Koninklijk besluit betreffende de luchtverkeersregels en operationele bepalingen betreffende luchtvaartnavigatiediensten en -procedures | Koninklijk besluit betreffende de luchtverkeersregels en operationele bepalingen betreffende luchtvaartnavigatiediensten en -procedures |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER | FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER |
19 DECEMBER 2014. - Koninklijk besluit betreffende de | 19 DECEMBER 2014. - Koninklijk besluit betreffende de |
luchtverkeersregels en operationele bepalingen betreffende | luchtverkeersregels en operationele bepalingen betreffende |
luchtvaartnavigatiediensten en -procedures | luchtvaartnavigatiediensten en -procedures |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 | Gelet op de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 |
november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart, artikel 5, § 1, | november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart, artikel 5, § 1, |
gewijzigd bij de wet van 2 januari 2001; | gewijzigd bij de wet van 2 januari 2001; |
Gelet op de uitvoeringsverordening (EU) nr. 923/2012 van de Commissie | Gelet op de uitvoeringsverordening (EU) nr. 923/2012 van de Commissie |
van 26 september 2012 tot vaststelling van gemeenschappelijke | van 26 september 2012 tot vaststelling van gemeenschappelijke |
luchtverkeersregels en operationele bepalingen betreffende | luchtverkeersregels en operationele bepalingen betreffende |
luchtvaartnavigatiediensten en -procedures en tot wijziging van | luchtvaartnavigatiediensten en -procedures en tot wijziging van |
uitvoeringsverordening (EU) nr. 1035/2011 en verordeningen (EG) nr. | uitvoeringsverordening (EU) nr. 1035/2011 en verordeningen (EG) nr. |
1265/2007, (EG) nr. 1794/2006, (EG) nr. 730/2006, (EG) nr. 1033/2006 | 1265/2007, (EG) nr. 1794/2006, (EG) nr. 730/2006, (EG) nr. 1033/2006 |
en (EU) nr. 255/2010; | en (EU) nr. 255/2010; |
Gelet op het koninklijk besluit van 18 februari 1991 houdende | Gelet op het koninklijk besluit van 18 februari 1991 houdende |
reglementering van de reclamesleepvluchten; | reglementering van de reclamesleepvluchten; |
Gelet op het koninklijk besluit van 15 september 1994 tot vaststelling | Gelet op het koninklijk besluit van 15 september 1994 tot vaststelling |
van de vliegverkeersregelen, gewijzigd door het koninklijk besluit van | van de vliegverkeersregelen, gewijzigd door het koninklijk besluit van |
19 juli 2002; | 19 juli 2002; |
Gelet op het koninklijk besluit van 23 november 2000 tot vaststelling | Gelet op het koninklijk besluit van 23 november 2000 tot vaststelling |
van de voor het luchtverkeer te gebruiken seinen; | van de voor het luchtverkeer te gebruiken seinen; |
Gelet op de samenwerking tussen gewestregeringen die bij het ontwerpen | Gelet op de samenwerking tussen gewestregeringen die bij het ontwerpen |
van dit besluit betrokken zijn; | van dit besluit betrokken zijn; |
Gelet op advies 55.289/4 van de Raad van State, gegeven op 5 maart | Gelet op advies 55.289/4 van de Raad van State, gegeven op 5 maart |
2014 en advies 56.727/4 van de Raad van State gegeven op 12 november | 2014 en advies 56.727/4 van de Raad van State gegeven op 12 november |
2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de | 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de |
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Overwegende de Overeenkomst betreffende de internationale | Overwegende de Overeenkomst betreffende de internationale |
burgerluchtvaart, ondertekend te Chicago op 7 december 1944 en | burgerluchtvaart, ondertekend te Chicago op 7 december 1944 en |
goedgekeurd bij de wet van 30 april 1947, bijlage 2; | goedgekeurd bij de wet van 30 april 1947, bijlage 2; |
Overwegende dat de uitvoeringsverordening (UE) nr 923/2012 van de | Overwegende dat de uitvoeringsverordening (UE) nr 923/2012 van de |
Commissie, in het kader van uitvoeringsmaatregelen van de Europese | Commissie, in het kader van uitvoeringsmaatregelen van de Europese |
regelgeving van het Europese Gemeenschappelijk Luchtruim, | regelgeving van het Europese Gemeenschappelijk Luchtruim, |
gemeenschappelijke luchtverkeersregels bepaalt, gebaseerd op normen en | gemeenschappelijke luchtverkeersregels bepaalt, gebaseerd op normen en |
aanbevolen werkwijzen van de Internationale | aanbevolen werkwijzen van de Internationale |
Burgerluchtvaartorganisatie en operationele bepalingen betreffende | Burgerluchtvaartorganisatie en operationele bepalingen betreffende |
luchtvaartnavigatiediensten en -procedures vaststelt. | luchtvaartnavigatiediensten en -procedures vaststelt. |
Overwegende dat die verordening, van toepassing in België vanaf 4 | Overwegende dat die verordening, van toepassing in België vanaf 4 |
december 2014, sommige uitvoeringsmaatregelen in nationaal recht | december 2014, sommige uitvoeringsmaatregelen in nationaal recht |
oproept; | oproept; |
Op voordracht van de Minister van Mobiliteit en de Minister van | Op voordracht van de Minister van Mobiliteit en de Minister van |
Financiën, | Financiën, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
HOOFDSTUK I. - Definities | HOOFDSTUK I. - Definities |
Artikel 1.§ 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan |
Artikel 1.§ 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan |
onder : | onder : |
1° Minister : de minister bevoegd voor de luchtvaart; | 1° Minister : de minister bevoegd voor de luchtvaart; |
2° directeur-generaal : de directeur-generaal van het | 2° directeur-generaal : de directeur-generaal van het |
Directoraat-generaal Luchtvaart; | Directoraat-generaal Luchtvaart; |
3° verordening nr. 923/2012 : de uitvoeringsverordening (EU) nr. | 3° verordening nr. 923/2012 : de uitvoeringsverordening (EU) nr. |
923/2012 van de Commissie van 26 september 2012 tot vaststelling van | 923/2012 van de Commissie van 26 september 2012 tot vaststelling van |
gemeenschappelijke luchtverkeersregels en operationele bepalingen | gemeenschappelijke luchtverkeersregels en operationele bepalingen |
betreffende luchtvaartnavigatiediensten en -procedures en tot | betreffende luchtvaartnavigatiediensten en -procedures en tot |
wijziging van uitvoeringsverordening (EU) nr. 1035/2011 en | wijziging van uitvoeringsverordening (EU) nr. 1035/2011 en |
verordeningen (EG) nr. 1265/2007, (EG) nr. 1794/2006, (EG) nr. | verordeningen (EG) nr. 1265/2007, (EG) nr. 1794/2006, (EG) nr. |
730/2006, (EG) nr. 1033/2006 en (EU) nr. 255/2010; | 730/2006, (EG) nr. 1033/2006 en (EU) nr. 255/2010; |
4° Bijlage 2 : bijlage 2 van de Overeenkomst betreffende de | 4° Bijlage 2 : bijlage 2 van de Overeenkomst betreffende de |
internationale burgerluchtvaart, ondertekend te Chicago op 7 december | internationale burgerluchtvaart, ondertekend te Chicago op 7 december |
1944 en goedgekeurd bij de wet van 30 april 1947; | 1944 en goedgekeurd bij de wet van 30 april 1947; |
5° AFIS-dienst : vluchtinformatiedienst (Aerodrome Flight Information | 5° AFIS-dienst : vluchtinformatiedienst (Aerodrome Flight Information |
Service) voor luchtvaartterreinverkeer; | Service) voor luchtvaartterreinverkeer; |
6° AFIS-luchtvaartterrein : een niet-gecontroleerd luchtvaartterrein | 6° AFIS-luchtvaartterrein : een niet-gecontroleerd luchtvaartterrein |
waar vluchtinformatiedienst en waarschuwingsdienst worden gegeven ten | waar vluchtinformatiedienst en waarschuwingsdienst worden gegeven ten |
behoeve van het luchtvaartterreinverkeer; | behoeve van het luchtvaartterreinverkeer; |
7° vluchtinformatiecentrum (FIC - Flight Information Center) : centrum | 7° vluchtinformatiecentrum (FIC - Flight Information Center) : centrum |
dat in niet gecontroleerde luchtruimen de vluchtinformatiedienst | dat in niet gecontroleerde luchtruimen de vluchtinformatiedienst |
verstrekt; | verstrekt; |
8° FIC personeel (FICO - Flight Information Center Officer) : | 8° FIC personeel (FICO - Flight Information Center Officer) : |
personeel dat de vluchtinformatiedienst in een FIC verstrekt; | personeel dat de vluchtinformatiedienst in een FIC verstrekt; |
§ 2. Bovendien zijn de definities van de verordening nr. 923/2012 van | § 2. Bovendien zijn de definities van de verordening nr. 923/2012 van |
toepassing op dit besluit. | toepassing op dit besluit. |
Onder deze, wordt begrepen onder de definitie van "overgangshoogte" | Onder deze, wordt begrepen onder de definitie van "overgangshoogte" |
van artikel 2, (134) een hoogte van 4500 voet. | van artikel 2, (134) een hoogte van 4500 voet. |
De Minister of zijn gemachtigde, de directeur-generaal, mag een andere | De Minister of zijn gemachtigde, de directeur-generaal, mag een andere |
hoogte bepalen, in verband met de operationele noden. | hoogte bepalen, in verband met de operationele noden. |
HOOFDSTUK 2. - Aanvullende bepalingen bij luchtverkeersregels | HOOFDSTUK 2. - Aanvullende bepalingen bij luchtverkeersregels |
Afdeling 1. - Toepasselijkheid en naleving | Afdeling 1. - Toepasselijkheid en naleving |
Art. 2.§ 1. De luchtverkeerregels vastgesteld door de verordening nr. |
Art. 2.§ 1. De luchtverkeerregels vastgesteld door de verordening nr. |
923/2012 en zoals door dit besluit aangevuld zijn van toepassing op de | 923/2012 en zoals door dit besluit aangevuld zijn van toepassing op de |
luchtvaartuigen : | luchtvaartuigen : |
a) die zich bevinden in het vluchtinformatiegebied van Brussel met | a) die zich bevinden in het vluchtinformatiegebied van Brussel met |
uitzondering van het luchtruim waarin de luchtverkeersdienstverlening | uitzondering van het luchtruim waarin de luchtverkeersdienstverlening |
verzekerd wordt door de autoriteiten van het Groothertogdom Luxemburg; | verzekerd wordt door de autoriteiten van het Groothertogdom Luxemburg; |
b) die de Belgische nationaliteits- en inschrijvingskenmerken dragen, | b) die de Belgische nationaliteits- en inschrijvingskenmerken dragen, |
waar zij zich ook bevinden, voor zover deze regels niet in tegenspraak | waar zij zich ook bevinden, voor zover deze regels niet in tegenspraak |
zijn met de reglementering uitgevaardigd door de Staat onder het gezag | zijn met de reglementering uitgevaardigd door de Staat onder het gezag |
waarvan het overvlogen grondgebied is geplaatst. Zij zijn er toe | waarvan het overvlogen grondgebied is geplaatst. Zij zijn er toe |
gehouden deze laatste regels in acht te nemen wanneer zij verschillen | gehouden deze laatste regels in acht te nemen wanneer zij verschillen |
van de nationale regels of er een aanvulling op zijn. | van de nationale regels of er een aanvulling op zijn. |
§ 2. De begrenzingen van het vluchtinlichtingengebied van Brussel | § 2. De begrenzingen van het vluchtinlichtingengebied van Brussel |
alsmede deze van de algemene verkeersleidingsgebieden, van de | alsmede deze van de algemene verkeersleidingsgebieden, van de |
plaatselijke verkeersleidingsgebieden, van de vluchtadviesroutes, de | plaatselijke verkeersleidingsgebieden, van de vluchtadviesroutes, de |
ATS-routes, de luchtvaartterreinverkeersgebieden en de klasse | ATS-routes, de luchtvaartterreinverkeersgebieden en de klasse |
ATS-luchtruimen binnen het luchtruim bepaald in § 1, worden | ATS-luchtruimen binnen het luchtruim bepaald in § 1, worden |
vastgesteld bij beslissing van de Minister of door de | vastgesteld bij beslissing van de Minister of door de |
directeur-generaal. | directeur-generaal. |
Art. 3.Wanneer overmacht een piloot ertoe dwingt af te wijken van de |
Art. 3.Wanneer overmacht een piloot ertoe dwingt af te wijken van de |
vliegverkeersregels of van de klaringen brengt de gezagvoerder | vliegverkeersregels of van de klaringen brengt de gezagvoerder |
onverwijld de eenheid voor luchtverkeersdiensten, bevoegd voor het | onverwijld de eenheid voor luchtverkeersdiensten, bevoegd voor het |
luchtruim waarin het luchtvaartuig vliegt, hiervan op de hoogte en | luchtruim waarin het luchtvaartuig vliegt, hiervan op de hoogte en |
brengt hij hierover binnen tien dagen verslag uit bij de | brengt hij hierover binnen tien dagen verslag uit bij de |
directeur-generaal. | directeur-generaal. |
Afdeling 2. - Algemene regels en het vermijden van botsingen | Afdeling 2. - Algemene regels en het vermijden van botsingen |
Onderafdeling 1. - Bescherming van personen en zaken | Onderafdeling 1. - Bescherming van personen en zaken |
Art. 4.De Minister of zijn gemachtigde, de directeur-generaal, levert |
Art. 4.De Minister of zijn gemachtigde, de directeur-generaal, levert |
de toestemming AF bedoeld in punt 3105 van de Bijlage bij de | de toestemming AF bedoeld in punt 3105 van de Bijlage bij de |
verordening nr. 923/2012. | verordening nr. 923/2012. |
Art. 5.Behalve de verboden gebieden bepaald door de Koning krachtens |
Art. 5.Behalve de verboden gebieden bepaald door de Koning krachtens |
artikel 4 van de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet | artikel 4 van de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet |
van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart kunnen er | van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart kunnen er |
gevaarlijke gebieden en gebieden met beperkingen bestaan. Zij worden | gevaarlijke gebieden en gebieden met beperkingen bestaan. Zij worden |
bepaald door de directeur-generaal die, volgens het geval, de aard van | bepaald door de directeur-generaal die, volgens het geval, de aard van |
het gevaar of de bijzondere beperkingen inzake het luchtverkeer | het gevaar of de bijzondere beperkingen inzake het luchtverkeer |
omschrijft. | omschrijft. |
Art. 6.Uit een luchtvaartuig in vlucht mag niets geworpen of |
Art. 6.Uit een luchtvaartuig in vlucht mag niets geworpen of |
verstoven worden zonder toestemming van de Minister of van zijn | verstoven worden zonder toestemming van de Minister of van zijn |
gemachtigde, de directeur-generaal, en conform de toestemmingen van de | gemachtigde, de directeur-generaal, en conform de toestemmingen van de |
ATS-eenheden. | ATS-eenheden. |
Brandstoflozing of lossen van ballast mag nochtans plaatsvinden op de | Brandstoflozing of lossen van ballast mag nochtans plaatsvinden op de |
wijze vermeld in de luchtvaartinlichtingen en de toestemmingen. | wijze vermeld in de luchtvaartinlichtingen en de toestemmingen. |
Art. 7.In de luchtverkeersleidingsgebieden mag het slepen in de lucht |
Art. 7.In de luchtverkeersleidingsgebieden mag het slepen in de lucht |
slechts plaatsvinden in overeenstemming met de bepalingen van | slechts plaatsvinden in overeenstemming met de bepalingen van |
artikelen 8 tot 14 en conform de toestemmingen. | artikelen 8 tot 14 en conform de toestemmingen. |
Art. 8.Boven het Belgisch grondgebied is het verboden een |
Art. 8.Boven het Belgisch grondgebied is het verboden een |
reclamesleepvlucht uit te voeren beneden een hoogte van 425 meter | reclamesleepvlucht uit te voeren beneden een hoogte van 425 meter |
(1500 ft) boven de grond of het water, behalve voor het opnemen of | (1500 ft) boven de grond of het water, behalve voor het opnemen of |
afwerpen van reclamesleepdoeken. | afwerpen van reclamesleepdoeken. |
Het vliegen met reclamesleepdoeken is bovendien verboden : | Het vliegen met reclamesleepdoeken is bovendien verboden : |
1° in het verticaal cilindervormig luchtruim, waarvan de basis | 1° in het verticaal cilindervormig luchtruim, waarvan de basis |
begrensd is door een cirkel met een straal van 9 km rond het | begrensd is door een cirkel met een straal van 9 km rond het |
referentiepunt van het luchtvaartterrein van Oostende (51° 11'59'' N - | referentiepunt van het luchtvaartterrein van Oostende (51° 11'59'' N - |
02° 51'49" E), behoudens toelating van de verkeersleidingsdienst van | 02° 51'49" E), behoudens toelating van de verkeersleidingsdienst van |
het luchtvaartterrein van Oostende, onder de voorwaarden gesteld door | het luchtvaartterrein van Oostende, onder de voorwaarden gesteld door |
de Minister; | de Minister; |
2° langs de kust op een afstand van minder dan 500 meter langs | 2° langs de kust op een afstand van minder dan 500 meter langs |
zeezijde en van minder dan 1000 meter langs landzijde van de | zeezijde en van minder dan 1000 meter langs landzijde van de |
scheidingslijn tussen het strand en de zee, met uitzondering van het | scheidingslijn tussen het strand en de zee, met uitzondering van het |
luchtruim bedoeld onder 1°. | luchtruim bedoeld onder 1°. |
Art. 9.Reclamesleepvluchten zijn enkel toegelaten op de weekdagen |
Art. 9.Reclamesleepvluchten zijn enkel toegelaten op de weekdagen |
tussen 10 uur en 19 uur en op zon- en feestdagen tussen 14 uur en 18 | tussen 10 uur en 19 uur en op zon- en feestdagen tussen 14 uur en 18 |
uur, behoudens afwijkingen toegestaan door de Minister of zijn | uur, behoudens afwijkingen toegestaan door de Minister of zijn |
gemachtigde, de directeur-generaal, na advies van de burgemeester van | gemachtigde, de directeur-generaal, na advies van de burgemeester van |
de gemeente op wiens grondgebied personen bijeen zijn voor wie de | de gemeente op wiens grondgebied personen bijeen zijn voor wie de |
reclameboodschap in hoofdzaak bestemd is. | reclameboodschap in hoofdzaak bestemd is. |
Art. 10.De Minister of zijn gemachtigde, de directeur-generaal, kan |
Art. 10.De Minister of zijn gemachtigde, de directeur-generaal, kan |
verbieden dat enige reclamesleepvlucht wordt uitgevoerd boven | verbieden dat enige reclamesleepvlucht wordt uitgevoerd boven |
massamanifestaties. | massamanifestaties. |
Art. 11.Boven een bebouwde kom van een gemeente of stad mag een |
Art. 11.Boven een bebouwde kom van een gemeente of stad mag een |
reclamesleepvlucht niet langer dan 45 minuten worden uitgevoerd. Boven | reclamesleepvlucht niet langer dan 45 minuten worden uitgevoerd. Boven |
eenzelfde locatie mag een sleepvlucht niet langer dan 15 minuten | eenzelfde locatie mag een sleepvlucht niet langer dan 15 minuten |
duren. Deze tijdsperioden gelden per geadverteerde tekst per dag. | duren. Deze tijdsperioden gelden per geadverteerde tekst per dag. |
Art. 12.Reclamesleepvluchten in formatie mogen maximaal door drie |
Art. 12.Reclamesleepvluchten in formatie mogen maximaal door drie |
toestellen uitgevoerd worden. | toestellen uitgevoerd worden. |
Art. 13.Helicopters die reclamesleepvluchten uitvoeren houden een |
Art. 13.Helicopters die reclamesleepvluchten uitvoeren houden een |
minimale vliegsnelheid aan van 40 knopen. | minimale vliegsnelheid aan van 40 knopen. |
Art. 14.§ 1. De technische voorwaarden waaraan het luchtvaartuig en |
Art. 14.§ 1. De technische voorwaarden waaraan het luchtvaartuig en |
de uitrusting, gebruikt voor reclamesleepvluchten, dienen te voldoen, | de uitrusting, gebruikt voor reclamesleepvluchten, dienen te voldoen, |
worden vastgesteld in de bijlagen tot het luchtwaardigheidsbewijs van | worden vastgesteld in de bijlagen tot het luchtwaardigheidsbewijs van |
het betreffend luchtvaartuig. De gewichten verbonden aan de | het betreffend luchtvaartuig. De gewichten verbonden aan de |
reclamesleepdoeken dienen uitgerust te worden met valschermen | reclamesleepdoeken dienen uitgerust te worden met valschermen |
overeenkomstig de voorschriften opgenomen in voormelde bijlagen. | overeenkomstig de voorschriften opgenomen in voormelde bijlagen. |
§ 2. Aan boord van de sleepvaartuigen wordt een transponder van het | § 2. Aan boord van de sleepvaartuigen wordt een transponder van het |
type "mode C" geïnstalleerd . | type "mode C" geïnstalleerd . |
Art. 15.Behoudens in noodgevallen mogen valschermsprongen slechts |
Art. 15.Behoudens in noodgevallen mogen valschermsprongen slechts |
uitgevoerd worden met de toestemming van de Minister of van zijn | uitgevoerd worden met de toestemming van de Minister of van zijn |
gemachtigde, de directeur-generaal, en in overeenstemming met de in | gemachtigde, de directeur-generaal, en in overeenstemming met de in |
deze toestemming vastgestelde voorwaarden. | deze toestemming vastgestelde voorwaarden. |
Valschermsprongen mogen slechts worden uitgevoerd in een gecontroleerd | Valschermsprongen mogen slechts worden uitgevoerd in een gecontroleerd |
luchtruim wanneer zij in overeenstemming zijn met de toestemmingen. | luchtruim wanneer zij in overeenstemming zijn met de toestemmingen. |
Art. 16.§ 1. Het is verboden kunstvluchten uit te voeren met een |
Art. 16.§ 1. Het is verboden kunstvluchten uit te voeren met een |
luchtvaartuig, behalve : | luchtvaartuig, behalve : |
1° onder zichtweersomstandigheden en met een vliegzicht van minstens 5 | 1° onder zichtweersomstandigheden en met een vliegzicht van minstens 5 |
km en op minstens 900 m (3000 voet) hoogte boven de grond, tenzij de | km en op minstens 900 m (3000 voet) hoogte boven de grond, tenzij de |
Minister of zijn gemachtigde, de directeur-generaal, een lagere hoogte | Minister of zijn gemachtigde, de directeur-generaal, een lagere hoogte |
toestaat, en | toestaat, en |
2° op de wijze vermeld in de luchtvaartinlichtingen, adviezen en/of | 2° op de wijze vermeld in de luchtvaartinlichtingen, adviezen en/of |
toestemmingen van de bevoegde eenheid voor luchtverkeerdiensten. | toestemmingen van de bevoegde eenheid voor luchtverkeerdiensten. |
§ 2. Het is verboden kunstvluchten uit te voeren boven steden, | § 2. Het is verboden kunstvluchten uit te voeren boven steden, |
bebouwde kommen van gemeenten, woonzones, industriële complexen, de | bebouwde kommen van gemeenten, woonzones, industriële complexen, de |
LNG-terminal te Zeebrugge, nucleaire centrales of mensenverzamelingen | LNG-terminal te Zeebrugge, nucleaire centrales of mensenverzamelingen |
in open lucht, alsmede in verkeersleidingsgebieden of gebieden met | in open lucht, alsmede in verkeersleidingsgebieden of gebieden met |
beperkingen, behoudens voorafgaande toestemming van de autoriteit | beperkingen, behoudens voorafgaande toestemming van de autoriteit |
waaronder deze gebieden ressorteren. | waaronder deze gebieden ressorteren. |
§ 3. Kunstvluchten zijn verboden in gevaarlijke gebieden, tenzij deze | § 3. Kunstvluchten zijn verboden in gevaarlijke gebieden, tenzij deze |
alleen voor die kunstvluchten bestemd zijn. | alleen voor die kunstvluchten bestemd zijn. |
Art. 17.§ 1. Formatievluchten zijn slechts toegestaan in |
Art. 17.§ 1. Formatievluchten zijn slechts toegestaan in |
overeenstemming met de voorwaarden bepaald onder punt 3135 van de | overeenstemming met de voorwaarden bepaald onder punt 3135 van de |
Bijlage bij de verordening nr. 923/2012, alsmede met de volgende | Bijlage bij de verordening nr. 923/2012, alsmede met de volgende |
voorwaarden : | voorwaarden : |
a) formatievluchten zijn slechts toegestaan onder | a) formatievluchten zijn slechts toegestaan onder |
zichtweersomstandigheden; | zichtweersomstandigheden; |
b) landen en opstijgen in formatie zijn onderworpen aan de | b) landen en opstijgen in formatie zijn onderworpen aan de |
voorafgaande toestemming van de directeur-generaal; | voorafgaande toestemming van de directeur-generaal; |
c) formatievluchten zijn verboden voor luchtvaartuigen die passagiers | c) formatievluchten zijn verboden voor luchtvaartuigen die passagiers |
tegen vergoeding vervoeren. | tegen vergoeding vervoeren. |
Art. 18.§ 1. Zijn onderworpen aan de toestemming van de Minister of |
Art. 18.§ 1. Zijn onderworpen aan de toestemming van de Minister of |
van zijn gemachtigde, de directeur-generaal : | van zijn gemachtigde, de directeur-generaal : |
1° het opstijgen van bemande vrije gasballons in steden, bebouwde | 1° het opstijgen van bemande vrije gasballons in steden, bebouwde |
kommen van gemeenten en woonzones; | kommen van gemeenten en woonzones; |
2° het opstijgen van luchtschepen en kabelballons; | 2° het opstijgen van luchtschepen en kabelballons; |
3° het zich voortbewegen in de lucht van toestellen die schade kunnen | 3° het zich voortbewegen in de lucht van toestellen die schade kunnen |
aanbrengen aan luchtvaartuigen in vlucht zoals telegeleide toestellen, | aanbrengen aan luchtvaartuigen in vlucht zoals telegeleide toestellen, |
raketten, onbemande vrije ballons; | raketten, onbemande vrije ballons; |
4° de projectie van laserstralen in het Belgisch luchtruim. | 4° de projectie van laserstralen in het Belgisch luchtruim. |
De toestemming vermeldt de voorwaarden waaraan deze opstijgbewegingen, | De toestemming vermeldt de voorwaarden waaraan deze opstijgbewegingen, |
evoluties en projecties onderworpen zijn. | evoluties en projecties onderworpen zijn. |
§ 2. De algemene voorwaarden waaronder de opstijgingen van bemande | § 2. De algemene voorwaarden waaronder de opstijgingen van bemande |
vrije ballons dienen plaats te vinden worden vastgesteld door de | vrije ballons dienen plaats te vinden worden vastgesteld door de |
Minister of zijn gemachtigde, de directeur-generaal. | Minister of zijn gemachtigde, de directeur-generaal. |
Art. 19.In het belang van de veiligheid van het luchtverkeer kan de |
Art. 19.In het belang van de veiligheid van het luchtverkeer kan de |
Minister of zijn gemachtigde, de directeur-generaal ofwel verbieden | Minister of zijn gemachtigde, de directeur-generaal ofwel verbieden |
dat enig toestel of bepaalde toestellen in de door hem nader te | dat enig toestel of bepaalde toestellen in de door hem nader te |
bepalen gebieden vanop de grond worden opgelaten, ofwel de voorwaarden | bepalen gebieden vanop de grond worden opgelaten, ofwel de voorwaarden |
en hoogtebegrenzingen bepalen voor hun gebruik. | en hoogtebegrenzingen bepalen voor hun gebruik. |
Onderafdeling 2. - Vermijden van botsingen | Onderafdeling 2. - Vermijden van botsingen |
Art. 20.De Minister of zijn afgevaardigde, de directeur-generaal, kan |
Art. 20.De Minister of zijn afgevaardigde, de directeur-generaal, kan |
aanvullende periodes bepalen, in overeenstemming met punt 3230, b) in | aanvullende periodes bepalen, in overeenstemming met punt 3230, b) in |
de Bijlage van de verordening nr. 923/2012, voor het gebruik van | de Bijlage van de verordening nr. 923/2012, voor het gebruik van |
lichten door luchtvaartuigen op het water. | lichten door luchtvaartuigen op het water. |
Afdeling 3. - Vliegplannen | Afdeling 3. - Vliegplannen |
Art. 21.Er moet geen vliegplan ingediend worden voor VFR vluchten in |
Art. 21.Er moet geen vliegplan ingediend worden voor VFR vluchten in |
niet gecontroleerde luchtruimen die van een lidstaat van het | niet gecontroleerde luchtruimen die van een lidstaat van het |
Schengengebied naar België uitgevoerd worden. | Schengengebied naar België uitgevoerd worden. |
Art. 22.De Minister of zijn gemachtigde, de directeur-generaal, wordt |
Art. 22.De Minister of zijn gemachtigde, de directeur-generaal, wordt |
belast met de uitvoering van punt 4010, b) in de Bijlage van de | belast met de uitvoering van punt 4010, b) in de Bijlage van de |
verordening nr. 923/2012. | verordening nr. 923/2012. |
Afdeling 4. - Zichtweersomstandigheden, zichtvliegvoorschriften, | Afdeling 4. - Zichtweersomstandigheden, zichtvliegvoorschriften, |
speciale zicht- en instrumentvliegvoorschriften | speciale zicht- en instrumentvliegvoorschriften |
Art. 23.§ 1. Zichten die beperkt zijn tot niet minder dan 1 500 m |
Art. 23.§ 1. Zichten die beperkt zijn tot niet minder dan 1 500 m |
worden toegestaan voor vluchten : | worden toegestaan voor vluchten : |
1° bij een aangewezen luchtsnelheid (IAS) van 140 kts of minder om | 1° bij een aangewezen luchtsnelheid (IAS) van 140 kts of minder om |
voldoende gelegenheid te bieden ander verkeer of eventuele | voldoende gelegenheid te bieden ander verkeer of eventuele |
hindernissen tijdig op te merken en een botsing te vermijden; of, | hindernissen tijdig op te merken en een botsing te vermijden; of, |
2° in omstandigheden waarin de waarschijnlijkheid op ontmoetingen met | 2° in omstandigheden waarin de waarschijnlijkheid op ontmoetingen met |
ander verkeer laag is, bv. in gebieden met een laag verkeersvolume en | ander verkeer laag is, bv. in gebieden met een laag verkeersvolume en |
voor luchtwerk op lage hoogte. | voor luchtwerk op lage hoogte. |
§ 2. Helikopters mogen vliegen bij een vliegzicht hoger dan 800 m, | § 2. Helikopters mogen vliegen bij een vliegzicht hoger dan 800 m, |
voor zover ze worden bestuurd aan een snelheid die voldoende | voor zover ze worden bestuurd aan een snelheid die voldoende |
gelegenheid biedt ander verkeer of eventuele hindernissen tijdig op te | gelegenheid biedt ander verkeer of eventuele hindernissen tijdig op te |
merken en een botsing te vermijden. In speciale gevallen mogen | merken en een botsing te vermijden. In speciale gevallen mogen |
activiteiten bij een zicht van minder dan 800 m door de | activiteiten bij een zicht van minder dan 800 m door de |
directeur-generaal worden toegestaan, bv. voor medischehulpvluchten, | directeur-generaal worden toegestaan, bv. voor medischehulpvluchten, |
opsporings- en reddingsactiviteiten en brandbestrijding. | opsporings- en reddingsactiviteiten en brandbestrijding. |
Art. 24.VFR-vluchten 's nachts worden toegestaan onder de voorwaarden |
Art. 24.VFR-vluchten 's nachts worden toegestaan onder de voorwaarden |
bepaald onder punt 5005, c) van de Bijlage van de verordening nr. | bepaald onder punt 5005, c) van de Bijlage van de verordening nr. |
923/2012. | 923/2012. |
Art. 25.De directeur-generaal wordt belast met het afleveren van de |
Art. 25.De directeur-generaal wordt belast met het afleveren van de |
toelatingen bedoeld op punten 5005 en 5010 in de Bijlage van de | toelatingen bedoeld op punten 5005 en 5010 in de Bijlage van de |
verordening nr. 923/2012. | verordening nr. 923/2012. |
Afdeling 5. - Luchtruimclassificatie | Afdeling 5. - Luchtruimclassificatie |
Art. 26.De directeur-generaal wordt belast met de toewijzingen |
Art. 26.De directeur-generaal wordt belast met de toewijzingen |
bedoeld onder punt 6005 in de Bijlage van verordening nr. 923/2012. | bedoeld onder punt 6005 in de Bijlage van verordening nr. 923/2012. |
Afdeling 6. - Vluchtinformatiediensten voor luchtvaartterreinverkeer | Afdeling 6. - Vluchtinformatiediensten voor luchtvaartterreinverkeer |
(AFIS) | (AFIS) |
Art. 27.§ 1. De doelstelling van de AFIS-diensten is het verstrekken |
Art. 27.§ 1. De doelstelling van de AFIS-diensten is het verstrekken |
van nuttige informatie voor het veilige en efficiënte verloop van | van nuttige informatie voor het veilige en efficiënte verloop van |
vliegoperaties op en in de omgeving van een luchtvaartterrein. | vliegoperaties op en in de omgeving van een luchtvaartterrein. |
§ 2. De AFIS-diensten kunnen geleverd worden op luchtvaartterreinen | § 2. De AFIS-diensten kunnen geleverd worden op luchtvaartterreinen |
waar : | waar : |
1° het verstrekken van een plaatselijke verkeersleiding niet | 1° het verstrekken van een plaatselijke verkeersleiding niet |
gerechtvaardigd is; of, | gerechtvaardigd is; of, |
2° een plaatselijke verkeersleiding niet 24 uur op 24 voorzien is. | 2° een plaatselijke verkeersleiding niet 24 uur op 24 voorzien is. |
§ 3. Op vraag van de kandidaat verlener van AFIS-diensten of op zijn | § 3. Op vraag van de kandidaat verlener van AFIS-diensten of op zijn |
eigen initiatief onderzoekt de directeur-generaal geval per geval of | eigen initiatief onderzoekt de directeur-generaal geval per geval of |
een AFIS-dienst de meest passende oplossing is; meer bepaald in | een AFIS-dienst de meest passende oplossing is; meer bepaald in |
functie van : | functie van : |
1° het type luchtverkeer op het luchtvaartterrein; | 1° het type luchtverkeer op het luchtvaartterrein; |
2° de verkeersdensiteit op het luchtvaartterrein; | 2° de verkeersdensiteit op het luchtvaartterrein; |
3° de impact op andere eenheden en/of bestaande procedures op het | 3° de impact op andere eenheden en/of bestaande procedures op het |
luchtvaartterrein; | luchtvaartterrein; |
4° de meest voorkomende types luchtvaartuigen op het | 4° de meest voorkomende types luchtvaartuigen op het |
luchtvaartterrein; | luchtvaartterrein; |
5° de topografische omstandigheden van het luchtvaartterrein; | 5° de topografische omstandigheden van het luchtvaartterrein; |
6° de meteorologische omstandigheden op en in de omgeving van het | 6° de meteorologische omstandigheden op en in de omgeving van het |
luchtvaartterrein; | luchtvaartterrein; |
7° milieuoverwegingen op en in de omgeving van het luchtvaartterrein; | 7° milieuoverwegingen op en in de omgeving van het luchtvaartterrein; |
8° de openingstijden van het luchtvaartterrein; | 8° de openingstijden van het luchtvaartterrein; |
9° alle andere factoren die als relevant worden beschouwd op het vlak | 9° alle andere factoren die als relevant worden beschouwd op het vlak |
van veiligheid en/of doeltreffendheid. | van veiligheid en/of doeltreffendheid. |
De aanvraag wordt ingediend samen met een AFIS plan, specifiek voor | De aanvraag wordt ingediend samen met een AFIS plan, specifiek voor |
het luchtvaartterrein, dat de modaliteiten omvat met betrekking tot de | het luchtvaartterrein, dat de modaliteiten omvat met betrekking tot de |
opleiding van het AFIS personeel (verwerven en handhaven van | opleiding van het AFIS personeel (verwerven en handhaven van |
praktische en theoretische kennis). | praktische en theoretische kennis). |
De Minister bepaalt de schikkingen voor het indienen van de aanvraag | De Minister bepaalt de schikkingen voor het indienen van de aanvraag |
en voor de besluitvorming door de directeur-generaal. | en voor de besluitvorming door de directeur-generaal. |
§ 4. Het verlenen van AFIS diensten wordt als "AFIS" in de A.I.P. | § 4. Het verlenen van AFIS diensten wordt als "AFIS" in de A.I.P. |
vermeld indien : | vermeld indien : |
1° de directeur-generaal een positieve beslissing neemt overeenkomstig | 1° de directeur-generaal een positieve beslissing neemt overeenkomstig |
paragraaf 3; | paragraaf 3; |
2° de verlener van AFIS-diensten het certificaat bedoeld in artikel 4 | 2° de verlener van AFIS-diensten het certificaat bedoeld in artikel 4 |
van het koninklijk besluit van 20 november 2006 betreffende de | van het koninklijk besluit van 20 november 2006 betreffende de |
certificering van verleners van luchtvaartnavigatiediensten en de | certificering van verleners van luchtvaartnavigatiediensten en de |
aanwijzing van verleners van luchtverkeersdiensten en meteorologische | aanwijzing van verleners van luchtverkeersdiensten en meteorologische |
diensten heeft verkegen. | diensten heeft verkegen. |
§ 5. Indien de dienstverlener op een luchtvaartterrein geen houder is | § 5. Indien de dienstverlener op een luchtvaartterrein geen houder is |
van het certificaat bedoeld in paragraaf 4, 2° is maar de diensten | van het certificaat bedoeld in paragraaf 4, 2° is maar de diensten |
bestaan uit een informatiedienst voor luchtvaartterreinverkeer, wordt | bestaan uit een informatiedienst voor luchtvaartterreinverkeer, wordt |
het betrokken luchtvaartterrein vermeld als verlener van een | het betrokken luchtvaartterrein vermeld als verlener van een |
basisinformatiedienst voor luchtvaartterreinverkeer ("Basic | basisinformatiedienst voor luchtvaartterreinverkeer ("Basic |
information") in de A.I.P. | information") in de A.I.P. |
Art. 28.De verlening van vluchtinformatiediensten in een |
Art. 28.De verlening van vluchtinformatiediensten in een |
vluchtinformatiecentrum (FIC) wordt door FIC-personeel (FICO) verzorgd | vluchtinformatiecentrum (FIC) wordt door FIC-personeel (FICO) verzorgd |
en is ondergeschikt aan de voorafgaandelijke goedkeuring van een | en is ondergeschikt aan de voorafgaandelijke goedkeuring van een |
opleidingsplan, door de Minister of zijn gemachtigde, de | opleidingsplan, door de Minister of zijn gemachtigde, de |
directeur-generaal. | directeur-generaal. |
De Minister of zijn gemachtigde, de directeur-generaal, bepaalt de | De Minister of zijn gemachtigde, de directeur-generaal, bepaalt de |
schikkingen met betrekking tot de aflevering, het behouden en de | schikkingen met betrekking tot de aflevering, het behouden en de |
schorsing van de goedkeuring bedoeld in het eerste lid. | schorsing van de goedkeuring bedoeld in het eerste lid. |
Art. 29.De luchtvaartterreinen die reeds aangeduid zijn als |
Art. 29.De luchtvaartterreinen die reeds aangeduid zijn als |
AFIS-luchtvaartterreinen in de A.I.P. beschikken over 12 maanden te | AFIS-luchtvaartterreinen in de A.I.P. beschikken over 12 maanden te |
rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit om de | rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit om de |
positieve beslissing en het certificaat bedoeld in artikel 27 te | positieve beslissing en het certificaat bedoeld in artikel 27 te |
krijgen. | krijgen. |
Bij ontstentenis ervan en onverminderd de beslissingsbevoegdheid van | Bij ontstentenis ervan en onverminderd de beslissingsbevoegdheid van |
de directeur-generaal bepaald in artikel 27, § 4, wordt artikel 27, § | de directeur-generaal bepaald in artikel 27, § 4, wordt artikel 27, § |
5 toegepast. | 5 toegepast. |
Afdeling 7. - Onbemande vrije ballonnen | Afdeling 7. - Onbemande vrije ballonnen |
Art. 30.De directeur-generaal is belast met het afleveren van de |
Art. 30.De directeur-generaal is belast met het afleveren van de |
toestemming bedoeld in punt 2 van het aanhangsel 2 van de verordening | toestemming bedoeld in punt 2 van het aanhangsel 2 van de verordening |
nr. 923/2012. De Minister of zijn gemachtigde, de directeur-generaal, | nr. 923/2012. De Minister of zijn gemachtigde, de directeur-generaal, |
wordt belast met het specificeren van de exploitatievoorwaarden ervan. | wordt belast met het specificeren van de exploitatievoorwaarden ervan. |
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen |
Art. 31.Voor de toepassing van punt 2020 in de Bijlage van de |
Art. 31.Voor de toepassing van punt 2020 in de Bijlage van de |
verordening nr. 923/2012 kan de voor een luchtvaartterrein | verordening nr. 923/2012 kan de voor een luchtvaartterrein |
verantwoordelijke autoriteit een beroep doen op de inspecteurs van de | verantwoordelijke autoriteit een beroep doen op de inspecteurs van de |
luchtvaartinspectie en de inspecteurs van de luchtvaartpolitie om de | luchtvaartinspectie en de inspecteurs van de luchtvaartpolitie om de |
aanwezigheid van psychoactieve stoffen in het bloed op te sporen. | aanwezigheid van psychoactieve stoffen in het bloed op te sporen. |
Deze laatsten kunnen de leden van het stuurpersoneel onderwerpen aan : | Deze laatsten kunnen de leden van het stuurpersoneel onderwerpen aan : |
1° een ademtest met gebruik van het toestel, bepaald overeenkomstig | 1° een ademtest met gebruik van het toestel, bepaald overeenkomstig |
artikel 59, § 4, van de op 16 maart 1968 gecoördineerde wetten | artikel 59, § 4, van de op 16 maart 1968 gecoördineerde wetten |
betreffende de politie van het wegvervoer en gewijzigd bij de wet van | betreffende de politie van het wegvervoer en gewijzigd bij de wet van |
18 juli 1990; en/of, | 18 juli 1990; en/of, |
2° een test voor het detecteren van stoffen die de rijvaardigheid | 2° een test voor het detecteren van stoffen die de rijvaardigheid |
beïnvloeden en de speekseltest bedoeld in artikel 61bis van op 16 | beïnvloeden en de speekseltest bedoeld in artikel 61bis van op 16 |
maart 1968 gecoördineerde wetten betreffende de politie van het | maart 1968 gecoördineerde wetten betreffende de politie van het |
wegvervoer en ingevoegd bij de wet van 16 maart 1999 in de condities | wegvervoer en ingevoegd bij de wet van 16 maart 1999 in de condities |
bedoeld in dit artikel. | bedoeld in dit artikel. |
Art. 32.De inspecteurs van de luchtvaartinspectie en de ambtenaren |
Art. 32.De inspecteurs van de luchtvaartinspectie en de ambtenaren |
van Douane en Accijnzen hebben, teneinde hun toezicht uit te oefenen, | van Douane en Accijnzen hebben, teneinde hun toezicht uit te oefenen, |
toegang tot elk luchtvaartterrein en tot iedere plaats waar | toegang tot elk luchtvaartterrein en tot iedere plaats waar |
luchtvaartuigen landen en opstijgen. Zij mogen elk luchtvaartuig en | luchtvaartuigen landen en opstijgen. Zij mogen elk luchtvaartuig en |
zijn lading doorzoeken en zich het reisdagboek evenals ieder ander | zijn lading doorzoeken en zich het reisdagboek evenals ieder ander |
document inzake de lading laten voorleggen. | document inzake de lading laten voorleggen. |
Art. 33.Iedere bestuurder die uit een Staat die geen lid is van de |
Art. 33.Iedere bestuurder die uit een Staat die geen lid is van de |
Europese Unie of Schengengebied komt of zich naar zo'n land begeeft | Europese Unie of Schengengebied komt of zich naar zo'n land begeeft |
mag slechts landen op of opstijgen vanaf een douaneluchtvaartterrein. | mag slechts landen op of opstijgen vanaf een douaneluchtvaartterrein. |
Wanneer hij ertoe gedwongen is elders te landen moet hij onverwijld de | Wanneer hij ertoe gedwongen is elders te landen moet hij onverwijld de |
politie of de douane hiervan op de hoogte brengen en de | politie of de douane hiervan op de hoogte brengen en de |
onderrichtingen naleven die hem zullen gegeven worden. | onderrichtingen naleven die hem zullen gegeven worden. |
Art. 34.Met uitzondering van de brandstof of de ballast dient voor |
Art. 34.Met uitzondering van de brandstof of de ballast dient voor |
het werpen van ieder voorwerp uit een luchtvaartuig in vlucht, dat uit | het werpen van ieder voorwerp uit een luchtvaartuig in vlucht, dat uit |
het buitenland komt of zich naar het buitenland begeeft, de | het buitenland komt of zich naar het buitenland begeeft, de |
toestemming bekomen te worden van de Minister van Financiën of van | toestemming bekomen te worden van de Minister van Financiën of van |
zijn gemachtigde. | zijn gemachtigde. |
Art. 35.Elk vervoer van goederen met een bemande vrije ballon is |
Art. 35.Elk vervoer van goederen met een bemande vrije ballon is |
verboden. | verboden. |
Art. 36.De Minister of de directeur-generaal stelt de bepalingen vast |
Art. 36.De Minister of de directeur-generaal stelt de bepalingen vast |
die iedere bestuurder van een luchtvaartuig moet naleven wanneer hij | die iedere bestuurder van een luchtvaartuig moet naleven wanneer hij |
een noodoproep of -bericht ontvangt. | een noodoproep of -bericht ontvangt. |
Art. 37.§ 1. De bestuurder dient aan de directeur-generaal ieder |
Art. 37.§ 1. De bestuurder dient aan de directeur-generaal ieder |
ongeval of incident mede te delen dat voorkwam tijdens het gebruik van | ongeval of incident mede te delen dat voorkwam tijdens het gebruik van |
een luchtvaartuig. | een luchtvaartuig. |
Deze procedure geldt ook voor ongevallen en incidenten overkomen | Deze procedure geldt ook voor ongevallen en incidenten overkomen |
buiten het Belgisch grondgebied aan luchtvaartuigen die de Belgische | buiten het Belgisch grondgebied aan luchtvaartuigen die de Belgische |
nationaliteits- en inschrijvingskenmerken dragen. | nationaliteits- en inschrijvingskenmerken dragen. |
§ 2. De bestuurder moet de gepaste luchtverkeersdienst in kennis | § 2. De bestuurder moet de gepaste luchtverkeersdienst in kennis |
stellen van ieder incident dat de veiligheid van luchtvaartuigen, | stellen van ieder incident dat de veiligheid van luchtvaartuigen, |
personen en goederen op de grond in het gedrang kan brengen, evenals | personen en goederen op de grond in het gedrang kan brengen, evenals |
van de gevallen van bijna aanvaring. | van de gevallen van bijna aanvaring. |
§ 3. Behalve in geval van dringende noodzakelijkheid is het verboden | § 3. Behalve in geval van dringende noodzakelijkheid is het verboden |
een luchtvaartuig te verplaatsen dat betrokken was bij een ernstig | een luchtvaartuig te verplaatsen dat betrokken was bij een ernstig |
ongeval of dat hier de oorzaak van was, er voorwerpen, overblijfselen | ongeval of dat hier de oorzaak van was, er voorwerpen, overblijfselen |
of onderdelen van weg te nemen, los te maken of te verplaatsen, zonder | of onderdelen van weg te nemen, los te maken of te verplaatsen, zonder |
daartoe de toestemming bekomen te hebben van een lid van de l'Air | daartoe de toestemming bekomen te hebben van een lid van de l'Air |
Accident Investigation Unit (AAIU). | Accident Investigation Unit (AAIU). |
Art. 38.Het koninklijk besluit van 18 februari 1991 houdende |
Art. 38.Het koninklijk besluit van 18 februari 1991 houdende |
reglementering van de reclamesleepvluchten, het koninklijk besluit van | reglementering van de reclamesleepvluchten, het koninklijk besluit van |
15 september 1994 betreffende de vliegverkeersregels en het koninklijk | 15 september 1994 betreffende de vliegverkeersregels en het koninklijk |
besluit van 23 november 2000 tot vaststelling van de voor het | besluit van 23 november 2000 tot vaststelling van de voor het |
luchtverkeer te gebruiken seinen worden opgeheven. | luchtverkeer te gebruiken seinen worden opgeheven. |
Art. 39.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 4 december 2014. |
Art. 39.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 4 december 2014. |
Art. 40.De minister bevoegd voor de luchtvaart is belast met de |
Art. 40.De minister bevoegd voor de luchtvaart is belast met de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 19 december 2014. | Gegeven te Brussel, 19 december 2014. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Mobiliteit, | De Minister van Mobiliteit, |
Mevr. J. GALANT | Mevr. J. GALANT |
De Minister van Financiën, | De Minister van Financiën, |
J. VAN OVERTVELDT | J. VAN OVERTVELDT |