Koninklijk besluit tot bepaling van het directiebrevet dat vereist is voor de bevordering tot de graad van hoofdcommissaris van politie | Koninklijk besluit tot bepaling van het directiebrevet dat vereist is voor de bevordering tot de graad van hoofdcommissaris van politie |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST | FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST |
BINNENLANDSE ZAKEN | BINNENLANDSE ZAKEN |
12 OKTOBER 2006. - Koninklijk besluit tot bepaling van het | 12 OKTOBER 2006. - Koninklijk besluit tot bepaling van het |
directiebrevet dat vereist is voor de bevordering tot de graad van | directiebrevet dat vereist is voor de bevordering tot de graad van |
hoofdcommissaris van politie | hoofdcommissaris van politie |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 26 april 2002 houdende de essentiële elementen van | Gelet op de wet van 26 april 2002 houdende de essentiële elementen van |
het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende | het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende |
diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten, | diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten, |
inzonderheid op artikel 32; | inzonderheid op artikel 32; |
Gelet op het advies van de Inspecteur-generaal van Financiën, gegeven | Gelet op het advies van de Inspecteur-generaal van Financiën, gegeven |
op 26 november 2004; | op 26 november 2004; |
Gelet op het protocol nr. 134 van 19 januari 2005 van het | Gelet op het protocol nr. 134 van 19 januari 2005 van het |
onderhandelingscomité voor de politiediensten; | onderhandelingscomité voor de politiediensten; |
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 1 | Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 1 |
maart 2006; | maart 2006; |
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Ambtenarenzaken van | Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Ambtenarenzaken van |
28 september 2005; | 28 september 2005; |
Gelet op de adviezen van de Raad van State nr. 32.941/2 van 13 mei | Gelet op de adviezen van de Raad van State nr. 32.941/2 van 13 mei |
2002, nr. 40.083/2 van 12 april 2006 en nr. 40.883/2/V van 8 augustus | 2002, nr. 40.083/2 van 12 april 2006 en nr. 40.883/2/V van 8 augustus |
2006; | 2006; |
Overwegende dat het advies van de Adviesraad van burgemeesters niet | Overwegende dat het advies van de Adviesraad van burgemeesters niet |
regelmatig binnen de voorgeschreven termijn gegeven is en dat geen | regelmatig binnen de voorgeschreven termijn gegeven is en dat geen |
verzoek om verlenging van de termijn gedaan is; dat er bijgevolg aan | verzoek om verlenging van de termijn gedaan is; dat er bijgevolg aan |
is voorbijgegaan; | is voorbijgegaan; |
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en van Onze Minister | Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en van Onze Minister |
van Binnenlandse Zaken en op het advies van Onze in Raad vergaderde | van Binnenlandse Zaken en op het advies van Onze in Raad vergaderde |
Ministers, | Ministers, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
HOOFDSTUK I. - Definities en toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Definities en toepassingsgebied |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
1° "de wet van 26 april 2002" : de wet van 26 april 2002 houdende de | 1° "de wet van 26 april 2002" : de wet van 26 april 2002 houdende de |
essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de | essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de |
politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking | politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking |
tot de politiediensten; | tot de politiediensten; |
2° "HCP" : hoofdcommissaris van politie; | 2° "HCP" : hoofdcommissaris van politie; |
3° "proeven tot meting van de potentialiteit en de vaardigheid inzake | 3° "proeven tot meting van de potentialiteit en de vaardigheid inzake |
management" : het geheel van tests waarmee wordt nagegaan in hoeverre | management" : het geheel van tests waarmee wordt nagegaan in hoeverre |
