Decreet betreffende het investeringsplan voor schoolgebouwen in het kader van het Europees plan voor herstel en veerkracht | Decreet betreffende het investeringsplan voor schoolgebouwen in het kader van het Europees plan voor herstel en veerkracht |
---|---|
MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP |
30 SEPTEMBER 2021. - Decreet betreffende het investeringsplan voor | 30 SEPTEMBER 2021. - Decreet betreffende het investeringsplan voor |
schoolgebouwen in het kader van het Europees plan voor herstel en | schoolgebouwen in het kader van het Europees plan voor herstel en |
veerkracht | veerkracht |
Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, | Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, |
regering, bekrachtigen hetgeen volgt: | regering, bekrachtigen hetgeen volgt: |
HOOFDSTUK I. - Definities en toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Definities en toepassingsgebied |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder: |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder: |
1.Verordening (EU) 2021/241: Verordening (EU) 2021/241 van het | 1.Verordening (EU) 2021/241: Verordening (EU) 2021/241 van het |
Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van | Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van |
een faciliteit voor herstel en veerkracht; | een faciliteit voor herstel en veerkracht; |
2. Verordening (EU) 2020/852: Verordening (EU) 2020/852 van het | 2. Verordening (EU) 2020/852: Verordening (EU) 2020/852 van het |
Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2020 betreffende de | Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2020 betreffende de |
totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame | totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame |
beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088; | beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088; |
3. decreet van 5 februari 1990: het decreet van 5 februari 1990 | 3. decreet van 5 februari 1990: het decreet van 5 februari 1990 |
betreffende de schoolgebouwen voor niet-universitair onderwijs | betreffende de schoolgebouwen voor niet-universitair onderwijs |
georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap; | georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap; |
4. totale investering: het geraamde bedrag van de werken op het | 4. totale investering: het geraamde bedrag van de werken op het |
ogenblik van de indiening van het dossier in de oproep tot het | ogenblik van de indiening van het dossier in de oproep tot het |
indienen van projecten, vermeerderd met de algemene kosten, zoals | indienen van projecten, vermeerderd met de algemene kosten, zoals |
vastgesteld door de regering, en met de belasting over de toegevoegde | vastgesteld door de regering, en met de belasting over de toegevoegde |
waarde; | waarde; |
5. de Administratie: de Algemene Dienst voor Gesubsidieerde | 5. de Administratie: de Algemene Dienst voor Gesubsidieerde |
Schoolinfrastructuur van de Algemene Directie Infrastructuur van de | Schoolinfrastructuur van de Algemene Directie Infrastructuur van de |
Franse Gemeenschap; | Franse Gemeenschap; |
6. werkpool: groep werken, ingedeeld volgens typologie, die een | 6. werkpool: groep werken, ingedeeld volgens typologie, die een |
indeling van de projecten mogelijk maakt; | indeling van de projecten mogelijk maakt; |
7. aanvrager: elke inrichtende macht die onder het toepassingsgebied | 7. aanvrager: elke inrichtende macht die onder het toepassingsgebied |
van deze regeling valt en een aanvraag indient voor financiering in | van deze regeling valt en een aanvraag indient voor financiering in |
het kader van dit decreet; | het kader van dit decreet; |
8. investeringsplan: het buitengewone financieringsplan dat | 8. investeringsplan: het buitengewone financieringsplan dat |
voortvloeit uit de mechanismen waarin dit decreet voorziet; | voortvloeit uit de mechanismen waarin dit decreet voorziet; |
9. schoolgebouw: elk schoolgebouw voor gewoon en gespecialiseerd | 9. schoolgebouw: elk schoolgebouw voor gewoon en gespecialiseerd |
basisonderwijs, gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs en | basisonderwijs, gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs en |
secundair onderwijs voor sociale promotie, voor kunstonderwijs met | secundair onderwijs voor sociale promotie, voor kunstonderwijs met |
beperkt leerplan, voor hoger onderwijs buiten de universiteiten, voor | beperkt leerplan, voor hoger onderwijs buiten de universiteiten, voor |
onderwijs voor sociale promotie, of een gebouw waarin | onderwijs voor sociale promotie, of een gebouw waarin |
psycho-medisch-sociale centra of internaten en opvangtehuizen voor | psycho-medisch-sociale centra of internaten en opvangtehuizen voor |
gewoon en gespecialiseerd basisonderwijs, secundair onderwijs en hoger | gewoon en gespecialiseerd basisonderwijs, secundair onderwijs en hoger |
onderwijs zijn ondergebracht, georganiseerd of gesubsidieerd door de | onderwijs zijn ondergebracht, georganiseerd of gesubsidieerd door de |
Franse Gemeenschap; | Franse Gemeenschap; |
10. werkdagen: alle dagen met uitzondering van zaterdagen, zondagen en | 10. werkdagen: alle dagen met uitzondering van zaterdagen, zondagen en |
wettelijke feestdagen; | wettelijke feestdagen; |
11. de begunstigden: de Franse Gemeenschap, de inrichtende machten en | 11. de begunstigden: de Franse Gemeenschap, de inrichtende machten en |
de psycho-medisch-sociale centra. | de psycho-medisch-sociale centra. |
Art. 2.Dit decreet is van toepassing op de Franse Gemeenschap voor |
Art. 2.Dit decreet is van toepassing op de Franse Gemeenschap voor |
wat betreft de directe investeringen in gebouwen waarvan zij eigenaar | wat betreft de directe investeringen in gebouwen waarvan zij eigenaar |
en/of mede-eigenaar is, alsook op elke inrichtende macht die enig type | en/of mede-eigenaar is, alsook op elke inrichtende macht die enig type |
van onderwijs organiseert met uitzondering van het universitair | van onderwijs organiseert met uitzondering van het universitair |
onderwijs en op de psycho-medisch-sociale centra. | onderwijs en op de psycho-medisch-sociale centra. |
HOOFDSTUK II. - De oproep tot het indienen van projecten en de | HOOFDSTUK II. - De oproep tot het indienen van projecten en de |
inaanmerkingneming van projecten | inaanmerkingneming van projecten |
Deel I. - De oproep tot het indienen van projecten | Deel I. - De oproep tot het indienen van projecten |
Art. 3.§ 1. De regering maakt een oproep tot het indienen van |
Art. 3.§ 1. De regering maakt een oproep tot het indienen van |
projecten voor alle inrichtende machten bekend met het oog op de | projecten voor alle inrichtende machten bekend met het oog op de |
toekenning van de middelen bedoeld in artikel 5, § 1. | toekenning van de middelen bedoeld in artikel 5, § 1. |
Deze oproep tot het indienen van projecten wordt geformaliseerd in een | Deze oproep tot het indienen van projecten wordt geformaliseerd in een |
rondzendbrief en bevat | rondzendbrief en bevat |
1. een herinnering aan de criteria om in aanmerking te komen voor de | 1. een herinnering aan de criteria om in aanmerking te komen voor de |
werken; | werken; |
2. een herinnering van de criteria voor het bepalen van de prioriteit | 2. een herinnering van de criteria voor het bepalen van de prioriteit |
van werken binnen een pool; | van werken binnen een pool; |
3. de lijst van documenten die vereist zijn om na te gaan of aan de | 3. de lijst van documenten die vereist zijn om na te gaan of aan de |
criteria voor de inaanmerkingneming is voldaan en voor indeling; | criteria voor de inaanmerkingneming is voldaan en voor indeling; |
4. de verplichting voor de aanvrager om een retroplanning van het | 4. de verplichting voor de aanvrager om een retroplanning van het |
project bij te voegen waaruit blijkt dat de in artikel 4, 5° bedoelde | project bij te voegen waaruit blijkt dat de in artikel 4, 5° bedoelde |
termijn zal worden nageleefd. Indien deze retroplanning tijdens de | termijn zal worden nageleefd. Indien deze retroplanning tijdens de |
uitvoering van het project niet wordt nageleefd, loopt de begunstigde | uitvoering van het project niet wordt nageleefd, loopt de begunstigde |
het risico zijn toegezegde financiering te verliezen; | het risico zijn toegezegde financiering te verliezen; |
5. de praktische nadere regels voor het indienen van projecten. | 5. de praktische nadere regels voor het indienen van projecten. |
Volledige aanvraagdossiers worden binnen drie maanden na toezending | Volledige aanvraagdossiers worden binnen drie maanden na toezending |
van de in lid 2 bedoelde rondzendbrief ingediend. | van de in lid 2 bedoelde rondzendbrief ingediend. |
§ 2. De regering kan een tweede projectoproep lanceren indien het | § 2. De regering kan een tweede projectoproep lanceren indien het |
bedrag bedoeld in artikel 5, § 1, bij de eerste projectoproep niet | bedrag bedoeld in artikel 5, § 1, bij de eerste projectoproep niet |
volledig kan worden opgebruikt wegens een gebrek aan in aanmerking | volledig kan worden opgebruikt wegens een gebrek aan in aanmerking |
komende aanvragen. | komende aanvragen. |
Deel II. - Projecten die in aanmerking komen | Deel II. - Projecten die in aanmerking komen |
Art. 4.Projecten die aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen, |
Art. 4.Projecten die aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen, |
komen in aanmerking voor de in artikel 3 bedoelde oproep tot het | komen in aanmerking voor de in artikel 3 bedoelde oproep tot het |
indienen van projecten indien: | indienen van projecten indien: |
1. zij gericht zijn op schoolgebouwen | 1. zij gericht zijn op schoolgebouwen |
2. het betrokken schoolgebouw eigendom is van de aanvrager of deze | 2. het betrokken schoolgebouw eigendom is van de aanvrager of deze |
heeft er een eigen zakelijk recht op of heeft het overgedragen aan een | heeft er een eigen zakelijk recht op of heeft het overgedragen aan een |
openbare of patrimoniale beheervennootschap van schoolgebouwen, | openbare of patrimoniale beheervennootschap van schoolgebouwen, |
waardoor deze er over kan beschikken, en is bestemd om gedurende ten | waardoor deze er over kan beschikken, en is bestemd om gedurende ten |
minste 30 jaar vanaf de datum van de toekenning van de vaste | minste 30 jaar vanaf de datum van de toekenning van de vaste |
financieringsovereenkomst voor schooldoeleinden te worden gebruikt; | financieringsovereenkomst voor schooldoeleinden te worden gebruikt; |
3. de aanvrager zich ertoe verbindt de in artikel 34 van Verordening | 3. de aanvrager zich ertoe verbindt de in artikel 34 van Verordening |
(EU) nr. 2021/241 bedoelde bekendmaking te organiseren; | (EU) nr. 2021/241 bedoelde bekendmaking te organiseren; |
4. de "bekendmaking" of raadpleging voor het contract voor werken voor | 4. de "bekendmaking" of raadpleging voor het contract voor werken voor |
de betrokken diensten na 1 februari 2020 plaatsvindt; | de betrokken diensten na 1 februari 2020 plaatsvindt; |
5. het dossier niet kan worden afgesloten op de datum van indiening | 5. het dossier niet kan worden afgesloten op de datum van indiening |
van de projecten. De afsluiting van het dossier wordt vastgesteld bij | van de projecten. De afsluiting van het dossier wordt vastgesteld bij |
de voorlopige aanvaarding van het dossier; | de voorlopige aanvaarding van het dossier; |
6. de voorlopige oplevering van de werken waarop de uitzonderlijke | 6. de voorlopige oplevering van de werken waarop de uitzonderlijke |
financiering betrekking heeft, uiterlijk aan het einde van het tweede | financiering betrekking heeft, uiterlijk aan het einde van het tweede |
kwartaal van 2026 plaats moet vinden; | kwartaal van 2026 plaats moet vinden; |
7. de uitgevoerde werken aan de materiële en financiële normen voldoen | 7. de uitgevoerde werken aan de materiële en financiële normen voldoen |
die zijn vastgesteld in artikel 2 van het decreet van 5 februari 1990; | die zijn vastgesteld in artikel 2 van het decreet van 5 februari 1990; |
8. de uitgevoerde werken aan de specifieke voorwaarden voldoen die | 8. de uitgevoerde werken aan de specifieke voorwaarden voldoen die |
voor elk soort werk zijn vastgesteld in de artikelen 14 tot en met 17 | voor elk soort werk zijn vastgesteld in de artikelen 14 tot en met 17 |
van dit decreet; | van dit decreet; |
9. noch de renovatiewerken noch de activiteiten die in de betrokken | 9. noch de renovatiewerken noch de activiteiten die in de betrokken |
infrastructuur worden uitgevoerd, aanzienlijke milieuschade kunnen | infrastructuur worden uitgevoerd, aanzienlijke milieuschade kunnen |
veroorzaken in de zin van artikel 17 van Verordening (EU) 2020/852; | veroorzaken in de zin van artikel 17 van Verordening (EU) 2020/852; |
10. de aanvragers zich ertoe verbinden in te gaan op elk verzoek van | 10. de aanvragers zich ertoe verbinden in te gaan op elk verzoek van |
de Franse Gemeenschap, de Europese Commissie of elk controleorgaan dat | de Franse Gemeenschap, de Europese Commissie of elk controleorgaan dat |
betrokken is bij de toepassing van het plan voor herstel- en | betrokken is bij de toepassing van het plan voor herstel- en |
veerkracht, als bedoeld in Verordening (EU) 2021/241, teneinde het | veerkracht, als bedoeld in Verordening (EU) 2021/241, teneinde het |
gebruik van de ontvangen financiële steun te kunnen monitoren en de | gebruik van de ontvangen financiële steun te kunnen monitoren en de |
nodige informatie aan de Commissie te kunnen meedelen. | nodige informatie aan de Commissie te kunnen meedelen. |
HOOFDSTUK III. - Enveloppe gewijd aan het investeringsplan en nadere | HOOFDSTUK III. - Enveloppe gewijd aan het investeringsplan en nadere |
regels voor de indeling van projecten en overdrachten tussen | regels voor de indeling van projecten en overdrachten tussen |
enveloppes | enveloppes |
Deel I. - Enveloppe voor het investeringsplan | Deel I. - Enveloppe voor het investeringsplan |
Art. 5.§ 1. Binnen de limiet van het bedrag dat is voorzien voor |
Art. 5.§ 1. Binnen de limiet van het bedrag dat is voorzien voor |
schoolgebouwen in het kader van het Europees plan voor herstel en | schoolgebouwen in het kader van het Europees plan voor herstel en |
veerkracht bedoeld in Verordening (EU) 2021/241, verhoogd met 10 | veerkracht bedoeld in Verordening (EU) 2021/241, verhoogd met 10 |
procent en vermeerderd met de bedragen die nodig zijn voor de dekking | procent en vermeerderd met de bedragen die nodig zijn voor de dekking |
van de belasting over de toegevoegde waarde, kent de regering een | van de belasting over de toegevoegde waarde, kent de regering een |
uitzonderlijke financiering toe. | uitzonderlijke financiering toe. |
De in lid 1 bedoelde verhoging met 10 procent mag evenwel niet meer | De in lid 1 bedoelde verhoging met 10 procent mag evenwel niet meer |
bedragen dan 25.000.000 euro. | bedragen dan 25.000.000 euro. |
§ 2. De verdeling van het in § 1 bedoelde bedrag onder de | § 2. De verdeling van het in § 1 bedoelde bedrag onder de |
rechthebbenden geschiedt met inachtneming van het geheel van de | rechthebbenden geschiedt met inachtneming van het geheel van de |
volgende voorwaarden: | volgende voorwaarden: |
a) de in de artikelen 6 tot en met 17 van dit decreet genoemde | a) de in de artikelen 6 tot en met 17 van dit decreet genoemde |
voorwaarden; | voorwaarden; |
b) de theoretische verdeelsleutel voor het in § 1 bedoelde bedrag, die | b) de theoretische verdeelsleutel voor het in § 1 bedoelde bedrag, die |
als volgt wordt gedefinieerd: | als volgt wordt gedefinieerd: |
1. 41,15 procent voor investeringen in schoolgebouwen die eigendom of | 1. 41,15 procent voor investeringen in schoolgebouwen die eigendom of |
mede-eigendom zijn van de Franse Gemeenschap; | mede-eigendom zijn van de Franse Gemeenschap; |
2. 34,12 procent voor de financiering van werken in verband met | 2. 34,12 procent voor de financiering van werken in verband met |
schoolgebouwen voor gesubsidieerd officieel onderwijs; | schoolgebouwen voor gesubsidieerd officieel onderwijs; |
3. 24,73 procent voor de financiering van werken in verband met | 3. 24,73 procent voor de financiering van werken in verband met |
schoolgebouwen voor gesubsidieerd vrij onderwijs. | schoolgebouwen voor gesubsidieerd vrij onderwijs. |
Art. 6.De bedragen die voortvloeien uit de verdeelsleutel bedoeld in |
Art. 6.De bedragen die voortvloeien uit de verdeelsleutel bedoeld in |
artikel 5, § 2, b), vormen enveloppen die kunnen stijgen of dalen, met | artikel 5, § 2, b), vormen enveloppen die kunnen stijgen of dalen, met |
een maximumdaling van 15 procent. | een maximumdaling van 15 procent. |
Deel II. - Nadere regels voor de indeling van in aanmerking komende | Deel II. - Nadere regels voor de indeling van in aanmerking komende |
projecten | projecten |
Art. 7.§ 1 De projecten die in aanmerking komen voor financiering als |
Art. 7.§ 1 De projecten die in aanmerking komen voor financiering als |
bedoeld in artikel 4 worden ingedeeld naar werktypologie, | bedoeld in artikel 4 worden ingedeeld naar werktypologie, |
overeenstemmend met vier "werkpools": | overeenstemmend met vier "werkpools": |
a) Sloop/verbouwing van bestaande gebouwen; | a) Sloop/verbouwing van bestaande gebouwen; |
b) Gemiddelde minimumrenovatie; | b) Gemiddelde minimumrenovatie; |
c) Lichte renovaties; | c) Lichte renovaties; |
d) Eenmalige acties. | d) Eenmalige acties. |
§ 2 Deze vier pools zijn ingedeeld in de volgende volgorde van | § 2 Deze vier pools zijn ingedeeld in de volgende volgorde van |
prioriteit: | prioriteit: |
1. eerste pool: afbraak/verbouwing van bestaande gebouwen | 1. eerste pool: afbraak/verbouwing van bestaande gebouwen |
2. tweede pool: minimaal middelgrote renovaties | 2. tweede pool: minimaal middelgrote renovaties |
3. derde pool: lichte renovaties | 3. derde pool: lichte renovaties |
4. vierde pool: eenmalige interventies. | 4. vierde pool: eenmalige interventies. |
Deel III. - Nadere regels voor de overdracht tussen enveloppen | Deel III. - Nadere regels voor de overdracht tussen enveloppen |
Art. 8.Overdrachten tussen de in artikel 6 bedoelde financiële |
Art. 8.Overdrachten tussen de in artikel 6 bedoelde financiële |
middelen kunnen slechts plaatsvinden nadat alle projecten aan een pool | middelen kunnen slechts plaatsvinden nadat alle projecten aan een pool |
zijn toegewezen, in de volgorde van prioriteit als omschreven in | zijn toegewezen, in de volgorde van prioriteit als omschreven in |
artikel 7, § 2. | artikel 7, § 2. |
Art. 9.§ 1. Binnen dezelfde werkpool, en voordat een pool met lagere |
Art. 9.§ 1. Binnen dezelfde werkpool, en voordat een pool met lagere |
prioriteit wordt onderzocht, kan elke enveloppe worden aangevuld door | prioriteit wordt onderzocht, kan elke enveloppe worden aangevuld door |
uit de andere enveloppen te putten, mits de eerste enveloppe | uit de andere enveloppen te putten, mits de eerste enveloppe |
onvoldoende middelen heeft om alle dossiers in de gegeven pool te | onvoldoende middelen heeft om alle dossiers in de gegeven pool te |
bestrijken en een of meer van de andere enveloppen een positief saldo | bestrijken en een of meer van de andere enveloppen een positief saldo |
heeft na toewijzing aan dezelfde pool. | heeft na toewijzing aan dezelfde pool. |
§ 2. Indien twee enveloppen na de verdeling van een bepaalde pool een | § 2. Indien twee enveloppen na de verdeling van een bepaalde pool een |
negatief saldo vertonen, wordt, indien nodig, van de laatste enveloppe | negatief saldo vertonen, wordt, indien nodig, van de laatste enveloppe |
een bedrag afgetrokken dat evenredig is met de oorspronkelijke | een bedrag afgetrokken dat evenredig is met de oorspronkelijke |
theoretische verdeling. Omgekeerd zullen, indien slechts één enveloppe | theoretische verdeling. Omgekeerd zullen, indien slechts één enveloppe |
een negatief saldo vertoont, de twee andere enveloppen eveneens worden | een negatief saldo vertoont, de twee andere enveloppen eveneens worden |
afgetrokken in verhouding tot de oorspronkelijke theoretische | afgetrokken in verhouding tot de oorspronkelijke theoretische |
toewijzing. | toewijzing. |
§ 3. Indien elke enveloppe een positief saldo heeft na de toewijzing | § 3. Indien elke enveloppe een positief saldo heeft na de toewijzing |
van een pool, gaat de prioriteitsbepaling verder naar de volgende pool | van een pool, gaat de prioriteitsbepaling verder naar de volgende pool |
door het saldo van elke enveloppe voor die pool te nemen. | door het saldo van elke enveloppe voor die pool te nemen. |
§ 4. Indien bij de toewijzing van een bepaalde pool een negatief saldo | § 4. Indien bij de toewijzing van een bepaalde pool een negatief saldo |
ontstaat en geen toewijzing binnen een van de andere pools mogelijk | ontstaat en geen toewijzing binnen een van de andere pools mogelijk |
is, worden de aan deze pool toegewezen dossiers, indien nodig, binnen | is, worden de aan deze pool toegewezen dossiers, indien nodig, binnen |
deze pool voor deze pool geprioriteerd volgens de in de artikelen 12 | deze pool voor deze pool geprioriteerd volgens de in de artikelen 12 |
tot en met 17 van dit decreet omschreven prioriterings- en | tot en met 17 van dit decreet omschreven prioriterings- en |
indelingscriteria. | indelingscriteria. |
Art. 10.In afwijking van artikel 6 kan, indien een groep begunstigden |
Art. 10.In afwijking van artikel 6 kan, indien een groep begunstigden |
in een van de enveloppes niet voldoende dossiers indient om 85% van | in een van de enveloppes niet voldoende dossiers indient om 85% van |
zijn enveloppe op te gebruiken, het volledige beschikbare saldo worden | zijn enveloppe op te gebruiken, het volledige beschikbare saldo worden |
herverdeeld over de andere enveloppes, volgens hetzelfde mechanisme | herverdeeld over de andere enveloppes, volgens hetzelfde mechanisme |
als dat beschreven in de artikelen 6 tot en met 9. | als dat beschreven in de artikelen 6 tot en met 9. |
Art. 11.In afwijking van de artikelen 9 en 10 is het effect van de |
Art. 11.In afwijking van de artikelen 9 en 10 is het effect van de |
communicerende vaten niet van toepassing tussen de in artikel 7, onder | communicerende vaten niet van toepassing tussen de in artikel 7, onder |
a) en b), bedoelde werkpools. | a) en b), bedoelde werkpools. |
Art. 12.§ 1. In geval van uitsluiting van een dossier na validatie |
Art. 12.§ 1. In geval van uitsluiting van een dossier na validatie |
door de regering van de lijst van geselecteerde dossiers, wordt het | door de regering van de lijst van geselecteerde dossiers, wordt het |
effect van communicerende vaten dat dit dossier zou kunnen hebben | effect van communicerende vaten dat dit dossier zou kunnen hebben |
gehad bij toepassing van de artikelen 9 en 10, zo nodig | gehad bij toepassing van de artikelen 9 en 10, zo nodig |
geneutraliseerd overeenkomstig de volgende procedures: | geneutraliseerd overeenkomstig de volgende procedures: |
1. het na de uitsluiting ervan vrijgekomen bedrag wordt teruggestort | 1. het na de uitsluiting ervan vrijgekomen bedrag wordt teruggestort |
in de enveloppe die aanvankelijk in mindering was gebracht indien dit | in de enveloppe die aanvankelijk in mindering was gebracht indien dit |
specifieke dossier de activering van het effect van communicerende | specifieke dossier de activering van het effect van communicerende |
vaten mogelijk heeft gemaakt; | vaten mogelijk heeft gemaakt; |
2. het na uitsluiting vrijgekomen bedrag weer ten goede komt aan de | 2. het na uitsluiting vrijgekomen bedrag weer ten goede komt aan de |
enveloppe waaraan het was toegewezen, indien het effect van | enveloppe waaraan het was toegewezen, indien het effect van |
communicerende vaten ook zou zijn toegepast zonder dit dossier in de | communicerende vaten ook zou zijn toegepast zonder dit dossier in de |
oorspronkelijke indeling. | oorspronkelijke indeling. |
Tot uitsluiting van een dossier als bedoeld in § 1 kan door de | Tot uitsluiting van een dossier als bedoeld in § 1 kan door de |
regering worden besloten in geval van terugtrekking van het project | regering worden besloten in geval van terugtrekking van het project |
door de begunstigde of in geval van niet-naleving van de voorwaarden | door de begunstigde of in geval van niet-naleving van de voorwaarden |
voor de inaanmerkingneming als bedoeld in artikel 4. | voor de inaanmerkingneming als bedoeld in artikel 4. |
§ 2 Indien de enveloppe waartoe het uitgesloten dossier behoort, niet | § 2 Indien de enveloppe waartoe het uitgesloten dossier behoort, niet |
meer voldoende dossiers bevat om de ter beschikking gestelde enveloppe | meer voldoende dossiers bevat om de ter beschikking gestelde enveloppe |
te verbruiken, wordt deze verdeeld over de enveloppen met nog hangende | te verbruiken, wordt deze verdeeld over de enveloppen met nog hangende |
dossiers in verhouding tot de oorspronkelijke verdeling van de | dossiers in verhouding tot de oorspronkelijke verdeling van de |
enveloppen. | enveloppen. |
§ 3. Het in § 1 van dit artikel beschreven systeem is slechts van | § 3. Het in § 1 van dit artikel beschreven systeem is slechts van |
toepassing indien de uitsluiting van het dossier in kwestie tot gevolg | toepassing indien de uitsluiting van het dossier in kwestie tot gevolg |
heeft dat het gecumuleerde bedrag van alle dossiers waarvoor een | heeft dat het gecumuleerde bedrag van alle dossiers waarvoor een |
principeakkoord is bereikt, minder dan 100 % bedraagt van het | principeakkoord is bereikt, minder dan 100 % bedraagt van het |
totaalbedrag dat bestemd is voor het door dit decreet geregelde | totaalbedrag dat bestemd is voor het door dit decreet geregelde |
systeem. | systeem. |
HOOFDSTUK IV. - Definities, criteria voor de toekenning van | HOOFDSTUK IV. - Definities, criteria voor de toekenning van |
prioriteiten aan soorten werken en financieringspercentages | prioriteiten aan soorten werken en financieringspercentages |
Deel I. - Definities en criteria voor het bepalen van de prioriteit | Deel I. - Definities en criteria voor het bepalen van de prioriteit |
van de soorten werken | van de soorten werken |
Art. 13.Voor de in artikel 7 bedoelde typologie werken geldt een |
Art. 13.Voor de in artikel 7 bedoelde typologie werken geldt een |
definitie, de criteria voor de inaanmerkingneming en | definitie, de criteria voor de inaanmerkingneming en |
prioriteringscriteria die specifiek zijn voor elke werkpool. | prioriteringscriteria die specifiek zijn voor elke werkpool. |
Art. 14.§ 1. Onder sloop/verbouwing in de zin van artikel 7, § 1, |
Art. 14.§ 1. Onder sloop/verbouwing in de zin van artikel 7, § 1, |
onder a), wordt verstaan: | onder a), wordt verstaan: |
1. de sloop van ten minste 75 % van de | 1. de sloop van ten minste 75 % van de |
warmteverliesenveloppe/oppervlakte en de verbouwing van een of meer | warmteverliesenveloppe/oppervlakte en de verbouwing van een of meer |
verwarmde schoolgebouwen die te oud zijn geworden om te worden | verwarmde schoolgebouwen die te oud zijn geworden om te worden |
gerenoveerd en/of: | gerenoveerd en/of: |
2. de bouw van een of meer schoolgebouwen ter vervanging van het | 2. de bouw van een of meer schoolgebouwen ter vervanging van het |
gebruik van andere gebouwen die te oud of ongeschikt voor | gebruik van andere gebouwen die te oud of ongeschikt voor |
schoolgebruik zijn geworden. | schoolgebruik zijn geworden. |
§ 2 De uitgevoerde werken moeten een primaire energiebesparing van ten | § 2 De uitgevoerde werken moeten een primaire energiebesparing van ten |
minste 50 procent opleveren en mogen niet leiden tot een toename van | minste 50 procent opleveren en mogen niet leiden tot een toename van |
de bebouwde oppervlakte met meer dan 10 procent, anders komt deze | de bebouwde oppervlakte met meer dan 10 procent, anders komt deze |
overschrijding niet voor financiering in aanmerking. | overschrijding niet voor financiering in aanmerking. |
Deze projecten moeten worden gerechtvaardigd door een | Deze projecten moeten worden gerechtvaardigd door een |
intentieverklaring waarin de dringende noodzaak van sloop/verbouwing | intentieverklaring waarin de dringende noodzaak van sloop/verbouwing |
of nieuwbouw wordt aangegeven. | of nieuwbouw wordt aangegeven. |
§ 3 Voor deze typologie werken worden, in geval van ontoereikende | § 3 Voor deze typologie werken worden, in geval van ontoereikende |
kredieten binnen eenzelfde enveloppe na toepassing van de eventuele | kredieten binnen eenzelfde enveloppe na toepassing van de eventuele |
inhoudingen bedoeld in de artikelen 6 tot 11, de dossiers zo nodig | inhoudingen bedoeld in de artikelen 6 tot 11, de dossiers zo nodig |
geprioriteerd op basis van de weging bepaald in bijlage 1 bij dit | geprioriteerd op basis van de weging bepaald in bijlage 1 bij dit |
decreet en van de volgende criteria: | decreet en van de volgende criteria: |
1. bereiken van de QZEN-norm ("BEN-norm") min 20 procent; | 1. bereiken van de QZEN-norm ("BEN-norm") min 20 procent; |
2. integratie in het dossier van de verbetering van de connectiviteit | 2. integratie in het dossier van de verbetering van de connectiviteit |
van de betrokken infrastructuur; | van de betrokken infrastructuur; |
3. aanpassing van de infrastructuur aan inclusief onderwijs; | 3. aanpassing van de infrastructuur aan inclusief onderwijs; |
4. werken voor het verwijderen van asbesthoudende onderdelen; | 4. werken voor het verwijderen van asbesthoudende onderdelen; |
5. werken aan een stabiliteitsprobleem; | 5. werken aan een stabiliteitsprobleem; |
6. werken aan een hygiëneprobleem; | 6. werken aan een hygiëneprobleem; |
7. werken aan een veiligheidsprobleem; | 7. werken aan een veiligheidsprobleem; |
8. rationalisering van de oppervlakten ten opzichte van de vroeger | 8. rationalisering van de oppervlakten ten opzichte van de vroeger |
ingenomen oppervlakten en/of integratie van het delen van ruimten; | ingenomen oppervlakten en/of integratie van het delen van ruimten; |
9. in voorkomend geval, aanpassing van de betrokken infrastructuur aan | 9. in voorkomend geval, aanpassing van de betrokken infrastructuur aan |
de organisatie van de gemeenschappelijke kern en/of het traject voor | de organisatie van de gemeenschappelijke kern en/of het traject voor |
culturele en kunstzinnige vorming als bedoeld in de onderwijswet; | culturele en kunstzinnige vorming als bedoeld in de onderwijswet; |
10. dossier met netoverschrijdend infrastructuursamenwerking. | 10. dossier met netoverschrijdend infrastructuursamenwerking. |
Bij gelijke stand worden de projecten gerangschikt aan de hand van de | Bij gelijke stand worden de projecten gerangschikt aan de hand van de |
volgende criteria, in volgorde van prioriteit: | volgende criteria, in volgorde van prioriteit: |
1. het dossier met de meest gevorderde staat op het tijdstip van | 1. het dossier met de meest gevorderde staat op het tijdstip van |
indiening; | indiening; |
2. het dossier met de laagste sociaaleconomische index; | 2. het dossier met de laagste sociaaleconomische index; |
3. het dossier dat zich bevindt in een gebied met demografische | 3. het dossier dat zich bevindt in een gebied met demografische |
spanning; | spanning; |
4. het dossier dat betrekking heeft op de vestiging die de grootste | 4. het dossier dat betrekking heeft op de vestiging die de grootste |
demografische groei heeft gekend, gewogen over de laatste drie bekende | demografische groei heeft gekend, gewogen over de laatste drie bekende |
jaren voor 50 procent van de index en over de laatste zes bekende | jaren voor 50 procent van de index en over de laatste zes bekende |
jaren voor 50 procent van de index. | jaren voor 50 procent van de index. |
Art. 15.§ 1. Onder "gemiddelde minimumrenovatie" in de zin van |
Art. 15.§ 1. Onder "gemiddelde minimumrenovatie" in de zin van |
artikel 7, paragraaf 1, onder b), wordt verstaan renovatiewerken aan | artikel 7, paragraaf 1, onder b), wordt verstaan renovatiewerken aan |
een of meer schoolgebouwen om het primaire energieverbruik met ten | een of meer schoolgebouwen om het primaire energieverbruik met ten |
minste 30 procent te verminderen. | minste 30 procent te verminderen. |
De uitgevoerde werken mogen niet worden beschouwd als bouw, verbouwing | De uitgevoerde werken mogen niet worden beschouwd als bouw, verbouwing |
of gelijkgesteld met nieuwbouw krachtens de toepasselijke regionale | of gelijkgesteld met nieuwbouw krachtens de toepasselijke regionale |
wetgeving inzake de energieprestaties van gebouwen en moeten | wetgeving inzake de energieprestaties van gebouwen en moeten |
betrekking hebben op ten minste 25 procent van de gebouwenveloppe. | betrekking hebben op ten minste 25 procent van de gebouwenveloppe. |
Bij de werken moet het tijdschema voor de renovatie in acht worden | Bij de werken moet het tijdschema voor de renovatie in acht worden |
genomen dat is vastgesteld met het "OCRE"-instrument dat via het | genomen dat is vastgesteld met het "OCRE"-instrument dat via het |
applicatieplatform beschikbaar is, zodat rekening kan worden gehouden | applicatieplatform beschikbaar is, zodat rekening kan worden gehouden |
met toekomstige behoeften en de infrastructuur globaal wordt | met toekomstige behoeften en de infrastructuur globaal wordt |
aangepakt. | aangepakt. |
De werken mogen niet leiden tot een toename van de bebouwde | De werken mogen niet leiden tot een toename van de bebouwde |
oppervlakte. | oppervlakte. |
§ 4 Voor deze typologie werken geldt dat, indien er na toepassing van | § 4 Voor deze typologie werken geldt dat, indien er na toepassing van |
de eventuele inhoudingen als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 | de eventuele inhoudingen als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 |
onvoldoende kredieten binnen dezelfde enveloppe beschikbaar zijn, de | onvoldoende kredieten binnen dezelfde enveloppe beschikbaar zijn, de |
projecten zo nodig worden geprioriteerd op basis van de weging als | projecten zo nodig worden geprioriteerd op basis van de weging als |
