Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Decreet van 27/10/1998
← Terug naar "Decreet houdende de erkenning en subsidiëring van organisaties voor volkscultuur en de oprichting van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur "
Decreet houdende de erkenning en subsidiëring van organisaties voor volkscultuur en de oprichting van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur Decreet houdende de erkenning en subsidiëring van organisaties voor volkscultuur en de oprichting van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
27 OKTOBER 1998. - Decreet houdende de erkenning en subsidiëring van 27 OKTOBER 1998. - Decreet houdende de erkenning en subsidiëring van
organisaties voor volkscultuur en de oprichting van het Vlaams Centrum organisaties voor volkscultuur en de oprichting van het Vlaams Centrum
voor Volkscultuur (1) voor Volkscultuur (1)
Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen
hetgeen volgt : hetgeen volgt :
HOOFDSTUK I. -Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. -Algemene bepalingen

Artikel 1.Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Artikel 1.Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Art. 2.In dit decreet wordt verstaan onder :

Art. 2.In dit decreet wordt verstaan onder :

1° volkscultuur : alle collectieve, al of niet traditionele uitingen 1° volkscultuur : alle collectieve, al of niet traditionele uitingen
van het volksleven, zoals die door organisaties, hetzij als van het volksleven, zoals die door organisaties, hetzij als
studieterrein, hetzij als toepassingsgebied, in hun doelstellingen en studieterrein, hetzij als toepassingsgebied, in hun doelstellingen en
programma zijn ingeschreven; programma zijn ingeschreven;
2° familiekunde : het domein van de volkscultuur dat zich bezighoudt 2° familiekunde : het domein van de volkscultuur dat zich bezighoudt
met het onderzoek naar de historische herkomst en de geografische met het onderzoek naar de historische herkomst en de geografische
verspreiding van families met de bedoeling het sociaal en verspreiding van families met de bedoeling het sociaal en
professioneel profiel van de stam te ontdekken; professioneel profiel van de stam te ontdekken;
3° heemkunde : het domein van de volkscultuur dat zich toelegt op een 3° heemkunde : het domein van de volkscultuur dat zich toelegt op een
betere kennis van de eigen streek in al haar aspecten en op de betere kennis van de eigen streek in al haar aspecten en op de
bescherming van het gemeenschappelijke materiële culturele erfgoed; bescherming van het gemeenschappelijke materiële culturele erfgoed;
4° algemene volkskunde : het domein van de volkscultuur dat zich 4° algemene volkskunde : het domein van de volkscultuur dat zich
bezighoudt met de observatie en de studie van algemene traditionele en bezighoudt met de observatie en de studie van algemene traditionele en
eigentijdse volksculturele fenomenen in hun cultuurhistorische eigentijdse volksculturele fenomenen in hun cultuurhistorische
context; context;
5° gethematiseerde volkskunde : het domein van de volkscultuur dat 5° gethematiseerde volkskunde : het domein van de volkscultuur dat
zich bezighoudt met de observatie en de studie van specifieke zich bezighoudt met de observatie en de studie van specifieke
traditionele en eigentijdse volksculturele fenomenen in hun traditionele en eigentijdse volksculturele fenomenen in hun
cultuurhistorische context; cultuurhistorische context;
6° industriële archeologie : het domein van de volkscultuur dat zich 6° industriële archeologie : het domein van de volkscultuur dat zich
vanuit een actieve belangstelling voor de menselijke activiteit uit vanuit een actieve belangstelling voor de menselijke activiteit uit
het verleden en de vertaling ervan naar de actualiteit, bezighoudt met het verleden en de vertaling ervan naar de actualiteit, bezighoudt met
het behoud en het beheer van verwaarloosd industrieel cultureel het behoud en het beheer van verwaarloosd industrieel cultureel
erfgoed; erfgoed;
7° administratie : de afdeling die verantwoordelijk is voor het 7° administratie : de afdeling die verantwoordelijk is voor het
volksontwikkelingswerk; volksontwikkelingswerk;
8° commissie : de sectorale commissie die bevoegd is voor het 8° commissie : de sectorale commissie die bevoegd is voor het
volksontwikkelingswerk. volksontwikkelingswerk.
HOOFDSTUK II. - Volkscultuur HOOFDSTUK II. - Volkscultuur
Afdeling 1. - Organisatie voor volkscultuur Afdeling 1. - Organisatie voor volkscultuur

Art. 3.De Vlaamse Gemeenschap streeft via een ondersteuningsbeleid de

Art. 3.De Vlaamse Gemeenschap streeft via een ondersteuningsbeleid de

instandhouding en de waardering van de volkscultuur na, om de kennis instandhouding en de waardering van de volkscultuur na, om de kennis
en de verbreiding van de volkscultuur te bevorderen. en de verbreiding van de volkscultuur te bevorderen.
Onderafdeling A. - Erkenning Onderafdeling A. - Erkenning

Art. 4.Een organisatie voor volkscultuur is een organisatie die werkt

Art. 4.Een organisatie voor volkscultuur is een organisatie die werkt

in het domein van de familiekunde, de heemkunde, de algemene in het domein van de familiekunde, de heemkunde, de algemene
volkskunde, de gethematiseerde volkskunde of de industriële volkskunde, de gethematiseerde volkskunde of de industriële
archeologie; zij doet dit hetzij via ledenwerking hetzij via een archeologie; zij doet dit hetzij via ledenwerking hetzij via een
dienstverlenende structuur voor belangstellenden. dienstverlenende structuur voor belangstellenden.

Art. 5.§ 1. Om door de Vlaamse regering als organisatie voor

Art. 5.§ 1. Om door de Vlaamse regering als organisatie voor

volkscultuur erkend te kunnen worden, voldoet de organisatie aan de volkscultuur erkend te kunnen worden, voldoet de organisatie aan de
volgende voorwaarden : volgende voorwaarden :
1° een werking hebben met een landelijk karakter door ofwel 1° een werking hebben met een landelijk karakter door ofwel
activiteiten te ontplooien in minstens vier Vlaamse provincies ofwel activiteiten te ontplooien in minstens vier Vlaamse provincies ofwel
een publieksbereik te kunnen aantonen in minstens vier Vlaamse een publieksbereik te kunnen aantonen in minstens vier Vlaamse
provincies; voor de toepassing van dit decreet wordt het tweetalige provincies; voor de toepassing van dit decreet wordt het tweetalige
gebied Brussel-Hoofdstad beschouwd als een provincie; gebied Brussel-Hoofdstad beschouwd als een provincie;
2° met activiteiten aantonen dat zij bezig is met het verzamelen, 2° met activiteiten aantonen dat zij bezig is met het verzamelen,
beschermen, bestuderen, bekendmaken en demonstreren van de beschermen, bestuderen, bekendmaken en demonstreren van de
volkscultuur; volkscultuur;
3° de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk hebben met een 3° de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk hebben met een
werkterrein dat duidelijk ligt in het domein van de volkscultuur, werkterrein dat duidelijk ligt in het domein van de volkscultuur,
zoals bepaald in artikel 2 van dit decreet; zoals bepaald in artikel 2 van dit decreet;
4° over een kwaliteitsbeleid beschikken dat erop gericht is op een 4° over een kwaliteitsbeleid beschikken dat erop gericht is op een
systematische wijze de kwaliteit van de aangeboden dienstverlening en systematische wijze de kwaliteit van de aangeboden dienstverlening en
ook van haar werking, te bepalen, te plannen, te verbeteren en te ook van haar werking, te bepalen, te plannen, te verbeteren en te
volgen. volgen.
§ 2. In de domeinen van de familiekunde, de heemkunde, de algemene § 2. In de domeinen van de familiekunde, de heemkunde, de algemene
volkskunde en de industriële archeologie kan slechts één organisatie volkskunde en de industriële archeologie kan slechts één organisatie
of samenwerkingsverband van organisaties erkend worden. In het domein of samenwerkingsverband van organisaties erkend worden. In het domein
van de gethematiseerde volkskunde kan per thema slechts één van de gethematiseerde volkskunde kan per thema slechts één
organisatie of samenwerkingsverband van organisaties erkend worden. organisatie of samenwerkingsverband van organisaties erkend worden.
Onderafdeling B. - Erkenningsprocedure Onderafdeling B. - Erkenningsprocedure

Art. 6.§ 1. Om de vijf jaar kunnen aanvragen tot erkenning ingediend

Art. 6.§ 1. Om de vijf jaar kunnen aanvragen tot erkenning ingediend

worden. Die aanvragen moeten de administratie bereiken voor 1 oktober worden. Die aanvragen moeten de administratie bereiken voor 1 oktober
van het lopende jaar. van het lopende jaar.
§ 2. Voor de toepassing van § 1 van dit artikel wordt de eerste § 2. Voor de toepassing van § 1 van dit artikel wordt de eerste
startdatum vastgesteld op 1 oktober 2000. startdatum vastgesteld op 1 oktober 2000.
§ 3. Tegen het voornemen van de beslissing van niet-erkenning kan de § 3. Tegen het voornemen van de beslissing van niet-erkenning kan de
organisatie beroep aantekenen bij de adviserende beroepscommissie voor organisatie beroep aantekenen bij de adviserende beroepscommissie voor
culturele aangelegenheden. culturele aangelegenheden.
§ 4. De erkenningsprocedure met inbegrip van de eventuele § 4. De erkenningsprocedure met inbegrip van de eventuele
beroepsprocedure wordt voor 1 april van het kalenderjaar volgend op de beroepsprocedure wordt voor 1 april van het kalenderjaar volgend op de
aanvraag afgesloten met de berekening van de beslissing betreffende de aanvraag afgesloten met de berekening van de beslissing betreffende de
erkenning of de niet-erkenning. erkenning of de niet-erkenning.
Onderafdeling C. - Subsidiëring Onderafdeling C. - Subsidiëring

Art. 7.§ 1. De subsidiëring gaat in op 1 januari van het kalenderjaar

Art. 7.§ 1. De subsidiëring gaat in op 1 januari van het kalenderjaar

volgend op de berekening van de erkenningsbeslissing. volgend op de berekening van de erkenningsbeslissing.
§ 2. Gelet op artikel 6, § 2, worden de eerste aanvragen tot § 2. Gelet op artikel 6, § 2, worden de eerste aanvragen tot
erkenningen gehonoreerd met ingang van 1 januari 2002. erkenningen gehonoreerd met ingang van 1 januari 2002.

Art. 8.§ 1. De Vlaamse regering sluit met de erkende organisatie om

Art. 8.§ 1. De Vlaamse regering sluit met de erkende organisatie om

de vijf jaar een overeenkomst af voor een duur van vijf jaar. de vijf jaar een overeenkomst af voor een duur van vijf jaar.
§ 2. De overeenkomst bevat de volgende elementen : § 2. De overeenkomst bevat de volgende elementen :
1° het beleidsplan van de organisatie omtrent de toepassing van de 1° het beleidsplan van de organisatie omtrent de toepassing van de
principes van integrale kwaliteitszorg en omtrent de activiteiten die principes van integrale kwaliteitszorg en omtrent de activiteiten die
zij gaat organiseren en de wijze waarop ze dat zal doen, in de mate zij gaat organiseren en de wijze waarop ze dat zal doen, in de mate
van het mogelijke vertaald in kwantificeerbare gegevens; van het mogelijke vertaald in kwantificeerbare gegevens;
2° de verbintenis van de organisatie om enerzijds de gegevens te 2° de verbintenis van de organisatie om enerzijds de gegevens te
verstrekken die door de administratie gevraagd worden en anderzijds de verstrekken die door de administratie gevraagd worden en anderzijds de
documenten af te geven die de uitkering van de subsidies documenten af te geven die de uitkering van de subsidies
verantwoorden; verantwoorden;
3° het subsidiebedrag. 3° het subsidiebedrag.
§ 3. Voor de eerste periode van toepassing van dit decreet, die loopt § 3. Voor de eerste periode van toepassing van dit decreet, die loopt
tot 31 december 2001, zijn de jaarlijkse subsidiebedragen voor de tot 31 december 2001, zijn de jaarlijkse subsidiebedragen voor de
overeenkomstig artikel 14, § 1, erkende organisaties van volkscultuur overeenkomstig artikel 14, § 1, erkende organisaties van volkscultuur
degene die vermeld zijn in artikel 15. degene die vermeld zijn in artikel 15.
Onderafdeling D. - Projectsubsidiëring Onderafdeling D. - Projectsubsidiëring

Art. 9.§ 1. Initiatieven, andere dan de overeenkomstig afdeling 1 van

Art. 9.§ 1. Initiatieven, andere dan de overeenkomstig afdeling 1 van

hoofdstuk II en artikel 14, § 1, van hoofdstuk III van dit decreet hoofdstuk II en artikel 14, § 1, van hoofdstuk III van dit decreet
erkende organisaties, kunnen voor publicaties inzake Volkscultuur bij erkende organisaties, kunnen voor publicaties inzake Volkscultuur bij
de administratie aanvragen tot financiële ondersteuning indienen. de administratie aanvragen tot financiële ondersteuning indienen.
§ 2. De Vlaamse regering bepaalt de grootte van het hiervoor § 2. De Vlaamse regering bepaalt de grootte van het hiervoor
beschikbare krediet evenals de uitvoeringsregeling. beschikbare krediet evenals de uitvoeringsregeling.
Afdeling 2. - Vlaams Centrum voor Volkscultuur Afdeling 2. - Vlaams Centrum voor Volkscultuur

Art. 10.§ 1. De Vlaamse regering wordt gemachtigd om, onder de in § 2

Art. 10.§ 1. De Vlaamse regering wordt gemachtigd om, onder de in § 2

van dit artikel bepaalde voorwaarden, mee te werken aan de oprichting van dit artikel bepaalde voorwaarden, mee te werken aan de oprichting
van een vzw Vlaams Centrum voor Volkscultuur, met het oog op het van een vzw Vlaams Centrum voor Volkscultuur, met het oog op het
ondersteunen van de Vlaamse volkscultuur. ondersteunen van de Vlaamse volkscultuur.
§ 2. Het Vlaams Centrum voor Volkscultuur heeft als doelstelling : § 2. Het Vlaams Centrum voor Volkscultuur heeft als doelstelling :
1° het verlenen van technische adviezen aan het beleid inzake de 1° het verlenen van technische adviezen aan het beleid inzake de
volkscultuur; volkscultuur;
2° het begeleiden, stimuleren en coördineren van wetenschappelijk 2° het begeleiden, stimuleren en coördineren van wetenschappelijk
onderzoek ter bevordering van de volkscultuur; onderzoek ter bevordering van de volkscultuur;
3° het verzorgen van publicaties en het leggen van contacten met 3° het verzorgen van publicaties en het leggen van contacten met
binnen- en buitenlandse universiteiten en wetenschappelijke binnen- en buitenlandse universiteiten en wetenschappelijke
instellingen; instellingen;
4° het ondersteunen van de Volkscultuur door deskundige inbreng te 4° het ondersteunen van de Volkscultuur door deskundige inbreng te
verschaffen; verschaffen;
5° het organiseren van een documentatie- en informatiedienst ten 5° het organiseren van een documentatie- en informatiedienst ten
behoeve van personen, verenigingen en instellingen; behoeve van personen, verenigingen en instellingen;
6° de administratie adviseren met betrekking tot de toekenning van 6° de administratie adviseren met betrekking tot de toekenning van
subsidies van publicaties inzake volkscultuur, zoals bepaald in subsidies van publicaties inzake volkscultuur, zoals bepaald in
artikel 9. artikel 9.
§ 3. De bestuursorganen van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur § 3. De bestuursorganen van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur
worden samengesteld op basis van artikel 9, c), van de wet van 16 juli worden samengesteld op basis van artikel 9, c), van de wet van 16 juli
1973 waarbij de bescherming van de ideologische en filosofische 1973 waarbij de bescherming van de ideologische en filosofische
strekkingen gewaarborgd wordt. In de samenstelling wordt eveneens strekkingen gewaarborgd wordt. In de samenstelling wordt eveneens
rekening gehouden met de aanwezigheid van deskundigen zowel vanuit het rekening gehouden met de aanwezigheid van deskundigen zowel vanuit het
wetenschappelijk onderzoek van de Volkscultuur als vanuit het wetenschappelijk onderzoek van de Volkscultuur als vanuit het
volkscultureel verenigingsleven. volkscultureel verenigingsleven.

Art. 11.Tussen de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaams Centrum voor

Art. 11.Tussen de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaams Centrum voor

Volkscultuur wordt een overeenkomst gesloten waarin onder meer de Volkscultuur wordt een overeenkomst gesloten waarin onder meer de
subsidie vermeld in artikel 12 van dit decreet, de voorwaarden subsidie vermeld in artikel 12 van dit decreet, de voorwaarden
betreffende het bestuur, het toezicht en de werking worden vastgelegd. betreffende het bestuur, het toezicht en de werking worden vastgelegd.

Art. 12.§ 1. De subsidie van de Vlaamse Gemeenschap aan het Vlaams

Art. 12.§ 1. De subsidie van de Vlaamse Gemeenschap aan het Vlaams

Centrum voor Volkscultuur omvat voor de periode vanaf de Centrum voor Volkscultuur omvat voor de periode vanaf de
inwerkingtreding van dit decreet tot en met het jaar 2001 jaarlijks inwerkingtreding van dit decreet tot en met het jaar 2001 jaarlijks
een bedrag van 12 miljoen frank waarmee minimaal drie voltijdse een bedrag van 12 miljoen frank waarmee minimaal drie voltijdse
stafmedewerkers met een universitair einddiploma en één uitvoerend stafmedewerkers met een universitair einddiploma en één uitvoerend
personeelslid in dienst worden genomen. personeelslid in dienst worden genomen.
§ 2. Het bedrag in § 1 wordt gekoppeld aan het prijsindexcijfer zoals § 2. Het bedrag in § 1 wordt gekoppeld aan het prijsindexcijfer zoals
bepaald in artikel 15, §§ 1 en 2, van het decreet van 6 juli 1994 bepaald in artikel 15, §§ 1 en 2, van het decreet van 6 juli 1994
houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting
1994. 1994.
§ 3. Het Centrum legt om de vijf jaar vanuit de bekommernis om een § 3. Het Centrum legt om de vijf jaar vanuit de bekommernis om een
integrale kwaliteitszorg een beleidsplan voor aan de Vlaamse regering. integrale kwaliteitszorg een beleidsplan voor aan de Vlaamse regering.
Jaarlijks dient het centrum een tussentijds verslag in, samen met de Jaarlijks dient het centrum een tussentijds verslag in, samen met de
afrekening van uitgaven en inkomsten van het betrokken jaar. afrekening van uitgaven en inkomsten van het betrokken jaar.
Teneinde de subsidie in § 1 opnieuw te bepalen, maakt de bevoegde Teneinde de subsidie in § 1 opnieuw te bepalen, maakt de bevoegde
administratie om de vijf jaar een evaluatie op basis van enerzijds de administratie om de vijf jaar een evaluatie op basis van enerzijds de
rapportering door het centrum over de voorbije vijf jaar, en rapportering door het centrum over de voorbije vijf jaar, en
anderzijds het beleidsplan van het centrum voor de volgende vijf jaar. anderzijds het beleidsplan van het centrum voor de volgende vijf jaar.
§ 4. Voor de eerste toepassing van § 3 loopt de periode vanaf de § 4. Voor de eerste toepassing van § 3 loopt de periode vanaf de
inwerkingtreding van dit decreet tot 31 december 2001. inwerkingtreding van dit decreet tot 31 december 2001.
HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen

Art. 13.De grootte van het beschikbare krediet, de grootte van de

Art. 13.De grootte van het beschikbare krediet, de grootte van de

projectsubsidies, evenals de grootte van de subsidies aan elke projectsubsidies, evenals de grootte van de subsidies aan elke
organisatie en aan het in afdeling 2 van hoofdstuk II geplande Vlaams organisatie en aan het in afdeling 2 van hoofdstuk II geplande Vlaams
Centrum voor Volkscultuur, worden, na het verstrijken van de periode Centrum voor Volkscultuur, worden, na het verstrijken van de periode
vermeld in artikel 8, §§ 1 en 3, opnieuw bepaald. vermeld in artikel 8, §§ 1 en 3, opnieuw bepaald.

Art. 14.§ 1. De organisaties die op het ogenblik van de datum van

Art. 14.§ 1. De organisaties die op het ogenblik van de datum van

inwerkingtreding van dit decreet een werking ontplooien in het domein inwerkingtreding van dit decreet een werking ontplooien in het domein
van de volkscultuur, en hiervoor door de afdeling Volksontwikkeling en van de volkscultuur, en hiervoor door de afdeling Volksontwikkeling en
Bibliotheken gesubsidieerd worden, zijn verplicht naar de regeling van Bibliotheken gesubsidieerd worden, zijn verplicht naar de regeling van
dit decreet over te stappen en worden automatisch erkend. Het betreft dit decreet over te stappen en worden automatisch erkend. Het betreft
organisaties die een experimentele werkingssubsidie ontvangen of organisaties die een experimentele werkingssubsidie ontvangen of
gesubsidieerd worden in het kader van : gesubsidieerd worden in het kader van :
1° het decreet van 19 april 1995 houdende de subsidieregeling voor 1° het decreet van 19 april 1995 houdende de subsidieregeling voor
verenigingen voor volksontwikkelingswerk; verenigingen voor volksontwikkelingswerk;
2° het decreet van 19 april 1995 houdende een subsidieregeling voor 2° het decreet van 19 april 1995 houdende een subsidieregeling voor
diensten voor sociaal-cultureel werk voor volwassenen en houdende een diensten voor sociaal-cultureel werk voor volwassenen en houdende een
wijziging van het decreet van 2 januari 1976 tot erkenning en wijziging van het decreet van 2 januari 1976 tot erkenning en
subsidiëring van de Nederlandstalige koepelorganisaties voor subsidiëring van de Nederlandstalige koepelorganisaties voor
beleidsvoorbereidend overleg in de sector van het sociaal-cultureel beleidsvoorbereidend overleg in de sector van het sociaal-cultureel
werk voor volwassenen. werk voor volwassenen.
§ 2. De regeling van artikel 5, § 2, van dit decreet geldt eveneens § 2. De regeling van artikel 5, § 2, van dit decreet geldt eveneens
voor de toepassing van § 1 van dit artikel. voor de toepassing van § 1 van dit artikel.

Art. 15.Voor de organisaties, erkend krachtens artikel 14 van dit

Art. 15.Voor de organisaties, erkend krachtens artikel 14 van dit

decreet, wordt tot 31 december 2001 de grootte van de jaarlijkse decreet, wordt tot 31 december 2001 de grootte van de jaarlijkse
subsidies als volgt vastgesteld : subsidies als volgt vastgesteld :
1° de organisaties, voorheen erkend op basis van de decreten bedoeld 1° de organisaties, voorheen erkend op basis van de decreten bedoeld
in artikel 14, § 1, 1° en 2°, en actief in de sectoren familiekunde, in artikel 14, § 1, 1° en 2°, en actief in de sectoren familiekunde,
heemkunde en algemene volkskunde ontvangen een subsidie van 2 miljoen heemkunde en algemene volkskunde ontvangen een subsidie van 2 miljoen
frank met dien verstande dat de organisaties die voorheen op basis van frank met dien verstande dat de organisaties die voorheen op basis van
voormelde decreten meer subsidies ontvingen dan het hier bepaalde voormelde decreten meer subsidies ontvingen dan het hier bepaalde
subsidiebedrag, maximum 3 miljoen frank als subsidie kunnen ontvangen; subsidiebedrag, maximum 3 miljoen frank als subsidie kunnen ontvangen;
2° de organisaties, voorheen erkend op basis van de decreten bedoeld 2° de organisaties, voorheen erkend op basis van de decreten bedoeld
in artikel 14, § 1, 1° en 2°, en actief in de sector van de in artikel 14, § 1, 1° en 2°, en actief in de sector van de
gethematiseerde volkskunde, behouden hun subsidie, met als minimum een gethematiseerde volkskunde, behouden hun subsidie, met als minimum een
subsidiebedrag van 100 000 frank; subsidiebedrag van 100 000 frank;
3° de organisaties voor volkscultuur die voorheen een experimentele 3° de organisaties voor volkscultuur die voorheen een experimentele
subsidie ontvingen, behouden hetzelfde subsidiebedrag. subsidie ontvingen, behouden hetzelfde subsidiebedrag.

Art. 16.Het koninklijk besluit van 23 november 1956 tot instelling

Art. 16.Het koninklijk besluit van 23 november 1956 tot instelling

van een Koninklijke Belgische Commissie voor Volkskunde wordt van een Koninklijke Belgische Commissie voor Volkskunde wordt
opgeheven. opgeheven.

Art. 17.Dit decreet treedt in werking op 1 januari 1999.

Art. 17.Dit decreet treedt in werking op 1 januari 1999.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad
zal worden bekendgemaakt. zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 27 oktober 1998. Brussel, 27 oktober 1998.
De minister-president van de Vlaamse regering, De minister-president van de Vlaamse regering,
L. VAN DEN BRANDE L. VAN DEN BRANDE
De Vlaamse minister van Cultuur, Gezin en Welzijn, De Vlaamse minister van Cultuur, Gezin en Welzijn,
L. MARTENS L. MARTENS
_______ _______
Nota Nota
(1) Zitting 1997-1998. (1) Zitting 1997-1998.
Stukken. - Voorstel van decreet, 1071 - nr. 1. - Amendementen, 1071, Stukken. - Voorstel van decreet, 1071 - nr. 1. - Amendementen, 1071,
nr. 2. - Verslag, 1071 - nr. 3. nr. 2. - Verslag, 1071 - nr. 3.
Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van 14 oktober Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van 14 oktober
1998. 1998.
^