Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 22/02/2002
← Terug naar "Koninklijk besluit tot vaststelling van het bijzonder reglement voor de arbeidsrechtbank te Oudenaarde "
Koninklijk besluit tot vaststelling van het bijzonder reglement voor de arbeidsrechtbank te Oudenaarde Koninklijk besluit tot vaststelling van het bijzonder reglement voor de arbeidsrechtbank te Oudenaarde
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID EN MINISTERIE VAN JUSTITIE MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID EN MINISTERIE VAN JUSTITIE
22 FEBRUARI 2002. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het 22 FEBRUARI 2002. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het
bijzonder reglement voor de arbeidsrechtbank te Oudenaarde bijzonder reglement voor de arbeidsrechtbank te Oudenaarde
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op het Gerechtelijk Wetboek, inzonderheid op artikel 81, Gelet op het Gerechtelijk Wetboek, inzonderheid op artikel 81,
gewijzigd bij de wetten van 30 juni 1971, 26 juli 1990 en 7 mei 1999, gewijzigd bij de wetten van 30 juni 1971, 26 juli 1990 en 7 mei 1999,
op de artikelen 82, 83 en 86, op artikel 86bis, ingevoegd bij de wet op de artikelen 82, 83 en 86, op artikel 86bis, ingevoegd bij de wet
van 10 februari 1998 en gewijzigd bij de wet van 28 maart 2000, op van 10 februari 1998 en gewijzigd bij de wet van 28 maart 2000, op
artikel 87, gewijzigd bij de wet van 15 juni 1970, op artikel 88, artikel 87, gewijzigd bij de wet van 15 juni 1970, op artikel 88,
gewijzigd bij de wet van 15 juli 1970, op artikel 89, vervangen bij de gewijzigd bij de wet van 15 juli 1970, op artikel 89, vervangen bij de
wet van 17 juli 1997, op artikel 90, gewijzigd bij de wet van 22 wet van 17 juli 1997, op artikel 90, gewijzigd bij de wet van 22
december 1998, en op de artikelen 93, 95, 96 en 334, op artikel 335, december 1998, en op de artikelen 93, 95, 96 en 334, op artikel 335,
gewijzigd bij de wet van 19 juli 1985 en op de artikelen 336, 337, 338 gewijzigd bij de wet van 19 juli 1985 en op de artikelen 336, 337, 338
en 339; en 339;
Gelet op het koninklijk besluit van 20 augustus 1985 tot vaststelling Gelet op het koninklijk besluit van 20 augustus 1985 tot vaststelling
van het bijzonder reglement voor de arbeidsrechtbank te Oudenaarde; van het bijzonder reglement voor de arbeidsrechtbank te Oudenaarde;
Gelet op de adviezen van de eerste voorzitter van het hof van beroep Gelet op de adviezen van de eerste voorzitter van het hof van beroep
te Gent, van de eerste voorzitter van het arbeidshof te Gent, van de te Gent, van de eerste voorzitter van het arbeidshof te Gent, van de
procureur-generaal te Gent, van de voorzitter van de arbeidsrechtbank procureur-generaal te Gent, van de voorzitter van de arbeidsrechtbank
te Oudenaarde, van de arbeidsauditeur te Oudenaarde, van de te Oudenaarde, van de arbeidsauditeur te Oudenaarde, van de
hoofdgriffier van de arbeidsrechtbank te Oudenaarde en van de hoofdgriffier van de arbeidsrechtbank te Oudenaarde en van de
stafhouder van de Orde van advocaten te Oudenaarde; stafhouder van de Orde van advocaten te Oudenaarde;
Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid en van Onze Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid en van Onze
Minister van Justitie, Minister van Justitie,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.§ 1. De arbeidsrechtbank te Oudenaarde heeft haar zetel en

Artikel 1.§ 1. De arbeidsrechtbank te Oudenaarde heeft haar zetel en

houdt haar zittingen te Oudenaarde. houdt haar zittingen te Oudenaarde.
§ 2. De arbeidsrechtbank te Oudenaarde bestaat uit zes kamers. § 2. De arbeidsrechtbank te Oudenaarde bestaat uit zes kamers.

Art. 2.§ 1. De eerste kamer neemt kennis van de geschillen bedoeld in

Art. 2.§ 1. De eerste kamer neemt kennis van de geschillen bedoeld in

artikel 578, 1°, 2°, 3°, 7°, 9° (geschillen bedoeld in titel III, artikel 578, 1°, 2°, 3°, 7°, 9° (geschillen bedoeld in titel III,
hoofdstuk IV, van de wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk hoofdstuk IV, van de wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk
akkoord) en 9°, van het Gerechtelijk Wetboek (verbod tot het stellen akkoord) en 9°, van het Gerechtelijk Wetboek (verbod tot het stellen
van een maximum leefdtijdgrens, bedoeld in hoofdstuk II, afdeling I, van een maximum leefdtijdgrens, bedoeld in hoofdstuk II, afdeling I,
van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering
van de tewerkstelling), in de artikelen 580, 15° en 582, 5°, van van de tewerkstelling), in de artikelen 580, 15° en 582, 5°, van
hetzelfde Wetboek wat de bedienden betreft, in artikel 580, 1°, 4°, hetzelfde Wetboek wat de bedienden betreft, in artikel 580, 1°, 4°,
13°, 14°, 16° en 17°, van hetzelfde Wetboek en in artikel 583, van 13°, 14°, 16° en 17°, van hetzelfde Wetboek en in artikel 583, van
hetzelfde Wetboek, met uitzondering van de toepassing van de hetzelfde Wetboek, met uitzondering van de toepassing van de
administratieve sancties op de zelfstandigen. administratieve sancties op de zelfstandigen.
§ 2. De tweede kamer neemt kennis van de geschillen bedoeld in artikel § 2. De tweede kamer neemt kennis van de geschillen bedoeld in artikel
578, 1°, 2°, 3°, 7°, 9° (geschillen bedoeld in titel III, hoofdstuk 578, 1°, 2°, 3°, 7°, 9° (geschillen bedoeld in titel III, hoofdstuk
IV, van de wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk akkoord) IV, van de wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk akkoord)
en 9°, van het Gerechtelijk Wetboek (verbod tot het stellen van een en 9°, van het Gerechtelijk Wetboek (verbod tot het stellen van een
maximum leefdtijdgrens, bedoeld in hoofdstuk II, afdeling I, van de maximum leefdtijdgrens, bedoeld in hoofdstuk II, afdeling I, van de
wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de
tewerkstelling), in de artikelen 580, 15° en 582, 5°, van hetzelfde tewerkstelling), in de artikelen 580, 15° en 582, 5°, van hetzelfde
Wetboek wat de arbeiders betreft en in de artikelen 578, 4°, 5°, 6°, Wetboek wat de arbeiders betreft en in de artikelen 578, 4°, 5°, 6°,
8° en 10°, 579, 582, 3°, 4° en 6°, van hetzelfde Wetboek. 8° en 10°, 579, 582, 3°, 4° en 6°, van hetzelfde Wetboek.
§ 3. De derde kamer neemt kennis van de geschillen bedoeld in artikel § 3. De derde kamer neemt kennis van de geschillen bedoeld in artikel
580, 2°, 3°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10°, 11°, 12° en 18°, van het 580, 2°, 3°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10°, 11°, 12° en 18°, van het
Gerechtelijk Wetboek. Gerechtelijk Wetboek.
§ 4. De vierde kamer neemt kennis van de geschillen bedoeld in artikel § 4. De vierde kamer neemt kennis van de geschillen bedoeld in artikel
581 van het Gerechtelijk Wetboek en van de toepassing op de 581 van het Gerechtelijk Wetboek en van de toepassing op de
zelfstandigen van de administratieve sancties zoals bepaald in 583 van zelfstandigen van de administratieve sancties zoals bepaald in 583 van
hetzelfde Wetboek. hetzelfde Wetboek.
§ 5. De vijfde kamer neemt kennis van de geschillen bedoeld in artikel § 5. De vijfde kamer neemt kennis van de geschillen bedoeld in artikel
582, 1° en 2°, van het Gerechtelijk Wetboek. 582, 1° en 2°, van het Gerechtelijk Wetboek.
§ 6. De zesde kamer neemt kennis van de geschillen bedoeld in artikel § 6. De zesde kamer neemt kennis van de geschillen bedoeld in artikel
52, § 3, van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 betreffende de 52, § 3, van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 betreffende de
verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.
§ 7. Elke kamer neemt daarenboven kennis van de zaken die tot de § 7. Elke kamer neemt daarenboven kennis van de zaken die tot de
bevoegdheid van de arbeidsgerechten behoren en die hierboven niet zijn bevoegdheid van de arbeidsgerechten behoren en die hierboven niet zijn
vermeld, overeenkomstig de verdeling door de voorzitter van de vermeld, overeenkomstig de verdeling door de voorzitter van de
rechtbank. rechtbank.

Art. 3.De kamers houden zitting op de volgende dagen en uren :

Art. 3.De kamers houden zitting op de volgende dagen en uren :

- de eerste kamer, op de eerste dinsdag en donderdag en de derde - de eerste kamer, op de eerste dinsdag en donderdag en de derde
maandag van de maand, telkens om 14 uur 30; maandag van de maand, telkens om 14 uur 30;
- de tweede kamer, op de tweede dinsdag en donderdag en de vierde - de tweede kamer, op de tweede dinsdag en donderdag en de vierde
maandag van de maand, telkens om 14 uur 30; maandag van de maand, telkens om 14 uur 30;
- de derde kamer, op de derde dinsdag en donderdag en de eerste, derde - de derde kamer, op de derde dinsdag en donderdag en de eerste, derde
en vierde maandag van de maand, telkens om 14 uur 30; en vierde maandag van de maand, telkens om 14 uur 30;
- de vierde kamer, op de vierde donderdag en tweede maandag van de - de vierde kamer, op de vierde donderdag en tweede maandag van de
maand, telkens om 14 uur 30; maand, telkens om 14 uur 30;
- de vijfde kamer, op de vierde dinsdag en tweede maandag van de - de vijfde kamer, op de vierde dinsdag en tweede maandag van de
maand, telkens om 14 uur 30; maand, telkens om 14 uur 30;
- de zesde kamer, op de derde donderdag van de maand om 14 uur. - de zesde kamer, op de derde donderdag van de maand om 14 uur.

Art. 4.§ 1. De zittingen in kort geding en die waarop de

Art. 4.§ 1. De zittingen in kort geding en die waarop de

procedureregelen inzake kort geding van toepassing zijn, worden procedureregelen inzake kort geding van toepassing zijn, worden
gehouden op donderdag om 10 uur. gehouden op donderdag om 10 uur.
§ 2. Het bureau voor rechtsbijstand houdt zitting op de vierde § 2. Het bureau voor rechtsbijstand houdt zitting op de vierde
donderdag van de maand om 14 uur. donderdag van de maand om 14 uur.

Art. 5.Indien de behoeften van de dienst het vergen, kan de

Art. 5.Indien de behoeften van de dienst het vergen, kan de

voorzitter van de rechtbank, na het advies van de arbeidsauditeur en voorzitter van de rechtbank, na het advies van de arbeidsauditeur en
van de hoofdgriffier van de rechtbank te hebben ingewonnen, beslissen van de hoofdgriffier van de rechtbank te hebben ingewonnen, beslissen
dat één of meer kamers bijkomende zittingen houden, op de dagen en dat één of meer kamers bijkomende zittingen houden, op de dagen en
uren die hij vaststelt. uren die hij vaststelt.

Art. 6.§ 1. De inleidingen geschieden volgens de bevoegdheden bepaald

Art. 6.§ 1. De inleidingen geschieden volgens de bevoegdheden bepaald

in artikel 2, voor de eerste, tweede, derde, vierde en zesde kamer, op in artikel 2, voor de eerste, tweede, derde, vierde en zesde kamer, op
de terechtzittingen van donderdag en voor de vijfde kamer op de de terechtzittingen van donderdag en voor de vijfde kamer op de
terechtzitting van de vierde dinsdag van de maand. terechtzitting van de vierde dinsdag van de maand.
§ 2. De zaken bedoeld in artikel 2, § 7, worden ingeleid voor de § 2. De zaken bedoeld in artikel 2, § 7, worden ingeleid voor de
eerste kamer op de inleidingzitting zoals deze voor die kamer is eerste kamer op de inleidingzitting zoals deze voor die kamer is
vastgesteld. vastgesteld.

Art. 7.Wanneer de behoeften van de dienst het vergen, kan de

Art. 7.Wanneer de behoeften van de dienst het vergen, kan de

voorzitter van de rechtbank, na het advies van de arbeidsauditeur en voorzitter van de rechtbank, na het advies van de arbeidsauditeur en
van de hoofdgriffier van de rechtbank te hebben ingewonnen, het aantal van de hoofdgriffier van de rechtbank te hebben ingewonnen, het aantal
kamers en de bevoegdheden ervan tijdelijk wijzigen. kamers en de bevoegdheden ervan tijdelijk wijzigen.

Art. 8.De voorzitter van de rechtbank bepaalt, na het advies van de

Art. 8.De voorzitter van de rechtbank bepaalt, na het advies van de

arbeidsauditeur te hebben ingewonnen, de dagen en de uren van de arbeidsauditeur te hebben ingewonnen, de dagen en de uren van de
vakantiezittingen en wijst de magistraten aan die er zitting nemen. vakantiezittingen en wijst de magistraten aan die er zitting nemen.
De voorzitter van de rechtbank kan ten allen tijd die lijst wijzigen De voorzitter van de rechtbank kan ten allen tijd die lijst wijzigen
met het oog op de behoeften van de dienst. met het oog op de behoeften van de dienst.

Art. 9.De beschikkingen die de voorzitter van de rechtbank neemt op

Art. 9.De beschikkingen die de voorzitter van de rechtbank neemt op

grond van de artikelen 89 en 90 van het Gerechtelijk Wetboek of op grond van de artikelen 89 en 90 van het Gerechtelijk Wetboek of op
grond van dit besluit, worden ter griffie van de rechtbank aangeplakt. grond van dit besluit, worden ter griffie van de rechtbank aangeplakt.
Deze beschikkingen worden onmiddellijk ter kennis gebracht van de Deze beschikkingen worden onmiddellijk ter kennis gebracht van de
eerste voorzitter van het arbeidshof en van de arbeidsauditeur. eerste voorzitter van het arbeidshof en van de arbeidsauditeur.

Art. 10.Het koninklijk besluit van 20 augustus 1985 tot vaststelling

Art. 10.Het koninklijk besluit van 20 augustus 1985 tot vaststelling

van het bijzonder reglement voor de arbeidsrechtbank te Oudenaarde, van het bijzonder reglement voor de arbeidsrechtbank te Oudenaarde,
wordt opgeheven. wordt opgeheven.

Art. 11.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2002.

Art. 11.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2002.

Art. 12.Onze Minister van Werkgelegenheid en Onze Minister van

Art. 12.Onze Minister van Werkgelegenheid en Onze Minister van

Justitie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit Justitie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit
besluit. besluit.
Gegeven te Brussel, 22 februari 2002. Gegeven te Brussel, 22 februari 2002.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Werkgelegenheid, De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Justitie, De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN M. VERWILGHEN
^