| Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 2000, gesloten in het Paritair Comité voor de papier- en kartonbewerking, betreffende de sociale voordelen | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 2000, gesloten in het Paritair Comité voor de papier- en kartonbewerking, betreffende de sociale voordelen |
|---|---|
| MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID | MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID |
| 27 NOVEMBER 2001. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend | 27 NOVEMBER 2001. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend |
| wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 2000, | wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 2000, |
| gesloten in het Paritair Comité voor de papier- en kartonbewerking, | gesloten in het Paritair Comité voor de papier- en kartonbewerking, |
| betreffende de sociale voordelen (1) | betreffende de sociale voordelen (1) |
| ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
| Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
| Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
| arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
| 28; | 28; |
| Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de papier- en | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de papier- en |
| kartonbewerking; | kartonbewerking; |
| Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, | Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, |
| Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
| overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 2000, gesloten | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 2000, gesloten |
| in het Paritair Comité voor de papier- en kartonbewerking, betreffende | in het Paritair Comité voor de papier- en kartonbewerking, betreffende |
| de sociale voordelen. | de sociale voordelen. |
Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering |
Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering |
| van dit besluit. | van dit besluit. |
| Gegeven te Brussel, 27 november 2001. | Gegeven te Brussel, 27 november 2001. |
| ALBERT | ALBERT |
| Van Koningswege : | Van Koningswege : |
| De Minister van Werkgelegenheid, | De Minister van Werkgelegenheid, |
| Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |
| _______ | _______ |
| Nota | Nota |
| (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
| Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
| Bijlage | Bijlage |
| Paritair Comité voor de papier- en kartonbewerking | Paritair Comité voor de papier- en kartonbewerking |
| Collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 2000 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 2000 |
| Sociale voordelen (Overeenkomst geregistreerd op 5 april 2000 onder | Sociale voordelen (Overeenkomst geregistreerd op 5 april 2000 onder |
| het nummer 54550/CO/136) | het nummer 54550/CO/136) |
| HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
| de werkgevers en op de arbeiders en arbeidsters die tewerkgesteld zijn | de werkgevers en op de arbeiders en arbeidsters die tewerkgesteld zijn |
| in de ondernemingen welke onder de bevoegdheid van het Paritair Comité | in de ondernemingen welke onder de bevoegdheid van het Paritair Comité |
| voor de papier- en kartonbewerking ressorteren. | voor de papier- en kartonbewerking ressorteren. |
| HOOFDSTUK II. - Sociale voordelen | HOOFDSTUK II. - Sociale voordelen |
Art. 2.In uitvoering van de bepalingen van artikel 2 van de statuten, |
Art. 2.In uitvoering van de bepalingen van artikel 2 van de statuten, |
| vastgesteld bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 december | vastgesteld bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 december |
| 1988, gesloten in het Paritair Comité voor de papier- en | 1988, gesloten in het Paritair Comité voor de papier- en |
| kartonbewerking betreffende de coördinatie van de statuten van het « | kartonbewerking betreffende de coördinatie van de statuten van het « |
| Fonds voor bestaanszekerheid voor de papier- en kartonbewerking », | Fonds voor bestaanszekerheid voor de papier- en kartonbewerking », |
| algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 25 mei 1989, | algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 25 mei 1989, |
| worden aan de in artikel 1 van voormelde statuten bedoelde arbeiders | worden aan de in artikel 1 van voormelde statuten bedoelde arbeiders |
| en arbeidsters, sociale voordelen toegekend ten laste van voormeld | en arbeidsters, sociale voordelen toegekend ten laste van voormeld |
| fonds. | fonds. |
| De sociale voordelen zijn de volgende : | De sociale voordelen zijn de volgende : |
| 1. een syndicale premie; | 1. een syndicale premie; |
| 2. een éénmalige premie bij op pensioenstelling, overlijden of | 2. een éénmalige premie bij op pensioenstelling, overlijden of |
| huwelijk. | huwelijk. |
| HOOFDSTUK III. - Syndicale premie | HOOFDSTUK III. - Syndicale premie |
Art. 3.Het totaal jaarlijks bedrag van de jaarlijkse premie wordt |
Art. 3.Het totaal jaarlijks bedrag van de jaarlijkse premie wordt |
| toegekend aan de rechthebbenden die op 30 juni van de referteperiode | toegekend aan de rechthebbenden die op 30 juni van de referteperiode |
| gaande van 1 juli tot 30 juni van het volgende jaar terzelfdertijd, en | gaande van 1 juli tot 30 juni van het volgende jaar terzelfdertijd, en |
| dit gedurende ten minste 12 maanden : | dit gedurende ten minste 12 maanden : |
| a) lid zijn van één van de representatieve interprofessionele | a) lid zijn van één van de representatieve interprofessionele |
| werknemersorganisaties; | werknemersorganisaties; |
| b) krachtens een arbeidsovereenkomst voor arbeiders of door | b) krachtens een arbeidsovereenkomst voor arbeiders of door |
| uitbetaling van brugpensioen verbonden zijn met een in artikel 1 | uitbetaling van brugpensioen verbonden zijn met een in artikel 1 |
| bedoelde onderneming. | bedoelde onderneming. |
Art. 4.Aan de rechthebbenden die in de referentieperiode gedurende |
Art. 4.Aan de rechthebbenden die in de referentieperiode gedurende |
| minder dan 12 maanden voldoen aan de in artikel 3, a) en b) vermelde | minder dan 12 maanden voldoen aan de in artikel 3, a) en b) vermelde |
| voorwaarden, wordt de jaarlijkse premie verleend op basis van 1/12e | voorwaarden, wordt de jaarlijkse premie verleend op basis van 1/12e |
| van het totaal jaarlijks bedrag, voor iedere maand of breuk van een | van het totaal jaarlijks bedrag, voor iedere maand of breuk van een |
| maand tijdens welke zij voldoen aan de bedoelde voorwaarden. | maand tijdens welke zij voldoen aan de bedoelde voorwaarden. |
| De tijdens de referentieperiode gepensioneerde rechthebbenden, alsmede | De tijdens de referentieperiode gepensioneerde rechthebbenden, alsmede |
| de echtgenoot of echtgenote van een tijdens de referentieperiode | de echtgenoot of echtgenote van een tijdens de referentieperiode |
| overleden rechthebbende genieten de jaarlijkse premie onder dezelfde | overleden rechthebbende genieten de jaarlijkse premie onder dezelfde |
| voorwaarden. | voorwaarden. |
Art. 5.Het bedrag van de jaarlijkse premie wordt als volgt |
Art. 5.Het bedrag van de jaarlijkse premie wordt als volgt |
| vastgesteld : | vastgesteld : |
| Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Art. 6.Elk jaar, uiterlijk op 1 oktober, stelt het Fonds voor |
Art. 6.Elk jaar, uiterlijk op 1 oktober, stelt het Fonds voor |
| bestaanszekerheid voor de papier- en kartonbewerking de in artikel 1 | bestaanszekerheid voor de papier- en kartonbewerking de in artikel 1 |
| bedoelde werkgevers in het bezit van de nodige attesten van | bedoelde werkgevers in het bezit van de nodige attesten van |
| tewerkstelling. | tewerkstelling. |
| Deze attesten worden door de werkgevers ingevuld op naam van elk lid | Deze attesten worden door de werkgevers ingevuld op naam van elk lid |
| van hun arbeiderspersoneel dat tijdens de referteperiode in het | van hun arbeiderspersoneel dat tijdens de referteperiode in het |
| personeelsregister werd ingeschreven. Uiterlijk op 15 november volgend | personeelsregister werd ingeschreven. Uiterlijk op 15 november volgend |
| op de referentieperiode worden de attesten door de werkgevers | op de referentieperiode worden de attesten door de werkgevers |
| individueel aan hun arbeiders en arbeidsters uitgereikt. | individueel aan hun arbeiders en arbeidsters uitgereikt. |
| HOOFDSTUK IV. - Eenmalige premie | HOOFDSTUK IV. - Eenmalige premie |
Art. 7.De arbeiders en arbeidsters, tewerkgesteld in een in artikel 1 |
Art. 7.De arbeiders en arbeidsters, tewerkgesteld in een in artikel 1 |
| bedoelde onderneming hebben recht op een éénmalige premie, wanneer zij | bedoelde onderneming hebben recht op een éénmalige premie, wanneer zij |
| met pensioen gaan. Deze premie bedraagt : | met pensioen gaan. Deze premie bedraagt : |
| a) 360 BEF in 1999 en 430 BEF vanaf 1 januari 2000 per jaar | a) 360 BEF in 1999 en 430 BEF vanaf 1 januari 2000 per jaar |
| aansluiting bij één van de representatieve interprofessionele | aansluiting bij één van de representatieve interprofessionele |
| werknemersorganisaties, met dien verstande dat de aansluiting tussen 1 | werknemersorganisaties, met dien verstande dat de aansluiting tussen 1 |
| januari en 30 juni van een jaar wordt gerekend vanaf 1 januari van | januari en 30 juni van een jaar wordt gerekend vanaf 1 januari van |
| hetzelfde jaar en de aansluiting tussen 1 juli en 31 december van een | hetzelfde jaar en de aansluiting tussen 1 juli en 31 december van een |
| jaar wordt gerekend vanaf 1 januari van het daaropvolgende jaar; | jaar wordt gerekend vanaf 1 januari van het daaropvolgende jaar; |
| b) 75 BEF in 1999 en 90 BEF vanaf 1 januari 2000 per jaar | b) 75 BEF in 1999 en 90 BEF vanaf 1 januari 2000 per jaar |
| tewerkstelling in een onderneming bedoeld in artikel 1, met dien | tewerkstelling in een onderneming bedoeld in artikel 1, met dien |
| verstande dat de aanwerving tussen 1 januari en 30 juni van een jaar | verstande dat de aanwerving tussen 1 januari en 30 juni van een jaar |
| wordt gerekend vanaf 1 januari van hetzelfde jaar en de aanwerving | wordt gerekend vanaf 1 januari van hetzelfde jaar en de aanwerving |
| tussen 1 juli en 31 december van een jaar wordt gerekend vanaf 1 | tussen 1 juli en 31 december van een jaar wordt gerekend vanaf 1 |
| januari van het daaropvolgend jaar; | januari van het daaropvolgend jaar; |
| c) het jaar van op pensioenstelling wordt als een volledig jaar | c) het jaar van op pensioenstelling wordt als een volledig jaar |
| aanzien; | aanzien; |
| d) deze éénmalige premie bedraagt maximum 10 000 BEF in 1999 en 12 000 | d) deze éénmalige premie bedraagt maximum 10 000 BEF in 1999 en 12 000 |
| BEF vanaf 1 januari 2000. | BEF vanaf 1 januari 2000. |
Art. 8.In geval van overlijden wordt de in artikel 7 bedoelde |
Art. 8.In geval van overlijden wordt de in artikel 7 bedoelde |
| éénmalige premie uitbetaald aan de persoon die de begrafeniskosten | éénmalige premie uitbetaald aan de persoon die de begrafeniskosten |
| heeft gedragen. | heeft gedragen. |
Art. 9.De arbeiders en arbeidsters die tenminste sedert 6 maanden |
Art. 9.De arbeiders en arbeidsters die tenminste sedert 6 maanden |
| zijn tewerkgesteld in een in artikel 1 bedoelde onderneming hebben bij | zijn tewerkgesteld in een in artikel 1 bedoelde onderneming hebben bij |
| huwelijk, recht op een éénmalige premie van 300 BEF in 1999 en van 360 | huwelijk, recht op een éénmalige premie van 300 BEF in 1999 en van 360 |
| BEF vanaf 1 januari 2000 per jaar aansluiting bij één van de | BEF vanaf 1 januari 2000 per jaar aansluiting bij één van de |
| representatieve interprofessionele werknemersorganisaties. Deze premie | representatieve interprofessionele werknemersorganisaties. Deze premie |
| bedraagt in 1999 maximum 1 500 BEF en vanaf 1 januari 2000 maximum 1 | bedraagt in 1999 maximum 1 500 BEF en vanaf 1 januari 2000 maximum 1 |
| 800 BEF. | 800 BEF. |
Art. 10.De éénmalige premies bedoeld in de artikelen 7 tot en met 9 |
Art. 10.De éénmalige premies bedoeld in de artikelen 7 tot en met 9 |
| worden uitbetaald mits indienen van een volledig dossier waaruit de | worden uitbetaald mits indienen van een volledig dossier waaruit de |
| rechten van de rechthebbende of zijn erfgenamen blijken. | rechten van de rechthebbende of zijn erfgenamen blijken. |
| De dossiers moeten worden gevalideerd door een vertegenwoordiger van | De dossiers moeten worden gevalideerd door een vertegenwoordiger van |
| tenminste 2 werknemersorganisaties welke zetelen in het Paritair | tenminste 2 werknemersorganisaties welke zetelen in het Paritair |
| Comité voor de papier- en kartonbewerking. | Comité voor de papier- en kartonbewerking. |
| HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen |
Art. 11.De bruggepensioneerden die recht hebben op een vergoeding |
Art. 11.De bruggepensioneerden die recht hebben op een vergoeding |
| brugpensioen ten laste van een in artikel 1 bedoelde werkgever worden | brugpensioen ten laste van een in artikel 1 bedoelde werkgever worden |
| voor de toekenning van de sociale voordelen voorzien in artikel 2 met | voor de toekenning van de sociale voordelen voorzien in artikel 2 met |
| de arbeiders en arbeidsters bedoeld in artikel 1 gelijkgesteld. | de arbeiders en arbeidsters bedoeld in artikel 1 gelijkgesteld. |
Art. 12.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met |
Art. 12.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met |
| ingang van 1 januari 1999 en is gesloten voor onbepaalde duur. Zij kan | ingang van 1 januari 1999 en is gesloten voor onbepaalde duur. Zij kan |
| worden opgezegd door één der partijen, met een opzegging van zes | worden opgezegd door één der partijen, met een opzegging van zes |
| maanden, betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de | maanden, betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de |
| voorzitter en aan de organisaties vertegenwoordigd in het Paritair | voorzitter en aan de organisaties vertegenwoordigd in het Paritair |
| Comité voor de papier- en kartonbewerking. | Comité voor de papier- en kartonbewerking. |
Art. 13.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vernietigt en vervangt |
Art. 13.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vernietigt en vervangt |
| de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 november 1982 betreffende | de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 november 1982 betreffende |
| sociale voordelen, algemeen verbindend verklaard door het koninklijk | sociale voordelen, algemeen verbindend verklaard door het koninklijk |
| besluit van 6 juli 1983. | besluit van 6 juli 1983. |
| Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 27 november | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 27 november |
| 2001. | 2001. |
| De Minister van Werkgelegenheid, | De Minister van Werkgelegenheid, |
| Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |