Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 18/07/2006
← Terug naar "Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 oktober 2002 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de staffuncties in de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten "
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 oktober 2002 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de staffuncties in de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 oktober 2002 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de staffuncties in de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten
FEDERALE OVERHEIDSDIENST PERSONEEL EN ORGANISATIE FEDERALE OVERHEIDSDIENST PERSONEEL EN ORGANISATIE
18 JULI 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk 18 JULI 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk
besluit van 2 oktober 2002 betreffende de aanduiding en de uitoefening besluit van 2 oktober 2002 betreffende de aanduiding en de uitoefening
van de staffuncties in de federale overheidsdiensten en de van de staffuncties in de federale overheidsdiensten en de
programmatorische federale overheidsdiensten programmatorische federale overheidsdiensten
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de artikelen 37 en 107, tweede lid, van de Grondwet. Gelet op de artikelen 37 en 107, tweede lid, van de Grondwet.
Gelet op het koninklijk besluit van 2 oktober 2002 betreffende de Gelet op het koninklijk besluit van 2 oktober 2002 betreffende de
aanduiding en de uitoefening van de staffuncties in de federale aanduiding en de uitoefening van de staffuncties in de federale
overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten, overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten,
inzonderheid op artikel 19, vervangen bij het koninklijk besluit van inzonderheid op artikel 19, vervangen bij het koninklijk besluit van
12 april 2005, artikel 19ter, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 april 2005, artikel 19ter, ingevoegd bij het koninklijk besluit van
12 februari 2005 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 2 12 februari 2005 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 2
februari 2006, artikel 20, artikel 21, gewijzigd bij de koninklijke februari 2006, artikel 20, artikel 21, gewijzigd bij de koninklijke
besluiten van 12 april 2005 en 2 februari 2006, artikel 22 en artikel besluiten van 12 april 2005 en 2 februari 2006, artikel 22 en artikel
23, gewijzigd bij koninklijk besluit van 2 februari 2006; 23, gewijzigd bij koninklijk besluit van 2 februari 2006;
Overwegende dat dient voorzien te worden in de bescherming van de Overwegende dat dient voorzien te worden in de bescherming van de
houder van een staffunctie wiens evaluator niet is overgegaan tot zijn houder van een staffunctie wiens evaluator niet is overgegaan tot zijn
evaluatie; evaluatie;
Dat inderdaad zonder deze bescherming de houder van een staffunctie Dat inderdaad zonder deze bescherming de houder van een staffunctie
geen aanspraak zou kunnen maken op een herintegratievergoeding; geen aanspraak zou kunnen maken op een herintegratievergoeding;
Overwegende dat omwille van de rechtszekerheid en teneinde alle Overwegende dat omwille van de rechtszekerheid en teneinde alle
misverstanden te vermijden, expliciet dient opgenomen te worden dat de misverstanden te vermijden, expliciet dient opgenomen te worden dat de
pensioenleeftijd van de mandaathouders vastligt op 65 jaar; pensioenleeftijd van de mandaathouders vastligt op 65 jaar;
Overwegende dat het aangewezen is te verduidelijken wat het resultaat Overwegende dat het aangewezen is te verduidelijken wat het resultaat
is van een beroep in het voordeel van de verzoeker bij een is van een beroep in het voordeel van de verzoeker bij een
tussentijdse evaluatie met vermelding "onvoldoende"; tussentijdse evaluatie met vermelding "onvoldoende";
Overwegende dat de eerste procedures voor de evaluatie van de houders Overwegende dat de eerste procedures voor de evaluatie van de houders
van een staffunctie gestart zijn en het evaluatieproces zijn geplande van een staffunctie gestart zijn en het evaluatieproces zijn geplande
verloop volgt; verloop volgt;
Dat het derhalve noodzakelijk is invulling te geven aan de begrippen Dat het derhalve noodzakelijk is invulling te geven aan de begrippen
"beëindigingvergoeding" en "herintegratievergoeding" vermeld in "beëindigingvergoeding" en "herintegratievergoeding" vermeld in
respectievelijk de artikelen 21, § 2, en 24, § 1 van voormeld respectievelijk de artikelen 21, § 2, en 24, § 1 van voormeld
koninklijk besluit van 29 oktober 2001; koninklijk besluit van 29 oktober 2001;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 21 Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 21
februari 2006; februari 2006;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 17 Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 17
maart 2006; maart 2006;
Gelet op het protocol nr. 553 van 23 maart 2006 van het Comité voor de Gelet op het protocol nr. 553 van 23 maart 2006 van het Comité voor de
federale, de gemeenschaps- en de gewestelijke overheidsdiensten; federale, de gemeenschaps- en de gewestelijke overheidsdiensten;
Gelet op het advies 40.369/3 van de Raad van State, gegeven op 23 mei Gelet op het advies 40.369/3 van de Raad van State, gegeven op 23 mei
2006, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de 2006, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de
gecoördineerde wetten op de Raad van State; gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Ambtenarenzaken en op het Op de voordracht van Onze Minister van Ambtenarenzaken en op het
advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 19 van het koninklijk besluit van 2 oktober 2002

