Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 13/12/2020
← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 januari 2020, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de arbeidsduurvermindering "
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 januari 2020, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de arbeidsduurvermindering Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 januari 2020, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de arbeidsduurvermindering
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
13 DECEMBER 2020. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend 13 DECEMBER 2020. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 januari 2020, wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 januari 2020,
gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de
arbeidsduurvermindering (1) arbeidsduurvermindering (1)
FILIP, Koning der Belgen, FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel
28; 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf; Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf;
Op de voordracht van de Minister van Werk, Op de voordracht van de Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 9 januari 2020, overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 9 januari 2020,
gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de
arbeidsduurvermindering. arbeidsduurvermindering.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

dit besluit. dit besluit.
Gegeven te Brussel, 13 december 2020. Gegeven te Brussel, 13 december 2020.
FILIP FILIP
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
P.-Y.DERMAGNE P.-Y.DERMAGNE
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Bijlage Bijlage
Paritair Comité voor het bouwbedrijf Paritair Comité voor het bouwbedrijf
Collectieve arbeidsovereenkomst van 9 januari 2020 Collectieve arbeidsovereenkomst van 9 januari 2020
Arbeidsduurvermindering Arbeidsduurvermindering
(Overeenkomst geregistreerd op 3 maart 2020 onder het nummer (Overeenkomst geregistreerd op 3 maart 2020 onder het nummer
157426/CO/124) 157426/CO/124)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

de werkgevers van de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de werkgevers van de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor
het bouwbedrijf ressorteren en op de arbeiders die zij tewerkstellen. het bouwbedrijf ressorteren en op de arbeiders die zij tewerkstellen.
In deze collectieve arbeidsovereenkomst verstaat men onder : In deze collectieve arbeidsovereenkomst verstaat men onder :
- "arbeiders" : de arbeiders en arbeidsters; - "arbeiders" : de arbeiders en arbeidsters;
- "Constructiv" : het fonds voor bestaanszekerheid opgericht voor de - "Constructiv" : het fonds voor bestaanszekerheid opgericht voor de
sector van het bouwbedrijf (PC 124). sector van het bouwbedrijf (PC 124).
Deze collectieve arbeidsovereenkomst is eveneens van toepassing op de Deze collectieve arbeidsovereenkomst is eveneens van toepassing op de
uitzendkrachten tewerkgesteld bij een onderneming bedoeld in het 1ste uitzendkrachten tewerkgesteld bij een onderneming bedoeld in het 1ste
lid, en op het uitzendkantoor dat hen ter beschikking stelt. lid, en op het uitzendkantoor dat hen ter beschikking stelt.
HOOFDSTUK II. - Arbeidsduurvermindering HOOFDSTUK II. - Arbeidsduurvermindering

Art. 2.Onverminderd het aantal rustdagen vastgesteld in toepassing

Art. 2.Onverminderd het aantal rustdagen vastgesteld in toepassing

van artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 213 van 26 september 1983 van artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 213 van 26 september 1983
betreffende de arbeidsduur in de ondernemingen die onder het Paritair betreffende de arbeidsduur in de ondernemingen die onder het Paritair
Comité voor het bouwbedrijf ressorteren, hebben de bij artikel 1 Comité voor het bouwbedrijf ressorteren, hebben de bij artikel 1
bedoelde arbeiders recht op 6 rustdagen voor 2021 en op 6 rustdagen bedoelde arbeiders recht op 6 rustdagen voor 2021 en op 6 rustdagen
voor 2022. voor 2022.
Deze rustdagen moeten genomen worden op de volgende data : Deze rustdagen moeten genomen worden op de volgende data :
Voor 2021 : Voor 2021 :
- Vrijdag 12 november 2021; - Vrijdag 12 november 2021;
- Vrijdag 24 december 2021; - Vrijdag 24 december 2021;
- Dinsdag 28 december 2021; - Dinsdag 28 december 2021;
- Woensdag 29 december 2021; - Woensdag 29 december 2021;
- Donderdag 30 december 2021; - Donderdag 30 december 2021;
- Vrijdag 31 december 2021. - Vrijdag 31 december 2021.
Voor 2022 : Voor 2022 :
- Maandag 31 oktober 2022; - Maandag 31 oktober 2022;
- Woensdag 2 november 2022; - Woensdag 2 november 2022;
- Dinsdag 27 december 2022; - Dinsdag 27 december 2022;
- Woensdag 28 december 2022; - Woensdag 28 december 2022;
- Donderdag 29 december 2022; - Donderdag 29 december 2022;
- Vrijdag 30 december 2022. - Vrijdag 30 december 2022.

