Koninklijk besluit tot vaststelling van de uitvoerings-bepalingen betreffende de werking van het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau en van zijn raad van bestuur | Koninklijk besluit tot vaststelling van de uitvoerings-bepalingen betreffende de werking van het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau en van zijn raad van bestuur |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE | FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE |
19 MEI 2006. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de | 19 MEI 2006. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de |
uitvoerings-bepalingen betreffende de werking van het Belgisch | uitvoerings-bepalingen betreffende de werking van het Belgisch |
Interventie- en Restitutiebureau en van zijn raad van bestuur | Interventie- en Restitutiebureau en van zijn raad van bestuur |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet houdende oprichting van het Belgisch Interventie- en | Gelet op de wet houdende oprichting van het Belgisch Interventie- en |
Restitutiebureau, gecoördineerd door het koninklijk besluit van 3 | Restitutiebureau, gecoördineerd door het koninklijk besluit van 3 |
februari 1995, inzonderheid op artikel 14, vervangen bij de wet van 7 | februari 1995, inzonderheid op artikel 14, vervangen bij de wet van 7 |
juli 2002; | juli 2002; |
Gelet op de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige | Gelet op de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige |
instellingen van openbaar nut, inzonderheid op artikel 7, gewijzigd | instellingen van openbaar nut, inzonderheid op artikel 7, gewijzigd |
bij het koninklijk besluit van 18 december 1957; | bij het koninklijk besluit van 18 december 1957; |
Gelet op het koninklijk besluit van 4 augustus 1996 tot vaststelling | Gelet op het koninklijk besluit van 4 augustus 1996 tot vaststelling |
van de regels voor de werking van het Belgisch Interventie- en | van de regels voor de werking van het Belgisch Interventie- en |
Restitutiebureau; | Restitutiebureau; |
Gelet op het ministerieel besluit van 25 juni 1975 tot vaststelling | Gelet op het ministerieel besluit van 25 juni 1975 tot vaststelling |
van het bedrag van de presentiegelden van de voorzitter en de leden | van het bedrag van de presentiegelden van de voorzitter en de leden |
van de raad van bestuur en van de bestendige comités van de Belgische | van de raad van bestuur en van de bestendige comités van de Belgische |
Dienst voor Bedrijfsleven en Landbouw; | Dienst voor Bedrijfsleven en Landbouw; |
Gelet op het ministerieel besluit van 25 juli 1985 tot vaststelling | Gelet op het ministerieel besluit van 25 juli 1985 tot vaststelling |
van het bedrag der vergoedingen voor de reiskosten van de leden van de | van het bedrag der vergoedingen voor de reiskosten van de leden van de |
raad van beheer en van de bestendige comités van de Belgische Dienst | raad van beheer en van de bestendige comités van de Belgische Dienst |
voor Bedrijfsleven en Landbouw; | voor Bedrijfsleven en Landbouw; |
Gelet op het overleg tussen de gewestregeringen en de federale | Gelet op het overleg tussen de gewestregeringen en de federale |
overheid; | overheid; |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 30 | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 30 |
november 2005; | november 2005; |
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, gegeven | Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, gegeven |
op 3 januari 2006; | op 3 januari 2006; |
Gelet op advies 40.011/1 van de Raad van State, gegeven op 23 maart | Gelet op advies 40.011/1 van de Raad van State, gegeven op 23 maart |
2006, met toepassing van artikel 84, §1, eerste lid, 1°, van de | 2006, met toepassing van artikel 84, §1, eerste lid, 1°, van de |
gecoördineerde wetten op de Raad van State; | gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
Op de voordracht van onze Minister van Financiën en van Onze Minister | Op de voordracht van onze Minister van Financiën en van Onze Minister |
van Middenstand en Landbouw, | van Middenstand en Landbouw, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
HOOFDSTUK I. - De zetel | HOOFDSTUK I. - De zetel |
Artikel 1.De zetel van het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau, |
Artikel 1.De zetel van het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau, |
afgekort BIRB, is in het administratief arrondissement | afgekort BIRB, is in het administratief arrondissement |
Brussel-Hoofdstad gevestigd. | Brussel-Hoofdstad gevestigd. |
HOOFDSTUK II. - De bestuursorganen | HOOFDSTUK II. - De bestuursorganen |
Afdeling 1. - De raad van bestuur | Afdeling 1. - De raad van bestuur |
Art. 2.De raad van bestuur beschikt over de meest uitgebreide |
Art. 2.De raad van bestuur beschikt over de meest uitgebreide |
bevoegdheden voor het bestuur van het BIRB en voor de verwezenlijking | bevoegdheden voor het bestuur van het BIRB en voor de verwezenlijking |
van zijn opdrachten. | van zijn opdrachten. |
Art. 3.Hij onderzoekt ieder vraagstuk in verband met het bestuur van |
Art. 3.Hij onderzoekt ieder vraagstuk in verband met het bestuur van |
het BIRB, op eigen initiatief, op verzoek van de toezichthoudende | het BIRB, op eigen initiatief, op verzoek van de toezichthoudende |
federale Minister of Ministers, op verzoek van de bevoegde Minister | federale Minister of Ministers, op verzoek van de bevoegde Minister |
van het Vlaamse Gewest, van het Waalse Gewest of van het Brussels | van het Vlaamse Gewest, van het Waalse Gewest of van het Brussels |
Hoofdstedelijk Gewest, of op verzoek van het bestendig comité. | Hoofdstedelijk Gewest, of op verzoek van het bestendig comité. |
Art. 4.Hij is meer in het bijzonder gerechtigd om : |
Art. 4.Hij is meer in het bijzonder gerechtigd om : |
1° aan de bevoegde federale Minister de voorstellen inzake | 1° aan de bevoegde federale Minister de voorstellen inzake |
personeelsplan en weddenschalen voor te leggen, overeenkomstig het | personeelsplan en weddenschalen voor te leggen, overeenkomstig het |
statuut van het federale rijkspersoneel; | statuut van het federale rijkspersoneel; |
2° de ontwerpbegroting en de eventuele wijzigingen daarin op te | 2° de ontwerpbegroting en de eventuele wijzigingen daarin op te |
stellen die aan de bevoegde Minister ter goedkeuring moeten worden | stellen die aan de bevoegde Minister ter goedkeuring moeten worden |
voorgelegd; regelmatig de uitvoering ervan na te gaan aan de hand van | voorgelegd; regelmatig de uitvoering ervan na te gaan aan de hand van |
de driemaandelijkse staten die hem te dien einde worden voorgelegd; | de driemaandelijkse staten die hem te dien einde worden voorgelegd; |
3° elk jaar de uitvoeringsrekening van de begroting, de rekening van | 3° elk jaar de uitvoeringsrekening van de begroting, de rekening van |
de veranderingen van het vermogen, de balans en de resultatenrekening | de veranderingen van het vermogen, de balans en de resultatenrekening |
op te maken die op 31 december worden afgesloten; | op te maken die op 31 december worden afgesloten; |
4° het bedrag der vergoedingen te bepalen die het BIRB mag eisen om | 4° het bedrag der vergoedingen te bepalen die het BIRB mag eisen om |
geheel of ten dele de kosten in verband met de door het BIRB voor | geheel of ten dele de kosten in verband met de door het BIRB voor |
rekening van derden verrichte verstrekkingen te dekken; | rekening van derden verrichte verstrekkingen te dekken; |
5° met de instemming van de toezichthoudende federale Minister of | 5° met de instemming van de toezichthoudende federale Minister of |
Ministers van het BIRB en van die van Begroting, de regels vast te | Ministers van het BIRB en van die van Begroting, de regels vast te |
stellen inzake : | stellen inzake : |
1) de vaststelling der winsten, | 1) de vaststelling der winsten, |
2) de wijze van schatting der bestanddelen van het vermogen, | 2) de wijze van schatting der bestanddelen van het vermogen, |
3) de wijze van berekening en de vaststelling van het maximumbedrag : | 3) de wijze van berekening en de vaststelling van het maximumbedrag : |
a) van de afschrijvingen, | a) van de afschrijvingen, |
b) van de dotaties voor de vernieuwingsfondsen, | b) van de dotaties voor de vernieuwingsfondsen, |
c) van de speciale reserves en andere provisies die noodzakelijk zijn | c) van de speciale reserves en andere provisies die noodzakelijk zijn |
wegens de aard der activiteiten van het BIRB; | wegens de aard der activiteiten van het BIRB; |
6° jaarlijks aan de toezichthoudende federale Minister of Ministers, | 6° jaarlijks aan de toezichthoudende federale Minister of Ministers, |
alsook aan de bevoegde Ministers van het Waalse Gewest, van het | alsook aan de bevoegde Ministers van het Waalse Gewest, van het |
Vlaamse Gewest en van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verslag uit | Vlaamse Gewest en van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verslag uit |
te brengen over de activiteiten van het BIRB; | te brengen over de activiteiten van het BIRB; |
7° binnen de perken van het personeelsplan en in overeenstemming met | 7° binnen de perken van het personeelsplan en in overeenstemming met |
de statutaire regels, de personeelsleden, de directeur-generaal en de | de statutaire regels, de personeelsleden, de directeur-generaal en de |
adjunct-directeur-generaal te benoemen en te bevorderen, alsook af te | adjunct-directeur-generaal te benoemen en te bevorderen, alsook af te |
zetten. Voor de personeelsleden van de niveaus C en D, mag hij zijn | zetten. Voor de personeelsleden van de niveaus C en D, mag hij zijn |
bevoegdheid om te benoemen en te bevorderen aan het bestendig comité | bevoegdheid om te benoemen en te bevorderen aan het bestendig comité |
of aan de directeur-generaal overdragen. | of aan de directeur-generaal overdragen. |
Afdeling 2. - Het bestendig comité | Afdeling 2. - Het bestendig comité |
Art. 5.De leden van het bestendig comité worden door de raad van |
Art. 5.De leden van het bestendig comité worden door de raad van |
bestuur aangewezen. | bestuur aangewezen. |
Zij wijzen uit hun midden een voorzitter aan. | Zij wijzen uit hun midden een voorzitter aan. |
Afdeling 3. - De raad van bestuur en het bestendig comité | Afdeling 3. - De raad van bestuur en het bestendig comité |
Art. 6.De raad van bestuur en het bestendig comité stellen een |
Art. 6.De raad van bestuur en het bestendig comité stellen een |
huishoudelijk reglement op. | huishoudelijk reglement op. |
Art. 7.De mandaten van de leden van de raad van bestuur en van het |
Art. 7.De mandaten van de leden van de raad van bestuur en van het |
bestendig comité zijn onbezoldigd. | bestendig comité zijn onbezoldigd. |
Art. 8.Aan de voorzitter, de ondervoorzitter en de leden van de raad |
Art. 8.Aan de voorzitter, de ondervoorzitter en de leden van de raad |
van bestuur van het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau zullen | van bestuur van het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau zullen |
niettemin volgende presentiegelden worden toegekend : | niettemin volgende presentiegelden worden toegekend : |
voorzitter en ondervoorzitter : 110 euro per zitting, met een | voorzitter en ondervoorzitter : 110 euro per zitting, met een |
jaarlijks maximum van 1.100 euro, | jaarlijks maximum van 1.100 euro, |
leden : 91 euro per zitting met een jaarlijks maximum van 910 euro . | leden : 91 euro per zitting met een jaarlijks maximum van 910 euro . |
Art. 9.Aan de voorzitter en de leden van het bestendig comité, met |
Art. 9.Aan de voorzitter en de leden van het bestendig comité, met |
uitzondering van de directeur-generaal en de | uitzondering van de directeur-generaal en de |
adjunct-directeur-generaal, zullen ook de volgende presentiegelden | adjunct-directeur-generaal, zullen ook de volgende presentiegelden |
worden toegekend : | worden toegekend : |
voorzitter : 75 euro per zitting, met een jaarlijks maximum van 750 | voorzitter : 75 euro per zitting, met een jaarlijks maximum van 750 |
euro, | euro, |
leden : 47 euro per zitting met een jaarlijks maximum van 470 euro . | leden : 47 euro per zitting met een jaarlijks maximum van 470 euro . |
Art. 10.De in de artikelen 8 en 9 bedoelde bedragen tegen 100 % zijn |
Art. 10.De in de artikelen 8 en 9 bedoelde bedragen tegen 100 % zijn |
gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de | gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de |
consumptieprijzen, overeenkomstig de regels voorgeschreven door de wet | consumptieprijzen, overeenkomstig de regels voorgeschreven door de wet |
van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige | van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige |
uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer der | uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer der |
consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, gewijzigd bij | consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, gewijzigd bij |
koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982. Zij worden aan de | koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982. Zij worden aan de |
spilindex 138,01 gekoppeld. | spilindex 138,01 gekoppeld. |
Art. 11.De reiskosten van de woonplaats naar de vergaderplaats en |
Art. 11.De reiskosten van de woonplaats naar de vergaderplaats en |
terug worden aan de leden van de raad van bestuur en van het bestendig | terug worden aan de leden van de raad van bestuur en van het bestendig |
comité van het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau vergoed op | comité van het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau vergoed op |
basis van het officiële tarief 1e klas van de N.M.B.S. | basis van het officiële tarief 1e klas van de N.M.B.S. |
Art. 12.De beraadslagingen en stemmingen van de raad van bestuur en |
Art. 12.De beraadslagingen en stemmingen van de raad van bestuur en |
het bestendig comité zijn slechts geldig wanneer de meerderheid van de | het bestendig comité zijn slechts geldig wanneer de meerderheid van de |
leden aanwezig of geldig vertegenwoordigd is. | leden aanwezig of geldig vertegenwoordigd is. |
De beslissingen worden genomen bij meerderheid van stemmen, | De beslissingen worden genomen bij meerderheid van stemmen, |
uitgebracht door de aanwezige of vertegenwoordigde leden. Bij staking | uitgebracht door de aanwezige of vertegenwoordigde leden. Bij staking |
van stemmen is de stem van de voorzitter van de vergadering | van stemmen is de stem van de voorzitter van de vergadering |
doorslaggevend. | doorslaggevend. |
Indien voor de raad van bestuur of het bestendig comité het quorum | Indien voor de raad van bestuur of het bestendig comité het quorum |
niet is bereikt, zal tijdens een nieuwe vergadering over hetzelfde | niet is bereikt, zal tijdens een nieuwe vergadering over hetzelfde |
onderwerp geldig kunnen worden beraadslaagd en gestemd ongeacht het | onderwerp geldig kunnen worden beraadslaagd en gestemd ongeacht het |
aantal aanwezige leden. | aantal aanwezige leden. |
De onthoudingen en bij geheime stemming de blanco en ongeldige stemmen | De onthoudingen en bij geheime stemming de blanco en ongeldige stemmen |
worden meegerekend om het aantal aanwezige leden te bepalen. Ze worden | worden meegerekend om het aantal aanwezige leden te bepalen. Ze worden |
niet meegerekend om de meerderheid vast te stellen. | niet meegerekend om de meerderheid vast te stellen. |
Art. 13.De raad van bestuur en het bestendig comité wijzen hun |
Art. 13.De raad van bestuur en het bestendig comité wijzen hun |
secretaris onder de personeelsleden van het BIRB aan. | secretaris onder de personeelsleden van het BIRB aan. |
Afdeling 4. - De directeur-generaal en de adjunct-directeur-generaal. | Afdeling 4. - De directeur-generaal en de adjunct-directeur-generaal. |
Art. 14.Onverminderd artikel 2 wordt het dagelijkse bestuur van het |
Art. 14.Onverminderd artikel 2 wordt het dagelijkse bestuur van het |
BIRB door de directeur-generaal uitgeoefend. Hij staat aan het hoofd | BIRB door de directeur-generaal uitgeoefend. Hij staat aan het hoofd |
van het personeel en organiseert de werkzaamheden van de diensten. Hij | van het personeel en organiseert de werkzaamheden van de diensten. Hij |
mag alle contracten, inzonderheid arbeidsovereenkomsten sluiten, alle | mag alle contracten, inzonderheid arbeidsovereenkomsten sluiten, alle |
uitgaven verrichten en ontvangsten innen, de nodige maatregelen | uitgaven verrichten en ontvangsten innen, de nodige maatregelen |
treffen voor de uitvoering van de aan het BIRB toevertrouwde taken en | treffen voor de uitvoering van de aan het BIRB toevertrouwde taken en |
in het kader van de begroting alle nodige administratieve uitgaven | in het kader van de begroting alle nodige administratieve uitgaven |
doen. | doen. |
Art. 15.De directeur-generaal is rekenplichtig voor de geldmiddelen |
Art. 15.De directeur-generaal is rekenplichtig voor de geldmiddelen |
en waarden waarvan het BIRB houder is en hij vertegenwoordigt het voor | en waarden waarvan het BIRB houder is en hij vertegenwoordigt het voor |
de openbare en onderhandse akten. | de openbare en onderhandse akten. |
Art. 16.De rechtsvorderingen van het BIRB als eiser of verweerder |
Art. 16.De rechtsvorderingen van het BIRB als eiser of verweerder |
worden gevoerd door de directeur-generaal die namens de raad van | worden gevoerd door de directeur-generaal die namens de raad van |
bestuur optreedt. | bestuur optreedt. |
Art. 17.De directeur-generaal is vrijgesteld borgtocht te |
Art. 17.De directeur-generaal is vrijgesteld borgtocht te |
verschaffen, zoals bepaald voor iedere rekenplichtige van | verschaffen, zoals bepaald voor iedere rekenplichtige van |
overheidsgelden. | overheidsgelden. |
Art. 18.De bevoegdheden die aan de Minister zijn toegekend in de wet |
Art. 18.De bevoegdheden die aan de Minister zijn toegekend in de wet |
van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige | van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige |
opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, m.b.t. | opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, m.b.t. |
uitgaven die gefinancierd worden uit de administratieve begroting, | uitgaven die gefinancierd worden uit de administratieve begroting, |
worden uitgeoefend door de raad van bestuur of in geval van delegatie | worden uitgeoefend door de raad van bestuur of in geval van delegatie |
door het bestendig comité of in voorkomend geval door de | door het bestendig comité of in voorkomend geval door de |
directeur-generaal. | directeur-generaal. |
Art. 19.Ingeval de directeur-generaal afwezig of verhinderd is, |
Art. 19.Ingeval de directeur-generaal afwezig of verhinderd is, |
worden zijn bevoegdheden uitgeoefend door de | worden zijn bevoegdheden uitgeoefend door de |
adjunct-directeur-generaal of, bij zijn afwezigheid, door de ambtenaar | adjunct-directeur-generaal of, bij zijn afwezigheid, door de ambtenaar |
die hem in de hiërarchische volgorde onmiddellijk opvolgt. | die hem in de hiërarchische volgorde onmiddellijk opvolgt. |
De directeur-generaal kan een deel van zijn bevoegdheden overdragen | De directeur-generaal kan een deel van zijn bevoegdheden overdragen |
aan de adjunct-directeur-generaal of, bij zijn afwezigheid, aan de | aan de adjunct-directeur-generaal of, bij zijn afwezigheid, aan de |
ambtenaar die hem in de hiërarchische volgorde onmiddellijk opvolgt, | ambtenaar die hem in de hiërarchische volgorde onmiddellijk opvolgt, |
behalve zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid bij het verrichten van | behalve zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid bij het verrichten van |
daden van koophandel en de bevoegdheden die voortvloeien uit zijn | daden van koophandel en de bevoegdheden die voortvloeien uit zijn |
lidmaatschap van het bestendig comité. | lidmaatschap van het bestendig comité. |
Art. 20.De directeur-generaal en de adjunct-directeur-generaal wonen |
Art. 20.De directeur-generaal en de adjunct-directeur-generaal wonen |
de vergaderingen van de raad van bestuur met raadgevende stem bij. | de vergaderingen van de raad van bestuur met raadgevende stem bij. |
Zij vervullen het ambt van verslaggever zowel bij de vergaderingen van | Zij vervullen het ambt van verslaggever zowel bij de vergaderingen van |
de raad van bestuur als bij de vergaderingen van het bestendig comité. | de raad van bestuur als bij de vergaderingen van het bestendig comité. |
HOOFDSTUK III. - De boekhouding en de financiën | HOOFDSTUK III. - De boekhouding en de financiën |
Art. 21.Onverminderd artikel 12 van de wet houdende oprichting van |
Art. 21.Onverminderd artikel 12 van de wet houdende oprichting van |
het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau, gecoördineerd bij het | het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau, gecoördineerd bij het |
koninklijk besluit van 3 februari 1995, worden de nettowinsten tot een | koninklijk besluit van 3 februari 1995, worden de nettowinsten tot een |
bedrag van 5 % van de werkingsuitgaven ingeschreven op de begroting | bedrag van 5 % van de werkingsuitgaven ingeschreven op de begroting |
van het BIRB voor het volgende jaar naar de reserve overgedragen. | van het BIRB voor het volgende jaar naar de reserve overgedragen. |
Art. 22.De raad van bestuur wijst de personeelsleden aan die |
Art. 22.De raad van bestuur wijst de personeelsleden aan die |
gemachtigd zijn alle banktransacties te verrichten. | gemachtigd zijn alle banktransacties te verrichten. |
Deze machtigingen worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. | Deze machtigingen worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. |
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen |
Art. 23.Het koninklijk besluit van 4 augustus 1996 tot vaststelling |
Art. 23.Het koninklijk besluit van 4 augustus 1996 tot vaststelling |
van de regels voor de werking van het Belgisch Interventie- en | van de regels voor de werking van het Belgisch Interventie- en |
Restitutiebureau wordt opgeheven. | Restitutiebureau wordt opgeheven. |
Art. 24.Het ministerieel besluit van 25 juni 1975 tot vaststelling |
Art. 24.Het ministerieel besluit van 25 juni 1975 tot vaststelling |
van het bedrag van de presentiegelden van de voorzitter en de leden | van het bedrag van de presentiegelden van de voorzitter en de leden |
van de raad van bestuur en van de bestendige comités van de Belgische | van de raad van bestuur en van de bestendige comités van de Belgische |
Dienst voor Bedrijfsleven en Landbouw wordt opgeheven. | Dienst voor Bedrijfsleven en Landbouw wordt opgeheven. |
Art. 25.Het ministerieel besluit van 25 juli 1985 tot vaststelling |
Art. 25.Het ministerieel besluit van 25 juli 1985 tot vaststelling |
van het bedrag der vergoedingen voor de reiskosten van de leden van de | van het bedrag der vergoedingen voor de reiskosten van de leden van de |
raad van beheer en van de bestendige comités van de Belgische Dienst | raad van beheer en van de bestendige comités van de Belgische Dienst |
voor Bedrijfsleven en Landbouw wordt opgeheven. | voor Bedrijfsleven en Landbouw wordt opgeheven. |
Art. 26.Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Middenstand |
Art. 26.Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Middenstand |
en Landbouw zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van | en Landbouw zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 19 mei 2006. | Gegeven te Brussel, 19 mei 2006. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Financiën, | De Minister van Financiën, |
D. REYNDERS | D. REYNDERS |
De Minister van Middenstand en Landbouw, | De Minister van Middenstand en Landbouw, |
Mevr. S. LARUELLE | Mevr. S. LARUELLE |