Artikel 1.In artikel 19 van het koninklijk besluit van 2 oktober 2002

betreffende de aanduiding en de uitoefening van de staffuncties in de betreffende de aanduiding en de uitoefening van de staffuncties in de
federale overheidsdiensten en de programmatorische federale federale overheidsdiensten en de programmatorische federale
overheidsdiensten, vervangen bij het koninklijk besluit van 12 april overheidsdiensten, vervangen bij het koninklijk besluit van 12 april
2005, wordt een § 9 ingevoegd, luidende : 2005, wordt een § 9 ingevoegd, luidende :
« § 9. Indien de houder van de staffunctie geen eindevaluatie heeft « § 9. Indien de houder van de staffunctie geen eindevaluatie heeft
gekregen, wordt hem van rechtswege de vermelding "voldoende" gekregen, wordt hem van rechtswege de vermelding "voldoende"
toegekend. ». toegekend. ».

Art. 2.In artikel 19ter, § 4, tweede lid, van hetzelfde besluit,

Art. 2.In artikel 19ter, § 4, tweede lid, van hetzelfde besluit,

ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 april 2005 en gewijzigd ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 april 2005 en gewijzigd
bij het koninklijk besluit van 2 februari 2006, worden de woorden « bij het koninklijk besluit van 2 februari 2006, worden de woorden «
Indien het beroep is ingesteld tegen een tussentijdse evaluatie met Indien het beroep is ingesteld tegen een tussentijdse evaluatie met
vermelding "onvoldoende", dan bestaat de beslissing in het voordeel vermelding "onvoldoende", dan bestaat de beslissing in het voordeel
van de verzoeker uit de intrekking van deze vermelding. » ingevoegd van de verzoeker uit de intrekking van deze vermelding. » ingevoegd
tussen de woorden « Bij staking van stemmen valt de beslissing in het tussen de woorden « Bij staking van stemmen valt de beslissing in het
voordeel van de verzoeker. » en de woorden "Indien het beroep voordeel van de verzoeker. » en de woorden "Indien het beroep
ingesteld is tegen een eindevaluatie met vermelding "onvoldoende", ». ingesteld is tegen een eindevaluatie met vermelding "onvoldoende", ».

Art. 3.Artikel 20, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt aangevuld

Art. 3.Artikel 20, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt aangevuld

als volgt : als volgt :
« en wanneer de houder van de staffunctie de leeftijd van 65 jaar « en wanneer de houder van de staffunctie de leeftijd van 65 jaar
bereikt. ». bereikt. ».

Art. 4.Artikel 21 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke

Art. 4.Artikel 21 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke

besluiten van 12 april 2005 en 2 februari 2006, wordt vervangen als besluiten van 12 april 2005 en 2 februari 2006, wordt vervangen als
volgt : volgt :
«

Art. 21.§ 1. Wanneer de evaluatie, bedoeld in artikel 16, eerste

«

Art. 21.§ 1. Wanneer de evaluatie, bedoeld in artikel 16, eerste

lid, leidt tot een vermelding "onvoldoende", eindigt het mandaat op de lid, leidt tot een vermelding "onvoldoende", eindigt het mandaat op de
eerste dag van de maand na die waarin de vermelding werd toegekend. eerste dag van de maand na die waarin de vermelding werd toegekend.
§ 2. De houder van een staffunctie van wie het mandaat werd beëindigd § 2. De houder van een staffunctie van wie het mandaat werd beëindigd
omwille van een vermelding "onvoldoende" en die geen beroepsinkomen of omwille van een vermelding "onvoldoende" en die geen beroepsinkomen of
rustpensioen geniet of zou kunnen genieten, ontvangt een rustpensioen geniet of zou kunnen genieten, ontvangt een
beëindigingvergoeding. beëindigingvergoeding.
§ 3. De beëindigingvergoeding is gelijk aan een twaalfde van de § 3. De beëindigingvergoeding is gelijk aan een twaalfde van de
jaarlijkse bezoldiging van de houder van de staffunctie. jaarlijkse bezoldiging van de houder van de staffunctie.
Onder jaarlijkse bezoldiging, moet worden verstaan : de wedde die Onder jaarlijkse bezoldiging, moet worden verstaan : de wedde die
verschuldigd had moeten zijn voor twaalf maanden, berekend verschuldigd had moeten zijn voor twaalf maanden, berekend
overeenkomstig artikel 3 van het koninklijk besluit van 11 juli 2001 overeenkomstig artikel 3 van het koninklijk besluit van 11 juli 2001
betreffende de weging van de management- en staffuncties in de betreffende de weging van de management- en staffuncties in de
federale overheidsdiensten en tot vaststelling van hun wedde. federale overheidsdiensten en tot vaststelling van hun wedde.
Naargelang de vermelding "onvoldoende" wordt toegekend bij de Naargelang de vermelding "onvoldoende" wordt toegekend bij de
eindevaluatie, bij de tweede tussentijdse evaluatie of bij de eerste eindevaluatie, bij de tweede tussentijdse evaluatie of bij de eerste
tussentijdse evaluatie, verkrijgt de houder van de staffunctie negen tussentijdse evaluatie, verkrijgt de houder van de staffunctie negen
maal, zes maal of drie maal de beëindigingvergoeding, berekend maal, zes maal of drie maal de beëindigingvergoeding, berekend
overeenkomstig het eerste en het tweede lid. overeenkomstig het eerste en het tweede lid.
De beëindigingvergoeding wordt maandelijks uitbetaald, mits De beëindigingvergoeding wordt maandelijks uitbetaald, mits
maandelijkse voorlegging door de belanghebbende van een verklaring op maandelijkse voorlegging door de belanghebbende van een verklaring op
eer waaruit blijkt dat hij gedurende de betrokken periode geen eer waaruit blijkt dat hij gedurende de betrokken periode geen
beroepsinkomen, of rustpensioen heeft genoten zoals bepaald in § 2. beroepsinkomen, of rustpensioen heeft genoten zoals bepaald in § 2.
Indien door de belanghebbende een valse verklaring op eer wordt Indien door de belanghebbende een valse verklaring op eer wordt
afgelegd, is deze een bedrag verschuldigd dat overeenstemt met de afgelegd, is deze een bedrag verschuldigd dat overeenstemt met de
onterecht uitgekeerde beëindigingvergoeding. ». onterecht uitgekeerde beëindigingvergoeding. ».

Art. 5.In artikel 22 van hetzelfde besluit worden de woorden "De

Art. 5.In artikel 22 van hetzelfde besluit worden de woorden "De

bepalingen inzake reaffectatie voorzien in artikel 21, § 3, zijn in bepalingen inzake reaffectatie voorzien in artikel 21, § 3, zijn in
dit geval eveneens van toepassing. » geschrapt. dit geval eveneens van toepassing. » geschrapt.

Art. 6.Artikel 23 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk

Art. 6.Artikel 23 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk

besluit van 2 februari 2006, wordt vervangen als volgt : besluit van 2 februari 2006, wordt vervangen als volgt :
«

Art. 23.§ 1. De houder van een staffunctie van wie de eindevaluatie

«

Art. 23.§ 1. De houder van een staffunctie van wie de eindevaluatie

aanleiding heeft gegeven tot de vermelding "zeer goed" of "voldoende" aanleiding heeft gegeven tot de vermelding "zeer goed" of "voldoende"
en die, na deelname aan een nieuwe vergelijkende selectie geen nieuw en die, na deelname aan een nieuwe vergelijkende selectie geen nieuw
mandaat krijgt of van wie de staffunctie niet meer vacant wordt mandaat krijgt of van wie de staffunctie niet meer vacant wordt
verklaard, ontvangt een herintegratievergoeding. verklaard, ontvangt een herintegratievergoeding.
§ 2. De herintegratievergoeding is gelijk aan een twaalfde van de § 2. De herintegratievergoeding is gelijk aan een twaalfde van de
jaarlijkse bezoldiging van de houder van de staffunctie. jaarlijkse bezoldiging van de houder van de staffunctie.
Onder jaarlijkse bezoldiging, moet worden verstaan : de wedde die Onder jaarlijkse bezoldiging, moet worden verstaan : de wedde die
verschuldigd had moeten zijn voor twaalf maanden, berekend verschuldigd had moeten zijn voor twaalf maanden, berekend
overeenkomstig artikel 3 van het koninklijk besluit van 11 juli 2001 overeenkomstig artikel 3 van het koninklijk besluit van 11 juli 2001
betreffende de weging van de management- en staffuncties in de betreffende de weging van de management- en staffuncties in de
federale overheidsdiensten en tot vaststelling van hun wedde. federale overheidsdiensten en tot vaststelling van hun wedde.
§ 3. In afwijking van § 2 bestaat voor de in artikel 12 vermelde § 3. In afwijking van § 2 bestaat voor de in artikel 12 vermelde
houder van een staffunctie de herintegratievergoeding uit een houder van een staffunctie de herintegratievergoeding uit een
forfaitaire som dewelke overeenstemt met één twaalfde van het verschil forfaitaire som dewelke overeenstemt met één twaalfde van het verschil
tussen enerzijds, de wedde zoals vastgesteld in kolom 3 van artikel 3 tussen enerzijds, de wedde zoals vastgesteld in kolom 3 van artikel 3
van het koninklijk besluit van 11 juli 2001 betreffende de weging van van het koninklijk besluit van 11 juli 2001 betreffende de weging van
de management- en staffuncties in de federale overheidsdiensten en tot de management- en staffuncties in de federale overheidsdiensten en tot
vaststelling van hun wedde en anderzijds, het beroepsinkomen dat de vaststelling van hun wedde en anderzijds, het beroepsinkomen dat de
houder van de staffunctie zal genieten in de maand volgend op het houder van de staffunctie zal genieten in de maand volgend op het
einde van zijn mandaat. einde van zijn mandaat.
De herintegratievergoeding wordt toegekend mits het afleggen door de De herintegratievergoeding wordt toegekend mits het afleggen door de
betrokkene van een verklaring op eer met de vermelding van de betrokkene van een verklaring op eer met de vermelding van de
maandwedde waarop hij recht heeft of recht zou hebben bij voltijdse maandwedde waarop hij recht heeft of recht zou hebben bij voltijdse
prestaties. prestaties.
§ 4. Indien de eindevaluatie aanleiding gegeven heeft tot de § 4. Indien de eindevaluatie aanleiding gegeven heeft tot de
vermelding "zeer goed", verkrijgt de houder van de staffunctie bedoeld vermelding "zeer goed", verkrijgt de houder van de staffunctie bedoeld
in § 1 door een éénmalige betaling twaalf keer de in § 1 door een éénmalige betaling twaalf keer de
herintegratievergoeding berekend conform § 2 of § 3. herintegratievergoeding berekend conform § 2 of § 3.
Indien de eindevaluatie aanleiding gegeven heeft tot de vermelding Indien de eindevaluatie aanleiding gegeven heeft tot de vermelding
"voldoende", verkrijgt de houder van de staffunctie bedoeld in § 1 de "voldoende", verkrijgt de houder van de staffunctie bedoeld in § 1 de
herintegratievergoeding berekend conform § 2 of § 3 volgens de herintegratievergoeding berekend conform § 2 of § 3 volgens de
volgende modaliteiten : volgende modaliteiten :
1° indien hij één mandaat volbracht heeft, verkrijgt hij tien keer het 1° indien hij één mandaat volbracht heeft, verkrijgt hij tien keer het
bedrag van de herintegratievergoeding door een éénmalige betaling; bedrag van de herintegratievergoeding door een éénmalige betaling;
2° indien hij twee of meerdere aansluitende mandaten voor dezelfde 2° indien hij twee of meerdere aansluitende mandaten voor dezelfde
functie volbracht heeft, verkrijgt hij twaalf keer het bedrag van de functie volbracht heeft, verkrijgt hij twaalf keer het bedrag van de
herintegratievergoeding door een éénmalige betaling. herintegratievergoeding door een éénmalige betaling.
§ 5. Indien de rechthebbende op de herintegratievergoeding binnen de § 5. Indien de rechthebbende op de herintegratievergoeding binnen de
12 maanden na het einde van zijn mandaat de pensioengerechtigde 12 maanden na het einde van zijn mandaat de pensioengerechtigde
leeftijd bereikt, is § 4 van toepassing. Niettemin wordt in dat geval leeftijd bereikt, is § 4 van toepassing. Niettemin wordt in dat geval
het bedrag van de herintegratievergoeding, berekend conform § 2 of § het bedrag van de herintegratievergoeding, berekend conform § 2 of §
3, vermenigvuldigd met het aantal maanden tussen het einde van het 3, vermenigvuldigd met het aantal maanden tussen het einde van het
mandaat en de aanvang van het pensioen. ». mandaat en de aanvang van het pensioen. ».
Overgangs- en slotbetalingen Overgangs- en slotbetalingen

Art. 7.De houders van een staffunctie die reeds waren aangesteld op

Art. 7.De houders van een staffunctie die reeds waren aangesteld op

de dag van de inwerkingtreding van dit besluit, en die tijdens hun de dag van de inwerkingtreding van dit besluit, en die tijdens hun
mandaat de leeftijd van 65 jaar bereiken, kunnen in dienst blijven na mandaat de leeftijd van 65 jaar bereiken, kunnen in dienst blijven na
de leeftijd van 65 jaar, mits het akkoord van de minister onder wie ze de leeftijd van 65 jaar, mits het akkoord van de minister onder wie ze
ressorteren, voor een duur die niet langer mag zijn dan de duur die ressorteren, voor een duur die niet langer mag zijn dan de duur die
nog loopt tot aan het einde van hun mandaat. Hun mandaat kan niet meer nog loopt tot aan het einde van hun mandaat. Hun mandaat kan niet meer
worden hernieuwd in toepassing van artikel 24 van voormeld koninklijk worden hernieuwd in toepassing van artikel 24 van voormeld koninklijk
besluit van 2 oktober 2002. besluit van 2 oktober 2002.

Art. 8.De houders van een staffunctie die reeds waren aangewezen op

Art. 8.De houders van een staffunctie die reeds waren aangewezen op

de dag van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 12 april de dag van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 12 april
2005 tot invoering van een evaluatieregime voor de houders van 2005 tot invoering van een evaluatieregime voor de houders van
staffuncties in de federale overheidsdiensten en tot wijziging van het staffuncties in de federale overheidsdiensten en tot wijziging van het
koninklijk besluit van 2 oktober 2002 betreffende de interne audit koninklijk besluit van 2 oktober 2002 betreffende de interne audit
binnen de federale overheidsdiensten, en aan dewelke de vermelding binnen de federale overheidsdiensten, en aan dewelke de vermelding
"onvoldoende" is toegekend bij hun tussentijdse evaluatie, verkrijgen "onvoldoende" is toegekend bij hun tussentijdse evaluatie, verkrijgen
een bedrag dat overeenstemt met vier en een half maal de een bedrag dat overeenstemt met vier en een half maal de
beëindigingvergoeding, berekend overeenkomstig artikel 21, § 3, eerste beëindigingvergoeding, berekend overeenkomstig artikel 21, § 3, eerste
en tweede lid, van voormeld koninklijk besluit van 2 oktober 2002, en tweede lid, van voormeld koninklijk besluit van 2 oktober 2002,
zoals herschreven door dit besluit. De in het eerste lid bedoelde zoals herschreven door dit besluit. De in het eerste lid bedoelde
houders van een staffunctie van wie het mandaat reeds beëindigd is op houders van een staffunctie van wie het mandaat reeds beëindigd is op
de datum van de inwerkingtreding van dit besluit ingevolge een de datum van de inwerkingtreding van dit besluit ingevolge een
vermelding "onvoldoende" toegekend bij de tussentijdse evaluatie, vermelding "onvoldoende" toegekend bij de tussentijdse evaluatie,
verkrijgen een bedrag zoals bepaald in het eerste lid. verkrijgen een bedrag zoals bepaald in het eerste lid.

Art. 9.Onze Ministers en Onze Staatssecretarissen zijn, ieder wat hem

Art. 9.Onze Ministers en Onze Staatssecretarissen zijn, ieder wat hem

betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 18 juli 2006. Gegeven te Brussel, 18 juli 2006.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Ambtenarenzaken, De Minister van Ambtenarenzaken,
Ch. DUPONT Ch. DUPONT
^