Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 16/01/1998
← Terug naar "Koninklijk besluit inzake de bescherming van dieren bij het slachten of doden "
Koninklijk besluit inzake de bescherming van dieren bij het slachten of doden Koninklijk besluit inzake de bescherming van dieren bij het slachten of doden
MINISTERIE VAN MIDDENSTAND EN LANDBOUW MINISTERIE VAN MIDDENSTAND EN LANDBOUW
16 JANUARI 1998. Koninklijk besluit inzake de bescherming van dieren 16 JANUARI 1998. Koninklijk besluit inzake de bescherming van dieren
bij het slachten of doden bij het slachten of doden
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het Gelet op de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het
welzijn der dieren, gewijzigd bij de wet van 26 maart 1993, welzijn der dieren, gewijzigd bij de wet van 26 maart 1993,
inzonderheid op hoofdstuk VI; inzonderheid op hoofdstuk VI;
Gelet op de dierengezondheidswet van 24 maart 1987, gewijzigd bij de Gelet op de dierengezondheidswet van 24 maart 1987, gewijzigd bij de
wetten van 29 december 1990, 20 juli 1991 en 6 augustus 1993; wetten van 29 december 1990, 20 juli 1991 en 6 augustus 1993;
Gelet op de Richtlijn 93/119/EG van de Raad van de Europese Unie van Gelet op de Richtlijn 93/119/EG van de Raad van de Europese Unie van
22 december 1993 inzake de bescherming van dieren bij het slachten of 22 december 1993 inzake de bescherming van dieren bij het slachten of
doden; doden;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 9 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 9
augustus 1980, 16 juni 1989, 4 juli 1989, 6 april 1995 en 4 augustus augustus 1980, 16 juni 1989, 4 juli 1989, 6 april 1995 en 4 augustus
1996; 1996;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat de noodzaak om onverwijld maatregelen te nemen inzake Overwegende dat de noodzaak om onverwijld maatregelen te nemen inzake
de bescherming van dieren bij het slachten of doden voortvloeit uit de de bescherming van dieren bij het slachten of doden voortvloeit uit de
verplichting zich binnen de voorgeschreven termijn te schikken naar verplichting zich binnen de voorgeschreven termijn te schikken naar
Richtlijn 93/119/EG; Richtlijn 93/119/EG;
Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw en de Kleine en Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw en de Kleine en
Middelgrote Ondernemingen, Middelgrote Ondernemingen,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.§ 1. Dit besluit is van toepassing op het verplaatsen,

Artikel 1.§ 1. Dit besluit is van toepassing op het verplaatsen,

onderbrengen, fixeren, bedwelmen, slachten en doden van dieren die onderbrengen, fixeren, bedwelmen, slachten en doden van dieren die
worden gefokt en gehouden voor het verkrijgen van vlees, huiden, worden gefokt en gehouden voor het verkrijgen van vlees, huiden,
pelzen of andere producten en op de procedures voor het doden in geval pelzen of andere producten en op de procedures voor het doden in geval
van bestrijding van besmettelijke ziekten; van bestrijding van besmettelijke ziekten;
§ 2. Dit besluit is niet van toepassing op : § 2. Dit besluit is niet van toepassing op :
1° technische of wetenschappelijke experimenten met betrekking tot de 1° technische of wetenschappelijke experimenten met betrekking tot de
in § 1 genoemde procedures verricht met de toestemming van de Minister in § 1 genoemde procedures verricht met de toestemming van de Minister
die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft; die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft;
2° vrij wild. 2° vrij wild.

Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° slachthuis : elke inrichting of installatie, met inbegrip van 1° slachthuis : elke inrichting of installatie, met inbegrip van
voorzieningen voor het verplaatsen of onderbrengen van dieren, die voorzieningen voor het verplaatsen of onderbrengen van dieren, die
wordt gebruikt voor het commercieel slachten van de in artikel 5, § 1, wordt gebruikt voor het commercieel slachten van de in artikel 5, § 1,
genoemde dieren; genoemde dieren;
2° verplaatsen : het uitladen van dieren of het drijven van dieren van 2° verplaatsen : het uitladen van dieren of het drijven van dieren van
de bij het slachthuis behorende losplaatsen, stallen of hokken naar de de bij het slachthuis behorende losplaatsen, stallen of hokken naar de
lokalen of plaatsen waar zij zullen worden geslacht; lokalen of plaatsen waar zij zullen worden geslacht;
3° onderbrengen : het houden en in voorkomend geval het op passende 3° onderbrengen : het houden en in voorkomend geval het op passende
wijze verzorgen (water, voeder, rust) van dieren in door een wijze verzorgen (water, voeder, rust) van dieren in door een
slachthuis gebruikte stallen, hokken, overdekte plaatsen of weiden, slachthuis gebruikte stallen, hokken, overdekte plaatsen of weiden,
voordat zij worden geslacht; voordat zij worden geslacht;
4° fixeren : het toepassen op een dier van iedere methode die erop is 4° fixeren : het toepassen op een dier van iedere methode die erop is
gericht de bewegingen van het dier te beperken ten einde het gericht de bewegingen van het dier te beperken ten einde het
doeltreffend bedwelmen of doden te vergemakkelijken; doeltreffend bedwelmen of doden te vergemakkelijken;
5° bedwelming : iedere methode die, bij toepassing op een dier, dit 5° bedwelming : iedere methode die, bij toepassing op een dier, dit
dier onmiddellijk brengt in een staat van bewusteloosheid; dier onmiddellijk brengt in een staat van bewusteloosheid;
6° doding : iedere methode die resulteert in de dood van een dier; 6° doding : iedere methode die resulteert in de dood van een dier;
7° slachten : het doden van een dier door verbloeding. 7° slachten : het doden van een dier door verbloeding.
8° pluimvee : kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden, ganzen, 8° pluimvee : kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden, ganzen,
kwartels, duiven, fazanten, patrijzen, loopvogels (ratites) en alle kwartels, duiven, fazanten, patrijzen, loopvogels (ratites) en alle
andere gekweekt vederwild; andere gekweekt vederwild;
9° eendagskuikens : pluimvee dat nog geen 72 uur oud is en dat nog 9° eendagskuikens : pluimvee dat nog geen 72 uur oud is en dat nog
niet gevoerd is : muskuseenden mogen evenwel gevoerd zijn. niet gevoerd is : muskuseenden mogen evenwel gevoerd zijn.

Art. 3.Bij het verplaatsen, onderbrengen, fixeren, bedwelmen,

Art. 3.Bij het verplaatsen, onderbrengen, fixeren, bedwelmen,

slachten en doden moet ervoor worden gezorgd dat de dieren elke slachten en doden moet ervoor worden gezorgd dat de dieren elke
vermijdbare opwinding of pijn of elk vermijdbaar lijden wordt vermijdbare opwinding of pijn of elk vermijdbaar lijden wordt
bespaard. bespaard.
HOOFDSTUK II. - Vereisten inzake slachthuizen HOOFDSTUK II. - Vereisten inzake slachthuizen

Art. 4.De bouw, de inrichting en de voorzieningen van slachthuizen en

Art. 4.De bouw, de inrichting en de voorzieningen van slachthuizen en

het gebruik daarvan moeten zo zijn dat de dieren elke vermijdbare het gebruik daarvan moeten zo zijn dat de dieren elke vermijdbare
opwinding of pijn of elk vermijdbaar lijden wordt bespaard. opwinding of pijn of elk vermijdbaar lijden wordt bespaard.

