Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 december 2023, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, betreffende het werkgelegenheidsplan voor oudere werknemers | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 december 2023, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, betreffende het werkgelegenheidsplan voor oudere werknemers |
---|---|
1 SEPTEMBER 2024. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend | 1 SEPTEMBER 2024. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend |
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 december | wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 december |
2023, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, | 2023, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, |
betreffende het werkgelegenheidsplan voor oudere werknemers (1) | betreffende het werkgelegenheidsplan voor oudere werknemers (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf; | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 15 december 2023, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 15 december 2023, |
gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, betreffende | gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, betreffende |
het werkgelegenheidsplan voor oudere werknemers. | het werkgelegenheidsplan voor oudere werknemers. |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 1 september 2024. | Gegeven te Brussel, 1 september 2024. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
P.-Y. DERMAGNE | P.-Y. DERMAGNE |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf | Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 15 december 2023 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 15 december 2023 |
Werkgelegenheidsplan voor oudere werknemers (Overeenkomst | Werkgelegenheidsplan voor oudere werknemers (Overeenkomst |
geregistreerd op 8 januari 2024 onder het nummer 185022/CO/145) | geregistreerd op 8 januari 2024 onder het nummer 185022/CO/145) |
Preambule | Preambule |
Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in toepassing van | Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in toepassing van |
de brief van 31 maart 2023 van de Minister van Werk aan de Federale | de brief van 31 maart 2023 van de Minister van Werk aan de Federale |
Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg betreffende | Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg betreffende |
de penibiliteitsfondsen. | de penibiliteitsfondsen. |
Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing |
Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing |
op alle werkgevers die ressorteren onder het toepassingsgebied van het | op alle werkgevers die ressorteren onder het toepassingsgebied van het |
Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf en de door deze werkgevers | Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf en de door deze werkgevers |
tewerkgestelde werknemers van ten minste 45 jaar oud en die ten minste | tewerkgestelde werknemers van ten minste 45 jaar oud en die ten minste |
10 jaar anciënniteit hebben in de land- en tuinbouwsector (het betreft | 10 jaar anciënniteit hebben in de land- en tuinbouwsector (het betreft |
hier de Paritaire Comités 144 voor de landbouw en 145 voor het | hier de Paritaire Comités 144 voor de landbouw en 145 voor het |
tuinbouwbedrijf, inclusief de tuinaanleg) met uitzondering van de | tuinbouwbedrijf, inclusief de tuinaanleg) met uitzondering van de |
werknemers die tewerkgesteld worden in de sector en die bedoeld worden | werknemers die tewerkgesteld worden in de sector en die bedoeld worden |
in artikel 8bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969, | in artikel 8bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969, |
Belgisch Staatsblad 5 december 1969, inzake sociale zekerheid. | Belgisch Staatsblad 5 december 1969, inzake sociale zekerheid. |
§ 2. Met de term "werknemers" worden de arbeiders en bedienden bedoeld | § 2. Met de term "werknemers" worden de arbeiders en bedienden bedoeld |
zonder onderscheid naar gender. | zonder onderscheid naar gender. |
Commentaar : | Commentaar : |
Bedienden die vóór 1 januari 2023 ressorteerden onder Aanvullend | Bedienden die vóór 1 januari 2023 ressorteerden onder Aanvullend |
Paritair Comité voor de bedienden, nemen hun aantal jaren anciënniteit | Paritair Comité voor de bedienden, nemen hun aantal jaren anciënniteit |
die ze hadden in Aanvullend Paritair Comité voor de bediendenmee op | die ze hadden in Aanvullend Paritair Comité voor de bediendenmee op |
voorwaarde dat ze voor deze jaren tewerkstelling in dienst waren van | voorwaarde dat ze voor deze jaren tewerkstelling in dienst waren van |
een werkgever die voor de bedienden ressorteerde onder Aanvullend | een werkgever die voor de bedienden ressorteerde onder Aanvullend |
Paritair Comité voor de bedienden en voor de door hem tewerkgestelde | Paritair Comité voor de bedienden en voor de door hem tewerkgestelde |
arbeiders onder Paritair Comité voor de landbouw of Paritair Comité | arbeiders onder Paritair Comité voor de landbouw of Paritair Comité |
voor het tuinbouwbedrijf. | voor het tuinbouwbedrijf. |
Art. 2.In het Protocol Akkoord 2023-2024 dat in het Paritair Comité |
Art. 2.In het Protocol Akkoord 2023-2024 dat in het Paritair Comité |
voor het tuinbouwbedrijf op 15 december 2023 is gesloten, is door de | voor het tuinbouwbedrijf op 15 december 2023 is gesloten, is door de |
sociale partners overeengekomen het Werkgelegenheidsplan voor oudere | sociale partners overeengekomen het Werkgelegenheidsplan voor oudere |
werknemers uit 2014 uit te breiden tot de bedienden. Dit | werknemers uit 2014 uit te breiden tot de bedienden. Dit |
werkgelegenheidsplan wordt beschreven in de collectieve | werkgelegenheidsplan wordt beschreven in de collectieve |
arbeidsovereenkomst van 25 juni 2014, geregistreerd onder het nr. | arbeidsovereenkomst van 25 juni 2014, geregistreerd onder het nr. |
122988/CO/145. Dit houdt in dat er bijzondere aandacht wordt besteed | 122988/CO/145. Dit houdt in dat er bijzondere aandacht wordt besteed |
aan het behoud van de tewerkstelling van oudere werknemers in de land- | aan het behoud van de tewerkstelling van oudere werknemers in de land- |
en tuinbouw. | en tuinbouw. |
Art. 3.§ 1. Via EDU+ (voor wat de Nederlandstalige Gemeenschap |
Art. 3.§ 1. Via EDU+ (voor wat de Nederlandstalige Gemeenschap |
betreft) en Mission Wallonne (voor wat de Franstalige en de | betreft) en Mission Wallonne (voor wat de Franstalige en de |
Duitstalige Gemeenschap betreft) is een specifiek vormingsaanbod | Duitstalige Gemeenschap betreft) is een specifiek vormingsaanbod |
opgesteld dat gericht is op de doelgroep van de werknemers van meer | opgesteld dat gericht is op de doelgroep van de werknemers van meer |
dan 45 jaar en die ten minste 10 jaar anciënniteit hebben in de land- | dan 45 jaar en die ten minste 10 jaar anciënniteit hebben in de land- |
en tuinbouwsector. Dit vormingsaanbod geeft aan de werknemers die tot | en tuinbouwsector. Dit vormingsaanbod geeft aan de werknemers die tot |
de doelgroep behoren de mogelijkheid, door het volgen van een of | de doelgroep behoren de mogelijkheid, door het volgen van een of |
andere opleiding uit dit vormingsaanbod, langer aan het werk te | andere opleiding uit dit vormingsaanbod, langer aan het werk te |
blijven. Er is evenwel geen verplichting om aan deze opleidingen deel | blijven. Er is evenwel geen verplichting om aan deze opleidingen deel |
te nemen. De werknemers die vallen onder het toepassingsgebied van | te nemen. De werknemers die vallen onder het toepassingsgebied van |
onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst zoals aangegeven in | onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst zoals aangegeven in |
artikel 1, kunnen gedurende de dagen waarop zij vrijgesteld worden van | artikel 1, kunnen gedurende de dagen waarop zij vrijgesteld worden van |
activiteit zoals voorzien in artikel 4 opteren voor het volgen van een | activiteit zoals voorzien in artikel 4 opteren voor het volgen van een |
vorming uit het specifieke aanbod voor deze doelgroep dan wel kiezen | vorming uit het specifieke aanbod voor deze doelgroep dan wel kiezen |
voor een vrije betaalde dag. | voor een vrije betaalde dag. |
§ 2. Via EDU+ (voor wat de Nederlandstalige Gemeenschap betreft) en | § 2. Via EDU+ (voor wat de Nederlandstalige Gemeenschap betreft) en |
Mission Wallonne (voor wat de Franstalige en de Duitstalige | Mission Wallonne (voor wat de Franstalige en de Duitstalige |
Gemeenschap betreft) is een specifiek vormingsaanbod opgesteld dat | Gemeenschap betreft) is een specifiek vormingsaanbod opgesteld dat |
gericht is op de doelgroep van de werknemers van minstens 50 jaar en | gericht is op de doelgroep van de werknemers van minstens 50 jaar en |
die ten minste 20 jaar anciënniteit hebben in de land- en | die ten minste 20 jaar anciënniteit hebben in de land- en |
tuinbouwsector. De werknemers die tot de doelgroep behoren, hebben | tuinbouwsector. De werknemers die tot de doelgroep behoren, hebben |
individueel recht op één dag vorming uit dit aanbod en hebben zo de | individueel recht op één dag vorming uit dit aanbod en hebben zo de |
mogelijkheid door het volgen van een of andere opleiding uit dit | mogelijkheid door het volgen van een of andere opleiding uit dit |
vormingsaanbod, langer aan het werk te blijven. Enkel wanneer de | vormingsaanbod, langer aan het werk te blijven. Enkel wanneer de |
vorming effectief wordt gevolgd is de werknemer vrijgesteld van | vorming effectief wordt gevolgd is de werknemer vrijgesteld van |
arbeidsprestatie. | arbeidsprestatie. |
Art. 4.§ 1. De werknemers die onder het toepassingsgebied vallen van |
Art. 4.§ 1. De werknemers die onder het toepassingsgebied vallen van |
artikel 3, § 1 kunnen gebruik maken van onderstaande regeling : | artikel 3, § 1 kunnen gebruik maken van onderstaande regeling : |
- De werknemers van 45 jaar en ouder met 10 jaar anciënniteit in de | - De werknemers van 45 jaar en ouder met 10 jaar anciënniteit in de |
land- en tuinbouwsector worden telkens 1 dag per jaar vrijgesteld van | land- en tuinbouwsector worden telkens 1 dag per jaar vrijgesteld van |
prestatie met behoud van loon; | prestatie met behoud van loon; |
- De werknemers van 50 jaar en ouder met 15 jaar anciënniteit in de | - De werknemers van 50 jaar en ouder met 15 jaar anciënniteit in de |
land- en tuinbouwsector worden telkens 2 dagen per jaar vrijgesteld | land- en tuinbouwsector worden telkens 2 dagen per jaar vrijgesteld |
van prestatie met behoud van loon; | van prestatie met behoud van loon; |
- De werknemers van 55 jaar en ouder met 15 jaar anciënniteit in de | - De werknemers van 55 jaar en ouder met 15 jaar anciënniteit in de |
land- en tuinbouwsector worden telkens 3 dagen per jaar vrijgesteld | land- en tuinbouwsector worden telkens 3 dagen per jaar vrijgesteld |
van prestatie met behoud van loon. | van prestatie met behoud van loon. |
§ 2. De modaliteiten om het aantal dagen vast te stellen zijn als | § 2. De modaliteiten om het aantal dagen vast te stellen zijn als |
volgt : | volgt : |
- Het recht wordt bepaald op 1 januari van het lopende jaar; | - Het recht wordt bepaald op 1 januari van het lopende jaar; |
- De leeftijdsvoorwaarde moet vervuld zijn in de loop van het lopende | - De leeftijdsvoorwaarde moet vervuld zijn in de loop van het lopende |
kalenderjaar; | kalenderjaar; |
- De anciënniteitsvoorwaarde wordt beoordeeld op 1 juli van het | - De anciënniteitsvoorwaarde wordt beoordeeld op 1 juli van het |
lopende kalenderjaar. | lopende kalenderjaar. |
Paritaire commentaar (voorbeelden) | Paritaire commentaar (voorbeelden) |
- Een werknemer die 45 jaar wordt in december en 10 jaar anciënniteit | - Een werknemer die 45 jaar wordt in december en 10 jaar anciënniteit |
heeft in de sector van de landen tuinbouw, heeft voor dit kalenderjaar | heeft in de sector van de landen tuinbouw, heeft voor dit kalenderjaar |
recht op 1 dag; | recht op 1 dag; |
- Een werknemer van 45 jaar die 10 jaar anciënniteit in de land- en | - Een werknemer van 45 jaar die 10 jaar anciënniteit in de land- en |
tuinbouwsector bereikt vóór 1 juli van het lopende jaar heeft in dit | tuinbouwsector bereikt vóór 1 juli van het lopende jaar heeft in dit |
kalenderjaar recht op een halve dag; | kalenderjaar recht op een halve dag; |
- Een werknemer van 45 jaar die 10 jaar anciënniteit bereikt na 30 | - Een werknemer van 45 jaar die 10 jaar anciënniteit bereikt na 30 |
juni van het lopende jaar, heeft in dit kalenderjaar geen recht. | juni van het lopende jaar, heeft in dit kalenderjaar geen recht. |
Art. 5.Gedurende de dagen vrijgesteld van prestatie, kunnen de |
Art. 5.Gedurende de dagen vrijgesteld van prestatie, kunnen de |
werknemers die onder het toepassingsgebied vallen van artikel 3, § 1 | werknemers die onder het toepassingsgebied vallen van artikel 3, § 1 |
deelnemen aan één van de cursussen uit het specifieke vormingsaanbod. | deelnemen aan één van de cursussen uit het specifieke vormingsaanbod. |
Zoals hoger gesteld, is er geen verplichting om aan de cursussen deel | Zoals hoger gesteld, is er geen verplichting om aan de cursussen deel |
te nemen en kunnen de werknemers ook opteren voor een vrije, betaalde | te nemen en kunnen de werknemers ook opteren voor een vrije, betaalde |
dag. Voor wie deeltijds werkt worden de dagen waarin men vrijgesteld | dag. Voor wie deeltijds werkt worden de dagen waarin men vrijgesteld |
is van prestaties toegekend in verhouding tot de tewerkstellingsbreuk. | is van prestaties toegekend in verhouding tot de tewerkstellingsbreuk. |
Art. 6.De dagen vrijgesteld van prestatie bedoeld in artikel 3, § 2 |
Art. 6.De dagen vrijgesteld van prestatie bedoeld in artikel 3, § 2 |
en artikel 4 worden door de werkgever betaald zoals gewone | en artikel 4 worden door de werkgever betaald zoals gewone |
arbeidsdagen, maar het brutoloon en de verschuldigde sociale | arbeidsdagen, maar het brutoloon en de verschuldigde sociale |
zekerheidsbijdragen worden ten laste genomen door het sociaal fonds | zekerheidsbijdragen worden ten laste genomen door het sociaal fonds |
dat voor de sector bevoegd is met name het "Waarborg- en Sociaal Fonds | dat voor de sector bevoegd is met name het "Waarborg- en Sociaal Fonds |
voor het tuinbouwbedrijf" dan wel het "Sociaal Fonds voor de | voor het tuinbouwbedrijf" dan wel het "Sociaal Fonds voor de |
inplanting en het onderhoud van parken en tuinen". De loonkost wordt | inplanting en het onderhoud van parken en tuinen". De loonkost wordt |
volledig aan de werkgever terugbetaald. De terugbetaling van de dagen | volledig aan de werkgever terugbetaald. De terugbetaling van de dagen |
bedoeld in artikel 4 gebeurt uit de reserves voorzien voor de ten | bedoeld in artikel 4 gebeurt uit de reserves voorzien voor de ten |
laste neming van de aanvullende vergoeding bij werkloosheid met | laste neming van de aanvullende vergoeding bij werkloosheid met |
bedrijfstoeslag. De terugbetaling van de dag bedoeld in artikel 3, § 2 | bedrijfstoeslag. De terugbetaling van de dag bedoeld in artikel 3, § 2 |
gebeurt uit de reserves voorzien voor de vorming. De sociale partners | gebeurt uit de reserves voorzien voor de vorming. De sociale partners |
gaan er van uit dat via dit initiatief het systeem van werkloosheid | gaan er van uit dat via dit initiatief het systeem van werkloosheid |
met bedrijfstoeslag in de toekomst minder zal toegepast worden in de | met bedrijfstoeslag in de toekomst minder zal toegepast worden in de |
tuinbouwsector. | tuinbouwsector. |
De dagen die in toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst | De dagen die in toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst |
worden opgenomen, moeten hetzij op de maandelijkse loon brief dan wel | worden opgenomen, moeten hetzij op de maandelijkse loon brief dan wel |
op de DmfA-aangifte duidelijk kunnen herkend worden. In dit verband | op de DmfA-aangifte duidelijk kunnen herkend worden. In dit verband |
wordt verwezen naar de praktische voorschriften zoals bedoeld in | wordt verwezen naar de praktische voorschriften zoals bedoeld in |
artikel 7 van deze collectieve arbeidsovereenkomst. | artikel 7 van deze collectieve arbeidsovereenkomst. |
Art. 7.De raad van bestuur van het "Waarborg- en Sociaal Fonds voor |
Art. 7.De raad van bestuur van het "Waarborg- en Sociaal Fonds voor |
het tuinbouwbedrijf" dan wel de raad van bestuur van het "Sociaal | het tuinbouwbedrijf" dan wel de raad van bestuur van het "Sociaal |
Fonds voor de inplanting en het onderhoud van parken en tuinen" | Fonds voor de inplanting en het onderhoud van parken en tuinen" |
bepalen de concrete voorwaarden en de te volgen procedure voor wat de | bepalen de concrete voorwaarden en de te volgen procedure voor wat de |
terugbetaling van de loonkost aan de werkgever betreft zoals bedoeld | terugbetaling van de loonkost aan de werkgever betreft zoals bedoeld |
in artikel 6 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst. | in artikel 6 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst. |
Art. 8.Met uitzondering van de bepaling in artikel 3, § 2 die geldt |
Art. 8.Met uitzondering van de bepaling in artikel 3, § 2 die geldt |
voor een bepaalde duur van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2025, | voor een bepaalde duur van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2025, |
is de onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst gesloten voor een | is de onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst gesloten voor een |
onbepaalde duur. Zij treedt inwerking op 1 januari 2024. | onbepaalde duur. Zij treedt inwerking op 1 januari 2024. |
Elk van de contracterende partijen kan ze opzeggen mits een | Elk van de contracterende partijen kan ze opzeggen mits een |
opzeggingstermijn van drie maanden, te betekenen bij een ter post | opzeggingstermijn van drie maanden, te betekenen bij een ter post |
aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité | aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité |
voor het tuinbouwbedrijf. | voor het tuinbouwbedrijf. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 1 september | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 1 september |
2024. | 2024. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
P.-Y. DERMAGNE | P.-Y. DERMAGNE |