gebieden die op sociaal-economisch gebied
achtergebleven zijn en beantwoorden aan de voorwaarden, vermeld in de achtergebleven zijn en beantwoorden aan de voorwaarden, vermeld in de
Europese richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen. Europese richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen.
Deze gebieden zijn voor Vlaanderen vastgelegd in de regionale Deze gebieden zijn voor Vlaanderen vastgelegd in de regionale
steunkaart van het Vlaamse Gewest zoals goedgekeurd door de Vlaamse steunkaart van het Vlaamse Gewest zoals goedgekeurd door de Vlaamse
regering op 7 juli 2000 en de Europese Commissie op 20 september 2000 regering op 7 juli 2000 en de Europese Commissie op 20 september 2000
- aangevuld door het corrigendum van 18 oktober 2000 - voor de periode - aangevuld door het corrigendum van 18 oktober 2000 - voor de periode
van 1 januari 2000 tot 31 december 2006. van 1 januari 2000 tot 31 december 2006.
Indien deze steunkaart wordt herzien door de Vlaamse regering, wordt Indien deze steunkaart wordt herzien door de Vlaamse regering, wordt
de nieuwe steunkaart in aanmerking genomen; de nieuwe steunkaart in aanmerking genomen;
8° K.M.O.-verordening : verordening nr. 70/2001 van de Europese 8° K.M.O.-verordening : verordening nr. 70/2001 van de Europese
Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de
artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en
middelgrote ondernemingen en de latere wijzigingen; middelgrote ondernemingen en de latere wijzigingen;
9° opleidingsverordening : verordening nr. 68/2001 van de Europese 9° opleidingsverordening : verordening nr. 68/2001 van de Europese
Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de
artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op opleidingssteun en de latere artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op opleidingssteun en de latere
wijzigingen; wijzigingen;
10° de minimisverordening : verordening nr. 69/2001 van de Europese 10° de minimisverordening : verordening nr. 69/2001 van de Europese
Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de
artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op de minimis-steun en de latere artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op de minimis-steun en de latere
wijzigingen. wijzigingen.
Afdeling III. - Algemene voorwaarden Afdeling III. - Algemene voorwaarden

Art. 4.De cumulering van de steun ongeacht de bron (Europees,

Art. 4.De cumulering van de steun ongeacht de bron (Europees,

federaal, Vlaams, provinciaal of gemeentelijk niveau) en in welke vorm federaal, Vlaams, provinciaal of gemeentelijk niveau) en in welke vorm
ook verleend, met betrekking tot dezelfde investeringen of kosten mag ook verleend, met betrekking tot dezelfde investeringen of kosten mag
niet tot gevolg hebben dat de geldende maximumsteunplafonds, zoals niet tot gevolg hebben dat de geldende maximumsteunplafonds, zoals
vastgesteld in dit decreet, worden overschreden. vastgesteld in dit decreet, worden overschreden.
De Vlaamse regering kan een verbod van cumulatie van steun voor De Vlaamse regering kan een verbod van cumulatie van steun voor
dezelfde investeringen of kosten opleggen. dezelfde investeringen of kosten opleggen.

Art. 5.De steunaanvraag moet voor de aanvang van de uitvoering van

Art. 5.De steunaanvraag moet voor de aanvang van de uitvoering van

het project ingediend worden. het project ingediend worden.
Afdeling IV. - Voorwaarden met betrekking tot hoofdstukken II en III Afdeling IV. - Voorwaarden met betrekking tot hoofdstukken II en III

Art. 6.Het project moet betrekking hebben op de oprichting van een

Art. 6.Het project moet betrekking hebben op de oprichting van een

nieuwe onderneming, de uitbreiding van een bestaande onderneming, het nieuwe onderneming, de uitbreiding van een bestaande onderneming, het
verrichten van een werkzaamheid die een fundamentele wijziging verrichten van een werkzaamheid die een fundamentele wijziging
meebrengt in het product of het productieproces van een bestaande meebrengt in het product of het productieproces van een bestaande
onderneming (met name door middel van rationalisatie, diversificatie onderneming (met name door middel van rationalisatie, diversificatie
of modernisering). De Vlaamse regering kan de overneming van een of modernisering). De Vlaamse regering kan de overneming van een
onderneming die gesloten is of die zou hebben moeten sluiten indien onderneming die gesloten is of die zou hebben moeten sluiten indien
een dergelijke overname achterwege was gebleven, in aanmerking nemen. een dergelijke overname achterwege was gebleven, in aanmerking nemen.

Art. 7.De investeringen moeten gedurende 5 jaar door de onderneming

Art. 7.De investeringen moeten gedurende 5 jaar door de onderneming

worden geëxploiteerd en behouden blijven met betrekking tot de worden geëxploiteerd en behouden blijven met betrekking tot de
toepassing van artikelen 10, § 2, en 14, § 2 en § 3. De gecreëerde toepassing van artikelen 10, § 2, en 14, § 2 en § 3. De gecreëerde
arbeidsplaatsen moeten gedurende 5 jaar in de onderneming behouden arbeidsplaatsen moeten gedurende 5 jaar in de onderneming behouden
blijven met betrekking tot de toepassing van artikel 10, § 3. blijven met betrekking tot de toepassing van artikel 10, § 3.

