Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Bericht van --
← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van 29 november 2016 in zake het openbaar ministerie tegen D. P.W., waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 2 december 2016, heeft de « 1. Schendt artikel 204 Wetboek van Strafvordering, zoals gewijzigd door de wet van 05.02.2016 tot(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van 29 november 2016 in zake het openbaar ministerie tegen D. P.W., waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 2 december 2016, heeft de « 1. Schendt artikel 204 Wetboek van Strafvordering, zoals gewijzigd door de wet van 05.02.2016 tot(...) Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van 29 november 2016 in zake het openbaar ministerie tegen D. P.W., waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 2 december 2016, heeft de « 1. Schendt artikel 204 Wetboek van Strafvordering, zoals gewijzigd door de wet van 05.02.2016 tot(...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6
januari 1989 januari 1989
Bij vonnis van 29 november 2016 in zake het openbaar ministerie tegen Bij vonnis van 29 november 2016 in zake het openbaar ministerie tegen
D. P.W., waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op D. P.W., waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op
2 december 2016, heeft de Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, 2 december 2016, heeft de Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen,
afdeling Gent, de volgende prejudiciële vragen gesteld : afdeling Gent, de volgende prejudiciële vragen gesteld :
« 1. Schendt artikel 204 Wetboek van Strafvordering, zoals gewijzigd « 1. Schendt artikel 204 Wetboek van Strafvordering, zoals gewijzigd
door de wet van 05.02.2016 tot wijziging van het strafrecht en de door de wet van 05.02.2016 tot wijziging van het strafrecht en de
strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, samen strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, samen
gelezen met artikel 203 Wetboek van Strafvordering en artikel 1 van de gelezen met artikel 203 Wetboek van Strafvordering en artikel 1 van de
Wet van 25 juli 1893 betreffende de aantekening van beroep van Wet van 25 juli 1893 betreffende de aantekening van beroep van
gevangenzittende of geïnterneerde personen, de bepalingen over de gevangenzittende of geïnterneerde personen, de bepalingen over de
fundamentele rechten en vrijheden gewaarborgd in titel II van de fundamentele rechten en vrijheden gewaarborgd in titel II van de
Grondwet, (met name de artikelen 10, 11 en 13 van de Grondwet) én Grondwet, (met name de artikelen 10, 11 en 13 van de Grondwet) én
artikel 6.1 E.V.R.M., in die zin geïnterpreteerd dat de artikel 6.1 E.V.R.M., in die zin geïnterpreteerd dat de
rechtsgeldigheid van het hoger beroep, op straffe van verval, rechtsgeldigheid van het hoger beroep, op straffe van verval,
afhankelijk wordt gemaakt van het tijdig indienen van een regelmatig afhankelijk wordt gemaakt van het tijdig indienen van een regelmatig
grievenverzoekschrift indien de akte van aanhangigmaking van het hoger grievenverzoekschrift indien de akte van aanhangigmaking van het hoger
beroep gebeurt volgens de in artikel 203 Wetboek van Strafvordering beroep gebeurt volgens de in artikel 203 Wetboek van Strafvordering
bedoelde verklaring, welke als akte van hoger beroep open staat voor bedoelde verklaring, welke als akte van hoger beroep open staat voor
alle betrokken partijen, terwijl de rechtsgeldigheid van het hoger alle betrokken partijen, terwijl de rechtsgeldigheid van het hoger
beroep niet op straffe van verval, afhankelijk wordt gemaakt van het beroep niet op straffe van verval, afhankelijk wordt gemaakt van het
indienen van een regelmatig grievenverzoekschrift indien de akte van indienen van een regelmatig grievenverzoekschrift indien de akte van
aanhangigmaking van het hoger beroep gebeurt volgens de in artikel 1 aanhangigmaking van het hoger beroep gebeurt volgens de in artikel 1
van de Wet van 25 juli 1893 betreffende de aantekening van beroep van van de Wet van 25 juli 1893 betreffende de aantekening van beroep van
gevangenzittende of geïnterneerde personen bedoelde verklaring van gevangenzittende of geïnterneerde personen bedoelde verklaring van
hoger beroep ? hoger beroep ?
2. Schendt artikel 204 Wetboek van Strafvordering, zoals gewijzigd 2. Schendt artikel 204 Wetboek van Strafvordering, zoals gewijzigd
door de wet van 05.02.2016 tot wijziging van het strafrecht en de door de wet van 05.02.2016 tot wijziging van het strafrecht en de
strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, samen strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, samen
gelezen met artikel 203 Wetboek van Strafvordering en artikel 1 van de gelezen met artikel 203 Wetboek van Strafvordering en artikel 1 van de
Wet van 25 juli 1893 betreffende de aantekening van beroep van Wet van 25 juli 1893 betreffende de aantekening van beroep van
gevangenzittende of geïnterneerde personen, de fundamentele rechten en gevangenzittende of geïnterneerde personen, de fundamentele rechten en
vrijheden gewaarborgd in titel II van de Grondwet (met name de vrijheden gewaarborgd in titel II van de Grondwet (met name de
artikelen 10, 11 en 13 van de Grondwet) én artikel 6.1 E.V.R.M., in artikelen 10, 11 en 13 van de Grondwet) én artikel 6.1 E.V.R.M., in
die zin geïnterpreteerd dat, aan de partij die beroep aantekent die zin geïnterpreteerd dat, aan de partij die beroep aantekent
overeenkomstig artikel 203 Wetboek van Strafvordering, een bijkomende overeenkomstig artikel 203 Wetboek van Strafvordering, een bijkomende
substantiële vormvereiste wordt opgelegd op straffe van verval van substantiële vormvereiste wordt opgelegd op straffe van verval van
haar beroep, terwijl diezelfde vormvereiste niet wordt opgelegd aan de haar beroep, terwijl diezelfde vormvereiste niet wordt opgelegd aan de
enige partij die beroep kan aantekenen overeenkomstig artikel 1 van de enige partij die beroep kan aantekenen overeenkomstig artikel 1 van de
Wet van 25 juli 1893 betreffende de aantekening van beroep van Wet van 25 juli 1893 betreffende de aantekening van beroep van
gevangenzittende of geïnterneerde personen, met name de gevangenzittende of geïnterneerde personen, met name de
gevangenzittende of geïnterneerde persoon ? gevangenzittende of geïnterneerde persoon ?
3. Schendt artikel 204 Wetboek van Strafvordering, zoals gewijzigd 3. Schendt artikel 204 Wetboek van Strafvordering, zoals gewijzigd
door de wet van 05.02.2016 tot wijziging van het strafrecht en de door de wet van 05.02.2016 tot wijziging van het strafrecht en de
strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, samen strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, samen
gelezen met artikel 203 Wetboek van Strafvordering en artikel 1 van de gelezen met artikel 203 Wetboek van Strafvordering en artikel 1 van de
Wet van 25 juli 1893 betreffende de aantekening van beroep van Wet van 25 juli 1893 betreffende de aantekening van beroep van
gevangenzittende of geïnterneerde personen, de fundamentele rechten en gevangenzittende of geïnterneerde personen, de fundamentele rechten en
vrijheden gewaarborgd in titel II van de Grondwet (met name de vrijheden gewaarborgd in titel II van de Grondwet (met name de
artikelen 10, 11 en 13 van de Grondwet) én artikel 6.1 E.V.R.M., in artikelen 10, 11 en 13 van de Grondwet) én artikel 6.1 E.V.R.M., in
die zin geïnterpreteerd dat, aan de partij die beroep aantekent, die zin geïnterpreteerd dat, aan de partij die beroep aantekent,
overeenkomstig artikel 203 Wetboek van Strafvordering, een bijkomende overeenkomstig artikel 203 Wetboek van Strafvordering, een bijkomende
substantiële vormvereiste wordt opgelegd op straffe van verval van substantiële vormvereiste wordt opgelegd op straffe van verval van
haar beroep, terwijl diezelfde vormvereiste niet wordt opgelegd aan de haar beroep, terwijl diezelfde vormvereiste niet wordt opgelegd aan de
enige partij die beroep kan aantekenen overeenkomstig artikel 1 van de enige partij die beroep kan aantekenen overeenkomstig artikel 1 van de
Wet van 25 juli 1893 betreffende de aantekening van beroep van Wet van 25 juli 1893 betreffende de aantekening van beroep van
gevangenzittende of geïnterneerde personen, met name de gevangenzittende of geïnterneerde personen, met name de
gevangenzittende of geïnterneerde persoon, ook indien deze na het gevangenzittende of geïnterneerde persoon, ook indien deze na het
verrichten van de verklaring bedoeld in artikel 1 van de Wet van 25 verrichten van de verklaring bedoeld in artikel 1 van de Wet van 25
juli 1893 betreffende de aantekening van beroep van gevangenzittende juli 1893 betreffende de aantekening van beroep van gevangenzittende
of geïnterneerde personen, doch vóór het verstrijken van de termijn of geïnterneerde personen, doch vóór het verstrijken van de termijn
bedoeld in artikel 204 Wetboek van Strafvordering, in vrijheid gesteld bedoeld in artikel 204 Wetboek van Strafvordering, in vrijheid gesteld
wordt dan wel een raadsman raadpleegt ? ». wordt dan wel een raadsman raadpleegt ? ».
Die zaak, ingeschreven onder nummer 6555 van de rol van het Hof, werd Die zaak, ingeschreven onder nummer 6555 van de rol van het Hof, werd
samengevoegd met de zaak met rolnummer 6482. samengevoegd met de zaak met rolnummer 6482.
De griffier, De griffier,
F. Meersschaut F. Meersschaut
^