Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 en 20 mei 1999, gesloten in het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 november 1990, betreffende het collectief contract | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 en 20 mei 1999, gesloten in het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 november 1990, betreffende het collectief contract |
---|---|
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID | MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID |
27 NOVEMBER 2001. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend | 27 NOVEMBER 2001. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend |
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 en 20 mei | wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 en 20 mei |
1999, gesloten in het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische | 1999, gesloten in het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische |
kunst- en dagbladbedrijf, tot wijziging van de collectieve | kunst- en dagbladbedrijf, tot wijziging van de collectieve |
arbeidsovereenkomst van 30 november 1990, betreffende het collectief | arbeidsovereenkomst van 30 november 1990, betreffende het collectief |
contract (1) | contract (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 november 1990, | Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 november 1990, |
gesloten in het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- | gesloten in het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- |
en dagbladbedrijf, betreffende het collectief contract, algemeen | en dagbladbedrijf, betreffende het collectief contract, algemeen |
verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 14 september 1992, | verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 14 september 1992, |
inzonderheid op artikelen 15, 17 gewijzigd door de collectieve | inzonderheid op artikelen 15, 17 gewijzigd door de collectieve |
arbeidsovereenkomst van 17 en 29 april 1997, algemeen verbindend | arbeidsovereenkomst van 17 en 29 april 1997, algemeen verbindend |
verklaard bij koninklijk besluit van 9 januari 2000, en de artikelen | verklaard bij koninklijk besluit van 9 januari 2000, en de artikelen |
19, 29, 29bis, 30 en 31; | 19, 29, 29bis, 30 en 31; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het drukkerij-, | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het drukkerij-, |
grafische kunst- en dagbladbedrijf; | grafische kunst- en dagbladbedrijf; |
Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, | Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 10 en 20 mei 1999, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 10 en 20 mei 1999, |
gesloten in het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- | gesloten in het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- |
en dagbladbedrijf, tot wijziging van de collectieve | en dagbladbedrijf, tot wijziging van de collectieve |
arbeidsovereenkomst van 30 november 1990, betreffende het collectief | arbeidsovereenkomst van 30 november 1990, betreffende het collectief |
contract. | contract. |
Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering |
Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering |
van dit besluit. | van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 27 november 2001. | Gegeven te Brussel, 27 november 2001. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werkgelegenheid, | De Minister van Werkgelegenheid, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Koninklijk besluit van 14 september 1992, Belgisch Staatsblad van 9 | Koninklijk besluit van 14 september 1992, Belgisch Staatsblad van 9 |
oktober 1992. | oktober 1992. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en | Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en |
dagbladbedrijf | dagbladbedrijf |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 10 en 20 mei 1999 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 10 en 20 mei 1999 |
Wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 november 1990 | Wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 november 1990 |
betreffende het collectief contract (Overeenkomst geregistreerd op 9 | betreffende het collectief contract (Overeenkomst geregistreerd op 9 |
juli 1999 onder het nummer 51345/CO/130) | juli 1999 onder het nummer 51345/CO/130) |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst regelt de |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst regelt de |
arbeidsvoorwaarden van de werknemers en werkneemsters die één of | arbeidsvoorwaarden van de werknemers en werkneemsters die één of |
meerdere functies uitoefenen omschreven in de collectieve | meerdere functies uitoefenen omschreven in de collectieve |
arbeidsovereenkomst van 14 mei 1980, gesloten in het Paritair Comité | arbeidsovereenkomst van 14 mei 1980, gesloten in het Paritair Comité |
voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf, tot | voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf, tot |
vaststelling van de arbeidsvoorwaarden, algemeen verbindend verklaard | vaststelling van de arbeidsvoorwaarden, algemeen verbindend verklaard |
bij koninklijk besluit van 30 januari 1981 (Belgisch Staatsblad van 24 | bij koninklijk besluit van 30 januari 1981 (Belgisch Staatsblad van 24 |
maart 1981), en zulks in al de bedrijven die één of meerdere van deze | maart 1981), en zulks in al de bedrijven die één of meerdere van deze |
activiteiten uitoefenen. | activiteiten uitoefenen. |
Art. 2.Artikel 15 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 |
Art. 2.Artikel 15 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 |
november 1990, gesloten in het Paritair Comité voor het drukkerij-, | november 1990, gesloten in het Paritair Comité voor het drukkerij-, |
grafische kunst- en dagbladbedrijf, betreffende het collectief | grafische kunst- en dagbladbedrijf, betreffende het collectief |
contract, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 14 | contract, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 14 |
september 1992, gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst van | september 1992, gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst van |
17 en 29 april 1997, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk | 17 en 29 april 1997, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk |
besluit van 9 januari 2000, wordt vervangen door de volgende bepaling | besluit van 9 januari 2000, wordt vervangen door de volgende bepaling |
: | : |
« Art. 15.Bij gebrek aan werk wegens economische oorzaken, mag de |
« Art. 15.Bij gebrek aan werk wegens economische oorzaken, mag de |
uitvoering van de individuele arbeidsovereenkomst, geschorst worden op | uitvoering van de individuele arbeidsovereenkomst, geschorst worden op |
voorwaarde dat de schorsing ingaat op de eerste werkdag van de week en | voorwaarde dat de schorsing ingaat op de eerste werkdag van de week en |
dat zij geldt voor een ononderbroken periode van volledige | dat zij geldt voor een ononderbroken periode van volledige |
werkloosheid van één of twee weken. | werkloosheid van één of twee weken. |
In afwijking van dit principe zijn twee systemen van tijdelijke | In afwijking van dit principe zijn twee systemen van tijdelijke |
werkloosheid toegelaten : | werkloosheid toegelaten : |
1. de werkgever opteert voor een systeem van terugroepen waarbij elke | 1. de werkgever opteert voor een systeem van terugroepen waarbij elke |
werknemer die economisch werkloos werd gesteld 2 maal per trimester | werknemer die economisch werkloos werd gesteld 2 maal per trimester |
kan worden teruggeroepen in de loop van een week werkloosheid. In dit | kan worden teruggeroepen in de loop van een week werkloosheid. In dit |
geval zal de werkgever de wedertewerkstelling waarborgen tot het einde | geval zal de werkgever de wedertewerkstelling waarborgen tot het einde |
van de lopende week; | van de lopende week; |
2. de werkgever opteert voor een systeem van instellen van tijdelijke | 2. de werkgever opteert voor een systeem van instellen van tijdelijke |
werkloosheid van maximaal 2 opeenvolgende weken, en dit in een cyclus | werkloosheid van maximaal 2 opeenvolgende weken, en dit in een cyclus |
van 3 weken, waarbij de derde week verplichtend een normale werkweek | van 3 weken, waarbij de derde week verplichtend een normale werkweek |
is. Gedurende deze periode van één of twee weken tijdelijke | is. Gedurende deze periode van één of twee weken tijdelijke |
werkloosheid zijn maximaal 5 dagen tijdelijke werkloosheid per | werkloosheid zijn maximaal 5 dagen tijdelijke werkloosheid per |
werknemer toegelaten. Deze werkloosheidsdagen moeten de twee | werknemer toegelaten. Deze werkloosheidsdagen moeten de twee |
opeenvolgende wekelijkse rustdagen voorafgaan of volgen. | opeenvolgende wekelijkse rustdagen voorafgaan of volgen. |
In geval van tijdelijke in werkloosheidsstelling in de loop van de | In geval van tijdelijke in werkloosheidsstelling in de loop van de |
week en in afwijking van artikel 2 van de collectieve | week en in afwijking van artikel 2 van de collectieve |
arbeidsovereenkomst van 3 november 1978, gesloten in het Paritair | arbeidsovereenkomst van 3 november 1978, gesloten in het Paritair |
Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf, tot | Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf, tot |
vaststelling van de wijzen van toekenning en uitbetaling van een | vaststelling van de wijzen van toekenning en uitbetaling van een |
aanvullende vergoeding voor werkloosheid, algemeen verbindend | aanvullende vergoeding voor werkloosheid, algemeen verbindend |
verklaard bij koninklijk besluit van 28 maart 1979, is de werkgever | verklaard bij koninklijk besluit van 28 maart 1979, is de werkgever |
voor elke werkloosheidsdag in die week, een vergoeding verschuldigd | voor elke werkloosheidsdag in die week, een vergoeding verschuldigd |
gelijk aan 1 uur van het brutoloon dat overeenstemt met het normaal | gelijk aan 1 uur van het brutoloon dat overeenstemt met het normaal |
arbeidsregime van de werknemer (dit wil zeggen met inbegrip van de | arbeidsregime van de werknemer (dit wil zeggen met inbegrip van de |
ploegpremies), vermeerderd met 250 BEF. Het totaal van de vergoedingen | ploegpremies), vermeerderd met 250 BEF. Het totaal van de vergoedingen |
(hierin begrepen de werkloosheidsvergoedingen) is naar boven toe | (hierin begrepen de werkloosheidsvergoedingen) is naar boven toe |
begrensd op het nettodagloon van de werknemer. | begrensd op het nettodagloon van de werknemer. |
In geval van tijdelijke werkloosheid worden alle werkloosheidsdagen | In geval van tijdelijke werkloosheid worden alle werkloosheidsdagen |
van die week gelijkgesteld voor de berekening van de eindejaarspremie, | van die week gelijkgesteld voor de berekening van de eindejaarspremie, |
en worden niet in mindering gebracht van de 40 dagen, voorzien in | en worden niet in mindering gebracht van de 40 dagen, voorzien in |
artikel 2 van voornoemd collectieve arbeidsovereenkomst van 3 november | artikel 2 van voornoemd collectieve arbeidsovereenkomst van 3 november |
1978. | 1978. |
De werknemers worden in kennis gesteld van het systeem van | De werknemers worden in kennis gesteld van het systeem van |
werkloosheid dat zal worden toegepast, de woensdag van de week die | werkloosheid dat zal worden toegepast, de woensdag van de week die |
voorafgaat aan elke week waar gedeeltelijke of volledige werkloosheid | voorafgaat aan elke week waar gedeeltelijke of volledige werkloosheid |
is voorzien. » | is voorzien. » |
Art. 3.Het artikel 17 van dezelfde collectieve arbeidsovereenkomst |
Art. 3.Het artikel 17 van dezelfde collectieve arbeidsovereenkomst |
van 30 november 1990, gewijzigd bij de collectieve arbeidsovereenkomst | van 30 november 1990, gewijzigd bij de collectieve arbeidsovereenkomst |
van 17 en 29 april 1997, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk | van 17 en 29 april 1997, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk |
besluit van 9 januari 2000, wordt vervangen door de volgende bepaling | besluit van 9 januari 2000, wordt vervangen door de volgende bepaling |
: | : |
« Art. 17.In afwijking op artikel 5, voorlaatste alinea, van de |
« Art. 17.In afwijking op artikel 5, voorlaatste alinea, van de |
collectieve arbeidsovereenkomst van 14 mei 1980, gesloten in het | collectieve arbeidsovereenkomst van 14 mei 1980, gesloten in het |
Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en | Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en |
dagbladbedrijf, tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden, algemeen | dagbladbedrijf, tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden, algemeen |
verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 30 januari 1981, is | verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 30 januari 1981, is |
het toegelaten om uitzendkrachten te werk te stellen om het hoofd te | het toegelaten om uitzendkrachten te werk te stellen om het hoofd te |
bieden aan buitengewone vermeerdering van werk en dit gedurende een | bieden aan buitengewone vermeerdering van werk en dit gedurende een |
periode van 4 weken maximaal (20 werkdagen) per jaar en per | periode van 4 weken maximaal (20 werkdagen) per jaar en per |
uitzendkracht. | uitzendkracht. |
Er kan worden afgeweken van de grens van 20 dagen voor uitzendkrachten | Er kan worden afgeweken van de grens van 20 dagen voor uitzendkrachten |
die werk uitvoeren behorend tot de loonklasse 1 tot en met 5 voor | die werk uitvoeren behorend tot de loonklasse 1 tot en met 5 voor |
zover er een geschreven akkoord bestaat, geldig voor maximum 3 | zover er een geschreven akkoord bestaat, geldig voor maximum 3 |
maanden, tussen de werkgever en de syndicale delegatie (verlengbaar | maanden, tussen de werkgever en de syndicale delegatie (verlengbaar |
per periode van 3 maanden). | per periode van 3 maanden). |
Er kan tevens worden afgeweken van deze grens van 20 dagen voor | Er kan tevens worden afgeweken van deze grens van 20 dagen voor |
uitzendkrachten die een functie uitoefenen behorend tot de loonklasse | uitzendkrachten die een functie uitoefenen behorend tot de loonklasse |
6 tot en met 20 voor zover het gaat over het opvangen van afwezigheid | 6 tot en met 20 voor zover het gaat over het opvangen van afwezigheid |
van een werknemer wegens ziekte of ongeval en voor zover er een | van een werknemer wegens ziekte of ongeval en voor zover er een |
geschreven akkoord bestaat, geldig voor maximum 3 maanden, tussen de | geschreven akkoord bestaat, geldig voor maximum 3 maanden, tussen de |
werkgever en de syndicale delegatie (verlengbaar per periode van 3 | werkgever en de syndicale delegatie (verlengbaar per periode van 3 |
maanden). | maanden). |
De ondernemingen, die beroep doen op deze afwijkingen moeten dit | De ondernemingen, die beroep doen op deze afwijkingen moeten dit |
melden aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het drukkerij-, | melden aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het drukkerij-, |
grafische kunst- en dagbladbedrijf. Bij ontstentenis van een | grafische kunst- en dagbladbedrijf. Bij ontstentenis van een |
vakbondsafvaardiging gebeurt deze melding door de onderneming aan de | vakbondsafvaardiging gebeurt deze melding door de onderneming aan de |
voorzitter van het voornoemd paritair comité, die op zijn beurt de | voorzitter van het voornoemd paritair comité, die op zijn beurt de |
sociale partners hiervan in kennis stelt bij de eerstvolgende | sociale partners hiervan in kennis stelt bij de eerstvolgende |
vergadering van het paritair comité. | vergadering van het paritair comité. |
De werkgever die een uitzendkracht tewerkstelt gedurende een periode | De werkgever die een uitzendkracht tewerkstelt gedurende een periode |
langer dan 30 dagen zal aan deze persoon voorrang verlenen bij | langer dan 30 dagen zal aan deze persoon voorrang verlenen bij |
aanwerving, indien een aangepaste functie vrij zou komen in de | aanwerving, indien een aangepaste functie vrij zou komen in de |
onderneming. | onderneming. |
De onderneming verbindt er zich toe dat het presteren van overuren | De onderneming verbindt er zich toe dat het presteren van overuren |
geen structureel element wordt van de arbeidstijdorganisatie. » | geen structureel element wordt van de arbeidstijdorganisatie. » |
Art. 4.Het artikel 19, punt 19 van dezelfde collectieve |
Art. 4.Het artikel 19, punt 19 van dezelfde collectieve |
arbeidsovereenkomst van 30 november 1990 wordt in de kolom I met de | arbeidsovereenkomst van 30 november 1990 wordt in de kolom I met de |
volgende tekst vervolledigd : | volgende tekst vervolledigd : |
« Art. 19.Punt 19, kolom I. De betaalde afwezigheidsdagen syndicale |
« Art. 19.Punt 19, kolom I. De betaalde afwezigheidsdagen syndicale |
vorming worden op ondernemingsniveau per vakbondsorganisatie | vorming worden op ondernemingsniveau per vakbondsorganisatie |
geglobaliseerd. Elke organisatie kan deze dagen klein verlet « | geglobaliseerd. Elke organisatie kan deze dagen klein verlet « |
syndicale vorming » vrijelijk over haar gemandateerden verdelen met | syndicale vorming » vrijelijk over haar gemandateerden verdelen met |
deze beperking dat elke gemandateerde maximaal over 8 dagen beschikt | deze beperking dat elke gemandateerde maximaal over 8 dagen beschikt |
voor een van zijn mandaten en 4 dagen voor de overige. » | voor een van zijn mandaten en 4 dagen voor de overige. » |
Art. 5.In dezelfde collectieve arbeidsovereenkomst van 30 november |
Art. 5.In dezelfde collectieve arbeidsovereenkomst van 30 november |
1990 wordt onder het hoofdstuk X « Algemene Bepalingen » een nieuw | 1990 wordt onder het hoofdstuk X « Algemene Bepalingen » een nieuw |
artikel 29 ingelast : | artikel 29 ingelast : |
« Art. 29.Conventionele opzeggingstermijn : |
« Art. 29.Conventionele opzeggingstermijn : |
- Voor de arbeiders(sters) die minder dan 6 maanden ononderbroken in | - Voor de arbeiders(sters) die minder dan 6 maanden ononderbroken in |
dienst zijn van eenzelfde onderneming, kan de werkgever zowel als de | dienst zijn van eenzelfde onderneming, kan de werkgever zowel als de |
werknemer beroep doen op artikel 60 van de wet van 3 juli 1978 | werknemer beroep doen op artikel 60 van de wet van 3 juli 1978 |
betreffende de arbeidsovereenkomsten. | betreffende de arbeidsovereenkomsten. |
- Vanaf 1 juni 1999 wordt de wettelijke opzegtermijn in geval van | - Vanaf 1 juni 1999 wordt de wettelijke opzegtermijn in geval van |
ontslag door de werkgever voor de werknemers met een leeftijd van | ontslag door de werkgever voor de werknemers met een leeftijd van |
minstens 45 jaar op datum van ontslag verlengd met 2 weken. | minstens 45 jaar op datum van ontslag verlengd met 2 weken. |
Voor de werknemers met een leeftijd van minstens 45 jaar en minstens | Voor de werknemers met een leeftijd van minstens 45 jaar en minstens |
20 jaar anciënniteit in het bedrijf wordt de wettelijke opzegtermijn | 20 jaar anciënniteit in het bedrijf wordt de wettelijke opzegtermijn |
in geval van ontslag door de werkgever verlengd met 4 weken. | in geval van ontslag door de werkgever verlengd met 4 weken. |
Deze 2 verlengingen zijn niet van toepassing op de werknemers die | Deze 2 verlengingen zijn niet van toepassing op de werknemers die |
ontslagen worden in het kader van op brugpensioenstelling op eigen | ontslagen worden in het kader van op brugpensioenstelling op eigen |
verzoek, noch op de bedrijven die erkend zijn als bedrijf in | verzoek, noch op de bedrijven die erkend zijn als bedrijf in |
moeilijkheden of in herstructurering. » | moeilijkheden of in herstructurering. » |
Art. 6.Artikel 29 van dezelfde collectieve arbeidsovereenkomst van 30 |
Art. 6.Artikel 29 van dezelfde collectieve arbeidsovereenkomst van 30 |
november 1990 wordt artikel 30. | november 1990 wordt artikel 30. |
Art. 7.Artikel 29bis van dezelfde collectieve arbeidsovereenkomst van |
Art. 7.Artikel 29bis van dezelfde collectieve arbeidsovereenkomst van |
30 november 1990 wordt geschrapt. | 30 november 1990 wordt geschrapt. |
Art. 8.Artikel 30 van dezelfde collectieve arbeidsovereenkomst van 30 |
Art. 8.Artikel 30 van dezelfde collectieve arbeidsovereenkomst van 30 |
november 1990 wordt artikel 31. | november 1990 wordt artikel 31. |
Art. 9.Artikel 31 van dezelfde collectieve arbeidsovereenkomst van 30 |
Art. 9.Artikel 31 van dezelfde collectieve arbeidsovereenkomst van 30 |
november 1990 wordt artikel 32. | november 1990 wordt artikel 32. |
Art. 10.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt van kracht op 1 |
Art. 10.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt van kracht op 1 |
januari 1999, behalve voor de bepalingen voorzien in artikel 5 die van | januari 1999, behalve voor de bepalingen voorzien in artikel 5 die van |
kracht worden op 1 juni 1999, en het artikel 2 dat in voege treedt op | kracht worden op 1 juni 1999, en het artikel 2 dat in voege treedt op |
1 mei 1999. Ze is gesloten voor onbepaalde tijd. | 1 mei 1999. Ze is gesloten voor onbepaalde tijd. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 27 november | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 27 november |
2001. | 2001. |
De Minister van Werkgelegenheid, | De Minister van Werkgelegenheid, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |