Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 12/10/2011
← Terug naar "Koninklijk besluit tot detachering of terbeschikkingstelling naar de FOD Binnenlandse Zaken van de personeelsleden in dienst bij de centra van het eenvormig oproepstelsel "
Koninklijk besluit tot detachering of terbeschikkingstelling naar de FOD Binnenlandse Zaken van de personeelsleden in dienst bij de centra van het eenvormig oproepstelsel Koninklijk besluit tot detachering of terbeschikkingstelling naar de FOD Binnenlandse Zaken van de personeelsleden in dienst bij de centra van het eenvormig oproepstelsel
FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN
12 OKTOBER 2011. - Koninklijk besluit tot detachering of 12 OKTOBER 2011. - Koninklijk besluit tot detachering of
terbeschikkingstelling naar de FOD Binnenlandse Zaken van de terbeschikkingstelling naar de FOD Binnenlandse Zaken van de
personeelsleden in dienst bij de centra van het eenvormig personeelsleden in dienst bij de centra van het eenvormig
oproepstelsel oproepstelsel
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de Grondwet, artikel 108; Gelet op de Grondwet, artikel 108;
Gelet op de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid, Gelet op de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid,
artikel 206, vervangen bij de wet van 28 april 2010, en artikel 224, artikel 206, vervangen bij de wet van 28 april 2010, en artikel 224,
tweede lid, vervangen bij de wet van 24 juli 2008; tweede lid, vervangen bij de wet van 24 juli 2008;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 23 Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 23
april 2010 en 30 maart 2011; april 2010 en 30 maart 2011;
Gelet op het akkoord van de Minister van Ambtenarenzaken, d.d. 5 april Gelet op het akkoord van de Minister van Ambtenarenzaken, d.d. 5 april
2011; 2011;
Gelet op de beslissing van de Staatssecretaris voor Begroting, d.d. 6 Gelet op de beslissing van de Staatssecretaris voor Begroting, d.d. 6
april 2011; april 2011;
Gelet op de beslissing van de Ministerraad van 8 april 2011 in het Gelet op de beslissing van de Ministerraad van 8 april 2011 in het
kader van de administratieve en budgettaire controle; kader van de administratieve en budgettaire controle;
Gelet op het protocol van onderhandelingen nr. 173/1 van het Gelet op het protocol van onderhandelingen nr. 173/1 van het
gemeenschappelijk comité voor alle overheidsdiensten, gesloten op 24 gemeenschappelijk comité voor alle overheidsdiensten, gesloten op 24
juni 2011; juni 2011;
Gelet op advies 50.013/2/V van de Raad van State, gegeven op 3 Gelet op advies 50.013/2/V van de Raad van State, gegeven op 3
augustus 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van augustus 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van
de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Op de voordracht van de Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze
Minister van Volksgezondheid en op het advies van Onze in Raad Minister van Volksgezondheid en op het advies van Onze in Raad
vergaderde Ministers, vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt met de term «

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt met de term «

gemeente » ook een « brandweerintercommunale » verstaan. gemeente » ook een « brandweerintercommunale » verstaan.

Art. 2.§ 1. De detachering van het statutair gemeentepersoneel,

Art. 2.§ 1. De detachering van het statutair gemeentepersoneel,

bedoeld in artikel 206, § 1, van de wet van 15 mei 2007 betreffende de bedoeld in artikel 206, § 1, van de wet van 15 mei 2007 betreffende de
civiele veiligheid, vangt aan op 1 november 2011. civiele veiligheid, vangt aan op 1 november 2011.
§ 2. De terbeschikkingstelling van het contractueel gemeentepersoneel, § 2. De terbeschikkingstelling van het contractueel gemeentepersoneel,
bedoeld in artikel 206, § 2, van diezelfde wet, vangt aan op 1 bedoeld in artikel 206, § 2, van diezelfde wet, vangt aan op 1
november 2011. november 2011.

