Koninklijk besluit tot wijziging van verschillende koninklijke besluiten betreffende de overdracht van de bevoegdheid inzake de inning en de invordering van verschillende rechten en retributies van de Algemene administratie van de Patrimoniumdocumentatie aan de Algemene administratie van de inning en de invordering; tot uitbreiding van het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 28 november 2008 tot uitvoering van artikel 8bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten wat de exploten en processen-verbaal van de gerechtsdeurwaarders betreft; en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 juli 2019 tot vaststelling van de openingsuren van de kantoren van de Administratie Rechtszekerheid | Koninklijk besluit tot wijziging van verschillende koninklijke besluiten betreffende de overdracht van de bevoegdheid inzake de inning en de invordering van verschillende rechten en retributies van de Algemene administratie van de Patrimoniumdocumentatie aan de Algemene administratie van de inning en de invordering; tot uitbreiding van het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 28 november 2008 tot uitvoering van artikel 8bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten wat de exploten en processen-verbaal van de gerechtsdeurwaarders betreft; en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 juli 2019 tot vaststelling van de openingsuren van de kantoren van de Administratie Rechtszekerheid |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN | FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN |
23 NOVEMBER 2021. - Koninklijk besluit tot wijziging van verschillende | 23 NOVEMBER 2021. - Koninklijk besluit tot wijziging van verschillende |
koninklijke besluiten betreffende de overdracht van de bevoegdheid | koninklijke besluiten betreffende de overdracht van de bevoegdheid |
inzake de inning en de invordering van verschillende rechten en | inzake de inning en de invordering van verschillende rechten en |
retributies van de Algemene administratie van de | retributies van de Algemene administratie van de |
Patrimoniumdocumentatie aan de Algemene administratie van de inning en | Patrimoniumdocumentatie aan de Algemene administratie van de inning en |
de invordering; tot uitbreiding van het toepassingsgebied van het | de invordering; tot uitbreiding van het toepassingsgebied van het |
koninklijk besluit van 28 november 2008 tot uitvoering van artikel | koninklijk besluit van 28 november 2008 tot uitvoering van artikel |
8bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten | 8bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten |
wat de exploten en processen-verbaal van de gerechtsdeurwaarders | wat de exploten en processen-verbaal van de gerechtsdeurwaarders |
betreft; en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 juli 2019 | betreft; en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 juli 2019 |
tot vaststelling van de openingsuren van de kantoren van de | tot vaststelling van de openingsuren van de kantoren van de |
Administratie Rechtszekerheid | Administratie Rechtszekerheid |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de Grondwet, artikelen 37 en 108; | Gelet op de Grondwet, artikelen 37 en 108; |
Gelet op de hypotheekwet van 16 december 1851, artikel 146, tweede | Gelet op de hypotheekwet van 16 december 1851, artikel 146, tweede |
lid, ingevoegd bij de wet van 18 december 2015; | lid, ingevoegd bij de wet van 18 december 2015; |
Gelet op het Wetboek diverse rechten en taksen, artikelen 12, eerste | Gelet op het Wetboek diverse rechten en taksen, artikelen 12, eerste |
lid, hersteld bij de wet van 19 december 2006, 23, tweede lid, | lid, hersteld bij de wet van 19 december 2006, 23, tweede lid, |
hersteld bij de wet van 19 december 2006 en 2031, vervangen bij de wet | hersteld bij de wet van 19 december 2006 en 2031, vervangen bij de wet |
van 7 februari 2021; | van 7 februari 2021; |
Gelet op het Wetboek der successierechten, artikelen 83, hersteld bij | Gelet op het Wetboek der successierechten, artikelen 83, hersteld bij |
de wet van 7 februari 2021, en 153, derde lid, vervangen bij de wet | de wet van 7 februari 2021, en 153, derde lid, vervangen bij de wet |
van 7 februari 2021; | van 7 februari 2021; |
Gelet op het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, | Gelet op het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, |
artikelen 8bis, ingevoegd bij de wet van 22 december 1989, 142, | artikelen 8bis, ingevoegd bij de wet van 22 december 1989, 142, |
laatstelijk gewijzigd bij de wet van 24 december 1993, 143 tot 145, | laatstelijk gewijzigd bij de wet van 24 december 1993, 143 tot 145, |
laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 2001, | laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 2001, |
bekrachtig bij de wet van 26 juni 2002, 146, laatstelijk gewijzigd bij | bekrachtig bij de wet van 26 juni 2002, 146, laatstelijk gewijzigd bij |
de wet van 22 december 1989, 147, vervangen bij de wet van 12 juli | de wet van 22 december 1989, 147, vervangen bij de wet van 12 juli |
1960, 1812, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 juli 2020, 285, | 1960, 1812, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 juli 2020, 285, |
laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 2001 | laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 2001 |
bekrachtig bij de wet van 26 juni 2002, en 289ter, ingevoegd bij de | bekrachtig bij de wet van 26 juni 2002, en 289ter, ingevoegd bij de |
wet van 7 februari 2021; | wet van 7 februari 2021; |
Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 301, | Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 301, |
tweede lid; | tweede lid; |
Gelet op het koninklijk besluit van 3 maart 1927 houdende uitvoering | Gelet op het koninklijk besluit van 3 maart 1927 houdende uitvoering |
van het Wetboek diverse rechten en taksen; | van het Wetboek diverse rechten en taksen; |
Gelet op het koninklijk besluit van 31 maart 1936 houdende algemeen | Gelet op het koninklijk besluit van 31 maart 1936 houdende algemeen |
reglement van de successierechten; | reglement van de successierechten; |
Gelet op het koninklijk besluit van 11 januari 1940 betreffende de | Gelet op het koninklijk besluit van 11 januari 1940 betreffende de |
uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en | uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en |
griffierechten; | griffierechten; |
Gelet op het koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering | Gelet op het koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering |
van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992; | van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992; |
Gelet op het koninklijk besluit van 28 november 2008 tot uitvoering | Gelet op het koninklijk besluit van 28 november 2008 tot uitvoering |
van artikel 8bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en | van artikel 8bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en |
griffierechten wat de exploten en processen-verbaal van de | griffierechten wat de exploten en processen-verbaal van de |
gerechtsdeurwaarders betreft; | gerechtsdeurwaarders betreft; |
Gelet op het koninklijk besluit van 14 september 2016 tot vaststelling | Gelet op het koninklijk besluit van 14 september 2016 tot vaststelling |
van de retributies voor de uitvoering van de hypothecaire | van de retributies voor de uitvoering van de hypothecaire |
formaliteiten en voor de aflevering van de afschriften en | formaliteiten en voor de aflevering van de afschriften en |
getuigschriften; | getuigschriften; |
Gelet op het koninklijk besluit van 28 januari 2019 betreffende de | Gelet op het koninklijk besluit van 28 januari 2019 betreffende de |
uitvoering van het wetboek der registratie-, hypotheek- en | uitvoering van het wetboek der registratie-, hypotheek- en |
griffierechten en het houden van de registers in de griffies van de | griffierechten en het houden van de registers in de griffies van de |
hoven en rechtbanken; | hoven en rechtbanken; |
Gelet op het koninklijk besluit van 22 juli 2019 tot vaststelling van | Gelet op het koninklijk besluit van 22 juli 2019 tot vaststelling van |
de openingsuren van de kantoren van de Administratie Rechtszekerheid; | de openingsuren van de kantoren van de Administratie Rechtszekerheid; |
Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 22 | Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 22 |
juni 2021 en op 29 juni 2021; | juni 2021 en op 29 juni 2021; |
Gelet op het advies nr. 70.003 van de Raad van State, gegeven op 7 | Gelet op het advies nr. 70.003 van de Raad van State, gegeven op 7 |
september 2021, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, | september 2021, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, |
van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Gelet op het overleg met de gewesten dat plaatsvond op 14 en 15 juli | Gelet op het overleg met de gewesten dat plaatsvond op 14 en 15 juli |
2021; | 2021; |
Overeenkomstig artikel 6, § 2 van de wet van 15 december 2013 houdende | Overeenkomstig artikel 6, § 2 van de wet van 15 december 2013 houdende |
diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging, is een | diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging, is een |
impactanalyse van de regelgeving niet noodzakelijk; | impactanalyse van de regelgeving niet noodzakelijk; |
Overwegende dat het gaat om een louter uitvoeringsbesluit van een | Overwegende dat het gaat om een louter uitvoeringsbesluit van een |
bestaande wetgeving en dit besluit op zich geen enkele nieuwe | bestaande wetgeving en dit besluit op zich geen enkele nieuwe |
budgettaire weerslag heeft, moet geen akkoord van de Staatssecretaris | budgettaire weerslag heeft, moet geen akkoord van de Staatssecretaris |
voor Begroting worden gevraagd; | voor Begroting worden gevraagd; |
Overwegende dat de Algemene Administratie van de Inning en de | Overwegende dat de Algemene Administratie van de Inning en de |
Invordering, door gebruik te maken van haar toepassing FIRST, kan | Invordering, door gebruik te maken van haar toepassing FIRST, kan |
optreden als shared service center wat de inning en de invordering van | optreden als shared service center wat de inning en de invordering van |
de aan de federale overheid verschuldigde sommen betreft; | de aan de federale overheid verschuldigde sommen betreft; |
Overwegende dat ze vanaf 1 december 2021 de huidige bevoegdheid inzake | Overwegende dat ze vanaf 1 december 2021 de huidige bevoegdheid inzake |
de inning en de invordering overneemt van de Algemene Administratie | de inning en de invordering overneemt van de Algemene Administratie |
van de Patrimoniumdocumentatie wat betreft de voorafgaande betaling | van de Patrimoniumdocumentatie wat betreft de voorafgaande betaling |
van: | van: |
a) het hypotheekrecht; | a) het hypotheekrecht; |
b) de hypothecaire retributies; | b) de hypothecaire retributies; |
c) de registratierechten voor huur en plaatsbeschrijvingen; | c) de registratierechten voor huur en plaatsbeschrijvingen; |
d) het recht op geschriften vastgelegd door artikel 10 van het Wetboek | d) het recht op geschriften vastgelegd door artikel 10 van het Wetboek |
diverse rechten en taksen. | diverse rechten en taksen. |
Overwegende dat ze vervolgens in verschillende opeenvolgende fasen, | Overwegende dat ze vervolgens in verschillende opeenvolgende fasen, |
onder meer op 1 april, 1 juli, 1 augustus, 1 november 2022 en 1 | onder meer op 1 april, 1 juli, 1 augustus, 1 november 2022 en 1 |
december 2022, de bevoegdheid zal overnemen van de Algemene | december 2022, de bevoegdheid zal overnemen van de Algemene |
Administratie van de Patrimoniumdocumentatie inzake de inning en de | Administratie van de Patrimoniumdocumentatie inzake de inning en de |
invordering van andere belastingen en retributies; | invordering van andere belastingen en retributies; |
Overwegende het koninklijk besluit van 3 december 2009 houdende | Overwegende het koninklijk besluit van 3 december 2009 houdende |
regeling van de operationele diensten van de Federale Overheidsdienst | regeling van de operationele diensten van de Federale Overheidsdienst |
Financiën, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 | Financiën, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 |
januari 2019; | januari 2019; |
Overwegende het besluit van de Voorzitter van het Directiecomité van | Overwegende het besluit van de Voorzitter van het Directiecomité van |
22 juni 2015 houdende oprichting van nieuwe diensten binnen de | 22 juni 2015 houdende oprichting van nieuwe diensten binnen de |
Algemene Administratie van de Inning en de Invordering en organisatie | Algemene Administratie van de Inning en de Invordering en organisatie |
van de operationele diensten van deze Algemene Administratie, | van de operationele diensten van deze Algemene Administratie, |
laatstelijk gewijzigd bij het besluit van 15 april 2021; | laatstelijk gewijzigd bij het besluit van 15 april 2021; |
Overwegende het besluit van de Voorzitter van het Directiecomité van | Overwegende het besluit van de Voorzitter van het Directiecomité van |
de FOD Financiën van 15 juni 2018 tot vaststelling van de taken | de FOD Financiën van 15 juni 2018 tot vaststelling van de taken |
waarmee de Administratie Rechtszekerheid is belast en tot vaststelling | waarmee de Administratie Rechtszekerheid is belast en tot vaststelling |
van de bevoegdheden en de zetel van haar operationele diensten, | van de bevoegdheden en de zetel van haar operationele diensten, |
laatstelijk gewijzigd bij het besluit van 16 september 2020; | laatstelijk gewijzigd bij het besluit van 16 september 2020; |
Op de voordracht van de minister van Financiën, | Op de voordracht van de minister van Financiën, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 3 maart 1927 | HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 3 maart 1927 |
houdende uitvoering van het Wetboek diverse rechten en taksen | houdende uitvoering van het Wetboek diverse rechten en taksen |
Artikel 1.Artikel 1 van het koninklijk besluit van 3 maart 1927 |
Artikel 1.Artikel 1 van het koninklijk besluit van 3 maart 1927 |
houdende uitvoering van het Wetboek diverse rechten en taksen, | houdende uitvoering van het Wetboek diverse rechten en taksen, |
hersteld bij het koninklijk besluit van 21 december 2006 en gewijzigd | hersteld bij het koninklijk besluit van 21 december 2006 en gewijzigd |
bij het koninklijk besluit van 3 oktober 2018, wordt vervangen als | bij het koninklijk besluit van 3 oktober 2018, wordt vervangen als |
volgt: | volgt: |
" § 1. De betaling van het recht op geschriften, de eventuele boeten | " § 1. De betaling van het recht op geschriften, de eventuele boeten |
en interesten kan gebeuren op volgende wijzen: | en interesten kan gebeuren op volgende wijzen: |
1° door storting of overschrijving op de financiële rekening van het | 1° door storting of overschrijving op de financiële rekening van het |
bevoegde kantoor; | bevoegde kantoor; |
2° door middel van een elektronisch betaalmiddel dat door de minister | 2° door middel van een elektronisch betaalmiddel dat door de minister |
van Financiën of zijn gemachtigde is toegelaten; | van Financiën of zijn gemachtigde is toegelaten; |
3° in handen van een gerechtsdeurwaarder, wanneer deze vervolgingen | 3° in handen van een gerechtsdeurwaarder, wanneer deze vervolgingen |
instelt in opdracht van de ontvanger; | instelt in opdracht van de ontvanger; |
§ 2. Tenzij de voorwaarden voorzien in Titel IV van dit Boek vervuld | § 2. Tenzij de voorwaarden voorzien in Titel IV van dit Boek vervuld |
zijn, dient het als recht verschuldigde bedrag uiterlijk op de vijfde | zijn, dient het als recht verschuldigde bedrag uiterlijk op de vijfde |
werkdag volgend op de datum waarop het recht verschuldigd wordt | werkdag volgend op de datum waarop het recht verschuldigd wordt |
gecrediteerd te zijn op de financiële rekening van het bevoegde | gecrediteerd te zijn op de financiële rekening van het bevoegde |
kantoor. | kantoor. |
§ 3. De betaling heeft uitwerking: | § 3. De betaling heeft uitwerking: |
1° in geval van storting of overschrijving op de valutadatum van de | 1° in geval van storting of overschrijving op de valutadatum van de |
creditering op de financiële rekening van het bevoegde kantoor; | creditering op de financiële rekening van het bevoegde kantoor; |
2° in geval van betaling door middel van een door de minister van | 2° in geval van betaling door middel van een door de minister van |
Financiën of zijn gemachtigde toegelaten elektronisch betaalmiddel, op | Financiën of zijn gemachtigde toegelaten elektronisch betaalmiddel, op |
de dag van de verrichting; | de dag van de verrichting; |
3° bij een betaling na vervolgingen ingesteld door een | 3° bij een betaling na vervolgingen ingesteld door een |
gerechtsdeurwaarder in opdracht van de ontvanger, op de datum van de | gerechtsdeurwaarder in opdracht van de ontvanger, op de datum van de |
overhandiging der betaalmiddelen in handen van de gerechtsdeurwaarder; | overhandiging der betaalmiddelen in handen van de gerechtsdeurwaarder; |
§ 4. De minister van Financiën of zijn gemachtigde kan, onder de | § 4. De minister van Financiën of zijn gemachtigde kan, onder de |
voorwaarden die hij vaststelt, afwijkingen van de bepalingen van dit | voorwaarden die hij vaststelt, afwijkingen van de bepalingen van dit |
uitvoeringsbesluit toestaan." | uitvoeringsbesluit toestaan." |
Art. 2.In artikel 2, § 1, 4° van hetzelfde besluit, hersteld bij het |
Art. 2.In artikel 2, § 1, 4° van hetzelfde besluit, hersteld bij het |
koninklijk besluit van 21 december 2006, worden de woorden "artikelen | koninklijk besluit van 21 december 2006, worden de woorden "artikelen |
9 en 10 van het Wetboek, door de administratie, de openbare organismen | 9 en 10 van het Wetboek, door de administratie, de openbare organismen |
of andere personen voor de akten of geschriften die zij opmaken en | of andere personen voor de akten of geschriften die zij opmaken en |
ondertekenen of paraferen" vervangen door de woorden "artikel 10 van | ondertekenen of paraferen" vervangen door de woorden "artikel 10 van |
het Wetboek, door de administratie". | het Wetboek, door de administratie". |
Art. 3.In artikel 5, eerste lid, 3° van hetzelfde besluit, hersteld |
Art. 3.In artikel 5, eerste lid, 3° van hetzelfde besluit, hersteld |
bij het koninklijk besluit van 21 december 2006 en gewijzigd bij het | bij het koninklijk besluit van 21 december 2006 en gewijzigd bij het |
koninklijk besluit van 29 augustus 2019, worden de volgende | koninklijk besluit van 29 augustus 2019, worden de volgende |
wijzigingen aangebracht: | wijzigingen aangebracht: |
1° de woorden "bedoeld in artikel 1, tweede lid" worden opgeheven; | 1° de woorden "bedoeld in artikel 1, tweede lid" worden opgeheven; |
2° de woorden "postcheckrekening van het voormeld" worden vervangen | 2° de woorden "postcheckrekening van het voormeld" worden vervangen |
door de woorden "financiële rekening van het bevoegde". | door de woorden "financiële rekening van het bevoegde". |
Art. 4.In artikel 6 van hetzelfde besluit, hersteld bij het |
Art. 4.In artikel 6 van hetzelfde besluit, hersteld bij het |
koninklijk besluit van 21 december 2006, worden de volgende | koninklijk besluit van 21 december 2006, worden de volgende |
wijzigingen aangebracht: | wijzigingen aangebracht: |
1° in het eerste lid, worden de woorden "het openbare organisme of | 1° in het eerste lid, worden de woorden "het openbare organisme of |
andere personen" en het nummer "9" opgeheven; | andere personen" en het nummer "9" opgeheven; |
2° in het eerste lid, 2°, worden de woorden "bedoeld in artikel 1, | 2° in het eerste lid, 2°, worden de woorden "bedoeld in artikel 1, |
tweede lid" opgeheven; | tweede lid" opgeheven; |
3° in hetzelfde eerste lid, 2°, worden de woorden "postrekening van | 3° in hetzelfde eerste lid, 2°, worden de woorden "postrekening van |
het voormeld" vervangen door de woorden "financiële rekening van het | het voormeld" vervangen door de woorden "financiële rekening van het |
bevoegde". | bevoegde". |
Art. 5.In artikel 8 van hetzelfde besluit, hersteld bij het |
Art. 5.In artikel 8 van hetzelfde besluit, hersteld bij het |
koninklijk besluit van 21 december 2006, worden de woorden "bedoeld in | koninklijk besluit van 21 december 2006, worden de woorden "bedoeld in |
artikel 1, tweede lid" opgeheven. | artikel 1, tweede lid" opgeheven. |
Art. 6.Artikel 11 van hetzelfde besluit, hersteld bij het koninklijk |
Art. 6.Artikel 11 van hetzelfde besluit, hersteld bij het koninklijk |
besluit van 21 december 2006, wordt opgeheven. | besluit van 21 december 2006, wordt opgeheven. |
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het koninklijk besluit | HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het koninklijk besluit |
van 31 maart 1936 houdende algemeen reglement van de successierechten | van 31 maart 1936 houdende algemeen reglement van de successierechten |
Art. 7.In artikel 8 van het koninklijk besluit van 31 maart 1936 |
Art. 7.In artikel 8 van het koninklijk besluit van 31 maart 1936 |
houdende algemeen reglement van de successierechten, vervangen bij het | houdende algemeen reglement van de successierechten, vervangen bij het |
koninklijk besluit van 18 juli 2019, worden de volgende wijzigingen | koninklijk besluit van 18 juli 2019, worden de volgende wijzigingen |
aangebracht: | aangebracht: |
a) in paragraaf 1, eerste lid, 1°, worden de woorden "bankrekening van | a) in paragraaf 1, eerste lid, 1°, worden de woorden "bankrekening van |
het met de inning en de invordering belaste kantoor" vervangen door de | het met de inning en de invordering belaste kantoor" vervangen door de |
woorden "financiële rekening van het bevoegde kantoor"; | woorden "financiële rekening van het bevoegde kantoor"; |
b) in paragraaf 1, eerste lid, wordt de bepaling onder 2° vervangen | b) in paragraaf 1, eerste lid, wordt de bepaling onder 2° vervangen |
als volgt: | als volgt: |
"2° door middel van een elektronisch betaalmiddel dat door de minister | "2° door middel van een elektronisch betaalmiddel dat door de minister |
van Financiën of zijn gemachtigde is toegelaten;"; | van Financiën of zijn gemachtigde is toegelaten;"; |
c) paragraaf 1, eerste lid, 4° wordt vervangen als volgt: | c) paragraaf 1, eerste lid, 4° wordt vervangen als volgt: |
"4° met een debetkaart aan de betaalterminal van het bevoegde kantoor, | "4° met een debetkaart aan de betaalterminal van het bevoegde kantoor, |
behalve in geval van betaling van een retributie verricht via een bij | behalve in geval van betaling van een retributie verricht via een bij |
de administratie gehouden provisierekening."; | de administratie gehouden provisierekening."; |
d) paragraaf 1, eerste lid, 4° wordt opgeheven; | d) paragraaf 1, eerste lid, 4° wordt opgeheven; |
e) in paragraaf 1, wordt het tweede lid opgeheven; | e) in paragraaf 1, wordt het tweede lid opgeheven; |
f) in paragraaf 2, worden de bepalingen onder 1° en 2° vervangen als | f) in paragraaf 2, worden de bepalingen onder 1° en 2° vervangen als |
volgt: | volgt: |
"1° in geval van storting of overschrijving op de valutadatum van de | "1° in geval van storting of overschrijving op de valutadatum van de |
creditering op de financiële rekening van het bevoegde kantoor; | creditering op de financiële rekening van het bevoegde kantoor; |
2° in geval van betaling door middel van een door de minister van | 2° in geval van betaling door middel van een door de minister van |
Financiën of zijn gemachtigde toegelaten elektronisch betaalmiddel, op | Financiën of zijn gemachtigde toegelaten elektronisch betaalmiddel, op |
de dag van de verrichting;"; | de dag van de verrichting;"; |
g) in paragraaf 2, wordt de bepaling onder 3° opgeheven; | g) in paragraaf 2, wordt de bepaling onder 3° opgeheven; |
h) in paragraaf 2, wordt de bepaling onder 5° opgeheven; | h) in paragraaf 2, wordt de bepaling onder 5° opgeheven; |
i) paragraaf 3 wordt vervangen als volgt: | i) paragraaf 3 wordt vervangen als volgt: |
" § 3. De Minister van Financiën of zijn gemachtigde kan, in | " § 3. De Minister van Financiën of zijn gemachtigde kan, in |
bijzondere omstandigheden, andere betaalwijzen toestaan en de datum | bijzondere omstandigheden, andere betaalwijzen toestaan en de datum |
bepalen waarop de betaling uitwerking heeft." | bepalen waarop de betaling uitwerking heeft." |
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het koninklijk besluit van 11 januari | HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het koninklijk besluit van 11 januari |
1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der registratie-, | 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der registratie-, |
hypotheek- en griffierechten | hypotheek- en griffierechten |
Art. 8.In artikel 2 van het koninklijk besluit van 11 januari 1940 |
Art. 8.In artikel 2 van het koninklijk besluit van 11 januari 1940 |
betreffende de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- | betreffende de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- |
en griffierechten, vervangen bij het koninklijk besluit van 18 juli | en griffierechten, vervangen bij het koninklijk besluit van 18 juli |
2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: | 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: |
a) in paragraaf 1, eerste lid, 1°, worden de woorden "bankrekening van | a) in paragraaf 1, eerste lid, 1°, worden de woorden "bankrekening van |
het met de inning en de invordering belaste kantoor" vervangen door de | het met de inning en de invordering belaste kantoor" vervangen door de |
woorden "financiële rekening van het bevoegde kantoor"; | woorden "financiële rekening van het bevoegde kantoor"; |
b) in paragraaf 1, eerste lid, wordt de bepaling onder 2° vervangen | b) in paragraaf 1, eerste lid, wordt de bepaling onder 2° vervangen |
als volgt: | als volgt: |
"2° door middel van een elektronisch betaalmiddel dat door de minister | "2° door middel van een elektronisch betaalmiddel dat door de minister |
van Financiën of zijn gemachtigde is toegelaten;"; | van Financiën of zijn gemachtigde is toegelaten;"; |
c) in paragraaf 1, eerste lid, wordt de bepaling onder 4° vervangen | c) in paragraaf 1, eerste lid, wordt de bepaling onder 4° vervangen |
als volgt: | als volgt: |
"4° met een debetkaart aan de betaalterminal van het bevoegde kantoor, | "4° met een debetkaart aan de betaalterminal van het bevoegde kantoor, |
behalve in geval van betaling van een retributie verricht via een bij | behalve in geval van betaling van een retributie verricht via een bij |
de administratie gehouden provisierekening"; | de administratie gehouden provisierekening"; |
d) in paragraaf 1, eerste lid, worden de bepalingen onder 4° en 5° | d) in paragraaf 1, eerste lid, worden de bepalingen onder 4° en 5° |
opgeheven; | opgeheven; |
e) in paragraaf 1, wordt het tweede lid opgeheven; | e) in paragraaf 1, wordt het tweede lid opgeheven; |
f) een paragraaf 1/1 wordt ingevoegd, luidende: | f) een paragraaf 1/1 wordt ingevoegd, luidende: |
" § 1/1. In geval van voorafgaandelijke betaling van het recht en van | " § 1/1. In geval van voorafgaandelijke betaling van het recht en van |
de bijhorende boeten en interesten, evenals, in voorkomend geval van | de bijhorende boeten en interesten, evenals, in voorkomend geval van |
retributies, zijn de betalingswijzen bedoeld in § 1, 4° en 5° evenwel | retributies, zijn de betalingswijzen bedoeld in § 1, 4° en 5° evenwel |
niet van toepassing wanneer het gaat om: | niet van toepassing wanneer het gaat om: |
1° het recht bedoeld in artikel 83, eerste lid, 1° en 2° van het | 1° het recht bedoeld in artikel 83, eerste lid, 1° en 2° van het |
Wetboek, verschuldigd op de akten bedoeld in artikel 19, eerste lid, | Wetboek, verschuldigd op de akten bedoeld in artikel 19, eerste lid, |
3° van het Wetboek; | 3° van het Wetboek; |
2° het recht verschuldigd op de bijlagen van de akten bedoeld in 1° ; | 2° het recht verschuldigd op de bijlagen van de akten bedoeld in 1° ; |
3° het recht bedoeld in artikel 259 van het Wetboek."; | 3° het recht bedoeld in artikel 259 van het Wetboek."; |
g) paragraaf 1/1, ingevoegd bij artikel 8, f), wordt aangevuld met een | g) paragraaf 1/1, ingevoegd bij artikel 8, f), wordt aangevuld met een |
bepaling onder 4° luidende: | bepaling onder 4° luidende: |
"4° de sommen verschuldigd op de akten bedoeld in artikel 19, eerste | "4° de sommen verschuldigd op de akten bedoeld in artikel 19, eerste |
lid, 1°, van het Wetboek." | lid, 1°, van het Wetboek." |
h) paragraaf 1/1, ingevoegd bij artikel 8, f) en aangevuld bij artikel | h) paragraaf 1/1, ingevoegd bij artikel 8, f) en aangevuld bij artikel |
8, g), wordt aangevuld met een bepaling onder 5° luidende: | 8, g), wordt aangevuld met een bepaling onder 5° luidende: |
"5° de sommen verschuldigd op het repertorium van de notarissen en van | "5° de sommen verschuldigd op het repertorium van de notarissen en van |
de gerechtsdeurwaarders."; | de gerechtsdeurwaarders."; |
i) in de inleidende zin van paragraaf 1/1, zoals ingevoegd bij artikel | i) in de inleidende zin van paragraaf 1/1, zoals ingevoegd bij artikel |
8, f), wordt het woord " voorafgaandelijke" opgeheven; | 8, f), wordt het woord " voorafgaandelijke" opgeheven; |
j) paragraaf 1/1, zoals ingevoegd bij artikel 8, f), wordt opgeheven; | j) paragraaf 1/1, zoals ingevoegd bij artikel 8, f), wordt opgeheven; |
k) in paragraaf 2, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt: | k) in paragraaf 2, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt: |
"1° in geval van storting of overschrijving op de valutadatum van de | "1° in geval van storting of overschrijving op de valutadatum van de |
creditering op de financiële rekening van het bevoegde kantoor;": | creditering op de financiële rekening van het bevoegde kantoor;": |
l) in paragraaf 2, wordt de bepaling onder 2° opgeheven; | l) in paragraaf 2, wordt de bepaling onder 2° opgeheven; |
m) in paragraaf 2, wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt: | m) in paragraaf 2, wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt: |
"3° in geval van betaling door middel van een door de minister van | "3° in geval van betaling door middel van een door de minister van |
Financiën of zijn gemachtigde toegelaten elektronisch betaalmiddel, op | Financiën of zijn gemachtigde toegelaten elektronisch betaalmiddel, op |
de dag van de verrichting;"; | de dag van de verrichting;"; |
n) er wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, luidende: | n) er wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, luidende: |
" § 2/1. In afwijking van paragraaf 2 heeft de betaling van de sommen | " § 2/1. In afwijking van paragraaf 2 heeft de betaling van de sommen |
bedoeld in paragraaf 1/1 uitwerking in geval van storting of | bedoeld in paragraaf 1/1 uitwerking in geval van storting of |
overschrijving, op de valutadatum van de creditering op de financiële | overschrijving, op de valutadatum van de creditering op de financiële |
rekening van het bevoegde kantoor."; | rekening van het bevoegde kantoor."; |
o) paragraaf 2/1, ingevoegd bij artikel 8, n), wordt opgeheven; | o) paragraaf 2/1, ingevoegd bij artikel 8, n), wordt opgeheven; |
p) paragraaf 3 wordt vervangen als volgt: | p) paragraaf 3 wordt vervangen als volgt: |
" § 3. De Minister van Financiën of zijn gemachtigde kan, in | " § 3. De Minister van Financiën of zijn gemachtigde kan, in |
bijzondere omstandigheden, andere betaalwijzen toestaan en de datum | bijzondere omstandigheden, andere betaalwijzen toestaan en de datum |
bepalen waarop de betaling uitwerking heeft." | bepalen waarop de betaling uitwerking heeft." |
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het koninklijk besluit van 27 augustus | HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het koninklijk besluit van 27 augustus |
1993 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 | 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 |
Art. 9.In hoofdstuk III van het koninklijk besluit van 27 augustus |
Art. 9.In hoofdstuk III van het koninklijk besluit van 27 augustus |
1993 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 | 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 |
wordt het opschrift van afdeling VII vervangen als volgt: | wordt het opschrift van afdeling VII vervangen als volgt: |
"Afdeling VII.- Vestiging en invordering van de belasting van | "Afdeling VII.- Vestiging en invordering van de belasting van |
niet-inwoners op meerwaarden op onroerende goederen" | niet-inwoners op meerwaarden op onroerende goederen" |
Art. 10.In artikel 177 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de |
Art. 10.In artikel 177 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de |
koninklijke besluiten van 20 mei 1997 en 9 december 2019 worden de | koninklijke besluiten van 20 mei 1997 en 9 december 2019 worden de |
volgende wijzigingen aangebracht: | volgende wijzigingen aangebracht: |
a) in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "op het in artikel 39 | a) in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "op het in artikel 39 |
of 40 van dat Wetboek vermelde kantoor" vervangen door de woorden "op | of 40 van dat Wetboek vermelde kantoor" vervangen door de woorden "op |
de financiële rekening van de bevoegde dienst"; | de financiële rekening van de bevoegde dienst"; |
b) in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "Artikel 5" vervangen | b) in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "Artikel 5" vervangen |
door de woorden "Artikel 169ter"; | door de woorden "Artikel 169ter"; |
c) in paragraaf 2, vierde lid worden de woorden "De ontvanger" en de | c) in paragraaf 2, vierde lid worden de woorden "De ontvanger" en de |
woorden "administratie der directe belastingen" respectievelijk | woorden "administratie der directe belastingen" respectievelijk |
vervangen door de woorden "Het registratiekantoor" en de woorden | vervangen door de woorden "Het registratiekantoor" en de woorden |
"administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de | "administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de |
vestiging van de inkomstenbelastingen"; | vestiging van de inkomstenbelastingen"; |
d) in paragraaf 3 worden de woorden "ten kantore belast met de | d) in paragraaf 3 worden de woorden "ten kantore belast met de |
registratie van de akte of van de verklaring waarbij de overdracht is | registratie van de akte of van de verklaring waarbij de overdracht is |
vastgesteld, of wanneer het als gezegde belasting aan de ontvanger van | vastgesteld, of wanneer het als gezegde belasting aan de ontvanger van |
de registratie" vervangen door de woorden "overeenkomstig paragraaf 1, | de registratie" vervangen door de woorden "overeenkomstig paragraaf 1, |
of wanneer het als gezegde belasting overeenkomstig paragraaf 1"; | of wanneer het als gezegde belasting overeenkomstig paragraaf 1"; |
e) in paragraaf 4 worden de woorden "door de ontvanger van de | e) in paragraaf 4 worden de woorden "door de ontvanger van de |
registratie" opgeheven. | registratie" opgeheven. |
Art. 11.In hoofdstuk III van hetzelfde besluit wordt het opschrift |
Art. 11.In hoofdstuk III van hetzelfde besluit wordt het opschrift |
van afdeling XIIIbis vervangen als volgt: | van afdeling XIIIbis vervangen als volgt: |
"Afdeling XIIIbis.- Inning door de Algemene Administratie van de | "Afdeling XIIIbis.- Inning door de Algemene Administratie van de |
Inning en de Invordering van de bedrijfsvoorheffing op meerwaarden | Inning en de Invordering van de bedrijfsvoorheffing op meerwaarden |
verwezenlijkt op onroerende goederen door niet-inwoners" | verwezenlijkt op onroerende goederen door niet-inwoners" |
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het koninklijk besluit van 28 november | HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het koninklijk besluit van 28 november |
2008 tot uitvoering van artikel 8bis van het Wetboek der registratie-, | 2008 tot uitvoering van artikel 8bis van het Wetboek der registratie-, |
hypotheek- en griffierechten wat de exploten en processen-verbaal van | hypotheek- en griffierechten wat de exploten en processen-verbaal van |
de gerechtsdeurwaarders betreft | de gerechtsdeurwaarders betreft |
Art. 12.In het koninklijk besluit van 28 november 2008 tot uitvoering |
Art. 12.In het koninklijk besluit van 28 november 2008 tot uitvoering |
van artikel 8bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en | van artikel 8bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en |
griffierechten wat de exploten en processen-verbaal van de | griffierechten wat de exploten en processen-verbaal van de |
gerechtsdeurwaarders betreft, wordt een artikel 2/1 ingevoegd, | gerechtsdeurwaarders betreft, wordt een artikel 2/1 ingevoegd, |
luidende: | luidende: |
" Art. 2/1.De akten en geschriften die worden gehecht aan een |
" Art. 2/1.De akten en geschriften die worden gehecht aan een |
gerechtsdeurwaardersakte die is vrijgesteld van de formaliteit van de | gerechtsdeurwaardersakte die is vrijgesteld van de formaliteit van de |
registratie, zijn daarvan ook vrijgesteld indien ze voldoen aan de | registratie, zijn daarvan ook vrijgesteld indien ze voldoen aan de |
voorwaarden bepaald in artikel 2." | voorwaarden bepaald in artikel 2." |
Art. 13.Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt: |
Art. 13.Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt: |
" Art. 3.De registratierechten die verschuldigd zijn op de bij |
" Art. 3.De registratierechten die verschuldigd zijn op de bij |
toepassing van de artikelen 1 en 2/1 van de registratieformaliteit | toepassing van de artikelen 1 en 2/1 van de registratieformaliteit |
vrijgestelde akten en geschriften, worden vastgesteld bij de | vrijgestelde akten en geschriften, worden vastgesteld bij de |
voorlegging van het repertorium zoals bepaald in artikel 180 van | voorlegging van het repertorium zoals bepaald in artikel 180 van |
hetzelfde Wetboek en middels een bijkomende inschrijving er in." | hetzelfde Wetboek en middels een bijkomende inschrijving er in." |
Art. 14.Artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk |
Art. 14.Artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk |
besluit van 3 oktober 2018, wordt vervangen als volgt: | besluit van 3 oktober 2018, wordt vervangen als volgt: |
" Art. 5.Het volledige bedrag van de rechten die verschuldigd zijn op |
" Art. 5.Het volledige bedrag van de rechten die verschuldigd zijn op |
de akten en geschriften die bij dit besluit van de formaliteit van de | de akten en geschriften die bij dit besluit van de formaliteit van de |
registratie vrijgesteld zijn, wordt de eerste werkdag na de datum van | registratie vrijgesteld zijn, wordt de eerste werkdag na de datum van |
de afsluiting van elk trimester betaald op de financiële rekening van | de afsluiting van elk trimester betaald op de financiële rekening van |
het bevoegde kantoor." | het bevoegde kantoor." |
Art. 15.In artikel 6 van hetzelfde besluit, worden de volgende |
Art. 15.In artikel 6 van hetzelfde besluit, worden de volgende |
wijzigingen aangebracht: | wijzigingen aangebracht: |
1° de woorden "en geschriften" worden ingevoegd tussen het woord | 1° de woorden "en geschriften" worden ingevoegd tussen het woord |
"akten" en de woorden ", in voorkomend geval"; | "akten" en de woorden ", in voorkomend geval"; |
2° de woorden "en van de referte aan de in ontvangst boeking ervan" | 2° de woorden "en van de referte aan de in ontvangst boeking ervan" |
worden opgeheven. | worden opgeheven. |
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het koninklijk besluit van 14 september | HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het koninklijk besluit van 14 september |
2016 tot vaststelling van de retributies voor de uitvoering van de | 2016 tot vaststelling van de retributies voor de uitvoering van de |
hypothecaire formaliteiten en voor de aflevering van de afschriften en | hypothecaire formaliteiten en voor de aflevering van de afschriften en |
getuigschriften | getuigschriften |
Art. 16.Artikel 5 van het koninklijk besluit van 14 september 2016 |
Art. 16.Artikel 5 van het koninklijk besluit van 14 september 2016 |
tot vaststelling van de retributies voor de uitvoering van de | tot vaststelling van de retributies voor de uitvoering van de |
hypothecaire formaliteiten en voor de aflevering van de afschriften en | hypothecaire formaliteiten en voor de aflevering van de afschriften en |
getuigschriften, vervangen bij het koninklijk besluit van 18 juli | getuigschriften, vervangen bij het koninklijk besluit van 18 juli |
2019, wordt vervangen als volgt: | 2019, wordt vervangen als volgt: |
" Art. 5.§ 1. De hypothecaire formaliteiten worden verricht en de |
" Art. 5.§ 1. De hypothecaire formaliteiten worden verricht en de |
inlichtingen worden verstrekt na betaling van het bedrag dat nodig is | inlichtingen worden verstrekt na betaling van het bedrag dat nodig is |
om de verschuldigde rechten en retributies te dekken, zoals | om de verschuldigde rechten en retributies te dekken, zoals |
vastgesteld door het bevoegde kantoor. | vastgesteld door het bevoegde kantoor. |
In afwijking van het eerste lid wordt, in geval van ambtshalve | In afwijking van het eerste lid wordt, in geval van ambtshalve |
vernieuwing van de inschrijving van een wettelijke hypotheek, de | vernieuwing van de inschrijving van een wettelijke hypotheek, de |
retributie in debet geboekt. De ontvanger vordert ze in ten laste van | retributie in debet geboekt. De ontvanger vordert ze in ten laste van |
de schuldenaar. | de schuldenaar. |
De bepalingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en | De bepalingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en |
griffierechten, betreffende de verjaring en de vervolgingen, zijn | griffierechten, betreffende de verjaring en de vervolgingen, zijn |
toepasselijk inzake voormelde retributies. | toepasselijk inzake voormelde retributies. |
§ 2. De betaling kan als volgt worden verricht: | § 2. De betaling kan als volgt worden verricht: |
1° door storting of overschrijving op de financiële rekening van het | 1° door storting of overschrijving op de financiële rekening van het |
bevoegde kantoor; | bevoegde kantoor; |
2° door middel van een elektronisch betaalmiddel dat door de minister | 2° door middel van een elektronisch betaalmiddel dat door de minister |
van Financiën of zijn gemachtigde is toegelaten; | van Financiën of zijn gemachtigde is toegelaten; |
3° in handen van een gerechtsdeurwaarder, wanneer deze vervolgingen | 3° in handen van een gerechtsdeurwaarder, wanneer deze vervolgingen |
instelt in opdracht van de ontvanger; | instelt in opdracht van de ontvanger; |
§ 3. De in paragraaf 2 bedoelde betaling heeft uitwerking: | § 3. De in paragraaf 2 bedoelde betaling heeft uitwerking: |
1° in geval van storting of overschrijving, op de valutadatum van de | 1° in geval van storting of overschrijving, op de valutadatum van de |
creditering op de financiële rekening van het bevoegde kantoor; | creditering op de financiële rekening van het bevoegde kantoor; |
2° in geval van betaling door middel van een door de minister van | 2° in geval van betaling door middel van een door de minister van |
Financiën of zijn gemachtigde toegelaten elektronisch betaalmiddel, op | Financiën of zijn gemachtigde toegelaten elektronisch betaalmiddel, op |
de dag van de verrichting; | de dag van de verrichting; |
3° bij een betaling na vervolgingen ingesteld door een | 3° bij een betaling na vervolgingen ingesteld door een |
gerechtsdeurwaarder in opdracht van de ontvanger, op de datum van de | gerechtsdeurwaarder in opdracht van de ontvanger, op de datum van de |
overhandiging der betaalmiddelen in handen van de gerechtsdeurwaarder; | overhandiging der betaalmiddelen in handen van de gerechtsdeurwaarder; |
§ 4. De Minister van Financiën of zijn gemachtigde kan, in bijzondere | § 4. De Minister van Financiën of zijn gemachtigde kan, in bijzondere |
omstandigheden, andere betaalwijzen toestaan en de datum bepalen | omstandigheden, andere betaalwijzen toestaan en de datum bepalen |
waarop de betaling uitwerking heeft." | waarop de betaling uitwerking heeft." |
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van het koninklijk besluit van 28 januari | HOOFDSTUK 7. - Wijziging van het koninklijk besluit van 28 januari |
2019 betreffende de uitvoering van het wetboek der registratie-, | 2019 betreffende de uitvoering van het wetboek der registratie-, |
hypotheek- en griffierechten en het houden van de registers in de | hypotheek- en griffierechten en het houden van de registers in de |
griffies van de hoven en rechtbanken | griffies van de hoven en rechtbanken |
Art. 17.In artikel 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 28 |
Art. 17.In artikel 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 28 |
januari 2019 betreffende de uitvoering van het wetboek der | januari 2019 betreffende de uitvoering van het wetboek der |
registratie-, hypotheek- en griffierechten en het houden van de | registratie-, hypotheek- en griffierechten en het houden van de |
registers in de griffies van de hoven en rechtbanken, worden de | registers in de griffies van de hoven en rechtbanken, worden de |
woorden "de ontvanger van het bevoegde kantoor Rechtszekerheid van de | woorden "de ontvanger van het bevoegde kantoor Rechtszekerheid van de |
Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie" vervangen door | Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie" vervangen door |
de woorden "het bevoegde kantoor". | de woorden "het bevoegde kantoor". |
Art. 18.In artikel 8, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de |
Art. 18.In artikel 8, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de |
woorden "bankrekening van het bevoegde kantoor Rechtszekerheid van de | woorden "bankrekening van het bevoegde kantoor Rechtszekerheid van de |
Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie" vervangen door | Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie" vervangen door |
de woorden "financiële rekening van het bevoegde kantoor". | de woorden "financiële rekening van het bevoegde kantoor". |
Art. 19.Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt: |
Art. 19.Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt: |
" Art. 9.De griffier maakt bij het begin van elke maand een |
" Art. 9.De griffier maakt bij het begin van elke maand een |
boekhoudkundige staat op betreffende de opstel- en expeditierechten | boekhoudkundige staat op betreffende de opstel- en expeditierechten |
waarvan hij de betaling heeft ontvangen in de loop van de vorige | waarvan hij de betaling heeft ontvangen in de loop van de vorige |
maand. Een model van die staat is in bijlage bij dit besluit gevoegd. | maand. Een model van die staat is in bijlage bij dit besluit gevoegd. |
Deze staat wordt opgemaakt in drie exemplaren. De griffier bewaart een | Deze staat wordt opgemaakt in drie exemplaren. De griffier bewaart een |
ervan en maakt de twee andere over aan het kantoor bedoeld in artikel | ervan en maakt de twee andere over aan het kantoor bedoeld in artikel |
1, eerste lid, binnen de eerste vijf werkdagen van elke maand. | 1, eerste lid, binnen de eerste vijf werkdagen van elke maand. |
De griffier betaalt de opstel- en expeditierechten op de financiële | De griffier betaalt de opstel- en expeditierechten op de financiële |
rekening van het bevoegde kantoor binnen de zeven werkdagen te rekenen | rekening van het bevoegde kantoor binnen de zeven werkdagen te rekenen |
van de verzending van het betalingsbericht. | van de verzending van het betalingsbericht. |
Het kantoor bedoeld in artikel 1, eerste lid stuurt een exemplaar | Het kantoor bedoeld in artikel 1, eerste lid stuurt een exemplaar |
terug aan de griffier met vermelding van de door de administratie | terug aan de griffier met vermelding van de door de administratie |
vastgestelde bedragen en van de inning ervan. | vastgestelde bedragen en van de inning ervan. |
De griffier verbeurt een boete van 12,50 euro per dag vertraging in de | De griffier verbeurt een boete van 12,50 euro per dag vertraging in de |
mededeling van de boekhoudkundige staat en van de betaling van de | mededeling van de boekhoudkundige staat en van de betaling van de |
rechten." | rechten." |
Art. 20.Artikel 12 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. |
Art. 20.Artikel 12 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. |
Art. 21.In artikel 15 van hetzelfde besluit, worden de woorden "met |
Art. 21.In artikel 15 van hetzelfde besluit, worden de woorden "met |
de ontvanger Rechtszekerheid een afzonderlijke rekening houden, en" | de ontvanger Rechtszekerheid een afzonderlijke rekening houden, en" |
opgeheven. | opgeheven. |
Art. 22.In artikel 20 van hetzelfde besluit wordt de bepaling onder |
Art. 22.In artikel 20 van hetzelfde besluit wordt de bepaling onder |
1° opgeheven. | 1° opgeheven. |
Art. 23.In hoofdstuk III, van hetzelfde besluit wordt afdeling VIII, |
Art. 23.In hoofdstuk III, van hetzelfde besluit wordt afdeling VIII, |
die artikel 26 bevat, opgeheven. | die artikel 26 bevat, opgeheven. |
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van het koninklijk besluit van 22 juli 2019 | HOOFDSTUK 8. - Wijziging van het koninklijk besluit van 22 juli 2019 |
tot vaststelling van de openingsuren van de kantoren van de | tot vaststelling van de openingsuren van de kantoren van de |
Administratie Rechtszekerheid | Administratie Rechtszekerheid |
Art. 24.In artikel 1 van het koninklijk besluit van 22 juli 2019 tot |
Art. 24.In artikel 1 van het koninklijk besluit van 22 juli 2019 tot |
vaststelling van de openingsuren van de kantoren van de Administratie | vaststelling van de openingsuren van de kantoren van de Administratie |
Rechtszekerheid, worden de woorden ", op afspraak," ingevoegd tussen | Rechtszekerheid, worden de woorden ", op afspraak," ingevoegd tussen |
het woord "zijn" en het woord "open". | het woord "zijn" en het woord "open". |
HOOFDSTUK 9. - Inwerkingtreding en uitvoeringsbepaling | HOOFDSTUK 9. - Inwerkingtreding en uitvoeringsbepaling |
Art. 25.Dit besluit treedt in werking op 1 december 2021 met |
Art. 25.Dit besluit treedt in werking op 1 december 2021 met |
uitzondering van: | uitzondering van: |
1° artikelen 8, g), en 11, die in werking treden op 1 april 2022; | 1° artikelen 8, g), en 11, die in werking treden op 1 april 2022; |
2° artikel 8, h), dat in werking treedt op 1 juli 2022; | 2° artikel 8, h), dat in werking treedt op 1 juli 2022; |
3° artikelen 7, c), en 8, c), die in werking treden op 1 augustus | 3° artikelen 7, c), en 8, c), die in werking treden op 1 augustus |
2022; | 2022; |
4° artikel 8, i), dat in werking treedt op 1 november 2022; | 4° artikel 8, i), dat in werking treedt op 1 november 2022; |
5° artikelen 7, d) en h), 8, d), j), k), l) en o), 19, 21, 22 en 23, | 5° artikelen 7, d) en h), 8, d), j), k), l) en o), 19, 21, 22 en 23, |
die in werking treden op 1 december 2022. | die in werking treden op 1 december 2022. |
Art. 26.De minister bevoegd voor Financiën is belast met de |
Art. 26.De minister bevoegd voor Financiën is belast met de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 23 november 2021. | Gegeven te Brussel, 23 november 2021. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Financiën, | De Minister van Financiën, |
V. VAN PETEGHEM | V. VAN PETEGHEM |