← Terug naar "Koninklijk besluit tot regeling van de examens waarbij de kandidaten voor het ambt van hoofdgriffier, griffier, adjunct-griffier en van deskundige, administratief deskundige en assistent bij een griffie in de gelegenheid worden gesteld te bewijzen dat zij in staat zijn de bepalingen na te komen van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken "
Koninklijk besluit tot regeling van de examens waarbij de kandidaten voor het ambt van hoofdgriffier, griffier, adjunct-griffier en van deskundige, administratief deskundige en assistent bij een griffie in de gelegenheid worden gesteld te bewijzen dat zij in staat zijn de bepalingen na te komen van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken | Koninklijk besluit tot regeling van de examens waarbij de kandidaten voor het ambt van hoofdgriffier, griffier, adjunct-griffier en van deskundige, administratief deskundige en assistent bij een griffie in de gelegenheid worden gesteld te bewijzen dat zij in staat zijn de bepalingen na te komen van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken |
---|---|
SELOR - SELECTIEBUREAU VAN DE FEDERALE OVERHEID | SELOR - SELECTIEBUREAU VAN DE FEDERALE OVERHEID |
13 MAART 2007. - Koninklijk besluit tot regeling van de examens | 13 MAART 2007. - Koninklijk besluit tot regeling van de examens |
waarbij de kandidaten voor het ambt van hoofdgriffier, griffier, | waarbij de kandidaten voor het ambt van hoofdgriffier, griffier, |
adjunct-griffier en van deskundige, administratief deskundige en | adjunct-griffier en van deskundige, administratief deskundige en |
assistent bij een griffie in de gelegenheid worden gesteld te bewijzen | assistent bij een griffie in de gelegenheid worden gesteld te bewijzen |
dat zij in staat zijn de bepalingen na te komen van de wet op het | dat zij in staat zijn de bepalingen na te komen van de wet op het |
gebruik der talen in gerechtszaken | gebruik der talen in gerechtszaken |
Taalexamens georganiseerd overeenkomstig de artikelen 4, 5 en 6 van | Taalexamens georganiseerd overeenkomstig de artikelen 4, 5 en 6 van |
het hierboven vermelde koninklijk besluit van 13 maart 2007 | het hierboven vermelde koninklijk besluit van 13 maart 2007 |
Voor zover de nadere regels eigen aan de aard van de taalexamens niet | Voor zover de nadere regels eigen aan de aard van de taalexamens niet |
bepaald zijn door de wet of het voornoemd koninklijk besluit, heeft de | bepaald zijn door de wet of het voornoemd koninklijk besluit, heeft de |
Afgevaardigd bestuurder van SELOR besloten dat : | Afgevaardigd bestuurder van SELOR besloten dat : |
1. § 1. Voor het artikel 4 van bovenvermeld koninklijk besluit, slaagt | 1. § 1. Voor het artikel 4 van bovenvermeld koninklijk besluit, slaagt |
de kandidaat enkel voor de proef over de schriftelijke kennis indien | de kandidaat enkel voor de proef over de schriftelijke kennis indien |
hij geschikt wordt bevonden voor de twee gedeeltes van de proef | hij geschikt wordt bevonden voor de twee gedeeltes van de proef |
(passieve en actieve kennis van de juridische woordenschat, enerzijds, | (passieve en actieve kennis van de juridische woordenschat, enerzijds, |
en samenvatting in de taal van het examen van een tekst geschreven in | en samenvatting in de taal van het examen van een tekst geschreven in |
de taal van de kandidaat, anderzijds). | de taal van de kandidaat, anderzijds). |
§ 2. Voor wat de passieve en actieve kennis van de juridische | § 2. Voor wat de passieve en actieve kennis van de juridische |
woordenschat betreft, zal geen enkel andere vertaling als juist worden | woordenschat betreft, zal geen enkel andere vertaling als juist worden |
beschouwd dan deze die in de syllabus opgenomen is. | beschouwd dan deze die in de syllabus opgenomen is. |
§ 3. Voor de oefeningen over de passieve kennis van de juridische | § 3. Voor de oefeningen over de passieve kennis van de juridische |
woordenschat zullen de vragen bestaan uit een reeks termen in de taal | woordenschat zullen de vragen bestaan uit een reeks termen in de taal |
van het examen. Deze termen worden in een context geplaatst die er de | van het examen. Deze termen worden in een context geplaatst die er de |
juiste betekenis van preciseert. De kandidaat dient de vertaling te | juiste betekenis van preciseert. De kandidaat dient de vertaling te |
geven in de taal van zijn/haar diploma. | geven in de taal van zijn/haar diploma. |
§ 4. Voor de oefeningen over de actieve kennis van de juridische | § 4. Voor de oefeningen over de actieve kennis van de juridische |
woordenschat zullen de vragen bestaan uit een reeks termen in de taal | woordenschat zullen de vragen bestaan uit een reeks termen in de taal |
van het diploma van de kandidaat. Deze termen worden in een context | van het diploma van de kandidaat. Deze termen worden in een context |
geplaatst die er de juiste betekenis van preciseert. De kandidaat | geplaatst die er de juiste betekenis van preciseert. De kandidaat |
dient de vertaling te geven in de taal van het examen. | dient de vertaling te geven in de taal van het examen. |
2. § 1. In het eerste gedeelte (passieve en actieve kennis van de | 2. § 1. In het eerste gedeelte (passieve en actieve kennis van de |
juridische woordenschat) van de proef over de schriftelijke kennis | juridische woordenschat) van de proef over de schriftelijke kennis |
georganiseerd overeenkomstig het artikel 4, § 1, van het hierboven | georganiseerd overeenkomstig het artikel 4, § 1, van het hierboven |
vermelde koninklijk besluit van 13 maart 2007, krijgen de kandidaten | vermelde koninklijk besluit van 13 maart 2007, krijgen de kandidaten |
twee reeksen woordenschatvragen : 70 voor de passieve kennis en 70 | twee reeksen woordenschatvragen : 70 voor de passieve kennis en 70 |
voor de actieve kennis. | voor de actieve kennis. |
§ 2. Om te slagen voor het eerste gedeelte (passieve en actieve kennis | § 2. Om te slagen voor het eerste gedeelte (passieve en actieve kennis |
van de juridische woordenschat) van de proef over de schriftelijke | van de juridische woordenschat) van de proef over de schriftelijke |
kennis georganiseerd overeenkomstig het artikel 4, § 1, van het | kennis georganiseerd overeenkomstig het artikel 4, § 1, van het |
hierboven vermelde koninklijk besluit van 13 maart 2007, dient de | hierboven vermelde koninklijk besluit van 13 maart 2007, dient de |
kandidaat juist te antwoorden op 100 vragen van een totaal van 140. | kandidaat juist te antwoorden op 100 vragen van een totaal van 140. |
§ 3. Indien het gedeelte over de passieve en actieve kennis van de | § 3. Indien het gedeelte over de passieve en actieve kennis van de |
juridische woordenschat computergestuurd verloopt, kan enkel aan het | juridische woordenschat computergestuurd verloopt, kan enkel aan het |
gedeelte over de samenvatting in de taal van het examen van een tekst | gedeelte over de samenvatting in de taal van het examen van een tekst |
geschreven in de taal van de kandidaat deelgenomen worden, indien de | geschreven in de taal van de kandidaat deelgenomen worden, indien de |
in de § 2 vermelde minima behaald zijn. | in de § 2 vermelde minima behaald zijn. |
§ 4. De schrijffouten die tijdens de proef over de actieve kennis van | § 4. De schrijffouten die tijdens de proef over de actieve kennis van |
de juridische woordenschat gemaakt worden, worden als volgt geteld : | de juridische woordenschat gemaakt worden, worden als volgt geteld : |
één karakterfout (met inbegrip van de foute accenten) per woord in een | één karakterfout (met inbegrip van de foute accenten) per woord in een |
gegeven antwoord wordt niet in rekening gebracht. Vanaf twee | gegeven antwoord wordt niet in rekening gebracht. Vanaf twee |
karakterfouten in eenzelfde woord wordt het antwoord als onjuist | karakterfouten in eenzelfde woord wordt het antwoord als onjuist |
beschouwd. | beschouwd. |
3. § 1. Indien de proef over de schriftelijke kennis georganiseerd | 3. § 1. Indien de proef over de schriftelijke kennis georganiseerd |
overeenkomstig het artikel 5, § 1, van het hierboven vermelde | overeenkomstig het artikel 5, § 1, van het hierboven vermelde |
