Decreet betreffende de openbaarheid van bestuur | Decreet betreffende de openbaarheid van bestuur |
---|---|
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP |
18 MEI 1999. - Decreet betreffende de openbaarheid van bestuur (1) | 18 MEI 1999. - Decreet betreffende de openbaarheid van bestuur (1) |
Het Vlaams parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen | Het Vlaams parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen |
hetgeen volgt : | hetgeen volgt : |
HOOFDSTUK I. - Definities en toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Definities en toepassingsgebied |
Artikel 1.Dit decreet regelt een gemeenschaps- en |
Artikel 1.Dit decreet regelt een gemeenschaps- en |
gewestaangelegenheid. | gewestaangelegenheid. |
Art. 2.Dit decreet beoogt de invulling van het beginsel van |
Art. 2.Dit decreet beoogt de invulling van het beginsel van |
openbaarheid van bestuur via de instrumenten van passieve openbaarheid | openbaarheid van bestuur via de instrumenten van passieve openbaarheid |
en van actieve openbaarheid. | en van actieve openbaarheid. |
Art. 3.Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder : |
Art. 3.Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder : |
1° administratieve overheid : een administratieve overheid als bedoeld | 1° administratieve overheid : een administratieve overheid als bedoeld |
in artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 | in artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 |
januari 1973. | januari 1973. |
Diensten, instellingen of organismen die openbare verantwoordelijkheid | Diensten, instellingen of organismen die openbare verantwoordelijkheid |
dragen op milieugebied en die opgericht zijn door of onder toezicht | dragen op milieugebied en die opgericht zijn door of onder toezicht |
staan van de Vlaamse Gemeenschap, het Vlaamse Gewest of door hen | staan van de Vlaamse Gemeenschap, het Vlaamse Gewest of door hen |
opgerichte diensten of instellingen, worden voor de toepassing van dit | opgerichte diensten of instellingen, worden voor de toepassing van dit |
decreet geacht een administratieve overheid te zijn in verband met | decreet geacht een administratieve overheid te zijn in verband met |
milieu-informatie waarover zij beschikken; | milieu-informatie waarover zij beschikken; |
2° bestuursdocument : de drager, in welke vorm ook, van informatie | 2° bestuursdocument : de drager, in welke vorm ook, van informatie |
waarover een administratieve overheid beschikt; | waarover een administratieve overheid beschikt; |
3° milieu-informatie : informatie betreffende het milieu, het | 3° milieu-informatie : informatie betreffende het milieu, het |
milieubeleid en de activiteiten en maatregelen die op het milieu een | milieubeleid en de activiteiten en maatregelen die op het milieu een |
ongunstig effect hebben of kunnen hebben; | ongunstig effect hebben of kunnen hebben; |
4° document van persoonlijke aard : een bestuursdocument dat een | 4° document van persoonlijke aard : een bestuursdocument dat een |
beoordeling, een waardeoordeel of de beschrijving van een gedrag bevat | beoordeling, een waardeoordeel of de beschrijving van een gedrag bevat |
van een bij naam genoemd of een gemakkelijk identificeerbaar | van een bij naam genoemd of een gemakkelijk identificeerbaar |
natuurlijk persoon. | natuurlijk persoon. |
Art. 4.Dit decreet is van toepassing op : |
Art. 4.Dit decreet is van toepassing op : |
1° de administratieve overheden van het Vlaamse Gewest en de Vlaamse | 1° de administratieve overheden van het Vlaamse Gewest en de Vlaamse |
Gemeenschap; | Gemeenschap; |
2° de andere administratieve overheden, doch slechts in zoverre dit | 2° de andere administratieve overheden, doch slechts in zoverre dit |
decreet op gronden die tot de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap | decreet op gronden die tot de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap |
of het Vlaamse Gewest behoren, de openbaarheid van bestuursdocumenten | of het Vlaamse Gewest behoren, de openbaarheid van bestuursdocumenten |
verbiedt of beperkt; | verbiedt of beperkt; |
3° de verenigingen van provincies en gemeenten; | 3° de verenigingen van provincies en gemeenten; |
4° de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, hierna OCMW's te | 4° de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, hierna OCMW's te |
noemen, en de verenigingen, bedoeld in hoofdstuk 12 van de organieke | noemen, en de verenigingen, bedoeld in hoofdstuk 12 van de organieke |
wet van 8 juli 1976 betreffende de OCMW's. | wet van 8 juli 1976 betreffende de OCMW's. |
Art. 5.Dit decreet doet geen afbreuk aan decretale bepalingen die in |
Art. 5.Dit decreet doet geen afbreuk aan decretale bepalingen die in |
een ruimere openbaarheid van bestuur voorzien. | een ruimere openbaarheid van bestuur voorzien. |
HOOFDSTUK II. - Passieve openbaarheid | HOOFDSTUK II. - Passieve openbaarheid |
Afdeling 1. - Algemene bepalingen | Afdeling 1. - Algemene bepalingen |
Art. 6.De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de |
Art. 6.De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de |
administratieve overheden, genoemd in artikel 4, 1°, 3° en 4°. De | administratieve overheden, genoemd in artikel 4, 1°, 3° en 4°. De |
bepalingen van afdeling 2, met uitzondering van artikel 8, § 5, zijn | bepalingen van afdeling 2, met uitzondering van artikel 8, § 5, zijn |
van toepassing op alle administratieve overheden, genoemd in artikel | van toepassing op alle administratieve overheden, genoemd in artikel |
4. | 4. |
Art. 7.§ 1. De administratieve overheid is verplicht aan ieder |
Art. 7.§ 1. De administratieve overheid is verplicht aan ieder |
natuurlijk persoon of rechtspersoon die erom verzoekt, de gewenste | natuurlijk persoon of rechtspersoon die erom verzoekt, de gewenste |
bestuursdocumenten openbaar te maken door er inzage in te verlenen, er | bestuursdocumenten openbaar te maken door er inzage in te verlenen, er |
uitleg over te verschaffen, er een afschrift van te overhandigen of er | uitleg over te verschaffen, er een afschrift van te overhandigen of er |
een exemplaar van uit te lenen. De Vlaamse regering kan nadere regelen | een exemplaar van uit te lenen. De Vlaamse regering kan nadere regelen |
vaststellen met betrekking tot de modaliteiten van de uitlening. | vaststellen met betrekking tot de modaliteiten van de uitlening. |
De aanvraag tot openbaarmaking wordt ingediend en behandeld | De aanvraag tot openbaarmaking wordt ingediend en behandeld |
overeenkomstig de bepalingen van afdeling 4. | overeenkomstig de bepalingen van afdeling 4. |
De aanvrager moet geen belang aantonen, behalve als hij om de | De aanvrager moet geen belang aantonen, behalve als hij om de |
openbaarmaking van documenten van persoonlijke aard verzoekt. | openbaarmaking van documenten van persoonlijke aard verzoekt. |
In dat laatste geval is het vereiste belang slechts aanwezig bij | In dat laatste geval is het vereiste belang slechts aanwezig bij |
diegene die door het document of de beslissing ter voorbereiding | diegene die door het document of de beslissing ter voorbereiding |
waarvan het document werd opgesteld of waarop het betrekking heeft, | waarvan het document werd opgesteld of waarop het betrekking heeft, |
rechtstreeks, persoonlijk en ongunstig in zijn rechtssituatie kan | rechtstreeks, persoonlijk en ongunstig in zijn rechtssituatie kan |
worden geraakt. Van het aantonen hiervan wordt vrijgesteld degene | worden geraakt. Van het aantonen hiervan wordt vrijgesteld degene |
waarover het document handelt. | waarover het document handelt. |
De inzage en de uitleg is vrij en kosteloos. | De inzage en de uitleg is vrij en kosteloos. |
De administratieve overheid deelt aan de aanvrager mee in welke vorm | De administratieve overheid deelt aan de aanvrager mee in welke vorm |
of vormen de informatie beschikbaar is. De aanvraag brengt voor de | of vormen de informatie beschikbaar is. De aanvraag brengt voor de |
administratieve overheid geen verplichting mee om de gevraagde | administratieve overheid geen verplichting mee om de gevraagde |
informatie te verwerken of te analyseren. | informatie te verwerken of te analyseren. |
§ 2. Een bestuursdocument in het bezit van een personeelslid van een | § 2. Een bestuursdocument in het bezit van een personeelslid van een |
administratieve overheid wordt geacht toe te behoren aan de | administratieve overheid wordt geacht toe te behoren aan de |
administratieve overheid voorzover het bestuursdocument betrekking | administratieve overheid voorzover het bestuursdocument betrekking |
heeft op de uitoefening van de functies van de betrokkene. | heeft op de uitoefening van de functies van de betrokkene. |
§ 3. De administratieve overheden kunnen de overhandiging van een | § 3. De administratieve overheden kunnen de overhandiging van een |
afschrift afhankelijk maken van de betaling van een retributie die | afschrift afhankelijk maken van de betaling van een retributie die |
door de Vlaamse regering wordt bepaald, op basis van een redelijke | door de Vlaamse regering wordt bepaald, op basis van een redelijke |
kostprijs. | kostprijs. |
§ 4. De met toepassing van dit decreet verkregen bestuursdocumenten | § 4. De met toepassing van dit decreet verkregen bestuursdocumenten |
mogen niet voor commerciële doeleinden verspreid of gebruikt worden, | mogen niet voor commerciële doeleinden verspreid of gebruikt worden, |
met uitzondering van bestuursdocumenten of delen van | met uitzondering van bestuursdocumenten of delen van |
bestuursdocumenten inzake milieu-informatie. | bestuursdocumenten inzake milieu-informatie. |
Afdeling 2. - Uitzonderingen op de openbaarheid | Afdeling 2. - Uitzonderingen op de openbaarheid |
Art. 8.§ 1. Onverminderd de toepassing van § 5, wijzen de in artikel |
Art. 8.§ 1. Onverminderd de toepassing van § 5, wijzen de in artikel |
4 genoemde administratieve overheden een aanvraag tot openbaarmaking | 4 genoemde administratieve overheden een aanvraag tot openbaarmaking |
af als ze hebben vastgesteld dat het belang van de openbaarheid niet | af als ze hebben vastgesteld dat het belang van de openbaarheid niet |
opweegt tegen de bescherming van één van de volgende belangen : | opweegt tegen de bescherming van één van de volgende belangen : |
1° een economisch, financieel of commercieel belang van de overheid; | 1° een economisch, financieel of commercieel belang van de overheid; |
2° de openbare orde en veiligheid; | 2° de openbare orde en veiligheid; |
3° het vertrouwelijk karakter van de internationale betrekkingen van | 3° het vertrouwelijk karakter van de internationale betrekkingen van |
het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap, met inbegrip van de | het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap, met inbegrip van de |
betrekkingen met de federale overheid en met de andere gemeenschappen | betrekkingen met de federale overheid en met de andere gemeenschappen |
en gewesten; | en gewesten; |
4° vertrouwelijk commerciële en industriële gegevens, met inbegrip van | 4° vertrouwelijk commerciële en industriële gegevens, met inbegrip van |
het intellectueel eigendom, die aan de overheid zijn meegedeeld, | het intellectueel eigendom, die aan de overheid zijn meegedeeld, |
tenzij de betrokkene met de inzage, de uitleg of de mededeling in | tenzij de betrokkene met de inzage, de uitleg of de mededeling in |
afschrift ervan heeft ingestemd. | afschrift ervan heeft ingestemd. |
§ 2. Onverminderd de toepassing van § 5, wijzen de in artikel 4 | § 2. Onverminderd de toepassing van § 5, wijzen de in artikel 4 |
genoemde overheden indien ze hebben vastgesteld dat het belang van de | genoemde overheden indien ze hebben vastgesteld dat het belang van de |
openbaarheid niet opweegt tegen één of meerdere belangen opgesomd in § | openbaarheid niet opweegt tegen één of meerdere belangen opgesomd in § |
1 een verzoek tot openbaarmaking af als het om bestuursdocumenten gaat | 1 een verzoek tot openbaarmaking af als het om bestuursdocumenten gaat |
over aangelegenheden die het voorwerp uitmaken van een burgerlijk of | over aangelegenheden die het voorwerp uitmaken van een burgerlijk of |
administratief rechtsgeding. | administratief rechtsgeding. |
§ 3. Onverminderd de toepassing van § 5, wijzen de in artikel 4 | § 3. Onverminderd de toepassing van § 5, wijzen de in artikel 4 |
genoemde overheden een verzoek tot openbaarmaking af : | genoemde overheden een verzoek tot openbaarmaking af : |
1° als de openbaarmaking afbreuk doet aan een bij decreet of wet | 1° als de openbaarmaking afbreuk doet aan een bij decreet of wet |
vastgestelde geheimhoudingsverplichting; | vastgestelde geheimhoudingsverplichting; |
2° als de openbaarmaking afbreuk doet aan het vertrouwelijk karakter | 2° als de openbaarmaking afbreuk doet aan het vertrouwelijk karakter |
van persoonsgegevens met betrekking tot een natuurlijk persoon, tenzij | van persoonsgegevens met betrekking tot een natuurlijk persoon, tenzij |
de betrokken persoon met de inzage, de uitleg of de mededeling in | de betrokken persoon met de inzage, de uitleg of de mededeling in |
afschrift ervan heeft ingestemd; | afschrift ervan heeft ingestemd; |
3° als de openbaarmaking afbreuk doet aan het geheim van de | 3° als de openbaarmaking afbreuk doet aan het geheim van de |
beraadslagingen van de Vlaamse regering en van de verantwoordelijke | beraadslagingen van de Vlaamse regering en van de verantwoordelijke |
overheden die ervan afhangen; | overheden die ervan afhangen; |
4° als het om bestuursdocumenten gaat die uitsluitend ten behoeve van | 4° als het om bestuursdocumenten gaat die uitsluitend ten behoeve van |
de uitoefening van de strafvordering werden opgesteld; | de uitoefening van de strafvordering werden opgesteld; |
5° als het om bestuursdocumenten gaat die uitsluitend ten behoeve van | 5° als het om bestuursdocumenten gaat die uitsluitend ten behoeve van |
de mogelijke toepassing van tuchtmaatregelen worden opgesteld; | de mogelijke toepassing van tuchtmaatregelen worden opgesteld; |
6° als het om bestuursdocumenten gaat die gegevens bevatten die door | 6° als het om bestuursdocumenten gaat die gegevens bevatten die door |
derden werden verstrekt zonder dat zij daartoe verplicht werden en die | derden werden verstrekt zonder dat zij daartoe verplicht werden en die |
zij uitdrukkelijk als vertrouwelijk hebben bestempeld, tenzij zij zich | zij uitdrukkelijk als vertrouwelijk hebben bestempeld, tenzij zij zich |
akkoord verklaren met de openbaarmaking. | akkoord verklaren met de openbaarmaking. |
§ 4. Onverminderd de toepassing van § 5, wijzen de in artikel 4 | § 4. Onverminderd de toepassing van § 5, wijzen de in artikel 4 |
genoemde administratieve overheden een aanvraag tot openbaarmaking die | genoemde administratieve overheden een aanvraag tot openbaarmaking die |
betrekking heeft op bestuursdocumenten die worden opgesteld ter | betrekking heeft op bestuursdocumenten die worden opgesteld ter |
voorbereiding van een te nemen beslissing in aangelegenheden waarvoor | voorbereiding van een te nemen beslissing in aangelegenheden waarvoor |
het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is, af indien ze | het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is, af indien ze |
hebben vastgesteld dat het belang van de openbaarheid niet opweegt | hebben vastgesteld dat het belang van de openbaarheid niet opweegt |
tegen één of meer belangen opgesomd in § 1 en zolang er in de | tegen één of meer belangen opgesomd in § 1 en zolang er in de |
desbetreffende aangelegenheid geen administratieve eindbeslissing is | desbetreffende aangelegenheid geen administratieve eindbeslissing is |
genomen. De bedoelde bestuursdocumenten worden niet langer aan de | genomen. De bedoelde bestuursdocumenten worden niet langer aan de |
openbaarheid onttrokken, zodra de eindbeslissing is genomen of de | openbaarheid onttrokken, zodra de eindbeslissing is genomen of de |
termijn verstreken is waarbinnen de beslissing genomen moest worden, | termijn verstreken is waarbinnen de beslissing genomen moest worden, |
ongeacht of de beslissing of de eventuele stilzwijgende beslissing nog | ongeacht of de beslissing of de eventuele stilzwijgende beslissing nog |
vatbaar is voor beroep. | vatbaar is voor beroep. |
§ 5. Als een aanvraag tot openbaarmaking betrekking heeft op | § 5. Als een aanvraag tot openbaarmaking betrekking heeft op |
milieu-informatie, kunnen de in artikel 4 genoemde overheden de | milieu-informatie, kunnen de in artikel 4 genoemde overheden de |
aanvraag tot openbaarmaking afwijzen als ze van oordeel zijn dat het | aanvraag tot openbaarmaking afwijzen als ze van oordeel zijn dat het |
belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de | belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de |
belangen vermeld in § 1, met uitzondering van die vermeld in § 1, 1°. | belangen vermeld in § 1, met uitzondering van die vermeld in § 1, 1°. |
Als een aanvraag tot de openbaarmaking betrekking heeft op | Als een aanvraag tot de openbaarmaking betrekking heeft op |
milieu-informatie, kunnen de in artikel 4 genoemde overheden de | milieu-informatie, kunnen de in artikel 4 genoemde overheden de |
aanvraag tot openbaarmaking afwijzen indien ze hebben vastgesteld dat | aanvraag tot openbaarmaking afwijzen indien ze hebben vastgesteld dat |
het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen één of meer belangen | het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen één of meer belangen |
opgesomd in § 1 : | opgesomd in § 1 : |
1° als de uitzonderingsgronden van § 2 en § 3 toepasselijk zijn, met | 1° als de uitzonderingsgronden van § 2 en § 3 toepasselijk zijn, met |
uitzondering van die vermeld in § 3, 1°; | uitzondering van die vermeld in § 3, 1°; |
2° als het om gegevens gaat waarvan de openbaarmaking de aantasting | 2° als het om gegevens gaat waarvan de openbaarmaking de aantasting |
van het milieu waarop ze betrekking hebben, waarschijnlijker zou | van het milieu waarop ze betrekking hebben, waarschijnlijker zou |
maken. | maken. |
§ 6. De in artikel 4, 1°, 3° en 4°, genoemde overheden mogen een | § 6. De in artikel 4, 1°, 3° en 4°, genoemde overheden mogen een |
aanvraag tot openbaarmaking afwijzen : | aanvraag tot openbaarmaking afwijzen : |
1° als de aanvraag kennelijk onredelijk blijft na een verzoek van de | 1° als de aanvraag kennelijk onredelijk blijft na een verzoek van de |
betreffende overheid tot herformulering van de eerste aanvraag; | betreffende overheid tot herformulering van de eerste aanvraag; |
2° als de documenten niet af of onvolledig zijn. | 2° als de documenten niet af of onvolledig zijn. |
Art. 9.Als een bestuursdocument, ingevolge de bepalingen van artikel |
Art. 9.Als een bestuursdocument, ingevolge de bepalingen van artikel |
8, §§ 1 tot 5, maar voor een deel aan de openbaarheid moet of mag | 8, §§ 1 tot 5, maar voor een deel aan de openbaarheid moet of mag |
worden onttrokken, wordt de inzage, de uitleg of de mededeling in | worden onttrokken, wordt de inzage, de uitleg of de mededeling in |
afschrift ervan tot het overige beperkt. | afschrift ervan tot het overige beperkt. |
Afdeling 3. - Verbetering of aanvulling van bestuursdocumenten | Afdeling 3. - Verbetering of aanvulling van bestuursdocumenten |
Art. 10.Als iemand vaststelt dat bestuursdocumenten onjuiste of |
Art. 10.Als iemand vaststelt dat bestuursdocumenten onjuiste of |
onvolledige gegevens over hem bevatten, kan de betrokkene de bevoegde | onvolledige gegevens over hem bevatten, kan de betrokkene de bevoegde |
administratieve overheid verplichten de gegevens te verbeteren of aan | administratieve overheid verplichten de gegevens te verbeteren of aan |
te vullen, op voorwaarde dat hij de nodige bewijsstukken kan | te vullen, op voorwaarde dat hij de nodige bewijsstukken kan |
voorleggen. De verbetering of aanvulling is kosteloos. | voorleggen. De verbetering of aanvulling is kosteloos. |
Afdeling 4. - De aanvraag tot openbaarmaking, verbetering of | Afdeling 4. - De aanvraag tot openbaarmaking, verbetering of |
aanvulling | aanvulling |
Art. 11.§ 1. De aanvraag tot openbaarmaking, verbetering of |
Art. 11.§ 1. De aanvraag tot openbaarmaking, verbetering of |
aanvulling wordt schriftelijk ingediend. | aanvulling wordt schriftelijk ingediend. |
De aanvraag is gericht aan de administratieve overheid die over de | De aanvraag is gericht aan de administratieve overheid die over de |
bestuursdocumenten beschikt of ze in een archief heeft neergelegd. | bestuursdocumenten beschikt of ze in een archief heeft neergelegd. |
De aanvraag kan ook gericht worden aan de voorlichtingsambtenaar, | De aanvraag kan ook gericht worden aan de voorlichtingsambtenaar, |
bedoeld in artikel 22, § 1. Hij zorgt ervoor dat de aanvraag zo | bedoeld in artikel 22, § 1. Hij zorgt ervoor dat de aanvraag zo |
spoedig mogelijk wordt doorgestuurd naar de administratieve overheid | spoedig mogelijk wordt doorgestuurd naar de administratieve overheid |
die volgens zijn informatie het document onder zich heeft. De | die volgens zijn informatie het document onder zich heeft. De |
aanvrager wordt hiervan onmiddellijk op de hoogte gebracht. | aanvrager wordt hiervan onmiddellijk op de hoogte gebracht. |
Als een administratieve overheid een aanvraag tot openbaarmaking, | Als een administratieve overheid een aanvraag tot openbaarmaking, |
verbetering of aanvulling ontvangt van bestuursdocumenten die zich bij | verbetering of aanvulling ontvangt van bestuursdocumenten die zich bij |
een andere administratieve overheid bevinden, wordt de aanvraag zo | een andere administratieve overheid bevinden, wordt de aanvraag zo |
spoedig mogelijk doorgestuurd naar de administratieve overheid die | spoedig mogelijk doorgestuurd naar de administratieve overheid die |
volgens haar informatie het document onder zich heeft. De aanvrager | volgens haar informatie het document onder zich heeft. De aanvrager |
wordt hiervan onmiddellijk op de hoogte gebracht. | wordt hiervan onmiddellijk op de hoogte gebracht. |
De administratieve overheid die een aanvraag ontvangt, noteert dit | De administratieve overheid die een aanvraag ontvangt, noteert dit |
onmiddellijk in een register, met vermelding van de datum van | onmiddellijk in een register, met vermelding van de datum van |
ontvangst. | ontvangst. |
§ 2. De aanvraag tot openbaarmaking, verbetering of aanvulling | § 2. De aanvraag tot openbaarmaking, verbetering of aanvulling |
vermeldt duidelijk de betrokken aangelegenheid, waar mogelijk de | vermeldt duidelijk de betrokken aangelegenheid, waar mogelijk de |
betrokken documenten, de vorm waarin de informatie bij voorkeur ter | betrokken documenten, de vorm waarin de informatie bij voorkeur ter |
beschikking wordt gesteld, evenals de naam en het correspondentieadres | beschikking wordt gesteld, evenals de naam en het correspondentieadres |
van de aanvrager. Indien de informatie in de gevraagde vorm | van de aanvrager. Indien de informatie in de gevraagde vorm |
beschikbaar is, verschaft de betrokken administratieve overheid de | beschikbaar is, verschaft de betrokken administratieve overheid de |
informatie in de gevraagde vorm. | informatie in de gevraagde vorm. |
Als de aanvraag te vaag of onvolledig is, verzoekt de administratieve | Als de aanvraag te vaag of onvolledig is, verzoekt de administratieve |
overheid de aanvrager zijn aanvraag te specificeren of te | overheid de aanvrager zijn aanvraag te specificeren of te |
vervolledigen. | vervolledigen. |
Indien mogelijk geeft de administratieve overheid te kennen waarom de | Indien mogelijk geeft de administratieve overheid te kennen waarom de |
aanvraag te vaag of onvolledig is en welke aanduidingen over de | aanvraag te vaag of onvolledig is en welke aanduidingen over de |
gevraagde informatie nodig zijn om op de aanvraag te kunnen ingaan. | gevraagde informatie nodig zijn om op de aanvraag te kunnen ingaan. |
§ 3. De beslissing tot inwilliging of afwijzing van de aanvraag tot | § 3. De beslissing tot inwilliging of afwijzing van de aanvraag tot |
openbaarmaking wordt genomen : | openbaarmaking wordt genomen : |
voor de administratieve overheden genoemd in artikel 4, 1° : door een | voor de administratieve overheden genoemd in artikel 4, 1° : door een |
bevoegd leidinggevend personeelslid van de administratieve overheid | bevoegd leidinggevend personeelslid van de administratieve overheid |
die de bestuursdocumenten bewaart; | die de bestuursdocumenten bewaart; |
voor de verenigingen van gemeenten : door de voorzitter van de | voor de verenigingen van gemeenten : door de voorzitter van de |
vereniging, onverminderd toegestane delegatie; | vereniging, onverminderd toegestane delegatie; |
voor de OCMW 's en de verenigingen, bedoeld in hoofdstuk 12 van de | voor de OCMW 's en de verenigingen, bedoeld in hoofdstuk 12 van de |
organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor | organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor |
maatschappelijk welzijn : door de leidend ambtenaar van het OCMW of de | maatschappelijk welzijn : door de leidend ambtenaar van het OCMW of de |
vereniging, onverminderd toegestane delegatie. | vereniging, onverminderd toegestane delegatie. |
Na ontvangst van de aanvraag, gaat de administratieve overheid na of | Na ontvangst van de aanvraag, gaat de administratieve overheid na of |
de uitzonderingsgronden, bedoeld in artikel 8, van toepassing zijn. | de uitzonderingsgronden, bedoeld in artikel 8, van toepassing zijn. |
De aanvraag tot openbaarmaking, verbetering of aanvulling wordt zo | De aanvraag tot openbaarmaking, verbetering of aanvulling wordt zo |
spoedig mogelijk en uiterlijk vijftien dagen na de ontvangst ervan | spoedig mogelijk en uiterlijk vijftien dagen na de ontvangst ervan |
beantwoord. | beantwoord. |
Als de administratieve overheid oordeelt dat de gevraagde informatie | Als de administratieve overheid oordeelt dat de gevraagde informatie |
moeilijk tijdig te verzamelen is, als de toetsing van de aanvraag aan | moeilijk tijdig te verzamelen is, als de toetsing van de aanvraag aan |
de uitzonderingsgronden, bedoeld in artikel 8 moeilijk tijdig uit te | de uitzonderingsgronden, bedoeld in artikel 8 moeilijk tijdig uit te |
voeren is, of als de rechten van derden in het geding zijn en deze | voeren is, of als de rechten van derden in het geding zijn en deze |
derden moeten worden geconsulteerd, dan deelt de adminstratieve | derden moeten worden geconsulteerd, dan deelt de adminstratieve |
overheid aan de aanvrager mee dat de termijn van vijftien dagen | overheid aan de aanvrager mee dat de termijn van vijftien dagen |
verlengd wordt tot een termijn van dertig dagen na de ontvangst van de | verlengd wordt tot een termijn van dertig dagen na de ontvangst van de |
aanvraag. De verlengingsbeslissing vermeldt de reden(en) voor het | aanvraag. De verlengingsbeslissing vermeldt de reden(en) voor het |
uitstel. | uitstel. |
In voorkomend geval vermeldt de administratieve overheid uitdrukkelijk | In voorkomend geval vermeldt de administratieve overheid uitdrukkelijk |
in haar beslissing dat een bestuursdocument slechts gedeeltelijk | in haar beslissing dat een bestuursdocument slechts gedeeltelijk |
openbaar mag worden gemaakt. Ze geeft in de mate van het mogelijke aan | openbaar mag worden gemaakt. Ze geeft in de mate van het mogelijke aan |
op welke plaatsen informatie werd weggelaten en op grond van welke | op welke plaatsen informatie werd weggelaten en op grond van welke |
uitzonderingsgronden van artikel 8 dit gebeurde. | uitzonderingsgronden van artikel 8 dit gebeurde. |
Een afwijzing van de aanvraag vermeldt de beroepsmogelijkheden. | Een afwijzing van de aanvraag vermeldt de beroepsmogelijkheden. |
§ 4. De uitvoering van de beslissing tot inwilliging gebeurt zo | § 4. De uitvoering van de beslissing tot inwilliging gebeurt zo |
spoedig mogelijk en uiterlijk veertig dagen na ontvangst van de | spoedig mogelijk en uiterlijk veertig dagen na ontvangst van de |
aanvraag. | aanvraag. |
Wanneer de aanvrager gebruik wenst te maken van zijn recht op inzage, | Wanneer de aanvrager gebruik wenst te maken van zijn recht op inzage, |
stelt de administratieve overheid die de bestuursdocumenten bewaart in | stelt de administratieve overheid die de bestuursdocumenten bewaart in |
overleg met de aanvrager de plaats, de datum en het tijdstip van | overleg met de aanvrager de plaats, de datum en het tijdstip van |
inzage vast. De aanvrager moet voldoende tijd krijgen om de | inzage vast. De aanvrager moet voldoende tijd krijgen om de |
bestuursdocumenten in te kijken. | bestuursdocumenten in te kijken. |
De Vlaamse regering kan nadere regelen vaststellen over de wijze | De Vlaamse regering kan nadere regelen vaststellen over de wijze |
waarop het inzagerecht kan worden uitgevoerd. | waarop het inzagerecht kan worden uitgevoerd. |
Art. 12.De gemeenten verlenen hun medewerking aan de in artikel 4, |
Art. 12.De gemeenten verlenen hun medewerking aan de in artikel 4, |
1°, genoemde overheden wat de aanvragen tot openbaarmaking en de | 1°, genoemde overheden wat de aanvragen tot openbaarmaking en de |
daarmee verband houdende mededelingen betreft. De Vlaamse regering | daarmee verband houdende mededelingen betreft. De Vlaamse regering |
stelt de nadere regelen van die medewerking vast. | stelt de nadere regelen van die medewerking vast. |
Art. 13.Als de aanvraag om openbaarheid betrekking heeft op een |
Art. 13.Als de aanvraag om openbaarheid betrekking heeft op een |
bestuursdocument waarin een auteursrechtelijk beschermd werk is | bestuursdocument waarin een auteursrechtelijk beschermd werk is |
opgenomen, is de toestemming van de auteur of van de persoon aan wie | opgenomen, is de toestemming van de auteur of van de persoon aan wie |
zijn rechten zijn overgegaan, niet vereist om de aanvrager inzage van | zijn rechten zijn overgegaan, niet vereist om de aanvrager inzage van |
het document te verlenen of er uitleg over te verstrekken. | het document te verlenen of er uitleg over te verstrekken. |
Een afschrift wordt evenwel enkel overhandigd na de schriftelijke | Een afschrift wordt evenwel enkel overhandigd na de schriftelijke |
toestemming van de auteur of zijn rechtsopvolger. | toestemming van de auteur of zijn rechtsopvolger. |
De administratieve overheid wijst in ieder geval op het | De administratieve overheid wijst in ieder geval op het |
auteursrechtelijk beschermd karakter van het desbetreffende werk. | auteursrechtelijk beschermd karakter van het desbetreffende werk. |
Afdeling 5. - Beroepsprocedures | Afdeling 5. - Beroepsprocedures |
Onderafdeling A. - Vlaamse overheid | Onderafdeling A. - Vlaamse overheid |
Art. 14.Tegen een beslissing van een in artikel 4, 1°, bedoelde |
Art. 14.Tegen een beslissing van een in artikel 4, 1°, bedoelde |
administratieve overheid die de aanvraag tot openbaarmaking, | administratieve overheid die de aanvraag tot openbaarmaking, |
verbetering of aanvulling van een bestuursdocument afwijst, of na het | verbetering of aanvulling van een bestuursdocument afwijst, of na het |
verstrijken van de termijn waarbinnen de beslissing moest worden | verstrijken van de termijn waarbinnen de beslissing moest worden |
genomen, kan de aanvrager beroep instellen bij een door de Vlaamse | genomen, kan de aanvrager beroep instellen bij een door de Vlaamse |
regering aangeduide ambtenaar van het ministerie van de Vlaamse | regering aangeduide ambtenaar van het ministerie van de Vlaamse |
Gemeenschap. | Gemeenschap. |
Het beroep moet schriftelijk worden ingediend binnen een termijn van | Het beroep moet schriftelijk worden ingediend binnen een termijn van |
dertig dagen die, naar gelang van het geval, ingaat de dag na het | dertig dagen die, naar gelang van het geval, ingaat de dag na het |
versturen van de beslissing of de dag na het verstrijken van de | versturen van de beslissing of de dag na het verstrijken van de |
termijn waarbinnen een beslissing moest worden genomen. | termijn waarbinnen een beslissing moest worden genomen. |
Art. 15.De in artikel 14 bedoelde ambtenaar spreekt zich over het |
Art. 15.De in artikel 14 bedoelde ambtenaar spreekt zich over het |
beroep uit binnen een termijn van dertig dagen vanaf de dag na de | beroep uit binnen een termijn van dertig dagen vanaf de dag na de |
ontvangst van het beroep. De beslissing houdende inwilliging of | ontvangst van het beroep. De beslissing houdende inwilliging of |
verwerping van het beroep wordt uiterlijk de laatste dag van die | verwerping van het beroep wordt uiterlijk de laatste dag van die |
termijn naar de betrokken partijen verstuurd. | termijn naar de betrokken partijen verstuurd. |
Als de in artikel 14 bedoelde ambtenaar het beroep tegen een | Als de in artikel 14 bedoelde ambtenaar het beroep tegen een |
uitdrukkelijke afwijzing van een aanvraag tot openbaarmaking, | uitdrukkelijke afwijzing van een aanvraag tot openbaarmaking, |
verbetering of aanvulling van een bestuursdocument, of het beroep | verbetering of aanvulling van een bestuursdocument, of het beroep |
ingevolge het verstrijken van de termijn waarbinnen de beslissing | ingevolge het verstrijken van de termijn waarbinnen de beslissing |
moest worden genomen, inwilligt, staat hij de openbaarmaking, | moest worden genomen, inwilligt, staat hij de openbaarmaking, |
verbetering of aanvulling toe. | verbetering of aanvulling toe. |
Indien de in artikel 14 bedoelde ambtenaar zich moet uitspreken over | Indien de in artikel 14 bedoelde ambtenaar zich moet uitspreken over |
een beroep tegen de uitdrukkelijke afwijzing van een aanvraag tot | een beroep tegen de uitdrukkelijke afwijzing van een aanvraag tot |
openbaarmaking van een bestuursdocument, of over een beroep ingevolge | openbaarmaking van een bestuursdocument, of over een beroep ingevolge |
het verstrijken van de termijn waarbinnen de beslissing moest worden | het verstrijken van de termijn waarbinnen de beslissing moest worden |
genomen, en hij binnen de voormelde termijn van dertig dagen geen | genomen, en hij binnen de voormelde termijn van dertig dagen geen |
besluit naar de betrokkenen heeft verstuurd, wordt het beroep geacht | besluit naar de betrokkenen heeft verstuurd, wordt het beroep geacht |
te zijn verworpen als de administratieve overheid de aanvraag tot | te zijn verworpen als de administratieve overheid de aanvraag tot |
openbaarmaking uitdrukkelijk heeft afgewezen, en te zijn ingewilligd | openbaarmaking uitdrukkelijk heeft afgewezen, en te zijn ingewilligd |
als de aanvraag tot openbaarmaking niet werd beantwoord binnen de in | als de aanvraag tot openbaarmaking niet werd beantwoord binnen de in |
artikel 11, § 3, bepaalde termijn. | artikel 11, § 3, bepaalde termijn. |
Indien de in artikel 14 bedoelde ambtenaar zich moet uitspreken over | Indien de in artikel 14 bedoelde ambtenaar zich moet uitspreken over |
een beroep tegen de uitdrukkelijke afwijzing van een aanvraag tot | een beroep tegen de uitdrukkelijke afwijzing van een aanvraag tot |
verbetering of aanvulling van een bestuursdocument, of over een beroep | verbetering of aanvulling van een bestuursdocument, of over een beroep |
ingevolge het verstrijken van de termijn waarbinnen de beslissing | ingevolge het verstrijken van de termijn waarbinnen de beslissing |
moest worden genomen, en hij binnen de voormelde termijn van dertig | moest worden genomen, en hij binnen de voormelde termijn van dertig |
dagen geen besluit naar de betrokkenen heeft verstuurd, wordt het | dagen geen besluit naar de betrokkenen heeft verstuurd, wordt het |
beroep in alle gevallen geacht te zijn verworpen. | beroep in alle gevallen geacht te zijn verworpen. |
De uitvoering van de beslissing tot inwilliging van het beroep gebeurt | De uitvoering van de beslissing tot inwilliging van het beroep gebeurt |
zo spoedig mogelijk en uiterlijk veertig dagen na de ontvangst van het | zo spoedig mogelijk en uiterlijk veertig dagen na de ontvangst van het |
beroep. | beroep. |
Wanneer de aanvrager gebruik wenst te maken van zijn recht op inzage, | Wanneer de aanvrager gebruik wenst te maken van zijn recht op inzage, |
stelt de in artikel 14 bedoelde ambtenaar in overleg met de aanvrager, | stelt de in artikel 14 bedoelde ambtenaar in overleg met de aanvrager, |
en in voorkomend geval met de administratieve overheid die de | en in voorkomend geval met de administratieve overheid die de |
bestuursdocumenten bewaart, de plaats, de datum en het tijdstip van | bestuursdocumenten bewaart, de plaats, de datum en het tijdstip van |
inzage vast. De aanvrager moet voldoende tijd krijgen om de | inzage vast. De aanvrager moet voldoende tijd krijgen om de |
bestuursdocumenten in te kijken. | bestuursdocumenten in te kijken. |
De Vlaamse regering kan nadere regelen vaststellen over de wijze | De Vlaamse regering kan nadere regelen vaststellen over de wijze |
waarop het inzagerecht kan worden uitgevoerd. | waarop het inzagerecht kan worden uitgevoerd. |
Art. 16.De in artikel 14 bedoelde ambtenaar kan, wanneer er bij hem |
Art. 16.De in artikel 14 bedoelde ambtenaar kan, wanneer er bij hem |
een beroep aanhangig wordt gemaakt, alle bestuursdocumenten ter | een beroep aanhangig wordt gemaakt, alle bestuursdocumenten ter |
plaatse inzien of ze opvragen bij de betrokken administratieve | plaatse inzien of ze opvragen bij de betrokken administratieve |
overheid. | overheid. |
De in artikel 14 bedoelde ambtenaar kan alle betrokken partijen horen | De in artikel 14 bedoelde ambtenaar kan alle betrokken partijen horen |
en de personeelsleden van de administratieve overheid om bijkomende | en de personeelsleden van de administratieve overheid om bijkomende |
inlichtingen verzoeken. | inlichtingen verzoeken. |
Art. 17.De in artikel 14 bedoelde ambtenaar oefent de taak van |
Art. 17.De in artikel 14 bedoelde ambtenaar oefent de taak van |
beroepsinstantie in volledige onafhankelijkheid en neutraliteit uit. | beroepsinstantie in volledige onafhankelijkheid en neutraliteit uit. |
Bij de behandeling van de beroepen kan hij van geen enkele overheid of | Bij de behandeling van de beroepen kan hij van geen enkele overheid of |
instantie instructies ontvangen, noch geëvalueerd of tuchtrechtelijk | instantie instructies ontvangen, noch geëvalueerd of tuchtrechtelijk |
vervolgd worden op basis van activiteiten die hij verricht in het | vervolgd worden op basis van activiteiten die hij verricht in het |
kader van zijn taak als beroepsinstantie. | kader van zijn taak als beroepsinstantie. |
Art. 18.De in artikel 14 bedoelde ambtenaar bezorgt aan de Vlaamse |
Art. 18.De in artikel 14 bedoelde ambtenaar bezorgt aan de Vlaamse |
regering een jaarverslag aangaande de beroepen die hem werden | regering een jaarverslag aangaande de beroepen die hem werden |
ingesteld inzake de toepassing van de passieve openbaarheid. De | ingesteld inzake de toepassing van de passieve openbaarheid. De |
Vlaamse regering legt het jaarverslag over aan het Vlaams Parlement. | Vlaamse regering legt het jaarverslag over aan het Vlaams Parlement. |
Onderafdeling B. - De vereniging van provincies en gemeenten | Onderafdeling B. - De vereniging van provincies en gemeenten |
Art. 19.Tegen een beslissing van een in artikel 4, 3°, bedoelde |
Art. 19.Tegen een beslissing van een in artikel 4, 3°, bedoelde |
vereniging van provincies en gemeenten die de aanvraag tot | vereniging van provincies en gemeenten die de aanvraag tot |
openbaarmaking, verbetering of aanvulling van een bestuursdocument | openbaarmaking, verbetering of aanvulling van een bestuursdocument |
afwijst, of na het verstrijken van de termijn waarbinnen de beslissing | afwijst, of na het verstrijken van de termijn waarbinnen de beslissing |
moest worden genomen, kan de aanvrager beroep instellen bij de Vlaamse | moest worden genomen, kan de aanvrager beroep instellen bij de Vlaamse |
regering. | regering. |
De procedure verloopt overeenkomstig de artikelen 14 tot en met 16. | De procedure verloopt overeenkomstig de artikelen 14 tot en met 16. |
Onderafdeling C. - OCMW | Onderafdeling C. - OCMW |
Art. 20.Tegen een beslissing van een in artikel 4, 4°, bedoelde |
Art. 20.Tegen een beslissing van een in artikel 4, 4°, bedoelde |
administratieve overheid die de aanvraag tot openbaarmaking, | administratieve overheid die de aanvraag tot openbaarmaking, |
verbetering of aanvulling van een bestuursdocument afwijst, of na het | verbetering of aanvulling van een bestuursdocument afwijst, of na het |
verstrijken van de termijn waarbinnen de beslissing moest worden | verstrijken van de termijn waarbinnen de beslissing moest worden |
genomen, kan de aanvrager beroep instellen bij de Vlaamse regering. | genomen, kan de aanvrager beroep instellen bij de Vlaamse regering. |
De procedure verloopt overeenkomstig de artikelen 14 tot en met 16. | De procedure verloopt overeenkomstig de artikelen 14 tot en met 16. |
HOOFDSTUK III. - Actieve openbaarheid | HOOFDSTUK III. - Actieve openbaarheid |
Art. 21.§ 1. De in artikel 4, 1°, 3° en 4°, genoemde administratieve |
Art. 21.§ 1. De in artikel 4, 1°, 3° en 4°, genoemde administratieve |
overheden hebben de verplichting de bevolking systematisch, tijdig en | overheden hebben de verplichting de bevolking systematisch, tijdig en |
in begrijpelijke vorm voor te lichten over het beleid, de decreten, de | in begrijpelijke vorm voor te lichten over het beleid, de decreten, de |
besluiten en andere regelgeving, alsook over hun dienstverlening en | besluiten en andere regelgeving, alsook over hun dienstverlening en |
over de informatie die bij hen beschikbaar is. | over de informatie die bij hen beschikbaar is. |
§ 2. In het kader van de actieve openbaarheid verspreiden de | § 2. In het kader van de actieve openbaarheid verspreiden de |
administratieve overheden geen informatie die valt onder de | administratieve overheden geen informatie die valt onder de |
uitzonderingen bedoeld in artikel 8. | uitzonderingen bedoeld in artikel 8. |
§ 3. De Vlaamse regering kan de, van de Vlaamse Gemeenschap of het | § 3. De Vlaamse regering kan de, van de Vlaamse Gemeenschap of het |
Vlaamse Gewest afhangende instelling als bedoeld in artikel 9 van de | Vlaamse Gewest afhangende instelling als bedoeld in artikel 9 van de |
bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen | bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen |
(hierna "Vlaamse instelling" te noemen), nadere regels opleggen m.b.t. | (hierna "Vlaamse instelling" te noemen), nadere regels opleggen m.b.t. |
de generieke aspecten en de coördinatie van het communicatiebeleid. | de generieke aspecten en de coördinatie van het communicatiebeleid. |
§ 4. De Vlaamse instellingen zijn er toe gehouden mee te werken aan de | § 4. De Vlaamse instellingen zijn er toe gehouden mee te werken aan de |
overkoepelende wegwijs-voorlichtingsinitiatieven die zijn opgezet door | overkoepelende wegwijs-voorlichtingsinitiatieven die zijn opgezet door |
de Vlaamse regering. De Vlaamse regering kan nadere regels vastleggen | de Vlaamse regering. De Vlaamse regering kan nadere regels vastleggen |
met betrekking tot de modaliteiten van deze medewerking. | met betrekking tot de modaliteiten van deze medewerking. |
Art. 22.§ 1. In het kader van de actieve openbaarheid stelt de |
Art. 22.§ 1. In het kader van de actieve openbaarheid stelt de |
Vlaamse regering een voorlichtingsambtenaar aan bij het ministerie van | Vlaamse regering een voorlichtingsambtenaar aan bij het ministerie van |
de Vlaamse Gemeenschap, binnen één jaar na de inwerkingtreding van dit | de Vlaamse Gemeenschap, binnen één jaar na de inwerkingtreding van dit |
decreet. | decreet. |
§ 2. Bij elke van de Vlaamse instellingen wordt een | § 2. Bij elke van de Vlaamse instellingen wordt een |
voorlichtingsambtenaar aangewezen door de overheid die bevoegd is voor | voorlichtingsambtenaar aangewezen door de overheid die bevoegd is voor |
het benoemen van het personeel, binnen één jaar na de inwerkingtreding | het benoemen van het personeel, binnen één jaar na de inwerkingtreding |
van dit decreet. | van dit decreet. |
§ 3. De Vlaamse regering kan, in afwijking van daarmee strijdige | § 3. De Vlaamse regering kan, in afwijking van daarmee strijdige |
bepalingen in de decreten, nadere regels vaststellen met betrekking | bepalingen in de decreten, nadere regels vaststellen met betrekking |
tot de bevoegdheden, rechtspositie en werking van de in § 2 genoemde | tot de bevoegdheden, rechtspositie en werking van de in § 2 genoemde |
voorlichtingsambtenaren, en met betrekking tot de onderlinge | voorlichtingsambtenaren, en met betrekking tot de onderlinge |
samenwerking tussen die voorlichtingsambtenaren en die welke bedoeld | samenwerking tussen die voorlichtingsambtenaren en die welke bedoeld |
is in § 1, alsmede met betrekking tot de coördinatie van hun | is in § 1, alsmede met betrekking tot de coördinatie van hun |
activiteiten. | activiteiten. |
Art. 23.§ 1. De voorlichtingsambtenaren hebben de opdracht om, met |
Art. 23.§ 1. De voorlichtingsambtenaren hebben de opdracht om, met |
inachtneming van artikel 8, de burgers voor te lichten over het | inachtneming van artikel 8, de burgers voor te lichten over het |
gevoerde beleid en over specifieke beslissingen die op hen betrekking | gevoerde beleid en over specifieke beslissingen die op hen betrekking |
hebben. Zij stimuleren en ondersteunen de uitbouw, de coördinatie en | hebben. Zij stimuleren en ondersteunen de uitbouw, de coördinatie en |
de realisatie van het voorlichtingsbeleid als bedoeld in artikel 21. | de realisatie van het voorlichtingsbeleid als bedoeld in artikel 21. |
Zij leggen een inventaris aan van de beschikbare informatie en | Zij leggen een inventaris aan van de beschikbare informatie en |
informatiebronnen en stellen deze inventaris beschikbaar voor het | informatiebronnen en stellen deze inventaris beschikbaar voor het |
publiek. | publiek. |
§ 2. De voorlichtingsambtenaren hebben tot taak erop toe te zien dat | § 2. De voorlichtingsambtenaren hebben tot taak erop toe te zien dat |
alle voor de burgers bestemde bestuursdocumenten in correcte en | alle voor de burgers bestemde bestuursdocumenten in correcte en |
begrijpelijke taal zijn gesteld. | begrijpelijke taal zijn gesteld. |
§ 3. De voorlichtingsambtenaar bedoeld in artikel 22, § 1, stelt een | § 3. De voorlichtingsambtenaar bedoeld in artikel 22, § 1, stelt een |
code van goede praktijk op voor de toepassing van dit decreet. De code | code van goede praktijk op voor de toepassing van dit decreet. De code |
wordt bezorgd aan de in artikel 4 genoemde administratieve overheden | wordt bezorgd aan de in artikel 4 genoemde administratieve overheden |
en is beschikbaar voor het publiek. | en is beschikbaar voor het publiek. |
§ 4. Om de in § 1, vermelde taken te kunnen vervullen hebben de | § 4. Om de in § 1, vermelde taken te kunnen vervullen hebben de |
voorlichtingsambtenaren het recht bij de administratieve overheden, | voorlichtingsambtenaren het recht bij de administratieve overheden, |
genoemd in artikel 4, 1°, alle nuttige documentatie op te vragen of er | genoemd in artikel 4, 1°, alle nuttige documentatie op te vragen of er |
inzage van te nemen op de plaats waar die normaal wordt bewaard. | inzage van te nemen op de plaats waar die normaal wordt bewaard. |
Art. 24.De gemeenten verlenen hun medewerking aan de verspreiding van |
Art. 24.De gemeenten verlenen hun medewerking aan de verspreiding van |
gemeenschaps- en gewestpublicaties in het raam van het algemeen | gemeenschaps- en gewestpublicaties in het raam van het algemeen |
voorlichtingsbeleid van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest. | voorlichtingsbeleid van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest. |
De Vlaamse regering stelt de nadere regels betreffende die medewerking | De Vlaamse regering stelt de nadere regels betreffende die medewerking |
vast. | vast. |
Art. 25.Elk jaar publiceert de voorlichtingsambtenaar een jaarverslag |
Art. 25.Elk jaar publiceert de voorlichtingsambtenaar een jaarverslag |
over zijn activiteiten. Dat verslag bevat tevens de nodige | over zijn activiteiten. Dat verslag bevat tevens de nodige |
aanbevelingen. | aanbevelingen. |
Het jaarverslag wordt gericht aan de Vlaamse regering, in voorkomend | Het jaarverslag wordt gericht aan de Vlaamse regering, in voorkomend |
geval door toedoen van het bevoegde bestuursorgaan. | geval door toedoen van het bevoegde bestuursorgaan. |
De Vlaamse regering geeft het Vlaams Parlement kennis van elk verslag. | De Vlaamse regering geeft het Vlaams Parlement kennis van elk verslag. |
HOOFDSTUK IV. - Vermelding van de beroepsmogelijkheden | HOOFDSTUK IV. - Vermelding van de beroepsmogelijkheden |
Art. 26.Een beslissing of een administratieve handeling met |
Art. 26.Een beslissing of een administratieve handeling met |
individuele strekking, die beoogt rechtsgevolgen te hebben voor één of | individuele strekking, die beoogt rechtsgevolgen te hebben voor één of |
meer bestuurden of voor een ander bestuur, wordt slechts geldig ter | meer bestuurden of voor een ander bestuur, wordt slechts geldig ter |
kennis gebracht als tevens de beroepsmogelijkheden en de modaliteiten | kennis gebracht als tevens de beroepsmogelijkheden en de modaliteiten |
van het beroep worden vermeld. Bij ontstentenis daarvan neemt de | van het beroep worden vermeld. Bij ontstentenis daarvan neemt de |
verjaringstermijn voor het indienen van het beroep geen aanvang. | verjaringstermijn voor het indienen van het beroep geen aanvang. |
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen |
Art. 27.De volgende regelingen worden opgeheven : |
Art. 27.De volgende regelingen worden opgeheven : |
1° het decreet van 23 oktober 1991 betreffende de openbaarheid van | 1° het decreet van 23 oktober 1991 betreffende de openbaarheid van |
bestuursdocumenten in de diensten en instellingen van de Vlaamse | bestuursdocumenten in de diensten en instellingen van de Vlaamse |
regering, gewijzigd bij het decreet van 13 juni 1996; | regering, gewijzigd bij het decreet van 13 juni 1996; |
2° artikel 33 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari | 2° artikel 33 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari |
1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de | 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de |
milieuvergunning, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering | milieuvergunning, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering |
van 27 februari 1992 en 28 oktober 1992; | van 27 februari 1992 en 28 oktober 1992; |
3° het besluit van de Vlaamse regering van 9 december 1992 tot | 3° het besluit van de Vlaamse regering van 9 december 1992 tot |
uitvoering van de passieve openbaarheid zoals bepaald in het decreet | uitvoering van de passieve openbaarheid zoals bepaald in het decreet |
van 23 oktober 1991 betreffende de openbaarheid van bestuursdocumenten | van 23 oktober 1991 betreffende de openbaarheid van bestuursdocumenten |
in de diensten en instellingen van de Vlaamse regering; | in de diensten en instellingen van de Vlaamse regering; |
4° het besluit van de Vlaamse regering van 9 december 1992 tot | 4° het besluit van de Vlaamse regering van 9 december 1992 tot |
regeling van de ombudsfunctie in de diensten en instellingen van de | regeling van de ombudsfunctie in de diensten en instellingen van de |
Vlaamse regering. | Vlaamse regering. |
Art. 28.De procedure volgens dewelke de aanvragen tot openbaarmaking, |
Art. 28.De procedure volgens dewelke de aanvragen tot openbaarmaking, |
verbetering of aanvulling van bestuursdocumenten en de beroepschriften | verbetering of aanvulling van bestuursdocumenten en de beroepschriften |
tegen de afwijzingsbeslissingen, die op datum van de inwerkingtreding | tegen de afwijzingsbeslissingen, die op datum van de inwerkingtreding |
van dit decreet reeds waren ingediend bij de administratieve | van dit decreet reeds waren ingediend bij de administratieve |
overheden, verder worden afgehandeld, verloopt overeenkomstig de | overheden, verder worden afgehandeld, verloopt overeenkomstig de |
toepasselijke bepalingen van het decreet van 23 oktober 1991 | toepasselijke bepalingen van het decreet van 23 oktober 1991 |
betreffende de openbaarheid van bestuursdocumenten in de diensten en | betreffende de openbaarheid van bestuursdocumenten in de diensten en |
instellingen van de Vlaamse regering. | instellingen van de Vlaamse regering. |
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad | Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad |
zal worden bekendgemaakt. | zal worden bekendgemaakt. |
Brussel, 18 mei 1999. | Brussel, 18 mei 1999. |
De minister-president van de Vlaamse regering, | De minister-president van de Vlaamse regering, |
L. VAN DEN BRANDE | L. VAN DEN BRANDE |
De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken, | De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken, |
E. BALDEWIJNS | E. BALDEWIJNS |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Zitting 1998-1999. | (1) Zitting 1998-1999. |
Stukken. - Ontwerp van decreet: 1334 -nr. 1. - Amendementen : 1334 - | Stukken. - Ontwerp van decreet: 1334 -nr. 1. - Amendementen : 1334 - |
nrs. 2 en 3. - Verslag: 1334 -nr. 4 | nrs. 2 en 3. - Verslag: 1334 -nr. 4 |
Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van 3 en 5 mei | Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van 3 en 5 mei |
1999. | 1999. |