Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 1995, gesloten in het Paritair Comité voor de openbare kredietinstellingen, betreffende de toepassing van het centraal akkoord van 7 december 1994 en de wet van 3 april 1995 houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 1995, gesloten in het Paritair Comité voor de openbare kredietinstellingen, betreffende de toepassing van het centraal akkoord van 7 december 1994 en de wet van 3 april 1995 houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling |
---|---|
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID | MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID |
17 FEBRUARI 1997. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 17 FEBRUARI 1997. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 1995, | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 1995, |
gesloten in het Paritair Comité voor de openbare kredietinstellingen, | gesloten in het Paritair Comité voor de openbare kredietinstellingen, |
betreffende de toepassing van het centraal akkoord van 7 december 1994 | betreffende de toepassing van het centraal akkoord van 7 december 1994 |
en de wet van 3 april 1995 houdende maatregelen tot bevordering van de | en de wet van 3 april 1995 houdende maatregelen tot bevordering van de |
tewerkstelling (1) | tewerkstelling (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op de wet van 3 april 1995 houdende maatregelen tot bevordering | Gelet op de wet van 3 april 1995 houdende maatregelen tot bevordering |
van de tewerkstelling, inzonderheid op artikel 16; | van de tewerkstelling, inzonderheid op artikel 16; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de openbare | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de openbare |
kredietinstellingen; | kredietinstellingen; |
Op de voordracht van Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid, | Op de voordracht van Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 1995, gesloten | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 1995, gesloten |
in het Paritair Comité voor de openbare kredietinstellingen | in het Paritair Comité voor de openbare kredietinstellingen |
betreffende de toepassing van het centraal akkoord van 7 december 1994 | betreffende de toepassing van het centraal akkoord van 7 december 1994 |
en de wet van 3 april 1995 houdende maatregelen tot bevordering van de | en de wet van 3 april 1995 houdende maatregelen tot bevordering van de |
tewerkstelling. | tewerkstelling. |
Art. 2.Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid is belast met de |
Art. 2.Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid is belast met de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 17 februari 1997. | Gegeven te Brussel, 17 februari 1997. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, | De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, |
Mevr. M. SMET | Mevr. M. SMET |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor de openbare kredietinstellingen | Paritair Comité voor de openbare kredietinstellingen |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 1995 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 1995 |
Toepassing van het centraal akkoord van 7 december 1994 en van de wet | Toepassing van het centraal akkoord van 7 december 1994 en van de wet |
van 3 april 1995 houdende maatregelen tot bevordering van de | van 3 april 1995 houdende maatregelen tot bevordering van de |
tewerkstelling (Overeenkomst geregistreerd op 25 september 1995 onder | tewerkstelling (Overeenkomst geregistreerd op 25 september 1995 onder |
het nummer 39124/CO/325) | het nummer 39124/CO/325) |
Inleiding en toepassingsgebied | Inleiding en toepassingsgebied |
Binnen het kader van het centraal akkoord van 7 december 1994, van de | Binnen het kader van het centraal akkoord van 7 december 1994, van de |
wet van 3 april 1995 houdende maatregelen tot bevordering van de | wet van 3 april 1995 houdende maatregelen tot bevordering van de |
tewerkstelling en van de wettelijke en reglementaire bepalingen die ze | tewerkstelling en van de wettelijke en reglementaire bepalingen die ze |
zullen aanvullen, is er het volgende overeengekomen in het Paritair | zullen aanvullen, is er het volgende overeengekomen in het Paritair |
Comité voor de openbare kredietinstellingen. | Comité voor de openbare kredietinstellingen. |
