← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis
van 16 oktober 2013 in zake Walter Appels tegen de Pensioendienst voor de Overheidssector, waarvan de
expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 7 « Schenden art. 156 en 160 van de Nieuwe
Gemeentewet in combinatie met de artikelen 1 en 6 van de w(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van 16 oktober 2013 in zake Walter Appels tegen de Pensioendienst voor de Overheidssector, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 7 « Schenden art. 156 en 160 van de Nieuwe Gemeentewet in combinatie met de artikelen 1 en 6 van de w(...) | Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van 16 oktober 2013 in zake Walter Appels tegen de Pensioendienst voor de Overheidssector, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 7 « Schenden art. 156 en 160 van de Nieuwe Gemeentewet in combinatie met de artikelen 1 en 6 van de w(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 | Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 |
januari 1989 | januari 1989 |
Bij vonnis van 16 oktober 2013 in zake Walter Appels tegen de | Bij vonnis van 16 oktober 2013 in zake Walter Appels tegen de |
Pensioendienst voor de Overheidssector, waarvan de expeditie ter | Pensioendienst voor de Overheidssector, waarvan de expeditie ter |
griffie van het Hof is ingekomen op 7 november 2013, heeft de | griffie van het Hof is ingekomen op 7 november 2013, heeft de |
Rechtbank van eerste aanleg te Leuven de volgende prejudiciële vraag | Rechtbank van eerste aanleg te Leuven de volgende prejudiciële vraag |
gesteld : | gesteld : |
« Schenden art. 156 en 160 van de Nieuwe Gemeentewet in combinatie met | « Schenden art. 156 en 160 van de Nieuwe Gemeentewet in combinatie met |
de artikelen 1 en 6 van de wet van 21 juli 1844 op de burgerlijke en | de artikelen 1 en 6 van de wet van 21 juli 1844 op de burgerlijke en |
kerkelijke pensioenen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat | kerkelijke pensioenen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat |
in geval van vaste benoeming, de civiele diensten als tijdelijk | in geval van vaste benoeming, de civiele diensten als tijdelijk |
beambte bewezen, aan de gemeenten, aan de instellingen die er van | beambte bewezen, aan de gemeenten, aan de instellingen die er van |
afhangen, aan de verenigingen van gemeenten, alsmede de diensten | afhangen, aan de verenigingen van gemeenten, alsmede de diensten |
bewezen door de brigadecommissarissen en de gewestelijke ontvangers, | bewezen door de brigadecommissarissen en de gewestelijke ontvangers, |
in aanmerking genomen worden om de rechten op het pensioen van de | in aanmerking genomen worden om de rechten op het pensioen van de |
belanghebbenden en van hun rechthebbenden vast te stellen, terwijl | belanghebbenden en van hun rechthebbenden vast te stellen, terwijl |
prestaties in het kader van het bijzonder tijdelijk kader niet in | prestaties in het kader van het bijzonder tijdelijk kader niet in |
aanmerking worden genomen om de rechten op het pensioen van de | aanmerking worden genomen om de rechten op het pensioen van de |
belanghebbenden en van hun rechthebbenden vast te stellen ? ». | belanghebbenden en van hun rechthebbenden vast te stellen ? ». |
Die zaak is ingeschreven onder nummer 5743 van de rol van het Hof. | Die zaak is ingeschreven onder nummer 5743 van de rol van het Hof. |
De griffier, | De griffier, |
F. Meersschaut | F. Meersschaut |