Art. 8.De investeringen moeten in het actief van de

Art. 8.De investeringen moeten in het actief van de

ondernemingsbalans worden opgenomen, als vaste activa afgeschreven ondernemingsbalans worden opgenomen, als vaste activa afgeschreven
worden met uitzondering van gronden en moeten tegen marktvoorwaarden worden met uitzondering van gronden en moeten tegen marktvoorwaarden
verworven worden van derden waarin de verwervende onderneming geen verworven worden van derden waarin de verwervende onderneming geen
directe of zijdelingse zeggenschap uitoefent. directe of zijdelingse zeggenschap uitoefent.
HOOFDSTUK II. - Investeringssteun voor ondernemingen HOOFDSTUK II. - Investeringssteun voor ondernemingen
Afdeling I . - Toepassingsgebied Afdeling I . - Toepassingsgebied

Art. 9.De Vlaamse regering kan steun verlenen aan kleine

Art. 9.De Vlaamse regering kan steun verlenen aan kleine

ondernemingen en middelgrote ondernemingen voor investeringen in het ondernemingen en middelgrote ondernemingen voor investeringen in het
Vlaamse Gewest onder de voorwaarden vermeld in de K.M.O.-verordening, Vlaamse Gewest onder de voorwaarden vermeld in de K.M.O.-verordening,
dit decreet en de uitvoeringsbesluiten en aan de grote ondernemingen dit decreet en de uitvoeringsbesluiten en aan de grote ondernemingen
enkel voor investeringen in de regionale steungebieden onder de enkel voor investeringen in de regionale steungebieden onder de
voorwaarden vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten. voorwaarden vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten.
Afdeling II . - Steunintensiteit Afdeling II . - Steunintensiteit

Art. 10.§ 1. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage

Art. 10.§ 1. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage

van de in aanmerking komende investeringen, van de loonkosten of van van de in aanmerking komende investeringen, van de loonkosten of van
een combinatie van beide. een combinatie van beide.
§ 2. De Vlaamse regering kan de volgende materiële investeringen in § 2. De Vlaamse regering kan de volgende materiële investeringen in
aanmerking nemen : investeringen in grond, gebouwen, machines, aanmerking nemen : investeringen in grond, gebouwen, machines,
installaties en uitrusting. installaties en uitrusting.
De Vlaamse regering kan de volgende immateriële investeringen in De Vlaamse regering kan de volgende immateriële investeringen in
aanmerking nemen : aanmerking nemen :
investeringen in de technologieoverdracht in de vorm van : investeringen in de technologieoverdracht in de vorm van :
1° octrooien; 1° octrooien;
2° exploitatielicenties of licenties inzake geoctrooieerde technische 2° exploitatielicenties of licenties inzake geoctrooieerde technische
knowhow; knowhow;
3° niet-geoctrooieerde technische knowhow. 3° niet-geoctrooieerde technische knowhow.
Voor grote ondernemingen mogen de immateriële investeringen niet meer Voor grote ondernemingen mogen de immateriële investeringen niet meer
dan 25 % van de materiële investeringen bedragen. dan 25 % van de materiële investeringen bedragen.
§ 3. De Vlaamse regering kan de loonkosten in aanmerking nemen die § 3. De Vlaamse regering kan de loonkosten in aanmerking nemen die
over een periode van 2 jaar betrekking hebben op de gecreëerde over een periode van 2 jaar betrekking hebben op de gecreëerde
arbeidsplaatsen onder de volgende voorwaarden arbeidsplaatsen onder de volgende voorwaarden
1° het creëren van arbeidsplaatsen moet verband houden met de 1° het creëren van arbeidsplaatsen moet verband houden met de
uitvoering van een project dat voorziet in een investering in uitvoering van een project dat voorziet in een investering in
materiële of immateriële activa. De arbeidsplaatsen moeten binnen 3 materiële of immateriële activa. De arbeidsplaatsen moeten binnen 3
jaar na de volledige verwezenlijking van de investering worden jaar na de volledige verwezenlijking van de investering worden
gecreëerd; gecreëerd;
2° het investeringsproject moet leiden tot een nettotoename van het 2° het investeringsproject moet leiden tot een nettotoename van het
aantal werknemers in de betrokken vestiging in vergelijking met het aantal werknemers in de betrokken vestiging in vergelijking met het
gemiddelde van de voorgaande 12 maanden. gemiddelde van de voorgaande 12 maanden.

