Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Decreet van 30/06/1998
← Terug naar "Decreet met betrekking tot de bijscholing van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en het opvoedend hulppersoneel in het onderwijs voor sociale promotie "
Decreet met betrekking tot de bijscholing van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en het opvoedend hulppersoneel in het onderwijs voor sociale promotie Decreet met betrekking tot de bijscholing van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en het opvoedend hulppersoneel in het onderwijs voor sociale promotie
MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP
30 JUNI 1998. - Decreet met betrekking tot de bijscholing van de leden 30 JUNI 1998. - Decreet met betrekking tot de bijscholing van de leden
van het bestuurs- en onderwijzend personeel en het opvoedend van het bestuurs- en onderwijzend personeel en het opvoedend
hulppersoneel in het onderwijs voor sociale promotie hulppersoneel in het onderwijs voor sociale promotie
De Raad van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, De Raad van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering,
bekrachtigen hetgeen volgt : bekrachtigen hetgeen volgt :
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Dit decreet regelt de bijscholing van de leden van het

Artikel 1.Dit decreet regelt de bijscholing van de leden van het

bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel
in het onderwijs voor sociale promotie dat wordt ingericht of in het onderwijs voor sociale promotie dat wordt ingericht of
gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap. gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap.
Het is eveneens van toepassing op de niet-statutaire personeelsleden Het is eveneens van toepassing op de niet-statutaire personeelsleden
van dezelfde functiecategorieën. van dezelfde functiecategorieën.

Art. 2.Voor de toepassing van dit decreet, verstaat men onder «

Art. 2.Voor de toepassing van dit decreet, verstaat men onder «

bijscholing » elke vormingsactiviteit die als doel heeft de bijscholing » elke vormingsactiviteit die als doel heeft de
bekwaamheden van de personeelsleden bepaald in artikel 1, te bekwaamheden van de personeelsleden bepaald in artikel 1, te
onderhouden, te verbeteren of aan te passen aan de actualiteit. onderhouden, te verbeteren of aan te passen aan de actualiteit.
De bijscholing omvat tevens activiteiten die personeelsleden van wie De bijscholing omvat tevens activiteiten die personeelsleden van wie
de beginopleiding niet meer beantwoordt aan de eisen van de functie of de beginopleiding niet meer beantwoordt aan de eisen van de functie of
aan het onderwijsaanbod, toelaten de nodige capaciteiten te verwerven aan het onderwijsaanbod, toelaten de nodige capaciteiten te verwerven
voor de uitoefening van hun functie of voor de uitoefening van een voor de uitoefening van hun functie of voor de uitoefening van een
andere functie in het onderwijs. andere functie in het onderwijs.

Art. 3.De algemene doelstellingen van de bijscholing zijn :

Art. 3.De algemene doelstellingen van de bijscholing zijn :

1° de capaciteit om de activiteiten bepaald in artikel 2 in praktijk 1° de capaciteit om de activiteiten bepaald in artikel 2 in praktijk
te brengen; te brengen;
2° het aankweken van de juiste vaardigheden om efficiënt om te gaan 2° het aankweken van de juiste vaardigheden om efficiënt om te gaan
met mensen; met mensen;
3° het verwerven en in de praktijk brengen van beroepsmatige kennis en 3° het verwerven en in de praktijk brengen van beroepsmatige kennis en
vaardigheden, met name die welke verband houden met de invoering van vaardigheden, met name die welke verband houden met de invoering van
het stelsel 1; het stelsel 1;
4° het bestuderen en analyseren van de sociale, economische en 4° het bestuderen en analyseren van de sociale, economische en
culturele factoren die van invloed zijn op het gedrag van mensen en de culturele factoren die van invloed zijn op het gedrag van mensen en de
omstandigheden waarin de functie van leerkracht in het onderwijs voor omstandigheden waarin de functie van leerkracht in het onderwijs voor
sociale promotie wordt uitgeoefend; sociale promotie wordt uitgeoefend;
5° de verbetering van de communicatie, het teamwork en de 5° de verbetering van de communicatie, het teamwork en de
interdisciplinaire samenwerking, alsook het ontstaan en de uitwerking interdisciplinaire samenwerking, alsook het ontstaan en de uitwerking
van projecten binnen de instellingen zelf; van projecten binnen de instellingen zelf;
6° de beroepsomschakeling, in het onderwijs, van leerkrachten die ter 6° de beroepsomschakeling, in het onderwijs, van leerkrachten die ter
beschikking zijn gesteld wegens gebrek aan banen. beschikking zijn gesteld wegens gebrek aan banen.

Art. 4.Wat de toepassing van hoofdstuk II van dit decreet betreft,

Art. 4.Wat de toepassing van hoofdstuk II van dit decreet betreft,

zijn de opleiders : zijn de opleiders :
1° statutaire of niet-statutaire leden van het bestuurs- en 1° statutaire of niet-statutaire leden van het bestuurs- en
onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, de onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, de
inspectiediensten, de psycho-medisch-sociale centra en het Algemeen inspectiediensten, de psycho-medisch-sociale centra en het Algemeen
Bestuur voor Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek; Bestuur voor Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek;
2° centra voor voortgezet onderwijs die hetzij onder de bevoegdheid 2° centra voor voortgezet onderwijs die hetzij onder de bevoegdheid
vallen van één of meerdere inrichtende machten, hetzij onder een vallen van één of meerdere inrichtende machten, hetzij onder een
representatie- en coördinatieorgaan van de inrichtende machten; representatie- en coördinatieorgaan van de inrichtende machten;
3° instellingen voor onderwijs voor sociale promotie; 3° instellingen voor onderwijs voor sociale promotie;
4° hogescholen; 4° hogescholen;
5° universiteiten of hun opleidingsinstellingen; 5° universiteiten of hun opleidingsinstellingen;
6° natuurlijke personen, nationale of internationale experts; 6° natuurlijke personen, nationale of internationale experts;
7° organisaties voor volwassenen- en jongerenscholing erkend door de 7° organisaties voor volwassenen- en jongerenscholing erkend door de
Franse Gemeenschap; Franse Gemeenschap;
8° vertegenwoordigers van de Europese Unie en de OESO; 8° vertegenwoordigers van de Europese Unie en de OESO;
9° staats- of privé-bedrijven. 9° staats- of privé-bedrijven.

Art. 5.De Regering van de Franse Gemeenschap, hierna Regering

Art. 5.De Regering van de Franse Gemeenschap, hierna Regering

genoemd, legt de modaliteiten vast volgens dewelke de personeelsleden genoemd, legt de modaliteiten vast volgens dewelke de personeelsleden
bepaald in artikel 4, 1°, kunnen worden belast met het geven van bepaald in artikel 4, 1°, kunnen worden belast met het geven van
opleidingen. opleidingen.
De vormingsactiviteiten zijn niet onderworpen aan de bepalingen van De vormingsactiviteiten zijn niet onderworpen aan de bepalingen van
artikel 5 van het koninklijk besluit van 15 april 1958 met betrekking artikel 5 van het koninklijk besluit van 15 april 1958 met betrekking
tot het loonstatuut van het onderwijzend, wetenschappelijk en tot het loonstatuut van het onderwijzend, wetenschappelijk en
gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs, gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs,
noch aan die van artikel 11 van het besluit van de Regering van de noch aan die van artikel 11 van het besluit van de Regering van de
Franse Gemeenschap van 25 oktober 1993 met betrekking tot het Franse Gemeenschap van 25 oktober 1993 met betrekking tot het
loonstatuut van de leden van het directie- en onderwijzend personeel loonstatuut van de leden van het directie- en onderwijzend personeel
en het opvoedend nevenpersoneel van het onderwijs voor sociale en het opvoedend nevenpersoneel van het onderwijs voor sociale
promotie van de Franse Gemeenschap. promotie van de Franse Gemeenschap.