Art. 5.§ 1. Eenhoevigen, herkauwers, varkens, konijnen, pluimvee, en

Art. 5.§ 1. Eenhoevigen, herkauwers, varkens, konijnen, pluimvee, en

gekweekt wild die in een slachthuis worden binnengebracht om er te gekweekt wild die in een slachthuis worden binnengebracht om er te
worden geslacht, moeten : worden geslacht, moeten :
1° worden verplaatst en zo nodig ondergebracht overeenkomstig het 1° worden verplaatst en zo nodig ondergebracht overeenkomstig het
bepaalde in hoofdstuk I, van de bijlage; bepaalde in hoofdstuk I, van de bijlage;
2° worden gefixeerd overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II van de 2° worden gefixeerd overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II van de
bijlage; bijlage;
3° worden bedwelmd vóór het slachten of onmiddellijk worden gedood 3° worden bedwelmd vóór het slachten of onmiddellijk worden gedood
overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk III van de bijlage; overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk III van de bijlage;
4° wat het verbloeden betreft, worden behandeld overeenkomstig het 4° wat het verbloeden betreft, worden behandeld overeenkomstig het
bepaalde in hoofdstuk IV van de bijlage; bepaalde in hoofdstuk IV van de bijlage;
§ 2. Het bepaalde in § 1, 3°, geldt niet voor dieren die worden § 2. Het bepaalde in § 1, 3°, geldt niet voor dieren die worden
geslacht volgens speciale methoden die vereist zijn voor bepaalde geslacht volgens speciale methoden die vereist zijn voor bepaalde
religieuze riten. religieuze riten.
§ 3. Voor slachthuizen die beschikken over een afwijking toegekend op § 3. Voor slachthuizen die beschikken over een afwijking toegekend op
grond van artikel 5 § 1, 1° en 1°bis van het koninklijk besluit van 30 grond van artikel 5 § 1, 1° en 1°bis van het koninklijk besluit van 30
december 1992 betreffende de erkenning en de inrichtingsvoorwaarden december 1992 betreffende de erkenning en de inrichtingsvoorwaarden
van de slachthuizen en andere inrichtingen zoals gewijzigd bij van de slachthuizen en andere inrichtingen zoals gewijzigd bij
koninklijk besluit van 25 februari 1994, zijn de bepalingen van § 1, koninklijk besluit van 25 februari 1994, zijn de bepalingen van § 1,
1° niet van toepassing. 1° niet van toepassing.

Art. 6.§ 1. De instrumenten, installaties en verdere voorzieningen

Art. 6.§ 1. De instrumenten, installaties en verdere voorzieningen

voor het fixeren, bedwelmen of doden van dieren moeten zo zijn voor het fixeren, bedwelmen of doden van dieren moeten zo zijn
ontworpen, gebouwd en onderhouden en zo worden gebruikt dat de dieren ontworpen, gebouwd en onderhouden en zo worden gebruikt dat de dieren
overeenkomstig dit besluit snel en doeltreffend worden bedwelmd of overeenkomstig dit besluit snel en doeltreffend worden bedwelmd of
gedood. gedood.
§ 2. Voor noodgevallen moeten op de slachtplaats adequate § 2. Voor noodgevallen moeten op de slachtplaats adequate
reserveapparatuur en -instrumenten aanwezig zijn. Deze moeten reserveapparatuur en -instrumenten aanwezig zijn. Deze moeten
regelmatig worden gecontroleerd en naar behoren worden onderhouden regelmatig worden gecontroleerd en naar behoren worden onderhouden
door de uitbater van het slachthuis. door de uitbater van het slachthuis.

Art. 7.Het verplaatsen, onderbrengen, fixeren, bedwelmen, slachten of

Art. 7.Het verplaatsen, onderbrengen, fixeren, bedwelmen, slachten of

doden van dieren mag slechts worden uitgevoerd door personen die de doden van dieren mag slechts worden uitgevoerd door personen die de
nodige kennis en vaardigheden bezitten om de taken humaan en nodige kennis en vaardigheden bezitten om de taken humaan en
doeltreffend uit te voeren, overeenkomstig de in dit besluit doeltreffend uit te voeren, overeenkomstig de in dit besluit
neergelegde voorschriften. neergelegde voorschriften.
De uitbater van het slachthuis ziet erop toe dat de bovenvermelde De uitbater van het slachthuis ziet erop toe dat de bovenvermelde
personen over de vereiste beroepsbekwaamheid, -kennis en vaardigheden personen over de vereiste beroepsbekwaamheid, -kennis en vaardigheden
beschikken. beschikken.
HOOFDSTUK III. - Het slachten en doden buiten slachthuizen HOOFDSTUK III. - Het slachten en doden buiten slachthuizen

Art. 8.§ 1. Voor het slachten van de in artikel 5, § 1 bedoelde

Art. 8.§ 1. Voor het slachten van de in artikel 5, § 1 bedoelde

dieren buiten slachthuizen, is artikel 5, § 1, onder 2°, 3° en 4° van dieren buiten slachthuizen, is artikel 5, § 1, onder 2°, 3° en 4° van
toepassing. toepassing.
§ 2. De bepalingen van voorgaande paragraaf zijn niet van toepassing § 2. De bepalingen van voorgaande paragraaf zijn niet van toepassing
voor pluimvee, gekweekt wild konijnen, varkens, schapen en geiten die voor pluimvee, gekweekt wild konijnen, varkens, schapen en geiten die
buiten het slachthuis door de eigenaar worden geslacht of gedood voor buiten het slachthuis door de eigenaar worden geslacht of gedood voor
eigen consumptie, mits de varkens, schapen, geiten en tweehoevig eigen consumptie, mits de varkens, schapen, geiten en tweehoevig
gekweekt wild van tevoren worden bedwelmd. gekweekt wild van tevoren worden bedwelmd.

Art. 9.§ 1. Wanneer dieren als bedoeld in artikel 5, § 1, moeten

Art. 9.§ 1. Wanneer dieren als bedoeld in artikel 5, § 1, moeten

worden geslacht of gedood in het kader van de bestrijding van worden geslacht of gedood in het kader van de bestrijding van
dierziekten, moet dat geschieden overeenkomstig het bepaalde in dierziekten, moet dat geschieden overeenkomstig het bepaalde in
hoofdstuk V van de bijlage; hoofdstuk V van de bijlage;
§ 2. Dieren die voor hun pels worden gehouden, moeten worden gedood § 2. Dieren die voor hun pels worden gehouden, moeten worden gedood
overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk VI van de bijlage; overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk VI van de bijlage;
§ 3. Eendagskuikens en embryo's die in broederijen overtollig zijn en § 3. Eendagskuikens en embryo's die in broederijen overtollig zijn en
die moeten worden verwijderd, moeten zo snel mogelijk worden gedood die moeten worden verwijderd, moeten zo snel mogelijk worden gedood
overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk VII van de bijlage; overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk VII van de bijlage;

Art. 10.De artikelen 8 en 9 zijn niet van toepassing op een dier dat

Art. 10.De artikelen 8 en 9 zijn niet van toepassing op een dier dat

om dringende redenen onmiddellijk moet worden gedood. om dringende redenen onmiddellijk moet worden gedood.

Art. 11.Gewonde of zieke dieren bestemd voor de slacht, moeten ter

Art. 11.Gewonde of zieke dieren bestemd voor de slacht, moeten ter

plaatse worden geslacht of gedood, wanneer ze niet vervoerd kunnen plaatse worden geslacht of gedood, wanneer ze niet vervoerd kunnen
worden zonder dat dit extra lijden voor de dieren veroorzaakt. worden zonder dat dit extra lijden voor de dieren veroorzaakt.
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen

Art. 12.De Minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft kan

Art. 12.De Minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft kan

de bijlagen bij dit besluit wijzigen, met name om ze aan te passen aan de bijlagen bij dit besluit wijzigen, met name om ze aan te passen aan
de technologische en wetenschappelijke ontwikkeling. de technologische en wetenschappelijke ontwikkeling.

Art. 13.Het koninklijk besluit van 28 juni 1929 betreffende de wijzen

Art. 13.Het koninklijk besluit van 28 juni 1929 betreffende de wijzen

van overbrenging en afmaking van het vee en van de trek- en rijdieren van overbrenging en afmaking van het vee en van de trek- en rijdieren
wordt opgeheven. wordt opgeheven.

Art. 14.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het

Art. 14.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het

Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 15.Onze Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote

Art. 15.Onze Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote

Ondernemingen is belast met de uitvoering van dit besluit. Ondernemingen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 16 januari 1998. Gegeven te Brussel, 16 januari 1998.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, De Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen,
K. PINXTEN K. PINXTEN
Bijlage bij het koninklijk besluit van 16 januari 1998. Bijlage bij het koninklijk besluit van 16 januari 1998.
HOOFDSTUK I. - Voorschriften voor het verplaatsen en onderbrengen van HOOFDSTUK I. - Voorschriften voor het verplaatsen en onderbrengen van
dieren in slachthuizen dieren in slachthuizen
A. Algemene voorschriften A. Algemene voorschriften
1. Elk slachthuis moet beschikken over passende voorzieningen en 1. Elk slachthuis moet beschikken over passende voorzieningen en
installaties voor het uitladen van de dieren uit de vervoermiddelen. installaties voor het uitladen van de dieren uit de vervoermiddelen.
Deze die in werking waren vóór de datum van in werkingtreding van dit Deze die in werking waren vóór de datum van in werkingtreding van dit
besluit moeten ten laatste op 1 januari 1999 aan deze bepaling besluit moeten ten laatste op 1 januari 1999 aan deze bepaling
voldoen. voldoen.
2. De dieren moeten zo spoedig mogelijk na aankomst worden uitgeladen. 2. De dieren moeten zo spoedig mogelijk na aankomst worden uitgeladen.
Als dit niet mogelijk is, moeten de dieren worden beschermd tegen Als dit niet mogelijk is, moeten de dieren worden beschermd tegen
extreme weersomstandigheden en moet voor voldoende ventilatie worden extreme weersomstandigheden en moet voor voldoende ventilatie worden
gezorgd. gezorgd.
3. Dieren die elkaar vanwege hun soort, geslacht, leeftijd of 3. Dieren die elkaar vanwege hun soort, geslacht, leeftijd of
oorsprong kunnen verwonden, moeten gescheiden worden gehouden en oorsprong kunnen verwonden, moeten gescheiden worden gehouden en
gescheiden worden ondergebracht. gescheiden worden ondergebracht.
4. De dieren moeten worden beschermd tegen slecht weer. Als de dieren 4. De dieren moeten worden beschermd tegen slecht weer. Als de dieren
zijn blootgesteld aan hoge temperaturen, moet op adequate wijze voor zijn blootgesteld aan hoge temperaturen, moet op adequate wijze voor
afkoeling worden gezorgd. afkoeling worden gezorgd.
5. De algemene toestand en de gezondheidstoestand van de dieren moeten 5. De algemene toestand en de gezondheidstoestand van de dieren moeten
ten minste iedere ochtend en iedere avond worden gecontroleerd. ten minste iedere ochtend en iedere avond worden gecontroleerd.
6. Dieren die tijdens het vervoer of bij aankomst in het slachthuis 6. Dieren die tijdens het vervoer of bij aankomst in het slachthuis
pijn of ander lijden te verduren hebben gehad alsmede niet-gespeende pijn of ander lijden te verduren hebben gehad alsmede niet-gespeende
dieren moeten onmiddellijk worden geslacht. Als dit niet mogelijk is, dieren moeten onmiddellijk worden geslacht. Als dit niet mogelijk is,
moeten zij worden afgezonderd en zo snel mogelijk, en uiterlijk twee moeten zij worden afgezonderd en zo snel mogelijk, en uiterlijk twee
uur nadien, worden geslacht. Dieren die niet kunnen lopen, mogen niet uur nadien, worden geslacht. Dieren die niet kunnen lopen, mogen niet
naar de slachtplaats worden gesleept, maar moeten ter plaatse worden naar de slachtplaats worden gesleept, maar moeten ter plaatse worden
gedood, of, indien dat mogelijk is en geen onnodig lijden veroorzaakt, gedood, of, indien dat mogelijk is en geen onnodig lijden veroorzaakt,
op een wagentje of een rijdend plateau naar het lokaal voor op een wagentje of een rijdend plateau naar het lokaal voor
noodslachtingen worden vervoerd. noodslachtingen worden vervoerd.
B. Voorschriften voor niet in containers aangevoerde dieren B. Voorschriften voor niet in containers aangevoerde dieren
1. Wanneer het slachthuis beschikt over voorzieningen voor het 1. Wanneer het slachthuis beschikt over voorzieningen voor het
uitladen van de dieren, moeten die een stroef loopvlak hebben en zo uitladen van de dieren, moeten die een stroef loopvlak hebben en zo
nodig een bescherming aan de zijkanten. De bruggen, vlonders en nodig een bescherming aan de zijkanten. De bruggen, vlonders en
loopplanken moeten voorzien zijn van zijwanden, relingen of andere loopplanken moeten voorzien zijn van zijwanden, relingen of andere
inrichtingen die moeten verhinderen dat de dieren eraf vallen. De inrichtingen die moeten verhinderen dat de dieren eraf vallen. De
vlonders voor het in- en uitladen moeten de grond raken en moeten zo vlonders voor het in- en uitladen moeten de grond raken en moeten zo
weinig mogelijk hellen. De helling mag niet groter zijn dan 20 %. weinig mogelijk hellen. De helling mag niet groter zijn dan 20 %.
2. Bij het uitladen mogen de dieren niet bang gemaakt, opgejaagd of 2. Bij het uitladen mogen de dieren niet bang gemaakt, opgejaagd of
mishandeld worden en dient ervoor te worden gezorgd dat de dieren niet mishandeld worden en dient ervoor te worden gezorgd dat de dieren niet
omver worden gelopen. De dieren mogen niet zodanig worden opgetild aan omver worden gelopen. De dieren mogen niet zodanig worden opgetild aan
de kop, de horens, de oren, de poten, de staart of de vacht dat zij de kop, de horens, de oren, de poten, de staart of de vacht dat zij
onnodige pijn of lijden ondervinden. Indien nodig moeten de dieren onnodige pijn of lijden ondervinden. Indien nodig moeten de dieren
afzonderlijk worden geleid. afzonderlijk worden geleid.
3. Bij het verplaatsen van de dieren dient behoedzaam te werk worden 3. Bij het verplaatsen van de dieren dient behoedzaam te werk worden
gegaan. Drijfgangen moeten zo zijn geconstrueerd dat het gevaar voor gegaan. Drijfgangen moeten zo zijn geconstrueerd dat het gevaar voor
verwonding van de dieren zo klein mogelijk wordt en moeten zo zijn verwonding van de dieren zo klein mogelijk wordt en moeten zo zijn
aangelegd dat gebruik kan worden gemaakt van het kudde-instinct. aangelegd dat gebruik kan worden gemaakt van het kudde-instinct.
Instrumenten om de dieren in een bepaalde richting te drijven mogen Instrumenten om de dieren in een bepaalde richting te drijven mogen
alleen maar daartoe worden gebruikt en slechts gedurende korte tijd. alleen maar daartoe worden gebruikt en slechts gedurende korte tijd.
Apparaten waarmee electrische schokken worden toegediend, mogen Apparaten waarmee electrische schokken worden toegediend, mogen
uitsluitend worden gebruikt bij volwassen runderen en bij varkens die uitsluitend worden gebruikt bij volwassen runderen en bij varkens die
weigeren zich te verplaatsen, op voorwaarde dat de schokken niet weigeren zich te verplaatsen, op voorwaarde dat de schokken niet
langer duren dan twee seconden, dat zij voldoende worden gespreid en langer duren dan twee seconden, dat zij voldoende worden gespreid en
dat de dieren ruimte hebben om zich voort te bewegen; dergelijke dat de dieren ruimte hebben om zich voort te bewegen; dergelijke
schokken mogen uitsluitend worden toegepast op de spieren van de schokken mogen uitsluitend worden toegepast op de spieren van de
achtervoeten. achtervoeten.
4. Het is verboden dieren te slaan op delen van het lichaam die 4. Het is verboden dieren te slaan op delen van het lichaam die
bijzonder gevoelig zijn of op die delen druk uit te oefenen. Het is bijzonder gevoelig zijn of op die delen druk uit te oefenen. Het is
met name verboden de staart van de dieren te verbrijzelen, om te met name verboden de staart van de dieren te verbrijzelen, om te
draaien of te breken en de dieren in de ogen te grijpen. Het is ook draaien of te breken en de dieren in de ogen te grijpen. Het is ook
verboden te slaan en te schoppen. verboden te slaan en te schoppen.
5. Vóór het slachten moeten de dieren kunnen rusten gedurende een 5. Vóór het slachten moeten de dieren kunnen rusten gedurende een
voldoende periode. Deze periode mag niet korter zijn dan vierentwintig voldoende periode. Deze periode mag niet korter zijn dan vierentwintig
uren voor vermoeide of opgewonden dieren. De dieren mogen alleen naar uren voor vermoeide of opgewonden dieren. De dieren mogen alleen naar
de slachtplaats worden gebracht, wanneer zij onmiddellijk na hun de slachtplaats worden gebracht, wanneer zij onmiddellijk na hun
aankomst worden geslacht. aankomst worden geslacht.
6. Onverminderd de afwijkingen toegestaan uit hoofde van artikel 5, § 6. Onverminderd de afwijkingen toegestaan uit hoofde van artikel 5, §
1, 1° en 1°bis van het koninklijk besluit van 30 december 1992 1, 1° en 1°bis van het koninklijk besluit van 30 december 1992
betreffende de erkenning en de inrichtingsvoorwaarden van de betreffende de erkenning en de inrichtingsvoorwaarden van de
slachthuizen en andere inrichtingen gewijzigd bij het koninklijk slachthuizen en andere inrichtingen gewijzigd bij het koninklijk
besluit van 25 februari 1994 moeten de slachthuizen voor het naar besluit van 25 februari 1994 moeten de slachthuizen voor het naar
behoren onderbrengen van de dieren beschikken over voldoende hokken behoren onderbrengen van de dieren beschikken over voldoende hokken
die bescherming bieden tegen slechte weersomstandigheden. die bescherming bieden tegen slechte weersomstandigheden.
7. Onverminderd de elders in de wetgeving vastgestelde eisen, moeten 7. Onverminderd de elders in de wetgeving vastgestelde eisen, moeten
de stallen beschikken over : de stallen beschikken over :
- vloeren die zo weinig mogelijk gevaar van uitglijden opleveren en - vloeren die zo weinig mogelijk gevaar van uitglijden opleveren en
die geen verwondingen veroorzaken wanneer de dieren ermee in contact die geen verwondingen veroorzaken wanneer de dieren ermee in contact
komen; komen;
- adequate ventilatie, ook bij voorzienbare extreme omstandigheden qua - adequate ventilatie, ook bij voorzienbare extreme omstandigheden qua
temperatuur en vochtigheidsgraad. Wanneer ventilatieapparatuur temperatuur en vochtigheidsgraad. Wanneer ventilatieapparatuur
noodzakelijk is, moet worden gezorgd voor noodvoorzieningen die bij noodzakelijk is, moet worden gezorgd voor noodvoorzieningen die bij
eventuele storingen onmiddellijk kunnen worden ingezet. eventuele storingen onmiddellijk kunnen worden ingezet.
- kunstlicht dat voldoende intens is om de dieren te allen tijde te - kunstlicht dat voldoende intens is om de dieren te allen tijde te
kunnen keuren; tevens moet er, zo nodig, een adequate noodverlichting kunnen keuren; tevens moet er, zo nodig, een adequate noodverlichting
voorhanden zijn; voorhanden zijn;
- in voorkomend geval, voorzieningen om de dieren vast te binden; - in voorkomend geval, voorzieningen om de dieren vast te binden;
- indien nodig, voldoende geschikt strooisel voor alle dieren die in - indien nodig, voldoende geschikt strooisel voor alle dieren die in
de stallen overnachten. de stallen overnachten.
8. Wanneer de slachthuizen niet alleen stallen hebben als hierboven 8. Wanneer de slachthuizen niet alleen stallen hebben als hierboven
bedoeld, maar ook weiden zonder natuurlijke bescherming of schaduw, bedoeld, maar ook weiden zonder natuurlijke bescherming of schaduw,
moet worden gezorgd voor een adequate vorm van bescherming tegen moet worden gezorgd voor een adequate vorm van bescherming tegen
slechte weersomstandigheden. De weiden moeten in zodanige toestand slechte weersomstandigheden. De weiden moeten in zodanige toestand
worden gehouden dat de gezondheid van de dieren niet wordt bedreigd worden gehouden dat de gezondheid van de dieren niet wordt bedreigd
door factoren van fysische, chemische of andere aard. door factoren van fysische, chemische of andere aard.
9. Dieren die niet onmiddellijk na hun aankomst naar de slachtplaats 9. Dieren die niet onmiddellijk na hun aankomst naar de slachtplaats
worden gebracht, moeten steeds via adequate voorzieningen over worden gebracht, moeten steeds via adequate voorzieningen over
drinkwater kunnen beschikken. Dieren die twaalf uur na aankomst niet drinkwater kunnen beschikken. Dieren die twaalf uur na aankomst niet
zijn geslacht, moeten op dat moment, en vervolgens matig en met zijn geslacht, moeten op dat moment, en vervolgens matig en met
passende tussenpozen, worden gevoederd. passende tussenpozen, worden gevoederd.
10. Dieren die twaalf uur of langer in een slachthuis moeten 10. Dieren die twaalf uur of langer in een slachthuis moeten
verblijven, moeten worden gehuisvest en, indien nodig, zo worden verblijven, moeten worden gehuisvest en, indien nodig, zo worden
vastgebonden dat zij zonder problemen kunnen gaan liggen. Als de vastgebonden dat zij zonder problemen kunnen gaan liggen. Als de
dieren niet worden vastgebonden, moeten zij ongestoord kunnen eten. dieren niet worden vastgebonden, moeten zij ongestoord kunnen eten.
C. Voorschriften voor in containers aangevoerde dieren C. Voorschriften voor in containers aangevoerde dieren
1. De containers waarin de dieren worden vervoerd, moeten behoedzaam 1. De containers waarin de dieren worden vervoerd, moeten behoedzaam
worden behandeld; het is niet toegestaan ermee te gooien, ze op de worden behandeld; het is niet toegestaan ermee te gooien, ze op de
grond te laten vallen of ze te kantelen. Zij moeten zo mogelijk grond te laten vallen of ze te kantelen. Zij moeten zo mogelijk
horizontaal en mechanisch worden in- en uitgeladen. horizontaal en mechanisch worden in- en uitgeladen.
2. Dieren die worden afgeleverd in containers met een geperforeerde of 2. Dieren die worden afgeleverd in containers met een geperforeerde of
buigzame bodem moeten zeer voorzichtig worden uitgeladen om te buigzame bodem moeten zeer voorzichtig worden uitgeladen om te
voorkomen dat de dieren verwondingen oplopen. Desnoods moeten de voorkomen dat de dieren verwondingen oplopen. Desnoods moeten de
dieren afzonderlijk worden uitgeladen uit de containers. dieren afzonderlijk worden uitgeladen uit de containers.
3. Dieren die in containers zijn vervoerd, moeten zo snel mogelijk 3. Dieren die in containers zijn vervoerd, moeten zo snel mogelijk
worden geslacht; als dit niet gebeurt, moeten zij indien nodig worden worden geslacht; als dit niet gebeurt, moeten zij indien nodig worden
gedrenkt en gevoerderd overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk I B. gedrenkt en gevoerderd overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk I B.
punt 9. punt 9.
HOOFDSTUK II. - Het fixeren voor het bedwelmen, slachten of doden HOOFDSTUK II. - Het fixeren voor het bedwelmen, slachten of doden
1. De dieren moeten op een passende wijze worden gefixeerd en wel op 1. De dieren moeten op een passende wijze worden gefixeerd en wel op
