Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 18/08/2010
← Terug naar "Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 5 en 6 van de archiefwet van 24 juni 1955 "
Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 5 en 6 van de archiefwet van 24 juni 1955 Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 5 en 6 van de archiefwet van 24 juni 1955
PROGRAMMATORISCHE FEDERALE OVERHEIDSDIENST WETENSCHAPSBELEID PROGRAMMATORISCHE FEDERALE OVERHEIDSDIENST WETENSCHAPSBELEID
18 AUGUSTUS 2010. - Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 18 AUGUSTUS 2010. - Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen
5 en 6 van de archiefwet van 24 juni 1955 5 en 6 van de archiefwet van 24 juni 1955
VERSLAG AAN DE KONING VERSLAG AAN DE KONING
Sire, Sire,
De wet van 6 mei 2009 houdende diverse bepalingen heeft onder meer de De wet van 6 mei 2009 houdende diverse bepalingen heeft onder meer de
Archiefwet van 24 juni 1955 grondig gewijzigd. In zijn nieuw artikel Archiefwet van 24 juni 1955 grondig gewijzigd. In zijn nieuw artikel
6, § 2, is bepaald dat de Koning de wijze vastlegt waarop de algemeen 6, § 2, is bepaald dat de Koning de wijze vastlegt waarop de algemeen
rijksarchivaris of diens gemachtigden het toezicht uitoefenen op de rijksarchivaris of diens gemachtigden het toezicht uitoefenen op de
archieven van de overheden als bedoeld in artikel 1, § 1 en § 2 van de archieven van de overheden als bedoeld in artikel 1, § 1 en § 2 van de
Archiefwet. Archiefwet.
Artikel 5 van dezelfde wet van 24 juni 1955 bepaalt dat de voornoemde Artikel 5 van dezelfde wet van 24 juni 1955 bepaalt dat de voornoemde
overheden geen enkel archiefdocument mogen vernietigen zonder overheden geen enkel archiefdocument mogen vernietigen zonder
toestemming van de algemeen rijksarchivaris of van diens gemachtigden. toestemming van de algemeen rijksarchivaris of van diens gemachtigden.
Het ontwerp van besluit, dat ik de eer heb ter ondertekening aan Uwe Het ontwerp van besluit, dat ik de eer heb ter ondertekening aan Uwe
Majesteit voor te leggen, strekt ertoe te voorzien in de uitvoering Majesteit voor te leggen, strekt ertoe te voorzien in de uitvoering
van die bepalingen. van die bepalingen.
Op 4 mei 2010 heeft de Raad van State zijn advies (nr. 48.101/1) Op 4 mei 2010 heeft de Raad van State zijn advies (nr. 48.101/1)
uitgebracht over het ontwerp van koninklijk besluit houdende uitgebracht over het ontwerp van koninklijk besluit houdende
uitvoering van de artikelen 5 en 6 van de Archiefwet van 24 juni 1955. uitvoering van de artikelen 5 en 6 van de Archiefwet van 24 juni 1955.
Tijdens de analyse van het ontwerp zal worden geantwoord op de Tijdens de analyse van het ontwerp zal worden geantwoord op de
gemaakte opmerkingen. gemaakte opmerkingen.
Bespreking van de artikelen Bespreking van de artikelen
Artikel 1 bevat een lijst van definities die een vereenvoudigde lezing Artikel 1 bevat een lijst van definities die een vereenvoudigde lezing
van het besluit mogelijk maken en die meer bepaald bedoeld is voor de van het besluit mogelijk maken en die meer bepaald bedoeld is voor de
ambtenaren die met de toepassing ervan zullen worden belast. ambtenaren die met de toepassing ervan zullen worden belast.
De Raad van State merkt op dat er geen rechtsgrond bestaat om in het De Raad van State merkt op dat er geen rechtsgrond bestaat om in het
ontwerp van besluit een nadere omschrijving te geven van de overheden ontwerp van besluit een nadere omschrijving te geven van de overheden
en openbare instellingen die onder het toepassingsgebied van de wet en openbare instellingen die onder het toepassingsgebied van de wet
van 24 juni 1955 vallen. Om aan dat bezwaar tegemoet te komen, beperkt van 24 juni 1955 vallen. Om aan dat bezwaar tegemoet te komen, beperkt
het ontwerp er zich toe te verwijzen naar de overheden waarvan sprake het ontwerp er zich toe te verwijzen naar de overheden waarvan sprake
in artikel 1 van de Archiefwet. De archieven van de rechtbanken der in artikel 1 van de Archiefwet. De archieven van de rechtbanken der
rechterlijke macht, de Raad van State, de rijksbesturen, de provincies rechterlijke macht, de Raad van State, de rijksbesturen, de provincies
en de gemeenten, alsook de openbare instellingen die aan hun controle en de gemeenten, alsook de openbare instellingen die aan hun controle
of administratief toezicht zijn onderworpen, vallen dus onder het of administratief toezicht zijn onderworpen, vallen dus onder het
toepassingsgebied van het ontwerp van besluit. toepassingsgebied van het ontwerp van besluit.
De Raad van State merkt verder op dat de omschrijving van het begrip « De Raad van State merkt verder op dat de omschrijving van het begrip «
archieven » zeer ruim is en zowel slaat op levende als op dode archieven » zeer ruim is en zowel slaat op levende als op dode
archieven, hetgeen vanuit het oogpunt van de institutionele archieven, hetgeen vanuit het oogpunt van de institutionele
bevoegdheidsverdeling voor kritiek vatbaar is : in zijn analyse geeft bevoegdheidsverdeling voor kritiek vatbaar is : in zijn analyse geeft
de Raad van State aan de Gemeenschappen en Gewesten de bevoegdheid de Raad van State aan de Gemeenschappen en Gewesten de bevoegdheid
over de levende archieven in die aangelegenheden die tot hun over de levende archieven in die aangelegenheden die tot hun
bevoegdheid behoren, terwijl de federale overheid, op grond van haar bevoegdheid behoren, terwijl de federale overheid, op grond van haar
residuaire bevoegdheid, steeds bevoegd is voor de « dode » archieven. residuaire bevoegdheid, steeds bevoegd is voor de « dode » archieven.
De ruime omschrijving van het begrip « archieven » wordt behouden in De ruime omschrijving van het begrip « archieven » wordt behouden in
het ontwerp van besluit omdat de opdrachten van het Rijksarchief het ontwerp van besluit omdat de opdrachten van het Rijksarchief
noodzakelijkerwijs ook betrekking hebben op levende archieven. Het noodzakelijkerwijs ook betrekking hebben op levende archieven. Het
Rijksarchief kan zijn taken ten aanzien van dode archieven slechts Rijksarchief kan zijn taken ten aanzien van dode archieven slechts
zinvol uitoefenen voor zover het toezicht kan houden op de wijze zinvol uitoefenen voor zover het toezicht kan houden op de wijze
waarop archieven bewaard worden op het ogenblik dat ze nog een waarop archieven bewaard worden op het ogenblik dat ze nog een
administratief nut hebben en dus nog levend zijn. Dat toezicht is met administratief nut hebben en dus nog levend zijn. Dat toezicht is met
name nodig om ervoor te zorgen dat archieven zonder direct nut voor de name nodig om ervoor te zorgen dat archieven zonder direct nut voor de
administratie duurzaam bewaard kunnen worden en ter beschikking administratie duurzaam bewaard kunnen worden en ter beschikking
gesteld van het publiek. Om dezelfde reden wordt de bevoegdheid van gesteld van het publiek. Om dezelfde reden wordt de bevoegdheid van
het Rijksarchief inzake vernietiging van levende archieven behouden. het Rijksarchief inzake vernietiging van levende archieven behouden.
Het Rijksarchief kan slechts zijn opdracht op coherente wijze Het Rijksarchief kan slechts zijn opdracht op coherente wijze
uitoefenen als het de vernietiging van alle archieven kan verhinderen. uitoefenen als het de vernietiging van alle archieven kan verhinderen.
De federale overheid is bovendien in elk geval bevoegd voor de levende De federale overheid is bovendien in elk geval bevoegd voor de levende
archieven betreffende die aangelegenheden waarin de provincies en de archieven betreffende die aangelegenheden waarin de provincies en de
gemeenten optreden in uitvoering van een federale bevoegdheid. gemeenten optreden in uitvoering van een federale bevoegdheid.
De artikelen 2 tot 10 leggen de modaliteiten en fasen vast van het De artikelen 2 tot 10 leggen de modaliteiten en fasen vast van het
toezicht op de bewaring van archieven door overheden en behoeven geen toezicht op de bewaring van archieven door overheden en behoeven geen
bijzonder commentaar. bijzonder commentaar.
Het spreekt voor zich dat de gemachtigden van de algemeen Het spreekt voor zich dat de gemachtigden van de algemeen
Rijksarchivaris preciseringen zullen aanbrengen naarmate de overheden Rijksarchivaris preciseringen zullen aanbrengen naarmate de overheden
op hen een beroep zullen doen. Nu al zijn zeer gedetailleerde op hen een beroep zullen doen. Nu al zijn zeer gedetailleerde
richtlijnen voorhanden in verband met het opstellen van richtlijnen voorhanden in verband met het opstellen van
selectielijsten, zowel in genormaliseerde als in elektronische vorm. selectielijsten, zowel in genormaliseerde als in elektronische vorm.
Er worden ook opleidingen georganiseerd om de ambtenaren van het Er worden ook opleidingen georganiseerd om de ambtenaren van het
Rijksarchief te helpen de informatie zo optimaal mogelijk beschikbaar Rijksarchief te helpen de informatie zo optimaal mogelijk beschikbaar
te stellen van de overheden. te stellen van de overheden.
De artikelen 11 tot 15 regelen de selectie en de vernietiging van De artikelen 11 tot 15 regelen de selectie en de vernietiging van
archieven. Gelet op de opmerkingen van de Raad van State in zijn archieven. Gelet op de opmerkingen van de Raad van State in zijn
voornoemd advies, wordt duidelijk bepaald dat, zonder de schriftelijke voornoemd advies, wordt duidelijk bepaald dat, zonder de schriftelijke
en uitdrukkelijke toestemming van de algemeen rijksarchivaris of zijn en uitdrukkelijke toestemming van de algemeen rijksarchivaris of zijn
gemachtigden, tot geen enkele fysieke vernietiging van archieven mag gemachtigden, tot geen enkele fysieke vernietiging van archieven mag
worden overgegaan. Die maatregel dient vooral om toevallige of worden overgegaan. Die maatregel dient vooral om toevallige of
accidentele vernietigingen te voorkomen en uit te sluiten, die nadelig accidentele vernietigingen te voorkomen en uit te sluiten, die nadelig
kunnen zijn voor de bewaring van het nationaal erfgoed. kunnen zijn voor de bewaring van het nationaal erfgoed.
De artikelen 16 tot 18 bevatten een aantal slotbepalingen. De De artikelen 16 tot 18 bevatten een aantal slotbepalingen. De
bewarende maatregelen die de algemeen Rijksarchivaris, de betrokken bewarende maatregelen die de algemeen Rijksarchivaris, de betrokken
minister of voogdijministers kunnen nemen wanneer een overheid de minister of voogdijministers kunnen nemen wanneer een overheid de
bepalingen inzake de overbrenging niet toepast, kunnen onder andere bepalingen inzake de overbrenging niet toepast, kunnen onder andere
zijn het verwijderen of het isoleren van besmette archieven, het zijn het verwijderen of het isoleren van besmette archieven, het
verpakken van archieven en het inrichten van archiefruimten volgens de verpakken van archieven en het inrichten van archiefruimten volgens de
vigerende internationale normen. vigerende internationale normen.
Dankzij de voorgestelde maatregelen kan de bewaring van de hedendaagse Dankzij de voorgestelde maatregelen kan de bewaring van de hedendaagse
archieven die volstrekt noodzakelijk is, in de beste omstandigheden archieven die volstrekt noodzakelijk is, in de beste omstandigheden
geschieden. geschieden.
Ik ben zo vrij ter aanvulling de aandacht van Uwe Majesteit te Ik ben zo vrij ter aanvulling de aandacht van Uwe Majesteit te
vestigen op het feit dat met het nemen van dit besluit België zich op vestigen op het feit dat met het nemen van dit besluit België zich op
het niveau van zijn Europese partners zal kunnen plaatsen voor wat de het niveau van zijn Europese partners zal kunnen plaatsen voor wat de
correcte bewaring betreft van de archieven van de Natie. correcte bewaring betreft van de archieven van de Natie.
Ik heb de eer te zijn, Ik heb de eer te zijn,
Sire, Sire,
Van Uwe Majesteit, Van Uwe Majesteit,
de zeer eerbiedige de zeer eerbiedige
en zeer getrouwe dienaar en zeer getrouwe dienaar
De Minister van Wetenschapsbeleid, De Minister van Wetenschapsbeleid,
Mevr. S. LARUELLE Mevr. S. LARUELLE
Advies 48.101/1 van 4 mei 2010 van de afdeling Wetgeving van de Raad Advies 48.101/1 van 4 mei 2010 van de afdeling Wetgeving van de Raad
van State van State
De Raad van State, afdeling Wetgeving, eerste kamer, op 8 april 2010 De Raad van State, afdeling Wetgeving, eerste kamer, op 8 april 2010
door de Minister van Wetenschapsbeleid verzocht haar, binnen een door de Minister van Wetenschapsbeleid verzocht haar, binnen een
termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van
koninklijk besluit "betreffende de uitvoering van de artikelen 5 en 6 koninklijk besluit "betreffende de uitvoering van de artikelen 5 en 6
van de archiefwet van 24 juni 1955", heeft het volgende advies gegeven van de archiefwet van 24 juni 1955", heeft het volgende advies gegeven
: :
Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt,
vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het
ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is
tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel
gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte
bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen
kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de
regering in aanmerking kan nemen als ze te oordelen heeft of het regering in aanmerking kan nemen als ze te oordelen heeft of het
vaststellen of het wijzigen van een verordening noodzakelijk is. vaststellen of het wijzigen van een verordening noodzakelijk is.
Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de
Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling
Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de
steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of
aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. aan de te vervullen vormvereisten is voldaan.
STREKKING EN RECHTSGROND VAN HET ONTWERP STREKKING EN RECHTSGROND VAN HET ONTWERP
1. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt 1. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt
ertoe het toezicht op de bewaring van archieven door ertoe het toezicht op de bewaring van archieven door
overheidsinstanties te regelen, evenals de vernietiging van archieven. overheidsinstanties te regelen, evenals de vernietiging van archieven.
Onder voorbehoud van hetgeen hierna wordt opgemerkt, kan de ontworpen Onder voorbehoud van hetgeen hierna wordt opgemerkt, kan de ontworpen