Art. 11.§ 1. De Vlaamse regering kan respectievelijk tot maximaal 15

Art. 11.§ 1. De Vlaamse regering kan respectievelijk tot maximaal 15

% en maximaal 7,5 % investeringssteun verlenen aan kleine en % en maximaal 7,5 % investeringssteun verlenen aan kleine en
middelgrote ondernemingen. middelgrote ondernemingen.
§ 2. De maximumsteunpercentages in de regionale steungebieden zijn § 2. De maximumsteunpercentages in de regionale steungebieden zijn
voor Vlaanderen vastgelegd in de regionale steunkaart van het Vlaamse voor Vlaanderen vastgelegd in de regionale steunkaart van het Vlaamse
Gewest zoals goedgekeurd door de Vlaamse regering op 7 juli 2000 en Gewest zoals goedgekeurd door de Vlaamse regering op 7 juli 2000 en
door de Europese Commissie op 20 september 2000 - aangevuld door het door de Europese Commissie op 20 september 2000 - aangevuld door het
corrigendum van 18 oktober 2000 - voor de periode van 1 januari 2000 corrigendum van 18 oktober 2000 - voor de periode van 1 januari 2000
tot 31 december 2006. tot 31 december 2006.
Overeenkomstig deze steunkaart kan de Vlaamse regering tot maximaal 14 Overeenkomstig deze steunkaart kan de Vlaamse regering tot maximaal 14
% (zone A) en maximaal 21 % (zone B), naargelang de % (zone A) en maximaal 21 % (zone B), naargelang de
sociaal-economische toestand van het gebied, investeringssteun sociaal-economische toestand van het gebied, investeringssteun
verlenen aan grote ondernemingen voor investeringen in de regionale verlenen aan grote ondernemingen voor investeringen in de regionale
steungebieden. De Vlaamse regering kan deze percentages tot maximaal steungebieden. De Vlaamse regering kan deze percentages tot maximaal
10 % verhogen voor kleine en middelgrote ondernemingen voor 10 % verhogen voor kleine en middelgrote ondernemingen voor
investeringen in de regionale steungebieden. investeringen in de regionale steungebieden.
Indien deze steunkaart wordt herzien door de Vlaamse regering, worden Indien deze steunkaart wordt herzien door de Vlaamse regering, worden
de maximumsteunpercentages van de nieuwe steunkaart in aanmerking de maximumsteunpercentages van de nieuwe steunkaart in aanmerking
genomen. genomen.
HOOFDSTUK III . - Investeringssteun voor ecologie HOOFDSTUK III . - Investeringssteun voor ecologie
Afdeling 1 . - Definities Afdeling 1 . - Definities

Art. 12.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :

Art. 12.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :

1° communautaire norm : verplichte communautaire norm waarbij de op 1° communautaire norm : verplichte communautaire norm waarbij de op
milieugebied te bereiken normen zijn vastgesteld, alsmede de milieugebied te bereiken normen zijn vastgesteld, alsmede de
verplichting de beste beschikbare technische middelen te gebruiken die verplichting de beste beschikbare technische middelen te gebruiken die
geen excessieve kosten meebrengen; geen excessieve kosten meebrengen;
2° milieubescherming : elke maatregel die gericht is op de preventie 2° milieubescherming : elke maatregel die gericht is op de preventie
of het herstel van aantastingen van de natuurlijke omgeving of de of het herstel van aantastingen van de natuurlijke omgeving of de
natuurlijke hulpbronnen, dan wel op de aanmoediging van een rationeel natuurlijke hulpbronnen, dan wel op de aanmoediging van een rationeel
gebruik van die hulpbronnen; gebruik van die hulpbronnen;
3° energiebesparende maatregelen : maatregelen die de ondernemingen in 3° energiebesparende maatregelen : maatregelen die de ondernemingen in
staat stellen het energieverbruik in hun productiecyclus te staat stellen het energieverbruik in hun productiecyclus te
verminderen; verminderen;
4° hernieuwbare energiebronnen : de hernieuwbare niet-fossiele 4° hernieuwbare energiebronnen : de hernieuwbare niet-fossiele
energiebronnen; energiebronnen;
5° gestrande kosten : de kosten die ondernemingen moeten dragen ten 5° gestrande kosten : de kosten die ondernemingen moeten dragen ten
gevolge van verplichtingen die ze in het verleden zijn aangegaan, maar gevolge van verplichtingen die ze in het verleden zijn aangegaan, maar
die ze niet langer kunnen nakomen door de liberalisering van de die ze niet langer kunnen nakomen door de liberalisering van de
betrokken sector. betrokken sector.
Afdeling II . - Toepassingsgebied Afdeling II . - Toepassingsgebied

Art. 13.De Vlaamse regering kan steun verlenen aan ondernemingen voor

Art. 13.De Vlaamse regering kan steun verlenen aan ondernemingen voor

ecologie-investeringen in het Vlaamse Gewest, onder de voorwaarden ecologie-investeringen in het Vlaamse Gewest, onder de voorwaarden
vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten. vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten.
Afdeling III . - Steunintensiteit Afdeling III . - Steunintensiteit

Art. 14.§ 1. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage

Art. 14.§ 1. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage

van de in aanmerking komende ecologie-investeringen. van de in aanmerking komende ecologie-investeringen.
§ 2. De Vlaamse regering kan de volgende materiële investeringen in § 2. De Vlaamse regering kan de volgende materiële investeringen in
aanmerking nemen investeringen in grond wanneer deze absoluut aanmerking nemen investeringen in grond wanneer deze absoluut
noodzakelijk zijn om aan de milieudoelstellingen te voldoen, gebouwen, noodzakelijk zijn om aan de milieudoelstellingen te voldoen, gebouwen,
machines, installaties en uitrustingen die erop gericht zijn machines, installaties en uitrustingen die erop gericht zijn
vervuiling of hinder te beperken of te beëindigen of de vervuiling of hinder te beperken of te beëindigen of de
productiemethoden aan te passen met het oog op de milieubescherming. productiemethoden aan te passen met het oog op de milieubescherming.
De Vlaamse regering kan de volgende immateriële investeringen in De Vlaamse regering kan de volgende immateriële investeringen in
aanmerking nemen : aanmerking nemen :
investeringen in de technologieoverdracht in de vorm van : investeringen in de technologieoverdracht in de vorm van :
1° octrooien; 1° octrooien;
2° exploitatielicenties of licenties inzake geoctrooieerde technische 2° exploitatielicenties of licenties inzake geoctrooieerde technische
knowhow; knowhow;
3° niet-geoctrooieerde technische knowhow. 3° niet-geoctrooieerde technische knowhow.
§ 3. Enkel de extra investeringen die noodzakelijk zijn voor het § 3. Enkel de extra investeringen die noodzakelijk zijn voor het
verwezenlijken van de milieudoeleinden worden in aanmerking genomen, verwezenlijken van de milieudoeleinden worden in aanmerking genomen,
exclusief de voordelen van een eventuele capaciteitsverhoging, de exclusief de voordelen van een eventuele capaciteitsverhoging, de
kostenbesparingen gedurende de eerste 5 jaar van de gebruiksduur van kostenbesparingen gedurende de eerste 5 jaar van de gebruiksduur van
de investeringen en de extra bijproducten gedurende diezelfde periode. de investeringen en de extra bijproducten gedurende diezelfde periode.
§ 4. Gestrande kosten komen niet in aanmerking. § 4. Gestrande kosten komen niet in aanmerking.