Koninklijk besluit van 13 maart 2007 computergestuurd verloopt, is de | Koninklijk besluit van 13 maart 2007 computergestuurd verloopt, is de |
verdeling van het aantal vragen per taalkundige component als volgt : | verdeling van het aantal vragen per taalkundige component als volgt : |
30 vragen "lexicale elementen", 30 vragen "grammatica" en 30 vragen | 30 vragen "lexicale elementen", 30 vragen "grammatica" en 30 vragen |
"luistervaardigheid". | "luistervaardigheid". |
§ 2. Om te slagen voor de computergestuurde proef over de | § 2. Om te slagen voor de computergestuurde proef over de |
schriftelijke kennis georganiseerd overeenkomstig het artikel 5, § 1, | schriftelijke kennis georganiseerd overeenkomstig het artikel 5, § 1, |
van het hierboven vermelde koninklijk besluit van 13 maart 2007, dient | van het hierboven vermelde koninklijk besluit van 13 maart 2007, dient |
de kandidaat 5/10 der punten te behalen voor elke taalkundige | de kandidaat 5/10 der punten te behalen voor elke taalkundige |
component. | component. |
§ 3. De schrijffouten die tijdens de proef over de actieve kennis van | § 3. De schrijffouten die tijdens de proef over de actieve kennis van |
de juridische woordenschat gemaakt worden, worden als volgt geteld : | de juridische woordenschat gemaakt worden, worden als volgt geteld : |
één karakterfout (met inbegrip van de foute accenten) per woord in een | één karakterfout (met inbegrip van de foute accenten) per woord in een |
gegeven antwoord wordt niet in rekening gebracht. Vanaf twee | gegeven antwoord wordt niet in rekening gebracht. Vanaf twee |
karakterfouten in eenzelfde woord wordt het antwoord als onjuist | karakterfouten in eenzelfde woord wordt het antwoord als onjuist |
beschouwd. | beschouwd. |
4. § 1. Indien de proef over de schriftelijke kennis georganiseerd | 4. § 1. Indien de proef over de schriftelijke kennis georganiseerd |
overeenkomstig het artikel 6, § 1, van het hierboven vermelde | overeenkomstig het artikel 6, § 1, van het hierboven vermelde |
koninklijk besluit van 13 maart 2007 computergestuurd verloopt, is de | koninklijk besluit van 13 maart 2007 computergestuurd verloopt, is de |
verdeling van het aantal vragen per taalkundige component als volgt : | verdeling van het aantal vragen per taalkundige component als volgt : |
30 vragen "Luistervaardigheid" en 30 vragen "Leesvaardigheid". | 30 vragen "Luistervaardigheid" en 30 vragen "Leesvaardigheid". |
§ 2. Om te slagen voor de computergestuurde proef over de | § 2. Om te slagen voor de computergestuurde proef over de |
schriftelijke kennis georganiseerd overeenkomstig het artikel 6, § 1, | schriftelijke kennis georganiseerd overeenkomstig het artikel 6, § 1, |
van het hierboven vermelde koninklijk besluit van 13 maart 2007, dient | van het hierboven vermelde koninklijk besluit van 13 maart 2007, dient |
de kandidaat 5/10 der punten te behalen voor elke taalkundige | de kandidaat 5/10 der punten te behalen voor elke taalkundige |
component. | component. |
5. § 1. Er kan enkel aan de mondelinge proef voorzien in de artikelen | 5. § 1. Er kan enkel aan de mondelinge proef voorzien in de artikelen |
4, § 2, 5, § 2 en 6, § 2, van het koninklijk besluit van 13 maart 2007 | 4, § 2, 5, § 2 en 6, § 2, van het koninklijk besluit van 13 maart 2007 |
deelgenomen worden na slagen voor de taalproef over de schriftelijke | deelgenomen worden na slagen voor de taalproef over de schriftelijke |
kennis. | kennis. |
§ 2. Er wordt geen enkele gedeeltelijke of volledige vrijstelling per | § 2. Er wordt geen enkele gedeeltelijke of volledige vrijstelling per |
proef of per gedeelte van een proef toegekend. | proef of per gedeelte van een proef toegekend. |
6. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch | 6. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch |
Staatsblad wordt bekendgemaakt. | Staatsblad wordt bekendgemaakt. |
Brussel, 22 september 2008 | Brussel, 22 september 2008 |
M. VAN HEMELRIJCK, | M. VAN HEMELRIJCK, |
Afgevaardigd bestuurder | Afgevaardigd bestuurder |