Koninklijk besluit betreffende de samenstelling en de werking van de cellen van regeringscommissarissen en betreffende het personeel van de ministeries aangewezen om van de cel van een regeringscommissaris deel uit te maken | Koninklijk besluit betreffende de samenstelling en de werking van de cellen van regeringscommissarissen en betreffende het personeel van de ministeries aangewezen om van de cel van een regeringscommissaris deel uit te maken |
---|---|
DIENSTEN VAN DE EERSTE MINISTER | DIENSTEN VAN DE EERSTE MINISTER |
29 MEI 2000. - Koninklijk besluit betreffende de samenstelling en de | 29 MEI 2000. - Koninklijk besluit betreffende de samenstelling en de |
werking van de cellen van regeringscommissarissen en betreffende het | werking van de cellen van regeringscommissarissen en betreffende het |
personeel van de ministeries aangewezen om van de cel van een | personeel van de ministeries aangewezen om van de cel van een |
regeringscommissaris deel uit te maken | regeringscommissaris deel uit te maken |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de artikelen 37 en 107, tweede lid, van de Grondwet; | Gelet op de artikelen 37 en 107, tweede lid, van de Grondwet; |
Gelet op het advies van de inspecteur van financiën, gegeven op 2 mei | Gelet op het advies van de inspecteur van financiën, gegeven op 2 mei |
2000; | 2000; |
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 16 mei | Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 16 mei |
2000; | 2000; |
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Ambtenarenzaken van | Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Ambtenarenzaken van |
15 mei 2000; | 15 mei 2000; |
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari | Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari |
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli | 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli |
1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; | 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; |
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; | Gelet op de dringende noodzakelijkheid; |
Overwegende dat het Rekenhof heeft gevraagd klaarheid te scheppen in | Overwegende dat het Rekenhof heeft gevraagd klaarheid te scheppen in |
het statuut van de medewerkers van de regeringscommissarissen en in de | het statuut van de medewerkers van de regeringscommissarissen en in de |
samenstelling en de werking van de cellen van deze laatsten; | samenstelling en de werking van de cellen van deze laatsten; |
Overwegende dat daarom zo snel mogelijk een organiek besluit wordt | Overwegende dat daarom zo snel mogelijk een organiek besluit wordt |
opgesteld waarin duidelijk wordt aangegeven in welke mate het | opgesteld waarin duidelijk wordt aangegeven in welke mate het |
koninklijk besluit van 4 mei 1999 betreffende de samenstelling en de | koninklijk besluit van 4 mei 1999 betreffende de samenstelling en de |
werking van de federale ministeriële kabinetten en betreffende het | werking van de federale ministeriële kabinetten en betreffende het |
personeel van de ministeries aangewezen om van het kabinet van een lid | personeel van de ministeries aangewezen om van het kabinet van een lid |
van een Regering of van een College van een Gemeenschap of een Gewest | van een Regering of van een College van een Gemeenschap of een Gewest |
deel uit te maken, al dan niet op de cellen van toepassing is; | deel uit te maken, al dan niet op de cellen van toepassing is; |
Overwegende dat het aangewezen is een afzonderlijk besluit uit te | Overwegende dat het aangewezen is een afzonderlijk besluit uit te |
werken, eerder dan een wijziging aan het voornoemd koninklijk besluit | werken, eerder dan een wijziging aan het voornoemd koninklijk besluit |
van 4 mei 1999, gezien het bijzonder statuut van de | van 4 mei 1999, gezien het bijzonder statuut van de |
regeringscommissarissen, die immers noch minister, noch | regeringscommissarissen, die immers noch minister, noch |
staatssecretaris zijn en derhalve ook niet over een kabinet kunnen | staatssecretaris zijn en derhalve ook niet over een kabinet kunnen |
beschikken, waarbij echter wel een aantal bepalingen inzake het | beschikken, waarbij echter wel een aantal bepalingen inzake het |
statuut van kabinetsleden op de medewerkers van de | statuut van kabinetsleden op de medewerkers van de |
regeringscommissarissen van toepassing moeten verklaard worden; | regeringscommissarissen van toepassing moeten verklaard worden; |
Op de voordracht van Onze Eerste Minister en op het advies van Onze in | Op de voordracht van Onze Eerste Minister en op het advies van Onze in |
Raad vergaderde Ministers, | Raad vergaderde Ministers, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit verstaat men onder « |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit verstaat men onder « |
regeringscommissaris » : de regeringscommissarissen benoemd bij de | regeringscommissaris » : de regeringscommissarissen benoemd bij de |
koninklijke besluiten van 20 en 22 juli 1999 en 8 april 2000. | koninklijke besluiten van 20 en 22 juli 1999 en 8 april 2000. |
Art. 2.De cel van een regeringscommissaris mag slechts uit 4 leden |
Art. 2.De cel van een regeringscommissaris mag slechts uit 4 leden |
bestaan, te weten : | bestaan, te weten : |
- een kabinetschef; | - een kabinetschef; |
- een adjunct-kabinetschef; | - een adjunct-kabinetschef; |
- een adviseur of opdrachthouder; | - een adviseur of opdrachthouder; |
- een attaché. | - een attaché. |
Slechts met toestemming van de Eerste Minister kan de verdeling van de | Slechts met toestemming van de Eerste Minister kan de verdeling van de |
functies in dit kader gewijzigd worden zonder evenwel het totaal | functies in dit kader gewijzigd worden zonder evenwel het totaal |
aantal van 4 leden te overschrijden. | aantal van 4 leden te overschrijden. |
Art. 3.De kabinetschef en de adjunct-kabinetschef worden door de |
Art. 3.De kabinetschef en de adjunct-kabinetschef worden door de |
Koning benoemd en ontslagen, op voordracht van de minister aan wie de | Koning benoemd en ontslagen, op voordracht van de minister aan wie de |
regeringscommissaris is toegevoegd. Behoudens afwijking toegestaan | regeringscommissaris is toegevoegd. Behoudens afwijking toegestaan |
door de Eerste Minister, mogen zij niet tot dezelfde taalrol behoren. | door de Eerste Minister, mogen zij niet tot dezelfde taalrol behoren. |
De andere leden van het kabinet worden door de minister aan wie de | De andere leden van het kabinet worden door de minister aan wie de |
regeringscommissaris is toegevoegd, benoemd en ontslagen. | regeringscommissaris is toegevoegd, benoemd en ontslagen. |
Art. 4.Het aantal uitvoerende personeelsleden is beperkt tot 11. Ze |
Art. 4.Het aantal uitvoerende personeelsleden is beperkt tot 11. Ze |
worden door de minister aan wie de regeringscommissaris is toegevoegd, | worden door de minister aan wie de regeringscommissaris is toegevoegd, |
benoemd en ontslagen. | benoemd en ontslagen. |
Binnen het toegestane kader van 11 uitvoerende personeelsleden is het | Binnen het toegestane kader van 11 uitvoerende personeelsleden is het |
aantal autobestuurders beperkt tot 2. | aantal autobestuurders beperkt tot 2. |
Art. 5.Buiten het toegestane kader mag elke cel beschikken over : |
Art. 5.Buiten het toegestane kader mag elke cel beschikken over : |
- één voltijds equivalent expert, waarvan de bezoldiging beperkt wordt | - één voltijds equivalent expert, waarvan de bezoldiging beperkt wordt |
tot die van een adviseur of een opdrachthouder; | tot die van een adviseur of een opdrachthouder; |
- andere experten, binnen de perken van daartoe toegekende budgettaire | - andere experten, binnen de perken van daartoe toegekende budgettaire |
middelen. | middelen. |
Deze experten worden aangewezen door de minister aan wie de | Deze experten worden aangewezen door de minister aan wie de |
regeringscommissaris is toegevoegd en hebben hetzelfde statuut als de | regeringscommissaris is toegevoegd en hebben hetzelfde statuut als de |
andere leden van de cel. | andere leden van de cel. |
Art. 6.De kabinetschef uitgezonderd, mag het totaal van de |
Art. 6.De kabinetschef uitgezonderd, mag het totaal van de |
machtigingen voor het gebruik van een persoonlijke wagen volgende | machtigingen voor het gebruik van een persoonlijke wagen volgende |
cijfers niet overschrijden : 9.000 km per jaar en per cel, en 6.000 km | cijfers niet overschrijden : 9.000 km per jaar en per cel, en 6.000 km |
per jaar en per rechthebbende. | per jaar en per rechthebbende. |
Art. 7.In geval van ontslag van de regeringcommissaris of van de |
Art. 7.In geval van ontslag van de regeringcommissaris of van de |
minister aan wie de regeringscommissaris is toegevoegd, kan de | minister aan wie de regeringscommissaris is toegevoegd, kan de |
betrokken minister een forfaitaire toelage wegens ontslag toekennen | betrokken minister een forfaitaire toelage wegens ontslag toekennen |
aan de personen die functies in de cel van de betrokken | aan de personen die functies in de cel van de betrokken |
regeringscommissaris hebben waargenomen volgens de voorwaarden van | regeringscommissaris hebben waargenomen volgens de voorwaarden van |
artikel 18 van het koninklijk besluit van 4 mei 1999 betreffende de | artikel 18 van het koninklijk besluit van 4 mei 1999 betreffende de |
samenstelling en de werking van de federale ministeriële kabinetten en | samenstelling en de werking van de federale ministeriële kabinetten en |
betreffende het personeel van de ministeries aangewezen om van het | betreffende het personeel van de ministeries aangewezen om van het |
kabinet van een lid van een Regering of van een College van een | kabinet van een lid van een Regering of van een College van een |
Gemeenschap of een Gewest deel uit te maken. | Gemeenschap of een Gewest deel uit te maken. |
Art. 8.De artikelen 5, tweede lid, 6, eerste lid, 7, 8, 12, 13, 14, |
Art. 8.De artikelen 5, tweede lid, 6, eerste lid, 7, 8, 12, 13, 14, |
met uitzondering van § 4, laatste lid, 15, 16, 17, 20 en 21 van | met uitzondering van § 4, laatste lid, 15, 16, 17, 20 en 21 van |
hetzelfde besluit, zijn van toepassing op de cellen van | hetzelfde besluit, zijn van toepassing op de cellen van |
regeringscommissarissen. | regeringscommissarissen. |
Art. 9.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 20 juli 1999. |
Art. 9.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 20 juli 1999. |
Art. 10.Onze Eerste Minister en Onze Ministers zijn, ieder wat hem |
Art. 10.Onze Eerste Minister en Onze Ministers zijn, ieder wat hem |
betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. | betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 29 mei 2000. | Gegeven te Brussel, 29 mei 2000. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Eerste Minister, | De Eerste Minister, |
G. VERHOFSTADT | G. VERHOFSTADT |