Art. 15.§ 1. De Vlaamse regering kan voor de volgende

Art. 15.§ 1. De Vlaamse regering kan voor de volgende

ecologie-investeringen steun verlenen : ecologie-investeringen steun verlenen :
1° investeringen door kleine en middelgrote ondernemingen om zich aan 1° investeringen door kleine en middelgrote ondernemingen om zich aan
te passen aan nieuwe communautaire normen gedurende een periode van 3 te passen aan nieuwe communautaire normen gedurende een periode van 3
jaar te rekenen vanaf de goedkeuring van de nieuwe communautaire jaar te rekenen vanaf de goedkeuring van de nieuwe communautaire
normen; normen;
2° investeringen door ondernemingen om zich aan te passen aan de 2° investeringen door ondernemingen om zich aan te passen aan de
normen of de normen te overtreffen. Dit kan op de volgende manieren normen of de normen te overtreffen. Dit kan op de volgende manieren
gebeuren : gebeuren :
a) de Europese normen worden overtroffen; a) de Europese normen worden overtroffen;
b) de Europese normen ontbreken; b) de Europese normen ontbreken;
c) aanpassen aan de nationale of Vlaamse normen die strenger zijn dan c) aanpassen aan de nationale of Vlaamse normen die strenger zijn dan
de Europese normen; de Europese normen;
3° investeringen op energiegebied : 3° investeringen op energiegebied :
a) investeringen ten behoeve van energiebesparingen; a) investeringen ten behoeve van energiebesparingen;
b) investeringen ten behoeve van warmtekrachtkoppeling; b) investeringen ten behoeve van warmtekrachtkoppeling;
c) investeringen ten behoeve van hernieuwbare energie; c) investeringen ten behoeve van hernieuwbare energie;
d) investeringen in installaties voor hernieuwbare energie waarmee een d) investeringen in installaties voor hernieuwbare energie waarmee een
hele gemeenschap in een stelsel van zelfvoorziening bevoorraad kan hele gemeenschap in een stelsel van zelfvoorziening bevoorraad kan
worden; worden;
e) investeringen in hernieuwbare energiebronnen indien de steun e) investeringen in hernieuwbare energiebronnen indien de steun
onmisbaar is voor de realisatie van het project; onmisbaar is voor de realisatie van het project;
4° investeringen ten gevolge van de verhuizing van ondernemingen 4° investeringen ten gevolge van de verhuizing van ondernemingen
indien de onderneming overeenkomstig de milieureglementering een indien de onderneming overeenkomstig de milieureglementering een
activiteit uitoefent die een aanzienlijke vervuiling meebrengt en activiteit uitoefent die een aanzienlijke vervuiling meebrengt en
wegens die locatie, haar vestigingsplaats verlaat om zich in een wegens die locatie, haar vestigingsplaats verlaat om zich in een
geschikter gebied te vestigen. geschikter gebied te vestigen.
§ 2. De Vlaamse regering bepaalt de voorwaarden waaronder aan de § 2. De Vlaamse regering bepaalt de voorwaarden waaronder aan de
voorgaande investeringsprojecten steun kan worden verleend. voorgaande investeringsprojecten steun kan worden verleend.

Art. 16.De Vlaamse regering kan tot de volgende maximumpercentages

Art. 16.De Vlaamse regering kan tot de volgende maximumpercentages

ecologiesteun verlenen afhankelijk van de grootte van de onderneming, ecologiesteun verlenen afhankelijk van de grootte van de onderneming,
de investering in een regionaal steungebied en het type van de de investering in een regionaal steungebied en het type van de
ecologie-investering : ecologie-investering :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
HOOFDSTUK IV. - Steun voor advies en studies HOOFDSTUK IV. - Steun voor advies en studies
Afdeling I . - Toepassingsgebied Afdeling I . - Toepassingsgebied

Art. 17.De Vlaamse regering kan steun verlenen aan kleine en

Art. 17.De Vlaamse regering kan steun verlenen aan kleine en

middelgrote ondernemingen voor extern(e) advies en studie en aan middelgrote ondernemingen voor extern(e) advies en studie en aan
natuurlijke personen voor een externe haalbaarheidsstudie betreffende natuurlijke personen voor een externe haalbaarheidsstudie betreffende
de eventuele oprichting of overname van een onderneming, onder de de eventuele oprichting of overname van een onderneming, onder de
voorwaarden vermeld in de K.M.O.-verordening, dit decreet en de voorwaarden vermeld in de K.M.O.-verordening, dit decreet en de
uitvoeringsbesluiten. uitvoeringsbesluiten.
Afdeling II . - Steunintensiteit Afdeling II . - Steunintensiteit

Art. 18.§ 1. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage

Art. 18.§ 1. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage

van de in aanmerking komende kosten van advies en studie. van de in aanmerking komende kosten van advies en studie.
§ 2. De Vlaamse regering bepaalt de in aanmerking komende kosten van § 2. De Vlaamse regering bepaalt de in aanmerking komende kosten van
advies en studie. advies en studie.
Diensten van permanente of periodieke aard en diensten die tot de Diensten van permanente of periodieke aard en diensten die tot de
gewone bedrijfsuitgaven van de onderneming behoren, komen niet in gewone bedrijfsuitgaven van de onderneming behoren, komen niet in
aanmerking. aanmerking.