Art. 3.Het is verboden de bij artikel 1 bedoelde arbeiders gedurende

Art. 3.Het is verboden de bij artikel 1 bedoelde arbeiders gedurende

de bij artikel 2 bepaalde rustdagen tewerk te stellen. de bij artikel 2 bepaalde rustdagen tewerk te stellen.
In afwijking van dit verbod mogen de arbeiders gedurende deze In afwijking van dit verbod mogen de arbeiders gedurende deze
rustdagen worden tewerkgesteld : rustdagen worden tewerkgesteld :
1° wanneer de ondernemingen waarin ze tewerkgesteld zijn, gewoonlijk 1° wanneer de ondernemingen waarin ze tewerkgesteld zijn, gewoonlijk
een periode van intense activiteit kennen op het ogenblik van de een periode van intense activiteit kennen op het ogenblik van de
toekenning van de rustdagen; toekenning van de rustdagen;
2° wanneer zij belast zijn met de klantendienst bij handelaars in 2° wanneer zij belast zijn met de klantendienst bij handelaars in
bouwmaterialen, met uitzondering van het vervoer; bouwmaterialen, met uitzondering van het vervoer;
3° in de gevallen waar arbeid op zondag is toegestaan krachtens 3° in de gevallen waar arbeid op zondag is toegestaan krachtens
artikel 12 van de arbeidswet van 16 maart 1971. artikel 12 van de arbeidswet van 16 maart 1971.

Art. 4.De arbeiders die gedurende de bij artikel 2 bedoelde rustdagen

Art. 4.De arbeiders die gedurende de bij artikel 2 bedoelde rustdagen

worden tewerkgesteld, hebben recht op inhaalrust. Deze inhaalrustdagen worden tewerkgesteld, hebben recht op inhaalrust. Deze inhaalrustdagen
moeten worden toegekend : moeten worden toegekend :
1° binnen de 7 maanden die volgen op de dag waarop arbeid werd 1° binnen de 7 maanden die volgen op de dag waarop arbeid werd
verricht, in het geval de tewerkstelling is gebeurd in toepassing van verricht, in het geval de tewerkstelling is gebeurd in toepassing van
artikel 3, tweede lid, 1° ; artikel 3, tweede lid, 1° ;
2° binnen de 6 weken die volgen op de dag waarop arbeid werd verricht, 2° binnen de 6 weken die volgen op de dag waarop arbeid werd verricht,
in het geval de tewerkstelling is gebeurd in toepassing van artikel 3, in het geval de tewerkstelling is gebeurd in toepassing van artikel 3,
tweede lid, 2° en 3°. tweede lid, 2° en 3°.
Bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst moet de werkgever het Bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst moet de werkgever het
aantal niet-toegekende inhaalrustdagen vermelden op het bewijs van aantal niet-toegekende inhaalrustdagen vermelden op het bewijs van
volledige werkloosheid C4. volledige werkloosheid C4.

