Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 14/12/1998
← Terug naar "Koninklijk besluit tot vaststelling van de parameters voor de berekening van de aan de Gemeenschappen en de Gewesten toegewezen gedeelten van de opbrengst van belastingen voor het begrotingsjaar 1997 "
Koninklijk besluit tot vaststelling van de parameters voor de berekening van de aan de Gemeenschappen en de Gewesten toegewezen gedeelten van de opbrengst van belastingen voor het begrotingsjaar 1997 Koninklijk besluit tot vaststelling van de parameters voor de berekening van de aan de Gemeenschappen en de Gewesten toegewezen gedeelten van de opbrengst van belastingen voor het begrotingsjaar 1997
MINISTERIE VAN FINANCIEN MINISTERIE VAN FINANCIEN
14 DECEMBER 1998. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de 14 DECEMBER 1998. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de
parameters voor de berekening van de aan de Gemeenschappen en de parameters voor de berekening van de aan de Gemeenschappen en de
Gewesten toegewezen gedeelten van de opbrengst van belastingen voor Gewesten toegewezen gedeelten van de opbrengst van belastingen voor
het begrotingsjaar 1997 het begrotingsjaar 1997
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de Gelet op de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de
financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, inzonderheid op de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, inzonderheid op de
artikelen 7, § 2, 38, § 4 en 44, § 2; artikelen 7, § 2, 38, § 4 en 44, § 2;
Gelet op de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de Gelet op de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de
federale staatsstructuur, inzonderheid op artikel 127; federale staatsstructuur, inzonderheid op artikel 127;
Gelet op het akkoord van Onze Minister van Begroting, gegeven op 9 Gelet op het akkoord van Onze Minister van Begroting, gegeven op 9
november 1998; november 1998;
Gelet op de nota van 30 maart 1998 van Onze Minister van Financiën Gelet op de nota van 30 maart 1998 van Onze Minister van Financiën
gericht aan de Ministers van de Gemeenschaps- en de Gewestregeringen gericht aan de Ministers van de Gemeenschaps- en de Gewestregeringen
bevoegd voor Financiën en Begroting, betreffende de definitieve bevoegd voor Financiën en Begroting, betreffende de definitieve
afrekening van de aan de Gemeenschappen en de Gewesten door te storten afrekening van de aan de Gemeenschappen en de Gewesten door te storten
gedeelten van de personenbelasting en de B.T.W. voor het gedeelten van de personenbelasting en de B.T.W. voor het
begrotingsjaar 1997; begrotingsjaar 1997;
Gelet op het feit dat het voorafgaand overleg van voormelde nota van Gelet op het feit dat het voorafgaand overleg van voormelde nota van
30 maart 1998 met de Gemeenschaps- en Gewestregeringen heeft 30 maart 1998 met de Gemeenschaps- en Gewestregeringen heeft
plaatsgevonden binnen de interministeriële conferentie van de plaatsgevonden binnen de interministeriële conferentie van de
Ministers van Financiën en Begroting van 29 mei 1998; Ministers van Financiën en Begroting van 29 mei 1998;
Op de voordracht van Onze Minister van Financiën en op het advies van Op de voordracht van Onze Minister van Financiën en op het advies van
Onze in Raad vergaderde Ministers, Onze in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.§ 1. De ontvangsten inzake personenbelasting bedoeld in

Artikel 1.§ 1. De ontvangsten inzake personenbelasting bedoeld in

artikel 7, § 2, tweede lid van de bijzondere wet van 16 januari 1989 artikel 7, § 2, tweede lid van de bijzondere wet van 16 januari 1989
betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten
stemmen voor het begrotingsjaar 1997 overeen met de opbrengst van de stemmen voor het begrotingsjaar 1997 overeen met de opbrengst van de
belasting voor het aanslagjaar 1996 vastgesteld bij het verstrijken op belasting voor het aanslagjaar 1996 vastgesteld bij het verstrijken op
30 juni 1997 van de in artikel 359 van het Wetboek van de 30 juni 1997 van de in artikel 359 van het Wetboek van de
inkomstenbelastingen 1992 bedoelde aanslagtermijn. inkomstenbelastingen 1992 bedoelde aanslagtermijn.
§ 2. De ontvangsten inzake personenbelasting per Gewest bedoeld in § 2. De ontvangsten inzake personenbelasting per Gewest bedoeld in
artikel 7, § 2, eerste lid van dezelfde bijzondere wet van 16 januari artikel 7, § 2, eerste lid van dezelfde bijzondere wet van 16 januari
1989 bedragen voor het begrotingsjaar 1997 : 1989 bedragen voor het begrotingsjaar 1997 :
- voor het Vlaamse Gewest : 562 572,9 miljoen BEF; - voor het Vlaamse Gewest : 562 572,9 miljoen BEF;
- voor het Waalse Gewest : 265 300,3 miljoen BEF; - voor het Waalse Gewest : 265 300,3 miljoen BEF;
- voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest : 85 159,6 miljoen BEF. - voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest : 85 159,6 miljoen BEF.
§ 3. De per taalgebied gelokaliseerde ontvangsten inzake § 3. De per taalgebied gelokaliseerde ontvangsten inzake
personenbelasting bedoeld in artikel 44, § 2 van dezelfde bijzondere personenbelasting bedoeld in artikel 44, § 2 van dezelfde bijzondere
wet van 16 januari 1989 zijn voor het begrotingsjaar 1997 vastgesteld wet van 16 januari 1989 zijn voor het begrotingsjaar 1997 vastgesteld
als volgt : als volgt :
- voor het Nederlands taalgebied : 562 572,9 miljoen BEF; - voor het Nederlands taalgebied : 562 572,9 miljoen BEF;
- voor het Frans taalgebied : 260 238,6 miljoen BEF; - voor het Frans taalgebied : 260 238,6 miljoen BEF;
- voor het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad : 85 159,6 miljoen BEF; - voor het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad : 85 159,6 miljoen BEF;
- voor het Duits taalgebied : 5 061,7 miljoen BEF. - voor het Duits taalgebied : 5 061,7 miljoen BEF.

Art. 2.Het inwonertal van elk Gewest bedoeld in artikel 7, § 2,

Art. 2.Het inwonertal van elk Gewest bedoeld in artikel 7, § 2,

eerste lid van dezelfde bijzondere wet van 16 januari 1989 stemt voor eerste lid van dezelfde bijzondere wet van 16 januari 1989 stemt voor
het begrotingsjaar 1997 overeen met de toestand vastgesteld op 1 het begrotingsjaar 1997 overeen met de toestand vastgesteld op 1
januari 1996 hetzij : januari 1996 hetzij :
- in het Vlaamse Gewest : 5 880 357; - in het Vlaamse Gewest : 5 880 357;
- in het Waalse Gewest : 3 314 568; - in het Waalse Gewest : 3 314 568;
- in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest : 948 122. - in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest : 948 122.

Art. 3.De aanpassingsfactor bedoeld in artikel 38, § 4 van dezelfde

Art. 3.De aanpassingsfactor bedoeld in artikel 38, § 4 van dezelfde

bijzondere wet van 16 januari 1989 is voor het begrotingsjaar 1997 bijzondere wet van 16 januari 1989 is voor het begrotingsjaar 1997
vastgesteld op 99,190 percent. vastgesteld op 99,190 percent.

Art. 4.Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van

Art. 4.Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van

dit besluit. dit besluit.
Gegeven te Brussel, 14 december 1998. Gegeven te Brussel, 14 december 1998.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Financiën, De Minister van Financiën,
J.-J. VISEUR J.-J. VISEUR
^