Art. 19.De Vlaamse regering kan tot maximaal 50 % steun voor advies

Art. 19.De Vlaamse regering kan tot maximaal 50 % steun voor advies

en studie verlenen. en studie verlenen.
HOOFDSTUK V. - Steun voor opleiding HOOFDSTUK V. - Steun voor opleiding
Afdeling I . - Definities Afdeling I . - Definities

Art. 20.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :

Art. 20.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :

1° algemene opleiding : een opleiding zoals bedoeld in artikel 2, e) , 1° algemene opleiding : een opleiding zoals bedoeld in artikel 2, e) ,
van de opleidingsverordening; van de opleidingsverordening;
2° specifieke opleiding : een opleiding zoals bedoeld in artikel 2, d) 2° specifieke opleiding : een opleiding zoals bedoeld in artikel 2, d)
, van de opleidingsverordening. , van de opleidingsverordening.

Art. 21.De werknemers zoals bedoeld in artikel 2, g) , van de

Art. 21.De werknemers zoals bedoeld in artikel 2, g) , van de

opleidingsverordening kunnen door de Vlaamse regering als benadeelde opleidingsverordening kunnen door de Vlaamse regering als benadeelde
werknemers in aanmerking genomen worden. werknemers in aanmerking genomen worden.
Afdeling II . - Toepassingsgebied Afdeling II . - Toepassingsgebied

Art. 22.De Vlaamse regering kan steun verlenen aan ondernemingen voor

Art. 22.De Vlaamse regering kan steun verlenen aan ondernemingen voor

interne en externe opleiding van werkenden onder de voorwaarden interne en externe opleiding van werkenden onder de voorwaarden
vermeld in de opleidingsverordening, dit decreet en de vermeld in de opleidingsverordening, dit decreet en de
uitvoeringsbesluiten. uitvoeringsbesluiten.
Afdeling III . - Steunintensiteit Afdeling III . - Steunintensiteit

Art. 23.1. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage van

Art. 23.1. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage van

de in aanmerking komende kosten van de opleiding. de in aanmerking komende kosten van de opleiding.
§ 2. De Vlaamse regering kan de volgende opleidingskosten in § 2. De Vlaamse regering kan de volgende opleidingskosten in
aanmerking nemen : aanmerking nemen :
1° de personeelskosten van de opleiders; 1° de personeelskosten van de opleiders;
2° de verplaatsingskosten van de opleiders en degenen die de opleiding 2° de verplaatsingskosten van de opleiders en degenen die de opleiding
volgen; volgen;
3° andere lopende uitgaven voor materiaal en benodigdheden; 3° andere lopende uitgaven voor materiaal en benodigdheden;
4° de afschrijving van machines, installaties en uitrusting, in de 4° de afschrijving van machines, installaties en uitrusting, in de
mate waarin deze uitsluitend voor het opleidingsproject worden mate waarin deze uitsluitend voor het opleidingsproject worden
gebruikt; gebruikt;
5° de kosten van diensten inzake begeleiding en advisering met 5° de kosten van diensten inzake begeleiding en advisering met
betrekking tot het opleidingsproject; betrekking tot het opleidingsproject;
6° de personeelskosten van diegenen die de opleiding volgen, ten 6° de personeelskosten van diegenen die de opleiding volgen, ten
belope van het totaal van de overige, in de punten 1° tot en met 5° belope van het totaal van de overige, in de punten 1° tot en met 5°
bedoelde, in aanmerking komende kosten. Er mag slechts rekening bedoelde, in aanmerking komende kosten. Er mag slechts rekening
gehouden worden met de uren die de deelnemers aan de opleiding gehouden worden met de uren die de deelnemers aan de opleiding
daadwerkelijk besteden, onder aftrek van de door hen gewerkte of daadwerkelijk besteden, onder aftrek van de door hen gewerkte of
daarmee gelijkgestelde uren. daarmee gelijkgestelde uren.

Art. 24.De Vlaamse regering kan tot de volgende maximumpercentages

Art. 24.De Vlaamse regering kan tot de volgende maximumpercentages

opleidingssteun verlenen : opleidingssteun verlenen :
1° voor specifieke opleiding kan aan kleine en middelgrote 1° voor specifieke opleiding kan aan kleine en middelgrote
ondernemingen tot 35 % en aan grote ondernemingen tot 25 % steun ondernemingen tot 35 % en aan grote ondernemingen tot 25 % steun
verleend worden; verleend worden;
2° voor algemene opleiding kan aan kleine en middelgrote ondernemingen 2° voor algemene opleiding kan aan kleine en middelgrote ondernemingen
tot 70 % en aan grote ondernemingen tot 50 % steun verleend worden. tot 70 % en aan grote ondernemingen tot 50 % steun verleend worden.
Deze percentages kunnen tot maximaal 10 % voor de opleiding van Deze percentages kunnen tot maximaal 10 % voor de opleiding van
benadeelde werknemers en tot maximaal 5 % voor ondernemingen gevestigd benadeelde werknemers en tot maximaal 5 % voor ondernemingen gevestigd
in de regionale steungebieden, verhoogd worden. in de regionale steungebieden, verhoogd worden.
HOOFDSTUK VI. - Steun voor de (her)uitrusting en (her)aanleg van HOOFDSTUK VI. - Steun voor de (her)uitrusting en (her)aanleg van
bedrijventerreinen en oprichting, uitbreiding en modernisering van bedrijventerreinen en oprichting, uitbreiding en modernisering van
bedrijfsgebouwen bedrijfsgebouwen
Afdeling I . - Toepassingsgebied Afdeling I . - Toepassingsgebied

Art. 25.§ 1. De Vlaamse regering kan steun verlenen aan

Art. 25.§ 1. De Vlaamse regering kan steun verlenen aan

publiekrechtelijke rechtspersonen aangewezen door de Vlaamse regering publiekrechtelijke rechtspersonen aangewezen door de Vlaamse regering
voor de (her)uitrusting en (her)aanleg van terreinen en de oprichting, voor de (her)uitrusting en (her)aanleg van terreinen en de oprichting,
uitbreiding en modernisering van gebouwen gelegen in het Vlaamse uitbreiding en modernisering van gebouwen gelegen in het Vlaamse
Gewest, met het oog op het ter beschikking stellen van ondernemingen, Gewest, met het oog op het ter beschikking stellen van ondernemingen,
onder de voorwaarden vermeld in dit decreet en de onder de voorwaarden vermeld in dit decreet en de
uitvoeringsbesluiten. uitvoeringsbesluiten.
§ 2. De Vlaamse regering kan steun verlenen aan ondernemingen voor de § 2. De Vlaamse regering kan steun verlenen aan ondernemingen voor de
(her)uitrusting en (her)aanleg van terreinen gelegen in het Vlaamse (her)uitrusting en (her)aanleg van terreinen gelegen in het Vlaamse
Gewest, met het oog op het ter beschikking stellen van ondernemingen, Gewest, met het oog op het ter beschikking stellen van ondernemingen,
onder de voorwaarden vermeld in dit decreet en de onder de voorwaarden vermeld in dit decreet en de
uitvoeringsbesluiten. uitvoeringsbesluiten.
Afdeling II . - Steunintensiteit Afdeling II . - Steunintensiteit

Art. 26.§ 1. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage

Art. 26.§ 1. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage

van de in aanmerking komende kosten en investeringen. van de in aanmerking komende kosten en investeringen.
§ 2. De Vlaamse regering bepaalt welke kosten en investeringen voor de § 2. De Vlaamse regering bepaalt welke kosten en investeringen voor de
(her)uitrusting en (her)aanleg van terreinen en oprichting, (her)uitrusting en (her)aanleg van terreinen en oprichting,
uitbreiding en modernisering van gebouwen, met het oog op het ter uitbreiding en modernisering van gebouwen, met het oog op het ter
beschikking stellen van ondernemingen, in aanmerking komen. beschikking stellen van ondernemingen, in aanmerking komen.

Art. 27.De Vlaamse regering bepaalt de steunpercentages voor de

Art. 27.De Vlaamse regering bepaalt de steunpercentages voor de

(her)uitrusting en (her)aanleg van terreinen en oprichting, (her)uitrusting en (her)aanleg van terreinen en oprichting,
uitbreiding en modernisering van gebouwen, met het oog op het ter uitbreiding en modernisering van gebouwen, met het oog op het ter
beschikking stellen van ondernemingen. beschikking stellen van ondernemingen.
HOOFDSTUK VII. - Steun voor sanering van vervuilde bedrijventerreinen HOOFDSTUK VII. - Steun voor sanering van vervuilde bedrijventerreinen
en bedrijfsgebouwen en bedrijfsgebouwen
Afdeling I . - Definitie Afdeling I . - Definitie

Art. 28.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder

Art. 28.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder

vervuiler : degene die direct of indirect schade toebrengt aan het vervuiler : degene die direct of indirect schade toebrengt aan het
milieu of de voorwaarden schept die deze schade veroorzaken. milieu of de voorwaarden schept die deze schade veroorzaken.
Afdeling II . - Toepassingsgebied Afdeling II . - Toepassingsgebied

Art. 29.De Vlaamse regering kan steun verlenen aan ondernemingen en

Art. 29.De Vlaamse regering kan steun verlenen aan ondernemingen en

publiekrechtelijke rechtspersonen aangewezen door de Vlaamse regering publiekrechtelijke rechtspersonen aangewezen door de Vlaamse regering
voor de sanering van een vervuild terrein of gebouw gelegen in het voor de sanering van een vervuild terrein of gebouw gelegen in het
Vlaamse Gewest, indien de vervuiler niet bekend is of niet Vlaamse Gewest, indien de vervuiler niet bekend is of niet
aansprakelijk kan worden gesteld, met het oog op het ter beschikking aansprakelijk kan worden gesteld, met het oog op het ter beschikking
stellen van ondernemingen, onder de voorwaarden vermeld in dit decreet stellen van ondernemingen, onder de voorwaarden vermeld in dit decreet
en de uitvoeringsbesluiten. en de uitvoeringsbesluiten.
Afdeling III . - Steunintensiteit Afdeling III . - Steunintensiteit

Art. 30.§ 1. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage

Art. 30.§ 1. De steunintensiteit wordt berekend als een percentage

van de in aanmerking komende kosten en investeringen. van de in aanmerking komende kosten en investeringen.
§ 2. De Vlaamse regering kan de volgende kosten en investeringen in § 2. De Vlaamse regering kan de volgende kosten en investeringen in
aanmerking nemen : aanmerking nemen :
1° de aanvaarde kosten en investeringen. Dit zijn de kosten en 1° de aanvaarde kosten en investeringen. Dit zijn de kosten en
investeringen van de werkzaamheden, verminderd met de waardestijging investeringen van de werkzaamheden, verminderd met de waardestijging
van het terrein; van het terrein;
2° de kosten en investeringen van de werkzaamheden. 2° de kosten en investeringen van de werkzaamheden.

Art. 31.§ 1. De Vlaamse regering kan tot de volgende

Art. 31.§ 1. De Vlaamse regering kan tot de volgende

maximumpercentages saneringssteun verlenen : maximumpercentages saneringssteun verlenen :
1° voor de aanvaarde kosten en investeringen 100 %; 1° voor de aanvaarde kosten en investeringen 100 %;
2° voor de kosten en investeringen van de werkzaamheden : 15 %. 2° voor de kosten en investeringen van de werkzaamheden : 15 %.
§ 2. Het totale bedrag van de steun kan in geen geval hoger zijn dan § 2. Het totale bedrag van de steun kan in geen geval hoger zijn dan
de daadwerkelijke uitgaven van de onderneming. de daadwerkelijke uitgaven van de onderneming.
HOOFDSTUK VIII. - Verwerving van gronden en gebouwen HOOFDSTUK VIII. - Verwerving van gronden en gebouwen

Art. 32.§ 1. Ter ondersteuning van zijn economisch beleid, in het

Art. 32.§ 1. Ter ondersteuning van zijn economisch beleid, in het

kader van de opwaardering van de stedelijke gebieden, ter bestrijding kader van de opwaardering van de stedelijke gebieden, ter bestrijding
van de leegstand van verlaten bedrijfssites of om strategische van de leegstand van verlaten bedrijfssites of om strategische
redenen, kan het Vlaamse Gewest gebouwen en gronden aankopen met het redenen, kan het Vlaamse Gewest gebouwen en gronden aankopen met het
oog op het ter beschikking stellen van ondernemingen. oog op het ter beschikking stellen van ondernemingen.
§ 2. Om de in § 1 geformuleerde doelstelling te realiseren kan het § 2. Om de in § 1 geformuleerde doelstelling te realiseren kan het
Vlaamse Gewest opdracht geven tot het ontwikkelen en saneren van Vlaamse Gewest opdracht geven tot het ontwikkelen en saneren van
bedrijventerreinen, evenals tot het oprichten, herinrichten of saneren bedrijventerreinen, evenals tot het oprichten, herinrichten of saneren
van bedrijfsgebouwen. van bedrijfsgebouwen.
HOOFDSTUK IX. - Steun aan ondernemingen die getroffen worden door een HOOFDSTUK IX. - Steun aan ondernemingen die getroffen worden door een
openbare ramp of crisis openbare ramp of crisis

Art. 33.§ 1. De Vlaamse regering kan steun verlenen aan ondernemingen

Art. 33.§ 1. De Vlaamse regering kan steun verlenen aan ondernemingen

waarvan de economische bedrijvigheid ernstig getroffen wordt door een waarvan de economische bedrijvigheid ernstig getroffen wordt door een
openbare ramp of crisis die door een besluit van de Vlaamse regering openbare ramp of crisis die door een besluit van de Vlaamse regering
als dusdanig wordt erkend. als dusdanig wordt erkend.
§ 2. De Vlaamse regering bepaalt in dit geval de voorwaarden waaronder § 2. De Vlaamse regering bepaalt in dit geval de voorwaarden waaronder
steun kan worden verleend en de hoogte van de steun. steun kan worden verleend en de hoogte van de steun.
HOOFDSTUK X. - Reddings- en herstructureringssteun HOOFDSTUK X. - Reddings- en herstructureringssteun

Art. 34.De Vlaamse regering kan reddings- en herstructureringssteun

Art. 34.De Vlaamse regering kan reddings- en herstructureringssteun

verlenen aan ondernemingen in moeilijkheden, overeenkomstig de verlenen aan ondernemingen in moeilijkheden, overeenkomstig de
communautaire richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun communautaire richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun
aan ondernemingen in moeilijkheden. aan ondernemingen in moeilijkheden.
HOOFDSTUK XI. - De minimissteun HOOFDSTUK XI. - De minimissteun

Art. 35.De Vlaamse regering kan van de steunpercentages vermeld in

Art. 35.De Vlaamse regering kan van de steunpercentages vermeld in

dit decreet afwijken onder de voorwaarden vermeld in de de dit decreet afwijken onder de voorwaarden vermeld in de de
minimisverordening. minimisverordening.
HOOFDSTUK XII. - Europese reglementering HOOFDSTUK XII. - Europese reglementering

Art. 36.De steun aan ondernemingen wordt toegekend onverminderd de

Art. 36.De steun aan ondernemingen wordt toegekend onverminderd de

strengere Europese reglementering. strengere Europese reglementering.
HOOFDSTUK XIII. - De uitbetaling van de steun HOOFDSTUK XIII. - De uitbetaling van de steun

