Koninklijk besluit tot bepaling van de contractuele voorwaarden en het geldelijk statuut van de leden van het Directiecomité van het Bureau voor Normalisatie | Koninklijk besluit tot bepaling van de contractuele voorwaarden en het geldelijk statuut van de leden van het Directiecomité van het Bureau voor Normalisatie |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE | FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE |
31 JANUARI 2006. - Koninklijk besluit tot bepaling van de contractuele | 31 JANUARI 2006. - Koninklijk besluit tot bepaling van de contractuele |
voorwaarden en het geldelijk statuut van de leden van het | voorwaarden en het geldelijk statuut van de leden van het |
Directiecomité van het Bureau voor Normalisatie | Directiecomité van het Bureau voor Normalisatie |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 3 april 2003 betreffende de normalisatie, | Gelet op de wet van 3 april 2003 betreffende de normalisatie, |
inzonderheid op artikel 15; | inzonderheid op artikel 15; |
Gelet op de adviezen van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 15 | Gelet op de adviezen van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 15 |
oktober 2004 en 3 maart 2005; | oktober 2004 en 3 maart 2005; |
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, van 12 | Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, van 12 |
mei 2005; | mei 2005; |
Gelet op het protocol nr. 89 van 5 oktober 2005 van sectorcomité IV « | Gelet op het protocol nr. 89 van 5 oktober 2005 van sectorcomité IV « |
Economische Zaken »; | Economische Zaken »; |
Gelet op het advies 39.506/1 van de Raad van State, gegeven op 15 | Gelet op het advies 39.506/1 van de Raad van State, gegeven op 15 |
december 2005, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van | december 2005, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van |
de gecoördineerde wetten op de Raad van State; | de gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
Op de voordracht van Onze Minister van Economie en op het advies van | Op de voordracht van Onze Minister van Economie en op het advies van |
Onze in Raad vergaderde Ministers, | Onze in Raad vergaderde Ministers, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.De rechten en de verplichtingen van ieder lid van het |
Artikel 1.De rechten en de verplichtingen van ieder lid van het |
Directiecomité worden geregeld in een individuele overeenkomst | Directiecomité worden geregeld in een individuele overeenkomst |
gesloten met de Minister bevoegd voor Economie. | gesloten met de Minister bevoegd voor Economie. |
Art. 2.De overeenkomst bedoeld in artikel 1 is een overeenkomst van |
Art. 2.De overeenkomst bedoeld in artikel 1 is een overeenkomst van |
bepaalde duur onderworpen aan de bepalingen van de wet van 3 juli 1978 | bepaalde duur onderworpen aan de bepalingen van de wet van 3 juli 1978 |
betreffende de arbeidsovereenkomsten. | betreffende de arbeidsovereenkomsten. |
Art. 3.De Voorzitter van het Directiecomité geniet het voordeel van |
Art. 3.De Voorzitter van het Directiecomité geniet het voordeel van |
de weddeschaal A52 bedoeld in bijlage 3 bij het koninklijk besluit van | de weddeschaal A52 bedoeld in bijlage 3 bij het koninklijk besluit van |
4 augustus 2004 betreffende de loopbaan van niveau A van het | 4 augustus 2004 betreffende de loopbaan van niveau A van het |
Rijkspersoneel, met een geldelijke anciënniteit van minimum12 jaar. | Rijkspersoneel, met een geldelijke anciënniteit van minimum12 jaar. |
De andere leden van het Directiecomité genieten het voordeel van de | De andere leden van het Directiecomité genieten het voordeel van de |
weddeschaal A42 bedoeld in bijlage 3 bij het voornoemde koninklijk | weddeschaal A42 bedoeld in bijlage 3 bij het voornoemde koninklijk |
besluit, met een geldelijke anciënniteit van minimum12 jaar. | besluit, met een geldelijke anciënniteit van minimum12 jaar. |
De anciënniteit, verkregen overeenkomstig artikel 14 van het | De anciënniteit, verkregen overeenkomstig artikel 14 van het |
koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende bezoldigingsregeling van | koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende bezoldigingsregeling van |
het personeel van de federale overheidsdiensten en die 12 jaar | het personeel van de federale overheidsdiensten en die 12 jaar |
overstijgt, komt in aanmerking voor het toekennen van | overstijgt, komt in aanmerking voor het toekennen van |
weddenverhogingen. | weddenverhogingen. |
Art. 4.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Art. 4.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. | Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. |
Art. 5.Onze Minister van Economie is belast met de uitvoering van dit |
Art. 5.Onze Minister van Economie is belast met de uitvoering van dit |
besluit. | besluit. |
Gegeven te Brussel, 31 januari 2006. | Gegeven te Brussel, 31 januari 2006. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Economie, | De Minister van Economie, |
M. VERWILGHEN | M. VERWILGHEN |