Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 december 2021, gesloten in het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf, betreffende het sectoraal akkoord 2021-2022 | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 december 2021, gesloten in het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf, betreffende het sectoraal akkoord 2021-2022 |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
13 OKTOBER 2022. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend | 13 OKTOBER 2022. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend |
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 december | wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 december |
2021, gesloten in het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische | 2021, gesloten in het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische |
kunst- en dagbladbedrijf, betreffende het sectoraal akkoord 2021-2022 | kunst- en dagbladbedrijf, betreffende het sectoraal akkoord 2021-2022 |
(1) | (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het drukkerij-, | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het drukkerij-, |
grafische kunst- en dagbladbedrijf; | grafische kunst- en dagbladbedrijf; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 16 december 2021, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 16 december 2021, |
gesloten in het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- | gesloten in het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- |
en dagbladbedrijf, betreffende het sectoraal akkoord 2021-2022. | en dagbladbedrijf, betreffende het sectoraal akkoord 2021-2022. |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 13 oktober 2022. | Gegeven te Brussel, 13 oktober 2022. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
P.-Y. DERMAGNE | P.-Y. DERMAGNE |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en | Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en |
dagbladbedrijf | dagbladbedrijf |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 16 december 2021 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 16 december 2021 |
Sectoraal akkoord 2021-2022 (Overeenkomst | Sectoraal akkoord 2021-2022 (Overeenkomst |
geregistreerd op 8 april 2022 onder het nummer 171933/CO/130) | geregistreerd op 8 april 2022 onder het nummer 171933/CO/130) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werknemers en werkgevers die onder de bevoegdheid vallen van het | de werknemers en werkgevers die onder de bevoegdheid vallen van het |
Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en | Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en |
dagbladbedrijf. | dagbladbedrijf. |
Zij geldt niet voor de werknemers en werkgevers die onder de | Zij geldt niet voor de werknemers en werkgevers die onder de |
toepassing vallen van de collectieve arbeidsovereenkomst afgesloten op | toepassing vallen van de collectieve arbeidsovereenkomst afgesloten op |
18 oktober 2007 in het voornoemd paritair comité, tot vaststelling van | 18 oktober 2007 in het voornoemd paritair comité, tot vaststelling van |
de arbeidsvoorwaarden in de ondernemingen van de dagbladpers | de arbeidsvoorwaarden in de ondernemingen van de dagbladpers |
(koninklijk besluit van 1 juli 2008 - Belgisch Staatsblad van 14 | (koninklijk besluit van 1 juli 2008 - Belgisch Staatsblad van 14 |
oktober 2008), met registratienummer 85853/CO/130 (gewijzigd bij | oktober 2008), met registratienummer 85853/CO/130 (gewijzigd bij |
collectieve arbeidsovereenkomst van 19 november 2009). | collectieve arbeidsovereenkomst van 19 november 2009). |
Onder "werknemers" worden zowel werknemers als werkneemsters verstaan. | Onder "werknemers" worden zowel werknemers als werkneemsters verstaan. |
HOOFDSTUK II. - Koopkracht | HOOFDSTUK II. - Koopkracht |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is afgesloten in het |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is afgesloten in het |
kader van het koninklijk besluit van 30 juli 2021 tot uitvoering van | kader van het koninklijk besluit van 30 juli 2021 tot uitvoering van |
artikel 7, § 1 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de | artikel 7, § 1 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de |
werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het | werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het |
concurrentievermogen (Belgisch Staatsblad van 9 augustus 2021). | concurrentievermogen (Belgisch Staatsblad van 9 augustus 2021). |
Art. 3.Verhoging van de sectorale minimumlonen en van de werkelijke |
Art. 3.Verhoging van de sectorale minimumlonen en van de werkelijke |
brutolonen met 0,4 pct. vanaf 1 januari 2022. | brutolonen met 0,4 pct. vanaf 1 januari 2022. |
Art. 4.Toekenning van een éénmalige consumptiecheque ter waarde van |
Art. 4.Toekenning van een éénmalige consumptiecheque ter waarde van |
125 EUR betaalbaar in de maand december 2021 aan de werknemers in | 125 EUR betaalbaar in de maand december 2021 aan de werknemers in |
dienst op 1 december 2021. De consumptiecheque ter waarde van 125 EUR | dienst op 1 december 2021. De consumptiecheque ter waarde van 125 EUR |
wordt toegekend pro rata temporis de maanden tewerkstelling en het | wordt toegekend pro rata temporis de maanden tewerkstelling en het |
arbeidsregime. | arbeidsregime. |
HOOFDSTUK III. - Eindeloopbaan en tijdskrediet (landingsbanen) | HOOFDSTUK III. - Eindeloopbaan en tijdskrediet (landingsbanen) |
Art. 5.De sector treedt toe tot de collectieve arbeidsovereenkomsten |
Art. 5.De sector treedt toe tot de collectieve arbeidsovereenkomsten |
nrs. 156 en 157 van de Nationale Arbeidsraad inzake de aanpassing van | nrs. 156 en 157 van de Nationale Arbeidsraad inzake de aanpassing van |
de leeftijdsgrens tot 55 jaar voor werknemers die halftijds of vier | de leeftijdsgrens tot 55 jaar voor werknemers die halftijds of vier |
vijfde wensen te werken. | vijfde wensen te werken. |
Art. 6.a) SWT - Volgende collectieve arbeidsovereenkomsten werden |
Art. 6.a) SWT - Volgende collectieve arbeidsovereenkomsten werden |
gesloten in het kader van de eindeloopbaan, het stelsel van | gesloten in het kader van de eindeloopbaan, het stelsel van |
werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) op 16 december 2021 : | werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) op 16 december 2021 : |
- collectieve arbeidsovereenkomst 62 jaar met een loopbaan van 40 jaar | - collectieve arbeidsovereenkomst 62 jaar met een loopbaan van 40 jaar |
voor de mannen en 37 jaar voor de vrouwen vanaf 1 januari 2021 en 38 | voor de mannen en 37 jaar voor de vrouwen vanaf 1 januari 2021 en 38 |
jaar voor de vrouwen vanaf 1 januari 2022, tot 30 juni 2023; | jaar voor de vrouwen vanaf 1 januari 2022, tot 30 juni 2023; |
- collectieve arbeidsovereenkomst 60 jaar zwaar beroep, nachtarbeid en | - collectieve arbeidsovereenkomst 60 jaar zwaar beroep, nachtarbeid en |
33 loopbaanjaren tot 30 juni 2023; | 33 loopbaanjaren tot 30 juni 2023; |
- collectieve arbeidsovereenkomst 60 jaar zwaar beroep en 35 | - collectieve arbeidsovereenkomst 60 jaar zwaar beroep en 35 |
loopbaanjaren tot 30 juni 2023; | loopbaanjaren tot 30 juni 2023; |
- collectieve arbeidsovereenkomst 60 jaar lange loopbaan en 40 | - collectieve arbeidsovereenkomst 60 jaar lange loopbaan en 40 |
loopbaanjaren tot 30 juni 2023. | loopbaanjaren tot 30 juni 2023. |
b) Vrijstelling van de verplichting van aangepaste beschikbaarheid : | b) Vrijstelling van de verplichting van aangepaste beschikbaarheid : |
- intekening op de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 153 voor de | - intekening op de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 153 voor de |
periode van 1 juli 2021 tot 31 december 2022; | periode van 1 juli 2021 tot 31 december 2022; |
- intekening op de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 155 voor de | - intekening op de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 155 voor de |
periode van 1 januari 2023 tot 31 december 2024. | periode van 1 januari 2023 tot 31 december 2024. |
Art. 7.De sector tekent in op de volgende Vlaamse |
Art. 7.De sector tekent in op de volgende Vlaamse |
aanmoedigingspremies : | aanmoedigingspremies : |
- aanmoedigingspremie in het kader van een zorgkrediet; | - aanmoedigingspremie in het kader van een zorgkrediet; |
- aanmoedigingspremie voor een vermindering van de arbeidsduur in | - aanmoedigingspremie voor een vermindering van de arbeidsduur in |
ondernemingen in moeilijkheden of herstructurering. | ondernemingen in moeilijkheden of herstructurering. |
HOOFDSTUK IV. - Vervoertussenkomst | HOOFDSTUK IV. - Vervoertussenkomst |
Art. 8.- Fietsvergoeding : |
Art. 8.- Fietsvergoeding : |
Vanaf 1 januari 2022 bedraagt de fietsvergoeding 0,15 EUR per | Vanaf 1 januari 2022 bedraagt de fietsvergoeding 0,15 EUR per |
effectief afgelegde kilometer (voor de afstand heen en de afstand | effectief afgelegde kilometer (voor de afstand heen en de afstand |
terug) met een maximum van 6,00 EUR (maximum 40 km heen en terug) per | terug) met een maximum van 6,00 EUR (maximum 40 km heen en terug) per |
arbeidsdag. | arbeidsdag. |
- Gemotoriseerd privévervoer : | - Gemotoriseerd privévervoer : |
Vanaf 1 januari 2022 zal de dagelijkse tussenkomst geen minimumafstand | Vanaf 1 januari 2022 zal de dagelijkse tussenkomst geen minimumafstand |
meer voorzien. | meer voorzien. |
Bestaande gunstigere bepalingen op ondernemingsniveau blijven van | Bestaande gunstigere bepalingen op ondernemingsniveau blijven van |
toepassing. | toepassing. |
HOOFDSTUK V. - Vorming en opleiding | HOOFDSTUK V. - Vorming en opleiding |
Art. 9.Verhoging naar 3 opleidingsdagen per VTE per jaar vanaf 1 |
Art. 9.Verhoging naar 3 opleidingsdagen per VTE per jaar vanaf 1 |
januari 2022. De opleidingsdagen kunnen in de onderneming | januari 2022. De opleidingsdagen kunnen in de onderneming |
geglobaliseerd worden. | geglobaliseerd worden. |
Art. 10.Het opleidingsplan dat jaarlijks opgemaakt wordt, dient |
Art. 10.Het opleidingsplan dat jaarlijks opgemaakt wordt, dient |
ondertekend te worden in bedrijven met een overlegorgaan (OR, CPBW of | ondertekend te worden in bedrijven met een overlegorgaan (OR, CPBW of |
syndicale delegatie). | syndicale delegatie). |
Art. 11.De bijdrage voor de risicogroepen ten bedrage van 0,15 pct. |
Art. 11.De bijdrage voor de risicogroepen ten bedrage van 0,15 pct. |
wordt verlengd voor de jaren 2021 en 2022. | wordt verlengd voor de jaren 2021 en 2022. |
HOOFDSTUK VI. - Werkbaar werk | HOOFDSTUK VI. - Werkbaar werk |
Art. 12.De sociale partners wijzen er uitdrukkelijk op dat elke |
Art. 12.De sociale partners wijzen er uitdrukkelijk op dat elke |
onderneming met meer dan 20 werknemers verplicht is om een | onderneming met meer dan 20 werknemers verplicht is om een |
werkgelegenheidsplan op te stellen om het aantal werknemers van 45 | werkgelegenheidsplan op te stellen om het aantal werknemers van 45 |
jaar en ouder te behouden of te verhogen zoals opgenomen in de | jaar en ouder te behouden of te verhogen zoals opgenomen in de |
Nationale Arbeidsraad collectieve arbeidsovereenkomst nr. 104. | Nationale Arbeidsraad collectieve arbeidsovereenkomst nr. 104. |
Art. 13.Er wordt een paritair samengestelde werkgroep opgericht die |
Art. 13.Er wordt een paritair samengestelde werkgroep opgericht die |
de mogelijkheden onderzoekt om gebruik te maken van sommige resultaten | de mogelijkheden onderzoekt om gebruik te maken van sommige resultaten |
van het "Fonds voor bestaanszekerheid demografie voor de sector van de | van het "Fonds voor bestaanszekerheid demografie voor de sector van de |
chemie, kunststoffen en life sciences". | chemie, kunststoffen en life sciences". |
HOOFDSTUK VII. - Syndicale premie | HOOFDSTUK VII. - Syndicale premie |
Art. 14.Het bedrag van de syndicale premie wordt vanaf de uitbetaling |
Art. 14.Het bedrag van de syndicale premie wordt vanaf de uitbetaling |
in 2023 verhoogd met 10 EUR per jaar voor zowel de actieve werknemers, | in 2023 verhoogd met 10 EUR per jaar voor zowel de actieve werknemers, |
de SWT'ers als de werklozen. | de SWT'ers als de werklozen. |
HOOFDSTUK VIII. - Outplacement | HOOFDSTUK VIII. - Outplacement |
Art. 15.Verlenging van de bestaande collectieve arbeidsovereenkomst |
Art. 15.Verlenging van de bestaande collectieve arbeidsovereenkomst |
van 15 april 2021 betreffende het aanbod van vrijwillig outplacement | van 15 april 2021 betreffende het aanbod van vrijwillig outplacement |
(verkort traject) voor onbepaalde duur vanaf 1 juli 2022. | (verkort traject) voor onbepaalde duur vanaf 1 juli 2022. |
HOOFDSTUK IX. - Eindejaarspremie | HOOFDSTUK IX. - Eindejaarspremie |
Art. 16.- Gelijkstelling van maximum 50 dagen tijdelijke werkloosheid |
Art. 16.- Gelijkstelling van maximum 50 dagen tijdelijke werkloosheid |
overmacht COVID-19 voor het refertejaar 2021. Maximum 50 dagen staat | overmacht COVID-19 voor het refertejaar 2021. Maximum 50 dagen staat |
in een 37 uren-weekstelsel gelijk aan maximum 370 uren. Bij deeltijdse | in een 37 uren-weekstelsel gelijk aan maximum 370 uren. Bij deeltijdse |
tewerkstelling wordt de maximale gelijkstelling pro rata het | tewerkstelling wordt de maximale gelijkstelling pro rata het |
arbeidsregime toegepast op de 50 dagen tijdelijke werkloosheid | arbeidsregime toegepast op de 50 dagen tijdelijke werkloosheid |
overmacht COVID-19. | overmacht COVID-19. |
- De terugbetaling van de kost van de gelijkstelling voor het jaar | - De terugbetaling van de kost van de gelijkstelling voor het jaar |
2021 zal verzekerd worden door de vzw "Interpatronaal Fonds". De | 2021 zal verzekerd worden door de vzw "Interpatronaal Fonds". De |
werkgevers kunnen de kost recupereren volgens het model dat door het | werkgevers kunnen de kost recupereren volgens het model dat door het |
"Interpatronaal Fonds" ter beschikking wordt gesteld en bij haar moet | "Interpatronaal Fonds" ter beschikking wordt gesteld en bij haar moet |
ingediend worden uiterlijk op 30 juni 2022. | ingediend worden uiterlijk op 30 juni 2022. |
De werkgevers kunnen de kost van gelijkstelling enkel recupereren van | De werkgevers kunnen de kost van gelijkstelling enkel recupereren van |
het "Interpatronaal Fonds" voor de werknemers die ressorteren onder | het "Interpatronaal Fonds" voor de werknemers die ressorteren onder |
het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en | het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en |
dagbladbedrijf. | dagbladbedrijf. |
Art. 17.Uitbreiding van het recht op eindejaarspremie voor de |
Art. 17.Uitbreiding van het recht op eindejaarspremie voor de |
werknemer die zelf ontslag neemt en minstens 3 jaar anciënniteit telt. | werknemer die zelf ontslag neemt en minstens 3 jaar anciënniteit telt. |
HOOFDSTUK X. - Tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen | HOOFDSTUK X. - Tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen |
Art. 18.Vervanging van het koninklijk besluit van 29 februari 2004 en |
Art. 18.Vervanging van het koninklijk besluit van 29 februari 2004 en |
van 19 juni 2011 (treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch | van 19 juni 2011 (treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch |
Staatsblad wordt bekendgemaakt) conform het paritair advies van 16 | Staatsblad wordt bekendgemaakt) conform het paritair advies van 16 |
december 2021 tot vervanging van de genoemde koninklijke besluiten. | december 2021 tot vervanging van de genoemde koninklijke besluiten. |
Bij gebrek aan werk wegens economische oorzaken, mag de uitvoering van | Bij gebrek aan werk wegens economische oorzaken, mag de uitvoering van |
de individuele arbeidsovereenkomst geschorst worden op voorwaarde dat | de individuele arbeidsovereenkomst geschorst worden op voorwaarde dat |
zij geldt voor een ononderbroken periode van volledige werkloosheid | zij geldt voor een ononderbroken periode van volledige werkloosheid |
van minimum één tot maximum twee weken, die ingaat op de eerste | van minimum één tot maximum twee weken, die ingaat op de eerste |
werkdag van de week. Wanneer de volledige schorsing van de uitvoering | werkdag van de week. Wanneer de volledige schorsing van de uitvoering |
van de overeenkomst de voorziene maximumduur heeft bereikt, moet de | van de overeenkomst de voorziene maximumduur heeft bereikt, moet de |
werkgever gedurende een volledige arbeidsweek de regeling van | werkgever gedurende een volledige arbeidsweek de regeling van |
volledige arbeid opnieuw invoeren, alvorens een nieuwe volledige | volledige arbeid opnieuw invoeren, alvorens een nieuwe volledige |
schorsing kan ingaan. | schorsing kan ingaan. |
De werknemer kan maximum 2 keer per week en maximum 6 keer per | De werknemer kan maximum 2 keer per week en maximum 6 keer per |
kwartaal teruggeroepen worden in het arbeidsregime dat die week | kwartaal teruggeroepen worden in het arbeidsregime dat die week |
initieel voorzien was indien de werknemer arbeidsprestaties zou | initieel voorzien was indien de werknemer arbeidsprestaties zou |
verrichten. | verrichten. |
Onder één "terugroeping" wordt verstaan : elke periode van één of meer | Onder één "terugroeping" wordt verstaan : elke periode van één of meer |
aaneensluitende dagen die niet onderbroken worden door tijdelijke | aaneensluitende dagen die niet onderbroken worden door tijdelijke |
werkloosheid. | werkloosheid. |
In afwijking van dit principe zijn volgende systemen van gedeeltelijke | In afwijking van dit principe zijn volgende systemen van gedeeltelijke |
arbeid toegestaan, waarin arbeidsdagen worden afgewisseld met | arbeid toegestaan, waarin arbeidsdagen worden afgewisseld met |
werkloosheidsdagen : | werkloosheidsdagen : |
- Een grote schorsing, waarin ofwel : | - Een grote schorsing, waarin ofwel : |
- minder dan 3 arbeidsdagen per week zijn voorzien; | - minder dan 3 arbeidsdagen per week zijn voorzien; |
- minder dan 1 arbeidsweek op 2 weken is voorzien. | - minder dan 1 arbeidsweek op 2 weken is voorzien. |
Er mogen dus maximum 4 werkloosheidsdagen per week of 8 | Er mogen dus maximum 4 werkloosheidsdagen per week of 8 |
werkloosheidsdagen per 2 weken vallen. Het minimum aantal arbeidsdagen | werkloosheidsdagen per 2 weken vallen. Het minimum aantal arbeidsdagen |
moet gerespecteerd worden vanaf de begindatum vermeld in de | moet gerespecteerd worden vanaf de begindatum vermeld in de |
voorafgaandelijke mededeling. | voorafgaandelijke mededeling. |
De maximumduur voor deze regeling is 3 maanden. De termijn van 3 | De maximumduur voor deze regeling is 3 maanden. De termijn van 3 |
maanden kan 3 kalendermaanden zijn, of 3 maanden van datum tot datum | maanden kan 3 kalendermaanden zijn, of 3 maanden van datum tot datum |
of 13 kalenderweken. | of 13 kalenderweken. |
Wanneer de maximumduur bereikt is, moet de werkgever gedurende een | Wanneer de maximumduur bereikt is, moet de werkgever gedurende een |
volledige arbeidsweek de regeling van volledige arbeid invoeren | volledige arbeidsweek de regeling van volledige arbeid invoeren |
alvorens een nieuwe gedeeltelijke regeling aan te vragen. | alvorens een nieuwe gedeeltelijke regeling aan te vragen. |
Een regeling waarbij slechts 1 arbeidsdag op 2 weken voorzien wordt, | Een regeling waarbij slechts 1 arbeidsdag op 2 weken voorzien wordt, |
wordt gelijkgesteld met een volledige schorsing en kan dus maar voor | wordt gelijkgesteld met een volledige schorsing en kan dus maar voor |
maximum 2 weken worden aangevraagd; | maximum 2 weken worden aangevraagd; |
- Een kleine schorsing, waarin ofwel : | - Een kleine schorsing, waarin ofwel : |
- minstens 3 arbeidsdagen per week zijn voorzien; | - minstens 3 arbeidsdagen per week zijn voorzien; |
- minstens 1 arbeidsweek op twee weken. | - minstens 1 arbeidsweek op twee weken. |
Er mogen dus maximum 2 werkloosheidsdagen per week of 5 | Er mogen dus maximum 2 werkloosheidsdagen per week of 5 |
werkloosheidsdagen per 2 weken vallen. | werkloosheidsdagen per 2 weken vallen. |
De maximumduur voor deze regeling is 3 maanden. De termijn van 3 | De maximumduur voor deze regeling is 3 maanden. De termijn van 3 |
maanden kan 3 kalendermaanden zijn, of 3 maanden van datum tot datum | maanden kan 3 kalendermaanden zijn, of 3 maanden van datum tot datum |
of 13 kalenderweken. | of 13 kalenderweken. |
Wanneer de maximumduur bereikt is, moet de werkgever gedurende een | Wanneer de maximumduur bereikt is, moet de werkgever gedurende een |
volledige arbeidsweek de regeling van volledige arbeid invoeren | volledige arbeidsweek de regeling van volledige arbeid invoeren |
alvorens een nieuwe gedeeltelijke regeling aan te vragen. | alvorens een nieuwe gedeeltelijke regeling aan te vragen. |
Bij terugroeping van de werknemer, zowel in het regime van volledige | Bij terugroeping van de werknemer, zowel in het regime van volledige |
als gedeeltelijke tijdelijke werkloosheid, gelden volgende regels voor | als gedeeltelijke tijdelijke werkloosheid, gelden volgende regels voor |
het tijdstip van verwittiging van de werknemer : | het tijdstip van verwittiging van de werknemer : |
- bij vroege en dagploeg : uiterlijk 14 uur de dag vóór de dag van | - bij vroege en dagploeg : uiterlijk 14 uur de dag vóór de dag van |
terugroeping; | terugroeping; |
- bij late en nachtploeg : uiterlijk 18 uur de dag vóór de dag van | - bij late en nachtploeg : uiterlijk 18 uur de dag vóór de dag van |
terugroeping. | terugroeping. |
De in artikel 1 bedoelde werknemers worden schriftelijk ingelicht over | De in artikel 1 bedoelde werknemers worden schriftelijk ingelicht over |
het ontwerp van werkloosheidssysteem dat zal worden toegepast, ten | het ontwerp van werkloosheidssysteem dat zal worden toegepast, ten |
laatste op woensdag van de week die voorafgaat aan de volledige of | laatste op woensdag van de week die voorafgaat aan de volledige of |
gedeeltelijke schorsing. Deze inlichting wordt hen bevestigd in de | gedeeltelijke schorsing. Deze inlichting wordt hen bevestigd in de |
kennisgeving van de nieuwe arbeidsregeling aan de werknemers, bedoeld | kennisgeving van de nieuwe arbeidsregeling aan de werknemers, bedoeld |
in artikel 51, § 1, lid 2, 1° van de wet van 3 juli 1978 betreffende | in artikel 51, § 1, lid 2, 1° van de wet van 3 juli 1978 betreffende |
de arbeidsovereenkomsten, die schriftelijk moet plaatsvinden op de | de arbeidsovereenkomsten, die schriftelijk moet plaatsvinden op de |
vrijdag van diezelfde week. | vrijdag van diezelfde week. |
Dit ontwerp van koninklijk besluit geldt voor onbepaalde duur met een | Dit ontwerp van koninklijk besluit geldt voor onbepaalde duur met een |
evaluatie in 2023 op initiatief van de werknemersvertegenwoordiging. | evaluatie in 2023 op initiatief van de werknemersvertegenwoordiging. |
Art. 19.Vervanging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 |
Art. 19.Vervanging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 |
november 2011 betreffende de aanvullende vergoeding in geval van | november 2011 betreffende de aanvullende vergoeding in geval van |
tijdelijke werkloosheid - deze bepaling treedt in werking op de datum | tijdelijke werkloosheid - deze bepaling treedt in werking op de datum |
dat het nieuwe koninklijk besluit ter vaststelling van de voorwaarden | dat het nieuwe koninklijk besluit ter vaststelling van de voorwaarden |
waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de | waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de |
uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor arbeiders schorst | uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor arbeiders schorst |
(koninklijk besluit ter vervanging van het koninklijk besluit van 29 | (koninklijk besluit ter vervanging van het koninklijk besluit van 29 |
februari 2004 en van 19 juni 2011 conform het paritair advies van 16 | februari 2004 en van 19 juni 2011 conform het paritair advies van 16 |
december 2021) effectief in werking treedt. | december 2021) effectief in werking treedt. |
- Volledige tijdelijke werkloosheid : | - Volledige tijdelijke werkloosheid : |
- Eerste 40 dagen tijdelijke werkloosheid : 7 EUR per | - Eerste 40 dagen tijdelijke werkloosheid : 7 EUR per |
werkloosheidsdag. Voor de volgende dagen : 2 EUR per werkloosheidsdag; | werkloosheidsdag. Voor de volgende dagen : 2 EUR per werkloosheidsdag; |
- Terugroeping : 7 EUR + 1 bruto uurloon (inclusief ploegentoeslag) | - Terugroeping : 7 EUR + 1 bruto uurloon (inclusief ploegentoeslag) |
per tijdelijke werkloosheidsdag voor alle dagen tijdelijke | per tijdelijke werkloosheidsdag voor alle dagen tijdelijke |
werkloosheid in de week waarin zich een terugroeping heeft voorgedaan. | werkloosheid in de week waarin zich een terugroeping heeft voorgedaan. |
- Gedeeltelijke tijdelijke werkloosheid : 7 EUR + 1 bruto uurloon | - Gedeeltelijke tijdelijke werkloosheid : 7 EUR + 1 bruto uurloon |
(inclusief ploegentoeslag) per tijdelijke werkloosheidsdag, zonder | (inclusief ploegentoeslag) per tijdelijke werkloosheidsdag, zonder |
beperking. | beperking. |
In het geval zoals beschreven in artikel 2, lid 4 en de gevallen zoals | In het geval zoals beschreven in artikel 2, lid 4 en de gevallen zoals |
beschreven in artikel 3 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, | beschreven in artikel 3 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, |
worden alle werkloosheidsdagen van de week gelijkgesteld voor de | worden alle werkloosheidsdagen van de week gelijkgesteld voor de |
berekening van de eindejaarspremie en worden niet afgetrokken van het | berekening van de eindejaarspremie en worden niet afgetrokken van het |
krediet van 40 dagen zoals voorzien in artikel 2 van de huidige | krediet van 40 dagen zoals voorzien in artikel 2 van de huidige |
collectieve arbeidsovereenkomst. | collectieve arbeidsovereenkomst. |
HOOFDSTUK XI. - Verlenging collectieve arbeidsovereenkomst van 25 juni | HOOFDSTUK XI. - Verlenging collectieve arbeidsovereenkomst van 25 juni |
2020 "Aanvullende Pensioenkas" | 2020 "Aanvullende Pensioenkas" |
Art. 20.Behoud van de werkgeversbijdrage voor 2022-2023, zoals |
Art. 20.Behoud van de werkgeversbijdrage voor 2022-2023, zoals |
voorzien in de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 juni 2020 : | voorzien in de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 juni 2020 : |
- 0,89 pct. waarvan 0,59 pct. bestemd is voor de aanvullende | - 0,89 pct. waarvan 0,59 pct. bestemd is voor de aanvullende |
pensioenkas voor de ondernemingen met minder dan tien werknemers; | pensioenkas voor de ondernemingen met minder dan tien werknemers; |
- 1,19 pct. waarvan 0,59 pct. bestemd is voor de aanvullende | - 1,19 pct. waarvan 0,59 pct. bestemd is voor de aanvullende |
pensioenkas voor de ondernemingen met tien en meer werknemers. | pensioenkas voor de ondernemingen met tien en meer werknemers. |
HOOFDSTUK XII. - Niet-opgenomen sectorale vakantiedagen | HOOFDSTUK XII. - Niet-opgenomen sectorale vakantiedagen |
Art. 21.De niet-opgenomen sectorale vakantiedagen worden als volgt |
Art. 21.De niet-opgenomen sectorale vakantiedagen worden als volgt |
behandeld bij uitdiensttreding : | behandeld bij uitdiensttreding : |
- Ontslag door de werkgever : uitbetaling van de niet-opgenomen dagen; | - Ontslag door de werkgever : uitbetaling van de niet-opgenomen dagen; |
- Ontslag door de werknemer : recht op opname van de sectorale dagen | - Ontslag door de werknemer : recht op opname van de sectorale dagen |
vóór het einde van de opzegtermijn. | vóór het einde van de opzegtermijn. |
Met "sectorale vakantiedagen" worden bedoeld : anciënniteitsdagen en | Met "sectorale vakantiedagen" worden bedoeld : anciënniteitsdagen en |
extralegaal verlof. | extralegaal verlof. |
HOOFDSTUK XIII. - Sociale vrede | HOOFDSTUK XIII. - Sociale vrede |
Art. 22.De partijen verbinden zich ertoe om gedurende de looptijd van |
Art. 22.De partijen verbinden zich ertoe om gedurende de looptijd van |
deze overeenkomst de sociale vrede in de ondernemingen te handhaven. | deze overeenkomst de sociale vrede in de ondernemingen te handhaven. |
HOOFDSTUK XIV. - Geldigheidsduur | HOOFDSTUK XIV. - Geldigheidsduur |
Art. 23.Dit akkoord treedt in werking op 1 januari 2021 en eindigt op |
Art. 23.Dit akkoord treedt in werking op 1 januari 2021 en eindigt op |
31 december 2022, met uitzondering van : | 31 december 2022, met uitzondering van : |
- artikel 6, a) dat in werking treedt op 1 januari 2021 en eindigt op | - artikel 6, a) dat in werking treedt op 1 januari 2021 en eindigt op |
30 juni 2023; | 30 juni 2023; |
- artikel 6, b), tweede punt en artikel 1 die in werking treden op 1 | - artikel 6, b), tweede punt en artikel 1 die in werking treden op 1 |
januari 2021 en eindigen op 31 december 2024; | januari 2021 en eindigen op 31 december 2024; |
- artikel 20 dat in werking treedt op 1 januari 2021 en eindigt op 31 | - artikel 20 dat in werking treedt op 1 januari 2021 en eindigt op 31 |
december 2023. | december 2023. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 13 oktober | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 13 oktober |
2022. | 2022. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
P.-Y. DERMAGNE | P.-Y. DERMAGNE |