Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 25/06/2001
← Terug naar "Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 59 van de wet van 2 januari 2001 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, wat de maatregelen inzake vrijstelling van arbeidsprestaties en eindeloopbaan betreft "
Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 59 van de wet van 2 januari 2001 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, wat de maatregelen inzake vrijstelling van arbeidsprestaties en eindeloopbaan betreft Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 59 van de wet van 2 januari 2001 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, wat de maatregelen inzake vrijstelling van arbeidsprestaties en eindeloopbaan betreft
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU
25 JUNI 2001. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 59 van 25 JUNI 2001. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 59 van
de wet van 2 januari 2001 houdende sociale, budgettaire en andere de wet van 2 januari 2001 houdende sociale, budgettaire en andere
bepalingen, wat de maatregelen inzake vrijstelling van bepalingen, wat de maatregelen inzake vrijstelling van
arbeidsprestaties en eindeloopbaan betreft arbeidsprestaties en eindeloopbaan betreft
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 2 januari 2001 houdende sociale, budgettaire en Gelet op de wet van 2 januari 2001 houdende sociale, budgettaire en
andere bepalingen inzonderheid op artikel 59; andere bepalingen inzonderheid op artikel 59;
Gelet op het protocol nr. 120/2 van 28 november 2000 van het Gelet op het protocol nr. 120/2 van 28 november 2000 van het
Gemeenschappelijk Comité voor alle overheidsdiensten; Gemeenschappelijk Comité voor alle overheidsdiensten;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 17 mei Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 17 mei
2001; 2001;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 22 mei Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 22 mei
2001; 2001;
Gelet op artikel 15 van de wet van 25 april 1963 betreffende het Gelet op artikel 15 van de wet van 25 april 1963 betreffende het
beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en
sociale voorzorg; sociale voorzorg;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid, Gelet op de dringende noodzakelijkheid,
Gelet op het verzoek om spoedbehandeling gemotiveerd door het feit dat Gelet op het verzoek om spoedbehandeling gemotiveerd door het feit dat
de bepalingen van dit besluit, voor de werkgevers van de non-profit de bepalingen van dit besluit, voor de werkgevers van de non-profit
privé sector en desgevallend van de werkgevers van de openbare sector, privé sector en desgevallend van de werkgevers van de openbare sector,
in de plaats komen van de bepalingen die zijn voorzien in het in de plaats komen van de bepalingen die zijn voorzien in het
koninklijk besluit van 3 april 2001 tot uitvoering van artikel 59 van koninklijk besluit van 3 april 2001 tot uitvoering van artikel 59 van
de wet van 2 januari 2001 houdende sociale, budgettaire en andere de wet van 2 januari 2001 houdende sociale, budgettaire en andere
bepalingen, wat de maatregelen inzake vrijstelling van bepalingen, wat de maatregelen inzake vrijstelling van
arbeidsprestaties en eindeloopbaan betreft. De opmaak van een nieuw arbeidsprestaties en eindeloopbaan betreft. De opmaak van een nieuw
koninklijk besluit vindt zijn oorsprong in de toepassing van enerzijds koninklijk besluit vindt zijn oorsprong in de toepassing van enerzijds
de CAO nr. 35 gesloten op 27 februari 1981 in de Nationale de CAO nr. 35 gesloten op 27 februari 1981 in de Nationale
Arbeidsraad, betreffende sommige bepalingen van het arbeidsrecht ten Arbeidsraad, betreffende sommige bepalingen van het arbeidsrecht ten
aanzien van de deeltijdse arbeid en anderzijds van de Richtlijn van de aanzien van de deeltijdse arbeid en anderzijds van de Richtlijn van de
Raad betreffende de door de Unice, het CEEP en het EVV gesloten Raad betreffende de door de Unice, het CEEP en het EVV gesloten
raamovereenkomst inzake deeltijdarbeid (richtlijn 97/81/EG van 15 raamovereenkomst inzake deeltijdarbeid (richtlijn 97/81/EG van 15
december 1997). december 1997).
Deze nieuwe bepalingen moeten het mogelijk maken dat ten laatste op 15 Deze nieuwe bepalingen moeten het mogelijk maken dat ten laatste op 15
september 2001 een eerste voorlopige tegemoetkoming wordt betaald aan september 2001 een eerste voorlopige tegemoetkoming wordt betaald aan
de werkgevers dat betrekking heeft op de maatregelen inzake de werkgevers dat betrekking heeft op de maatregelen inzake
vrijstelling van arbeidsprestaties en eindeloopbaan. Opdat deze vrijstelling van arbeidsprestaties en eindeloopbaan. Opdat deze
voorlopige tegemoetkoming tegen die datum kan worden betaald, moeten voorlopige tegemoetkoming tegen die datum kan worden betaald, moeten
de betrokken werkgevers, uiterlijk op 15 juni 2001 kunnen beschikken de betrokken werkgevers, uiterlijk op 15 juni 2001 kunnen beschikken
over instructies die het hen mogelijk moet maken om tegen uiterlijk 30 over instructies die het hen mogelijk moet maken om tegen uiterlijk 30
juni 2001 een aanvraag om deze tegemoetkoming in te dienen bij het juni 2001 een aanvraag om deze tegemoetkoming in te dienen bij het
Rijksinstituut voor Ziekte- en invaliditeitsverzekering. Het Rijksinstituut voor Ziekte- en invaliditeitsverzekering. Het
respecteren van deze termijnen is van groot belang opdat de werkgevers respecteren van deze termijnen is van groot belang opdat de werkgevers
tijdig kunnen beschikken over de middelen die hen in de akkoorden tijdig kunnen beschikken over de middelen die hen in de akkoorden
toegezegd werden. toegezegd werden.
Gelet op het advies nr. 31.723/1 van de Raad van State, gegeven op 22 Gelet op het advies nr. 31.723/1 van de Raad van State, gegeven op 22
mei 2001, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de mei 2001, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de
gecoördineerde wetten op de Raad van State; gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Pensioenen en Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Pensioenen en
op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° RIZIV : het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering 1° RIZIV : het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering
zoals bedoeld in artikel 10 van de wet betreffende de verplichte zoals bedoeld in artikel 10 van de wet betreffende de verplichte
verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen,
gecoördineerd op 14 juli 1994; gecoördineerd op 14 juli 1994;
2° de leidend ambtenaar : de leidend ambtenaar van de Dienst voor 2° de leidend ambtenaar : de leidend ambtenaar van de Dienst voor
Geneeskundige Verzorging van het RIZIV; Geneeskundige Verzorging van het RIZIV;
3° administratieve cel : cel in de Dienst voor Geneeskundige 3° administratieve cel : cel in de Dienst voor Geneeskundige
Verzorging onder de leiding en de verantwoordelijkheid van de leidend Verzorging onder de leiding en de verantwoordelijkheid van de leidend
ambtenaar. Deze cel heeft als opdracht : het vaststellen van de nadere ambtenaar. Deze cel heeft als opdracht : het vaststellen van de nadere
regels volgens dewelke de werkgevers gegevens dienen over te maken, de regels volgens dewelke de werkgevers gegevens dienen over te maken, de
verwerking van deze gegevens en de vaststelling van het bedrag dat verwerking van deze gegevens en de vaststelling van het bedrag dat
moet worden uitbetaald aan de werkgevers; moet worden uitbetaald aan de werkgevers;
4° werkgevers : de inrichtingen zoals bedoeld in artikel 34, 7°, 8°, 4° werkgevers : de inrichtingen zoals bedoeld in artikel 34, 7°, 8°,
11° en 12° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor 11° en 12° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor
geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli
1994, de diensten voor thuisverpleging en de diensten voor het bloed 1994, de diensten voor thuisverpleging en de diensten voor het bloed
van het Rode Kruis van België, voor zover zij vallen onder het van het Rode Kruis van België, voor zover zij vallen onder het
toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst of het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst of het
protocol van akkoord, bedoeld in artikel 2; protocol van akkoord, bedoeld in artikel 2;
5° personeelsleden : het verplegend en verzorgend personeel dat 5° personeelsleden : het verplegend en verzorgend personeel dat
effectief verplegende en verzorgende taken uitoefent, evenals het effectief verplegende en verzorgende taken uitoefent, evenals het
verplegend en verzorgend personeel dat hen omkadert en het verplegend en verzorgend personeel dat hen omkadert en het
gelijkgesteld personeel; dit personeel werkt uitsluitend in gelijkgesteld personeel; dit personeel werkt uitsluitend in
loondienst. Onder gelijkgesteld personeel wordt verstaan, de loondienst. Onder gelijkgesteld personeel wordt verstaan, de
werknemers die elke maand, en dit gedurende de referentieperiode van werknemers die elke maand, en dit gedurende de referentieperiode van
12 maanden voorafgaand aan de mededeling van de keuze door de 12 maanden voorafgaand aan de mededeling van de keuze door de
werknemer, 2 van de 5 onregelmatige prestaties (zondag, zaterdag, werknemer, 2 van de 5 onregelmatige prestaties (zondag, zaterdag,
feestdag, nachtdienst of onderbroken diensten) verrichten, waarbij de feestdag, nachtdienst of onderbroken diensten) verrichten, waarbij de
vakantie- en ziekteperiodes geneutraliseerd worden. vakantie- en ziekteperiodes geneutraliseerd worden.
6° arbeidsduur : de wekelijkse arbeidsduur zoals overeengekomen in de 6° arbeidsduur : de wekelijkse arbeidsduur zoals overeengekomen in de
arbeidsovereenkomst, of zoals die van toepassing is voor het arbeidsovereenkomst, of zoals die van toepassing is voor het
personeelslid in een openbare dienst. personeelslid in een openbare dienst.

Art. 2.De werkgever heeft recht op een jaarlijkse financiële

Art. 2.De werkgever heeft recht op een jaarlijkse financiële

tegemoetkoming ter vergoeding van de maatregelen inzake vrijstelling tegemoetkoming ter vergoeding van de maatregelen inzake vrijstelling
van arbeidsprestaties in het kader van de eindeloopbaan-problematiek, van arbeidsprestaties in het kader van de eindeloopbaan-problematiek,
zoals dit is voorzien in het meerjarenplan voor de gezondheidssector zoals dit is voorzien in het meerjarenplan voor de gezondheidssector
van 1 maart 2000 of in het protocol nr. 120/2 van 28 november 2000 van van 1 maart 2000 of in het protocol nr. 120/2 van 28 november 2000 van
het Gemeenschappelijk Comité voor alle Overheidsdiensten, voor zover het Gemeenschappelijk Comité voor alle Overheidsdiensten, voor zover
hij onder de toepassing valt van een collectieve arbeidsovereenkomst hij onder de toepassing valt van een collectieve arbeidsovereenkomst
die is gesloten in het bevoegde paritair comité, of van een protocol die is gesloten in het bevoegde paritair comité, of van een protocol
van akkoord dat is gesloten in het bevoegde onderhandelingscomité dat van akkoord dat is gesloten in het bevoegde onderhandelingscomité dat
is voorzien in de wet van 19 december 1974 tot regeling van de is voorzien in de wet van 19 december 1974 tot regeling van de
betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel,
uiterlijk op 30 juni 2001. De financiële tegemoetkoming is enkel uiterlijk op 30 juni 2001. De financiële tegemoetkoming is enkel
mogelijk indien in de collectieve arbeidsovereenkomst of het protocol mogelijk indien in de collectieve arbeidsovereenkomst of het protocol
van akkoord de volgende voordelen zijn voorzien : van akkoord de volgende voordelen zijn voorzien :
1° vanaf 1 augustus 2001 heeft het voltijds werkend verplegend en 1° vanaf 1 augustus 2001 heeft het voltijds werkend verplegend en
verzorgend personeel dat effectief verplegende en verzorgende taken verzorgend personeel dat effectief verplegende en verzorgende taken
uitoefent, evenals het verplegend en verzorgend personeel dat hen uitoefent, evenals het verplegend en verzorgend personeel dat hen
omkadert, dat de leeftijd van 45 jaar heeft bereikt, recht op 96 omkadert, dat de leeftijd van 45 jaar heeft bereikt, recht op 96
betaalde uren van vrijstelling van prestaties per jaar of op een betaalde uren van vrijstelling van prestaties per jaar of op een
premie, gelijk aan 5,26 % berekend op zijn voltijds loon (2 uur per premie, gelijk aan 5,26 % berekend op zijn voltijds loon (2 uur per
week). Vanaf 1 december 2002 heeft hetzelfde personeel dat de leeftijd week). Vanaf 1 december 2002 heeft hetzelfde personeel dat de leeftijd
van 50 jaar heeft bereikt, recht op 192 betaalde uren van vrijstelling van 50 jaar heeft bereikt, recht op 192 betaalde uren van vrijstelling
van prestaties per jaar of op een premie, gelijk aan 10,52% berekend van prestaties per jaar of op een premie, gelijk aan 10,52% berekend
op zijn voltijds loon (4 uur per week). Vanaf 1 december 2003 heeft op zijn voltijds loon (4 uur per week). Vanaf 1 december 2003 heeft
hetzelfde personeel dat de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt, recht hetzelfde personeel dat de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt, recht
op 288 betaalde uren van vrijstelling van prestaties per jaar of een op 288 betaalde uren van vrijstelling van prestaties per jaar of een
premie van 15,78% berekend op zijn voltijds loon (6 uur per week); premie van 15,78% berekend op zijn voltijds loon (6 uur per week);
2° het personeelslid dat deeltijds werkt, heeft op dezelfde 2° het personeelslid dat deeltijds werkt, heeft op dezelfde
tijdstippen recht op een bijkomend aantal compensatiedagen of een tijdstippen recht op een bijkomend aantal compensatiedagen of een
equivalente premie gelijk aan de proportionele toepassing van de equivalente premie gelijk aan de proportionele toepassing van de
vrijstelling van arbeidsprestaties of de premie; vrijstelling van arbeidsprestaties of de premie;
3° de personeelsleden die elke maand, en dit gedurende de 3° de personeelsleden die elke maand, en dit gedurende de
referentieperiode van 12 maanden voorafgaand aan de maand waarin de referentieperiode van 12 maanden voorafgaand aan de maand waarin de
aanvraag gebeurt, waarbij de vakantie- en ziekteperiodes aanvraag gebeurt, waarbij de vakantie- en ziekteperiodes
geneutraliseerd worden, 2 van de 5 onregelmatige prestaties (zondag, geneutraliseerd worden, 2 van de 5 onregelmatige prestaties (zondag,
zaterdag, feestdag, nachtdienst of onderbroken diensten) verrichten, zaterdag, feestdag, nachtdienst of onderbroken diensten) verrichten,
worden gelijkgesteld met verplegend en verzorgend personeel. worden gelijkgesteld met verplegend en verzorgend personeel.

Art. 3.De leidend ambtenaar vraagt de in artikel 4 bedoelde gegevens

Art. 3.De leidend ambtenaar vraagt de in artikel 4 bedoelde gegevens

op bij de volgende werkgevers : op bij de volgende werkgevers :
1° de rustoorden voor bejaarden, de rust- en verzorgingstehuizen, de 1° de rustoorden voor bejaarden, de rust- en verzorgingstehuizen, de
psychiatrische verzorgings-tehuizen, de centra voor dagverzorging, de psychiatrische verzorgings-tehuizen, de centra voor dagverzorging, de
revalidatiecentra en de diensten voor het bloed van het Rode Kruis van revalidatiecentra en de diensten voor het bloed van het Rode Kruis van
België zoals die bij het Riziv zijn gekend; België zoals die bij het Riziv zijn gekend;
2° de diensten voor thuisverpleging in de privé sector die zijn 2° de diensten voor thuisverpleging in de privé sector die zijn
ingeschreven bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid onder het ingeschreven bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid onder het
kengetal 911 en die door deze Dienst worden overgemaakt aan de leidend kengetal 911 en die door deze Dienst worden overgemaakt aan de leidend
ambtenaar; ambtenaar;
3° de diensten voor thuisverpleging van de openbare sector die zijn 3° de diensten voor thuisverpleging van de openbare sector die zijn
ingeschreven bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de ingeschreven bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de
Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten onder de omschrijving Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten onder de omschrijving
'andere activiteit van de werknemer met waarde = 6' en die door deze 'andere activiteit van de werknemer met waarde = 6' en die door deze
Dienst worden overgemaakt aan de leidend ambtenaar. Dienst worden overgemaakt aan de leidend ambtenaar.

Art. 4.§ 1. De werkgevers delen aan de leidend ambtenaar de volgende

Art. 4.§ 1. De werkgevers delen aan de leidend ambtenaar de volgende

gegevens mee die betrekking hebben op de inrichting of dienst, op de gegevens mee die betrekking hebben op de inrichting of dienst, op de
personeelsleden en op de compensatie van het aantal uren vrijstelling personeelsleden en op de compensatie van het aantal uren vrijstelling
van arbeidsprestaties : van arbeidsprestaties :
1° gegevens met betrekking tot de inrichting of dienst : 1° gegevens met betrekking tot de inrichting of dienst :
a) het statuut; a) het statuut;
b) het RSZ of RSZ-PPO nummer; b) het RSZ of RSZ-PPO nummer;
c) de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur voor voltijdse prestaties; c) de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur voor voltijdse prestaties;
2° gegevens per personeelslid; het betreft de personeelsleden die in 2° gegevens per personeelslid; het betreft de personeelsleden die in
het jaar waarvoor de tegemoetkoming wordt bepaald minstens 44 jaar het jaar waarvoor de tegemoetkoming wordt bepaald minstens 44 jaar
zijn geworden : zijn geworden :
a) naam, voornaam en geboortedatum van de personeelsleden; a) naam, voornaam en geboortedatum van de personeelsleden;
b) inschrijvingsnummer van de personeelsleden in het rijksregister; b) inschrijvingsnummer van de personeelsleden in het rijksregister;
c) de arbeidsduur uitgedrukt in fulltime equivalenten met begin- en c) de arbeidsduur uitgedrukt in fulltime equivalenten met begin- en
einddatum waarop deze van toepassing is; einddatum waarop deze van toepassing is;
d) indien het gaat om een nieuw personeelslid of indien een einde werd d) indien het gaat om een nieuw personeelslid of indien een einde werd
gesteld aan de tewerkstelling : de begin- en/of einddatum; gesteld aan de tewerkstelling : de begin- en/of einddatum;
e) per personeelslid het aantal gepresteerde dagen en voor de periode e) per personeelslid het aantal gepresteerde dagen en voor de periode
van deeltijdse tewerkstelling het aantal gepresteerde uren; van deeltijdse tewerkstelling het aantal gepresteerde uren;
f) per personeelslid de optie voor vrijstelling van arbeidsprestaties f) per personeelslid de optie voor vrijstelling van arbeidsprestaties
en/of het behoud van de arbeidsduur met het recht op een premie als en/of het behoud van de arbeidsduur met het recht op een premie als
tegenwaarde en de periode waarvoor deze optie van toepassing is; tegenwaarde en de periode waarvoor deze optie van toepassing is;
g) per personeelslid de beroepskwalificatie en de baremieke g) per personeelslid de beroepskwalificatie en de baremieke
anciënniteit; anciënniteit;
h) voor de gelijkgestelde personeelsleden daarenboven de gegevens h) voor de gelijkgestelde personeelsleden daarenboven de gegevens
waaruit blijkt dat deze personeelsleden voldoen aan de in artikel 1, waaruit blijkt dat deze personeelsleden voldoen aan de in artikel 1,
5°, bepaalde voorwaarden; 5°, bepaalde voorwaarden;
3° gegevens in verband met de compensatie van vrijstelling van 3° gegevens in verband met de compensatie van vrijstelling van
arbeidsprestaties waaruit blijkt dat de vrijstelling van arbeidsprestaties waaruit blijkt dat de vrijstelling van
arbeidsprestaties werd gecompenseerd door een nieuwe aanwerving of arbeidsprestaties werd gecompenseerd door een nieuwe aanwerving of
door een verhoging van de wekelijkse arbeidsduur van een andere door een verhoging van de wekelijkse arbeidsduur van een andere
werknemer. Hierbij komen de werknemers die aangeworven werden in werknemer. Hierbij komen de werknemers die aangeworven werden in
uitvoering van de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 februari uitvoering van de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 februari
1997 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de 1997 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de
tewerkstelling in de non-profitsector, alsook de gesubsidieerde tewerkstelling in de non-profitsector, alsook de gesubsidieerde
contractuelen, tewerkgesteld met toepassing van het koninklijk besluit contractuelen, tewerkgesteld met toepassing van het koninklijk besluit
nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de
Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen, Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen,
niet in aanmerking : niet in aanmerking :
a) naam en voornaam werknemer; a) naam en voornaam werknemer;
b) rijksregisternummer van de werknemer; b) rijksregisternummer van de werknemer;
c) het fulltime equivalent van de bijkomende tewerkstelling en de c) het fulltime equivalent van de bijkomende tewerkstelling en de
ingangsdatum en desgevallend de einddatum van de bijkomende ingangsdatum en desgevallend de einddatum van de bijkomende
tewerkstelling; tewerkstelling;
d) afschrift van de arbeidsovereenkomst of afschrift van de d) afschrift van de arbeidsovereenkomst of afschrift van de
benoemingsakte van de inrichtende macht ingeval het om een openbare benoemingsakte van de inrichtende macht ingeval het om een openbare
dienst gaat, waaruit blijkt dat, voor het personeelslid dat heeft dienst gaat, waaruit blijkt dat, voor het personeelslid dat heeft
gekozen voor vrijstelling van arbeidsprestaties, het aantal uren gekozen voor vrijstelling van arbeidsprestaties, het aantal uren
vrijstelling van arbeidsprestaties gecompenseerd werd door een nieuwe vrijstelling van arbeidsprestaties gecompenseerd werd door een nieuwe
aanwerving of door een verhoging van de arbeidsduur van een andere aanwerving of door een verhoging van de arbeidsduur van een andere
werknemer. werknemer.
§ 2. De werkgever bezorgt de gegevens zoals bedoeld in § 1 van § 2. De werkgever bezorgt de gegevens zoals bedoeld in § 1 van
onderhavig artikel per jaar via elektronische drager (diskette, CD-rom onderhavig artikel per jaar via elektronische drager (diskette, CD-rom
of via E-mail) aan de leidend ambtenaar. Het totaal bedrag in rechte of via E-mail) aan de leidend ambtenaar. Het totaal bedrag in rechte
van de tegemoetkomingen zoals de werkgever dit berekent voor het jaar van de tegemoetkomingen zoals de werkgever dit berekent voor het jaar
waarop de gegevens betrekking hebben met toepassing van artikel 5, § waarop de gegevens betrekking hebben met toepassing van artikel 5, §
1, en het totaal bedrag van de voorlopige tegemoetkomingen zoals 1, en het totaal bedrag van de voorlopige tegemoetkomingen zoals
berekend volgens artikel 5, § 2, worden door de werkgever per berekend volgens artikel 5, § 2, worden door de werkgever per
aangetekend schrijven aan de leidend ambtenaar meegedeeld. Dit dient aangetekend schrijven aan de leidend ambtenaar meegedeeld. Dit dient
te gebeuren ten laatste op 31 januari van het jaar dat volgt op het te gebeuren ten laatste op 31 januari van het jaar dat volgt op het
jaar waarop de gegevens betrekking hebben. De nadere regels volgens jaar waarop de gegevens betrekking hebben. De nadere regels volgens
dewelke deze gegevens moeten worden overgemaakt, worden vastgelegd dewelke deze gegevens moeten worden overgemaakt, worden vastgelegd
door de leidend ambtenaar en worden aan de betrokken werkgevers door de leidend ambtenaar en worden aan de betrokken werkgevers
overgemaakt vóór 30 november van het jaar waarop de gegevens overgemaakt vóór 30 november van het jaar waarop de gegevens
betrekking hebben. betrekking hebben.
Bij het aangetekend schrijven moet een verklaring worden gevoegd Bij het aangetekend schrijven moet een verklaring worden gevoegd
waarin de inrichting of dienst zich verbindt om de eventueel teveel waarin de inrichting of dienst zich verbindt om de eventueel teveel
betaalde voorschotten, zoals die zijn voorzien in artikel 6, terug te betaalde voorschotten, zoals die zijn voorzien in artikel 6, terug te
storten aan het RIZIV indien blijkt dat de recuperatie ervan op geen storten aan het RIZIV indien blijkt dat de recuperatie ervan op geen
andere wijze kan gebeuren. andere wijze kan gebeuren.
§ 3. Voor de eerste toepassing van dit besluit en in afwijking van de § 3. Voor de eerste toepassing van dit besluit en in afwijking van de
bepalingen van § 2 bezorgen de werkgevers aan de leidend ambtenaar bepalingen van § 2 bezorgen de werkgevers aan de leidend ambtenaar
vóór 30 juni 2001 de gegevens zoals bedoeld in § 1, 1° en 2° van vóór 30 juni 2001 de gegevens zoals bedoeld in § 1, 1° en 2° van
onderhavig artikel en die betrekking hebben op de situatie van 31 mei onderhavig artikel en die betrekking hebben op de situatie van 31 mei
2001. Het totaal bedrag van de voorlopige tegemoetkomingen zoals de 2001. Het totaal bedrag van de voorlopige tegemoetkomingen zoals de
werkgever dit berekent voor het jaar 2001 volgens artikel 5, § 2, werkgever dit berekent voor het jaar 2001 volgens artikel 5, § 2,
wordt door de werkgever per aangetekend schrijven aan de leidend wordt door de werkgever per aangetekend schrijven aan de leidend
ambtenaar meegedeeld vóór 30 juni 2001. Deze gegevens worden ambtenaar meegedeeld vóór 30 juni 2001. Deze gegevens worden
overgemaakt via elektronische drager (diskette, CD-rom of via E-mail). overgemaakt via elektronische drager (diskette, CD-rom of via E-mail).
De nadere regels volgens dewelke deze gegevens moeten worden De nadere regels volgens dewelke deze gegevens moeten worden
overgemaakt aan de leidend ambtenaar worden ten laatste tegen 15 juni overgemaakt aan de leidend ambtenaar worden ten laatste tegen 15 juni
2001 aan de werkgevers meegedeeld. 2001 aan de werkgevers meegedeeld.

Art. 5.§ 1. De in artikel 2 bedoelde tegemoetkoming per personeelslid

Art. 5.§ 1. De in artikel 2 bedoelde tegemoetkoming per personeelslid

(Tp) wordt door de administratieve cel bepaald aan de hand van de (Tp) wordt door de administratieve cel bepaald aan de hand van de
gegevens, zoals bedoeld in artikel 4. gegevens, zoals bedoeld in artikel 4.
De tegemoetkoming per personeelslid (Tp) wordt als volgt bepaald : De tegemoetkoming per personeelslid (Tp) wordt als volgt bepaald :
Tp = Tp1 + Tp2 Tp = Tp1 + Tp2
Tp1 = Y1 *((X1/B*C1/12) + (X2/B*C2/12) + (X3/B*C3/12)) * A/B * B/38 Tp1 = Y1 *((X1/B*C1/12) + (X2/B*C2/12) + (X3/B*C3/12)) * A/B * B/38
Tp2 = Y2 *((Z1/B*C1/12) + (Z2/B*C2/12) + (Z3/B*C3/12)) * A/B * B/38 Tp2 = Y2 *((Z1/B*C1/12) + (Z2/B*C2/12) + (Z3/B*C3/12)) * A/B * B/38
Waarbij : Waarbij :
Tp1 = de tegemoetkoming voor een personeelslid dat heeft gekozen voor Tp1 = de tegemoetkoming voor een personeelslid dat heeft gekozen voor
het behoud van de arbeidsduur; het behoud van de arbeidsduur;
Tp2 = de tegemoetkoming voor een personeelslid dat heeft gekozen voor Tp2 = de tegemoetkoming voor een personeelslid dat heeft gekozen voor
vrijstelling van arbeidsprestaties; indien de vrijstelling van vrijstelling van arbeidsprestaties; indien de vrijstelling van
arbeidsprestaties niet is gecompenseerd door een nieuwe aanwerving of arbeidsprestaties niet is gecompenseerd door een nieuwe aanwerving of
door een verhoging van het aantal arbeidsuren van een andere door een verhoging van het aantal arbeidsuren van een andere
werknemer, bedraagt Tp2 0 BEF voor de periode zonder compensatie; werknemer, bedraagt Tp2 0 BEF voor de periode zonder compensatie;
Y1 = de jaarlijkse loonkost voor een personeelslid dat volledig of Y1 = de jaarlijkse loonkost voor een personeelslid dat volledig of
gedeeltelijk opteert voor het behoud van de arbeidsduur : gedeeltelijk opteert voor het behoud van de arbeidsduur :
a) 34 024,60 EUR (1 372 549 BEF) in het geval van een rustoord voor a) 34 024,60 EUR (1 372 549 BEF) in het geval van een rustoord voor
bejaarden, een centrum voor dagverzorging of een rust- en bejaarden, een centrum voor dagverzorging of een rust- en
verzorgingstehuis. Vanaf 1 oktober 2001 bedraagt dit 34 364,86 EUR (1 verzorgingstehuis. Vanaf 1 oktober 2001 bedraagt dit 34 364,86 EUR (1
386 275 BEF); 386 275 BEF);
b) 38 885,25 EUR (1 568 627 BEF) in alle andere gevallen. Vanaf 1 b) 38 885,25 EUR (1 568 627 BEF) in alle andere gevallen. Vanaf 1
oktober 2001 bedraagt dit 39 274,09 EUR (1 584 313 BEF); oktober 2001 bedraagt dit 39 274,09 EUR (1 584 313 BEF);
Y2 = de jaarlijkse loonkost voor een personeelslid dat volledig of Y2 = de jaarlijkse loonkost voor een personeelslid dat volledig of
gedeeltelijk opteert voor de vrijstelling van arbeidsprestaties : gedeeltelijk opteert voor de vrijstelling van arbeidsprestaties :
a) 29 163,95 EUR (1 176 471 BEF) in het geval van een rustoord voor a) 29 163,95 EUR (1 176 471 BEF) in het geval van een rustoord voor
bejaarden, een centrum voor dagverzorging of een rust- en bejaarden, een centrum voor dagverzorging of een rust- en
verzorgingstehuis. Vanaf 1 oktober 2001 bedraagt dit 29 455,60 EUR (1 verzorgingstehuis. Vanaf 1 oktober 2001 bedraagt dit 29 455,60 EUR (1
188 236 BEF); 188 236 BEF);
b) 32 809,43 EUR (1 323 529 BEF) in alle andere gevallen. Vanaf 1 b) 32 809,43 EUR (1 323 529 BEF) in alle andere gevallen. Vanaf 1
oktober 2001 bedraagt dit 33 137,51 EUR (1 336 764 BEF); oktober 2001 bedraagt dit 33 137,51 EUR (1 336 764 BEF);
X1 = aantal uren per week waarvoor het personeelslid van minstens 45 X1 = aantal uren per week waarvoor het personeelslid van minstens 45
jaar en minder dan 50 jaar in de in artikel 2 bedoelde periodes kiest jaar en minder dan 50 jaar in de in artikel 2 bedoelde periodes kiest
voor een premie. In geval van een deeltijdse tewerkstelling wordt dit voor een premie. In geval van een deeltijdse tewerkstelling wordt dit
aantal uren verhoogd tot het aantal uren dat van toepassing is voor aantal uren verhoogd tot het aantal uren dat van toepassing is voor
een voltijds personeelslid in de bedoelde leeftijdsgroep; een voltijds personeelslid in de bedoelde leeftijdsgroep;
X2 = aantal uren per week waarvoor het personeelslid van minstens 50 X2 = aantal uren per week waarvoor het personeelslid van minstens 50
jaar en minder dan 55 jaar in de in artikel 2 bedoelde periodes kiest jaar en minder dan 55 jaar in de in artikel 2 bedoelde periodes kiest
voor een premie. In geval van een deeltijdse tewerkstelling wordt dit voor een premie. In geval van een deeltijdse tewerkstelling wordt dit
aantal uren verhoogd tot het aantal uren dat van toepassing is voor aantal uren verhoogd tot het aantal uren dat van toepassing is voor
een voltijds personeelslid op bedoelde leeftijdsgroep; een voltijds personeelslid op bedoelde leeftijdsgroep;
X3 = aantal uren per week waarvoor het personeelslid van minstens 55 X3 = aantal uren per week waarvoor het personeelslid van minstens 55
jaar in de in artikel 2 bedoelde periodes kiest voor een premie. In jaar in de in artikel 2 bedoelde periodes kiest voor een premie. In
geval van een deeltijdse tewerkstelling wordt dit aantal uren verhoogd geval van een deeltijdse tewerkstelling wordt dit aantal uren verhoogd
tot het aantal uren dat van toepassing is voor een voltijds tot het aantal uren dat van toepassing is voor een voltijds
personeelslid op bedoelde leeftijdsgroep; personeelslid op bedoelde leeftijdsgroep;
Z1 = aantal uren vrijstelling van arbeidsprestaties per week dat een Z1 = aantal uren vrijstelling van arbeidsprestaties per week dat een
personeelslid van minstens 45 jaar en minder dan 50 jaar in de in personeelslid van minstens 45 jaar en minder dan 50 jaar in de in
artikel 2 bedoelde periodes kiest. In geval van een deeltijdse artikel 2 bedoelde periodes kiest. In geval van een deeltijdse
tewerkstelling wordt dit aantal uren verhoogd tot het aantal uren dat tewerkstelling wordt dit aantal uren verhoogd tot het aantal uren dat
van toepassing is voor een voltijds personeelslid op bedoelde van toepassing is voor een voltijds personeelslid op bedoelde
leeftijdsgroep; leeftijdsgroep;
Z2 = aantal uren vrijstelling van arbeidsprestaties per week dat een Z2 = aantal uren vrijstelling van arbeidsprestaties per week dat een
personeelslid van minstens 50 jaar en minder dan 55 jaar in de in personeelslid van minstens 50 jaar en minder dan 55 jaar in de in
artikel 2 bedoelde periodes kiest. In geval van een deeltijdse artikel 2 bedoelde periodes kiest. In geval van een deeltijdse
tewerkstelling wordt dit aantal uren verhoogd tot het aantal uren dat tewerkstelling wordt dit aantal uren verhoogd tot het aantal uren dat
van toepassing is voor een voltijds personeelslid op bedoelde van toepassing is voor een voltijds personeelslid op bedoelde
leeftijdsgroep; leeftijdsgroep;
Z3 = aantal uren vrijstelling van arbeidsprestaties per week dat een Z3 = aantal uren vrijstelling van arbeidsprestaties per week dat een
personeelslid van minstens 55 jaar in de in artikel 2 bedoelde personeelslid van minstens 55 jaar in de in artikel 2 bedoelde
periodes kiest. In geval van een deeltijdse tewerkstelling wordt dit periodes kiest. In geval van een deeltijdse tewerkstelling wordt dit
aantal uren verhoogd tot het aantal uren dat van toepassing is voor aantal uren verhoogd tot het aantal uren dat van toepassing is voor
een voltijds personeelslid op bedoelde leeftijdsgroep; een voltijds personeelslid op bedoelde leeftijdsgroep;
A = jaargemiddelde van de arbeidsduur, zoals kan afgeleid worden uit A = jaargemiddelde van de arbeidsduur, zoals kan afgeleid worden uit
de individuele arbeidsovereenkomst (en) of benoemingsakte (n), beperkt de individuele arbeidsovereenkomst (en) of benoemingsakte (n), beperkt
tot 38 uur; tot 38 uur;
B = het aantal uren van een fulltime arbeidsduur in de inrichting of B = het aantal uren van een fulltime arbeidsduur in de inrichting of
dienst, beperkt tot 38 uur; dienst, beperkt tot 38 uur;
C1 = aantal volledige leeftijdmaanden van het personeelslid met de C1 = aantal volledige leeftijdmaanden van het personeelslid met de
leeftijd van minstens 45 jaar in de periode van 1 januari tot 31 leeftijd van minstens 45 jaar in de periode van 1 januari tot 31
december van het bedoelde jaar, verminderd met C2 en C3. Deze periode december van het bedoelde jaar, verminderd met C2 en C3. Deze periode
wordt evenwel beperkt tot het aantal maanden waarvoor de collectieve wordt evenwel beperkt tot het aantal maanden waarvoor de collectieve
arbeidsovereenkomst of protocol van akkoord zoals bedoeld in artikel 2 arbeidsovereenkomst of protocol van akkoord zoals bedoeld in artikel 2
toepasbaar is; toepasbaar is;
C2 = aantal volledige leeftijdmaanden van het personeelslid met de C2 = aantal volledige leeftijdmaanden van het personeelslid met de
leeftijd van minstens 50 jaar in de periode van 1 januari tot 31 leeftijd van minstens 50 jaar in de periode van 1 januari tot 31
december van het bedoelde jaar, verminderd met C3. Deze periode wordt december van het bedoelde jaar, verminderd met C3. Deze periode wordt
evenwel beperkt tot het aantal maanden waarvoor de collectieve evenwel beperkt tot het aantal maanden waarvoor de collectieve
arbeidsovereenkomst of protocol van akkoord zoals bedoeld in artikel 2 arbeidsovereenkomst of protocol van akkoord zoals bedoeld in artikel 2
toepasbaar is; toepasbaar is;
C3 = aantal volledige leeftijdmaanden van het personeelslid met de C3 = aantal volledige leeftijdmaanden van het personeelslid met de
leeftijd van minstens 55 jaar tot maximum de datum van pensionering in leeftijd van minstens 55 jaar tot maximum de datum van pensionering in
de periode van 1 januari tot 31 december van het bedoelde jaar. Deze de periode van 1 januari tot 31 december van het bedoelde jaar. Deze
periode wordt evenwel beperkt tot het aantal maanden waarvoor de periode wordt evenwel beperkt tot het aantal maanden waarvoor de
collectieve arbeidsovereenkomst of protocol van akkoord zoals bedoeld collectieve arbeidsovereenkomst of protocol van akkoord zoals bedoeld
in artikel 2 toepasbaar is; in artikel 2 toepasbaar is;
§ 2. De in artikel 6 bedoelde voorlopige tegemoetkoming per § 2. De in artikel 6 bedoelde voorlopige tegemoetkoming per
personeelslid wordt door de administratieve cel bepaald aan de hand personeelslid wordt door de administratieve cel bepaald aan de hand
van de gegevens, zoals bedoeld in artikel 4. Enkel de gegevens komen van de gegevens, zoals bedoeld in artikel 4. Enkel de gegevens komen
in aanmerking die betrekking hebben op de situatie van 31 december van in aanmerking die betrekking hebben op de situatie van 31 december van
het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarvoor de voorlopige het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarvoor de voorlopige
tegemoetkoming wordt berekend. Evenwel wordt de voorlopige tegemoetkoming wordt berekend. Evenwel wordt de voorlopige
tegemoetkoming voor 2001 bepaald aan de hand van de gegevens op 31 mei tegemoetkoming voor 2001 bepaald aan de hand van de gegevens op 31 mei
2001. De voorlopige tegemoetkoming (VTp) wordt per personeelslid als 2001. De voorlopige tegemoetkoming (VTp) wordt per personeelslid als
volgt berekend : volgt berekend :
VTp = Y * ((Z1/B*C1/12) + (Z2/B*C2/12) + (Z3/B*C3/12)) * A/B * B/38 VTp = Y * ((Z1/B*C1/12) + (Z2/B*C2/12) + (Z3/B*C3/12)) * A/B * B/38
Waarbij Waarbij
Y = de jaarlijkse loonkost voor een werknemer die in aanmerking wordt Y = de jaarlijkse loonkost voor een werknemer die in aanmerking wordt
genomen voor de berekening van de voorlopige tegemoetkoming : genomen voor de berekening van de voorlopige tegemoetkoming :
a) 29 163,95 EUR (1 176 471 BEF) in het geval van een rustoord voor a) 29 163,95 EUR (1 176 471 BEF) in het geval van een rustoord voor
bejaarden, een centrum voor dagverzorging of een rust- en bejaarden, een centrum voor dagverzorging of een rust- en
verzorgingstehuis. Vanaf 1 oktober 2001 bedraagt dit 29 455,60 EUR (1 verzorgingstehuis. Vanaf 1 oktober 2001 bedraagt dit 29 455,60 EUR (1
188 236 BEF); 188 236 BEF);
b) 32 809,43 EUR (1 323 529 BEF) in alle andere gevallen. Vanaf 1 b) 32 809,43 EUR (1 323 529 BEF) in alle andere gevallen. Vanaf 1
oktober 2001 bedraagt dit 33 137,51 EUR (1 336 764 BEF); oktober 2001 bedraagt dit 33 137,51 EUR (1 336 764 BEF);
A = de arbeidsduur, zoals kan afgeleid worden uit de individuele A = de arbeidsduur, zoals kan afgeleid worden uit de individuele
arbeidsovereenkomst of benoemingsakte, beperkt tot 38 uur; arbeidsovereenkomst of benoemingsakte, beperkt tot 38 uur;
B = het aantal uren van een fulltime wekelijkse arbeidsduur in de B = het aantal uren van een fulltime wekelijkse arbeidsduur in de
inrichting of dienst, beperkt tot 38 uur; inrichting of dienst, beperkt tot 38 uur;
Z1 = aantal uren vrijstelling van arbeidsprestaties per week waarop Z1 = aantal uren vrijstelling van arbeidsprestaties per week waarop
een personeelslid van minstens 45 jaar en minder dan 50 jaar in de in een personeelslid van minstens 45 jaar en minder dan 50 jaar in de in
artikel 2 bedoelde periodes maximum recht heeft; artikel 2 bedoelde periodes maximum recht heeft;
Z2 = aantal uren vrijstelling van arbeidsprestaties per week waarop Z2 = aantal uren vrijstelling van arbeidsprestaties per week waarop
een personeelslid van minstens 50 jaar en minder dan 55 jaar in de in een personeelslid van minstens 50 jaar en minder dan 55 jaar in de in
artikel 2 bedoelde periodes maximum recht heeft; artikel 2 bedoelde periodes maximum recht heeft;
Z3 = aantal uren vrijstelling van arbeidsprestaties per week waarop Z3 = aantal uren vrijstelling van arbeidsprestaties per week waarop
een personeelslid van minstens 55 jaar in de in artikel 2 bedoelde een personeelslid van minstens 55 jaar in de in artikel 2 bedoelde
periodes maximum recht heeft; periodes maximum recht heeft;
C1 = aantal volledige leeftijdmaanden van het personeelslid met de C1 = aantal volledige leeftijdmaanden van het personeelslid met de
leeftijd van minstens 45 jaar in de periode van 1 januari tot 31 leeftijd van minstens 45 jaar in de periode van 1 januari tot 31
december van het bedoelde jaar, verminderd met C2 en C3. Deze periode december van het bedoelde jaar, verminderd met C2 en C3. Deze periode
wordt evenwel beperkt tot het aantal maanden waarvoor de collectieve wordt evenwel beperkt tot het aantal maanden waarvoor de collectieve
arbeidsovereenkomst of het protocol van akkoord zoals bedoeld in arbeidsovereenkomst of het protocol van akkoord zoals bedoeld in
artikel 2 toepasbaar is. artikel 2 toepasbaar is.
C2 = aantal volledige leeftijdmaanden van het personeelslid met de C2 = aantal volledige leeftijdmaanden van het personeelslid met de
leeftijd van minstens 50 jaar in de periode van 1 januari tot 31 leeftijd van minstens 50 jaar in de periode van 1 januari tot 31
december van het bedoelde jaar, verminderd met C3. Deze periode wordt december van het bedoelde jaar, verminderd met C3. Deze periode wordt
evenwel beperkt tot het aantal maanden waarvoor de collectieve evenwel beperkt tot het aantal maanden waarvoor de collectieve
arbeidsovereenkomst of het protocol van akkoord zoals bedoeld in arbeidsovereenkomst of het protocol van akkoord zoals bedoeld in
artikel 2 toepasbaar is. artikel 2 toepasbaar is.
C3 = aantal volledige leeftijdmaanden van het personeelslid met de C3 = aantal volledige leeftijdmaanden van het personeelslid met de
leeftijd van minstens 55 jaar tot maximum de datum van pensionering in leeftijd van minstens 55 jaar tot maximum de datum van pensionering in
de periode van 1 januari tot 31 december van het bedoelde jaar. Deze de periode van 1 januari tot 31 december van het bedoelde jaar. Deze
periode wordt evenwel beperkt tot het aantal maanden waarvoor de periode wordt evenwel beperkt tot het aantal maanden waarvoor de
collectieve arbeidsovereenkomst of het protocol van akkoord zoals collectieve arbeidsovereenkomst of het protocol van akkoord zoals
bedoeld in artikel 2 toepasbaar is. bedoeld in artikel 2 toepasbaar is.

Art. 6.De som van de voorlopige tegemoetkomingen per personeelslid

Art. 6.De som van de voorlopige tegemoetkomingen per personeelslid

zoals bedoeld in artikel 5, § 2, hierna "voorlopige tegemoetkomingen" zoals bedoeld in artikel 5, § 2, hierna "voorlopige tegemoetkomingen"
genoemd, en de som van de tegemoetkomingen per personeelslid zoals genoemd, en de som van de tegemoetkomingen per personeelslid zoals
bedoeld in artikel 5, § 1, hierna "tegemoetkomingen" genoemd, worden bedoeld in artikel 5, § 1, hierna "tegemoetkomingen" genoemd, worden
door het RIZIV meegedeeld aan de werkgever en gestort op de financiële door het RIZIV meegedeeld aan de werkgever en gestort op de financiële
rekening die door de werkgever wordt meegedeeld aan de leidend rekening die door de werkgever wordt meegedeeld aan de leidend
ambtenaar. Aan de werkgevers die de bepalingen naleven zoals deze zijn ambtenaar. Aan de werkgevers die de bepalingen naleven zoals deze zijn
voorzien in artikel 4, worden de voorlopige tegemoetkomingen en de voorzien in artikel 4, worden de voorlopige tegemoetkomingen en de
tegemoetkomingen als volgt uitbetaald : tegemoetkomingen als volgt uitbetaald :
1° voorlopige tegemoetkomingen voor het jaar 2001 1° voorlopige tegemoetkomingen voor het jaar 2001
Onder de vorm van een voorschot wordt 50 % betaald tegen uiterlijk 15 Onder de vorm van een voorschot wordt 50 % betaald tegen uiterlijk 15
september 2001. Het tweede voorschot van 50 % wordt betaald op 31 september 2001. Het tweede voorschot van 50 % wordt betaald op 31
oktober 2001. oktober 2001.
2° tegemoetkomingen voor het jaar 2001 2° tegemoetkomingen voor het jaar 2001
Het verschil tussen de tegemoetkomingen zoals bedoeld in artikel 5, § Het verschil tussen de tegemoetkomingen zoals bedoeld in artikel 5, §
1, en de voorschotten die werden betaald in toepassing van artikel 6, 1, en de voorschotten die werden betaald in toepassing van artikel 6,
1°, wordt verrekend bij de betaling van het tweede voorschot op 30 1°, wordt verrekend bij de betaling van het tweede voorschot op 30
april 2002, en desgevallend ook bij de betaling van de volgende april 2002, en desgevallend ook bij de betaling van de volgende
voorschotten. voorschotten.
Indien een werkgever teveel voorschotten heeft ontvangen, en indien de Indien een werkgever teveel voorschotten heeft ontvangen, en indien de
terugvordering via de voorschotten van 2002 niet mogelijk is, wordt terugvordering via de voorschotten van 2002 niet mogelijk is, wordt
het saldo door de werkgever teruggestort aan het RIZIV en dit vóór het het saldo door de werkgever teruggestort aan het RIZIV en dit vóór het
einde van de maand die volgt op de maand waarin de leidend ambtenaar einde van de maand die volgt op de maand waarin de leidend ambtenaar
het terug te vorderen bedrag aan de werkgever heeft meegedeeld. het terug te vorderen bedrag aan de werkgever heeft meegedeeld.
3° voorlopige tegemoetkomingen vanaf het jaar 2002. 3° voorlopige tegemoetkomingen vanaf het jaar 2002.
Op 31 januari van het jaar waarop de voorlopige tegemoetkomingen Op 31 januari van het jaar waarop de voorlopige tegemoetkomingen
betrekking hebben, wordt een eerste voorschot gestort dat gelijk is betrekking hebben, wordt een eerste voorschot gestort dat gelijk is
aan het voorschot dat werd betaald op 31 oktober van het jaar dat aan het voorschot dat werd betaald op 31 oktober van het jaar dat
eraan voorafgaat. eraan voorafgaat.
De volgende voorschotten worden als volgt betaald : De volgende voorschotten worden als volgt betaald :
a) op 30 april : 1/3 * (voorlopige tegemoetkomingen B voorschot van 31 a) op 30 april : 1/3 * (voorlopige tegemoetkomingen B voorschot van 31
januari); januari);
b) op 31 juli : 1/3 * (voorlopige tegemoetkomingen B voorschot van 31 b) op 31 juli : 1/3 * (voorlopige tegemoetkomingen B voorschot van 31
januari); januari);
c) op 31 oktober : 1/3 * (voorlopige tegemoetkomingen B voorschot van c) op 31 oktober : 1/3 * (voorlopige tegemoetkomingen B voorschot van
31 januari); 31 januari);
4° tegemoetkomingen vanaf het jaar 2002 4° tegemoetkomingen vanaf het jaar 2002
Het verschil tussen de tegemoetkomingen zoals bedoeld in artikel 5, § Het verschil tussen de tegemoetkomingen zoals bedoeld in artikel 5, §
1, en de voorschotten die werden betaald met toepassing van artikel 6, 1, en de voorschotten die werden betaald met toepassing van artikel 6,
3°, wordt verrekend bij de betaling van het tweede voorschot van het 3°, wordt verrekend bij de betaling van het tweede voorschot van het
jaar dat volgt op het jaar waarop de tegemoetkomingen van toepassing jaar dat volgt op het jaar waarop de tegemoetkomingen van toepassing
zijn (30 april) en desgevallend ook bij de betaling van de volgende zijn (30 april) en desgevallend ook bij de betaling van de volgende
voorschotten. voorschotten.
Indien een werkgever teveel voorschotten heeft ontvangen, en indien de Indien een werkgever teveel voorschotten heeft ontvangen, en indien de
terugvordering via de hiervoor bedoelde voorschotten niet mogelijk is, terugvordering via de hiervoor bedoelde voorschotten niet mogelijk is,
wordt het saldo door de werkgever teruggestort aan het RIZIV en dit wordt het saldo door de werkgever teruggestort aan het RIZIV en dit
vóór het einde van de maand die volgt op de maand waarin de leidend vóór het einde van de maand die volgt op de maand waarin de leidend
ambtenaar het terug te vorderen bedrag aan de werkgever heeft ambtenaar het terug te vorderen bedrag aan de werkgever heeft
meegedeeld. meegedeeld.

Art. 7.De Dienst voor Administratieve Controle van het RIZIV wordt

Art. 7.De Dienst voor Administratieve Controle van het RIZIV wordt

belast met de controle op de juistheid van de door de werkgevers aan belast met de controle op de juistheid van de door de werkgevers aan
de leidend ambtenaar meegedeelde gegevens. de leidend ambtenaar meegedeelde gegevens.

Art. 8.De kost van de in artikel 6 bedoelde tegemoetkomingen wordt

Art. 8.De kost van de in artikel 6 bedoelde tegemoetkomingen wordt

ten laste gelegd van de globale begroting van financiële middelen van ten laste gelegd van de globale begroting van financiële middelen van
het RIZIV. De verdeling van deze kost over de algemene regeling en het RIZIV. De verdeling van deze kost over de algemene regeling en
over de regeling der zelfstandigen gebeurt pro rata van de verdeling over de regeling der zelfstandigen gebeurt pro rata van de verdeling
over deze twee regelingen van de basisuitgaven van de sector waarop over deze twee regelingen van de basisuitgaven van de sector waarop
zij betrekking hebben. zij betrekking hebben.

Art. 9.De bedragen zoals voorzien in artikel 5 worden gekoppeld aan

Art. 9.De bedragen zoals voorzien in artikel 5 worden gekoppeld aan

het spilindexcijfer 103.14 in de basis van 1996 = 100 en worden het spilindexcijfer 103.14 in de basis van 1996 = 100 en worden
aangepast overeenkomstig de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 aangepast overeenkomstig de bepalingen van de wet van 1 maart 1977
houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de
overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het
Rijk worden gekoppeld. Rijk worden gekoppeld.

Art. 10.§ 1. De bedragen zoals bedoeld in artikel 4, §§ 2 en 3,

Art. 10.§ 1. De bedragen zoals bedoeld in artikel 4, §§ 2 en 3,

worden door de werkgever via aangetekend schrijven meegedeeld aan de worden door de werkgever via aangetekend schrijven meegedeeld aan de
leidend ambtenaar. In geval de administratieve cel vaststelt dat het leidend ambtenaar. In geval de administratieve cel vaststelt dat het
meegedeelde bedrag afwijkt van de informatie die tegelijkertijd via meegedeelde bedrag afwijkt van de informatie die tegelijkertijd via
elektronische drager wordt overgemaakt, wordt de werkgever verzocht elektronische drager wordt overgemaakt, wordt de werkgever verzocht
nieuwe gegevens over te maken. nieuwe gegevens over te maken.
§ 2. Tegen de beslissingen bedoeld in artikel 6, 1° en 3° is er geen § 2. Tegen de beslissingen bedoeld in artikel 6, 1° en 3° is er geen
administratief beroep mogelijk. administratief beroep mogelijk.
§ 3. In geval van een gerechtelijk geschil over de beslissingen § 3. In geval van een gerechtelijk geschil over de beslissingen
bedoeld in artikel 6, 2° en 4°, stort het RIZIV, in afwachting van een bedoeld in artikel 6, 2° en 4°, stort het RIZIV, in afwachting van een
uitspraak door de rechtbank, het bedrag van de tegemoetkomingen op uitspraak door de rechtbank, het bedrag van de tegemoetkomingen op
basis van de berekeningen van de administratieve cel. basis van de berekeningen van de administratieve cel.

Art. 11.De werkgevers die met toepassing van het koninklijk besluit

Art. 11.De werkgevers die met toepassing van het koninklijk besluit

van 3 april 2001 tot uitvoering van artikel 59 van de wet van 2 van 3 april 2001 tot uitvoering van artikel 59 van de wet van 2
januari 2001 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, wat januari 2001 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, wat
de maatregelen inzake arbeidsduurvermindering en eindeloopbaan de maatregelen inzake arbeidsduurvermindering en eindeloopbaan
betreft, een financiële tegemoetkoming ontvangen, kunnen geen betreft, een financiële tegemoetkoming ontvangen, kunnen geen
aanspraak maken op de financiële tegemoetkoming waarin dit besluit aanspraak maken op de financiële tegemoetkoming waarin dit besluit
voorziet. voorziet.

Art. 12.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het wordt bekend

Art. 12.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het wordt bekend

gemaakt in het Belgisch Staatsblad. Voor het jaar 2001 geeft enkel de gemaakt in het Belgisch Staatsblad. Voor het jaar 2001 geeft enkel de
periode vanaf 1 augustus 2001 recht op de in artikel 5 bedoelde periode vanaf 1 augustus 2001 recht op de in artikel 5 bedoelde
tegemoetkoming. tegemoetkoming.

Art. 13.Onze Minister van Sociale Zaken en Pensioenen is belast met

Art. 13.Onze Minister van Sociale Zaken en Pensioenen is belast met

de uitvoering van dit besluit. de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 25 juni 2001. Gegeven te Brussel, 25 juni 2001.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Pensioenen, De Minister van Sociale Zaken en Pensioenen,
F. VANDENBROUCKE F. VANDENBROUCKE
^