zo'n manier dat hun vermijdbare pijn, vermijdbaar lijden, vermijdbare zo'n manier dat hun vermijdbare pijn, vermijdbaar lijden, vermijdbare
opwinding of vermijdbare verwondingen of kneuzingen worden bespaard. opwinding of vermijdbare verwondingen of kneuzingen worden bespaard.
Bij het rituele slachten moeten de runderen voordat zij worden Bij het rituele slachten moeten de runderen voordat zij worden
geslacht, evenwel worden gefixeerd volgens een mechanisch procédé geslacht, evenwel worden gefixeerd volgens een mechanisch procédé
teneinde alle pijn, lijden en opwinding, alsmede alle verwondingen of teneinde alle pijn, lijden en opwinding, alsmede alle verwondingen of
kneuzingen te voorkomen. kneuzingen te voorkomen.
2. Ook is het verboden de poten van de dieren vast te binden en de 2. Ook is het verboden de poten van de dieren vast te binden en de
dieren op te hangen voordat zij worden bedwelmd of gedood. Pluimvee en dieren op te hangen voordat zij worden bedwelmd of gedood. Pluimvee en
konijnen mogen evenwel worden opgehangen om te worden geslacht, voor konijnen mogen evenwel worden opgehangen om te worden geslacht, voor
zover passende maatregelen zijn getroffen om ervoor te zorgen dat het zover passende maatregelen zijn getroffen om ervoor te zorgen dat het
pluimvee en de konijnen vlak voor het bedwelmen zo ontspannen zijn dat pluimvee en de konijnen vlak voor het bedwelmen zo ontspannen zijn dat
de bedwelming doeltreffend en zonder onnodige vertraging kan worden de bedwelming doeltreffend en zonder onnodige vertraging kan worden
uitgevoerd. uitgevoerd.
Het blokkeren van een dier door middel van een systeem waarmee het in Het blokkeren van een dier door middel van een systeem waarmee het in
bedwang wordt gehouden kan in geen geval worden beschouwd als bedwang wordt gehouden kan in geen geval worden beschouwd als
ophanging. ophanging.
3. Dieren die worden bedwelmd of gedood met mechanische of elektrische 3. Dieren die worden bedwelmd of gedood met mechanische of elektrische
middelen die worden toegepast op de kop van de dieren, moeten op middelen die worden toegepast op de kop van de dieren, moeten op
zodanige wijze worden gepresenteerd dat de desbetreffende apparaten zodanige wijze worden gepresenteerd dat de desbetreffende apparaten
gemakkelijk, nauwkeurig en zolang als dat noodzakelijk is, kunnen gemakkelijk, nauwkeurig en zolang als dat noodzakelijk is, kunnen
worden aangebracht en gebruikt. worden aangebracht en gebruikt.
4. Elektrische bedwelmingsapparatuur mag niet worden gebruikt om de 4. Elektrische bedwelmingsapparatuur mag niet worden gebruikt om de
dieren in bedwang te houden, te fixeren of in beweging te brengen. dieren in bedwang te houden, te fixeren of in beweging te brengen.
HOOFDSTUK III HOOFDSTUK III
Het bedwelmen en doden van andere dan pelsdieren Het bedwelmen en doden van andere dan pelsdieren
A. Bedwelmen : toegestane methoden en bijkomende voorwaarden A. Bedwelmen : toegestane methoden en bijkomende voorwaarden
De dieren mogen niet worden bedwelmd als het niet mogelijk is ze De dieren mogen niet worden bedwelmd als het niet mogelijk is ze
onmiddellijk daarna te laten verbloeden. onmiddellijk daarna te laten verbloeden.
1. Penschiettoestel 1. Penschiettoestel
a) De instrumenten moeten zo worden geplaatst dat het projectiel in de a) De instrumenten moeten zo worden geplaatst dat het projectiel in de
hersenschors binnendringt. Het is met name verboden rundvee met een hersenschors binnendringt. Het is met name verboden rundvee met een
nekschot te verdoven. nekschot te verdoven.
Bij schapen en geiten is het nekschot wel toegestaan als een schot in Bij schapen en geiten is het nekschot wel toegestaan als een schot in
het voorhoofd in verband met de aanwezigheid van horens niet mogelijk het voorhoofd in verband met de aanwezigheid van horens niet mogelijk
is. In dat geval moet het instrument onmiddellijk achter de aanzet van is. In dat geval moet het instrument onmiddellijk achter de aanzet van
de horens worden geplaatst, waarbij moet worden gericht op de bek; het de horens worden geplaatst, waarbij moet worden gericht op de bek; het
verbloeden moet binnen 15 seconden na het schot beginnen. verbloeden moet binnen 15 seconden na het schot beginnen.
b) Wanneer gebruik wordt gemaakt van een penschiettoestel, moet de b) Wanneer gebruik wordt gemaakt van een penschiettoestel, moet de
bedwelmer zich er na elk schot van vergewissen dat de pen volledig in bedwelmer zich er na elk schot van vergewissen dat de pen volledig in
de loop terugschuift. Als dit niet het geval is, mag het de loop terugschuift. Als dit niet het geval is, mag het
penschiettoestel niet meer worden gebruikt totdat het is hersteld. penschiettoestel niet meer worden gebruikt totdat het is hersteld.
Het gebruik van een spinalisatiepen is verboden. Het gebruik van een spinalisatiepen is verboden.
c) De dieren mogen niet in een bedwelmingsbox worden geplaatst indien c) De dieren mogen niet in een bedwelmingsbox worden geplaatst indien
de bedwelmer niet klaar is om het dier te bedwelmen zodra het zich in de bedwelmer niet klaar is om het dier te bedwelmen zodra het zich in
de box bevindt. De kop van een dier mag pas worden gefixeerd wanneer de box bevindt. De kop van een dier mag pas worden gefixeerd wanneer
de bedwelmer klaar is om het dier te bedwelmen. de bedwelmer klaar is om het dier te bedwelmen.
2. Kopslag 2. Kopslag
Kopslagbedwelming is alleen toegestaan wanneer daarbij gebruik wordt Kopslagbedwelming is alleen toegestaan wanneer daarbij gebruik wordt
gemaakt van een mechanisch instrument waarmee een slag wordt gemaakt van een mechanisch instrument waarmee een slag wordt
toegebracht op de schedel. Het gebruik van de hamer is verboden. De toegebracht op de schedel. Het gebruik van de hamer is verboden. De
bedwelmer moet ervoor zorgen dat het instrument op de juiste plaats bedwelmer moet ervoor zorgen dat het instrument op de juiste plaats
wordt aangebracht en dat een volgens de instructies van de fabrikant wordt aangebracht en dat een volgens de instructies van de fabrikant
qua slachtkracht geschikte patroon wordt gebruikt, zodat een voldoende qua slachtkracht geschikte patroon wordt gebruikt, zodat een voldoende
harde slag wordt toegebracht zonder dat echter een schedelfraktuur harde slag wordt toegebracht zonder dat echter een schedelfraktuur
wordt veroorzaakt. wordt veroorzaakt.
3. Elektrische bedwelming 3. Elektrische bedwelming
a) Elektroden a) Elektroden
i) De elektroden moeten aan weerszijden van de hersenen worden i) De elektroden moeten aan weerszijden van de hersenen worden
geplaatst zodat de stroom door de hersenen heen geleid wordt. Voorts geplaatst zodat de stroom door de hersenen heen geleid wordt. Voorts
moet gezorgd worden voor een goed contact van de stroom met de huid, moet gezorgd worden voor een goed contact van de stroom met de huid,
met name door overtollige wol te verwijderen of de huid te met name door overtollige wol te verwijderen of de huid te
bevochtigen. bevochtigen.
ii) Wanneer de dieren afzonderlijk worden bedwelmd, moet de apparatuur ii) Wanneer de dieren afzonderlijk worden bedwelmd, moet de apparatuur
a) een systeem bevatten waarmee de impedantie van de belasting wordt a) een systeem bevatten waarmee de impedantie van de belasting wordt
gemeten en dat de apparatuur blokkeert wanneer de minimaal vereiste gemeten en dat de apparatuur blokkeert wanneer de minimaal vereiste
stroomsterkte niet kan worden bereikt; stroomsterkte niet kan worden bereikt;
b) voorzien zijn van een systeem waarmee op zichtbare of hoorbare b) voorzien zijn van een systeem waarmee op zichtbare of hoorbare
wijze wordt aangegeven hoelang het apparaat contact maakt met het wijze wordt aangegeven hoelang het apparaat contact maakt met het
dier; dier;
c) in verbinding staan met een toestel waarmee voltage en stroom bij c) in verbinding staan met een toestel waarmee voltage en stroom bij
belasting worden aangegeven. Dit toestel moet zo worden geplaatst dat belasting worden aangegeven. Dit toestel moet zo worden geplaatst dat
deze gegevens voor de bedwelmer duidelijk zichtbaar zijn. deze gegevens voor de bedwelmer duidelijk zichtbaar zijn.
b) Waterbaden b) Waterbaden
i) Wanneer er waterbaden worden gebruikt om pluimvee te bedwelmen moet i) Wanneer er waterbaden worden gebruikt om pluimvee te bedwelmen moet
het waterpeil kunnen worden geregeld teneinde een goed contact met de het waterpeil kunnen worden geregeld teneinde een goed contact met de
kop van het dier mogelijk te maken. kop van het dier mogelijk te maken.
De sterkte en de duur van de hiervoor gebruikte stroom moet zodanig De sterkte en de duur van de hiervoor gebruikte stroom moet zodanig
zijn dat de dieren onmiddellijk in een staat van bewusteloosheid zijn dat de dieren onmiddellijk in een staat van bewusteloosheid
worden gebracht die aanhoudt totdat zij worden gedood. worden gebracht die aanhoudt totdat zij worden gedood.
ii) Wanneer pluimvee groepsgewijs in waterbaden wordt bedwelmd, moet ii) Wanneer pluimvee groepsgewijs in waterbaden wordt bedwelmd, moet
een voltage worden aangehouden die voldoende is om stroom op te wekken een voltage worden aangehouden die voldoende is om stroom op te wekken
die sterk genoeg is om ieder stuk pluimvee te bedwelmen. die sterk genoeg is om ieder stuk pluimvee te bedwelmen.
iii) Er moeten passende maatregelen worden genomen voor een goede iii) Er moeten passende maatregelen worden genomen voor een goede
geleiding van de stroom en met name een goed contact van de stroom met geleiding van de stroom en met name een goed contact van de stroom met
het dier; door bevochtiging moet het contact tussen de poten en de het dier; door bevochtiging moet het contact tussen de poten en de
haken waaraan het pluimvee opgehangen is, worden vergroot. haken waaraan het pluimvee opgehangen is, worden vergroot.
iv) De afmetingen en de diepte van de waterbaden voor de bedwelming iv) De afmetingen en de diepte van de waterbaden voor de bedwelming
van pluimvee moeten zijn afgestemd op de te slachten soorten pluimvee. van pluimvee moeten zijn afgestemd op de te slachten soorten pluimvee.
Het waterbad mag bij het inbrengen van de dieren niet overlopen. De Het waterbad mag bij het inbrengen van de dieren niet overlopen. De
elektrode onder water moet over de volle lengte van het waterbad zijn elektrode onder water moet over de volle lengte van het waterbad zijn
aangebracht. aangebracht.
v) Indien nodig moet manueel ingegrepen kunnen worden. v) Indien nodig moet manueel ingegrepen kunnen worden.
4. Bedwelming met behulp van kooldioxide 4. Bedwelming met behulp van kooldioxide
a) De concentratie kooldioxide voor de bedwelming van varkens moet ten a) De concentratie kooldioxide voor de bedwelming van varkens moet ten
minste 70 volumeprocenten bedragen. minste 70 volumeprocenten bedragen.
b) De ruimte waarin varkens aan het gas worden blootgesteld, en de b) De ruimte waarin varkens aan het gas worden blootgesteld, en de
apparatuur om de varkens door deze ruimte te transporteren, moeten zo apparatuur om de varkens door deze ruimte te transporteren, moeten zo
zijn ontworpen, gebouwd en onderhouden dat wordt voorkomen dat de zijn ontworpen, gebouwd en onderhouden dat wordt voorkomen dat de
varkens verwondingen oplopen en dat de borstkas van de dieren wordt varkens verwondingen oplopen en dat de borstkas van de dieren wordt
ingedrukt; voorts moeten de varkens overeind kunnen blijven staan tot ingedrukt; voorts moeten de varkens overeind kunnen blijven staan tot
zij het bewustzijn verliezen. De aanvoervoorzieningen en de zij het bewustzijn verliezen. De aanvoervoorzieningen en de
bedwelmingsruimte moeten adequaat zijn verlicht, zodat de varkens bedwelmingsruimte moeten adequaat zijn verlicht, zodat de varkens
elkaar of hun omgeving kunnen zien. elkaar of hun omgeving kunnen zien.
c) De bedwelmingsruimte moet voorzien zijn van apparaten waarmee de c) De bedwelmingsruimte moet voorzien zijn van apparaten waarmee de
concentratie kooldioxide kan worden gemeten op de plaats van maximale concentratie kooldioxide kan worden gemeten op de plaats van maximale
expositie aan het gas. Deze apparaten moeten een duidelijk zichtbaar expositie aan het gas. Deze apparaten moeten een duidelijk zichtbaar
en hoorbaar waarschuwingssignaal geven wanneer de concentratie en hoorbaar waarschuwingssignaal geven wanneer de concentratie
kooldioxide onder het vereiste niveau daalt. kooldioxide onder het vereiste niveau daalt.
d) Varkens moeten in kooien of in containers worden geplaatst en wel d) Varkens moeten in kooien of in containers worden geplaatst en wel
zodanig dat zij elkaar kunnen zien, en binnen 30 seconden na zodanig dat zij elkaar kunnen zien, en binnen 30 seconden na
binnenkomst in de bedwelmingsruimte aan het gas worden blootgesteld. binnenkomst in de bedwelmingsruimte aan het gas worden blootgesteld.
De dieren moeten zo snel mogelijk na het binnenkomen worden De dieren moeten zo snel mogelijk na het binnenkomen worden
getransporteerd naar de plaats waar de gasconcentratie het hoogst is, getransporteerd naar de plaats waar de gasconcentratie het hoogst is,
en moeten zo lang aan het gas worden blootgesteld dat zeker is dat zij en moeten zo lang aan het gas worden blootgesteld dat zeker is dat zij
buiten bewustzijn blijven totdat zij worden gedood. buiten bewustzijn blijven totdat zij worden gedood.
B. Doden : toegestane methoden en bijkomende voorwaarden B. Doden : toegestane methoden en bijkomende voorwaarden
1. Kogel 1. Kogel
Wanneer deze methode toegepast wordt voor het doden van de diersoorten Wanneer deze methode toegepast wordt voor het doden van de diersoorten
waarvoor deze methode in de keuring is toegestaan, moet de keurder er waarvoor deze methode in de keuring is toegestaan, moet de keurder er
met name op toezien dat de methode door bevoegd personeel en met met name op toezien dat de methode door bevoegd personeel en met
inachtneming van het bepaalde van artikel 3 van dit besluit wordt inachtneming van het bepaalde van artikel 3 van dit besluit wordt
toegepast. toegepast.
2. Onthoofding 2. Onthoofding
Deze methode mag alleen worden gebruikt voor het doden van pluimvee Deze methode mag alleen worden gebruikt voor het doden van pluimvee
buiten de slachthuizen en erkende inrichtingen met inachtneming van de buiten de slachthuizen en erkende inrichtingen met inachtneming van de
algemene bepalingen van artikel 3 van dit besluit. algemene bepalingen van artikel 3 van dit besluit.
3. Elektrokutie en kooldioxide 3. Elektrokutie en kooldioxide
De Minister van Landbouw kan toestaan dat verschillende diersoorten De Minister van Landbouw kan toestaan dat verschillende diersoorten
met behulp van deze methoden worden gedood, mits behalve aan de met behulp van deze methoden worden gedood, mits behalve aan de
algemene bepalingen van artikel 3 ook wordt voldaan aan de specifieke algemene bepalingen van artikel 3 ook wordt voldaan aan de specifieke
bepalingen in de punten 3 en 4 van punt A van dit hoofdstuk. Hij stelt bepalingen in de punten 3 en 4 van punt A van dit hoofdstuk. Hij stelt
hiervoor de sterkte en de duur van de gebruikte stroom alsmede de hiervoor de sterkte en de duur van de gebruikte stroom alsmede de
concentratie en de blootstellingsduur voor kooldioxide vast. concentratie en de blootstellingsduur voor kooldioxide vast.
4. Vacuümcel 4. Vacuümcel
Voor deze methode, die alleen gebruikt mag worden voor het doden met Voor deze methode, die alleen gebruikt mag worden voor het doden met
het oog op menselijke consumptie van bepaalde dieren behorend tot het oog op menselijke consumptie van bepaalde dieren behorend tot
soorten gekweekt wild (kwartels, patrijzen en fazanten), is soorten gekweekt wild (kwartels, patrijzen en fazanten), is
toestemming van het hoofd van de keurkring nodig, die erop moet toestemming van het hoofd van de keurkring nodig, die erop moet
toezien dat wordt voldaan aan de eisen van artikel 3 en dat : toezien dat wordt voldaan aan de eisen van artikel 3 en dat :
- de dieren in een luchtdichte cel worden geplaatst waar door een - de dieren in een luchtdichte cel worden geplaatst waar door een
sterke elektrische pomp snel een vaccuüm wordt gecreëerd; sterke elektrische pomp snel een vaccuüm wordt gecreëerd;
- de onderdruk wordt gehandhaafd tot de dieren dood zijn; - de onderdruk wordt gehandhaafd tot de dieren dood zijn;
- de dieren in groepen in bedwang worden gehouden, in - de dieren in groepen in bedwang worden gehouden, in
vervoerscontainers die kunnen worden ingebracht in de vaccuümcel, vervoerscontainers die kunnen worden ingebracht in de vaccuümcel,
waarvan de afmetingen daarop afgestemd zijn. waarvan de afmetingen daarop afgestemd zijn.
HOOFDSTUK IV. - Het verbloeden van de dieren HOOFDSTUK IV. - Het verbloeden van de dieren
1. Het verbloeden van bedwelmde dieren moet zo spoedig mogelijk na het 1. Het verbloeden van bedwelmde dieren moet zo spoedig mogelijk na het
voltooien van de bedwelming beginnen, en zodanig worden verricht dat voltooien van de bedwelming beginnen, en zodanig worden verricht dat
de verbloeding snel, overvloedig en volledig is. Het verbloeden moet de verbloeding snel, overvloedig en volledig is. Het verbloeden moet
in elk geval gebeuren voor het dier terug bij bewustzijn komt. in elk geval gebeuren voor het dier terug bij bewustzijn komt.
2. Bij alle bedwelmde dieren moet de verbloeding gebeuren door ten 2. Bij alle bedwelmde dieren moet de verbloeding gebeuren door ten
minste één van de halsslagaderen of de bloedvaten waaruit die minste één van de halsslagaderen of de bloedvaten waaruit die
voortkomen, in te snijden. voortkomen, in te snijden.
Na het insnijden mogen geen verdere slachthandelingen worden verricht Na het insnijden mogen geen verdere slachthandelingen worden verricht
of elektrische prikkels worden gegeven tot het verbloeden is of elektrische prikkels worden gegeven tot het verbloeden is
beëindigd. beëindigd.
3. Wanneer het bedwelmen, het aanhaken, het ophangen en het laten 3. Wanneer het bedwelmen, het aanhaken, het ophangen en het laten
verbloeden van de dieren door dezelfde persoon worden uitgevoerd, moet verbloeden van de dieren door dezelfde persoon worden uitgevoerd, moet
die persoon al deze handelingen achtereenvolgens bij één bepaald dier die persoon al deze handelingen achtereenvolgens bij één bepaald dier
hebben uitgevoerd voordat hij met de uitvoering daarvan bij een ander hebben uitgevoerd voordat hij met de uitvoering daarvan bij een ander
dier begint. dier begint.
4. Wanneer voor het verbloeden van pluimvee gebruik wordt gemaakt van 4. Wanneer voor het verbloeden van pluimvee gebruik wordt gemaakt van
automatische halsafsnijders, moet ervoor worden gezorgd dat zo nodig automatische halsafsnijders, moet ervoor worden gezorgd dat zo nodig
manueel kan worden ingegrepen, zodat, bij een defect van het apparaat, manueel kan worden ingegrepen, zodat, bij een defect van het apparaat,
de dieren onmiddellijk kunnen worden geslacht. de dieren onmiddellijk kunnen worden geslacht.
HOOFDSTUK V HOOFDSTUK V
Het doden van dieren in het kader van de bestrijding van dierziekten Het doden van dieren in het kader van de bestrijding van dierziekten
Elke methode voor het doden van dieren die is toegestaan Elke methode voor het doden van dieren die is toegestaan
overeenkomstig hoofdstuk III van deze bijlage en die een stellige dood overeenkomstig hoofdstuk III van deze bijlage en die een stellige dood
waarborgt. waarborgt.
De Diergeneeskundige Dienst kan andere methoden toestaan, met De Diergeneeskundige Dienst kan andere methoden toestaan, met
inachtneming van de algemene bepalingen van artikel 3 en van volgende inachtneming van de algemene bepalingen van artikel 3 en van volgende
voorwaarden : voorwaarden :
- indien methoden worden toegepast die niet onmiddellijk de dood - indien methoden worden toegepast die niet onmiddellijk de dood
veroorzaken (bijvoorbeeld een penschiettoestel), moeten passende veroorzaken (bijvoorbeeld een penschiettoestel), moeten passende
maatregelen worden getroffen om de dieren zo snel mogelijk te doden en maatregelen worden getroffen om de dieren zo snel mogelijk te doden en
in ieder geval voordat zij weer bij bewustzijn komen, in ieder geval voordat zij weer bij bewustzijn komen,
- er mogen geen verdere handelingen worden verricht voordat de dood - er mogen geen verdere handelingen worden verricht voordat de dood
van de dieren is vastgesteld. van de dieren is vastgesteld.
HOOFDSTUK VI. - Het doden van pelsdieren HOOFDSTUK VI. - Het doden van pelsdieren
1. Toegestane methoden en biezondere voorwaarden 1. Toegestane methoden en biezondere voorwaarden
1. Mechanische instrumenten die in de hersenen binnendringen 1. Mechanische instrumenten die in de hersenen binnendringen
a) De instrumenten moeten zo worden geplaatst dat het projectiel in de a) De instrumenten moeten zo worden geplaatst dat het projectiel in de
hersenschors binnendringt. hersenschors binnendringt.
b) Deze methode is alleen toegestaan als het verbloeden onmiddellijk b) Deze methode is alleen toegestaan als het verbloeden onmiddellijk
na het schot begint. na het schot begint.
2. Injectie met een overdosis van een verdovingsmiddel 2. Injectie met een overdosis van een verdovingsmiddel
Er mag alleen gebruik worden gemaakt van verdovingsmiddelen, doses en Er mag alleen gebruik worden gemaakt van verdovingsmiddelen, doses en
toedieningswijzen die een onmiddellijke bewusteloosheid veroorzaken, toedieningswijzen die een onmiddellijke bewusteloosheid veroorzaken,
gevolgd door de dood. gevolgd door de dood.
3. Elektrocutie met hartstilstand 3. Elektrocutie met hartstilstand
De elektroden moeten aan weerszijden van de hersenen en het hart De elektroden moeten aan weerszijden van de hersenen en het hart
worden geplaatst, met dien verstande dat de minimale stroomsterkte een worden geplaatst, met dien verstande dat de minimale stroomsterkte een
onmiddellijke bewusteloosheid en hartstilstand moet veroorzaken. onmiddellijke bewusteloosheid en hartstilstand moet veroorzaken.
Wanneer echter, bij vossen, elektroden worden geplaatst aan de bek en Wanneer echter, bij vossen, elektroden worden geplaatst aan de bek en
aan het rectrum, moet een minimale effectieve stroomsterkte van 0,3 aan het rectrum, moet een minimale effectieve stroomsterkte van 0,3
ampère gedurende ten minste 3 seconden worden gehandhaafd. ampère gedurende ten minste 3 seconden worden gehandhaafd.
4. Gasbedwelming met behulp van koolmonoxide 4. Gasbedwelming met behulp van koolmonoxide
a) De ruimte waarin de dieren worden blootgesteld aan het gas, moet zo a) De ruimte waarin de dieren worden blootgesteld aan het gas, moet zo
zijn ontworpen, gebouwd en onderhouden dat voorkomen wordt dat de zijn ontworpen, gebouwd en onderhouden dat voorkomen wordt dat de
dieren verwondingen oplopen en dat controle mogelijk is. dieren verwondingen oplopen en dat controle mogelijk is.
b) De dieren mogen pas in de bedwelmingsruimte worden binnengebracht b) De dieren mogen pas in de bedwelmingsruimte worden binnengebracht
wanneer de concentratie koolmonoxide afkomstig van een bron van 100 % wanneer de concentratie koolmonoxide afkomstig van een bron van 100 %
koolmonoxide, ten minste 1 volumeprocent heeft bereikt. koolmonoxide, ten minste 1 volumeprocent heeft bereikt.
c) Uitlaatgassen van een speciaal hiervoor aangepaste motor zijn c) Uitlaatgassen van een speciaal hiervoor aangepaste motor zijn
toegestaan voor het doden van marterachtigen en chinchilla's, mits toegestaan voor het doden van marterachtigen en chinchilla's, mits
tests hebben uitgewezen dat het gebruikte gas tests hebben uitgewezen dat het gebruikte gas
- naar behoren is afgekoeld, - naar behoren is afgekoeld,
- voldoende is gefilterd, - voldoende is gefilterd,
- vrij is van irriterende stoffen en gassen, en - vrij is van irriterende stoffen en gassen, en
- de dieren pas kunnen worden binnengebracht wanneer de concentratie - de dieren pas kunnen worden binnengebracht wanneer de concentratie
koolmonoxide ten minste 1 volumeprocent bereikt. koolmonoxide ten minste 1 volumeprocent bereikt.
d) Bij inhalatie moet het gas eerst een diepe algemene gevoelloosheid d) Bij inhalatie moet het gas eerst een diepe algemene gevoelloosheid
veroorzaken, uiteindelijk en onvermijdelijk gevolgd door de dood. veroorzaken, uiteindelijk en onvermijdelijk gevolgd door de dood.
e) De dieren moeten in de bedwelmingsruimte blijven totdat zij dood e) De dieren moeten in de bedwelmingsruimte blijven totdat zij dood
zijn. zijn.
5. Bedwelming met behulp van chloroform 5. Bedwelming met behulp van chloroform
Het gebruik van chloroform voor het doden van chinchilla's is Het gebruik van chloroform voor het doden van chinchilla's is
toegestaan onder de volgende voorwaarden : toegestaan onder de volgende voorwaarden :
a) de ruimte waarin de dieren worden blootgesteld aan het gas, is zo a) de ruimte waarin de dieren worden blootgesteld aan het gas, is zo
ontworpen, gebouwd en onderhouden dat voorkomen wordt dat de dieren ontworpen, gebouwd en onderhouden dat voorkomen wordt dat de dieren
verwondingen oplopen en dat controle mogelijk is, verwondingen oplopen en dat controle mogelijk is,
b) de dieren worden pas in de bedwelmingsruimte gebracht wanneer de b) de dieren worden pas in de bedwelmingsruimte gebracht wanneer de
lucht verzadigd is met chloroform, lucht verzadigd is met chloroform,
c) bij inhalatie moet het gas eerst een diepe algemene gevoelloosheid c) bij inhalatie moet het gas eerst een diepe algemene gevoelloosheid
veroorzaken, uiteindelijk en onvermijdelijk gevolgd door de dood, veroorzaken, uiteindelijk en onvermijdelijk gevolgd door de dood,
d) de dieren moeten in de bedwelmingsruimte blijven totdat zij dood d) de dieren moeten in de bedwelmingsruimte blijven totdat zij dood
zijn. zijn.
6. Bedwelming met behulp van kooldioxide 6. Bedwelming met behulp van kooldioxide
Het gebruik van kooldioxide voor het doden van marterachtigen en Het gebruik van kooldioxide voor het doden van marterachtigen en
chinchilla's is toegestaan onder de volgende voorwaarden : chinchilla's is toegestaan onder de volgende voorwaarden :
a) De ruimte waarin de dieren worden blootgesteld aan het gas, moet zo a) De ruimte waarin de dieren worden blootgesteld aan het gas, moet zo
zijn ontworpen, gebouwd en onderhouden dat voorkomen wordt dat de zijn ontworpen, gebouwd en onderhouden dat voorkomen wordt dat de
dieren verwondingen oplopen en dat controle mogelijk is. dieren verwondingen oplopen en dat controle mogelijk is.
b) De dieren mogen pas in de bedwelmingsruimte worden gebracht wanneer b) De dieren mogen pas in de bedwelmingsruimte worden gebracht wanneer
de lucht een zo hoog mogelijke concentratie kooldioxide bevat de lucht een zo hoog mogelijke concentratie kooldioxide bevat
afkomstig van een bron van 100 % kooldioxide. afkomstig van een bron van 100 % kooldioxide.
c) Bij inhalatie moet het gas eerst een diepe algemene gevoelloosheid c) Bij inhalatie moet het gas eerst een diepe algemene gevoelloosheid
veroorzaken, uiteindelijk en onvermijdelijk gevolgd door de dood. veroorzaken, uiteindelijk en onvermijdelijk gevolgd door de dood.
d) De dieren moeten in de bedwelmingsruimte blijven totdat zij dood d) De dieren moeten in de bedwelmingsruimte blijven totdat zij dood
zijn. zijn.
De Minister van Landbouw kan voor bepaalde pelsdiersoorten de te De Minister van Landbouw kan voor bepaalde pelsdiersoorten de te
gebruiken methode aanduiden. gebruiken methode aanduiden.
HOOFDSTUK VII. - Het doden van kuikens en embryo's die in broederijen HOOFDSTUK VII. - Het doden van kuikens en embryo's die in broederijen
overtollig zijn en die moeten worden verwijderd overtollig zijn en die moeten worden verwijderd
A. Toegestane methoden en biezondere voorwaarden voor het doden van A. Toegestane methoden en biezondere voorwaarden voor het doden van
kuikens kuikens
1. Gebruik van mechanische apparatuur die een snelle dood veroorzaakt 1. Gebruik van mechanische apparatuur die een snelle dood veroorzaakt
a) De dieren moeten worden gedood door een apparaat met sneldraaiende, a) De dieren moeten worden gedood door een apparaat met sneldraaiende,
mechanisch aangedreven snijplaten, of met uitstulpingen in schuim. mechanisch aangedreven snijplaten, of met uitstulpingen in schuim.
b) De capaciteit van het apparaat moet voldoende zijn om alle dieren b) De capaciteit van het apparaat moet voldoende zijn om alle dieren
direct te doden, zelfs wanneer het om grote aantallen gaat. direct te doden, zelfs wanneer het om grote aantallen gaat.
2. Blootstelling aan kooldioxide 2. Blootstelling aan kooldioxide
a) De dieren moeten in een ruimte worden gebracht met een zo hoog a) De dieren moeten in een ruimte worden gebracht met een zo hoog
mogelijke concentratie kooldioxide, afkomstig van een bron van 100 % mogelijke concentratie kooldioxide, afkomstig van een bron van 100 %
kooldioxide. kooldioxide.
b) De dieren moeten in de bovengenoemde ruimte blijven totdat zij dood b) De dieren moeten in de bovengenoemde ruimte blijven totdat zij dood
zijn. zijn.
B. Toegestane methode voor het doden van embryo's B. Toegestane methode voor het doden van embryo's
Om levende embryo's onmiddellijk te doden, moet voor de destructie van Om levende embryo's onmiddellijk te doden, moet voor de destructie van
al het afval van de broederijen gebruik worden gemaakt van de onder al het afval van de broederijen gebruik worden gemaakt van de onder
punt A.1. genoemde mechanische apparatuur. punt A.1. genoemde mechanische apparatuur.
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 16 januari 1998. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 16 januari 1998.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, De Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen,
K. PINXTEN K. PINXTEN
^