Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, tot invoering van een gelijkstelling in geval van ernstige aandoening van een kind en in geval van palliatieve zorgen gegeven aan een kind of aan zijn partner | Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, tot invoering van een gelijkstelling in geval van ernstige aandoening van een kind en in geval van palliatieve zorgen gegeven aan een kind of aan zijn partner |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID | FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID |
21 FEBRUARI 2010. - Koninklijk besluit tot wijziging van het | 21 FEBRUARI 2010. - Koninklijk besluit tot wijziging van het |
koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement | koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement |
betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, tot | betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, tot |
invoering van een gelijkstelling in geval van ernstige aandoening van | invoering van een gelijkstelling in geval van ernstige aandoening van |
een kind en in geval van palliatieve zorgen gegeven aan een kind of | een kind en in geval van palliatieve zorgen gegeven aan een kind of |
aan zijn partner | aan zijn partner |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende | Gelet op het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende |
inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, artikel 18, § 5, | inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, artikel 18, § 5, |
ingevoegd bij de wet van 27 december 2005; | ingevoegd bij de wet van 27 december 2005; |
Gelet op het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 | Gelet op het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 |
betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, | betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, |
artikel 14; | artikel 14; |
Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen | Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen |
reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der | reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der |
zelfstandigen; | zelfstandigen; |
Gelet op het advies van het Algemeen Beheerscomité voor het sociaal | Gelet op het advies van het Algemeen Beheerscomité voor het sociaal |
statuut der zelfstandigen, gegeven op 23 april en op 25 juni 2009; | statuut der zelfstandigen, gegeven op 23 april en op 25 juni 2009; |
Gelet op de adviezen van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 7 | Gelet op de adviezen van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 7 |
september 2009; | september 2009; |
Gelet op het akkoord van de Staatsecretaris van Begroting, gegeven op | Gelet op het akkoord van de Staatsecretaris van Begroting, gegeven op |
25 november 2009; | 25 november 2009; |
Gelet op advies 47.653/1 van de Raad van State, gegeven op 14 januari | Gelet op advies 47.653/1 van de Raad van State, gegeven op 14 januari |
2010, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de wetten | 2010, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de wetten |
op de Raad van State gecoördineerd op 12 januari 1973; | op de Raad van State gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Op de voordracht van de Minister van Zelfstandigen en van de Minister | Op de voordracht van de Minister van Zelfstandigen en van de Minister |
van Pensioenen op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, | van Pensioenen op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Artikel 28, § 3, vierde lid, van het koninklijk besluit van |
Artikel 1.Artikel 28, § 3, vierde lid, van het koninklijk besluit van |
22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en | 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en |
overlevingspensioen der zelfstandigen, gewijzigd bij de koninklijke | overlevingspensioen der zelfstandigen, gewijzigd bij de koninklijke |
besluiten van 27 december 1974 en 21 april 1999, wordt aangevuld met | besluiten van 27 december 1974 en 21 april 1999, wordt aangevuld met |
de bepalingen onder f) en g), luidende : | de bepalingen onder f) en g), luidende : |
« f) een zelfstandige activiteit in de loop van het kwartaal van | « f) een zelfstandige activiteit in de loop van het kwartaal van |
gelijkstelling bedoeld in het artikel 37bis, eerste lid; | gelijkstelling bedoeld in het artikel 37bis, eerste lid; |
g) een zelfstandige activiteit in de loop van het kwartaal van | g) een zelfstandige activiteit in de loop van het kwartaal van |
gelijkstelling bedoeld in het artikel 37bis, derde lid. ». | gelijkstelling bedoeld in het artikel 37bis, derde lid. ». |
Art. 2.In hetzelfde besluit wordt een artikel 37bis ingevoegd, |
Art. 2.In hetzelfde besluit wordt een artikel 37bis ingevoegd, |
luidende : | luidende : |
« Art. 37bis.Wordt gelijkgesteld met een periode van bezigheid de |
« Art. 37bis.Wordt gelijkgesteld met een periode van bezigheid de |
periode van tijdelijke onderbreking van de zelfstandige bezigheid in | periode van tijdelijke onderbreking van de zelfstandige bezigheid in |
het geval van ernstige ziekte van het kind overeenkomstig de | het geval van ernstige ziekte van het kind overeenkomstig de |
voorwaarden van artikel 50, § 2 van het koninklijk besluit van 19 | voorwaarden van artikel 50, § 2 van het koninklijk besluit van 19 |
december 1967. De zelfstandige kan slechts eenmaal deze maatregel | december 1967. De zelfstandige kan slechts eenmaal deze maatregel |
genieten voor hetzelfde kind. De gelijkgestelde periode is het | genieten voor hetzelfde kind. De gelijkgestelde periode is het |
kwartaal dat volgt op het kwartaal in de loop waarvan de onderbreking | kwartaal dat volgt op het kwartaal in de loop waarvan de onderbreking |
van de beroepsbezigheid een aanvang heeft genomen. | van de beroepsbezigheid een aanvang heeft genomen. |
De aanvraag beschreven in artikel 50, § 2, 2 van het koninklijk | De aanvraag beschreven in artikel 50, § 2, 2 van het koninklijk |
besluit van 19 december 1967 geldt als aanvraag tot gelijkstelling. | besluit van 19 december 1967 geldt als aanvraag tot gelijkstelling. |
Wordt gelijkgesteld met een periode van bezigheid de periode van | Wordt gelijkgesteld met een periode van bezigheid de periode van |
tijdelijke onderbreking van de zelfstandige bezigheid om palliatieve | tijdelijke onderbreking van de zelfstandige bezigheid om palliatieve |
zorgen te verlenen aan zijn partner of aan zijn kind overeenkomstig de | zorgen te verlenen aan zijn partner of aan zijn kind overeenkomstig de |
voorwaarden van artikel 50, § 3 van het koninklijk besluit van 19 | voorwaarden van artikel 50, § 3 van het koninklijk besluit van 19 |
december 1967. De gelijkgestelde periode is het kwartaal dat volgt op | december 1967. De gelijkgestelde periode is het kwartaal dat volgt op |
het kwartaal in de loop waarvan de onderbreking van de | het kwartaal in de loop waarvan de onderbreking van de |
beroepsbezigheid een aanvang heeft genomen. | beroepsbezigheid een aanvang heeft genomen. |
De aanvraag beschreven in artikel 5 van het koninklijk besluit van 22 | De aanvraag beschreven in artikel 5 van het koninklijk besluit van 22 |
januari 2010 houdende toekenning van een uitkering ten voordele van de | januari 2010 houdende toekenning van een uitkering ten voordele van de |
zelfstandige die tijdelijk zijn activiteit stopzet om palliatieve | zelfstandige die tijdelijk zijn activiteit stopzet om palliatieve |
zorgen te geven aan een kind of aan zijn partner geldt als aanvraag | zorgen te geven aan een kind of aan zijn partner geldt als aanvraag |
tot gelijkstelling. » | tot gelijkstelling. » |
Art. 3.Artikel 46ter, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het |
Art. 3.Artikel 46ter, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het |
koninklijk besluit van 18 juli 1997 en gewijzigd bij de Koninklijke | koninklijk besluit van 18 juli 1997 en gewijzigd bij de Koninklijke |
besluiten van 15 december 1998 en 21 november 2005, wordt aangevuld | besluiten van 15 december 1998 en 21 november 2005, wordt aangevuld |
met de bepalingen onder F., luidende : | met de bepalingen onder F., luidende : |
« F. Voor de kwartalen bedoeld in artikel 37bis is het fictief inkomen | « F. Voor de kwartalen bedoeld in artikel 37bis is het fictief inkomen |
gelijk aan de bedrijfsinkomsten, eventueel beperkt overeenkomstig | gelijk aan de bedrijfsinkomsten, eventueel beperkt overeenkomstig |
artikel 5, § 2, laatste lid van het koninklijk besluit van 30 januari | artikel 5, § 2, laatste lid van het koninklijk besluit van 30 januari |
1997, die als basis dienen voor de berekening van de laatste bijdrage | 1997, die als basis dienen voor de berekening van de laatste bijdrage |
die de betrokkene krachtens het koninklijk besluit nr. 38 is | die de betrokkene krachtens het koninklijk besluit nr. 38 is |
verschuldigd op het ogenblik waarop de gelijkgestelde periode | verschuldigd op het ogenblik waarop de gelijkgestelde periode |
aanvangt. | aanvangt. |
Indien de gelijkstelling het eerste kwartaal van een bepaald jaar | Indien de gelijkstelling het eerste kwartaal van een bepaald jaar |
dekt, is het fictief inkomen gelijk aan de bedrijfsinkomsten, | dekt, is het fictief inkomen gelijk aan de bedrijfsinkomsten, |
eventueel beperkt overeenkomstig artikel 5, § 2, laatste lid, van het | eventueel beperkt overeenkomstig artikel 5, § 2, laatste lid, van het |
koninklijk besluit van 30 januari 1997, die als basis dienen voor de | koninklijk besluit van 30 januari 1997, die als basis dienen voor de |
berekening van de eerste bijdrage die de betrokkene krachtens het | berekening van de eerste bijdrage die de betrokkene krachtens het |
koninklijk besluit nr. 38 is verschuldigd na het einde van de | koninklijk besluit nr. 38 is verschuldigd na het einde van de |
gelijkgestelde periode. » | gelijkgestelde periode. » |
Art. 4.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2010. |
Art. 4.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2010. |
Art. 5.De Minister bevoegd voor zelfstandigen is belast met de |
Art. 5.De Minister bevoegd voor zelfstandigen is belast met de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 21 februari 2010. | Gegeven te Brussel, 21 februari 2010. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Zelfstandigen, | De Minister van Zelfstandigen, |
Mevr. S. LARUELLE | Mevr. S. LARUELLE |
De Minister van Pensioenen, | De Minister van Pensioenen, |
M. DAERDEN | M. DAERDEN |