een kandidaat geschikt is om een ambt van hoger officier in de | een kandidaat geschikt is om een ambt van hoger officier in de |
politiediensten uit te oefenen; | politiediensten uit te oefenen; |
4° "promotieopleiding HCP" : de promotieopleiding tot het behalen van | 4° "promotieopleiding HCP" : de promotieopleiding tot het behalen van |
het directiebrevet; | het directiebrevet; |
5° "kandidaat" : de officier die deelneemt aan de procedure | 5° "kandidaat" : de officier die deelneemt aan de procedure |
betreffende de toelating tot de promotieopleiding HCP; | betreffende de toelating tot de promotieopleiding HCP; |
6° "cursist" : de officier toegelaten tot de promotieopleiding HCP; | 6° "cursist" : de officier toegelaten tot de promotieopleiding HCP; |
7° "stagiair" : de officier die, in het raam van de promotieopleiding | 7° "stagiair" : de officier die, in het raam van de promotieopleiding |
HCP, stages uitvoert; | HCP, stages uitvoert; |
8° "jury" : de in artikel 7 bedoelde jury; | 8° "jury" : de in artikel 7 bedoelde jury; |
9° "algemene directie" : de algemene directie van het personeel, | 9° "algemene directie" : de algemene directie van het personeel, |
bedoeld in artikel 7, 4°, van het koninklijk besluit van 3 september | bedoeld in artikel 7, 4°, van het koninklijk besluit van 3 september |
2000 met betrekking tot de commissaris-generaal en de algemene | 2000 met betrekking tot de commissaris-generaal en de algemene |
directies van de federale politie; | directies van de federale politie; |
10° "algemene inspectie" : de algemene inspectie van de federale | 10° "algemene inspectie" : de algemene inspectie van de federale |
politie en van de lokale politie; | politie en van de lokale politie; |
11° "directiebrevet" : het in artikel 32, 3°, van de wet van 26 april | 11° "directiebrevet" : het in artikel 32, 3°, van de wet van 26 april |
2002 bedoelde directiebrevet. | 2002 bedoelde directiebrevet. |
Art. 2.Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden van het |
Art. 2.Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden van het |
officierskader van het operationeel kader van de politiediensten. | officierskader van het operationeel kader van de politiediensten. |
HOODSTUK II. - De kandidaatstelling | HOODSTUK II. - De kandidaatstelling |
Art. 3.De Minister van Binnenlandse Zaken draagt de algemene directie |
Art. 3.De Minister van Binnenlandse Zaken draagt de algemene directie |
op om, in functie van de door hem goedgekeurde kaderbehoeften, de | op om, in functie van de door hem goedgekeurde kaderbehoeften, de |
promotieopleiding HCP te organiseren. | promotieopleiding HCP te organiseren. |
Art. 4.Ten minste vier maanden vóór de organisatie van de |
Art. 4.Ten minste vier maanden vóór de organisatie van de |
promotieopleiding HCP doet de algemene directie een oproep tot | promotieopleiding HCP doet de algemene directie een oproep tot |
kandidaatstelling voor de promotieopleiding HCP met vermelding van : | kandidaatstelling voor de promotieopleiding HCP met vermelding van : |
1° de uiterste datum van indiening van de kandidaatstellingen; | 1° de uiterste datum van indiening van de kandidaatstellingen; |
2° de in artikel 5 bedoelde toelatingsvoorwaarden. | 2° de in artikel 5 bedoelde toelatingsvoorwaarden. |
De kandidaatstellingen moeten worden ingediend bij de algemene | De kandidaatstellingen moeten worden ingediend bij de algemene |
directie. | directie. |
HOODSTUK III. - De toelatingsvoorwaarden | HOODSTUK III. - De toelatingsvoorwaarden |
Art. 5.Om te worden toegelaten tot de promotieopleiding HCP moet de |
Art. 5.Om te worden toegelaten tot de promotieopleiding HCP moet de |
kandidaat : | kandidaat : |
1° ten minste zeven jaar anciënniteit in het officierskader hebben; | 1° ten minste zeven jaar anciënniteit in het officierskader hebben; |
2° houder zijn van een diploma of studiegetuigschrift dat ten minste | 2° houder zijn van een diploma of studiegetuigschrift dat ten minste |
evenwaardig is met die welke in aanmerking worden genomen voor de | evenwaardig is met die welke in aanmerking worden genomen voor de |
aanwerving in de betrekkingen van niveau A bij de federale | aanwerving in de betrekkingen van niveau A bij de federale |
Rijksbesturen, zoals opgenomen in de bijlage I van het koninklijk | Rijksbesturen, zoals opgenomen in de bijlage I van het koninklijk |
besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het | besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het |
rijkspersoneel, met uitzondering van de diploma's die werden behaald | rijkspersoneel, met uitzondering van de diploma's die werden behaald |
ingevolge een basisopleiding die werd verstrekt door een | ingevolge een basisopleiding die werd verstrekt door een |
politieschool; | politieschool; |
3° door de jury geschikt zijn bevonden op grond van : | 3° door de jury geschikt zijn bevonden op grond van : |
a) het onderzoek van de professionele vaardigheden bedoeld in artikel | a) het onderzoek van de professionele vaardigheden bedoeld in artikel |
16; | 16; |
b) het in artikel 17 bedoeld advies over het potentieel van de | b) het in artikel 17 bedoeld advies over het potentieel van de |
kandidaat om de functie van hoofdcommissaris uit te oefenen; | kandidaat om de functie van hoofdcommissaris uit te oefenen; |
c) het selectie-interview bedoeld in artikel 23. | c) het selectie-interview bedoeld in artikel 23. |
De in het eerste lid, 1° en 2°, bedoelde voorwaarden, moeten vervuld | De in het eerste lid, 1° en 2°, bedoelde voorwaarden, moeten vervuld |
zijn op de uiterste datum van indiening van de kandidaatstellingen. | zijn op de uiterste datum van indiening van de kandidaatstellingen. |
HOOFDSTUK IV. - De jury | HOOFDSTUK IV. - De jury |
Art. 6.De jury beslist over : |
Art. 6.De jury beslist over : |
1° de toelating tot de promotieopleiding HCP; | 1° de toelating tot de promotieopleiding HCP; |
2° het al dan niet slagen voor de promotieopleiding HCP. | 2° het al dan niet slagen voor de promotieopleiding HCP. |
De jury beslist bij meerderheid van stemmen. In geval van staking van | De jury beslist bij meerderheid van stemmen. In geval van staking van |
stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. | stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. |
Art. 7.De jury is als volgt samengesteld : |
Art. 7.De jury is als volgt samengesteld : |
1° de inspecteur-generaal van de algemene inspectie of één van de door | 1° de inspecteur-generaal van de algemene inspectie of één van de door |
hem aangewezen adjunct-inspecteurs-generaal, voorzitter; | hem aangewezen adjunct-inspecteurs-generaal, voorzitter; |
2° de directeur-generaal van de algemene directie of zijn door hem | 2° de directeur-generaal van de algemene directie of zijn door hem |
aangewezen plaatsvervanger; | aangewezen plaatsvervanger; |
3° twee hoofdcommissarissen van de federale politie of hun | 3° twee hoofdcommissarissen van de federale politie of hun |
plaatsvervangers aangewezen door de commissaris-generaal; | plaatsvervangers aangewezen door de commissaris-generaal; |
4° drie hoofdcommissarissen van de lokale politie of hun | 4° drie hoofdcommissarissen van de lokale politie of hun |
plaatsvervangers, aangewezen door de vaste commissie van de lokale | plaatsvervangers, aangewezen door de vaste commissie van de lokale |
politie. | politie. |
De directeur-generaal van de algemene directie of zijn plaatsvervanger | De directeur-generaal van de algemene directie of zijn plaatsvervanger |
waakt er over dat het secretariaat van de jury wordt verzekerd. | waakt er over dat het secretariaat van de jury wordt verzekerd. |
Art. 8.De kandidaat die meent dat hij een grond tot wraking in de zin |
Art. 8.De kandidaat die meent dat hij een grond tot wraking in de zin |
van artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek kan inbrengen tegen een | van artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek kan inbrengen tegen een |
jurylid of die meent dat een jurylid hem onmogelijk onpartijdig kan | jurylid of die meent dat een jurylid hem onmogelijk onpartijdig kan |
beoordelen, moet dit jurylid wraken voordat de beslissing betreffende | beoordelen, moet dit jurylid wraken voordat de beslissing betreffende |
de toelating tot de promotieopleiding HCP wordt genomen, tenzij de | de toelating tot de promotieopleiding HCP wordt genomen, tenzij de |
reden tot wraking later is ontstaan. | reden tot wraking later is ontstaan. |
De wraking wordt op straffe van niet-ontvankelijkheid bij gemotiveerd | De wraking wordt op straffe van niet-ontvankelijkheid bij gemotiveerd |
verzoekschrift gevraagd aan de voorzitter van de jury of, wanneer de | verzoekschrift gevraagd aan de voorzitter van de jury of, wanneer de |
voorzitter van de jury wordt gewraakt, aan de Minister van | voorzitter van de jury wordt gewraakt, aan de Minister van |
Binnenlandse Zaken. | Binnenlandse Zaken. |
Nadat het wrakende personeelslid en het gewraakte lid van de jury hun | Nadat het wrakende personeelslid en het gewraakte lid van de jury hun |
standpunt hebben uiteengezet, beslist de voorzitter van de jury of, in | standpunt hebben uiteengezet, beslist de voorzitter van de jury of, in |
voorkomend geval, de Minister van Binnenlandse Zaken. Hij stelt de | voorkomend geval, de Minister van Binnenlandse Zaken. Hij stelt de |
leden van de jury en het wrakende personeelslid in kennis van de | leden van de jury en het wrakende personeelslid in kennis van de |
beslissing. In voorkomend geval wijst hij de plaatsvervanger aan. | beslissing. In voorkomend geval wijst hij de plaatsvervanger aan. |
HOOFDSTUK V. - De selectieprocedure voor de toelating tot de | HOOFDSTUK V. - De selectieprocedure voor de toelating tot de |
promotieopleiding HCP | promotieopleiding HCP |
Afdeling 1 - Algemene bepalingen | Afdeling 1 - Algemene bepalingen |
Art. 9.De algemene directie gaat na of de kandidaat voldoet aan de in |
Art. 9.De algemene directie gaat na of de kandidaat voldoet aan de in |
artikel 5, eerste lid, 1° en 2°, bedoelde toelatingsvoorwaarden. | artikel 5, eerste lid, 1° en 2°, bedoelde toelatingsvoorwaarden. |
Art. 10.Aan de kandidaten die niet voldoen aan de in artikel 9 |
Art. 10.Aan de kandidaten die niet voldoen aan de in artikel 9 |
bedoelde voorwaarden, deelt de algemene directie schriftelijk de | bedoelde voorwaarden, deelt de algemene directie schriftelijk de |
redenen van niet-ontvankelijkheid van hun kandidaatstelling mee. | redenen van niet-ontvankelijkheid van hun kandidaatstelling mee. |
Art. 11.Indien het aantal kandidaten die aan de in artikel 9 bedoelde |
Art. 11.Indien het aantal kandidaten die aan de in artikel 9 bedoelde |
voorwaarden voldoen, meer bedraagt dan twee en een halve keer de | voorwaarden voldoen, meer bedraagt dan twee en een halve keer de |
overeenkomstig artikel 3 per taalrol bepaalde behoeften, draagt de | overeenkomstig artikel 3 per taalrol bepaalde behoeften, draagt de |
algemene directie de directeur van de directie van de rekrutering en | algemene directie de directeur van de directie van de rekrutering en |
van de selectie van de algemene directie op om een selectieproef onder | van de selectie van de algemene directie op om een selectieproef onder |
de vorm van een vergelijkend examen te organiseren. | de vorm van een vergelijkend examen te organiseren. |
De in het eerste lid bedoelde selectieproef bestaat uit een examen dat | De in het eerste lid bedoelde selectieproef bestaat uit een examen dat |
de algemene beroepskennis toetst, waarbij de te kennen leerstof | de algemene beroepskennis toetst, waarbij de te kennen leerstof |
voorafgaand aan de kandidaten wordt meegedeeld. | voorafgaand aan de kandidaten wordt meegedeeld. |
Art. 12.Is laureaat van de in artikel 11 bedoelde selectieproef, |
Art. 12.Is laureaat van de in artikel 11 bedoelde selectieproef, |
degene wiens resultaten zich boven het gemiddelde van de | degene wiens resultaten zich boven het gemiddelde van de |
referentiepopulatie of minder dan één standaardafwijking onder dat | referentiepopulatie of minder dan één standaardafwijking onder dat |
gemiddelde bevinden. | gemiddelde bevinden. |
De kandidaten worden gerangschikt in volgorde van de behaalde | De kandidaten worden gerangschikt in volgorde van de behaalde |
resultaten. Indien hun resultaten gelijkwaardig zijn, worden de | resultaten. Indien hun resultaten gelijkwaardig zijn, worden de |
kandidaten overeenkomstig de artikelen II.I.7 en II.I.8 RPPol | kandidaten overeenkomstig de artikelen II.I.7 en II.I.8 RPPol |
gerangschikt. | gerangschikt. |
Art. 13.De directeur van de directie van de rekrutering en van de |
Art. 13.De directeur van de directie van de rekrutering en van de |
selectie van de algemene directie bezorgt de resultaten van de in | selectie van de algemene directie bezorgt de resultaten van de in |
artikel 11 bedoelde selectieproef aan de algemene directie. | artikel 11 bedoelde selectieproef aan de algemene directie. |
Art. 14.De algemene directie stelt vervolgens de rangschikking op. |
Art. 14.De algemene directie stelt vervolgens de rangschikking op. |
Zij licht de kandidaten en de voorzitter van de jury daarover in. | Zij licht de kandidaten en de voorzitter van de jury daarover in. |
Art. 15.De jury gaat na, in dalende orde van rangschikking en tot |
Art. 15.De jury gaat na, in dalende orde van rangschikking en tot |
wanneer aan de in artikel 3 bedoelde behoeften is voldaan, of de | wanneer aan de in artikel 3 bedoelde behoeften is voldaan, of de |
kandidaten geschikt zijn op basis van de gegevens bedoeld in artikel | kandidaten geschikt zijn op basis van de gegevens bedoeld in artikel |
5, eerste lid, 3°. | 5, eerste lid, 3°. |
De algemene directie bezorgt haar daartoe van ambtswege of op haar | De algemene directie bezorgt haar daartoe van ambtswege of op haar |
vraag de nodige kandidaatstellingen. | vraag de nodige kandidaatstellingen. |
Afdeling 2. - De professionele vaardigheden | Afdeling 2. - De professionele vaardigheden |
Art. 16.Het onderzoek van de professionele vaardigheden steunt op : |
Art. 16.Het onderzoek van de professionele vaardigheden steunt op : |
1° het persoonlijk dossier van de kandidaat; | 1° het persoonlijk dossier van de kandidaat; |
2° zijn loopbaanverloop. | 2° zijn loopbaanverloop. |
Afdeling 3. - De proeven tot meting van de potentialiteit en de | Afdeling 3. - De proeven tot meting van de potentialiteit en de |
vaardigheid inzake management | vaardigheid inzake management |
Art. 17.Een commissie verstrekt, na de deelname van de kandidaat aan |
Art. 17.Een commissie verstrekt, na de deelname van de kandidaat aan |
de in artikel 19 bedoelde tests, de jury een advies over het | de in artikel 19 bedoelde tests, de jury een advies over het |
potentieel van de kandidaat om de functie van hoofdcommissaris uit te | potentieel van de kandidaat om de functie van hoofdcommissaris uit te |
oefenen. | oefenen. |
Onverminderd de verantwoordelijkheden en opdrachten die de minister | Onverminderd de verantwoordelijkheden en opdrachten die de minister |
van Binnenlandse Zaken, gezamenlijk met de minister van | van Binnenlandse Zaken, gezamenlijk met de minister van |
Ambtenarenzaken, aan het selectiebureau van de federale overheid | Ambtenarenzaken, aan het selectiebureau van de federale overheid |
(SELOR) toebedeelt, wordt de in het eerste lid bedoelde commissie als | (SELOR) toebedeelt, wordt de in het eerste lid bedoelde commissie als |
volgt samengesteld : | volgt samengesteld : |
1° de directeur van de directie van de rekrutering en van de selectie | 1° de directeur van de directie van de rekrutering en van de selectie |
van de algemene directie of zijn door hem aangewezen plaatsvervanger, | van de algemene directie of zijn door hem aangewezen plaatsvervanger, |
voorzitter; | voorzitter; |
2° ten minste twee bijzitters. | 2° ten minste twee bijzitters. |
Art. 18.De directeur van de directie van de rekrutering en van de |
Art. 18.De directeur van de directie van de rekrutering en van de |
selectie van de algemene directie wijst de bijzitters aan onder de | selectie van de algemene directie wijst de bijzitters aan onder de |
leden van het operationeel kader van de politiediensten die bekleed | leden van het operationeel kader van de politiediensten die bekleed |
zijn met de graad van hoofdcommissaris van politie en die de opleiding | zijn met de graad van hoofdcommissaris van politie en die de opleiding |
van bijzitter hebben gevolgd. Hij wijst een gelijk aantal bijzitters | van bijzitter hebben gevolgd. Hij wijst een gelijk aantal bijzitters |
van de federale en de lokale politie aan. | van de federale en de lokale politie aan. |
Art. 19.De commissie verstrekt haar advies aan de hand van de |
Art. 19.De commissie verstrekt haar advies aan de hand van de |
beoordeling van de proeven tot meting van de potentialiteit en de | beoordeling van de proeven tot meting van de potentialiteit en de |
vaardigheid inzake management. Die testen omvatten : | vaardigheid inzake management. Die testen omvatten : |
1° een persoonlijkheidsvragenlijst; | 1° een persoonlijkheidsvragenlijst; |
2° simulatieoefeningen; | 2° simulatieoefeningen; |
3° een interview. | 3° een interview. |
De in het eerste lid bedoelde beoordeling wordt opgenomen in een | De in het eerste lid bedoelde beoordeling wordt opgenomen in een |
gemotiveerd verslag. | gemotiveerd verslag. |
Art. 20.De directie van de rekrutering en van de selectie van de |
Art. 20.De directie van de rekrutering en van de selectie van de |
algemene directie staat in voor de organisatie van de proeven tot | algemene directie staat in voor de organisatie van de proeven tot |
meting van de potentialiteit en de vaardigheid inzake management. | meting van de potentialiteit en de vaardigheid inzake management. |
Art. 21.De voorzitter van de commissie bezorgt het advies aan de |
Art. 21.De voorzitter van de commissie bezorgt het advies aan de |
voorzitter van de jury. | voorzitter van de jury. |
Art. 22.De kandidaat die overeenkomstig artikel 25, tweede lid, bij |
Art. 22.De kandidaat die overeenkomstig artikel 25, tweede lid, bij |
een vorige selectie geschikt is bevonden of die overeenkomstig artikel | een vorige selectie geschikt is bevonden of die overeenkomstig artikel |
27, tweede lid, een gunstige vermelding heeft gekregen, is definitief | 27, tweede lid, een gunstige vermelding heeft gekregen, is definitief |
vrijgesteld van de proeven tot meting van de potentialiteit en de | vrijgesteld van de proeven tot meting van de potentialiteit en de |
vaardigheid inzake management. | vaardigheid inzake management. |
Afdeling 4. - Het interview | Afdeling 4. - Het interview |
Art. 23.De jury nodigt de kandidaat uit voor een interview waarbij ze |
Art. 23.De jury nodigt de kandidaat uit voor een interview waarbij ze |
beoordeelt of de kandidaat beantwoordt aan het profiel vereist voor de | beoordeelt of de kandidaat beantwoordt aan het profiel vereist voor de |
uitoefening van de functie van hoofdcommissaris van politie. Zij roept | uitoefening van de functie van hoofdcommissaris van politie. Zij roept |
de kandidaat op om voor haar te verschijnen op de dag en de plaats die | de kandidaat op om voor haar te verschijnen op de dag en de plaats die |
zij bepaalt. | zij bepaalt. |
Art. 24.Behoudens overmacht wordt de kandidaat bij afwezigheid op het |
Art. 24.Behoudens overmacht wordt de kandidaat bij afwezigheid op het |
interview ambtshalve uitgesloten van de selectie. De jury vermeldt de | interview ambtshalve uitgesloten van de selectie. De jury vermeldt de |
afwezigheid in een proces-verbaal dat in tweevoud wordt opgemaakt en | afwezigheid in een proces-verbaal dat in tweevoud wordt opgemaakt en |
waarvan één exemplaar ter kennis wordt gebracht aan de kandidaat | waarvan één exemplaar ter kennis wordt gebracht aan de kandidaat |
hetzij per aangetekende brief, hetzij tegen ontvangstbewijs. | hetzij per aangetekende brief, hetzij tegen ontvangstbewijs. |
HOODSTUK VI. - De toelating tot de promotieopleiding HCP | HOODSTUK VI. - De toelating tot de promotieopleiding HCP |
Art. 25.De stemming van de jury over de toelating tot de |
Art. 25.De stemming van de jury over de toelating tot de |
promotieopleiding HCP is geheim. | promotieopleiding HCP is geheim. |
De stemming resulteert in een beslissing met de vermelding « geschikt | De stemming resulteert in een beslissing met de vermelding « geschikt |
» of « ongeschikt ». De vermelding « ongeschikt » betekent dat de | » of « ongeschikt ». De vermelding « ongeschikt » betekent dat de |
kandidaat door de jury niet wordt toegelaten tot de promotieopleiding | kandidaat door de jury niet wordt toegelaten tot de promotieopleiding |
HCP. | HCP. |
Art. 26.De voorzitter van de jury brengt de kandidaat en, naar gelang |
Art. 26.De voorzitter van de jury brengt de kandidaat en, naar gelang |
van het geval, de korpschef of de commissaris-generaal onverwijld en | van het geval, de korpschef of de commissaris-generaal onverwijld en |
schriftelijk op de hoogte van de beslissing van de jury. | schriftelijk op de hoogte van de beslissing van de jury. |
Art. 27.Voor de toepassing van artikel 22 beslist de jury over het |
Art. 27.Voor de toepassing van artikel 22 beslist de jury over het |
resultaat van de proeven tot meting van de potentialiteit en de | resultaat van de proeven tot meting van de potentialiteit en de |
vaardigheid inzake management bij meerderheid van stemmen. | vaardigheid inzake management bij meerderheid van stemmen. |
De in het eerste lid bedoelde stemming resulteert in een beslissing | De in het eerste lid bedoelde stemming resulteert in een beslissing |
met de vermelding « gunstig » of « ongunstig ». | met de vermelding « gunstig » of « ongunstig ». |
HOOFDSTUK VII. - De promotieopleiding HCP | HOOFDSTUK VII. - De promotieopleiding HCP |
Afdeling 1 - Algemene bepaling | Afdeling 1 - Algemene bepaling |
Art. 28.Tijdens de volledige duur van de promotieopleiding HCP wordt |
Art. 28.Tijdens de volledige duur van de promotieopleiding HCP wordt |
de cursist vrijgesteld van de verplichting tot het volgen van de | de cursist vrijgesteld van de verplichting tot het volgen van de |
voortgezette baremische opleiding. | voortgezette baremische opleiding. |
Afdeling 2 - Het opleidingsprogramma | Afdeling 2 - Het opleidingsprogramma |
Art. 29.De promotieopleiding HCP is een opleiding gespreid over |
Art. 29.De promotieopleiding HCP is een opleiding gespreid over |
maximum twee academiejaren en omvat lessen aan de in artikel IV.II.27 | maximum twee academiejaren en omvat lessen aan de in artikel IV.II.27 |
RPPol bedoelde nationale school voor officieren met een totale duur | RPPol bedoelde nationale school voor officieren met een totale duur |
van ten minste 150 uur die betrekking hebben op de volgende domeinen : | van ten minste 150 uur die betrekking hebben op de volgende domeinen : |
1° luik I : Leiding en beheer : de rol van de leider, integratie in de | 1° luik I : Leiding en beheer : de rol van de leider, integratie in de |
interne en externe politionele omgeving, de ontwikkeling van de | interne en externe politionele omgeving, de ontwikkeling van de |
strategie : minimum 75 uur; | strategie : minimum 75 uur; |
2° luik II : Leiding en coördinatie van politieoperaties inzake | 2° luik II : Leiding en coördinatie van politieoperaties inzake |
gerechtelijke politie en bestuurlijke politie : minimum 75 uur. | gerechtelijke politie en bestuurlijke politie : minimum 75 uur. |
De vaste commissie van de lokale politie geeft een voorafgaand advies | De vaste commissie van de lokale politie geeft een voorafgaand advies |
over de inhoud van de in het eerste lid, 1° en 2° bedoelde luiken van | over de inhoud van de in het eerste lid, 1° en 2° bedoelde luiken van |
de opleiding. | de opleiding. |
Art. 30.De opleiding omvat eveneens drie stages met elk een |
Art. 30.De opleiding omvat eveneens drie stages met elk een |
minimumduur van 100 uren, respectievelijk in de federale politie, de | minimumduur van 100 uren, respectievelijk in de federale politie, de |
lokale politie en in privé-ondernemingen en/of overheidsinstellingen. | lokale politie en in privé-ondernemingen en/of overheidsinstellingen. |
Art. 31.De jury bepaalt de organisatieprincipes van de stages. |
Art. 31.De jury bepaalt de organisatieprincipes van de stages. |
Art. 32.Voor elk van de drie stages stelt de stagiair een |
Art. 32.Voor elk van de drie stages stelt de stagiair een |
activiteitenverslag op volgens het model gevoegd als bijlage 1. | activiteitenverslag op volgens het model gevoegd als bijlage 1. |
Art. 33.Voor elk van de drie stages maakt de stagiair het voorwerp |
Art. 33.Voor elk van de drie stages maakt de stagiair het voorwerp |
uit van een evaluatie door een stagemeester die daartoe wordt | uit van een evaluatie door een stagemeester die daartoe wordt |
aangewezen in de stageplaats. Hiertoe stelt de stagemeester een | aangewezen in de stageplaats. