Koninklijk besluit houdende uitvoering van het HNS-Verdrag 2010 en tot wijziging van verschillende koninklijke besluiten | Koninklijk besluit houdende uitvoering van het HNS-Verdrag 2010 en tot wijziging van verschillende koninklijke besluiten |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER | FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER |
22 NOVEMBER 2022. - Koninklijk besluit houdende uitvoering van het | 22 NOVEMBER 2022. - Koninklijk besluit houdende uitvoering van het |
HNS-Verdrag 2010 en tot wijziging van verschillende koninklijke | HNS-Verdrag 2010 en tot wijziging van verschillende koninklijke |
besluiten | besluiten |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op het Belgisch Scheepvaartwetboek, artikel 2.7.3.31, ingevoegd | Gelet op het Belgisch Scheepvaartwetboek, artikel 2.7.3.31, ingevoegd |
bij de wet van 23 juni 2022 betreffende de uitvoering van het | bij de wet van 23 juni 2022 betreffende de uitvoering van het |
HNS-Verdrag 2010 ; | HNS-Verdrag 2010 ; |
Gelet op de betrokkenheid van de gewestregeringen; | Gelet op de betrokkenheid van de gewestregeringen; |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 20 | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 20 |
april 2021; | april 2021; |
Gelet op het advies 71.726/2 van de Raad van State, gegeven op 27 juli | Gelet op het advies 71.726/2 van de Raad van State, gegeven op 27 juli |
2022 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten | 2022 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten |
op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Op de voordracht van Minister van Justitie en van de Noordzee, | Op de voordracht van Minister van Justitie en van de Noordzee, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingsbepaling van het koninklijk besluit van 25 | HOOFDSTUK 1. - Wijzigingsbepaling van het koninklijk besluit van 25 |
oktober 2007 betreffende de herstelmaatregelen na de significante | oktober 2007 betreffende de herstelmaatregelen na de significante |
aantasting van het mariene milieu en de terugvordering van de kosten | aantasting van het mariene milieu en de terugvordering van de kosten |
voor de preventieve maatregelen, inperkingsmaatregelen en | voor de preventieve maatregelen, inperkingsmaatregelen en |
herstelmaatregelen | herstelmaatregelen |
Artikel 1.In artikel 3, paragraaf 1, van het koninklijk besluit van |
Artikel 1.In artikel 3, paragraaf 1, van het koninklijk besluit van |
25 oktober 2007 betreffende de herstelmaatregelen na de significante | 25 oktober 2007 betreffende de herstelmaatregelen na de significante |
aantasting van het mariene milieu en het verhaal van de kosten van | aantasting van het mariene milieu en het verhaal van de kosten van |
preventieve maatregelen, inperkingsmaatregelen en herstelmaatregelen, | preventieve maatregelen, inperkingsmaatregelen en herstelmaatregelen, |
wordt 4° vervangen als volgt: | wordt 4° vervangen als volgt: |
"4° het Internationaal Verdrag van 1996 inzake aansprakelijkheid en | "4° het Internationaal Verdrag van 1996 inzake aansprakelijkheid en |
vergoeding voor schade in samenhang met het vervoer over zee van | vergoeding voor schade in samenhang met het vervoer over zee van |
gevaarlijke en schadelijke stoffen, met Bijlagen, opgemaakt te Londen | gevaarlijke en schadelijke stoffen, met Bijlagen, opgemaakt te Londen |
op 3 mei 1996 en gewijzigd door het Protocol van Londen van 2010, | op 3 mei 1996 en gewijzigd door het Protocol van Londen van 2010, |
opgemaakt te Londen op 30 april 2010." | opgemaakt te Londen op 30 april 2010." |
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingsbepalingen van het koninklijk besluit van 15 | HOOFDSTUK 2. - Wijzigingsbepalingen van het koninklijk besluit van 15 |
juli 2020 inzake milieuvriendelijke scheepvaart | juli 2020 inzake milieuvriendelijke scheepvaart |
Art. 2.In artikel 2.1.1 van het koninklijk besluit van 15 juli 2020 |
Art. 2.In artikel 2.1.1 van het koninklijk besluit van 15 juli 2020 |
inzake milieuvriendelijke scheepvaart worden de volgende wijzigingen | inzake milieuvriendelijke scheepvaart worden de volgende wijzigingen |
aangebracht: | aangebracht: |
§ 1. In 1° worden de woorden ", een HNS-certificaat" ingevoegd tussen | § 1. In 1° worden de woorden ", een HNS-certificaat" ingevoegd tussen |
de woorden "een WRC-certificaat" en de woorden "of een | de woorden "een WRC-certificaat" en de woorden "of een |
PAL-certificaat". | PAL-certificaat". |
§ 2. In 2° worden de woorden ", het HNS-Verdrag 2010, " ingevoegd | § 2. In 2° worden de woorden ", het HNS-Verdrag 2010, " ingevoegd |
tussen de woorden "het WRC-Verdrag" en de woorden "en het | tussen de woorden "het WRC-Verdrag" en de woorden "en het |
PAL-Verdrag". | PAL-Verdrag". |
§ 3. Artikel 2.1.1 wordt vervolledigd met een 3° luidende: | § 3. Artikel 2.1.1 wordt vervolledigd met een 3° luidende: |
"3° geassocieerde persoon: iedere met een vennootschap verbonden | "3° geassocieerde persoon: iedere met een vennootschap verbonden |
vennootschap volgens de bepalingen van artikel 1:20 van het Wetboek | vennootschap volgens de bepalingen van artikel 1:20 van het Wetboek |
van vennootschappen en verenigingen." | van vennootschappen en verenigingen." |
Art. 3.In artikel 2.1.4, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de |
Art. 3.In artikel 2.1.4, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de |
woorden ", van de paragrafen 1 en 5 van artikel 12 van het HNS-Verdrag | woorden ", van de paragrafen 1 en 5 van artikel 12 van het HNS-Verdrag |
2010" ingevoegd tussen de woorden "of paragraaf 1 en 6 van artikel 12 | 2010" ingevoegd tussen de woorden "of paragraaf 1 en 6 van artikel 12 |
van het WRC-Verdrag" en de woorden "of paragraaf 1 en 6 van artikel | van het WRC-Verdrag" en de woorden "of paragraaf 1 en 6 van artikel |
4bis van het PAL-Verdrag". | 4bis van het PAL-Verdrag". |
Art. 4.Artikel 2.1.11 van hetzelfde besluit wordt vervangen als |
Art. 4.Artikel 2.1.11 van hetzelfde besluit wordt vervangen als |
volgt: | volgt: |
"Art. 2.1.11. Voor de toepassing van deze afdeling, verstaat men onder | "Art. 2.1.11. Voor de toepassing van deze afdeling, verstaat men onder |
"persoon die bijdragende olie ontvangt" elke natuurlijke of | "persoon die bijdragende olie ontvangt" elke natuurlijke of |
rechtspersoon die voor eigen rekening of voor rekening van een derde | rechtspersoon die voor eigen rekening of voor rekening van een derde |
bijdragende olie ontvangt op het ogenblik dat die hoeveelheden, na | bijdragende olie ontvangt op het ogenblik dat die hoeveelheden, na |
vervoer over zee, in de haven of de terminalinstallatie van bestemming | vervoer over zee, in de haven of de terminalinstallatie van bestemming |
gelegen op het Belgische grondgebied worden ontscheept." | gelegen op het Belgische grondgebied worden ontscheept." |
Art. 5.In hoofdstuk 1 van titel 2 van hetzelfde besluit wordt een |
Art. 5.In hoofdstuk 1 van titel 2 van hetzelfde besluit wordt een |
afdeling 3 ingevoegd die de artikelen 2.1.16 tot 2.1.21 bevat, | afdeling 3 ingevoegd die de artikelen 2.1.16 tot 2.1.21 bevat, |
luidende: | luidende: |
"Afdeling 3. - HNS-Fonds | "Afdeling 3. - HNS-Fonds |
Onderafdeling 1. - Vóór de inwerkingtreding van het HNS-Verdrag 2010 | Onderafdeling 1. - Vóór de inwerkingtreding van het HNS-Verdrag 2010 |
Art. 2.1.16. Voor de toepassing van deze afdeling en vóór de | Art. 2.1.16. Voor de toepassing van deze afdeling en vóór de |
inwerkingtreding van het HNS-Verdrag 2010, verstaat men onder | inwerkingtreding van het HNS-Verdrag 2010, verstaat men onder |
"ontvanger" de rechtspersoon die de bijdragende lading ontvangt die | "ontvanger" de rechtspersoon die de bijdragende lading ontvangt die |
wordt gelost in de havens en terminals van een Staat die Partij is. | wordt gelost in de havens en terminals van een Staat die Partij is. |
Onderafdeling 2. - Na de inwerkingtreding van het HNS-Verdrag 2010 | Onderafdeling 2. - Na de inwerkingtreding van het HNS-Verdrag 2010 |
Art. 2.1.17. Voor de toepassing van deze afdeling en na de | Art. 2.1.17. Voor de toepassing van deze afdeling en na de |
inwerkingtreding van het HNS-Verdrag 2010, verstaat men onder | inwerkingtreding van het HNS-Verdrag 2010, verstaat men onder |
"ontvanger" de rechtspersoon die feitelijk de bijdragende lading | "ontvanger" de rechtspersoon die feitelijk de bijdragende lading |
ontvangt die wordt gelost in de havens en terminals van een Staat die | ontvangt die wordt gelost in de havens en terminals van een Staat die |
partij is, met dien verstande dat indien ten tijde van de ontvangst de | partij is, met dien verstande dat indien ten tijde van de ontvangst de |
persoon die de lading feitelijk ontvangt, optreedt als lasthebber voor | persoon die de lading feitelijk ontvangt, optreedt als lasthebber voor |
een andere persoon, de lastgever wordt geacht de ontvanger te zijn, | een andere persoon, de lastgever wordt geacht de ontvanger te zijn, |
mits de lasthebber aan het HNS-Fonds de identiteit van de lastgever | mits de lasthebber aan het HNS-Fonds de identiteit van de lastgever |
bekend maakt. | bekend maakt. |
Voor de toepassing van de eerste lid, indien de zetel van de lastgever | Voor de toepassing van de eerste lid, indien de zetel van de lastgever |
buiten het Belgische grondgebied is gevestigd, wordt deze persoon | buiten het Belgische grondgebied is gevestigd, wordt deze persoon |
vertegenwoordigd door een rechtspersoon met een maatschappelijke zetel | vertegenwoordigd door een rechtspersoon met een maatschappelijke zetel |
in België. | in België. |
Als er geen wettelijke vertegenwoordiger in België is aangewezen, dan | Als er geen wettelijke vertegenwoordiger in België is aangewezen, dan |
wordt de lasthebber vermoed de wettelijke vertegenwoordiger van de | wordt de lasthebber vermoed de wettelijke vertegenwoordiger van de |
lastgever te zijn. | lastgever te zijn. |
Art. 2.1.18. § 1. Elke ontvanger is verplicht om na ontvangst van een | Art. 2.1.18. § 1. Elke ontvanger is verplicht om na ontvangst van een |
betaaluitnodiging uitgaande van de Beheerder van het HNS-Fonds, de | betaaluitnodiging uitgaande van de Beheerder van het HNS-Fonds, de |
bijdragen bedoeld in de artikelen 16 tot 20 van het HNS-Verdrag 2010 | bijdragen bedoeld in de artikelen 16 tot 20 van het HNS-Verdrag 2010 |
te betalen. | te betalen. |
§ 2. Alle bijdragen worden evenwel betaald door de persoon die, direct | § 2. Alle bijdragen worden evenwel betaald door de persoon die, direct |
voorafgaand aan het lossen, de houder van de eigendomstitel op een | voorafgaand aan het lossen, de houder van de eigendomstitel op een |
LNG-lading gelost in een Belgische haven of terminal was, hierna de | LNG-lading gelost in een Belgische haven of terminal was, hierna de |
houder van de eigendomstitel genoemd, indien aan de onderstaande | houder van de eigendomstitel genoemd, indien aan de onderstaande |
voorwaarden is voldaan: | voorwaarden is voldaan: |
1° de houder van de eigendomstitel op de lading met de ontvanger is | 1° de houder van de eigendomstitel op de lading met de ontvanger is |
overeengekomen dat de houder van de eigendomstitel deze bijdragen moet | overeengekomen dat de houder van de eigendomstitel deze bijdragen moet |
betalen; en | betalen; en |
2° de ontvanger het Directoraat ervan in kennis heeft gesteld dat een | 2° de ontvanger het Directoraat ervan in kennis heeft gesteld dat een |
dergelijke overeenkomst bestaat. | dergelijke overeenkomst bestaat. |
Indien de houder van een eigendomstitel geen bijdragen betaalt aan het | Indien de houder van een eigendomstitel geen bijdragen betaalt aan het |
HNS-Fonds dan is de ontvanger verplicht de bijdragen voor de ontvangen | HNS-Fonds dan is de ontvanger verplicht de bijdragen voor de ontvangen |
hoeveelheden aan het HNS-Fonds te storten. | hoeveelheden aan het HNS-Fonds te storten. |
§ 3. Indien de hoeveelheid van een bepaalde soort bijdragende lading | § 3. Indien de hoeveelheid van een bepaalde soort bijdragende lading |
die door de hoofdontvanger in een kalenderjaar op het grondgebied van | die door de hoofdontvanger in een kalenderjaar op het grondgebied van |
de Belgische Staat is ontvangen, en de hoeveelheden van dezelfde soort | de Belgische Staat is ontvangen, en de hoeveelheden van dezelfde soort |
lading die in datzelfde jaar door een of meer geassocieerde personen | lading die in datzelfde jaar door een of meer geassocieerde personen |
zijn ontvangen, de in de leden 16 tot 20 van het HNS-Verdrag 2010 | zijn ontvangen, de in de leden 16 tot 20 van het HNS-Verdrag 2010 |
genoemde grens overschrijdt, dan is de hoofdontvanger verplicht de | genoemde grens overschrijdt, dan is de hoofdontvanger verplicht de |
berekende bijdragen te betalen voor de door hem werkelijk ontvangen | berekende bijdragen te betalen voor de door hem werkelijk ontvangen |
hoeveelheid, ook al hebben deze hoeveelheden de desbetreffende grens | hoeveelheid, ook al hebben deze hoeveelheden de desbetreffende grens |
niet overschreden. | niet overschreden. |
Onderafdeling 3. - Algemene bepalingen betreffende het HNS-Fonds | Onderafdeling 3. - Algemene bepalingen betreffende het HNS-Fonds |
Art. 2.1.19. § 1. Elke ontvanger geeft uiterlijk op 15 maart van elk | Art. 2.1.19. § 1. Elke ontvanger geeft uiterlijk op 15 maart van elk |
kalenderjaar de hoeveelheden bijdragende ontvangen lading aan in de | kalenderjaar de hoeveelheden bijdragende ontvangen lading aan in de |
loop van het voorgaande kalanderjaar . | loop van het voorgaande kalanderjaar . |
§ 2. De verplichting valt om de ontvangen hoeveelheden bijdragende | § 2. De verplichting valt om de ontvangen hoeveelheden bijdragende |
lading aan te geven op de leden van het wettelijk bestuursorgaan. | lading aan te geven op de leden van het wettelijk bestuursorgaan. |
§ 3. De verplichting tot aangifte geldt: | § 3. De verplichting tot aangifte geldt: |
1° wanneer de ontvangen hoeveelheden olie meer dan 150.000 ton | 1° wanneer de ontvangen hoeveelheden olie meer dan 150.000 ton |
bedragen; | bedragen; |
2° ongeacht welke hoeveelheid vloeibaar aardgas (CNG) is ontvangen; | 2° ongeacht welke hoeveelheid vloeibaar aardgas (CNG) is ontvangen; |
3° wanneer de ontvangen hoeveelheden andere gevaarlijke en schadelijke | 3° wanneer de ontvangen hoeveelheden andere gevaarlijke en schadelijke |
stoffen meer dan 15.000 ton bedragen. | stoffen meer dan 15.000 ton bedragen. |
§ 4. Een aangifte wordt eveneens voorgelegd door elke persoon die | § 4. Een aangifte wordt eveneens voorgelegd door elke persoon die |
gedurende het betrokken kalenderjaar individueel een hoeveelheid | gedurende het betrokken kalenderjaar individueel een hoeveelheid |
bijdragende lading heeft ontvangen die niet meer dan in het eerste lid | bijdragende lading heeft ontvangen die niet meer dan in het eerste lid |
vermelde hoeveelheden bedraagt, indien die persoon deel uitmaakt van | vermelde hoeveelheden bedraagt, indien die persoon deel uitmaakt van |
een groep geassocieerde personen die gezamenlijk, in de loop van het | een groep geassocieerde personen die gezamenlijk, in de loop van het |
betrokken kalenderjaar, op het Belgisch grondgebied hoeveelheden | betrokken kalenderjaar, op het Belgisch grondgebied hoeveelheden |
bijdragende lading ontvangen hebben die meer dan de in het eerste lid | bijdragende lading ontvangen hebben die meer dan de in het eerste lid |
vermelde hoeveelheden bedragen. | vermelde hoeveelheden bedragen. |
§ 5. In zijn verklaring vermeldt de ontvanger de voor rekening van een | § 5. In zijn verklaring vermeldt de ontvanger de voor rekening van een |
andere persoon ontvangen hoeveelheden, alsmede de contactgegevens van | andere persoon ontvangen hoeveelheden, alsmede de contactgegevens van |
die persoon. | die persoon. |
Art. 2.1.20. Het rapport bedoeld in artikel 2.1.19 wordt afgeleverd | Art. 2.1.20. Het rapport bedoeld in artikel 2.1.19 wordt afgeleverd |
aan de Scheepvaartcontrole volgens de procedure die op haar webpagina | aan de Scheepvaartcontrole volgens de procedure die op haar webpagina |
is aangegeven. | is aangegeven. |
Art. 2.1.21. § 1. Overeenkomstig artikel 21van het HNS-Verdrag 2010 | Art. 2.1.21. § 1. Overeenkomstig artikel 21van het HNS-Verdrag 2010 |
deelt het Directoraat aan de Beheerder van het HNS-FONDS de benaming | deelt het Directoraat aan de Beheerder van het HNS-FONDS de benaming |
en het adres mee van iedere persoon bedoeld in 2.7.3.30 van het | en het adres mee van iedere persoon bedoeld in 2.7.3.30 van het |
Belgisch Scheepvaartwetboek, alsook de gegevens over de hoeveelheden | Belgisch Scheepvaartwetboek, alsook de gegevens over de hoeveelheden |
bijdragende lading die deze persoon in de loop van het voorgaande | bijdragende lading die deze persoon in de loop van het voorgaande |
kalenderjaar heeft ontvangen. | kalenderjaar heeft ontvangen. |
§ 2. Wanneer een persoon de in artikel 2.7.3.30 van het Belgisch | § 2. Wanneer een persoon de in artikel 2.7.3.30 van het Belgisch |
Scheepvaartwetboek bedoelde verplichting niet of te laat nakomt, | Scheepvaartwetboek bedoelde verplichting niet of te laat nakomt, |
bepaalt het Directoraat de gegevens over de bijdragende | bepaalt het Directoraat de gegevens over de bijdragende |
ladinghoeveelheden voor deze persoon en het deelt deze aan de | ladinghoeveelheden voor deze persoon en het deelt deze aan de |
Beheerder van het HNS-Fonds mee. | Beheerder van het HNS-Fonds mee. |
§ 3. Bij aangetekende zending deelt het Directoraat aan iedere persoon | § 3. Bij aangetekende zending deelt het Directoraat aan iedere persoon |
de hem betreffende gegevens mee welke het Beheerder van het HNS-Fonds | de hem betreffende gegevens mee welke het Beheerder van het HNS-Fonds |
meedeelt. Al de voormelde mededelingen gebeuren gelijktijdig. Ingeval | meedeelt. Al de voormelde mededelingen gebeuren gelijktijdig. Ingeval |
in de mededelingen wordt afgeweken van de aangifte die verricht is | in de mededelingen wordt afgeweken van de aangifte die verricht is |
overeenkomstig artikel 2.3.7.30 van het Belgisch Scheepvaartwetboek of | overeenkomstig artikel 2.3.7.30 van het Belgisch Scheepvaartwetboek of |
ingeval de mededelingen worden verricht overeenkomstig paragraaf 2, | ingeval de mededelingen worden verricht overeenkomstig paragraaf 2, |
wordt daarvan in de mededeling aan de betrokken persoon melding | wordt daarvan in de mededeling aan de betrokken persoon melding |
gemaakt. | gemaakt. |
§ 4. De betrokken persoon kan aan het Directoraat zijn opmerkingen bij | § 4. De betrokken persoon kan aan het Directoraat zijn opmerkingen bij |
de mededelingen aan de Beheerder van het HNS-Fonds meedelen bij een | de mededelingen aan de Beheerder van het HNS-Fonds meedelen bij een |
aangetekende zending welke moet worden verzonden binnen tien dagen | aangetekende zending welke moet worden verzonden binnen tien dagen |
nadat die persoon van de mededelingen overeenkomstig het vorige lid op | nadat die persoon van de mededelingen overeenkomstig het vorige lid op |
de hoogte werd gebracht. Nadat de betrokken persoon werd gehoord, kan | de hoogte werd gebracht. Nadat de betrokken persoon werd gehoord, kan |
het Directoraat de mededelingen wijzigen binnen dertig dagen nadat | het Directoraat de mededelingen wijzigen binnen dertig dagen nadat |
deze aan de Beheerder van het HNS-Fonds werden toegezonden. Na het | deze aan de Beheerder van het HNS-Fonds werden toegezonden. Na het |
verstrijken van voormelde termijn kan in de mededelingen geen enkele | verstrijken van voormelde termijn kan in de mededelingen geen enkele |
wijziging meer worden aangebracht. | wijziging meer worden aangebracht. |
§ 5. Het Directoraat brengt de betrokken persoon op de hoogte van het | § 5. Het Directoraat brengt de betrokken persoon op de hoogte van het |
gevolg dat aan zijn opmerkingen is gegeven bij een aangetekende | gevolg dat aan zijn opmerkingen is gegeven bij een aangetekende |
zending welke moet worden verzonden binnen veertig dagen nadat de | zending welke moet worden verzonden binnen veertig dagen nadat de |
mededelingen hem werden toegezonden. " | mededelingen hem werden toegezonden. " |
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het koninklijk besluit van 21 september | HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het koninklijk besluit van 21 september |
2020 tot vaststelling van de retributies inzake scheepvaart | 2020 tot vaststelling van de retributies inzake scheepvaart |
Art. 6.In artikel 1.1, 3°, van het koninklijk besluit van 21 |
Art. 6.In artikel 1.1, 3°, van het koninklijk besluit van 21 |
september 2020 tot vaststelling van de retributies inzake scheepvaart | september 2020 tot vaststelling van de retributies inzake scheepvaart |
worden de woorden "het HNS-Verdrag 2010," ingevoegd tussen de woorden | worden de woorden "het HNS-Verdrag 2010," ingevoegd tussen de woorden |
"het CSC-Verdrag," en de woorden "het LL-Verdrag". | "het CSC-Verdrag," en de woorden "het LL-Verdrag". |
HOOFDSTUK 4. - Inwerkingtreding | HOOFDSTUK 4. - Inwerkingtreding |
Art. 7.Artikelen 2 en 3 treden in werking op de datum van de |
Art. 7.Artikelen 2 en 3 treden in werking op de datum van de |
inwerkingtreding van het HNS-Verdrag 2010. | inwerkingtreding van het HNS-Verdrag 2010. |
HOOFDSTUK 5. - Slotbepaling | HOOFDSTUK 5. - Slotbepaling |
Art. 8.De minister bevoegd voor maritieme mobiliteit is belast met de |
Art. 8.De minister bevoegd voor maritieme mobiliteit is belast met de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 22 november 2022. | Brussel, 22 november 2022. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Noordzee, | De Minister van Noordzee, |
V. VAN QUICKENBORNE | V. VAN QUICKENBORNE |