Art. 3.§ 1. Om de duur van de periode van detachering of

Art. 3.§ 1. Om de duur van de periode van detachering of

terbeschikkingstelling, bedoeld in voornoemd artikel 206 §§ 1 en 2, terbeschikkingstelling, bedoeld in voornoemd artikel 206 §§ 1 en 2,
van voornoemde wet te berekenen, worden alle perioden waarin het van voornoemde wet te berekenen, worden alle perioden waarin het
personeelslid in dienstactiviteit is, in aanmerking genomen. Ten personeelslid in dienstactiviteit is, in aanmerking genomen. Ten
aanzien van contractuele personeelsleden worden de perioden van aanzien van contractuele personeelsleden worden de perioden van
uitvoering van de arbeidsovereenkomst in aanmerking genomen. uitvoering van de arbeidsovereenkomst in aanmerking genomen.
§ 2. Perioden van afwezigheid gedurende de periode van detachering of § 2. Perioden van afwezigheid gedurende de periode van detachering of
terbeschikkingstelling bedoeld in voornoemd artikel 206 § 1 en 2, van terbeschikkingstelling bedoeld in voornoemd artikel 206 § 1 en 2, van
voornoemde wet hebben een verlenging van deze termijn tot gevolg, voornoemde wet hebben een verlenging van deze termijn tot gevolg,
vanaf het ogenblik dat ze, in één of verschillende malen, dertig vanaf het ogenblik dat ze, in één of verschillende malen, dertig
werkdagen overschrijden, zelfs als het personeelslid in werkdagen overschrijden, zelfs als het personeelslid in
dienstactiviteit is. dienstactiviteit is.
Onder werkdag moet worden verstaan, de werkdag zoals gedefinieerd in Onder werkdag moet worden verstaan, de werkdag zoals gedefinieerd in
artikel 2, § 1, 2°, van het koninklijk besluit van 19 november 1998 artikel 2, § 1, 2°, van het koninklijk besluit van 19 november 1998
betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de
personeelsleden van de rijksbesturen. personeelsleden van de rijksbesturen.
Komen voor de berekening van de dertig werkdagen niet in aanmerking, Komen voor de berekening van de dertig werkdagen niet in aanmerking,
afwezigheden als gevolg van : afwezigheden als gevolg van :
1° het jaarlijks vakantieverlof; 1° het jaarlijks vakantieverlof;
2° feestdagen, met inbegrip van vervangende verlofdagen; 2° feestdagen, met inbegrip van vervangende verlofdagen;
3° omstandigheidsverlof, inclusief het uitzonderlijk verlof bedoeld in 3° omstandigheidsverlof, inclusief het uitzonderlijk verlof bedoeld in
artikel 20 van het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende artikel 20 van het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende
de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de
rijksbesturen; rijksbesturen;
4° syndicaal verlof; 4° syndicaal verlof;
5° het verlof voor de uitoefening van een functie binnen een 5° het verlof voor de uitoefening van een functie binnen een
secretariaat, een beleidscel, een cel algemene beleidscoördinatie of secretariaat, een beleidscel, een cel algemene beleidscoördinatie of
een cel algemeen beleid van een lid van de Federale Regering. een cel algemeen beleid van een lid van de Federale Regering.

Art. 4.De detachering of terbeschikkingstelling wordt bevestigd door

Art. 4.De detachering of terbeschikkingstelling wordt bevestigd door

een individueel besluit dat door het personeelslid ter kennisname een individueel besluit dat door het personeelslid ter kennisname
wordt ondertekend, wat de gedetacheerde statutaire personeelsleden wordt ondertekend, wat de gedetacheerde statutaire personeelsleden
betreft, en door de ondertekening van de in bijlage 1 bij dit besluit betreft, en door de ondertekening van de in bijlage 1 bij dit besluit
gevoegde overeenkomst, door het betrokken personeelslid, de Belgische gevoegde overeenkomst, door het betrokken personeelslid, de Belgische
Staat en de gemeente, wat de ter beschikking gestelde contractuele Staat en de gemeente, wat de ter beschikking gestelde contractuele
personeelsleden betreft. personeelsleden betreft.
De voorzitter van het directiecomité van de FOD Binnenlandse Zaken of De voorzitter van het directiecomité van de FOD Binnenlandse Zaken of
zijn gemachtigde is bevoegd verklaard dit besluit en deze overeenkomst zijn gemachtigde is bevoegd verklaard dit besluit en deze overeenkomst
te ondertekenen in naam van de Belgische Staat. te ondertekenen in naam van de Belgische Staat.
HOOFDSTUK II. - Terugbetaling HOOFDSTUK II. - Terugbetaling

Art. 5.Tijdens de periode van detachering of terbeschikkingstelling

Art. 5.Tijdens de periode van detachering of terbeschikkingstelling

zal de gemeente maandelijks de weddenkost, zoals bepaald in artikel zal de gemeente maandelijks de weddenkost, zoals bepaald in artikel
206, §§ 1 en 2, van voornoemde wet, terugvorderen van de FOD 206, §§ 1 en 2, van voornoemde wet, terugvorderen van de FOD
Binnenlandse Zaken. Binnenlandse Zaken.
Het verzoek tot terugbetaling gebeurt op basis van een Het verzoek tot terugbetaling gebeurt op basis van een
schuldvordering, vergezeld van een gedetailleerde staat van de per schuldvordering, vergezeld van een gedetailleerde staat van de per
betrokken personeelslid uitgevoerde betalingen. betrokken personeelslid uitgevoerde betalingen.
HOOFDSTUK III. - Rechten en plichten van de gedetacheerde of ter HOOFDSTUK III. - Rechten en plichten van de gedetacheerde of ter
beschikking gestelde personeelsleden beschikking gestelde personeelsleden

Art. 6.Het gedetacheerde of terbeschikkinggestelde personeelslid

Art. 6.Het gedetacheerde of terbeschikkinggestelde personeelslid

blijft onderworpen aan de administratieve en geldelijke bepalingen van blijft onderworpen aan de administratieve en geldelijke bepalingen van
de betrokken gemeente. de betrokken gemeente.
HOOFDSTUK IV. - Hiërarchie HOOFDSTUK IV. - Hiërarchie

