← Terug naar "Koninklijk besluit tot wijziging van sommige bepalingen van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten betreffende de vergoeding voor begrafeniskosten bij overlijden van een personeelslid in non-activiteit voorafgaand aan de pensionering "
Koninklijk besluit tot wijziging van sommige bepalingen van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten betreffende de vergoeding voor begrafeniskosten bij overlijden van een personeelslid in non-activiteit voorafgaand aan de pensionering | Koninklijk besluit tot wijziging van sommige bepalingen van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten betreffende de vergoeding voor begrafeniskosten bij overlijden van een personeelslid in non-activiteit voorafgaand aan de pensionering |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN EN FEDERALE | FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN EN FEDERALE |
OVERHEIDSDIENST JUSTITIE | OVERHEIDSDIENST JUSTITIE |
24 JUNI 2021. - Koninklijk besluit tot wijziging van sommige | 24 JUNI 2021. - Koninklijk besluit tot wijziging van sommige |
bepalingen van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling | bepalingen van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling |
van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten | van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten |
betreffende de vergoeding voor begrafeniskosten bij overlijden van een | betreffende de vergoeding voor begrafeniskosten bij overlijden van een |
personeelslid in non-activiteit voorafgaand aan de pensionering | personeelslid in non-activiteit voorafgaand aan de pensionering |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een | Gelet op de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een |
geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, artikel | geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, artikel |
121, vervangen bij de wet van 26 april 2002; | 121, vervangen bij de wet van 26 april 2002; |
Gelet op het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de | Gelet op het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de |
rechtspositie van het personeel van de politiediensten (RPPol); | rechtspositie van het personeel van de politiediensten (RPPol); |
Gelet op het protocol van onderhandelingen nr. 492/2 van het | Gelet op het protocol van onderhandelingen nr. 492/2 van het |
onderhandelingscomité voor de politiediensten, gesloten op 12 februari | onderhandelingscomité voor de politiediensten, gesloten op 12 februari |
2021; | 2021; |
Gelet op het advies van de Inspecteur-generaal van Financiën, gegeven | Gelet op het advies van de Inspecteur-generaal van Financiën, gegeven |
op 4 augustus 2020; | op 4 augustus 2020; |
Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting, | Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting, |
d.d. 20 november 2020; | d.d. 20 november 2020; |
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Ambtenarenzaken, d.d. | Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Ambtenarenzaken, d.d. |
8 december 2020; | 8 december 2020; |
Gelet op het advies van de Raad van burgemeesters, gegeven op 9 | Gelet op het advies van de Raad van burgemeesters, gegeven op 9 |
december 2020; | december 2020; |
Gelet op de adviesaanvraag binnen de 30 dagen, die op 2 april 2021 bij | Gelet op de adviesaanvraag binnen de 30 dagen, die op 2 april 2021 bij |
de Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, § 1, | de Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, § 1, |
eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op | eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op |
12 januari 1973; | 12 januari 1973; |
Overwegende dat het advies niet is meegedeeld binnen die termijn; | Overwegende dat het advies niet is meegedeeld binnen die termijn; |
Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad van | Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad van |
State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Op de voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en de Minister | Op de voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en de Minister |
van Justitie, | van Justitie, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.In deel XIIbis, ingevoegd bij koninklijk besluit van 9 |
Artikel 1.In deel XIIbis, ingevoegd bij koninklijk besluit van 9 |
november 2015, van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot | november 2015, van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot |
regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten | regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten |
worden de artikelen XII.XIII.7 en XII.XIII.8 ingevoegd, luidende: | worden de artikelen XII.XIII.7 en XII.XIII.8 ingevoegd, luidende: |
"Art. XII.XIII.7. Bij overlijden van een personeelslid in | "Art. XII.XIII.7. Bij overlijden van een personeelslid in |
non-activiteit voorafgaand aan de pensionering wordt een vergoeding | non-activiteit voorafgaand aan de pensionering wordt een vergoeding |
wegens begrafeniskosten toegekend volgens de nadere regels bedoeld in | wegens begrafeniskosten toegekend volgens de nadere regels bedoeld in |
artikel XI.IV.1,1°. | artikel XI.IV.1,1°. |
Art. XII.XIII.8. Het bedrag van de in artikel XII.XIII.7 bedoelde | Art. XII.XIII.8. Het bedrag van de in artikel XII.XIII.7 bedoelde |
vergoeding komt overeen met een twaalfde van het brutojaarbedrag van | vergoeding komt overeen met een twaalfde van het brutojaarbedrag van |
het wachtgeld dat het personeelslid in non-activiteit voorafgaand aan | het wachtgeld dat het personeelslid in non-activiteit voorafgaand aan |
de pensionering ontving of zou moeten ontvangen hebben.". | de pensionering ontving of zou moeten ontvangen hebben.". |
Art. 2.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 25 november 2015. |
Art. 2.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 25 november 2015. |
Art. 3.De minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de minister |
Art. 3.De minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de minister |
bevoegd voor Justitie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de | bevoegd voor Justitie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 24 juni 2021. | Gegeven te Brussel, 24 juni 2021. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Binnenlandse Zaken, | De Minister van Binnenlandse Zaken, |
A. VERLINDEN | A. VERLINDEN |
De Minister van Justitie, | De Minister van Justitie, |
V. VAN QUICKENBORNE | V. VAN QUICKENBORNE |