regeling worden geacht rechtsgrond te vinden in de artikelen 5 en 6 regeling worden geacht rechtsgrond te vinden in de artikelen 5 en 6
van de archiefwet van 24 juni 1955. van de archiefwet van 24 juni 1955.
Artikel 5 van de voornoemde wet bepaalt dat de overheden, bedoeld in Artikel 5 van de voornoemde wet bepaalt dat de overheden, bedoeld in
artikel 1, eerste en tweede lid, van de wet, geen archiefdocumenten artikel 1, eerste en tweede lid, van de wet, geen archiefdocumenten
mogen vernietigen zonder toestemming van de algemene rijksarchivaris mogen vernietigen zonder toestemming van de algemene rijksarchivaris
of van diens gemachtigden. De Koning kan, met toepassing van artikel of van diens gemachtigden. De Koning kan, met toepassing van artikel
108 van de Grondwet, worden geacht om nadere regels uit te werken met 108 van de Grondwet, worden geacht om nadere regels uit te werken met
betrekking tot de vernietiging van archieven waarvoor de algemene betrekking tot de vernietiging van archieven waarvoor de algemene
rijksarchivaris of diens gemachtigden toestemming dienen te geven, rijksarchivaris of diens gemachtigden toestemming dienen te geven,
mits die regels kunnen worden ingepast in de algemene mits die regels kunnen worden ingepast in de algemene
uitvoeringsbevoegdheid die voor de Koning voortvloeit uit de uitvoeringsbevoegdheid die voor de Koning voortvloeit uit de
voornoemde grondwetsbepaling. voornoemde grondwetsbepaling.
Artikel 6 van de archiefwet luidt : Artikel 6 van de archiefwet luidt :
« De stukken, die bewaard worden door de in het eerste artikel, leden « De stukken, die bewaard worden door de in het eerste artikel, leden
1 en 2, bedoelde overheden, staan onder het toezicht van de algemene 1 en 2, bedoelde overheden, staan onder het toezicht van de algemene
rijksarchivaris of van diens gemachtigden. rijksarchivaris of van diens gemachtigden.
De Koning bepaalt de wijze waarop dit toezicht dient te worden De Koning bepaalt de wijze waarop dit toezicht dient te worden
uitgeoefend". uitgeoefend".
2. In geen van de bepalingen van de archiefwet van 24 juni 1955 wordt 2. In geen van de bepalingen van de archiefwet van 24 juni 1955 wordt
de Koning bevoegd gemaakt om de omschrijving van de de Koning bevoegd gemaakt om de omschrijving van de
overheidsinstanties, die worden opgesomd in artikel 1, eerste en overheidsinstanties, die worden opgesomd in artikel 1, eerste en
tweede lid, van die wet en waaraan wordt gerefereerd in de tweede lid, van die wet en waaraan wordt gerefereerd in de
rechtsgrondbiedende artikelen 5 en 6, te specificeren of aan te rechtsgrondbiedende artikelen 5 en 6, te specificeren of aan te
vullen, laat staan dat de Koning dit zou kunnen doen op grond van de vullen, laat staan dat de Koning dit zou kunnen doen op grond van de
algemene uitvoeringsbevoegdheid die artikel 108 van de Grondwet hem algemene uitvoeringsbevoegdheid die artikel 108 van de Grondwet hem
verleent. In artikel 1, 7, van het ontwerp wordt nochtans een nadere verleent. In artikel 1, 7, van het ontwerp wordt nochtans een nadere
omschrijving gegeven van "de overheden en de openbare instellingen omschrijving gegeven van "de overheden en de openbare instellingen
vermeld in artikel 1 van de Wet". vermeld in artikel 1 van de Wet".
Afgezien van de vaststelling dat het hernemen van reeds toepasselijke Afgezien van de vaststelling dat het hernemen van reeds toepasselijke
wetsbepalingen in een uitvoeringsbesluit geen aanbeveling verdient wetsbepalingen in een uitvoeringsbesluit geen aanbeveling verdient
omdat, in geval van de niet-woordelijke overname in het besluit, de omdat, in geval van de niet-woordelijke overname in het besluit, de
indruk wordt gewekt dat in een besluit zou kunnen worden afgeweken van indruk wordt gewekt dat in een besluit zou kunnen worden afgeweken van
de niet woordelijk overgenomen wetsbepalingen, moet worden opgemerkt de niet woordelijk overgenomen wetsbepalingen, moet worden opgemerkt
dat artikel 1, 7, op diverse punten afwijkt van artikel 1, eerste lid, dat artikel 1, 7, op diverse punten afwijkt van artikel 1, eerste lid,
van de archiefwet van 24 juni 1955 en derhalve niet met die bepaling van de archiefwet van 24 juni 1955 en derhalve niet met die bepaling
in overeenstemming is. in overeenstemming is.
Zo wordt in artikel 1, eerste lid, van de wet weliswaar melding Zo wordt in artikel 1, eerste lid, van de wet weliswaar melding
gemaakt van de Raad van State, maar niet van "de administratieve gemaakt van de Raad van State, maar niet van "de administratieve
rechtscolleges", zoals in artikel 1, 7, c, van het ontwerp het geval rechtscolleges", zoals in artikel 1, 7, c, van het ontwerp het geval
is. In artikel 1, eerste lid, van de wet wordt melding gemaakt van "de is. In artikel 1, eerste lid, van de wet wordt melding gemaakt van "de
provincies en de openbare instellingen die aan hun controle of provincies en de openbare instellingen die aan hun controle of
administratief toezicht zijn onderworpen". De omschrijving in artikel administratief toezicht zijn onderworpen". De omschrijving in artikel
1, 7, d, van het ontwerp, stemt hiermee niet overeen en bevat 1, 7, d, van het ontwerp, stemt hiermee niet overeen en bevat
daarenboven een verruiming tot andere instanties, waarvan geen melding daarenboven een verruiming tot andere instanties, waarvan geen melding
wordt gemaakt in artikel 1, eerste lid, van de wet. Een gelijkaardige wordt gemaakt in artikel 1, eerste lid, van de wet. Een gelijkaardige
vaststelling moet worden gedaan met betrekking tot de gemeenten, vaststelling moet worden gedaan met betrekking tot de gemeenten,
waaraan wordt gerefereerd in artikel 1, tweede lid, van de wet van 24 waaraan wordt gerefereerd in artikel 1, tweede lid, van de wet van 24
juni 1955, maar waarvan het bepaalde in artikel 1, 7, e, op diverse juni 1955, maar waarvan het bepaalde in artikel 1, 7, e, op diverse
punten afwijkt. punten afwijkt.
Uit wat voorafgaat blijkt dat er voor artikel 1, 7, van het ontwerp Uit wat voorafgaat blijkt dat er voor artikel 1, 7, van het ontwerp
geen rechtsgrond is(1) geen rechtsgrond is(1)
BEVOEGDHEID BEVOEGDHEID
De ontworpen regeling moet kunnen worden ingepast in de De ontworpen regeling moet kunnen worden ingepast in de
bevoegdheidsverdelende regels zoals die zijn uiteengezet in advies bevoegdheidsverdelende regels zoals die zijn uiteengezet in advies
47.624/AV/3 van 23 februari 2010 over een voorontwerp van decreet 47.624/AV/3 van 23 februari 2010 over een voorontwerp van decreet
"betreffende de bestuurlijkadministratieve archiefwerking", dat aan de "betreffende de bestuurlijkadministratieve archiefwerking", dat aan de
afdeling Wetgeving van de Raad van State werd voorgelegd door de afdeling Wetgeving van de Raad van State werd voorgelegd door de
Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering,
Toerisme en Vlaamse Rand(2) Toerisme en Vlaamse Rand(2)
In het kader van de voorliggende adviesaanvraag wordt de ontworpen In het kader van de voorliggende adviesaanvraag wordt de ontworpen
regeling (3) getoetst aan de opmerkingen die betreffende de regeling (3) getoetst aan de opmerkingen die betreffende de
bevoegdheidsverdeling in advies 47.624/AV/3 zijn geformuleerd, zonder bevoegdheidsverdeling in advies 47.624/AV/3 zijn geformuleerd, zonder
dat deze laatste opmerkingen worden hernomen. Ter zake wordt volstaan dat deze laatste opmerkingen worden hernomen. Ter zake wordt volstaan
met een verwijzing naar het betrokken advies. Wel mag worden benadrukt met een verwijzing naar het betrokken advies. Wel mag worden benadrukt
dat er in dat advies wordt van uitgegaan dat de bevoegdheidsverdeling dat er in dat advies wordt van uitgegaan dat de bevoegdheidsverdeling
inzake archieven noodzakelijk betrekking heeft op het zogenaamde dood inzake archieven noodzakelijk betrekking heeft op het zogenaamde dood
archief, dat nog louter een cultuurhistorisch belang heeft. Het staat archief, dat nog louter een cultuurhistorisch belang heeft. Het staat
immers aan elke overheid om, in het kader van haar bevoegdheden, immers aan elke overheid om, in het kader van haar bevoegdheden,
regels te bepalen, inzonderheid qua duur, voor het bewaren van de regels te bepalen, inzonderheid qua duur, voor het bewaren van de
documenten die voor de uitoefening van deze bevoegdheden nut blijven documenten die voor de uitoefening van deze bevoegdheden nut blijven
hebben. De ondergeschikte besturen moeten de voorschriften naleven die hebben. De ondergeschikte besturen moeten de voorschriften naleven die
in voorkomend geval in dit verband door de bevoegde wetgever worden in voorkomend geval in dit verband door de bevoegde wetgever worden
bepaald. bepaald.
Als daarentegen een document geen nut meer heeft voor de uitoefening Als daarentegen een document geen nut meer heeft voor de uitoefening
van de bevoegdheden in verband waarmee het geproduceerd is, of geacht van de bevoegdheden in verband waarmee het geproduceerd is, of geacht
wordt geen nut meer te hebben krachtens de relevante wetgeving, wordt wordt geen nut meer te hebben krachtens de relevante wetgeving, wordt
het lot ervan geregeld door de wetgever die bevoegd is voor de dode het lot ervan geregeld door de wetgever die bevoegd is voor de dode
archieven, namelijk de gemeenschappen of de federale Staat, elk voor archieven, namelijk de gemeenschappen of de federale Staat, elk voor
hun of zijn territoriale bevoegdheid(4) en met uitzondering van wat hun of zijn territoriale bevoegdheid(4) en met uitzondering van wat
behoort tot de taak van het Rijksarchief waarvoor alleen de federale behoort tot de taak van het Rijksarchief waarvoor alleen de federale
Staat bevoegd is. Staat bevoegd is.
In het licht van het voornoemde uitgangspunt moet worden vastgesteld In het licht van het voornoemde uitgangspunt moet worden vastgesteld
dat de omschrijving van het begrip "overheidsinstantie(s)", in artikel dat de omschrijving van het begrip "overheidsinstantie(s)", in artikel
1, 7, van het ontwerp, niet enkel op ernstige bezwaren van rechtsgrond 1, 7, van het ontwerp, niet enkel op ernstige bezwaren van rechtsgrond
stuit, doch ook op bevoegdheidsrechtelijk vlak bezwaarlijk ongewijzigd stuit, doch ook op bevoegdheidsrechtelijk vlak bezwaarlijk ongewijzigd
zou kunnen zijn gehandhaafd. Zo roept bijvoorbeeld de vermelding van zou kunnen zijn gehandhaafd. Zo roept bijvoorbeeld de vermelding van
de polders en de wateringen, in artikel 1, 7, d, van het ontwerp, de polders en de wateringen, in artikel 1, 7, d, van het ontwerp,
vragen op ermee rekening houdend dat uit advies 47.624/AV/3 valt af te vragen op ermee rekening houdend dat uit advies 47.624/AV/3 valt af te
leiden dat het dode archief van de betrokken instanties een leiden dat het dode archief van de betrokken instanties een
gemeenschapsbevoegdheid betreft. Daarnaast lijkt bij de verwijzing gemeenschapsbevoegdheid betreft. Daarnaast lijkt bij de verwijzing
naar "de administratieve rechtscolleges" in artikel 1, 7, c, - naar "de administratieve rechtscolleges" in artikel 1, 7, c, -
waarvoor evenmin rechtsgrond is - er onvoldoende mee rekening te zijn waarvoor evenmin rechtsgrond is - er onvoldoende mee rekening te zijn
gehouden dat dergelijke rechtscolleges mogelijk ook door de gehouden dat dergelijke rechtscolleges mogelijk ook door de
gemeenschappen en gewesten kunnen zijn opgericht. gemeenschappen en gewesten kunnen zijn opgericht.
Uit advies 47.624/AV/3 valt eveneens af te leiden dat de bevoegdheid Uit advies 47.624/AV/3 valt eveneens af te leiden dat de bevoegdheid
inzake het levend archief van de provincies, de gemeenten en de inzake het levend archief van de provincies, de gemeenten en de
instellingen die aan hun controle of administratief toezicht zijn instellingen die aan hun controle of administratief toezicht zijn
onderworpen, aan de gewesten of de gemeenschappen toekomt. Het onderworpen, aan de gewesten of de gemeenschappen toekomt. Het
toezicht op de bewaring van deze levende archieven behoort derhalve toezicht op de bewaring van deze levende archieven behoort derhalve
niet tot de bevoegdheid van de federale overheid. Derhalve kunnen de niet tot de bevoegdheid van de federale overheid. Derhalve kunnen de
artikelen 2 tot 10 niet in het ontwerp worden behouden in de mate zij artikelen 2 tot 10 niet in het ontwerp worden behouden in de mate zij
ook op de desbetreffende levende archieven van toepassing zijn. ook op de desbetreffende levende archieven van toepassing zijn.
ONDERZOEK VAN DE TEKST ONDERZOEK VAN DE TEKST
Aanhef Aanhef
1. De aanhef van het ontwerp moet aanvangen met een nieuw toe te 1. De aanhef van het ontwerp moet aanvangen met een nieuw toe te
voegen lid, luidende : voegen lid, luidende :
« Gelet op de Grondwet, artikel 108;". « Gelet op de Grondwet, artikel 108;".
2. De verwijzing naar "het koninklijk besluit van... betreffende de 2. De verwijzing naar "het koninklijk besluit van... betreffende de
uitvoering van de artikelen 1 en 6bis van de archiefwet van 24 juni uitvoering van de artikelen 1 en 6bis van de archiefwet van 24 juni
1955" heeft geen betrekking op een koninklijk besluit waarvan het 1955" heeft geen betrekking op een koninklijk besluit waarvan het
ontwerp de wijziging of opheffing beoogt. De vermelding van dat ontwerp de wijziging of opheffing beoogt. De vermelding van dat
koninklijk besluit is evenmin noodzakelijk voor een goed begrip van koninklijk besluit is evenmin noodzakelijk voor een goed begrip van
het ontwerp(5). Het betrokken lid wordt derhalve beter weggelaten uit het ontwerp(5). Het betrokken lid wordt derhalve beter weggelaten uit
de aanhef. de aanhef.
3. In het lid van de aanhef waarin wordt gerefereerd aan het advies 3. In het lid van de aanhef waarin wordt gerefereerd aan het advies
van de Inspecteur van Financiën moet de datum van 19 januari 2010 van de Inspecteur van Financiën moet de datum van 19 januari 2010
worden vervangen door die van 26 januari 2010. worden vervangen door die van 26 januari 2010.
Artikel 1 Artikel 1
1. Zoals in artikel 1, 1, van het ontwerp het begrip "wet" wordt 1. Zoals in artikel 1, 1, van het ontwerp het begrip "wet" wordt
omschreven, worden voor de toepassing van de ontworpen regeling omschreven, worden voor de toepassing van de ontworpen regeling
eventuele toekomstige wijzigingen van de archiefwet van 24 juni 1955 eventuele toekomstige wijzigingen van de archiefwet van 24 juni 1955
buiten beschouwing gelaten. Vraag is of dit de bedoeling is. buiten beschouwing gelaten. Vraag is of dit de bedoeling is.
2. De omschrijving van het begrip "archieven" is zeer ruim en slaat op 2. De omschrijving van het begrip "archieven" is zeer ruim en slaat op
zowel de levende als de dode archieven ("alle stukken... ongeacht hun zowel de levende als de dode archieven ("alle stukken... ongeacht hun
datum,... ontwikkelingsstadium of drager"). Rekening houdend met datum,... ontwikkelingsstadium of drager"). Rekening houdend met
hetgeen in dit advies is opgemerkt met betrekking tot de hetgeen in dit advies is opgemerkt met betrekking tot de
bevoegdheidsverdelende regels zou een daarop beter afgestemde bevoegdheidsverdelende regels zou een daarop beter afgestemde
begripsomschrijving op haar plaats zijn. begripsomschrijving op haar plaats zijn.
In artikel 1, 2, tweede lid, moet in de Nederlandse tekst bovendien In artikel 1, 2, tweede lid, moet in de Nederlandse tekst bovendien
melding worden gemaakt van de "documenten vermeld in het vorige lid" melding worden gemaakt van de "documenten vermeld in het vorige lid"
en niet van de "documenten vermeld in de vorige paragraaf". en niet van de "documenten vermeld in de vorige paragraaf".
3. Wat de omschrijving van het begrip "overheidsinstantie(s)" in 3. Wat de omschrijving van het begrip "overheidsinstantie(s)" in
artikel 1, 7, van het ontwerp betreft, wordt verwezen naar hetgeen artikel 1, 7, van het ontwerp betreft, wordt verwezen naar hetgeen
hieromtrent reeds in dit advies is opgemerkt. hieromtrent reeds in dit advies is opgemerkt.
Artikel 11 Artikel 11
In artikel 11, § 2, van het ontwerp is niet duidelijk welke In artikel 11, § 2, van het ontwerp is niet duidelijk welke
"vaststelling, voorzien door artikel 13, § 2 van het koninklijk "vaststelling, voorzien door artikel 13, § 2 van het koninklijk
besluit van... » wordt beoogd. Indien de staat wordt bedoeld waarvan besluit van... » wordt beoogd. Indien de staat wordt bedoeld waarvan
melding wordt gemaakt in artikel 13, § 2, van het ontwerp van melding wordt gemaakt in artikel 13, § 2, van het ontwerp van
koninklijk besluit "in uitvoering van artikelen 1 en 6bis van de koninklijk besluit "in uitvoering van artikelen 1 en 6bis van de
archiefwet van 24 juni 1955", waarover de Raad van State, afdeling archiefwet van 24 juni 1955", waarover de Raad van State, afdeling
Wetgeving, heden advies 48.100/1 uitbrengt, zou zulks op een meer Wetgeving, heden advies 48.100/1 uitbrengt, zou zulks op een meer
precieze wijze moeten worden aangegeven. In ieder geval dient het precieze wijze moeten worden aangegeven. In ieder geval dient het
opschrift van het beoogde koninklijk besluit te worden vermeld. opschrift van het beoogde koninklijk besluit te worden vermeld.
Artikel 13 Artikel 13
1. De indeling in 1° en 2° moet vervallen. Daarenboven moet de 1. De indeling in 1° en 2° moet vervallen. Daarenboven moet de
discordantie tussen de Nederlandse ("officieel verzoek... om toelating discordantie tussen de Nederlandse ("officieel verzoek... om toelating
tot vernietiging") en de Franse tekst ("une demande officielle tot vernietiging") en de Franse tekst ("une demande officielle
d'autorisation ou d'élimination") van artikel 13, eerste lid, worden d'autorisation ou d'élimination") van artikel 13, eerste lid, worden
weggewerkt. weggewerkt.
2. Uit artikel 13 valt niet duidelijk af te leiden of 2. Uit artikel 13 valt niet duidelijk af te leiden of
overheidsinstanties documenten kunnen vernietigen indien geen antwoord overheidsinstanties documenten kunnen vernietigen indien geen antwoord
werd ontvangen op het in die bepaling bedoelde verzoek en of de werd ontvangen op het in die bepaling bedoelde verzoek en of de
selectielijst in dat verband kan worden gelijkgesteld met de selectielijst in dat verband kan worden gelijkgesteld met de
voorafgaande schriftelijke toelating tot fysieke vernietiging van de voorafgaande schriftelijke toelating tot fysieke vernietiging van de
betrokken archieven. De gemachtigde verstrekte wat dat betreft de betrokken archieven. De gemachtigde verstrekte wat dat betreft de
volgende toelichting : volgende toelichting :
« Het Rijksarchief wenst ten allen tijde zijn formeel akkoord te « Het Rijksarchief wenst ten allen tijde zijn formeel akkoord te
verlenen omdat uit het verleden is gebleken dat selectielijsten soms verlenen omdat uit het verleden is gebleken dat selectielijsten soms
snel verouderen en aanleiding geven tot afwijkende 'interpretaties', snel verouderen en aanleiding geven tot afwijkende 'interpretaties',
met alle gevolgen van dien. Voor elke vernietigingsaanvraag wordt een met alle gevolgen van dien. Voor elke vernietigingsaanvraag wordt een
formeel antwoord aan het dossier van de betrokken archiefvormer formeel antwoord aan het dossier van de betrokken archiefvormer
toegevoegd". toegevoegd".
Ten einde te voorkomen dat artikel 13 vragen oproept zoals de Ten einde te voorkomen dat artikel 13 vragen oproept zoals de
voornoemde kan worden overwogen om in die bepaling het absolute voornoemde kan worden overwogen om in die bepaling het absolute
vereiste van het bestaan van een voorafgaande schriftelijke toelating vereiste van het bestaan van een voorafgaande schriftelijke toelating
tot vernietiging te expliciteren. tot vernietiging te expliciteren.
Artikel 16 Artikel 16
Het is niet duidelijk waaruit de "corrigerende maatregelen", bedoeld Het is niet duidelijk waaruit de "corrigerende maatregelen", bedoeld
in artikel 16 van het ontwerp, precies bestaan, noch door wie deze in artikel 16 van het ontwerp, precies bestaan, noch door wie deze
dienen te worden genomen. Deze onduidelijkheden bevorderen uiteraard dienen te worden genomen. Deze onduidelijkheden bevorderen uiteraard
niet de begrijpelijkheid van de ontworpen regeling. Daarenboven moet niet de begrijpelijkheid van de ontworpen regeling. Daarenboven moet
worden vastgesteld dat artikel 16 deel uitmaakt van hoofdstuk 3 van worden vastgesteld dat artikel 16 deel uitmaakt van hoofdstuk 3 van
het ontwerp, dat op de vernietiging van archieven betrekking heeft en het ontwerp, dat op de vernietiging van archieven betrekking heeft en
niet op het toezicht op de bewaring van de archieven. Het niet op het toezicht op de bewaring van de archieven. Het
toepassingsgebied van artikel 16 is bijgevolg evenmin duidelijk. toepassingsgebied van artikel 16 is bijgevolg evenmin duidelijk.
In verband met het begrip "corrigerende maatregelen" preciseerde de In verband met het begrip "corrigerende maatregelen" preciseerde de
gemachtigde het volgende : gemachtigde het volgende :
« De bedoeling van dit artikel is enerzijds de voogdijminister van het « De bedoeling van dit artikel is enerzijds de voogdijminister van het
Rijksarchief en de politiek verantwoordelijke voor de correcte Rijksarchief en de politiek verantwoordelijke voor de correcte
uitvoering en toepassing van de Archiefwet te informeren, en uitvoering en toepassing van de Archiefwet te informeren, en
anderzijds de 'vakminister' ervan op de hoogte te stellen dat er anderzijds de 'vakminister' ervan op de hoogte te stellen dat er
bijkomende acties en initiatieven nodig en wenselijk zijn zoals b.v. bijkomende acties en initiatieven nodig en wenselijk zijn zoals b.v.
het nemen van conserverende maatregelen (verwijderen of isoleren van het nemen van conserverende maatregelen (verwijderen of isoleren van
besmette archieven, verpakken van archieven, inrichten van besmette archieven, verpakken van archieven, inrichten van
archiefruimten volgens de vigerende internationale normen e.d.)". archiefruimten volgens de vigerende internationale normen e.d.)".
Het begrip "corrigerende maatregelen", in artikel 16 van het ontwerp Het begrip "corrigerende maatregelen", in artikel 16 van het ontwerp
zou, in het licht van de aangehaalde verduidelijking, zou, in het licht van de aangehaalde verduidelijking,
dienovereenkomstig nader moeten worden afgebakend. Indien het de dienovereenkomstig nader moeten worden afgebakend. Indien het de
bedoeling is om artikel 16 van het ontwerp een algemene draagwijdte bedoeling is om artikel 16 van het ontwerp een algemene draagwijdte
mee te geven die niet beperkt blijft tot de vernietiging van mee te geven die niet beperkt blijft tot de vernietiging van
archieven, zou dat artikel bovendien in hoofdstuk 4, "Slotbepalingen", archieven, zou dat artikel bovendien in hoofdstuk 4, "Slotbepalingen",
moeten worden opgenomen. moeten worden opgenomen.
Artikel 18 Artikel 18
Tenzij er een bijzondere reden is waarom wordt afgeweken van de Tenzij er een bijzondere reden is waarom wordt afgeweken van de
gangbare termijn van inwerkingtreding van besluiten, wordt artikel 18 gangbare termijn van inwerkingtreding van besluiten, wordt artikel 18
beter uit het ontwerp weggelaten. beter uit het ontwerp weggelaten.
De kamer was samengesteld uit : De kamer was samengesteld uit :
de Heren : de Heren :
M. Van Damme, kamervoorzitter; M. Van Damme, kamervoorzitter;
J. Baert, W. Van Vaerenbergh staatsraden; J. Baert, W. Van Vaerenbergh staatsraden;
M. Tison, L. Denys, assessoren van de afdeling Wetgeving, M. Tison, L. Denys, assessoren van de afdeling Wetgeving,
Mevr. G. Verberckmoes, griffier. Mevr. G. Verberckmoes, griffier.
Het verslag werd uitgebracht door Mevr. I. Verheven, auditeur. Het verslag werd uitgebracht door Mevr. I. Verheven, auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd
nagezien onder toezicht van de heer M. Van Damme. nagezien onder toezicht van de heer M. Van Damme.
De griffier, De griffier,
G. Verberckmoes. G. Verberckmoes.
De voorzitter, De voorzitter,
M. Van Damme. M. Van Damme.
(1) "overheidsinstantie", in de zin van artikel 1, 7, van het ontwerp, (1) "overheidsinstantie", in de zin van artikel 1, 7, van het ontwerp,
te worden vervangen door een verwijzing naar de overheden zoals die te worden vervangen door een verwijzing naar de overheden zoals die
worden omschreven in artikel 1 van de archiefwet van 24 juni 1955. worden omschreven in artikel 1 van de archiefwet van 24 juni 1955.
(2) De Raad van State, afdeling Wetgeving, heeft op het ogenblik van (2) De Raad van State, afdeling Wetgeving, heeft op het ogenblik van
het uitbrengen van dit advies geen kennis van het nummer van het het uitbrengen van dit advies geen kennis van het nummer van het
parlementair document waarin advies 47.624/AV/3 zal worden opgenomen. parlementair document waarin advies 47.624/AV/3 zal worden opgenomen.
Het betrokken advies wordt daarom tevens bijgevoegd als bijlage bij Het betrokken advies wordt daarom tevens bijgevoegd als bijlage bij
het voorliggende advies. het voorliggende advies.
(3) De Raad van State, afdeling Wetgeving, is naar aanleiding van de (3) De Raad van State, afdeling Wetgeving, is naar aanleiding van de
voorliggende adviesaanvraag niet overgegaan tot een toetsing van de voorliggende adviesaanvraag niet overgegaan tot een toetsing van de
overeenstemming van de archiefwet van 24 juni 1955 aan de overeenstemming van de archiefwet van 24 juni 1955 aan de
bevoegdheidsverdelende regels. bevoegdheidsverdelende regels.
(4) De gewesten kunnen weliswaar voor hun eigen archieven, alsook voor (4) De gewesten kunnen weliswaar voor hun eigen archieven, alsook voor
de archieven van de instellingen die van de gewesten afhangen, normen de archieven van de instellingen die van de gewesten afhangen, normen
uitvaardigen, maar ze moeten evenwel de normen naleven die, naargelang uitvaardigen, maar ze moeten evenwel de normen naleven die, naargelang
het geval, worden vastgesteld door de gemeenschap of gemeenschappen of het geval, worden vastgesteld door de gemeenschap of gemeenschappen of
door de federale Staat, die bevoegd zijn voor het culturele erfgoed. door de federale Staat, die bevoegd zijn voor het culturele erfgoed.
(5) Ter zake kan worden volstaan met een verwijzing naar het betrokken (5) Ter zake kan worden volstaan met een verwijzing naar het betrokken
koninklijk besluit in de tekst van het ontwerp. koninklijk besluit in de tekst van het ontwerp.
18 AUGUSTUS 2010. - Koninklijk besluit tot de uitvoering van de 18 AUGUSTUS 2010. - Koninklijk besluit tot de uitvoering van de
artikelen 5 en 6 van de archiefwet van 24 juni 1955 artikelen 5 en 6 van de archiefwet van 24 juni 1955
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op artikel 108 van de Grondwet; Gelet op artikel 108 van de Grondwet;
Gelet op het decreet van 7 messidor jaar II (25 juni 1794) betreffende Gelet op het decreet van 7 messidor jaar II (25 juni 1794) betreffende
de organisatie van het archief bij de volksvertegenwoordiging, de organisatie van het archief bij de volksvertegenwoordiging,
gewijzigd bij de wet van 19 juli 1991; gewijzigd bij de wet van 19 juli 1991;
Gelet op de wet van 5 brumaire jaar V (26 oktober 1796) waarbij wordt Gelet op de wet van 5 brumaire jaar V (26 oktober 1796) waarbij wordt
bepaald dat alle door de Republiek verkregen titels en stukken in de bepaald dat alle door de Republiek verkregen titels en stukken in de
hoofdplaatsen van de departementen moeten worden samengebracht; hoofdplaatsen van de departementen moeten worden samengebracht;
Gelet op de archiefwet van 24 juni 1955, inzonderheid de artikelen 5 Gelet op de archiefwet van 24 juni 1955, inzonderheid de artikelen 5
en 6, gewijzigd door de wet van 6 mei 2009; en 6, gewijzigd door de wet van 6 mei 2009;
Gelet op het advies van de Wetenschappelijke raad van het Algemeen Gelet op het advies van de Wetenschappelijke raad van het Algemeen
Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën, uitgebracht op 29 Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën, uitgebracht op 29
oktober 2009; oktober 2009;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 26 Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 26
januari 2010; januari 2010;
Gelet op het advies nr 48.101/1 van de Raad van State, gegeven op 4 Gelet op het advies nr 48.101/1 van de Raad van State, gegeven op 4
mei 2010, in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de mei 2010, in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van Onze Minister van Wetenschapsbeleid, Op de voordracht van Onze Minister van Wetenschapsbeleid,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
HOOFDSTUK 1. - Definities HOOFDSTUK 1. - Definities

Artikel 1.§ 1. Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan

Artikel 1.§ 1. Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan

onder : onder :
1. « Wet », de Archiefwet van 24 juni 1955; 1. « Wet », de Archiefwet van 24 juni 1955;
2. « Archieven », alle documenten die ongeacht hun datum, materiële 2. « Archieven », alle documenten die ongeacht hun datum, materiële
vorm, ontwikkelingsstadium of drager naar hun aard bestemd zijn om te vorm, ontwikkelingsstadium of drager naar hun aard bestemd zijn om te
berusten bij een overheid of een privaat persoon, een vennootschap of berusten bij een overheid of een privaat persoon, een vennootschap of
een vereniging van privaat recht die ze heeft ontvangen of opgemaakt een vereniging van privaat recht die ze heeft ontvangen of opgemaakt
uit hoofde van zijn of haar activiteiten, zijn of haar taken of tot uit hoofde van zijn of haar activiteiten, zijn of haar taken of tot
vastlegging van zijn of haar rechten en plichten; vastlegging van zijn of haar rechten en plichten;
De documenten vermeld in het vorige lid omvatten eveneens deze die De documenten vermeld in het vorige lid omvatten eveneens deze die
deel uitmaken van het domein van de Belgische Staat en zijn deel uitmaken van het domein van de Belgische Staat en zijn
rechtsvoorgangers door vrijwillige verwerving of verwerving tegen rechtsvoorgangers door vrijwillige verwerving of verwerving tegen
betaling, incorporatie, secularisering, nationalisatie, confiscatie, betaling, incorporatie, secularisering, nationalisatie, confiscatie,
rechtsovergang, schenking of legaat; rechtsovergang, schenking of legaat;
3. « Rijksarchief », het Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de 3. « Rijksarchief », het Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de
Provinciën; Provinciën;
4. « Minister », de Minister die bevoegd is voor het Rijksarchief; 4. « Minister », de Minister die bevoegd is voor het Rijksarchief;
5.« Algemeen Rijksarchivaris », de Algemeen directeur van het 5.« Algemeen Rijksarchivaris », de Algemeen directeur van het
Rijksarchief, Rijksarchief,
6. « Gemachtigde », lid van het personeel van het Rijksarchief dat 6. « Gemachtigde », lid van het personeel van het Rijksarchief dat
gedelegeerd is door de Algemeen Rijksarchivaris voor een bij dit gedelegeerd is door de Algemeen Rijksarchivaris voor een bij dit
besluit vastgelegde opdracht; besluit vastgelegde opdracht;
7. « Overheid », de overheden zoals die worden omschreven in artikel 1 7. « Overheid », de overheden zoals die worden omschreven in artikel 1
van de Wet; van de Wet;
8. « Selectielijst », een systematische opsomming van de archieven van 8. « Selectielijst », een systematische opsomming van de archieven van
een overheid, die voor elk van de categorieën archieven tenminste de een overheid, die voor elk van de categorieën archieven tenminste de
volgende informatie bevat : de benaming of de beschrijving van de volgende informatie bevat : de benaming of de beschrijving van de
inhoud, de bewaartermijn en de definitieve bestemming; inhoud, de bewaartermijn en de definitieve bestemming;
9. « Bewaartermijn », periode tijdens dewelke de archieven dienen 9. « Bewaartermijn », periode tijdens dewelke de archieven dienen
bewaard te worden door de overheid die ze heeft opgemaakt of ontvangen bewaard te worden door de overheid die ze heeft opgemaakt of ontvangen
of door zijn rechtsopvolger, omwille van hun administratief nut; of door zijn rechtsopvolger, omwille van hun administratief nut;
10. « Definitieve bestemming », de bestemming die de archieven krijgen 10. « Definitieve bestemming », de bestemming die de archieven krijgen
bij het verstrijken van de bewaartermijn. De definitieve bestemming is bij het verstrijken van de bewaartermijn. De definitieve bestemming is
hetzij de permanente bewaring, hetzij de vernietiging. hetzij de permanente bewaring, hetzij de vernietiging.
HOOFDSTUK 2. - Het toezicht op de bewaring van de archieven door de HOOFDSTUK 2. - Het toezicht op de bewaring van de archieven door de
overheden overheden

Art. 2.De Algemeen Rijksarchivaris of zijn gemachtigden oefenen

Art. 2.De Algemeen Rijksarchivaris of zijn gemachtigden oefenen

toezicht uit op de wijze waarop de overheden de archieven beheren en toezicht uit op de wijze waarop de overheden de archieven beheren en
bewaren die bij hen berusten, ongeacht hun drager en materiële vorm. bewaren die bij hen berusten, ongeacht hun drager en materiële vorm.

Art. 3.Het toezicht bestaat uit de controle van de omstandigheden

Art. 3.Het toezicht bestaat uit de controle van de omstandigheden

waarin de archieven worden beheerd en bewaard, opdat de waarin de archieven worden beheerd en bewaard, opdat de
langetermijnbewaring, de authenticiteit, de integriteit, de ordening, langetermijnbewaring, de authenticiteit, de integriteit, de ordening,
de toegankelijkheid en de leesbaarheid van de informatie die zij de toegankelijkheid en de leesbaarheid van de informatie die zij
bevatten gedurende de hele levenscyclus gewaarborgd blijven. bevatten gedurende de hele levenscyclus gewaarborgd blijven.

Art. 4.Daartoe voeren de Algemeen Rijksarchivaris of zijn

Art. 4.Daartoe voeren de Algemeen Rijksarchivaris of zijn

gemachtigden inspecties uit bij de overheden. Ze leggen in verslagen gemachtigden inspecties uit bij de overheden. Ze leggen in verslagen
de vaststellingen en eventuele aanbevelingen vast die noodzakelijk de vaststellingen en eventuele aanbevelingen vast die noodzakelijk
zijn om de omstandigheden te verbeteren waarin archieven worden zijn om de omstandigheden te verbeteren waarin archieven worden
beheerd en bewaard. Deze verslagen worden aan de betrokken overheden beheerd en bewaard. Deze verslagen worden aan de betrokken overheden
overgemaakt en kunnen, bij beslissing van de Algemeen Rijksarchivaris, overgemaakt en kunnen, bij beslissing van de Algemeen Rijksarchivaris,
openbaar gemaakt worden. openbaar gemaakt worden.

Art. 5.De Algemeen Rijksarchivaris of zijn gemachtigden stellen

Art. 5.De Algemeen Rijksarchivaris of zijn gemachtigden stellen

richtlijnen op, doen aanbevelingen of geven advies aan de overheden richtlijnen op, doen aanbevelingen of geven advies aan de overheden
over het beheer, de ordening, de toegankelijkheid en de bewaring van over het beheer, de ordening, de toegankelijkheid en de bewaring van
hun archieven. Deze richtlijnen, aanbevelingen en adviezen worden hun archieven. Deze richtlijnen, aanbevelingen en adviezen worden
verspreid en openbaar gemaakt. verspreid en openbaar gemaakt.

Art. 6.Op voorstel van de Algemeen Rijksarchivaris legt de Minister

Art. 6.Op voorstel van de Algemeen Rijksarchivaris legt de Minister

de technische normen vast die een overheid in acht moet nemen bij de de technische normen vast die een overheid in acht moet nemen bij de
inrichting van archiefruimten. inrichting van archiefruimten.

Art. 7.De overheden zijn gehouden hun archieven te bewaren in ruimten

Art. 7.De overheden zijn gehouden hun archieven te bewaren in ruimten

die daarvoor geschikt zijn, voorzien van een aangepaste inrichting en die daarvoor geschikt zijn, voorzien van een aangepaste inrichting en
in de juiste bewaaromstandigheden volgens de technische normen in de juiste bewaaromstandigheden volgens de technische normen
voorzien in artikel 6. voorzien in artikel 6.

Art. 8.De overheden zijn ertoe gehouden gekwalificeerd personeel te

Art. 8.De overheden zijn ertoe gehouden gekwalificeerd personeel te

belasten met het beheer en de bewaring van hun archieven. Ze bezorgen belasten met het beheer en de bewaring van hun archieven. Ze bezorgen
aan de Algemeen Rijksarchivaris de namen, kwalificatie en persoonlijke aan de Algemeen Rijksarchivaris de namen, kwalificatie en persoonlijke
gegevens van deze personen. gegevens van deze personen.

Art. 9.De overheden beschrijven en ordenen hun archieven systematisch

Art. 9.De overheden beschrijven en ordenen hun archieven systematisch

opdat ze binnen een redelijke termijn teruggevonden kunnen worden : er opdat ze binnen een redelijke termijn teruggevonden kunnen worden : er
wordt een inventaris van opgesteld en bijgehouden. wordt een inventaris van opgesteld en bijgehouden.

Art. 10.Elke overheid is verplicht om aan de gemachtigden van de

Art. 10.Elke overheid is verplicht om aan de gemachtigden van de

Algemeen Rijksarchivaris toegang te verlenen tot de archieven in zijn Algemeen Rijksarchivaris toegang te verlenen tot de archieven in zijn
bezit, ongeacht de drager en de materiële vorm. bezit, ongeacht de drager en de materiële vorm.
De noodzakelijke procedures en voorzorgsmaatregelen worden genomen om De noodzakelijke procedures en voorzorgsmaatregelen worden genomen om
toegang te verlenen tot archieven die een classificatie kregen of die toegang te verlenen tot archieven die een classificatie kregen of die
persoonsgegevens bevatten en dit met inachtneming van de vigerende persoonsgegevens bevatten en dit met inachtneming van de vigerende
wetgeving. wetgeving.
HOOFDSTUK 3. - De vernietiging van archieven HOOFDSTUK 3. - De vernietiging van archieven

Art. 11.§ 1. Zonder de schriftelijke en uitdrukkelijke toestemming

Art. 11.§ 1. Zonder de schriftelijke en uitdrukkelijke toestemming

van de Algemeen Rijksarchivaris of zijn gemachtigden mag niet overgaan van de Algemeen Rijksarchivaris of zijn gemachtigden mag niet overgaan
worden tot de fysieke vernietiging van archieven. worden tot de fysieke vernietiging van archieven.
§ 2. Indien de archieven die bestemd zijn voor de overdracht een § 2. Indien de archieven die bestemd zijn voor de overdracht een
fysiek gevaar inhouden voor personen en voor andere archieven die door fysiek gevaar inhouden voor personen en voor andere archieven die door
het Rijksarchief worden bewaard, nemen de Algemeen Rijksarchivaris of het Rijksarchief worden bewaard, nemen de Algemeen Rijksarchivaris of
zijn gemachtigden de noodzakelijke passende maatregelen nadat de zijn gemachtigden de noodzakelijke passende maatregelen nadat de
vaststelling, voorzien door artikel 12, § 2 van het koninklijk besluit vaststelling, voorzien door artikel 12, § 2 van het koninklijk besluit
van 18 augustus 2010 tot uitvoering van de artikelen 1, 5 en 6bis van van 18 augustus 2010 tot uitvoering van de artikelen 1, 5 en 6bis van
de Wet, is gebeurd. de Wet, is gebeurd.

Art. 12.§ 1. De Algemeen Rijksarchivaris of zijn gemachtigden

Art. 12.§ 1. De Algemeen Rijksarchivaris of zijn gemachtigden

schatten de wetenschappelijke, historische en maatschappelijke waarde schatten de wetenschappelijke, historische en maatschappelijke waarde
van de archieven in. Zij leggen de definitieve bestemming van de van de archieven in. Zij leggen de definitieve bestemming van de
archieven vast. Hun beslissingen worden vastgelegd in selectielijsten archieven vast. Hun beslissingen worden vastgelegd in selectielijsten
of in specifieke toelatingen tot vernietiging. of in specifieke toelatingen tot vernietiging.
§ 2. De selectielijst wordt opgesteld door de Algemeen Rijksarchivaris § 2. De selectielijst wordt opgesteld door de Algemeen Rijksarchivaris
of zijn gemachtigden in overleg en in samenwerking met de of zijn gemachtigden in overleg en in samenwerking met de
personeelsleden die hiervoor door de betrokken overheid worden personeelsleden die hiervoor door de betrokken overheid worden
aangesteld. aangesteld.
De selectielijst kan ook worden opgesteld door de betrokken De selectielijst kan ook worden opgesteld door de betrokken
overheidsinstantie, met de methodologische hulp en ondersteuning van overheidsinstantie, met de methodologische hulp en ondersteuning van
een gemachtigde van de Algemeen Rijksarchivaris. een gemachtigde van de Algemeen Rijksarchivaris.
§ 3. De selectielijst is een openbaar document. Ze wordt gevalideerd § 3. De selectielijst is een openbaar document. Ze wordt gevalideerd
door de Algemeen Rijksarchivaris. Ze treedt in werking en wordt door de Algemeen Rijksarchivaris. Ze treedt in werking en wordt
geactualiseerd op zijn initiatief. geactualiseerd op zijn initiatief.
§ 4. Indien de overheid nog niet beschikt over een goedgekeurde § 4. Indien de overheid nog niet beschikt over een goedgekeurde
selectielijst, kan door de Algemeen Rijksarchivaris of zijn selectielijst, kan door de Algemeen Rijksarchivaris of zijn
gemachtigden een toelating tot vernietiging afgeleverd worden die zich gemachtigden een toelating tot vernietiging afgeleverd worden die zich
beperkt tot bepaalde categorieën archieven. beperkt tot bepaalde categorieën archieven.

Art. 13.Om de toelating tot vernietiging zoals bedoeld in artikel 11,

Art. 13.Om de toelating tot vernietiging zoals bedoeld in artikel 11,

§ 1 te vragen, richt de overheid een schriftelijk verzoek aan het § 1 te vragen, richt de overheid een schriftelijk verzoek aan het
Rijksarchief. Dit verzoek omvat een beschrijving van de te vernietigen Rijksarchief. Dit verzoek omvat een beschrijving van de te vernietigen
archieven. archieven.
Indien de overheid over een goedgekeurde selectielijst beschikt, Indien de overheid over een goedgekeurde selectielijst beschikt,
gebeurt het verzoek minstens één maand voor de voorgenomen gebeurt het verzoek minstens één maand voor de voorgenomen
vernietiging. vernietiging.
Indien de overheid nog niet over een goedgekeurde selectielijst Indien de overheid nog niet over een goedgekeurde selectielijst
beschikt, gebeurt het verzoek minstens twee maanden voor de beschikt, gebeurt het verzoek minstens twee maanden voor de
voorgenomen vernietiging. voorgenomen vernietiging.

Art. 14.Na elke vernietiging stelt de overheid een verklaring van

Art. 14.Na elke vernietiging stelt de overheid een verklaring van

vernietiging op, bestemd voor het Rijksarchief. Deze verklaring bevat vernietiging op, bestemd voor het Rijksarchief. Deze verklaring bevat
ten minste de verwijzing naar de schriftelijke toestemming van het ten minste de verwijzing naar de schriftelijke toestemming van het
Rijksarchief en een beschrijving van de vernietigde archieven. Rijksarchief en een beschrijving van de vernietigde archieven.

Art. 15.Wanneer een overheid overeenkomstig artikel 23 van het

Art. 15.Wanneer een overheid overeenkomstig artikel 23 van het

koninklijk besluit van 18 augustus 2010 tot uitvoering van de koninklijk besluit van 18 augustus 2010 tot uitvoering van de
artikelen 1, 5 en 6bis van de Wet, digitale archieven aan het artikelen 1, 5 en 6bis van de Wet, digitale archieven aan het
Rijksarchief overdraagt, moet zij tijdelijk een kopie van de archieven Rijksarchief overdraagt, moet zij tijdelijk een kopie van de archieven
en van de gegevens bewaren. Deze kopie mag pas vernietigd worden na en van de gegevens bewaren. Deze kopie mag pas vernietigd worden na
betekening van een ontvangstmelding door het Rijksarchief. betekening van een ontvangstmelding door het Rijksarchief.
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen

Art. 16.Wanneer een overheid handelt in strijd met dit besluit, stelt

Art. 16.Wanneer een overheid handelt in strijd met dit besluit, stelt

de Algemeen Rijksarchivaris de Minister alsook de betrokken de Algemeen Rijksarchivaris de Minister alsook de betrokken
voogdijminister(s) hiervan in kennis. De Algemeen Rijksarchivaris, de voogdijminister(s) hiervan in kennis. De Algemeen Rijksarchivaris, de
Minister of de betrokken voogdijminister(s) kunnen corrigerende Minister of de betrokken voogdijminister(s) kunnen corrigerende
maatregelen nemen. maatregelen nemen.

Art. 17.Jaarlijks brengt de Algemeen Rijksarchivaris verslag uit aan

Art. 17.Jaarlijks brengt de Algemeen Rijksarchivaris verslag uit aan

de Eerste Minister en aan de Minister over de vaststellingen die de Eerste Minister en aan de Minister over de vaststellingen die
tijdens het voorbije kalenderjaar werden gedaan inzake het toezicht en tijdens het voorbije kalenderjaar werden gedaan inzake het toezicht en
de vernietiging van archieven. Dit verslag wordt publiek gemaakt en de vernietiging van archieven. Dit verslag wordt publiek gemaakt en
verspreid. verspreid.

Art. 18.Onze Minister van Wetenschapsbeleid is belast met de

Art. 18.Onze Minister van Wetenschapsbeleid is belast met de

uitvoering van dit besluit. uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 18 augustus 2010. Gegeven te Brussel, 18 augustus 2010.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Wetenschapsbeleid, De Minister van Wetenschapsbeleid,
Mevr. S. LARUELLE Mevr. S. LARUELLE
^