Art. 7.Gedurende de periode van detachering of

Art. 7.Gedurende de periode van detachering of

terbeschikkingstelling, oefent het personeelslid zijn functie uit terbeschikkingstelling, oefent het personeelslid zijn functie uit
overeenkomstig de dienstorders van de algemene directie civiele overeenkomstig de dienstorders van de algemene directie civiele
veiligheid van de FOD Binnenlandse Zaken, en de instructies en orders veiligheid van de FOD Binnenlandse Zaken, en de instructies en orders
van zijn functionele chef. van zijn functionele chef.
De functionele chef geeft zijn orders overeenkomstig de richtlijnen De functionele chef geeft zijn orders overeenkomstig de richtlijnen
van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de
Voedselketen en Leefmilieu, inzake oproepen bestemd voor de dringende Voedselketen en Leefmilieu, inzake oproepen bestemd voor de dringende
geneeskundige hulpverlening en overeenkomstig de richtlijnen van de geneeskundige hulpverlening en overeenkomstig de richtlijnen van de
federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken voor de oproepen bestemd federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken voor de oproepen bestemd
voor de operationele diensten van de civiele veiligheid. voor de operationele diensten van de civiele veiligheid.

Art. 8.In elk centrum van het eenvormig oproepstelsel duiden de

Art. 8.In elk centrum van het eenvormig oproepstelsel duiden de

minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Volksgezondheid of minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Volksgezondheid of
hun afgevaardigden de functionele chef aan. hun afgevaardigden de functionele chef aan.
De functionele chef wordt voor de uitoefening van deze functie De functionele chef wordt voor de uitoefening van deze functie
gedetacheerd naar de FOD Binnenlandse Zaken, op basis van een gedetacheerd naar de FOD Binnenlandse Zaken, op basis van een
individueel besluit, dat hij voor kennisname ondertekent. individueel besluit, dat hij voor kennisname ondertekent.
Onverminderd de bepalingen van dit besluit, verzekert de functionele Onverminderd de bepalingen van dit besluit, verzekert de functionele
chef het administratief beheer van het betrokken personeel tijdens de chef het administratief beheer van het betrokken personeel tijdens de
periode van detachering en dit op een manier die de uitvoering van periode van detachering en dit op een manier die de uitvoering van
statutaire en geldelijke bepalingen van de gemeente moet toelaten. statutaire en geldelijke bepalingen van de gemeente moet toelaten.
De functionele chef levert aan de gemeente alle nuttige gegevens De functionele chef levert aan de gemeente alle nuttige gegevens
betreffende het dagelijks administratief beheer. betreffende het dagelijks administratief beheer.
HOOFDSTUK V. - Actualiseringsopleidingen HOOFDSTUK V. - Actualiseringsopleidingen

Art. 9.Behalve ingeval vrijstelling overeenkomstig de artikelen 10

Art. 9.Behalve ingeval vrijstelling overeenkomstig de artikelen 10

tot 13 wordt toegekend, is het personeelslid tijdens de periode van de tot 13 wordt toegekend, is het personeelslid tijdens de periode van de
detachering of terbeschikkingstelling gehouden om 54 uren opleiding te detachering of terbeschikkingstelling gehouden om 54 uren opleiding te
volgen in het kader van de uniformisering van de opleidingen van de volgen in het kader van de uniformisering van de opleidingen van de
aangestelden van de verschillende centra. Deze uren worden verdeeld in aangestelden van de verschillende centra. Deze uren worden verdeeld in
modules waarvan de inhoud wordt vastgelegd door de FOD Binnenlandse modules waarvan de inhoud wordt vastgelegd door de FOD Binnenlandse
Zaken en de FOD Volksgezondheid, conform bijlage 2 van dit besluit. Zaken en de FOD Volksgezondheid, conform bijlage 2 van dit besluit.
De kosten van deze opleidingen zijn ten laste van de FOD Binnenlandse De kosten van deze opleidingen zijn ten laste van de FOD Binnenlandse
Zaken en de FOD Volksgezondheid. Zaken en de FOD Volksgezondheid.
Tijdens de opleidingen is het personeelslid in dienstactiviteit of Tijdens de opleidingen is het personeelslid in dienstactiviteit of
voert hij zijn arbeidsovereenkomst uit. voert hij zijn arbeidsovereenkomst uit.

Art. 10.Er wordt een Commissie voor vrijstelling van de opleiding

Art. 10.Er wordt een Commissie voor vrijstelling van de opleiding

voor de 100 aangestelden opgericht bij de Minister tot wiens voor de 100 aangestelden opgericht bij de Minister tot wiens
bevoegdheid de Volksgezondheid behoort. De Commissie voor vrijstelling bevoegdheid de Volksgezondheid behoort. De Commissie voor vrijstelling
heeft haar zetel in de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de heeft haar zetel in de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de
Voedselketen en Leefmilieu. Voedselketen en Leefmilieu.
De Commissie vergadert zoveel keer als nodig is voor de behandeling De Commissie vergadert zoveel keer als nodig is voor de behandeling
van de dossiers van de dossiers
Ze wordt als volgt samengesteld : Ze wordt als volgt samengesteld :
1° de directeur-generaal van de Civiele Veiligheid van de FOD 1° de directeur-generaal van de Civiele Veiligheid van de FOD
Binnenlandse Zaken of zijn afgevaardigde en de directeur-generaal Binnenlandse Zaken of zijn afgevaardigde en de directeur-generaal
Basisgezondheidszorg en Crisisbeheer van de FOD Volksgezondheid, Basisgezondheidszorg en Crisisbeheer van de FOD Volksgezondheid,
Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu of zijn afgevaardigde die Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu of zijn afgevaardigde die
de Commissie samen voorzitten; de Commissie samen voorzitten;
2° 4 leden die aangeduid worden door de Minister van Binnenlandse 2° 4 leden die aangeduid worden door de Minister van Binnenlandse
Zaken onder de verantwoordelijken van de 100-centra en de Zaken onder de verantwoordelijken van de 100-centra en de
verantwoordelijken van de provinciale opleidingscentra voor de verantwoordelijken van de provinciale opleidingscentra voor de
brandweer; brandweer;
3° 4 leden die aangeduid worden door de Minister van Volksgezondheid 3° 4 leden die aangeduid worden door de Minister van Volksgezondheid
onder de verpleegkundigen-regulatoren en de gezondheidsinspecteurs. onder de verpleegkundigen-regulatoren en de gezondheidsinspecteurs.

Art. 11.De Commissie voor vrijstelling spreekt zich uit over de

Art. 11.De Commissie voor vrijstelling spreekt zich uit over de

aanvragen tot vrijstelling voor opleidingen die ingediend worden door aanvragen tot vrijstelling voor opleidingen die ingediend worden door
de personeelsleden. de personeelsleden.
De Commissie beslist bij meerderheid van stemmen. De Commissie beslist bij meerderheid van stemmen.

Art. 12.Binnen de 15 kalenderdagen na het begin van de detachering of

Art. 12.Binnen de 15 kalenderdagen na het begin van de detachering of

terbeschikkingstelling dient elk personeelslid bij zijn functionele terbeschikkingstelling dient elk personeelslid bij zijn functionele
chef een schriftelijke aanvraag tot vrijstelling in voor de modules chef een schriftelijke aanvraag tot vrijstelling in voor de modules
bedoeld in bijlage 2 door de reeds gevolgde opleidingen, zijn ervaring bedoeld in bijlage 2 door de reeds gevolgde opleidingen, zijn ervaring
of zijn competenties, te bewijzen. of zijn competenties, te bewijzen.
Binnen de 15 kalenderdagen van de in het eerste lid bedoelde datum, Binnen de 15 kalenderdagen van de in het eerste lid bedoelde datum,
bezorgt de functionele chef de aanvraag tot vrijstelling met de voor bezorgt de functionele chef de aanvraag tot vrijstelling met de voor
de behandeling van de aanvraag benodigde gemotiveerde adviezen aan de de behandeling van de aanvraag benodigde gemotiveerde adviezen aan de
Commissie voor vrijstelling. Commissie voor vrijstelling.
Hij vraagt het advies van de verpleegkundige-regulator die toegewezen Hij vraagt het advies van de verpleegkundige-regulator die toegewezen
is aan het betrokken 100-centrum wanneer de aanvragen tot vrijstelling is aan het betrokken 100-centrum wanneer de aanvragen tot vrijstelling
betrekking hebben op de opleidingsmodules inzake de dringende medische betrekking hebben op de opleidingsmodules inzake de dringende medische
hulp. hulp.
De Commissie voor vrijstelling deelt, binnen de maand volgend op de De Commissie voor vrijstelling deelt, binnen de maand volgend op de
ontvangst van de aanvraag, een beslissing over de aanvragen tot ontvangst van de aanvraag, een beslissing over de aanvragen tot
vrijstelling bij aangetekend schrijven of per gecertificeerde e-mail vrijstelling bij aangetekend schrijven of per gecertificeerde e-mail
mee aan het personeelslid. mee aan het personeelslid.

Art. 13.Binnen de 15 dagen volgend op de bekendmaking van de

Art. 13.Binnen de 15 dagen volgend op de bekendmaking van de

beslissing van de Commissie voor vrijstelling, kan het personeelslid beslissing van de Commissie voor vrijstelling, kan het personeelslid
een beroep indienen bij : een beroep indienen bij :
- de Minister van Binnenlandse Zaken voor de beslissingen die - de Minister van Binnenlandse Zaken voor de beslissingen die
betrekking hebben op de opleidingsmodules inzake de Civiele betrekking hebben op de opleidingsmodules inzake de Civiele
Veiligheid; Veiligheid;
- de Minister van Volksgezondheid voor de beslissingen die betrekking - de Minister van Volksgezondheid voor de beslissingen die betrekking
hebben op de opleidingsmodules inzake de dringende medische hulp. hebben op de opleidingsmodules inzake de dringende medische hulp.
De Minister deelt zijn beslissing mee binnen de 30 dagen vanaf de De Minister deelt zijn beslissing mee binnen de 30 dagen vanaf de
datum van de ontvangst van het beroep. datum van de ontvangst van het beroep.