Art. 37.Onverminderd artikel 100 van het koninklijk besluit van 17

Art. 37.Onverminderd artikel 100 van het koninklijk besluit van 17

juli 1991 houdende coordinatie van de wetten op de Rijkscomptabiliteit juli 1991 houdende coordinatie van de wetten op de Rijkscomptabiliteit
zijn de schuldvorderingen ten aanzien van het Vlaamse Gewest die uit zijn de schuldvorderingen ten aanzien van het Vlaamse Gewest die uit
dit decreet en haar uitvoeringsbesluiten voortvloeien, verjaard en dit decreet en haar uitvoeringsbesluiten voortvloeien, verjaard en
voorgoed ten voordele van het Vlaamse Gewest vervallen waarvan de voorgoed ten voordele van het Vlaamse Gewest vervallen waarvan de
overlegging niet is geschied binnen een termijn van 6 maanden na het overlegging niet is geschied binnen een termijn van 6 maanden na het
beëindigen van het project. beëindigen van het project.
HOOFDSTUK XIV. - Terugvordering HOOFDSTUK XIV. - Terugvordering

Art. 38.De Vlaamse regering bepaalt de gevallen van terugvordering,

Art. 38.De Vlaamse regering bepaalt de gevallen van terugvordering,

de termijnen waarbinnen de feiten die aanleiding geven tot de termijnen waarbinnen de feiten die aanleiding geven tot
terugvordering zich moeten voordoen en de intrestvoet die in dit geval terugvordering zich moeten voordoen en de intrestvoet die in dit geval
verschuldigd is. verschuldigd is.
HOOFDSTUK XV. - Opheffingsbepaling HOOFDSTUK XV. - Opheffingsbepaling

Art. 39.Het decreet van 31 maart 1993 betreffende een financiële

Art. 39.Het decreet van 31 maart 1993 betreffende een financiële

tegemoetkoming door het Vlaamse Gewest ten behoeve van kleine tegemoetkoming door het Vlaamse Gewest ten behoeve van kleine
ondernemingen die een beroep doen op erkende externe bedrijfsadviseurs ondernemingen die een beroep doen op erkende externe bedrijfsadviseurs
wordt opgeheven. wordt opgeheven.
HOOFDSTUK XVI. - Overgangsmaatregelen HOOFDSTUK XVI. - Overgangsmaatregelen

Art. 40.De Vlaamse regering legt de overgangsmaatregelen vast.

Art. 40.De Vlaamse regering legt de overgangsmaatregelen vast.

Art. 41.De wet van 30 december 1970 betreffende de economische

Art. 41.De wet van 30 december 1970 betreffende de economische

expansie, de wet van 4 augustus 1978 tot economische heroriëntering en expansie, de wet van 4 augustus 1978 tot economische heroriëntering en
het decreet van 15 december 1993 tot bevordering van de economische het decreet van 15 december 1993 tot bevordering van de economische
expansie in het Vlaamse Gewest blijven van toepassing voor expansie in het Vlaamse Gewest blijven van toepassing voor
aangelegenheden die niet geregeld worden in dit decreet en de aangelegenheden die niet geregeld worden in dit decreet en de
uitvoeringsbesluiten. uitvoeringsbesluiten.
HOOFDSTUK XVII. - Inwerkingtreding HOOFDSTUK XVII. - Inwerkingtreding

Art. 42.§ 1. De Vlaamse regering bepaalt de datum waarop dit decreet

Art. 42.§ 1. De Vlaamse regering bepaalt de datum waarop dit decreet

in werking treedt. in werking treedt.
§ 2. Er kan op basis van een steunregeling van dit decreet slechts § 2. Er kan op basis van een steunregeling van dit decreet slechts
steun in de zin van artikel 87, lid l, van het EG-Verdrag toegekend steun in de zin van artikel 87, lid l, van het EG-Verdrag toegekend
worden na de inwerkingtreding van de desbetreffende worden na de inwerkingtreding van de desbetreffende
uitvoeringsbesluiten. uitvoeringsbesluiten.
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad
zal worden bekendgemaakt. zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 31 januari 2003. Brussel, 31 januari 2003.
De minister-president van de Vlaamse regering, De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid, Buitenlandse De Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid, Buitenlandse
Handel en Huisvesting, Handel en Huisvesting,
J. GABRIELS J. GABRIELS
_______ _______
Nota Nota
(1) Zitting 2001-2002 (1) Zitting 2001-2002
Stukken . - Ontwerp van decreet : 1209 - nr. 1 Stukken . - Ontwerp van decreet : 1209 - nr. 1
Zitting 2002-2003 Zitting 2002-2003
Stukken . - Amendementen : 1209 - nrs. 2 en 3 Stukken . - Amendementen : 1209 - nrs. 2 en 3
- In eerste lezing door de commissie aangenomen artikelen : 1209 - nr. - In eerste lezing door de commissie aangenomen artikelen : 1209 - nr.
4 4
- Amendement : 1209 - nr. 5 - Amendement : 1209 - nr. 5
- Verslag : 1209 - nr. 6 - Verslag : 1209 - nr. 6
- Amendementen : 1209 - nr. 7 - Amendementen : 1209 - nr. 7
- Motie houdende verzoek tot raadpleging van de Raad van State : 1209 - Motie houdende verzoek tot raadpleging van de Raad van State : 1209
- nr. 8 - nr. 8
- Advies van de Raad van State : 1209 - nr. 9 - Advies van de Raad van State : 1209 - nr. 9
- Amendementen : 1209 - nr. 10 - Amendementen : 1209 - nr. 10
- Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 1209 - nr. 11 - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 1209 - nr. 11
Handelingen. - Bespreking en aanneming : Vergaderingen van 22 januari Handelingen. - Bespreking en aanneming : Vergaderingen van 22 januari
2003. 2003.
^