Onverminderd de regelingen die in de instellingen bestaan en gunstiger | Onverminderd de regelingen die in de instellingen bestaan en gunstiger |
kunnen uitvallen, geldt de volgende collectieve arbeidsovereenkomst | kunnen uitvallen, geldt de volgende collectieve arbeidsovereenkomst |
voor de instellingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de | voor de instellingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de |
openbare kredietinstellingen en voor hun personeel. | openbare kredietinstellingen en voor hun personeel. |
Beschikkingen | Beschikkingen |
1. Verlenging of aanpassing van bepalingen van de collectieve | 1. Verlenging of aanpassing van bepalingen van de collectieve |
arbeidsovereenkomst van 5 april 1993 betreffende de toepassing van het | arbeidsovereenkomst van 5 april 1993 betreffende de toepassing van het |
interprofessioneel akkoord van 9 december 1992. | interprofessioneel akkoord van 9 december 1992. |
Artikel 1.De mogelijkheid voor de bejaarde werknemers om de |
Artikel 1.De mogelijkheid voor de bejaarde werknemers om de |
toepassing aan te vragen van de regimes van werktijdverkorting of van | toepassing aan te vragen van de regimes van werktijdverkorting of van |
vermindering van een halve dag en van een volle dag het laatste jaar | vermindering van een halve dag en van een volle dag het laatste jaar |
op de maandelijkse effectieve arbeidstijd, zoals bedoeld in artikel 3 | op de maandelijkse effectieve arbeidstijd, zoals bedoeld in artikel 3 |
van de collectieve arbeidsovereenkomst, gesloten voor de sector op 20 | van de collectieve arbeidsovereenkomst, gesloten voor de sector op 20 |
maart 1986 betreffende de bevordering van de tewerkstelling, algemeen | maart 1986 betreffende de bevordering van de tewerkstelling, algemeen |
verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 6 juni 1986, die, | verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 6 juni 1986, die, |
vervolledigd bij artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst van | vervolledigd bij artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst van |
de sector van 26 juni 1991 betreffende de toepassing van het | de sector van 26 juni 1991 betreffende de toepassing van het |
interprofessioneel akkoord van 27 november 1990 en van de artikelen | interprofessioneel akkoord van 27 november 1990 en van de artikelen |
170 tot 174 van de wet van 29 december 1990 houdende sociale | 170 tot 174 van de wet van 29 december 1990 houdende sociale |
bepalingen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van | bepalingen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van |
22 oktober 1992, het laatst werd verlengd bij artikel 1 van de | 22 oktober 1992, het laatst werd verlengd bij artikel 1 van de |
collectieve arbeidsovereenkomst van de sector van 5 april 1993 | collectieve arbeidsovereenkomst van de sector van 5 april 1993 |
betreffende de toepassing van het interprofessioneel akkoord van 9 | betreffende de toepassing van het interprofessioneel akkoord van 9 |
december 1992, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit | december 1992, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit |
van 31 mei 1994, wordt opnieuw verlengd tot 31 december 1996. | van 31 mei 1994, wordt opnieuw verlengd tot 31 december 1996. |
De eventuele verlenging van deze mogelijkheid zal het voorwerp | De eventuele verlenging van deze mogelijkheid zal het voorwerp |
uitmaken van onderhandelingen in paritair comité voor de jaren 1997 en | uitmaken van onderhandelingen in paritair comité voor de jaren 1997 en |
1998 vanaf oktober 1996. Indien daarover geen akkoord wordt bereikt | 1998 vanaf oktober 1996. Indien daarover geen akkoord wordt bereikt |
vóór einde 1996, blijft deze bepaling van toepassing tijdens de | vóór einde 1996, blijft deze bepaling van toepassing tijdens de |
periode waarop de onderhandelingen verder lopen met als uiterste datum | periode waarop de onderhandelingen verder lopen met als uiterste datum |
einde juni 1997. | einde juni 1997. |
Art. 2.Iedere instelling zal, met de bedoeling de uitvoering van |
Art. 2.Iedere instelling zal, met de bedoeling de uitvoering van |
artikel 3, met uitzondering van zijn laatste lid, van de voormelde | artikel 3, met uitzondering van zijn laatste lid, van de voormelde |
collectieve arbeidsovereenkomst van 5 april 1993, verder mogelijk te | collectieve arbeidsovereenkomst van 5 april 1993, verder mogelijk te |
maken voor de jaren 1995 en 1996, in paritair overleg en volgens de | maken voor de jaren 1995 en 1996, in paritair overleg en volgens de |
geëigende kanalen onderzoeken welke de toepassingsmodaliteiten zullen | geëigende kanalen onderzoeken welke de toepassingsmodaliteiten zullen |
zijn. | zijn. |
2. Brugpensioen | 2. Brugpensioen |
Art. 3.Het toepassingsveld van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. |
Art. 3.Het toepassingsveld van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. |
17 van 19 december 1974 tot invoering van een regeling van aanvullende | 17 van 19 december 1974 tot invoering van een regeling van aanvullende |
vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij | vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij |
worden ontslagen, gesloten in de Nationale Arbeidsraad en algemeen | worden ontslagen, gesloten in de Nationale Arbeidsraad en algemeen |
verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 16 januari 1975, wordt | verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 16 januari 1975, wordt |
voor de sector, voor een nieuwe periode van drie jaar, uitgebreid tot | voor de sector, voor een nieuwe periode van drie jaar, uitgebreid tot |
de werknemers die de leeftijd van 58 jaar hebben bereikt. | de werknemers die de leeftijd van 58 jaar hebben bereikt. |
Voor dezelfde periode en vanaf eenzelfde leeftijd wordt de | Voor dezelfde periode en vanaf eenzelfde leeftijd wordt de |
mogelijkheid van een regime van halftijds brugpensioen opengesteld, | mogelijkheid van een regime van halftijds brugpensioen opengesteld, |
zoals bedoeld in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 55 gesloten op | zoals bedoeld in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 55 gesloten op |
13 juli 1993 in de Nationale Arbeidsraad en algemeen verbindend | 13 juli 1993 in de Nationale Arbeidsraad en algemeen verbindend |
verklaard bij koninklijk besluit van 17 november 1993. | verklaard bij koninklijk besluit van 17 november 1993. |
Voor de jaren 1995 en 1996 wordt deze leeftijd voor beide regimes | Voor de jaren 1995 en 1996 wordt deze leeftijd voor beide regimes |
evenwel op 55 jaar gebracht, overeenkomstig de mogelijkheden geboden | evenwel op 55 jaar gebracht, overeenkomstig de mogelijkheden geboden |
door punt 4 van het centraal akkoord van 7 december 1994, de wet van 3 | door punt 4 van het centraal akkoord van 7 december 1994, de wet van 3 |
april 1995 houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling | april 1995 houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling |
en de wettelijke en reglementaire bepalingen die ze zullen aanvullen. | en de wettelijke en reglementaire bepalingen die ze zullen aanvullen. |
De werknemer wiens arbeidscontract een einde neemt in het kader van de | De werknemer wiens arbeidscontract een einde neemt in het kader van de |
maatregelen waarin wordt voorzien door de collectieve | maatregelen waarin wordt voorzien door de collectieve |
arbeidsovereenkomsten nrs. 17 en 55 en in het kader van dit artikel | arbeidsovereenkomsten nrs. 17 en 55 en in het kader van dit artikel |
moet slechts vervangen worden indien de geldende wettelijke regeling | moet slechts vervangen worden indien de geldende wettelijke regeling |
op dat ogenblik een vervangingsplicht oplegt. | op dat ogenblik een vervangingsplicht oplegt. |
Indien door de niet-vervanging voor de betrokken werknemer, op gelijk | Indien door de niet-vervanging voor de betrokken werknemer, op gelijk |
welk ogenblik van zijn brugpensioen, het percentage dat in aanmerking | welk ogenblik van zijn brugpensioen, het percentage dat in aanmerking |
wordt genomen voor de berekening van het bedrag van zijn | wordt genomen voor de berekening van het bedrag van zijn |
werkloosheidsuitkering, lager komt te liggen dan het percentage | werkloosheidsuitkering, lager komt te liggen dan het percentage |
toepasselijk bij vervanging, zal de instelling het bedrag van de | toepasselijk bij vervanging, zal de instelling het bedrag van de |
patronale vergoeding dusdanig verhogen dat de gevolgen van de | patronale vergoeding dusdanig verhogen dat de gevolgen van de |
vermindering van bedoeld percentage volledig worden gecompenseerd. | vermindering van bedoeld percentage volledig worden gecompenseerd. |
Deze beschikking heeft uitwerking vanaf 1 juli 1995 en neemt van | Deze beschikking heeft uitwerking vanaf 1 juli 1995 en neemt van |
rechtswege een einde op 30 juni 1998. | rechtswege een einde op 30 juni 1998. |
3. Risicogroepen | 3. Risicogroepen |
Art. 4.In toepassing van hoofdstuk 11 van de wet van 3 april 1995 |
Art. 4.In toepassing van hoofdstuk 11 van de wet van 3 april 1995 |
houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling, verbinden | houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling, verbinden |
de instellingen van de sector er zich toe samen gedurende het jaar | de instellingen van de sector er zich toe samen gedurende het jaar |
1995 0,15 pct. en gedurende het jaar 1996 0,20 pct. van de volledige | 1995 0,15 pct. en gedurende het jaar 1996 0,20 pct. van de volledige |
jaarlijkse loonmassa van de sector, zoals bedoeld in artikel 23 van de | jaarlijkse loonmassa van de sector, zoals bedoeld in artikel 23 van de |
wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale | wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale |
zekerheid voor werknemers, aan te wenden voor de recrutering, het | zekerheid voor werknemers, aan te wenden voor de recrutering, het |
behoud en de vorming in de sector van risicogroepen, zoals ze worden | behoud en de vorming in de sector van risicogroepen, zoals ze worden |
omschreven in artikel 1 van het koninklijk besluit van 12 april 1991 | omschreven in artikel 1 van het koninklijk besluit van 12 april 1991 |
tot uitvoering van artikel 173 van de wet van 29 december 1990 | tot uitvoering van artikel 173 van de wet van 29 december 1990 |
houdende sociale bepalingen. De concrete invulling en controle ervan | houdende sociale bepalingen. De concrete invulling en controle ervan |
zullen gebeuren binnen het Paritair Comité voor de openbare | zullen gebeuren binnen het Paritair Comité voor de openbare |
kredietinstellingen. De inspanning zal in het bijzonder besteed worden | kredietinstellingen. De inspanning zal in het bijzonder besteed worden |
aan de recrutering en het behoud van laaggeschoolde werklozen en | aan de recrutering en het behoud van laaggeschoolde werklozen en |
langdurig werklozen. | langdurig werklozen. |
De RVA-stagiairs die over een getuigschrift van het hoger secundair | De RVA-stagiairs die over een getuigschrift van het hoger secundair |
onderwijs beschikken of over een gelijkwaardig of hoger diploma, | onderwijs beschikken of over een gelijkwaardig of hoger diploma, |
worden in die inspanning niet meegeteld, tenzij het gaat om langdurig | worden in die inspanning niet meegeteld, tenzij het gaat om langdurig |
werklozen. | werklozen. |
Dit artikel zal slechts uitwerking hebben voor zover de instellingen | Dit artikel zal slechts uitwerking hebben voor zover de instellingen |
er niet worden toe verplicht de bedoelde inspanning van 0,15 pct. of | er niet worden toe verplicht de bedoelde inspanning van 0,15 pct. of |
0,20 pct., naargelang het geval, te storten aan de Rijksdienst voor | 0,20 pct., naargelang het geval, te storten aan de Rijksdienst voor |
sociale zekerheid, het Tewerkstellingsfonds of elders. | sociale zekerheid, het Tewerkstellingsfonds of elders. |
4. Tewerkstellingsmaatregelen | 4. Tewerkstellingsmaatregelen |
Art. 5.De maatregelen ten voordele van de tewerkstelling voor de |
Art. 5.De maatregelen ten voordele van de tewerkstelling voor de |
jaren 1995 en 1996, opgenomen in de sectorale collectieve | jaren 1995 en 1996, opgenomen in de sectorale collectieve |
arbeidsovereenkomst van 31 mei 1994 betreffende de toepassing van de | arbeidsovereenkomst van 31 mei 1994 betreffende de toepassing van de |
artikelen 80 tot 83 van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale | artikelen 80 tot 83 van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale |
bepalingen en van titel IV van het koninklijk besluit van 24 december | bepalingen en van titel IV van het koninklijk besluit van 24 december |
1993 tot uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van | 1993 tot uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van |
's lands concurrentievermogen en in de daarbij horende | 's lands concurrentievermogen en in de daarbij horende |
bedrijfsovereenkomsten, worden bevestigd. Indien nog bijkomende | bedrijfsovereenkomsten, worden bevestigd. Indien nog bijkomende |
collectieve arbeidsovereenkomsten zouden worden gesloten op het niveau | collectieve arbeidsovereenkomsten zouden worden gesloten op het niveau |
van de onderneming die zouden voorzien in een netto-aangroei van het | van de onderneming die zouden voorzien in een netto-aangroei van het |
aantal werknemers, zullen deze ter goedkeuring aan het Paritair Comité | aantal werknemers, zullen deze ter goedkeuring aan het Paritair Comité |
voor de openbare kredietinstellingen worden voorgelegd. | voor de openbare kredietinstellingen worden voorgelegd. |
Indien uit de evaluatie van de maatregelen ter bevordering van de | Indien uit de evaluatie van de maatregelen ter bevordering van de |
tewerkstelling en de herverdeling van de arbeid op het vlak van de | tewerkstelling en de herverdeling van de arbeid op het vlak van de |
instelling blijkt dat bijkomende initiatieven noodzakelijk zijn, komen | instelling blijkt dat bijkomende initiatieven noodzakelijk zijn, komen |
de partijen overeen deze maatregelen te onderzoeken. | de partijen overeen deze maatregelen te onderzoeken. |
De bepalingen betreffende de tewerkstellingspolitiek waarvan sprake in | De bepalingen betreffende de tewerkstellingspolitiek waarvan sprake in |
hoofdstuk I, punten 2 tot 4 van de voormelde sectorale collectieve | hoofdstuk I, punten 2 tot 4 van de voormelde sectorale collectieve |
arbeidsovereenkomst van 31 mei 1994, zullen het voorwerp uitmaken van | arbeidsovereenkomst van 31 mei 1994, zullen het voorwerp uitmaken van |
onderhandelingen in Paritair Comité voor de openbare | onderhandelingen in Paritair Comité voor de openbare |
kredietinstellingen voor de jaren 1997 en 1998 vanaf oktober 1996. | kredietinstellingen voor de jaren 1997 en 1998 vanaf oktober 1996. |
Indien daarover geen akkoord wordt bereikt vóór einde 1996, blijven | Indien daarover geen akkoord wordt bereikt vóór einde 1996, blijven |
deze bepalingen van toepassing tijdens de periode waarop de | deze bepalingen van toepassing tijdens de periode waarop de |
onderhandelingen verder lopen met als uiterste datum einde juni 1997. | onderhandelingen verder lopen met als uiterste datum einde juni 1997. |
5. Kwalitatieve maatregelen | 5. Kwalitatieve maatregelen |
Art. 6.De personeelsleden hebben recht op drie opeenvolgende weken |
Art. 6.De personeelsleden hebben recht op drie opeenvolgende weken |
vakantie tijdens de hoofdvakantieperiode tenzij de aard van de functie | vakantie tijdens de hoofdvakantieperiode tenzij de aard van de functie |
en de dienst het niet toelaten. In geval van betwisting van een | en de dienst het niet toelaten. In geval van betwisting van een |
weigering, zal deze behandeld worden in de instelling volgens de | weigering, zal deze behandeld worden in de instelling volgens de |
geëigende kanalen. | geëigende kanalen. |
Art. 7.Iedere instelling zal, paritair en volgens de geëigende |
Art. 7.Iedere instelling zal, paritair en volgens de geëigende |
kanalen, onderzoeken hoe een kwaliteitsverbetering van de | kanalen, onderzoeken hoe een kwaliteitsverbetering van de |
arbeidsrelatie kan worden bereikt. | arbeidsrelatie kan worden bereikt. |
Geldigheidsduur | Geldigheidsduur |
Art. 8.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
Art. 8.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
april 1995, met uitzondering van artikel 3 dat uitwerking zal hebben | april 1995, met uitzondering van artikel 3 dat uitwerking zal hebben |
vanaf 1 juli 1995. Ze neemt een einde op 31 december 1996, | vanaf 1 juli 1995. Ze neemt een einde op 31 december 1996, |
uitgezonderd voor artikel 3 dat van rechtswege zal eindigen op 30 juni | uitgezonderd voor artikel 3 dat van rechtswege zal eindigen op 30 juni |
1998, en voor artikel 1, tweede lid, en artikel 5, tweede lid, die een | 1998, en voor artikel 1, tweede lid, en artikel 5, tweede lid, die een |
einde nemen op 30 juni 1997. | einde nemen op 30 juni 1997. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 17 februari | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 17 februari |
1997. | 1997. |
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, | De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, |
Mevr. M. SMET | Mevr. M. SMET |
Voor de raadpleging van de voetnoot, zie beeld | Voor de raadpleging van de voetnoot, zie beeld |