Art. 6.De personeelsleden, bepaald in artikel 1, aan wie een salaris

Art. 6.De personeelsleden, bepaald in artikel 1, aan wie een salaris

of een salaris-toelage wordt toegekend voor een dienstactiviteit en of een salaris-toelage wordt toegekend voor een dienstactiviteit en
die een opleiding genieten of verzorgen, worden gedurende de hele die een opleiding genieten of verzorgen, worden gedurende de hele
opleiding als in dienst beschouwd. opleiding als in dienst beschouwd.
Personeelsleden die ter beschikking zijn gesteld wegens gebrek aan Personeelsleden die ter beschikking zijn gesteld wegens gebrek aan
banen, mogen een opleiding geven of eraan deelnemen. De duur hiervan banen, mogen een opleiding geven of eraan deelnemen. De duur hiervan
wordt gelijkgesteld met een voorlopige heroproeping tot de wordt gelijkgesteld met een voorlopige heroproeping tot de
dienstactiviteit of met een heroproeping in dienst. dienstactiviteit of met een heroproeping in dienst.
Voor tijdelijk benoemde personeelsleden wordt de duur van de gevolgde Voor tijdelijk benoemde personeelsleden wordt de duur van de gevolgde
opleiding slechts in aanmerking genomen voor de berekening van de opleiding slechts in aanmerking genomen voor de berekening van de
administratieve en loonanciënniteit, als deze binnen de periode van de administratieve en loonanciënniteit, als deze binnen de periode van de
tijdelijke benoeming of aanwerving valt. tijdelijke benoeming of aanwerving valt.

Art. 7.Aan het eind van de opleiding wordt door de inrichter bepaald

Art. 7.Aan het eind van de opleiding wordt door de inrichter bepaald

in artikel 9 een attest afgeleverd volgens de modaliteiten bepaald in artikel 9 een attest afgeleverd volgens de modaliteiten bepaald
door de Regering. door de Regering.

Art. 8.De Regering bepaalt, na overleg met het Algemeen Bestuur voor

Art. 8.De Regering bepaalt, na overleg met het Algemeen Bestuur voor

Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek, de inspectie en de Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek, de inspectie en de
afgevaardigden van de representatie- en coördinatieorganen van de afgevaardigden van de representatie- en coördinatieorganen van de
inrichtende machten, onder welke voorwaarden vormingscursussen inrichtende machten, onder welke voorwaarden vormingscursussen
verplicht kunnen worden gemaakt. verplicht kunnen worden gemaakt.
HOOFDSTUK II. - Vormingscursussen HOOFDSTUK II. - Vormingscursussen
gegeven in het onderwijs voor sociale promotie, ingericht of gegeven in het onderwijs voor sociale promotie, ingericht of
gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap

Art. 9.De vormingscursussen bestemd voor de personeelsleden van het

Art. 9.De vormingscursussen bestemd voor de personeelsleden van het

onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap, bepaald in onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap, bepaald in
artikel 1, worden ingericht door de Algemene Dienst voor Opvoedkundige artikel 1, worden ingericht door de Algemene Dienst voor Opvoedkundige
Zaken, Pedagogisch Onderzoek en Sturing van het onderwijs ingericht Zaken, Pedagogisch Onderzoek en Sturing van het onderwijs ingericht
door de Franse Gemeenschap onder de bevoegdheid van het Algemeen door de Franse Gemeenschap onder de bevoegdheid van het Algemeen
Bestuur voor Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek, op voorstel van Bestuur voor Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek, op voorstel van
de inspectie van het onderwijs voor sociale promotie. de inspectie van het onderwijs voor sociale promotie.
De opleidingen die bestemd zijn voor de personeelsleden van het De opleidingen die bestemd zijn voor de personeelsleden van het
onderwijs voor sociale promotie en worden gesubsidieerd door de Franse onderwijs voor sociale promotie en worden gesubsidieerd door de Franse
Gemeenschap, bepaald in artikel 1, worden ingericht volgens de Gemeenschap, bepaald in artikel 1, worden ingericht volgens de
modaliteiten die de Regering bepaalt : modaliteiten die de Regering bepaalt :
1° hetzij op initiatief van een inrichtende macht of een 1° hetzij op initiatief van een inrichtende macht of een
representatie- en coördinatieorgaan van de inrichtende machten, voor representatie- en coördinatieorgaan van de inrichtende machten, voor
cursussen die deze wil promoten met het oog op zijn pedagogische cursussen die deze wil promoten met het oog op zijn pedagogische
doelstellingen en methodes. doelstellingen en methodes.
2° hetzij op basis van een overeenkomst tussen één of meer inrichtende 2° hetzij op basis van een overeenkomst tussen één of meer inrichtende
machten en/of één of meer representatie- en coördinatieorganen van de machten en/of één of meer representatie- en coördinatieorganen van de
inrichtende machten. inrichtende machten.
De bijscholing van de personeelsleden van het onderwijs voor sociale De bijscholing van de personeelsleden van het onderwijs voor sociale
promotie kan worden ingericht op basis van een afspraak tussen de promotie kan worden ingericht op basis van een afspraak tussen de
Algemene Dienst voor Opvoedkundige Zaken, Pedagogisch Onderzoek en Algemene Dienst voor Opvoedkundige Zaken, Pedagogisch Onderzoek en
Sturing van het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap en een Sturing van het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap en een
representatie- en coördinatieorgaan van de inrichtende machten. representatie- en coördinatieorgaan van de inrichtende machten.

Art. 10.Er is een « Bijscholingscommissie » opgericht, hierna « de

Art. 10.Er is een « Bijscholingscommissie » opgericht, hierna « de

Commissie » genoemd, die, na raadpleging van de representatieve Commissie » genoemd, die, na raadpleging van de representatieve
syndicale organisaties, belast is met de taak om in de loop van het 1e syndicale organisaties, belast is met de taak om in de loop van het 1e
trimester van elk kalenderjaar, de gemeenschappelijke, algemene trimester van elk kalenderjaar, de gemeenschappelijke, algemene
thema's van de bijscholingscursussen voor het volgend kalenderjaar, thema's van de bijscholingscursussen voor het volgend kalenderjaar,
die verband houden met de doelstellingen vermeld in artikel 3, ter die verband houden met de doelstellingen vermeld in artikel 3, ter
goedkeuring over te leggen aan de Regering. goedkeuring over te leggen aan de Regering.
De Commissie bestaat uit : De Commissie bestaat uit :
1° de Algemeen Bestuurder voor Onderwijs en Wetenschappelijk 1° de Algemeen Bestuurder voor Onderwijs en Wetenschappelijk
Onderzoek; Onderzoek;
2° de verantwoordelijke van de inspectiedienst voor het onderwijs voor 2° de verantwoordelijke van de inspectiedienst voor het onderwijs voor
sociale promotie; sociale promotie;
3° leden van het Bureau van de Hoge Raad, zoals bepaald in artikel 5 3° leden van het Bureau van de Hoge Raad, zoals bepaald in artikel 5
van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 18 van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 18
september 1991, dat de modaliteiten vastlegt voor de organisatie en de september 1991, dat de modaliteiten vastlegt voor de organisatie en de
werking van de Hoge Raad voor het onderwijs voor sociale promotie; werking van de Hoge Raad voor het onderwijs voor sociale promotie;
De Commissie kiest haar voorzitter onder haar leden. Het secretariaat De Commissie kiest haar voorzitter onder haar leden. Het secretariaat
wordt verzekerd door een lid van de Algemene Dienst voor het onderwijs wordt verzekerd door een lid van de Algemene Dienst voor het onderwijs
voor sociale promotie, het kunstonderwijs met beperkt uurrooster en voor sociale promotie, het kunstonderwijs met beperkt uurrooster en
het afstandsonderwijs, aangeduid door de Algemeen Bestuurder voor het afstandsonderwijs, aangeduid door de Algemeen Bestuurder voor
Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek. Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek.
De Commissie stelt haar huisreglement op en legt dit ter goedkeuring De Commissie stelt haar huisreglement op en legt dit ter goedkeuring
over aan de Regering. over aan de Regering.
De vergoeding van de leden van de Commissie wordt vastgelegd door de De vergoeding van de leden van de Commissie wordt vastgelegd door de
Regering. Regering.
HOOFDSTUK III. - Controle op de opleidingen HOOFDSTUK III. - Controle op de opleidingen
in het onderwijs voor sociale promotie gesubsidieerd door de Franse in het onderwijs voor sociale promotie gesubsidieerd door de Franse
Gemeenschap Gemeenschap

Art. 10.De inspectie- en de controlediensten zijn, elk in hun

Art. 10.De inspectie- en de controlediensten zijn, elk in hun

respectieve opdracht, belast met : respectieve opdracht, belast met :
1° het toezicht op de toepassing van de bepalingen van dit decreet; 1° het toezicht op de toepassing van de bepalingen van dit decreet;
2° de controle van het gebruik van de kredieten en de subsidies 2° de controle van het gebruik van de kredieten en de subsidies
toegekend aan de opleidingen; toegekend aan de opleidingen;
3° het toezicht op de uitvoering van de projecten en de effectieve 3° het toezicht op de uitvoering van de projecten en de effectieve
deelneming van de personeelsleden bepaald in artikel 1. deelneming van de personeelsleden bepaald in artikel 1.
HOOFDSTUK IV. - Evaluatie van de opleidingen HOOFDSTUK IV. - Evaluatie van de opleidingen
in het onderwijs voor sociale promotie ingericht door de Franse in het onderwijs voor sociale promotie ingericht door de Franse
Gemeenschap Gemeenschap

Art. 11.De Raad van Beheer van het Centrum voor zelfstudie en

Art. 11.De Raad van Beheer van het Centrum voor zelfstudie en

voortgezet onderwijs van het Onderwijs van de Franse Gemeenschap, voortgezet onderwijs van het Onderwijs van de Franse Gemeenschap,
bepaald in artikel 5 van het besluit van 7 april 1995 met betrekking bepaald in artikel 5 van het besluit van 7 april 1995 met betrekking
tot de oprichting van een Centrum voor zelfstudie en voortgezet tot de oprichting van een Centrum voor zelfstudie en voortgezet
onderwijs van het Onderwijs van de Franse Gemeenschap, staat in voor onderwijs van het Onderwijs van de Franse Gemeenschap, staat in voor
de evaluatie van de opleidingen bepaald in artikel 9, alinea 1. de evaluatie van de opleidingen bepaald in artikel 9, alinea 1.
HOOFDSTUK V. - Globale evaluatie van de opleidingen HOOFDSTUK V. - Globale evaluatie van de opleidingen

Art. 12.De inspectie doet jaarlijks een evaluatie van het systeem dat

Art. 12.De inspectie doet jaarlijks een evaluatie van het systeem dat

wordt ingevoerd door dit decreet. wordt ingevoerd door dit decreet.
Dit evaluatieverslag wordt overgemaakt aan de Hoge Raad voor het Dit evaluatieverslag wordt overgemaakt aan de Hoge Raad voor het
onderwijs voor sociale promotie en aan de minister die bevoegd is voor onderwijs voor sociale promotie en aan de minister die bevoegd is voor
het onderwijs voor sociale promotie. het onderwijs voor sociale promotie.

Art. 13.Alle personen die rechtstreeks of onrechtstreeks als opleider

Art. 13.Alle personen die rechtstreeks of onrechtstreeks als opleider

betrokken zijn, worden uitgesloten van alle evaluatie- of betrokken zijn, worden uitgesloten van alle evaluatie- of
controletaken met betrekking tot deze opleidingen. controletaken met betrekking tot deze opleidingen.
HOOFDSTUK VI. - Budgettaire middelen HOOFDSTUK VI. - Budgettaire middelen

Art. 14.De begrotingskredieten die worden toegewezen aan

Art. 14.De begrotingskredieten die worden toegewezen aan

bijscholingscursussen, met inbegrip van de bijbehorende vergoedingen, bijscholingscursussen, met inbegrip van de bijbehorende vergoedingen,
bedragen minstens 0,12 % van de normale uitgaven die de begroting van bedragen minstens 0,12 % van de normale uitgaven die de begroting van
het Ministerie van de Franse Gemeenschap uittrekt voor het onderwijs het Ministerie van de Franse Gemeenschap uittrekt voor het onderwijs
voor sociale promotie. voor sociale promotie.
Deze kredieten worden verdeeld tussen de Algemene Dienst voor Deze kredieten worden verdeeld tussen de Algemene Dienst voor
Opvoedkundige Zaken, Pedagogisch Onderzoek en Sturing van het Opvoedkundige Zaken, Pedagogisch Onderzoek en Sturing van het
onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap en de verschillende onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap en de verschillende
representatie- en coördinatieorganen van de inrichtende machten, naar representatie- en coördinatieorganen van de inrichtende machten, naar
rata van het totaal aantal toegekende periodes in de loop van het rata van het totaal aantal toegekende periodes in de loop van het
kalenderjaar dat voorafging aan het jaar waarin de cursussen worden kalenderjaar dat voorafging aan het jaar waarin de cursussen worden
ingericht. ingericht.
De beheers- en secretariaatskosten mogen niet hoger liggen dan 10 % De beheers- en secretariaatskosten mogen niet hoger liggen dan 10 %
van de voor de bijscholingscursussen toegekende kredieten. van de voor de bijscholingscursussen toegekende kredieten.
40 % van de begrotingskredieten, verdeeld overeenkomstig alinea 2, 40 % van de begrotingskredieten, verdeeld overeenkomstig alinea 2,
worden besteed aan opleidingen die gebaseerd zijn op algemene thema's. worden besteed aan opleidingen die gebaseerd zijn op algemene thema's.
HOOFDSTUK VII. - Overgangs- en slotbepalingen HOOFDSTUK VII. - Overgangs- en slotbepalingen

Art. 15.Voor het jaar 1998 worden de kredieten, bepaald in artikel

Art. 15.Voor het jaar 1998 worden de kredieten, bepaald in artikel

15, vermenigvuldigd met een coëfficiënt 0,3. 15, vermenigvuldigd met een coëfficiënt 0,3.

Art. 16.Dit decreet treedt in werking op 1 september 1998.

Art. 16.Dit decreet treedt in werking op 1 september 1998.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad
zal worden bekendgemaakt. zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 30 juni 1998. Brussel, 30 juni 1998.
De Minister-Voorzitster van de Regering van de Franse Gemeenschap, De Minister-Voorzitster van de Regering van de Franse Gemeenschap,
belast met Onderwijs, de Audiovisuele Sector, Hulpverlening aan de belast met Onderwijs, de Audiovisuele Sector, Hulpverlening aan de
Jeugd, Jeugd,
Kinderwelzijn en Gezondheidspromotie, Kinderwelzijn en Gezondheidspromotie,
Mevr. L. ONKELINX Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Hoger Onderwijs, Wetenschappelijk Onderzoek, Sport en De Minister van Hoger Onderwijs, Wetenschappelijk Onderzoek, Sport en
Internationale Betrekkingen, Internationale Betrekkingen,
W. ANCION W. ANCION
De Minister van Cultuur en Permanente Opvoeding, De Minister van Cultuur en Permanente Opvoeding,
Ch. PICQUE Ch. PICQUE
De Minister van Begroting, Financiën en Ambtenarenzaken, De Minister van Begroting, Financiën en Ambtenarenzaken,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
_______ _______
Nota Nota
Zitting 1997-1998. Zitting 1997-1998.
Stukken van de Raad. - Ontwerp van decreet, nr. 240-1. - Stukken van de Raad. - Ontwerp van decreet, nr. 240-1. -
Commissieamendementen, nrs. 240-2 en 3. - Verslag, nr. 240-4. - Commissieamendementen, nrs. 240-2 en 3. - Verslag, nr. 240-4. -
Amendementen van de vergadering, nrs. 240-5. Amendementen van de vergadering, nrs. 240-5.
Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 23 juni Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 23 juni
1998. 1998.
^