omschreven in bijlage 2 bij dit decreet en de volgende criteria: | omschreven in bijlage 2 bij dit decreet en de volgende criteria: |
1. energieprestatie; | 1. energieprestatie; |
2. integratie in het dossier van de verbetering van de connectiviteit | 2. integratie in het dossier van de verbetering van de connectiviteit |
van de bedoelde infrastructuur; | van de bedoelde infrastructuur; |
3. aanpassing van de infrastructuur aan inclusief onderwijs; | 3. aanpassing van de infrastructuur aan inclusief onderwijs; |
4. werken die de verwijdering mogelijk maken van onderdelen die asbest | 4. werken die de verwijdering mogelijk maken van onderdelen die asbest |
bevatten; | bevatten; |
5. werken om een stabiliteitsprobleem op te lossen; | 5. werken om een stabiliteitsprobleem op te lossen; |
6. werken aan een hygiëneprobleem; | 6. werken aan een hygiëneprobleem; |
7. werken aan een veiligheidsprobleem; | 7. werken aan een veiligheidsprobleem; |
8. rationalisering van de oppervlakten ten opzichte van de vroeger | 8. rationalisering van de oppervlakten ten opzichte van de vroeger |
ingenomen oppervlakten en/of integratie van het delen van ruimten; | ingenomen oppervlakten en/of integratie van het delen van ruimten; |
9. aanpassing van de infrastructuur voor personen met beperkte | 9. aanpassing van de infrastructuur voor personen met beperkte |
mobiliteit; | mobiliteit; |
10. in voorkomend geval, aanpassing van de betrokken infrastructuur | 10. in voorkomend geval, aanpassing van de betrokken infrastructuur |
aan de organisatie van de gemeenschappelijke kern en/of het traject | aan de organisatie van de gemeenschappelijke kern en/of het traject |
voor culturele en kunstopvoeding als bedoeld in het onderwijswetboek; | voor culturele en kunstopvoeding als bedoeld in het onderwijswetboek; |
11. dossiers met integratie van overschrijdend | 11. dossiers met integratie van overschrijdend |
infrastructuursamenwerking. | infrastructuursamenwerking. |
Bij gelijke stand worden de projecten gerangschikt aan de hand van de | Bij gelijke stand worden de projecten gerangschikt aan de hand van de |
volgende criteria, in volgorde van prioriteit: | volgende criteria, in volgorde van prioriteit: |
1. het dossier met de meest gevorderde staat op het tijdstip van | 1. het dossier met de meest gevorderde staat op het tijdstip van |
indiening; | indiening; |
2. het dossier met de laagste sociaaleconomische index; | 2. het dossier met de laagste sociaaleconomische index; |
3. het dossier dat zich bevindt in een gebied met demografische | 3. het dossier dat zich bevindt in een gebied met demografische |
spanning; | spanning; |
4. het dossier dat betrekking heeft op de vestiging die de grootste | 4. het dossier dat betrekking heeft op de vestiging die de grootste |
demografische groei heeft gekend, gewogen over de laatste drie bekende | demografische groei heeft gekend, gewogen over de laatste drie bekende |
jaren voor 50 procent van de index en over de laatste zes bekende | jaren voor 50 procent van de index en over de laatste zes bekende |
jaren voor 50 procent van de index. | jaren voor 50 procent van de index. |
Art. 16.§ 1. Onder "lichte renovaties" in de zin van artikel 7, § 1, |
Art. 16.§ 1. Onder "lichte renovaties" in de zin van artikel 7, § 1, |
onder c), wordt verstaan renovaties van een of meer schoolgebouwen met | onder c), wordt verstaan renovaties van een of meer schoolgebouwen met |
een primaire energiebesparing van ten minste 15 procent en minder dan | een primaire energiebesparing van ten minste 15 procent en minder dan |
30 procent. | 30 procent. |
De uitgevoerde werken mogen niet worden beschouwd als bouw, verbouwing | De uitgevoerde werken mogen niet worden beschouwd als bouw, verbouwing |
of gelijkgesteld met nieuwbouw in de zin van de toepasselijke | of gelijkgesteld met nieuwbouw in de zin van de toepasselijke |
regionale wetgeving inzake de energieprestaties van gebouwen. | regionale wetgeving inzake de energieprestaties van gebouwen. |
De uitgevoerde werken mogen geen enkele wijziging van de bebouwde | De uitgevoerde werken mogen geen enkele wijziging van de bebouwde |
oppervlakte tot gevolg hebben en moeten in overeenstemming zijn met | oppervlakte tot gevolg hebben en moeten in overeenstemming zijn met |
het tijdschema voor de renovatie dat is vastgesteld met het instrument | het tijdschema voor de renovatie dat is vastgesteld met het instrument |
"OCRE", dat beschikbaar is via het platform voor de indiening van | "OCRE", dat beschikbaar is via het platform voor de indiening van |
aanvragen, zodat wordt gegarandeerd dat rekening wordt gehouden met | aanvragen, zodat wordt gegarandeerd dat rekening wordt gehouden met |
toekomstige behoeften en dat de infrastructuur globaal wordt | toekomstige behoeften en dat de infrastructuur globaal wordt |
aangepakt. | aangepakt. |
Ten minste moet een tweederde deel van de totale investering verband | Ten minste moet een tweederde deel van de totale investering verband |
houden met energietransitie. | houden met energietransitie. |
§ 2 Voor deze typologie werken geldt dat, indien er na toepassing van | § 2 Voor deze typologie werken geldt dat, indien er na toepassing van |
de eventuele inhoudingen als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 | de eventuele inhoudingen als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 |
onvoldoende kredieten binnen dezelfde enveloppe beschikbaar zijn, de | onvoldoende kredieten binnen dezelfde enveloppe beschikbaar zijn, de |
projecten zo nodig worden geprioriteerd op basis van de weging als | projecten zo nodig worden geprioriteerd op basis van de weging als |
bepaald in bijlage 3 bij dit decreet en de volgende criteria: | bepaald in bijlage 3 bij dit decreet en de volgende criteria: |
1. energieprestatie; | 1. energieprestatie; |
2. integratie in het dossier van de verbetering van de connectiviteit | 2. integratie in het dossier van de verbetering van de connectiviteit |
van de bedoelde infrastructuur; | van de bedoelde infrastructuur; |
3. aanpassing van de infrastructuur aan inclusief onderwijs; | 3. aanpassing van de infrastructuur aan inclusief onderwijs; |
4. werken die de verwijdering van asbesthoudende onderdelen mogelijk | 4. werken die de verwijdering van asbesthoudende onderdelen mogelijk |
maken; | maken; |
5. werken aan een stabiliteitsprobleem; | 5. werken aan een stabiliteitsprobleem; |
6. werken aan een hygiëneprobleem; | 6. werken aan een hygiëneprobleem; |
7. werken aan een veiligheidsprobleem; | 7. werken aan een veiligheidsprobleem; |
8. aanpassing van de infrastructuur voor personen met beperkte | 8. aanpassing van de infrastructuur voor personen met beperkte |
mobiliteit. | mobiliteit. |
Bij gelijke stand worden de projecten gerangschikt aan de hand van de | Bij gelijke stand worden de projecten gerangschikt aan de hand van de |
volgende criteria, in volgorde van prioriteit: | volgende criteria, in volgorde van prioriteit: |
1. het dossier met de meest gevorderde staat op het tijdstip van | 1. het dossier met de meest gevorderde staat op het tijdstip van |
indiening; | indiening; |
2. het dossier met de laagste sociaaleconomische index; | 2. het dossier met de laagste sociaaleconomische index; |
3. het dossier dat zich bevindt in een gebied met demografische | 3. het dossier dat zich bevindt in een gebied met demografische |
spanning; | spanning; |
4. het dossier dat betrekking heeft op de vestiging die de grootste | 4. het dossier dat betrekking heeft op de vestiging die de grootste |
demografische groei heeft gekend. De gewogen index wordt bepaald op | demografische groei heeft gekend. De gewogen index wordt bepaald op |
basis van de laatste drie bekende jaren voor 50 procent van de index | basis van de laatste drie bekende jaren voor 50 procent van de index |
en over de laatste zes bekende jaren voor 50 procent van de index. | en over de laatste zes bekende jaren voor 50 procent van de index. |
Art. 17.§ 1. Onder "eenmalige interventies" in de zin van artikel 7, |
Art. 17.§ 1. Onder "eenmalige interventies" in de zin van artikel 7, |
§ 1, onder d), worden werken verstaan die gericht zijn op een | § 1, onder d), worden werken verstaan die gericht zijn op een |
onderdeel dat de energieprestaties van het gebouw beïnvloedt en een | onderdeel dat de energieprestaties van het gebouw beïnvloedt en een |
primaire energiebesparing van minder dan 15% opleveren. | primaire energiebesparing van minder dan 15% opleveren. |
De uitgevoerde werken mogen niet worden beschouwd als bouw, verbouwing | De uitgevoerde werken mogen niet worden beschouwd als bouw, verbouwing |
of gelijkgesteld met nieuwbouw in de zin van de regionale wetgeving | of gelijkgesteld met nieuwbouw in de zin van de regionale wetgeving |
die van toepassing is op de energieprestaties van gebouwen en mogen | die van toepassing is op de energieprestaties van gebouwen en mogen |
geen wijziging van de bebouwde oppervlakte tot gevolg hebben. | geen wijziging van de bebouwde oppervlakte tot gevolg hebben. |
De uitgevoerde werken moeten in overeenstemming zijn met de | De uitgevoerde werken moeten in overeenstemming zijn met de |
chronologie van de renovatie die is vastgesteld met het | chronologie van de renovatie die is vastgesteld met het |
"CRE"-instrument dat beschikbaar is via het platform voor de indiening | "CRE"-instrument dat beschikbaar is via het platform voor de indiening |
van aanvragen, zodat wordt gegarandeerd dat rekening wordt gehouden | van aanvragen, zodat wordt gegarandeerd dat rekening wordt gehouden |
met toekomstige behoeften en dat de infrastructuur globaal wordt | met toekomstige behoeften en dat de infrastructuur globaal wordt |
benaderd. | benaderd. |
§ 2 Voor deze typologie werken geldt dat, indien er na toepassing van | § 2 Voor deze typologie werken geldt dat, indien er na toepassing van |
de eventuele inhoudingen als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 | de eventuele inhoudingen als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 |
onvoldoende kredieten binnen dezelfde enveloppe beschikbaar zijn, de | onvoldoende kredieten binnen dezelfde enveloppe beschikbaar zijn, de |
projecten zo nodig worden geprioriteerd op basis van de weging als | projecten zo nodig worden geprioriteerd op basis van de weging als |
bepaald in bijlage 4 bij dit besluit en de volgende criteria | bepaald in bijlage 4 bij dit besluit en de volgende criteria |
1. energieprestatie; | 1. energieprestatie; |
2. werken die de verwijdering mogelijk maken van onderdelen die asbest | 2. werken die de verwijdering mogelijk maken van onderdelen die asbest |
bevatten | bevatten |
3. werken aan een stabiliteitsprobleem | 3. werken aan een stabiliteitsprobleem |
4. werken naar aanleiding van een hygiënisch probleem | 4. werken naar aanleiding van een hygiënisch probleem |
5. werkt aan een veiligheidsprobleem. | 5. werkt aan een veiligheidsprobleem. |
Bij gelijke stand worden de projecten gerangschikt aan de hand van de | Bij gelijke stand worden de projecten gerangschikt aan de hand van de |
volgende criteria, in volgorde van prioriteit: | volgende criteria, in volgorde van prioriteit: |
1. het dossier dat het verst gevorderd is op het ogenblik van de | 1. het dossier dat het verst gevorderd is op het ogenblik van de |
indiening; | indiening; |
2. het dossier met de laagste sociaaleconomische index | 2. het dossier met de laagste sociaaleconomische index |
3. het dossier dat zich bevindt in een gebied met demografische | 3. het dossier dat zich bevindt in een gebied met demografische |
spanning | spanning |
4. het dossier dat betrekking heeft op de vestiging die de grootste | 4. het dossier dat betrekking heeft op de vestiging die de grootste |
demografische groei heeft gekend, gewogen over de laatste drie bekende | demografische groei heeft gekend, gewogen over de laatste drie bekende |
jaren voor 50 procent van de index en over de laatste zes bekende | jaren voor 50 procent van de index en over de laatste zes bekende |
jaren voor 50 procent van de index. | jaren voor 50 procent van de index. |
Art. 18.De regering beslist over de definitieve verdeling van de |
Art. 18.De regering beslist over de definitieve verdeling van de |
enveloppen bedoeld in artikel 5, § 2, b), van dit decreet, alsook over | enveloppen bedoeld in artikel 5, § 2, b), van dit decreet, alsook over |
de lijst van de geselecteerde dossiers, volgens de nadere regels van | de lijst van de geselecteerde dossiers, volgens de nadere regels van |
de artikelen 6 tot 17 en 19. | de artikelen 6 tot 17 en 19. |
Deel II. - Financieringsratio | Deel II. - Financieringsratio |
Art. 19.§ 1. De financiële tegemoetkoming ten laste van het |
Art. 19.§ 1. De financiële tegemoetkoming ten laste van het |
investeringsplan dat door dit decreet wordt geregeld voor projecten | investeringsplan dat door dit decreet wordt geregeld voor projecten |
die binnen de enveloppe vallen voor directe investeringen in gebouwen | die binnen de enveloppe vallen voor directe investeringen in gebouwen |
die eigendom en/of mede-eigendom zijn van de Franse Gemeenschap, | die eigendom en/of mede-eigendom zijn van de Franse Gemeenschap, |
bedraagt 82,5 procent van het totale bedrag van de investering. | bedraagt 82,5 procent van het totale bedrag van de investering. |
§ 2. De financiële tussenkomst ten laste van het investeringsplan | § 2. De financiële tussenkomst ten laste van het investeringsplan |
geregeld door dit decreet voor de projecten binnen de enveloppes | geregeld door dit decreet voor de projecten binnen de enveloppes |
toegekend aan de schoolgebouwen van de netten gesubsidieerd door de | toegekend aan de schoolgebouwen van de netten gesubsidieerd door de |
Franse Gemeenschap is als volgt: | Franse Gemeenschap is als volgt: |
1) de enveloppe voor schoolgebouwen in het gesubsidieerd officieel net | 1) de enveloppe voor schoolgebouwen in het gesubsidieerd officieel net |
bedraagt: | bedraagt: |
a) 60 procent van het totale bedrag van de investering voor de in | a) 60 procent van het totale bedrag van de investering voor de in |
artikel 7, § 1, bedoelde dossiers in de pools a) en b); | artikel 7, § 1, bedoelde dossiers in de pools a) en b); |
b) 50 procent van het totale bedrag van de investering voor dossiers | b) 50 procent van het totale bedrag van de investering voor dossiers |
in pool c) als bedoeld in artikel 7, § 1; | in pool c) als bedoeld in artikel 7, § 1; |
c) 35 procent van het totale bedrag van de investering voor dossiers | c) 35 procent van het totale bedrag van de investering voor dossiers |
in de in artikel 7, § 1, bedoelde pool d); | in de in artikel 7, § 1, bedoelde pool d); |
2) de enveloppe voor schoolgebouwen in het gesubsidieerd vrij net | 2) de enveloppe voor schoolgebouwen in het gesubsidieerd vrij net |
bedraagt: | bedraagt: |
a) 65 procent van het totale bedrag van de investering voor dossiers | a) 65 procent van het totale bedrag van de investering voor dossiers |
waarbij de inrichtende machten van het leerplichtonderwijs en de | waarbij de inrichtende machten van het leerplichtonderwijs en de |
psycho-medisch-sociale centra betrokken zijn, met een maximale | psycho-medisch-sociale centra betrokken zijn, met een maximale |
subsidie per project van 2 miljoen euro; | subsidie per project van 2 miljoen euro; |
b) 35 procent van het totale bedrag van de investering voor dossiers | b) 35 procent van het totale bedrag van de investering voor dossiers |
waarbij de inrichtende machten van het hoger onderwijs betrokken zijn, | waarbij de inrichtende machten van het hoger onderwijs betrokken zijn, |
met een maximale subsidie per project van twee miljoen euro. | met een maximale subsidie per project van twee miljoen euro. |
§ 3. Op voorstel van de federaties van inrichtende machten en | § 3. Op voorstel van de federaties van inrichtende machten en |
Wallonie-Bruxelles Enseignement kan de regering in de oproep tot het | Wallonie-Bruxelles Enseignement kan de regering in de oproep tot het |
indienen van projecten sub-enveloppes per onderwijsniveau vastleggen | indienen van projecten sub-enveloppes per onderwijsniveau vastleggen |
binnen de in artikel 6 bedoelde enveloppes. | binnen de in artikel 6 bedoelde enveloppes. |
Art. 20.Voor de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde |
Art. 20.Voor de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde |
onderwijsnetten kan het saldo van de investering dat niet door dit | onderwijsnetten kan het saldo van de investering dat niet door dit |
decreet wordt gedekt, een leningswaarborg genieten van het | decreet wordt gedekt, een leningswaarborg genieten van het |
garantiefonds voor schoolgebouwen bedoeld in hoofdstuk IV van het | garantiefonds voor schoolgebouwen bedoeld in hoofdstuk IV van het |
decreet van 5 februari 1990. | decreet van 5 februari 1990. |
Voor de toekenning van deze specifieke waarborg zijn de paragrafen 7 | Voor de toekenning van deze specifieke waarborg zijn de paragrafen 7 |
en 8 van artikel 9 van het decreet van 5 februari 1990 niet van | en 8 van artikel 9 van het decreet van 5 februari 1990 niet van |
toepassing. | toepassing. |
Het in lid 1 bedoelde Waarborgfonds neemt alle rente op de | Het in lid 1 bedoelde Waarborgfonds neemt alle rente op de |
gegarandeerde leningen voor zijn rekening. | gegarandeerde leningen voor zijn rekening. |
De leningen moeten door de inrichtende macht worden aangegaan in het | De leningen moeten door de inrichtende macht worden aangegaan in het |
kader van de door de Franse Gemeenschap gesloten financiële markt met | kader van de door de Franse Gemeenschap gesloten financiële markt met |
het oog op de dekking van het in dit artikel voorziene stelsel. | het oog op de dekking van het in dit artikel voorziene stelsel. |
HOOFDSTUK V. - Vereffening van de globale enveloppe | HOOFDSTUK V. - Vereffening van de globale enveloppe |
Art. 21.Een principeakkoord met een plafond van het bedrag van de |
Art. 21.Een principeakkoord met een plafond van het bedrag van de |
totale investering, vermenigvuldigd met het subsidiepercentage, wordt | totale investering, vermenigvuldigd met het subsidiepercentage, wordt |
aan de begunstigde toegekend na validering door de regering van de | aan de begunstigde toegekend na validering door de regering van de |
lijst van de geselecteerde dossiers bedoeld in artikel 18. | lijst van de geselecteerde dossiers bedoeld in artikel 18. |
Dit principeakkoord is afhankelijk van de verwezenlijking van de | Dit principeakkoord is afhankelijk van de verwezenlijking van de |
tussentijdse tijdsdoelstellingen die in de planning van het dossier | tussentijdse tijdsdoelstellingen die in de planning van het dossier |
zijn vastgesteld en waartoe de begunstigde zich bij de indiening van | zijn vastgesteld en waartoe de begunstigde zich bij de indiening van |
zijn dossier heeft verbonden. | zijn dossier heeft verbonden. |
Art. 22.Een vaste financieringsovereenkomst wordt gesloten in het |
Art. 22.Een vaste financieringsovereenkomst wordt gesloten in het |
stadium van de gunning van de opdracht voor de uitvoering van werken | stadium van de gunning van de opdracht voor de uitvoering van werken |
of, voor een dossier dat dit stadium reeds heeft bereikt in het kader | of, voor een dossier dat dit stadium reeds heeft bereikt in het kader |
van de oproep tot het indienen van projecten, na validering van de | van de oproep tot het indienen van projecten, na validering van de |
lijst van door de regering geselecteerde dossiers. | lijst van door de regering geselecteerde dossiers. |
Art. 23.De vereffening van de financiering zal geschieden in het |
Art. 23.De vereffening van de financiering zal geschieden in het |
tempo van de vordering van de werken en de daarop betrekking hebbende | tempo van de vordering van de werken en de daarop betrekking hebbende |
facturen. De begunstigde kan bij de Franse Gemeenschap een aanvraag | facturen. De begunstigde kan bij de Franse Gemeenschap een aanvraag |
tot terugbetaling indienen bij elke fase van de vooruitgang. | tot terugbetaling indienen bij elke fase van de vooruitgang. |
De Franse Gemeenschap bevestigt de ontvangst van de aanvraag binnen de | De Franse Gemeenschap bevestigt de ontvangst van de aanvraag binnen de |
3 werkdagen na ontvangst en vereffent de bedragen binnen de 30 | 3 werkdagen na ontvangst en vereffent de bedragen binnen de 30 |
werkdagen na ontvangst van de volledige aanvraag. | werkdagen na ontvangst van de volledige aanvraag. |
HOOFDSTUK VI. - Sancties | HOOFDSTUK VI. - Sancties |
Art. 24.§ 1. Bij niet-verwezenlijking van de |
Art. 24.§ 1. Bij niet-verwezenlijking van de |
energiebesparingsstreefcijfers voor elke typologie werk of van de | energiebesparingsstreefcijfers voor elke typologie werk of van de |
termijn bedoeld in artikel 4, punt 6, van dit decreet, waardoor de | termijn bedoeld in artikel 4, punt 6, van dit decreet, waardoor de |
Europese financiering wordt geweigerd, trekt de regering de vaste | Europese financiering wordt geweigerd, trekt de regering de vaste |
overeenkomst in en eist zij de volledige terugbetaling van de | overeenkomst in en eist zij de volledige terugbetaling van de |
financiering. | financiering. |
De financieringen of gedeelten van financieringen die reeds aan de | De financieringen of gedeelten van financieringen die reeds aan de |
begunstigde werden betaald, zullen van rechtswege verschuldigd zijn | begunstigde werden betaald, zullen van rechtswege verschuldigd zijn |
aan de Franse Gemeenschap. | aan de Franse Gemeenschap. |
§ 2. Indien het gesubsidieerde gebouw gedurende de in artikel 4, 2°, | § 2. Indien het gesubsidieerde gebouw gedurende de in artikel 4, 2°, |
bepaalde minimumperiode van 30 jaar niet om schooldoeleinden wordt | bepaalde minimumperiode van 30 jaar niet om schooldoeleinden wordt |
gebruikt, betaalt de inrichtende macht de ontvangen subsidie terug | gebruikt, betaalt de inrichtende macht de ontvangen subsidie terug |
naar rata van het aantal resterende jaren tussen het jaar van de vaste | naar rata van het aantal resterende jaren tussen het jaar van de vaste |
subsidieovereenkomst en het jaar waarin de periode van 30 jaar | subsidieovereenkomst en het jaar waarin de periode van 30 jaar |
verstrijkt. | verstrijkt. |
Art. 25.Indien een van de tussentijdse tijdsdoelstellingen van het |
Art. 25.Indien een van de tussentijdse tijdsdoelstellingen van het |
principeakkoord niet wordt gehaald, zodat de in artikel 4, punt 6, | principeakkoord niet wordt gehaald, zodat de in artikel 4, punt 6, |
genoemde termijn onhaalbaar wordt, komt het akkoord te vervallen. | genoemde termijn onhaalbaar wordt, komt het akkoord te vervallen. |
HOOFDSTUK VII. - Maatschappijen voor vermogensbeheer | HOOFDSTUK VII. - Maatschappijen voor vermogensbeheer |
Art. 26.§ 1. Om in aanmerking te komen voor een subsidie van meer dan |
Art. 26.§ 1. Om in aanmerking te komen voor een subsidie van meer dan |
383.805 euro geïndexeerd op basis van het algemene indexcijfer van de | 383.805 euro geïndexeerd op basis van het algemene indexcijfer van de |
consumptieprijzen van januari 2021, in het kader van dit stelsel, moet | consumptieprijzen van januari 2021, in het kader van dit stelsel, moet |
een inrichtende macht voor gesubsidieerd vrij onderwijs, met | een inrichtende macht voor gesubsidieerd vrij onderwijs, met |
uitzondering van inrichtende machten die een instelling voor hoger | uitzondering van inrichtende machten die een instelling voor hoger |
onderwijs inrichten, zonder tegenprestatie, het werkelijke recht van | onderwijs inrichten, zonder tegenprestatie, het werkelijke recht van |
de schoolgebouwen die dit stelsel zullen genieten, overdragen of laten | de schoolgebouwen die dit stelsel zullen genieten, overdragen of laten |
overdragen door de eigenaar indien deze niet zelf de eigenaar is, aan | overdragen door de eigenaar indien deze niet zelf de eigenaar is, aan |
een maatschappij voor vermogensbeheer, opgericht in de vorm van een | een maatschappij voor vermogensbeheer, opgericht in de vorm van een |
VZW, gemeen aan alle eigenaars van scholen van dezelfde aard, hetzij | VZW, gemeen aan alle eigenaars van scholen van dezelfde aard, hetzij |
enig voor de Gemeenschap, hetzij opgericht in het tweetalig gebied | enig voor de Gemeenschap, hetzij opgericht in het tweetalig gebied |
Brussel-Hoofdstad en in elke provincie van het Waalse Gewest, en dit | Brussel-Hoofdstad en in elke provincie van het Waalse Gewest, en dit |
voor een periode van minstens 30 jaar vanaf de datum van de toekenning | voor een periode van minstens 30 jaar vanaf de datum van de toekenning |
van de subsidie. | van de subsidie. |
Elke maatschappij voor vermogensbeheer heeft uitsluitend tot doel de | Elke maatschappij voor vermogensbeheer heeft uitsluitend tot doel de |
overgedragen activa aan het onderwijs toe te wijzen en vestigt haar | overgedragen activa aan het onderwijs toe te wijzen en vestigt haar |
zetel in haar territoriale bevoegdheid. De maatschappij voor | zetel in haar territoriale bevoegdheid. De maatschappij voor |
vermogensbeheer mag alleen gebouwen vervreemden die door de | vermogensbeheer mag alleen gebouwen vervreemden die door de |
inrichtende macht buiten gebruik zijn gesteld voor onderwijsdoeleinden | inrichtende macht buiten gebruik zijn gesteld voor onderwijsdoeleinden |
en moet de opbrengst van de verkoop gebruiken voor het onderhoud, de | en moet de opbrengst van de verkoop gebruiken voor het onderhoud, de |
aankoop of de bouw van activa om onderwijsdoeleinden. | aankoop of de bouw van activa om onderwijsdoeleinden. |
Elk van deze maatschappijen is onderworpen aan het toezicht van een | Elk van deze maatschappijen is onderworpen aan het toezicht van een |
door de regering benoemde regeringscommissaris. De commissaris heeft | door de regering benoemde regeringscommissaris. De commissaris heeft |
tot opdracht na te gaan of de door de onderneming beheerde gebouwen om | tot opdracht na te gaan of de door de onderneming beheerde gebouwen om |
onderwijsdoeleinden worden gebruikt. Elke vervreemding van een gebouw | onderwijsdoeleinden worden gebruikt. Elke vervreemding van een gebouw |
waarvoor in het kader van de huidige regeling een subsidie is | waarvoor in het kader van de huidige regeling een subsidie is |
ontvangen, is afhankelijk van zijn instemming. | ontvangen, is afhankelijk van zijn instemming. |
In geval van ontbinding wordt hun vermogen kosteloos overgedragen aan | In geval van ontbinding wordt hun vermogen kosteloos overgedragen aan |
een andere vennootschap van dezelfde aard die voldoet aan de in dit | een andere vennootschap van dezelfde aard die voldoet aan de in dit |
artikel omschreven voorwaarden. | artikel omschreven voorwaarden. |
De regeringscommissaris heeft een vetorecht tegen beslissingen die in | De regeringscommissaris heeft een vetorecht tegen beslissingen die in |
strijd met de voor deze VZW's geldende wettelijke bepalingen zijn | strijd met de voor deze VZW's geldende wettelijke bepalingen zijn |
genomen over de toewijzing van de overgedragen gebouwen aan het | genomen over de toewijzing van de overgedragen gebouwen aan het |
onderwijs. | onderwijs. |
§ 2. Wanneer wettelijke bepalingen die onder het gezag van de federale | § 2. Wanneer wettelijke bepalingen die onder het gezag van de federale |
regering vallen of decreten die onder het gezag van de regionale | regering vallen of decreten die onder het gezag van de regionale |
regering vallen, de in § 1 van dit artikel bedoelde eigenaar verbieden | regering vallen, de in § 1 van dit artikel bedoelde eigenaar verbieden |
een deel van de bedoelde goederen te vervreemden of deze vervreemding | een deel van de bedoelde goederen te vervreemden of deze vervreemding |
afhankelijk stellen van de toestemming van de overheid, en indien het | afhankelijk stellen van de toestemming van de overheid, en indien het |
bovendien onmogelijk blijkt om een wijziging van voornoemde wettelijke | bovendien onmogelijk blijkt om een wijziging van voornoemde wettelijke |
of decretale bepalingen of een toelating van de overheid te bekomen, | of decretale bepalingen of een toelating van de overheid te bekomen, |
kan de regering, op voorstel van de betrokken maatschappij voor | kan de regering, op voorstel van de betrokken maatschappij voor |
vermogensbeheer, de toepassing van dit stelsel toestaan, mits het | vermogensbeheer, de toepassing van dit stelsel toestaan, mits het |
sluiten van een erfpachtovereenkomst van de langste wettelijk | sluiten van een erfpachtovereenkomst van de langste wettelijk |
toegelaten duur met de maatschappij voor vermogensbeheer. | toegelaten duur met de maatschappij voor vermogensbeheer. |
HOOFDSTUK VIII. - Wijzigingsbepalingen | HOOFDSTUK VIII. - Wijzigingsbepalingen |
Art. 27.Artikel 5, § 2, van het decreet van 5 februari 1990 wordt als |
Art. 27.Artikel 5, § 2, van het decreet van 5 februari 1990 wordt als |
volgt aangevuld: | volgt aangevuld: |
"24° vanaf 2021, de overdracht van de middelen die zijn vastgelegd in | "24° vanaf 2021, de overdracht van de middelen die zijn vastgelegd in |
het fonds voor schoolgebouwen van de Franse Gemeenschap aan de | het fonds voor schoolgebouwen van de Franse Gemeenschap aan de |
Administratieve Dienst met autonome boekhouding "Cel voor noodgevallen | Administratieve Dienst met autonome boekhouding "Cel voor noodgevallen |
en herschikking" in het kader van de uitvoering van het Europees plan | en herschikking" in het kader van de uitvoering van het Europees plan |
voor herstel en veerkracht". | voor herstel en veerkracht". |
Art. 28.Artikel 9, § 4, van het decreet van 5 februari 1990 wordt als |
Art. 28.Artikel 9, § 4, van het decreet van 5 februari 1990 wordt als |
volgt aangevuld: | volgt aangevuld: |
"8° het verlenen van een waarborg voor de terugbetaling van het | "8° het verlenen van een waarborg voor de terugbetaling van het |
vermogen, de interesten en de bijkomende kosten van de leningen die | vermogen, de interesten en de bijkomende kosten van de leningen die |
zijn aangegaan om de financiering te vervolledigen die is toegekend | zijn aangegaan om de financiering te vervolledigen die is toegekend |
bij het decreet van 30 september 2021 betreffende het investeringsplan | bij het decreet van 30 september 2021 betreffende het investeringsplan |
voor schoolgebouwen in het kader van het Europees plan voor herstel en | voor schoolgebouwen in het kader van het Europees plan voor herstel en |
veerkracht; | veerkracht; |
9° voor de leningen bedoeld in 8°, de toekenning van een rentesubsidie | 9° voor de leningen bedoeld in 8°, de toekenning van een rentesubsidie |
die gelijk is aan de totale rente die voor de leningen moet worden | die gelijk is aan de totale rente die voor de leningen moet worden |
betaald. De subsidie wordt rechtstreeks aan de financiële instelling | betaald. De subsidie wordt rechtstreeks aan de financiële instelling |
betaald". | betaald". |
Art. 29.In artikel 10, § 5, eerste lid, van hetzelfde decreet worden |
Art. 29.In artikel 10, § 5, eerste lid, van hetzelfde decreet worden |
de woorden "en de subsidies toegekend bij het decreet van 30 september | de woorden "en de subsidies toegekend bij het decreet van 30 september |
2021 betreffende het investeringsplan voor schoolgebouwen in het kader | 2021 betreffende het investeringsplan voor schoolgebouwen in het kader |
van het Europees plan voor herstel en veerkracht" ingevoegd tussen de | van het Europees plan voor herstel en veerkracht" ingevoegd tussen de |
woorden "bedoeld in artikel 9, § 4, 4° en 6°, " en de woorden "en | woorden "bedoeld in artikel 9, § 4, 4° en 6°, " en de woorden "en |
onder voorbehoud van de bepalingen van het decreet van 24 juni 1996". | onder voorbehoud van de bepalingen van het decreet van 24 juni 1996". |
HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen |
Art. 30.Dit decreet heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 2021. |
Art. 30.Dit decreet heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 2021. |
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad | Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad |
zal worden bekendgemaakt. | zal worden bekendgemaakt. |
Brussel, 30 september 2021. | Brussel, 30 september 2021. |
De Minister-President, | De Minister-President, |
P.-Y. JEHOLET | P.-Y. JEHOLET |
De Vicepresident en Minister van Begroting, Ambtenarenzaken, Gelijke | De Vicepresident en Minister van Begroting, Ambtenarenzaken, Gelijke |
kansen en het toezicht op « Wallonie-Bruxelles Enseignement", | kansen en het toezicht op « Wallonie-Bruxelles Enseignement", |
F. DAERDEN | F. DAERDEN |
De Vicepresident en Minister van Kind, Gezondheid, Cultuur, Media en | De Vicepresident en Minister van Kind, Gezondheid, Cultuur, Media en |
Vrouwenrechten, | Vrouwenrechten, |
B. LINARD | B. LINARD |
De Minister van Hoger Onderwijs, Onderwijs voor sociale promotie, | De Minister van Hoger Onderwijs, Onderwijs voor sociale promotie, |
Universitaire ziekenhuizen, Hulpverlening aan de jeugd, | Universitaire ziekenhuizen, Hulpverlening aan de jeugd, |
Justitiehuizen, Jeugd, Sport en de Promotie van Brussel, | Justitiehuizen, Jeugd, Sport en de Promotie van Brussel, |
V. GLATIGNY | V. GLATIGNY |
De Minister van Onderwijs, | De Minister van Onderwijs, |
C. DESIR | C. DESIR |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
Zitting 2021-2022 | Zitting 2021-2022 |
Stukken van het Parlement. - Ontwerp van decreet, nr. 277-1 - | Stukken van het Parlement. - Ontwerp van decreet, nr. 277-1 - |
Amendement(en) in de commissie, nr. 277-2 - Verslag van de commissie, | Amendement(en) in de commissie, nr. 277-2 - Verslag van de commissie, |
nr. 277-3 - Tekst aangenomen tijdens de plenaire zitting, nr. 277-4 | nr. 277-3 - Tekst aangenomen tijdens de plenaire zitting, nr. 277-4 |
Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. - Vergadering van 29 | Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. - Vergadering van 29 |
september 2021. | september 2021. |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |