Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 19/03/1998
← Terug naar "Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 februari 1998 betreffende de opleidings- en vervolmakingscentra voor hulpverleners-ambulanciers "
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 februari 1998 betreffende de opleidings- en vervolmakingscentra voor hulpverleners-ambulanciers Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 februari 1998 betreffende de opleidings- en vervolmakingscentra voor hulpverleners-ambulanciers
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU
19 MAART 1998. Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk 19 MAART 1998. Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk
besluit van 13 februari 1998 betreffende de opleidings- en besluit van 13 februari 1998 betreffende de opleidings- en
vervolmakingscentra voor hulpverleners-ambulanciers vervolmakingscentra voor hulpverleners-ambulanciers
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige Gelet op de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige
hulpverlening, inzondherheid op artikel 6bis, ingevoegd bij de wet van hulpverlening, inzondherheid op artikel 6bis, ingevoegd bij de wet van
22 februari 1994; 22 februari 1994;
Gelet op de wet van 22 februari 1994 houdende sommige bepalingen Gelet op de wet van 22 februari 1994 houdende sommige bepalingen
inzake volksgezonheid, inzonderheid op artikel 10; inzake volksgezonheid, inzonderheid op artikel 10;
Gelet op het koninklijk besluit van 7 augustus 1995 houdende Gelet op het koninklijk besluit van 7 augustus 1995 houdende
vaststelling van bepaalde ministeriële bevoegdheden met betrekking tot vaststelling van bepaalde ministeriële bevoegdheden met betrekking tot
het Ministerie van Volksgezondheid en Leefmilieu; het Ministerie van Volksgezondheid en Leefmilieu;
Gelet op het koninklijk besluit van 13 februari 1998 betreffende de Gelet op het koninklijk besluit van 13 februari 1998 betreffende de
opleidings- en vervolmakingscentra voor hulpverleners-ambulanciers; opleidings- en vervolmakingscentra voor hulpverleners-ambulanciers;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën van 17 februari Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën van 17 februari
1998; 1998;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
1973, inzonderheid op artikel 84, eerste lid, 2°, ingevoegd bij de wet 1973, inzonderheid op artikel 84, eerste lid, 2°, ingevoegd bij de wet
van 4 augustus 1996; van 4 augustus 1996;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid, gemotiveerd door het feit dat Gelet op de dringende noodzakelijkheid, gemotiveerd door het feit dat
het koninklijk besluit van 13 februari 1998 betreffende de opleidings- het koninklijk besluit van 13 februari 1998 betreffende de opleidings-
en vervolmakingscentra voor hulpverleners-ambulanciers op 1 april 1998 en vervolmakingscentra voor hulpverleners-ambulanciers op 1 april 1998
in werking treedt en hierdoor de huidige opleidingsregeling, op basis in werking treedt en hierdoor de huidige opleidingsregeling, op basis
van het koninklijk besluit van 13 juli 1967 houdende regeling van het van het koninklijk besluit van 13 juli 1967 houdende regeling van het
verlenen van subsidies voor het onderricht in de eerste hulpverlening verlenen van subsidies voor het onderricht in de eerste hulpverlening
aan slachtoffers van ongevallen in het kader van de dringende aan slachtoffers van ongevallen in het kader van de dringende
geneeskundige hulpverlening, op hoger vermelde datum wordt opgeheven; geneeskundige hulpverlening, op hoger vermelde datum wordt opgeheven;
dat de nieuwe regeling slechts effectief in werking kan treden na het dat de nieuwe regeling slechts effectief in werking kan treden na het
concretiseren van de essentiële uitvoeringsbepalingen, zoals concretiseren van de essentiële uitvoeringsbepalingen, zoals
inzonderheid de samenstelling bevoegdheden van de directie, de inhoud inzonderheid de samenstelling bevoegdheden van de directie, de inhoud
van het opleidingsprogramma, de voorwaarden waaraan de leden van het van het opleidingsprogramma, de voorwaarden waaraan de leden van het
lerarenkorps moeten voldoen, evenals de subsidieregeling; dat, lerarenkorps moeten voldoen, evenals de subsidieregeling; dat,
teneinde te vermijden dat na hoger vermelde datum geen teneinde te vermijden dat na hoger vermelde datum geen
basisopleidingen en permanente vorming meer zou kunnen worden basisopleidingen en permanente vorming meer zou kunnen worden
georganiseerd, voornoemde uitvoeringsbepalingen, evenals de aanpassing georganiseerd, voornoemde uitvoeringsbepalingen, evenals de aanpassing
van de regeling inzake inwerkingtreding, dringend noodzakelijk zijn; van de regeling inzake inwerkingtreding, dringend noodzakelijk zijn;
Gelet op het advies van de Raad van State, uitgebracht binnen een Gelet op het advies van de Raad van State, uitgebracht binnen een
termijn van drie dagen; termijn van drie dagen;
Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van
Binnenlandse Zaken, van Onze Minister van Volksgezondheid en Binnenlandse Zaken, van Onze Minister van Volksgezondheid en
Pensioenen en Onze Staatssecretaris voor Veiligheid, Maatschappelijke Pensioenen en Onze Staatssecretaris voor Veiligheid, Maatschappelijke
Integratie en Leefmilieu, Integratie en Leefmilieu,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 1, 5°, van het koninklijk besluit van 13 februari

Artikel 1.Artikel 1, 5°, van het koninklijk besluit van 13 februari

1998 betreffende de opleidings- en vervolmakingscentra voor 1998 betreffende de opleidings- en vervolmakingscentra voor
hulpverleners-ambulanciers, wordt vervangen door de volgende bepaling hulpverleners-ambulanciers, wordt vervangen door de volgende bepaling
: :
« 5° mobiele urgentiegroep : de erkende functie mobiele urgentiegroep « 5° mobiele urgentiegroep : de erkende functie mobiele urgentiegroep
bedoeld in het koninklijk besluit van 10 april 1995 waarbij sommige bedoeld in het koninklijk besluit van 10 april 1995 waarbij sommige
bepalingen van de wet op de ziekenhuizen toepasselijk worden verklaard bepalingen van de wet op de ziekenhuizen toepasselijk worden verklaard
op de functie « mobiele urgentiegroep » en bedoeld in artikel 4bis van op de functie « mobiele urgentiegroep » en bedoeld in artikel 4bis van
de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige
hulpverlening, ingevoegd bij de wet van 22 februari 1998, of, zolang hulpverlening, ingevoegd bij de wet van 22 februari 1998, of, zolang
geen voornoemde functies zijn erkend en opgenomen in de werking van de geen voornoemde functies zijn erkend en opgenomen in de werking van de
dringende geneeskundige hulpverlening, het prehospitaal dringende geneeskundige hulpverlening, het prehospitaal
medisch-verpleegkundig interventieteam van een behoorlijk ingerichte medisch-verpleegkundig interventieteam van een behoorlijk ingerichte
ziekenhuisdienst waarmede een overeenkomst inzake medewerking aan de ziekenhuisdienst waarmede een overeenkomst inzake medewerking aan de
dringende geneeskundige hulpverlening is afgesloten; ». dringende geneeskundige hulpverlening is afgesloten; ».

Art. 2.§ 1. Artikel 2, 4°, van voornoemd koninklijk besluit van 13

Art. 2.§ 1. Artikel 2, 4°, van voornoemd koninklijk besluit van 13

februari 1998 wordt aangevuld met de woorden « en waarbij er per februari 1998 wordt aangevuld met de woorden « en waarbij er per
cyclus niet meer dan 12 deelnemers mogen zijn ». cyclus niet meer dan 12 deelnemers mogen zijn ».
§ 2. Artikel 2 van hetzelfde koninklijk besluit van 13 februari 1998 § 2. Artikel 2 van hetzelfde koninklijk besluit van 13 februari 1998
wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt : wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt :
« De in het eerste lid, 1°, bedoelde aanvraag dient vóór 1 juli 1998 « De in het eerste lid, 1°, bedoelde aanvraag dient vóór 1 juli 1998
aan de Minister te worden toegezonden, of binnen een termijn van drie aan de Minister te worden toegezonden, of binnen een termijn van drie
maanden na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van hetzij de maanden na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van hetzij de
intrekking van een erkenning van een opleidings- en intrekking van een erkenning van een opleidings- en
vervolmakingscentrum in de betrokken provincie of het arrondissement vervolmakingscentrum in de betrokken provincie of het arrondissement
Brussel-Hoofdstad, hetzij het bericht dat voor één van deze entiteiten Brussel-Hoofdstad, hetzij het bericht dat voor één van deze entiteiten
geen opleidings- en vervolmakingscentrum kan worden erkend. ». geen opleidings- en vervolmakingscentrum kan worden erkend. ».

Art. 3.Artikel 3 van hetzelfde koninklijk besluit van 13 februari

Art. 3.Artikel 3 van hetzelfde koninklijk besluit van 13 februari

1998 wordt vervangen door de volgende bepaling : 1998 wordt vervangen door de volgende bepaling :
«

Art. 3.De samenstelling van de directie en de bevoegdheden van de

«

Art. 3.De samenstelling van de directie en de bevoegdheden van de

medische directie van het centrum en de samenwerkingsmodaliteiten die medische directie van het centrum en de samenwerkingsmodaliteiten die
van toepassing zijn op de verschillende partners, betrokken bij de van toepassing zijn op de verschillende partners, betrokken bij de
werking van het centrum, zijn bepaald in bijlage 1 van dit besluit. ». werking van het centrum, zijn bepaald in bijlage 1 van dit besluit. ».

Art. 4.Artikel 6 van hetzelfde koninkijk besluit van 13 februari 1998

Art. 4.Artikel 6 van hetzelfde koninkijk besluit van 13 februari 1998

wordt vervangen door de volgende bepaling : wordt vervangen door de volgende bepaling :
«

Art. 6.De voorwaarden waaraan de leden van het lerarenkorps en de

«

Art. 6.De voorwaarden waaraan de leden van het lerarenkorps en de

examencommissie moeten voldoen, worden bepaald in bijlage 3 van dit examencommissie moeten voldoen, worden bepaald in bijlage 3 van dit
besluit. » besluit. »

Art. 5.Artikel 7 van hetzelfde koninklijk besluit van 13 februari

Art. 5.Artikel 7 van hetzelfde koninklijk besluit van 13 februari

1998 wordt vervangen door de volgende bepaling : 1998 wordt vervangen door de volgende bepaling :
«

Art. 7.De in artikel 2, eerste lid, 3°, bedoelde basisopleiding

«

Art. 7.De in artikel 2, eerste lid, 3°, bedoelde basisopleiding

moet minstens 160 uren bedragen en in overeenstemming zijn het met het moet minstens 160 uren bedragen en in overeenstemming zijn het met het
programma, bepaald in bijlage 2 van dit besluit en dat een theoretisch programma, bepaald in bijlage 2 van dit besluit en dat een theoretisch
en practisch gedeelte omvat van tenminste 120 uur en een stage van en practisch gedeelte omvat van tenminste 120 uur en een stage van
tenminste 40 uur. ». tenminste 40 uur. ».

Art. 6.Artikel 16 van hetzelfde koninklijk besluit van 13 februari

Art. 6.Artikel 16 van hetzelfde koninklijk besluit van 13 februari

1998 wordt vervangen door de volgende bepaling : 1998 wordt vervangen door de volgende bepaling :
«

Art. 16.De inhoud en de modaliteiten waaraan de theoretische en

«

Art. 16.De inhoud en de modaliteiten waaraan de theoretische en

praktische lessen en oefeningen bedoeld in artikel 14 en 15 van dit praktische lessen en oefeningen bedoeld in artikel 14 en 15 van dit
besluit, moeten voldoen, worden bepaald in bijlage 2 van dit besluit. besluit, moeten voldoen, worden bepaald in bijlage 2 van dit besluit.
». ».

Art. 7.Artikel 20 van hetzelfde besluit van 13 februari 1998 wordt

Art. 7.Artikel 20 van hetzelfde besluit van 13 februari 1998 wordt

aangevuld met het volgend lid : aangevuld met het volgend lid :
« Zijn eveneens van de in het eerste lid bedoelde opleidingen « Zijn eveneens van de in het eerste lid bedoelde opleidingen
vrijgesteld, de verplegers of verpleegsters die kunnen bewijzen dat vrijgesteld, de verplegers of verpleegsters die kunnen bewijzen dat
zij op 1 oktober 1998 minstens vijf jaar ervaring hebben opgedaan, zij op 1 oktober 1998 minstens vijf jaar ervaring hebben opgedaan,
hetzij in een erkende dienst of functie voor intensieve verzorging, hetzij in een erkende dienst of functie voor intensieve verzorging,
hetzij in een dienst voor intensieve behandeling die beantwoordt aan hetzij in een dienst voor intensieve behandeling die beantwoordt aan
de omschrijving in bijlage 3 van het koninkijk besluit van 28 november de omschrijving in bijlage 3 van het koninkijk besluit van 28 november
1986 houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst voor 1986 houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst voor
medische beeldvorming waarin een transversale axiale tomograaf wordt medische beeldvorming waarin een transversale axiale tomograaf wordt
opgesteld, moet voldoen om te worden erkend als medisch-technische opgesteld, moet voldoen om te worden erkend als medisch-technische
dienst zoals bedoeld in artikel 6bis, § 2, 6°, bis, van de wet op de dienst zoals bedoeld in artikel 6bis, § 2, 6°, bis, van de wet op de
ziekenhuizen, hetzij in een erkende functie « gespecialiseerde ziekenhuizen, hetzij in een erkende functie « gespecialiseerde
spoedgevallenzorg », hetzij in een spoedgevallendienst die beantwoordt spoedgevallenzorg », hetzij in een spoedgevallendienst die beantwoordt
aan de omschrijving in bijlage 1 van voormeld koninklijk besluit van aan de omschrijving in bijlage 1 van voormeld koninklijk besluit van
28 november 1986. ». 28 november 1986. ».

Art. 8.In artikel 23, 1° en 2°, van hetzelfde koninklijk besluit van

Art. 8.In artikel 23, 1° en 2°, van hetzelfde koninklijk besluit van

13 februari 1998, worden de woorden « de datum van inwerkingtreding 13 februari 1998, worden de woorden « de datum van inwerkingtreding
van dit besluit » vervangen door « 1 oktober 1998 ». van dit besluit » vervangen door « 1 oktober 1998 ».

Art. 9.Artikel 25, eerste lid, van hetzelfde koninklijk besluit van

Art. 9.Artikel 25, eerste lid, van hetzelfde koninklijk besluit van

13 februari 1998 wordt vervangen door de volgende bepaling : 13 februari 1998 wordt vervangen door de volgende bepaling :
« Binnen de perken van de begrotingskredieten wordt aan de erkende « Binnen de perken van de begrotingskredieten wordt aan de erkende
centra voor de basisopleiding en voor de permanente vorming een centra voor de basisopleiding en voor de permanente vorming een
subsidie toegekend voor de basisopleiding en voor de permanente subsidie toegekend voor de basisopleiding en voor de permanente
vorming, en dit zoals vastgesteld in bijlage 4 van dit besluit. ». vorming, en dit zoals vastgesteld in bijlage 4 van dit besluit. ».

Art. 10.Artikel 26 van hetzelfde koninklijk besluit van 13 februari

Art. 10.Artikel 26 van hetzelfde koninklijk besluit van 13 februari

1998 wordt vervangen door de volgende bepaling : 1998 wordt vervangen door de volgende bepaling :
« Ieder overeenkomstig dit besluit erkend centrum vordert voor elke « Ieder overeenkomstig dit besluit erkend centrum vordert voor elke
kandidaat een inschrijvingsgeld waarvan het bedrag in bijlage 4 wordt kandidaat een inschrijvingsgeld waarvan het bedrag in bijlage 4 wordt
vastgesteld. ». vastgesteld. ».

Art. 11.Artikel 28 van hetzelfde koninkijk besluit van 13 februari

Art. 11.Artikel 28 van hetzelfde koninkijk besluit van 13 februari

1998 wordt vervangen door de volgende bepaling : 1998 wordt vervangen door de volgende bepaling :
«

Art. 28.Dit besluit treedt in werking op 1 april 1998, met

«

Art. 28.Dit besluit treedt in werking op 1 april 1998, met

uitzondering van de artikelen 7 tot en met 27, die op 1 oktober 1998 uitzondering van de artikelen 7 tot en met 27, die op 1 oktober 1998
in werking treden. ». in werking treden. ».

Art. 12.Hetzelfde koninklijk besluit van 13 februari 1998 wordt

Art. 12.Hetzelfde koninklijk besluit van 13 februari 1998 wordt

aangevuld met de als bijlagen bij dit besluit opgenomen bepalingen. aangevuld met de als bijlagen bij dit besluit opgenomen bepalingen.

Art. 13.Dit besluit treedt in werking op 1 april 1998, met

Art. 13.Dit besluit treedt in werking op 1 april 1998, met

uitzondering van de artikelen 5 tot en met 10 die op 1 oktober 1998 in uitzondering van de artikelen 5 tot en met 10 die op 1 oktober 1998 in
werking treden. werking treden.

Art. 14.Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken,

Art. 14.Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken,

Onze Minister van Volksgezondheid en Pensioenen en Onze Onze Minister van Volksgezondheid en Pensioenen en Onze
Staatssecretaris voor Veiligheid, Maatschappelijke Integratie en Staatssecretaris voor Veiligheid, Maatschappelijke Integratie en
Leefmilieu zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van Leefmilieu zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van
dit besluit. dit besluit.
Gegeven te Brussel, 19 maart 1998. Gegeven te Brussel, 19 maart 1998.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken,
J. VANDE LANOTTE J. VANDE LANOTTE
De Minister van Volksgezondheid en Penisoenen, De Minister van Volksgezondheid en Penisoenen,
M. COLLA M. COLLA
De Staatssecretaris voor Veiligheid, Maatschappelijke Integratie en De Staatssecretaris voor Veiligheid, Maatschappelijke Integratie en
Leefmilieu, Leefmilieu,
J. PEETERS J. PEETERS
Bijlage 1 Bijlage 1
Samenstelling van de directie en bevoegdheden van de medische Samenstelling van de directie en bevoegdheden van de medische
directie, regeling voor de samenwerking van de diverse bij de werking directie, regeling voor de samenwerking van de diverse bij de werking
van het centrum betrokken partners van het centrum betrokken partners
HOOFDSTUK I. - De directie en de medische directie HOOFDSTUK I. - De directie en de medische directie
Afdeling 1. - Begripsomschrijving en taken. Afdeling 1. - Begripsomschrijving en taken.
1. Voor de uitvoering van haar opdracht, is de directie van het 1. Voor de uitvoering van haar opdracht, is de directie van het
opleidings- en vervolmakingscentrum voor hulpverleners-ambulanciers opleidings- en vervolmakingscentrum voor hulpverleners-ambulanciers
samengesteld uit drie specifieke cellen, namelijk een administratieve samengesteld uit drie specifieke cellen, namelijk een administratieve
cel, een wetenschappelijke cel en een pedagogische cel. cel, een wetenschappelijke cel en een pedagogische cel.
De wetenschappelijke en de pedagogische cel vormen de medische De wetenschappelijke en de pedagogische cel vormen de medische
directie van het centrum. directie van het centrum.
2. De administratieve cel is belast met de organisatie van het 2. De administratieve cel is belast met de organisatie van het
centrum, onder meer met : centrum, onder meer met :
- de naleving van de reglementaire bepalingen betreffende de erkenning - de naleving van de reglementaire bepalingen betreffende de erkenning
en het behoud ervan, en het behoud ervan,
- de materiële organisatie van de lessen basisopleiding en permanente - de materiële organisatie van de lessen basisopleiding en permanente
opleiding, opleiding,
- de inschrijvingsformaliteiten, - de inschrijvingsformaliteiten,
- de voorbereiding en de afgifte van de reglementaire stukken, - de voorbereiding en de afgifte van de reglementaire stukken,
- de controle op de aanwezigheid en de stiptheid van de leerkrachten - de controle op de aanwezigheid en de stiptheid van de leerkrachten
en de kandidaten hulpverlener-ambulancier, en de kandidaten hulpverlener-ambulancier,
- de discipline, - de discipline,
- de procedures met betrekking tot de rekeningen en de subsidies. - de procedures met betrekking tot de rekeningen en de subsidies.
3. De wetenschappelijke cel is ermee belast de inhoudelijke kwaliteit 3. De wetenschappelijke cel is ermee belast de inhoudelijke kwaliteit
van de opleiding te garanderen. Daartoe dient ze onder meer : van de opleiding te garanderen. Daartoe dient ze onder meer :
- toe te zien op de wetenschappelijke inhoud van de leerstof en de - toe te zien op de wetenschappelijke inhoud van de leerstof en de
bijwerking ervan overeenkomstig de reglementaire bepalingen inzake bijwerking ervan overeenkomstig de reglementaire bepalingen inzake
dringende geneeskundige hulpverlening en geneeskundepraktijk alsook op dringende geneeskundige hulpverlening en geneeskundepraktijk alsook op
de evolutie van de wetenschappelijke kennis, de evolutie van de wetenschappelijke kennis,
- de toewijzing van de leeropdrachten te regelen, - de toewijzing van de leeropdrachten te regelen,
- de activiteit van de leden van het lerarenkorps te regelen en te - de activiteit van de leden van het lerarenkorps te regelen en te
coördineren. coördineren.
4. De pedagogische cel is ermee belast te zorgen voor de samenhang van 4. De pedagogische cel is ermee belast te zorgen voor de samenhang van
de opleiding en de kwaliteit van de kennisoverdracht. Daartoe dient ze de opleiding en de kwaliteit van de kennisoverdracht. Daartoe dient ze
onder meer : onder meer :
- de behoeften inzake permanente opleiding te analyseren, rekening - de behoeften inzake permanente opleiding te analyseren, rekening
houdend met de specifieke situatie ter plaatse, houdend met de specifieke situatie ter plaatse,
- de onderwijsmethoden te controleren en bij te sturen en een - de onderwijsmethoden te controleren en bij te sturen en een
evaluatierooster voor de leerkrachten op te stellen, evaluatierooster voor de leerkrachten op te stellen,
- het lesrooster en de chronologie van de vakken op te stellen, - het lesrooster en de chronologie van de vakken op te stellen,
- de didactische middelen te beheren en uit te breiden (oefenpop, - de didactische middelen te beheren en uit te breiden (oefenpop,
materieel voor hulp- en zorgverlening, projectoren, vakdocumentatie), materieel voor hulp- en zorgverlening, projectoren, vakdocumentatie),
- de opleiding en de resultaten ervan te evalueren, - de opleiding en de resultaten ervan te evalueren,
- te zorgen voor de begeleiding van het lerarenkorps, - te zorgen voor de begeleiding van het lerarenkorps,
- de stages te organiseren en te controleren. - de stages te organiseren en te controleren.
Afdeling 2. Samenstelling van de cellen Afdeling 2. Samenstelling van de cellen
5. De administratieve cel is minstens samengesteld uit één 5. De administratieve cel is minstens samengesteld uit één
verantwoordelijke. verantwoordelijke.
6. De wetenschappelijke cel is samengesteld uit : 6. De wetenschappelijke cel is samengesteld uit :
- een arts, welke houder is van de bijzondere titel in de - een arts, welke houder is van de bijzondere titel in de
spoedgevallenzorg of welke de opleiding en stage heeft gevolgd, spoedgevallenzorg of welke de opleiding en stage heeft gevolgd,
bedoeld in artikel 5, § 2, 2°, b), van het ministerieel besluit van 12 bedoeld in artikel 5, § 2, 2°, b), van het ministerieel besluit van 12
november 1993 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de november 1993 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de
erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere
beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, alsook van de stagemeesters en beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, alsook van de stagemeesters en
stagediensten in de urgentiegeneeskunde, die verantwoordelijke is voor stagediensten in de urgentiegeneeskunde, die verantwoordelijke is voor
de cel, de cel,
- een verpleegkundige houder van de titel van gegradueerd verpleger of - een verpleegkundige houder van de titel van gegradueerd verpleger of
gegradueerd verpleegster in intensieve en spoedgevallenzorg, alsmede gegradueerd verpleegster in intensieve en spoedgevallenzorg, alsmede
verplegers of verpleegsters die, op de datum van inwerkingtreding van verplegers of verpleegsters die, op de datum van inwerkingtreding van
artikel 3 van het koninklijk besluit, een minimumervaring van 5 jaar artikel 3 van het koninklijk besluit, een minimumervaring van 5 jaar
in een identieke functie kunnen bewijzen, in een identieke functie kunnen bewijzen,
- een hulpverlener-ambulancier die het bewijs levert van een goede - een hulpverlener-ambulancier die het bewijs levert van een goede
kennis van zijn functie en van het feit dat hij in de periode van vijf kennis van zijn functie en van het feit dat hij in de periode van vijf
jaar vóór de indiening van zijn kandidatuur als lid van de jaar vóór de indiening van zijn kandidatuur als lid van de
wetenschappelijke cel, als hulpverlener-ambulancier, bedrijvig was, wetenschappelijke cel, als hulpverlener-ambulancier, bedrijvig was,
- een aangestelde van een eenvormig oproepstelsel die het bewijs - een aangestelde van een eenvormig oproepstelsel die het bewijs
levert van een goede kennis van zijn functie en van het feit dat hij levert van een goede kennis van zijn functie en van het feit dat hij
in de periode van vijf jaar vóór de indiening van zijn kandidatuur als in de periode van vijf jaar vóór de indiening van zijn kandidatuur als
lid van de wetenschappelijke cel, als aangestelde, in functie was. lid van de wetenschappelijke cel, als aangestelde, in functie was.
7. De pedagogische cel is samengesteld uit : 7. De pedagogische cel is samengesteld uit :
- een pedagoog licentiaat in de pedagogie of houder van een - een pedagoog licentiaat in de pedagogie of houder van een
gelijkwaardig diploma, verantwoordelijke voor de cel, gelijkwaardig diploma, verantwoordelijke voor de cel,
- een vertegenwoordiger van het Rode-Kruis die het bewijs levert van - een vertegenwoordiger van het Rode-Kruis die het bewijs levert van
zijn competentie in de pedagogie, onder meer door zijn beroepservaring zijn competentie in de pedagogie, onder meer door zijn beroepservaring
terzake, terzake,
- een arts, welke houder is van de bijzondere titel spoedgevallenzorg - een arts, welke houder is van de bijzondere titel spoedgevallenzorg
of welke de opleiding en stage heeft gevolgd, bedoeld in artikel 5, § of welke de opleiding en stage heeft gevolgd, bedoeld in artikel 5, §
2, 2°, b), van voornoemd ministerieel besluit van 12 november 1993 en 2, 2°, b), van voornoemd ministerieel besluit van 12 november 1993 en
met een gedegen kennis van de specifieke kenmerken van de provincie met een gedegen kennis van de specifieke kenmerken van de provincie
wat de opleiding betreft, wat de opleiding betreft,
- een verpleegkundige, houder van de titel gegradueerd verpleger of - een verpleegkundige, houder van de titel gegradueerd verpleger of
gegradueerd verpleegster in intensieve of spoedgevallenzorg, met een gegradueerd verpleegster in intensieve of spoedgevallenzorg, met een
gedegen kennis van de specifieke kenmerken van de provincie wat de gedegen kennis van de specifieke kenmerken van de provincie wat de
opleiding betreft, alsmede verplegers of verpleegsters die, op de opleiding betreft, alsmede verplegers of verpleegsters die, op de
datum van inwerkingtreding van artikel 3 van het koninklijk besluit, datum van inwerkingtreding van artikel 3 van het koninklijk besluit,
een minimumervaring van 5 jaar in een identieke functie kunnen een minimumervaring van 5 jaar in een identieke functie kunnen
bewijzen, bewijzen,
Een afgevaardigde van de kandidaten hulpverlener-ambulancier, die Een afgevaardigde van de kandidaten hulpverlener-ambulancier, die
aangewezen wordt voor elk van de sessies "basisopleiding", en een aangewezen wordt voor elk van de sessies "basisopleiding", en een
vertegenwoordiger van de hulpverleners-ambulanciers kunnen, in het vertegenwoordiger van de hulpverleners-ambulanciers kunnen, in het
kader van de permanente opleiding, deelnemen aan de vergaderingen van kader van de permanente opleiding, deelnemen aan de vergaderingen van
de pedagogische cel en laatstgenoemde interpelleren in de gevallen die de pedagogische cel en laatstgenoemde interpelleren in de gevallen die
in de statuten van het centrum zijn bepaald, en dit overeenkomstig een in de statuten van het centrum zijn bepaald, en dit overeenkomstig een
in die statuten omschreven procedure. in die statuten omschreven procedure.
Afdeling 3. - Werking. Afdeling 3. - Werking.
8. Een coördinator, die lid kan zijn van de medische directie, zorgt 8. Een coördinator, die lid kan zijn van de medische directie, zorgt
voor de coördinatie van de activiteit van de drie cellen. voor de coördinatie van de activiteit van de drie cellen.
9. De procedures inzake medische besluitvorming en duur van de 9. De procedures inzake medische besluitvorming en duur van de
mandaten worden in de statuten vastgesteld. Het evaluatieverslag mandaten worden in de statuten vastgesteld. Het evaluatieverslag
betreffende de leerkrachten maakt evenwel het voorwerp uit van een betreffende de leerkrachten maakt evenwel het voorwerp uit van een
collegiale beslissing van de drie verenigde cellen. collegiale beslissing van de drie verenigde cellen.
10. Het mandaat van de leden van de medische cel, evenals van de arts 10. Het mandaat van de leden van de medische cel, evenals van de arts
en de verpleegkundige, bedoeld in punt 7, neemt een einde op het en de verpleegkundige, bedoeld in punt 7, neemt een einde op het
tijdsstip waarop het lid zijn functie in de dringende geneeskundige tijdsstip waarop het lid zijn functie in de dringende geneeskundige
hulpverlening verliest. hulpverlening verliest.
HOOFDSTUK II. Samenwerkingsregeling voor de diverse partners HOOFDSTUK II. Samenwerkingsregeling voor de diverse partners
die bij de werking van het centrum betrokken zijn die bij de werking van het centrum betrokken zijn
11. De statuten moeten de transparante werking van het centrum en de 11. De statuten moeten de transparante werking van het centrum en de
evenwichtige vertegenwoordiging van de diverse partners welke hun evenwichtige vertegenwoordiging van de diverse partners welke hun
medewerking verlenen aan de dringende geneeskundige hulpverlening, medewerking verlenen aan de dringende geneeskundige hulpverlening,
inzonderheid deze bedoeld in artikel 1, 3°, 5°, en 6°, van het inzonderheid deze bedoeld in artikel 1, 3°, 5°, en 6°, van het
koninklijk besluit, waarborgen. koninklijk besluit, waarborgen.
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 13 februari 1998. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 13 februari 1998.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken,
J. VANDE LANOTTE J. VANDE LANOTTE
De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen, De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen,
M. COLLA M. COLLA
De Staatssecretaris voor Veiligheid, Maatschappelijke Integratie en De Staatssecretaris voor Veiligheid, Maatschappelijke Integratie en
Leefmilieu, Leefmilieu,
J.PEETERS J.PEETERS
Bijlage 2 Bijlage 2
Inhoud van het programma van de basisopleiding Inhoud van het programma van de basisopleiding
en van de permanente vorming en van de permanente vorming
HOOFDSTUK I. - Het programma van de basisopleiding HOOFDSTUK I. - Het programma van de basisopleiding
1. Het programma van de basisopleiding heeft tot doel de 1. Het programma van de basisopleiding heeft tot doel de
hulpverleners-ambulanciers de kennis bij te brengen noodzakelijk voor hulpverleners-ambulanciers de kennis bij te brengen noodzakelijk voor
: :
- het verstrekken van de eerste hulp aan de persoon bedoeld in artikel - het verstrekken van de eerste hulp aan de persoon bedoeld in artikel
1 van de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige 1 van de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige
hulpverlening, waaronder het vrijwaren van de vitale functies, ter hulpverlening, waaronder het vrijwaren van de vitale functies, ter
plaatse, tijdens het optillen en vervoeren van de patiënt, indien plaatse, tijdens het optillen en vervoeren van de patiënt, indien
nodig in samenwerking met de andere hulpverleners van de dringende nodig in samenwerking met de andere hulpverleners van de dringende
geneeskundige hulpverlening geneeskundige hulpverlening
- het goed onderhouden van het materiaal dat ze gebruiken - het goed onderhouden van het materiaal dat ze gebruiken
- het technische beheer van de opdrachten die hun in het kader van de - het technische beheer van de opdrachten die hun in het kader van de
dringende geneeskundige hulpverlening worden toevertrouwd. dringende geneeskundige hulpverlening worden toevertrouwd.
2. Het programma van de basisopleiding omvat : 2. Het programma van de basisopleiding omvat :
a) 80 uren theoretisch onderricht over : a) 80 uren theoretisch onderricht over :
1° Inleiding : de taak van de hulpverlener-ambulancier bedoeld in 1° Inleiding : de taak van de hulpverlener-ambulancier bedoeld in
artikel 6bis van de voornoemde wet van 8 juli 1964 (2 uur); artikel 6bis van de voornoemde wet van 8 juli 1964 (2 uur);
2° Het menselijk lichaam : anatomie en fysiologie (10 uur); 2° Het menselijk lichaam : anatomie en fysiologie (10 uur);
3° De objectieve risico's van de dringende hulp : de eerste minuten en 3° De objectieve risico's van de dringende hulp : de eerste minuten en
levensbedreigende aandoeningen (12 uur) levensbedreigende aandoeningen (12 uur)
4° De gewonde patiënt, en de technieken om de patiënt in een goede 4° De gewonde patiënt, en de technieken om de patiënt in een goede
houding te brengen met het oog op diens vervoer (10 uur); houding te brengen met het oog op diens vervoer (10 uur);
5° optreden van de hulpverlener-ambulancier ten aanzien van een 5° optreden van de hulpverlener-ambulancier ten aanzien van een
patiënt met een acute aandoening, een vergiftiging of psychische patiënt met een acute aandoening, een vergiftiging of psychische
problemen (20 uur); problemen (20 uur);
6° optreden van de hulpverlener-ambulancier ten aanzien van een 6° optreden van de hulpverlener-ambulancier ten aanzien van een
zwangere vrouw en een mogelijke spoedbevalling (2 uur); zwangere vrouw en een mogelijke spoedbevalling (2 uur);
7° optreden van de hulpverlener-ambulancier ten aanzien van een kind 7° optreden van de hulpverlener-ambulancier ten aanzien van een kind
in nood (2 uur); in nood (2 uur);
8° Urgenties door omgevingsfactoren (6 uur) 8° Urgenties door omgevingsfactoren (6 uur)
9° Rampengeneeskunde (2 uur); 9° Rampengeneeskunde (2 uur);
10° Juridische, deontologische en ethische aspecten van de functie van 10° Juridische, deontologische en ethische aspecten van de functie van
hulpverlener-ambulancier, het samenwerken met de functie mobiele hulpverlener-ambulancier, het samenwerken met de functie mobiele
urgentiegroep « MUG », bedoeld in het koninklijk besluit van 10 april urgentiegroep « MUG », bedoeld in het koninklijk besluit van 10 april
1995 waarbij sommige bepalingen van de wet op de ziekenhuizen 1995 waarbij sommige bepalingen van de wet op de ziekenhuizen
toepasselijk worden verklaard op de functie mobiele urgentiegroep, de toepasselijk worden verklaard op de functie mobiele urgentiegroep, de
documenten, het verslag van zijn activiteiten (6 uur); documenten, het verslag van zijn activiteiten (6 uur);
11° Bijzondere technieken : 11° Bijzondere technieken :
de veiligheid van de hulpverlener-ambulancier, de veiligheid van de hulpverlener-ambulancier,
de wegcode, de wegcode,
gevaarlijke produkten, gevaarlijke produkten,
telecommunicatie, telecommunicatie,
kaartlezen, kaartlezen,
(6 uur); (6 uur);
12° Voorzorgsmaatregelen inzake hygiëne en aseptie (2 uur); 12° Voorzorgsmaatregelen inzake hygiëne en aseptie (2 uur);
b) 40 uur praktijk, omvattende : b) 40 uur praktijk, omvattende :
1° de eerste beoordeling 1° de eerste beoordeling
2° de technieken inzake het vrijmaken van de bovenste luchtwegen 2° de technieken inzake het vrijmaken van de bovenste luchtwegen
3° de technieken inzake cardio-pulmonaire reanimatie bij volwassenen, 3° de technieken inzake cardio-pulmonaire reanimatie bij volwassenen,
kinderen en baby's kinderen en baby's
4° het toedienen van zuurstof, 4° het toedienen van zuurstof,
ten belope van 18 uur; ten belope van 18 uur;
5° de tweede beoordeling 5° de tweede beoordeling
6° attitude ten aanzien van bloedverlies 6° attitude ten aanzien van bloedverlies
7° het bijstaan van de arts, de MUG 7° het bijstaan van de arts, de MUG
8° het beschermen van huidletsels, het aanleggen van verbanden 8° het beschermen van huidletsels, het aanleggen van verbanden
9° bevrijdingstechnieken, technieken om de patiënt in een goede 9° bevrijdingstechnieken, technieken om de patiënt in een goede
houding te brengen, til- en vervoerstechnieken houding te brengen, til- en vervoerstechnieken
10° kennis en onderhoud van het materiaal waarmee de ambulance 10° kennis en onderhoud van het materiaal waarmee de ambulance
uitgerust is uitgerust is
ten belope van 16 uur; ten belope van 16 uur;
11° oefeningen inzake telecommunicatie en kaartlezen; 11° oefeningen inzake telecommunicatie en kaartlezen;
12° een geleid bezoek aan een éénvormig oproepcentrum; 12° een geleid bezoek aan een éénvormig oproepcentrum;
13° het ontplooien van de logistieke uitrusting bij rampen; 13° het ontplooien van de logistieke uitrusting bij rampen;
ten belope van 6 uur; ten belope van 6 uur;
c) een 40-urige stage met minstens 25 opdrachten, verdeeld als volgt : c) een 40-urige stage met minstens 25 opdrachten, verdeeld als volgt :
1°. 5 tot 10 interventies als waarnemer die een team van een mobiele 1°. 5 tot 10 interventies als waarnemer die een team van een mobiele
urgentiegroep (MUG) vergezelt; urgentiegroep (MUG) vergezelt;
2.° 15 tot 20 interventies als waarnemer die een team van een 2.° 15 tot 20 interventies als waarnemer die een team van een
ambulancedienst vergezelt, welke meewerkt aan de dringende ambulancedienst vergezelt, welke meewerkt aan de dringende
geneeskundige hulpverlening. geneeskundige hulpverlening.
3. Voor de personen bedoeld in artikel 21 van het koninklijk besluit, 3. Voor de personen bedoeld in artikel 21 van het koninklijk besluit,
omvat het programma van de basisopleiding : omvat het programma van de basisopleiding :
a) 24 uur theoretisch onderricht, omvattende : a) 24 uur theoretisch onderricht, omvattende :
1° de cursus bedoeld in punt 2, a), 1°; 1° de cursus bedoeld in punt 2, a), 1°;
2° de cursus bedoeld in punt 2, a), 3°, 4° en 5° gedurende 8 uur; 2° de cursus bedoeld in punt 2, a), 3°, 4° en 5° gedurende 8 uur;
3° de cursus bedoeld in punt 2, a), 9°; 3° de cursus bedoeld in punt 2, a), 9°;
4° de cursus bedoeld in punt 2, a), 10°; 4° de cursus bedoeld in punt 2, a), 10°;
5° de cursus bedoeld in punt 2, a), 11°. 5° de cursus bedoeld in punt 2, a), 11°.
b) 16 uur praktische oefeningen, omvattende : b) 16 uur praktische oefeningen, omvattende :
1° de oefeningen bedoeld in punt 2, b), 1° tot en met 4°, gedurende 4 1° de oefeningen bedoeld in punt 2, b), 1° tot en met 4°, gedurende 4
uur; uur;
2° de oefeningen bedoeld in punt 2, b), 5° tot en met 10°, gedurende 6 2° de oefeningen bedoeld in punt 2, b), 5° tot en met 10°, gedurende 6
uur; uur;
3° de oefeningen bedoeld in punt 2, b), 11° tot en met 13°; 3° de oefeningen bedoeld in punt 2, b), 11° tot en met 13°;
c) eenzelfde stage als die bedoeld in punt 2, c). c) eenzelfde stage als die bedoeld in punt 2, c).
HOOFDSTUK II. - Het programma van de permanente opleiding HOOFDSTUK II. - Het programma van de permanente opleiding
4. De permanente opleiding omvat de bijwerking en de herhaling van de 4. De permanente opleiding omvat de bijwerking en de herhaling van de
in punt 2 bedoelde materie, overeenkomstig een programma opgesteld in punt 2 bedoelde materie, overeenkomstig een programma opgesteld
door de pedagogische cel, na analyse van de behoeften door de door de pedagogische cel, na analyse van de behoeften door de
pedagogische en de wetenschappelijke cel. pedagogische en de wetenschappelijke cel.
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 13 februari 1998. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 13 februari 1998.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken,
J. VANDE LANOTTE J. VANDE LANOTTE
De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen, De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen,
M. COLLA M. COLLA
De Staatssecretaris voor Veiligheid, Maatschappelijke Integratie en De Staatssecretaris voor Veiligheid, Maatschappelijke Integratie en
Leefmilieu, Leefmilieu,
J. PEETERS J. PEETERS
Bijlage 3 Bijlage 3
De voorwaarden waaraan de leden van het lerarenkorps en de De voorwaarden waaraan de leden van het lerarenkorps en de
examencommissie moeten voldoen examencommissie moeten voldoen
HOOFDSTUK I. - Lerarenkorps HOOFDSTUK I. - Lerarenkorps
1. Om de basisopleiding en de permanente opleiding van de 1. Om de basisopleiding en de permanente opleiding van de
hulpverleners-ambulanciers te verzorgen, komen drie categorieën van hulpverleners-ambulanciers te verzorgen, komen drie categorieën van
leerkrachten in aanmerking, namelijk : leerkrachten in aanmerking, namelijk :
1°. de beoefenaars van de dringende geneeskundige hulpverlening; 1°. de beoefenaars van de dringende geneeskundige hulpverlening;
hierbij onderscheidt men : hierbij onderscheidt men :
a)- de docenten : artsen welke houder zijn van de bijzondere titel in a)- de docenten : artsen welke houder zijn van de bijzondere titel in
de spoedgevallengeneeskunde of welke de opleiding en de stage hebben de spoedgevallengeneeskunde of welke de opleiding en de stage hebben
gevolgd, bedoeld in artikel 5, § 2, 2°, b), van het ministerieel gevolgd, bedoeld in artikel 5, § 2, 2°, b), van het ministerieel
besluit van 12 november 1993 tot vaststelling van de bijzondere besluit van 12 november 1993 tot vaststelling van de bijzondere
criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de
bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, alsook van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, alsook van de
stagemeesters en stagediensten in de urgentiegeneeskunde, gegradueerde stagemeesters en stagediensten in de urgentiegeneeskunde, gegradueerde
verplegers/verpleegsters in intensieve en spoedgevallenzorg alsmede verplegers/verpleegsters in intensieve en spoedgevallenzorg alsmede
verplegers of verpleegsters die, op de datum van inwerkingtreding van verplegers of verpleegsters die, op de datum van inwerkingtreding van
dit besluit, een minimumervaring van 5 jaar in een identieke functie dit besluit, een minimumervaring van 5 jaar in een identieke functie
kunnen bewijzen; kunnen bewijzen;
b)- de praktijkdocenten : verpleegkundigen, hulpverleners-ambulanciers b)- de praktijkdocenten : verpleegkundigen, hulpverleners-ambulanciers
en aangestelden die aan de in bijlage 1 bedoelde cel het bewijs en aangestelden die aan de in bijlage 1 bedoelde cel het bewijs
leveren dat zij 3 jaar ervaring hebben in het kader van de dringende leveren dat zij 3 jaar ervaring hebben in het kader van de dringende
geneeskundige hulpverlening. geneeskundige hulpverlening.
2°. De artsen die geen beoefenaars zijn van de dringende geneeskundige 2°. De artsen die geen beoefenaars zijn van de dringende geneeskundige
hulpverlening, deskundigen genoemd. hulpverlening, deskundigen genoemd.
3°. De niet-artsen die geen beoefenaars zijn van de dringende 3°. De niet-artsen die geen beoefenaars zijn van de dringende
geneeskundige hulpverlening, lectoren genoemd. geneeskundige hulpverlening, lectoren genoemd.
De deskundigen en de lectoren moeten aan de wetenschappelijke cel het De deskundigen en de lectoren moeten aan de wetenschappelijke cel het
bewijs leveren van hun bijzondere kennis van een bepaald onderwerp, en bewijs leveren van hun bijzondere kennis van een bepaald onderwerp, en
dit op basis van hun titel of van 3 jaar beroepservaring in de periode dit op basis van hun titel of van 3 jaar beroepservaring in de periode
van drie jaar die de opleiding voorafgaat. van drie jaar die de opleiding voorafgaat.
2. De bekwaamheid om les te geven moet bij alle leden van het 2. De bekwaamheid om les te geven moet bij alle leden van het
lerarenkorps worden geëvalueerd, zowel wat de inhoud als wat de vorm lerarenkorps worden geëvalueerd, zowel wat de inhoud als wat de vorm
betreft. De evaluatie moet berusten op het door de pedagogische cel betreft. De evaluatie moet berusten op het door de pedagogische cel
opgestelde evaluatierooster, op basis waarvan voor elke leraar een opgestelde evaluatierooster, op basis waarvan voor elke leraar een
evaluatieverslag wordt opgesteld en voorgelegd aan de drie evaluatieverslag wordt opgesteld en voorgelegd aan de drie
overeenkomstig punt 9 van de bijlage 1. verenigde cellen, die overeenkomstig punt 9 van de bijlage 1. verenigde cellen, die
collegiaal beslissen. collegiaal beslissen.
Een negatieve evaluatie kan leiden tot het verlies van de hoedanigheid Een negatieve evaluatie kan leiden tot het verlies van de hoedanigheid
van leraar van leraar
3. De vakken bedoeld in bijlage 2 worden onder de in punt 1 bedoelde 3. De vakken bedoeld in bijlage 2 worden onder de in punt 1 bedoelde
categorieën van leerkrachten verdeeld als volgt : categorieën van leerkrachten verdeeld als volgt :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
HOOFDSTUK II. - De examencommissie. HOOFDSTUK II. - De examencommissie.
4. De examencommissie die de examens ter afsluiting van de 4. De examencommissie die de examens ter afsluiting van de
basisopleiding evalueert, is samengesteld uit : basisopleiding evalueert, is samengesteld uit :
- de coördinator, die het voorzitterschap waarneemt - de coördinator, die het voorzitterschap waarneemt
- de leden van het lerarenkorps die aangewezen werden om de - de leden van het lerarenkorps die aangewezen werden om de
theoretische en praktische kennis te evalueren via een mondeling theoretische en praktische kennis te evalueren via een mondeling
examen, dat de volgende onderwerpen omvat : examen, dat de volgende onderwerpen omvat :
- cardio-pulmonaire reanimatie uitgevoerd op een volwassen en een - cardio-pulmonaire reanimatie uitgevoerd op een volwassen en een
baby-oefenpop baby-oefenpop
- het vrijmaken van de bovenste luchtwegen en het toedienen van - het vrijmaken van de bovenste luchtwegen en het toedienen van
zuurstof zuurstof
- het immobiliseren van de patiënt, hem in een goede houding brengen - het immobiliseren van de patiënt, hem in een goede houding brengen
en op correcte wijze optillen met het oog op diens vervoer en op correcte wijze optillen met het oog op diens vervoer
- het bijstaan van de arts die de zorg verstrekt - het bijstaan van de arts die de zorg verstrekt
- een onderhoud over één of meer theoretische vragen - een onderhoud over één of meer theoretische vragen
De verantwoordelijke van de administratieve cel zorgt voor het De verantwoordelijke van de administratieve cel zorgt voor het
secretariaat, maar is niet stemgerechtigd. secretariaat, maar is niet stemgerechtigd.
5. Een vertegenwoordiger van de ambulancediensten, bedoeld in artikel 5. Een vertegenwoordiger van de ambulancediensten, bedoeld in artikel
1, 3°, van het koninklijk besluit en die kandidaten hebben 1, 3°, van het koninklijk besluit en die kandidaten hebben
voorgedragen, kan in de hoedanigheid van waarnemer aan de deliberaties voorgedragen, kan in de hoedanigheid van waarnemer aan de deliberaties
deelnemen. deelnemen.
6. De verantwoordelijke van de pedagogische cel of zijn afgevaardigde 6. De verantwoordelijke van de pedagogische cel of zijn afgevaardigde
mag alle examens bijwonen. mag alle examens bijwonen.
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 13 februari 1998. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 13 februari 1998.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken,
J. VANDE LANOTTE J. VANDE LANOTTE
De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen, De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen,
M. COLLA M. COLLA
De Staatssecretaris voor Veiligheid, Maatschappelijke Integratie en De Staatssecretaris voor Veiligheid, Maatschappelijke Integratie en
Leefmilieu, Leefmilieu,
J.PEETERS J.PEETERS
Bijlage 4 Bijlage 4
Subsidie voor de opleidings- en vervolmakingscentra voor de Subsidie voor de opleidings- en vervolmakingscentra voor de
basisopleiding en voor de permanente vorming van de basisopleiding en voor de permanente vorming van de
hulpverleners-ambulanciers en inschrijvingsgeld hulpverleners-ambulanciers en inschrijvingsgeld
HOOFDSTUK I. - Subsidie HOOFDSTUK I. - Subsidie
Afdeling 1. - Toekenning van subsidie Afdeling 1. - Toekenning van subsidie
Aan de erkende centra worden, per opleidingssessie, de volgende Aan de erkende centra worden, per opleidingssessie, de volgende
subsidies toegekend : subsidies toegekend :
1° voor de basisopleiding, een subsidie van 18.000 frank per 1° voor de basisopleiding, een subsidie van 18.000 frank per
ingeschreven kandidaat die regelmatig de cursus heeft gevolgd; ingeschreven kandidaat die regelmatig de cursus heeft gevolgd;
2° voor de permanente vorming, een subsidie van 6.000 F. per 2° voor de permanente vorming, een subsidie van 6.000 F. per
ingeschreven hulpverlener-ambulancier die regelmatig de cursus heeft ingeschreven hulpverlener-ambulancier die regelmatig de cursus heeft
gevolgd. gevolgd.
Afdeling 2. - Vereffening van de subsidie Afdeling 2. - Vereffening van de subsidie
1. Voor de basisopleiding worden de subsidies als volgt uitbetaald : 1. Voor de basisopleiding worden de subsidies als volgt uitbetaald :
1° een voorschot van 30% van de subsidie wordt uitbetaald voor elke 1° een voorschot van 30% van de subsidie wordt uitbetaald voor elke
opleidingssessie na ontvangst van de volgende stukken : opleidingssessie na ontvangst van de volgende stukken :
- de stukken betreffende de voordracht of toestemming bedoeld in - de stukken betreffende de voordracht of toestemming bedoeld in
artikel 1, 4°, van dit besluit; artikel 1, 4°, van dit besluit;
- het lessenrooster; - het lessenrooster;
- de samenstelling van het lerarenkorps. - de samenstelling van het lerarenkorps.
2° het saldo van de subsidie wordt uitbetaald op basis van het aantal 2° het saldo van de subsidie wordt uitbetaald op basis van het aantal
kandidaten waarvan de afwezigheid tijdens de basisopleiding niet meer kandidaten waarvan de afwezigheid tijdens de basisopleiding niet meer
dan 20% bedroeg; de uitbetaling gebeurt op het einde van de dan 20% bedroeg; de uitbetaling gebeurt op het einde van de
basisopleiding, nadat het centrum, uiterlijk op 15 oktober van het basisopleiding, nadat het centrum, uiterlijk op 15 oktober van het
jaar waarin de cyclus wordt afgesloten, de volgende stukken heeft jaar waarin de cyclus wordt afgesloten, de volgende stukken heeft
voorgelegd : voorgelegd :
- de aanwezigheidslijst; - de aanwezigheidslijst;
- het rooster van de schriftelijke en mondelinge examens; - het rooster van de schriftelijke en mondelinge examens;
- het deliberatiebewijs; - het deliberatiebewijs;
- de stukken betreffende de organisatie en het verloop van de stages. - de stukken betreffende de organisatie en het verloop van de stages.
2. Voor de permanente vorming worden de subsidies als volgt uitbetaald 2. Voor de permanente vorming worden de subsidies als volgt uitbetaald
: :
1° een voorschot van 30% van de subsidie wordt uitbetaald na ontvangst 1° een voorschot van 30% van de subsidie wordt uitbetaald na ontvangst
van de volgende stukken : van de volgende stukken :
- het lessenrooster; - het lessenrooster;
- de lijst met de leerstof; - de lijst met de leerstof;
- lijst van de personen die met de opleiding belast zijn; - lijst van de personen die met de opleiding belast zijn;
- de plaatsen waar de lessen plaatsvinden; - de plaatsen waar de lessen plaatsvinden;
- de lijst met de ingeschreven hulpverleners-ambulanciers. - de lijst met de ingeschreven hulpverleners-ambulanciers.
2° het saldo van de subsidie wordt uitbetaald op basis van het aantal 2° het saldo van de subsidie wordt uitbetaald op basis van het aantal
van hulpverleners-ambulanciers die regelmatig de cursus hebben van hulpverleners-ambulanciers die regelmatig de cursus hebben
gevolgd; de uitbetaling gebeurt op het einde van de permanente gevolgd; de uitbetaling gebeurt op het einde van de permanente
vorming, nadat het centrum, uiterlijk op 15 oktober van het jaar vorming, nadat het centrum, uiterlijk op 15 oktober van het jaar
waarin de cyclus wordt afgesloten, de volgende stukken heeft waarin de cyclus wordt afgesloten, de volgende stukken heeft
voorgelegd : voorgelegd :
- de aanwezigheidslijst; - de aanwezigheidslijst;
- de bewijstukken van de personen die de permanente vorming verzorgen. - de bewijstukken van de personen die de permanente vorming verzorgen.
HOOFDSTUK II. - Inschrijvingsgeld HOOFDSTUK II. - Inschrijvingsgeld
3. Het bedrag bedoeld in artikel 26 van het koninklijk besluit, is 3. Het bedrag bedoeld in artikel 26 van het koninklijk besluit, is
vastgesteld op 3.200 frank. vastgesteld op 3.200 frank.
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 13 februari 1998. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 13 februari 1998.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken,
J. VANDE LANOTTE J. VANDE LANOTTE
De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen, De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen,
M. COLLA M. COLLA
De Staatssecretaris voor Veiligheid, Maatschappelijke Integratie en De Staatssecretaris voor Veiligheid, Maatschappelijke Integratie en
Leefmilieu, Leefmilieu,
J. PEETERS J. PEETERS
^