Art. 5.§ 1. De in artikel 2 bedoelde rustdagen schorsen de uitvoering

Art. 5.§ 1. De in artikel 2 bedoelde rustdagen schorsen de uitvoering

van de arbeidsovereenkomst en geven recht op een dagelijkse van de arbeidsovereenkomst en geven recht op een dagelijkse
forfaitaire vergoeding die gelijk is aan de werkloosheidsuitkering, forfaitaire vergoeding die gelijk is aan de werkloosheidsuitkering,
vermeerderd met de aanvullende werkloosheidsuitkering die door vermeerderd met de aanvullende werkloosheidsuitkering die door
Constructiv wordt toegekend. Constructiv wordt toegekend.
§ 2. Deze vergoeding valt ten laste van Constructiv en wordt betaald § 2. Deze vergoeding valt ten laste van Constructiv en wordt betaald
door de organisaties die deze collectieve arbeidsovereenkomst door de organisaties die deze collectieve arbeidsovereenkomst
ondertekenen en door de patronale dienst bedoeld bij artikel 12 van de ondertekenen en door de patronale dienst bedoeld bij artikel 12 van de
statuten van Constructiv, aan de arbeiders die op datum van de rustdag statuten van Constructiv, aan de arbeiders die op datum van de rustdag
door een arbeidsovereenkomst verbonden zijn met een bij artikel 1 door een arbeidsovereenkomst verbonden zijn met een bij artikel 1
bedoelde werkgever. bedoelde werkgever.
§ 3. In afwijking van § 2 heeft een arbeider recht op een vergoeding § 3. In afwijking van § 2 heeft een arbeider recht op een vergoeding
voor bepaalde rustdagen die zich situeren buiten de duurtijd van zijn voor bepaalde rustdagen die zich situeren buiten de duurtijd van zijn
arbeidsovereenkomst, op voorwaarde dat hij ontslagen is, behalve arbeidsovereenkomst, op voorwaarde dat hij ontslagen is, behalve
omwille van dringende reden, door een werkgever bedoeld bij artikel 1 omwille van dringende reden, door een werkgever bedoeld bij artikel 1
in de 60 dagen voorafgaand aan het begin van de hoofdperiode en dat in de 60 dagen voorafgaand aan het begin van de hoofdperiode en dat
hij nog volledig werkloos is bij het begin van de hoofdperiode. hij nog volledig werkloos is bij het begin van de hoofdperiode.
Het recht op een vergoeding in toepassing van het vorig lid geldt Het recht op een vergoeding in toepassing van het vorig lid geldt
vanaf de eerste rustdag van de hoofdperiode tot en met de laatste vanaf de eerste rustdag van de hoofdperiode tot en met de laatste
rustdag toegekend voor het kalenderjaar waarin de arbeidsovereenkomst rustdag toegekend voor het kalenderjaar waarin de arbeidsovereenkomst
een einde heeft genomen. een einde heeft genomen.
De hoofdperiode bedoeld in deze paragraaf neemt een aanvang in 2021 op De hoofdperiode bedoeld in deze paragraaf neemt een aanvang in 2021 op
24 december 2021 en in 2022 op 27 december 2022. 24 december 2021 en in 2022 op 27 december 2022.
§ 4. Deze vergoeding wordt pro rata temporis toegekend aan de § 4. Deze vergoeding wordt pro rata temporis toegekend aan de
arbeiders die verbonden zijn geweest voor een bepaalde tijd van arbeiders die verbonden zijn geweest voor een bepaalde tijd van
minstens 3 maanden en in volledige onvrijwillige werkloosheid zijn minstens 3 maanden en in volledige onvrijwillige werkloosheid zijn
tijdens de periode van de rustdagen. tijdens de periode van de rustdagen.
HOOFDSTUK III. - Bijzondere bepalingen HOOFDSTUK III. - Bijzondere bepalingen

Art. 6.De patronale dienst bedoeld bij artikel 12 van de statuten van

Art. 6.De patronale dienst bedoeld bij artikel 12 van de statuten van

Constructiv is belast met de administratieve, boekhoudkundige en Constructiv is belast met de administratieve, boekhoudkundige en
financiële organisatie van de verrichtingen welke voortvloeien uit de financiële organisatie van de verrichtingen welke voortvloeien uit de
toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst. toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

Art. 7.Overeenkomstig artikel 12 van de wet van 24 juli 1987

Art. 7.Overeenkomstig artikel 12 van de wet van 24 juli 1987

betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter
beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, is de beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, is de
bijdrage aan Constructiv, vastgesteld in artikel 6 van het voormeld bijdrage aan Constructiv, vastgesteld in artikel 6 van het voormeld
koninklijk besluit nr. 213, eveneens verschuldigd door de koninklijk besluit nr. 213, eveneens verschuldigd door de
uitzendkantoren voor de arbeiders die zij ter beschikking stellen van uitzendkantoren voor de arbeiders die zij ter beschikking stellen van
bouwondernemingen. bouwondernemingen.

Art. 8.De opzeggingstermijn betekend door de werkgever wordt

Art. 8.De opzeggingstermijn betekend door de werkgever wordt

geschorst tijdens de rustdagen die krachtens deze collectieve geschorst tijdens de rustdagen die krachtens deze collectieve
arbeidsovereenkomst en het voormeld koninklijk besluit nr. 213 worden arbeidsovereenkomst en het voormeld koninklijk besluit nr. 213 worden
toegekend : toegekend :
- in de periode van 24 december 2021 tot en met 7 januari 2022; - in de periode van 24 december 2021 tot en met 7 januari 2022;
- in de periode van 27 december 2022 tot en met 30 december 2022. - in de periode van 27 december 2022 tot en met 30 december 2022.
HOOFDSTUK IV. - Strijd tegen de sociale fraude HOOFDSTUK IV. - Strijd tegen de sociale fraude

Art. 9.In afwijking van artikel 5 bepaalt dit hoofdstuk :

Art. 9.In afwijking van artikel 5 bepaalt dit hoofdstuk :

1° specifieke regels voor de berekening van de dagelijkse forfaitaire 1° specifieke regels voor de berekening van de dagelijkse forfaitaire
vergoeding voor de arbeiders die tijdens de referteperiode gedurende vergoeding voor de arbeiders die tijdens de referteperiode gedurende
tenminste 75 dagen tijdelijk werkloos werden gesteld bij gebrek aan tenminste 75 dagen tijdelijk werkloos werden gesteld bij gebrek aan
werk wegens economische oorzaken; werk wegens economische oorzaken;
2° de modaliteiten van terugvordering van een forfaitair bedrag bij de 2° de modaliteiten van terugvordering van een forfaitair bedrag bij de
werkgevers indien de arbeiders tijdens de referteperiode gedurende werkgevers indien de arbeiders tijdens de referteperiode gedurende
tenminste 50 dagen tijdelijk werkloos werden gesteld bij gebrek aan tenminste 50 dagen tijdelijk werkloos werden gesteld bij gebrek aan
werk wegens economische oorzaken. werk wegens economische oorzaken.
Afdeling 1. - Definities Afdeling 1. - Definities

Art. 10.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :

Art. 10.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :

1° "referteperiode" : voor de pro rata berekening van de vergoeding is 1° "referteperiode" : voor de pro rata berekening van de vergoeding is
de referteperiode, de periode van 4 kwartalen die voorafgaat aan het de referteperiode, de periode van 4 kwartalen die voorafgaat aan het
kwartaal waarin de hoofdperiode van de rustdagen een aanvang neemt. kwartaal waarin de hoofdperiode van de rustdagen een aanvang neemt.
Voor de terugvordering bij de werkgever is de referteperiode het Voor de terugvordering bij de werkgever is de referteperiode het
kalenderjaar waarvoor de rustdagen zijn toegekend; kalenderjaar waarvoor de rustdagen zijn toegekend;
2° "gepresteerde dagen" : alle dagen die aangegeven zijn via de 2° "gepresteerde dagen" : alle dagen die aangegeven zijn via de
DmfA-aangifte verminderd met de rustdagen (code 12), de vakantiedagen DmfA-aangifte verminderd met de rustdagen (code 12), de vakantiedagen
(codes 2 en 3) en de dagen economische werkloosheid (code 71); (codes 2 en 3) en de dagen economische werkloosheid (code 71);
3° "dagen economische werkloosheid" : de dagen die zijn aangegeven via 3° "dagen economische werkloosheid" : de dagen die zijn aangegeven via
de DmfA-aangifte onder de code 71; de DmfA-aangifte onder de code 71;
4° "baremiek dagbedrag" : het dagbedrag dat volgens de barema's van 4° "baremiek dagbedrag" : het dagbedrag dat volgens de barema's van
Constructiv wordt toegekend aan de arbeider die minder dan 75 dagen Constructiv wordt toegekend aan de arbeider die minder dan 75 dagen
economische werkloosheid kende in de referteperiode; economische werkloosheid kende in de referteperiode;
5° "pro rata dagbedrag" : het dagbedrag voor de rustdagen berekend 5° "pro rata dagbedrag" : het dagbedrag voor de rustdagen berekend
volgens de formule bepaald bij artikel 11. volgens de formule bepaald bij artikel 11.
Afdeling 2. - Berekeningsformule van de vergoeding voor de rustdagen Afdeling 2. - Berekeningsformule van de vergoeding voor de rustdagen

Art. 11.Als de arbeider tijdens de referteperiode minstens 75 dagen

Art. 11.Als de arbeider tijdens de referteperiode minstens 75 dagen

economisch werkloos werd gesteld, wordt het dagbedrag van de rustdagen economisch werkloos werd gesteld, wordt het dagbedrag van de rustdagen
pro rata berekend volgens de volgende formule : pro rata berekend volgens de volgende formule :
Baremiek dagbedrag x Gepresteerde dagen in referteperiode Baremiek dagbedrag x Gepresteerde dagen in referteperiode
229 229
Montant journalier barémique x Jours prestés dans période de référence Montant journalier barémique x Jours prestés dans période de référence
229 229
Het pro rata dagbedrag kan niet lager zijn dan het bedrag van de Het pro rata dagbedrag kan niet lager zijn dan het bedrag van de
werkloosheidsvergoeding die wordt toegekend aan een werknemer met werkloosheidsvergoeding die wordt toegekend aan een werknemer met
gezinslast - code 59, dat geldig is op 1 oktober van het jaar waarin gezinslast - code 59, dat geldig is op 1 oktober van het jaar waarin
de hoofdperiode van de rustdagen een aanvang neemt. Indien het de hoofdperiode van de rustdagen een aanvang neemt. Indien het
resultaat van de voormelde berekening kleiner is dan dit resultaat van de voormelde berekening kleiner is dan dit
minimumbedrag, wordt een pro rata dagbedrag toegekend gelijk aan dit minimumbedrag, wordt een pro rata dagbedrag toegekend gelijk aan dit
minimumbedrag. minimumbedrag.
Afdeling 3. - Terugvorderingsmodaliteiten van een forfaitair bedrag Afdeling 3. - Terugvorderingsmodaliteiten van een forfaitair bedrag
bij de werkgevers bij de werkgevers

Art. 12.Indien de arbeider tijdens de referteperiode ten minste 50

Art. 12.Indien de arbeider tijdens de referteperiode ten minste 50

dagen economische werkloosheid heeft gekend, vordert Constructiv bij dagen economische werkloosheid heeft gekend, vordert Constructiv bij
de werkgevers een forfaitair bedrag van 60 EUR terug voor elke rustdag de werkgevers een forfaitair bedrag van 60 EUR terug voor elke rustdag
waarvoor de arbeider die vergoeding heeft ontvangen bedoeld bij waarvoor de arbeider die vergoeding heeft ontvangen bedoeld bij
artikel 5 en artikel 9 van deze collectieve arbeidsovereenkomst. artikel 5 en artikel 9 van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

Art. 13.Indien de arbeider in de referteperiode bij slechts één

Art. 13.Indien de arbeider in de referteperiode bij slechts één

werkgever was tewerkgesteld, wordt bij deze werkgever het forfaitaire werkgever was tewerkgesteld, wordt bij deze werkgever het forfaitaire
bedrag van 60 EUR teruggevorderd voor elke vergoede rustdag. bedrag van 60 EUR teruggevorderd voor elke vergoede rustdag.

Art. 14.Indien de arbeider in de referteperiode bij meerdere

Art. 14.Indien de arbeider in de referteperiode bij meerdere

werkgevers was tewerkgesteld, wordt er enkel overgegaan tot werkgevers was tewerkgesteld, wordt er enkel overgegaan tot
terugvordering bij die werkgever(s) bij wie er een overmatig gebruik terugvordering bij die werkgever(s) bij wie er een overmatig gebruik
van economische werkloosheid in de referteperiode is geweest voor de van economische werkloosheid in de referteperiode is geweest voor de
betrokken arbeider. betrokken arbeider.
Er is een overmatig gebruik van economische werkloosheid in de zin van Er is een overmatig gebruik van economische werkloosheid in de zin van
het vorig lid wanneer het resultaat van de volgende formule groter of het vorig lid wanneer het resultaat van de volgende formule groter of
gelijk is aan 0,2185 : gelijk is aan 0,2185 :
Aantal dagen eco bij WG Aantal dagen eco bij WG
Aantal dagen DmfA bij WG - vakantiedagen - rustdagen Aantal dagen DmfA bij WG - vakantiedagen - rustdagen
Nombre de jours eco chez EMPL Nombre de jours eco chez EMPL
Nombre de jours DmfA EMPL - jours vacances - jours repos Nombre de jours DmfA EMPL - jours vacances - jours repos
Het terug te vorderen bedrag wordt als volgt berekend : Het terug te vorderen bedrag wordt als volgt berekend :
Aantal vergoede dagen 60 EUR x Aantal dagen eco bij WG Aantal vergoede dagen 60 EUR x Aantal dagen eco bij WG
Aantal dagen eco in referteperiode Aantal dagen eco in referteperiode
Nombre de jours indemnisés 60 EUR x Nombre de jours eco chez EMPL Nombre de jours indemnisés 60 EUR x Nombre de jours eco chez EMPL
Nombre de jours eco dans période de référence Nombre de jours eco dans période de référence
HOOFDSTUK V. - Geldigheidsduur HOOFDSTUK V. - Geldigheidsduur

Art. 15.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor een

Art. 15.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor een

bepaalde duur. Ze treedt in werking op 1 januari 2021 en verstrijkt op bepaalde duur. Ze treedt in werking op 1 januari 2021 en verstrijkt op
31 december 2022. 31 december 2022.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 13 december Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 13 december
2020. 2020.
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
P.-Y. DERMAGNE P.-Y. DERMAGNE
^