Art. 14.De deelname aan de opleiding wordt in aanmerking genomen bij

Art. 14.De deelname aan de opleiding wordt in aanmerking genomen bij

de evaluatie bedoeld in artikel 15. de evaluatie bedoeld in artikel 15.
HOOFDSTUK VI. - Begeleiding en evaluatie HOOFDSTUK VI. - Begeleiding en evaluatie

Art. 15.De personeelsleden worden vanaf de start van de termijn van

Art. 15.De personeelsleden worden vanaf de start van de termijn van

detachering of terbeschikkingstelling, en gedurende de ganse duur detachering of terbeschikkingstelling, en gedurende de ganse duur
ervan, begeleid en gevolgd door hun functionele chef en de medisch ervan, begeleid en gevolgd door hun functionele chef en de medisch
adjunct-directeur. Deze begeleiding en opvolging veronderstelt een adjunct-directeur. Deze begeleiding en opvolging veronderstelt een
driemaandelijkse evaluatie door middel van een verslag van hun driemaandelijkse evaluatie door middel van een verslag van hun
functionele chef, na advies van de medisch adjunct-directeur. functionele chef, na advies van de medisch adjunct-directeur.
Het model van het verslag wordt bepaald in bijlage 3 van dit besluit. Het model van het verslag wordt bepaald in bijlage 3 van dit besluit.
Ieder verslag wordt ter kennis gebracht van het personeelslid, dat er Ieder verslag wordt ter kennis gebracht van het personeelslid, dat er
eventueel zijn opmerkingen aan toevoegt. Dit rapport wordt vervolgens eventueel zijn opmerkingen aan toevoegt. Dit rapport wordt vervolgens
in het persoonlijk dossier van het personeelslid opgenomen. in het persoonlijk dossier van het personeelslid opgenomen.
Elk verslag moet, ingevuld en ondertekend door beide partijen, binnen Elk verslag moet, ingevuld en ondertekend door beide partijen, binnen
de 14 dagen na de periode waarop het verslag betrekking heeft, worden de 14 dagen na de periode waarop het verslag betrekking heeft, worden
verstuurd naar de stafdienst P & O van de FOD Binnenlandse Zaken. verstuurd naar de stafdienst P & O van de FOD Binnenlandse Zaken.

Art. 16.Elk verslag wordt, voor de betrokken periode, afgesloten met

Art. 16.Elk verslag wordt, voor de betrokken periode, afgesloten met

: :
1° een globale beoordeling van het functioneren van het personeelslid; 1° een globale beoordeling van het functioneren van het personeelslid;
2° een verantwoording van de globale beoordeling; 2° een verantwoording van de globale beoordeling;
3° conclusies. 3° conclusies.

Art. 17.§ 1. Wanneer het verslag meermaals de conclusie « kan beter »

Art. 17.§ 1. Wanneer het verslag meermaals de conclusie « kan beter »

of « negatief » bevat, wordt het dossier voorgelegd aan een of « negatief » bevat, wordt het dossier voorgelegd aan een
beoordelingscommissie. Deze commissie wordt opgericht bij de FOD beoordelingscommissie. Deze commissie wordt opgericht bij de FOD
Binnenlandse Zaken en is paritair samengesteld uit 3 Binnenlandse Zaken en is paritair samengesteld uit 3
vertegenwoordigers van de overheid, waaronder een voorzitter, en 3 vertegenwoordigers van de overheid, waaronder een voorzitter, en 3
leden van de vakbondsorganisaties. leden van de vakbondsorganisaties.
De Minister van Binnenlandse Zaken duidt de effectieve en De Minister van Binnenlandse Zaken duidt de effectieve en
plaatsvervangende leden van de commissie aan, en dit als volgt : plaatsvervangende leden van de commissie aan, en dit als volgt :
- twee vertegenwoordigers van de overheid, waaronder een voorzitter, - twee vertegenwoordigers van de overheid, waaronder een voorzitter,
onder het personeel van de FOD Binnenlandse Zaken, onder het personeel van de FOD Binnenlandse Zaken,
- een vertegenwoordiger op voordracht van de Minister van - een vertegenwoordiger op voordracht van de Minister van
Volksgezondheid, Volksgezondheid,
- de vertegenwoordigers van de vakorganisaties, op hun voordracht. - de vertegenwoordigers van de vakorganisaties, op hun voordracht.
De beoordelingscommissie stelt een reglement van inwendige orde op. De beoordelingscommissie stelt een reglement van inwendige orde op.
§ 2. De beoordelingscommissie komt samen op verzoek van de directeur § 2. De beoordelingscommissie komt samen op verzoek van de directeur
van de stafdienst P & O van de FOD Binnenlandse Zaken. Tijdens deze van de stafdienst P & O van de FOD Binnenlandse Zaken. Tijdens deze
vergadering wordt de functionele chef ambtshalve gehoord. Op zijn vergadering wordt de functionele chef ambtshalve gehoord. Op zijn
uitdrukkelijk verzoek wordt het betrokken gedetacheerde personeelslid uitdrukkelijk verzoek wordt het betrokken gedetacheerde personeelslid
gehoord. gehoord.
§ 3. Nadat de beoordelingscommissie alle nodige informatie heeft § 3. Nadat de beoordelingscommissie alle nodige informatie heeft
ingewonnen en naargelang het geval beslist zij : ingewonnen en naargelang het geval beslist zij :
1° of de periode van detachering of terbeschikkingstelling kan worden 1° of de periode van detachering of terbeschikkingstelling kan worden
voortgezet; voortgezet;
2° of, indien nodig, de periode van detachering of 2° of, indien nodig, de periode van detachering of
terbeschikkingstelling moet worden verlengd; terbeschikkingstelling moet worden verlengd;
3° te adviseren dat het personeelslid overgeplaatst wordt naar het 3° te adviseren dat het personeelslid overgeplaatst wordt naar het
kader van de FOD Binnenlandse Zaken, aan de Minister van Binnenlandse kader van de FOD Binnenlandse Zaken, aan de Minister van Binnenlandse
Zaken, die beslist; Zaken, die beslist;
4° te adviseren dat de periode van detachering of 4° te adviseren dat de periode van detachering of
terbeschikkingstelling wordt beëindigd aan de Minister van terbeschikkingstelling wordt beëindigd aan de Minister van
Binnenlandse Zaken, die beslist. Binnenlandse Zaken, die beslist.
§ 4. De beslissingen bedoeld in § 3, worden genomen bij meerderheid § 4. De beslissingen bedoeld in § 3, worden genomen bij meerderheid
van stemmen van de aanwezige leden. Bij staking van stemmen is de stem van stemmen van de aanwezige leden. Bij staking van stemmen is de stem
van de voorzitter doorslaggevend. De beslissingen bedoeld in § 3, 2° van de voorzitter doorslaggevend. De beslissingen bedoeld in § 3, 2°
en 4°, worden met redenen omkleed. en 4°, worden met redenen omkleed.
§ 5. De beoordelingscommissie nodigt het betrokken gedetacheerde of § 5. De beoordelingscommissie nodigt het betrokken gedetacheerde of
ter beschikking gestelde personeelslid uit om gehoord te worden, ter beschikking gestelde personeelslid uit om gehoord te worden,
alvorens een beslissing te nemen bedoeld in § 3, 2° en 4°. alvorens een beslissing te nemen bedoeld in § 3, 2° en 4°.
§ 6. Het gedetacheerde of ter beschikking gestelde personeelslid § 6. Het gedetacheerde of ter beschikking gestelde personeelslid
verschijnt in eigen persoon; hij kan zich laten bijstaan door de verschijnt in eigen persoon; hij kan zich laten bijstaan door de
persoon van zijn keuze. De verdediger mag hoe dan ook geen deel persoon van zijn keuze. De verdediger mag hoe dan ook geen deel
uitmaken van de beoordelingscommissie. uitmaken van de beoordelingscommissie.
Indien, alhoewel regelmatig opgeroepen, het gedetacheerde of ter Indien, alhoewel regelmatig opgeroepen, het gedetacheerde of ter
beschikking gestelde personeelslid of zijn verdediger, zonder geldig beschikking gestelde personeelslid of zijn verdediger, zonder geldig
excuus, niet verschijnt, beslist of adviseert de excuus, niet verschijnt, beslist of adviseert de
beoordelingscommissie, overeenkomstig § 3. beoordelingscommissie, overeenkomstig § 3.
De beoordelingscommissie beslist of adviseert overeenkomstig § 3 op De beoordelingscommissie beslist of adviseert overeenkomstig § 3 op
grond van het verslag van de functionele chef, zelfs indien het grond van het verslag van de functionele chef, zelfs indien het
gedetacheerde of ter beschikking gestelde personeelslid een geldig gedetacheerde of ter beschikking gestelde personeelslid een geldig
excuus kan inroepen, zodra de zaak het voorwerp van de tweede zitting excuus kan inroepen, zodra de zaak het voorwerp van de tweede zitting
uitmaakt. uitmaakt.
HOOFDSTUK VII. - Tucht HOOFDSTUK VII. - Tucht

Art. 18.In voorkomend geval kan de functionele chef van het betrokken

Art. 18.In voorkomend geval kan de functionele chef van het betrokken

personeel een verslag naar de gemeente sturen met betrekking tot personeel een verslag naar de gemeente sturen met betrekking tot
feiten gepleegd tijdens de detachering of terbeschikkingstelling, die feiten gepleegd tijdens de detachering of terbeschikkingstelling, die
eventueel aanleiding kunnen geven tot een tuchtprocedure. eventueel aanleiding kunnen geven tot een tuchtprocedure.
HOOFDSTUK VIII. - Einde van de detachering of terbeschikkingstelling HOOFDSTUK VIII. - Einde van de detachering of terbeschikkingstelling

Art. 19.De detachering of terbeschikkingstelling eindigt van

Art. 19.De detachering of terbeschikkingstelling eindigt van

rechtswege : rechtswege :
1° bij het verstrijken van de periode bedoeld in artikel 2, onder 1° bij het verstrijken van de periode bedoeld in artikel 2, onder
voorbehoud van de toepassing van artikel 17, § 3, 2° ; voorbehoud van de toepassing van artikel 17, § 3, 2° ;
2° op elk moment, mits een vooropzeg van drie maanden, op verzoek van 2° op elk moment, mits een vooropzeg van drie maanden, op verzoek van
het gedetacheerde of ter beschikking gestelde personeelslid, tenzij het gedetacheerde of ter beschikking gestelde personeelslid, tenzij
met instemming van de betrokken partijen een kortere termijn wordt met instemming van de betrokken partijen een kortere termijn wordt
aanvaard. De opzegging moet verstuurd worden met een bij de post aanvaard. De opzegging moet verstuurd worden met een bij de post
aangetekende zending, gericht aan alle betrokken partijen; aangetekende zending, gericht aan alle betrokken partijen;
3° na de beslissing bedoeld in artikel 17, § 3, 4° ; 3° na de beslissing bedoeld in artikel 17, § 3, 4° ;
4° bij het definitief verlies van de hoedanigheid van 4° bij het definitief verlies van de hoedanigheid van
gemeentepersoneelslid. gemeentepersoneelslid.

Art. 20.§ 1. Er kan door de Minister van Binnenlandse Zaken een einde

Art. 20.§ 1. Er kan door de Minister van Binnenlandse Zaken een einde

gesteld worden aan de periode van detachering of gesteld worden aan de periode van detachering of
terbeschikkingstelling, indien zwaarwichtige tekortkomingen worden terbeschikkingstelling, indien zwaarwichtige tekortkomingen worden
vastgesteld in hoofde van het gedetacheerde of terbeschikkinggestelde vastgesteld in hoofde van het gedetacheerde of terbeschikkinggestelde
personeelslid. personeelslid.
De beoordelingscommissie, bedoeld in artikel 17, adviseert op basis De beoordelingscommissie, bedoeld in artikel 17, adviseert op basis
van een verslag van de functionele chef, en na verhoor van het van een verslag van de functionele chef, en na verhoor van het
gedetacheerde of ter beschikking gestelde personeelslid, de gedetacheerde of ter beschikking gestelde personeelslid, de
detachering of terbeschikkingstelling wegens zwaarwichtige detachering of terbeschikkingstelling wegens zwaarwichtige
tekortkomingen te beëindigen. tekortkomingen te beëindigen.
Zij handelt overeenkomstig artikel 17. Zij handelt overeenkomstig artikel 17.
§ 2. Indien in hoofde van het gedetacheerde of ter beschikking § 2. Indien in hoofde van het gedetacheerde of ter beschikking
gestelde personeelslid zwaarwichtige tekortkomingen werden gestelde personeelslid zwaarwichtige tekortkomingen werden
vastgesteld, en het dringend belang van de dienst dit rechtvaardigt is vastgesteld, en het dringend belang van de dienst dit rechtvaardigt is
de voorzitter van het directiecomité van de FOD Binnenlandse Zaken de voorzitter van het directiecomité van de FOD Binnenlandse Zaken
gemachtigd om de detachering of terbeschikkingstelling in het belang gemachtigd om de detachering of terbeschikkingstelling in het belang
van de dienst te schorsen. van de dienst te schorsen.
De schorsing wordt uitgesproken door de voorzitter van het De schorsing wordt uitgesproken door de voorzitter van het
directiecomité van de FOD Binnenlandse Zaken. Het betrokken directiecomité van de FOD Binnenlandse Zaken. Het betrokken
personeelslid wordt vooraf gehoord door de voorzitter van de FOD personeelslid wordt vooraf gehoord door de voorzitter van de FOD
Binnenlandse Zaken, of zijn gemachtigde, over de feiten die hem ten Binnenlandse Zaken, of zijn gemachtigde, over de feiten die hem ten
laste worden gelegd en mag zich laten bijstaan door een persoon naar laste worden gelegd en mag zich laten bijstaan door een persoon naar
eigen keuze. eigen keuze.
Het gedetacheerde of ter beschikking gestelde personeelslid kan beroep Het gedetacheerde of ter beschikking gestelde personeelslid kan beroep
instellen bij de beoordelingscommissie van de FOD Binnenlandse Zaken. instellen bij de beoordelingscommissie van de FOD Binnenlandse Zaken.
De beoordelingscommissie adviseert de Minister van Binnenlandse Zaken, De beoordelingscommissie adviseert de Minister van Binnenlandse Zaken,
die beslist. die beslist.
Het gedetacheerde of ter beschikking gestelde personeelslid kan ook, Het gedetacheerde of ter beschikking gestelde personeelslid kan ook,
op voorwaarde dat hij zich op nieuwe feiten beroept, beroep instellen op voorwaarde dat hij zich op nieuwe feiten beroept, beroep instellen
telkens als een termijn van drie maanden verstreken is sedert de dag telkens als een termijn van drie maanden verstreken is sedert de dag
waarop een beslissing tot handhaving van de schorsing is genomen. waarop een beslissing tot handhaving van de schorsing is genomen.
Het gedetacheerde of ter beschikking gestelde personeelslid wordt Het gedetacheerde of ter beschikking gestelde personeelslid wordt
verzocht de voorstellen en beslissingen tot schorsing in het belang verzocht de voorstellen en beslissingen tot schorsing in het belang
van de dienst te viseren. Weigert het gedetacheerde of ter beschikking van de dienst te viseren. Weigert het gedetacheerde of ter beschikking
gestelde personeelslid dit te doen, dan wordt daarvan proces-verbaal gestelde personeelslid dit te doen, dan wordt daarvan proces-verbaal
opgemaakt door de voorzitter van het directiecomité of zijn opgemaakt door de voorzitter van het directiecomité of zijn
gemachtigde of door de functionele chef. Is het gedetacheerde of ter gemachtigde of door de functionele chef. Is het gedetacheerde of ter
beschikking gestelde personeelslid reeds niet meer in de dienst, dan beschikking gestelde personeelslid reeds niet meer in de dienst, dan
wordt hem bij een ter post aangetekende brief kennis gegeven van de wordt hem bij een ter post aangetekende brief kennis gegeven van de
voorstellen en beslissingen. voorstellen en beslissingen.
HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen

Art. 21.De FOD Binnenlandse Zaken en de gemeenten wisselen tijdens de

Art. 21.De FOD Binnenlandse Zaken en de gemeenten wisselen tijdens de

periode van detachering of terbeschikkingstelling alle nuttige periode van detachering of terbeschikkingstelling alle nuttige
gegevens uit. gegevens uit.

Art. 22.De dag waarop dit besluit in het Belgisch Staatsblad wordt

Art. 22.De dag waarop dit besluit in het Belgisch Staatsblad wordt

bekendgemaakt, treden in werking : bekendgemaakt, treden in werking :
1° artikel 206 van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele 1° artikel 206 van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele
veiligheid; veiligheid;
2° dit besluit. 2° dit besluit.

Art. 23.Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van

Art. 23.Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van

Volksgezondheid zijn, ieder wat haar betreft, belast met de uitvoering Volksgezondheid zijn, ieder wat haar betreft, belast met de uitvoering
van dit besluit. van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 12 oktober 2011. Gegeven te Brussel, 12 oktober 2011.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken, De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. A. TURTELBOOM Mevr. A. TURTELBOOM
De Minister van Volksgezondheid, De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX Mevr. L. ONKELINX
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 12 oktober Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 12 oktober
2011 houdende detachering of terbeschikkingstelling van 2011 houdende detachering of terbeschikkingstelling van
personeelsleden die in dienst zijn in de centra van het eenvormig personeelsleden die in dienst zijn in de centra van het eenvormig
oproepstelsel naar de FOD Binnenlandse Zaken. oproepstelsel naar de FOD Binnenlandse Zaken.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken, De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. TURTELBOOM A. TURTELBOOM
De Minister van Volksgezondheid, De Minister van Volksgezondheid,
L. ONKELINX L. ONKELINX
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 12 oktober Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 12 oktober
2011 houdende detachering of terbeschikkingstelling van 2011 houdende detachering of terbeschikkingstelling van
personeelsleden die in dienst zijn in de centra van het eenvormig personeelsleden die in dienst zijn in de centra van het eenvormig
oproepstelsel naar de FOD Binnenlandse Zaken. oproepstelsel naar de FOD Binnenlandse Zaken.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken, De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mme A. TURTELBOOM Mme A. TURTELBOOM
De Minister van Volksgezondheid, De Minister van Volksgezondheid,
Mme L. ONKELINX Mme L. ONKELINX
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 12 oktober Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 12 oktober
2011 houdende detachering of terbeschikkingstelling van 2011 houdende detachering of terbeschikkingstelling van
personeelsleden die in dienst zijn ind e centra van het eenvormig personeelsleden die in dienst zijn ind e centra van het eenvormig
oproepstelsel naar de FOD Binnenlandse Zaken. oproepstelsel naar de FOD Binnenlandse Zaken.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken, De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mme A. TURTELBOOM Mme A. TURTELBOOM
De Minister van Volksgezondheid, De Minister van Volksgezondheid,
Mme L. ONKELINX Mme L. ONKELINX
^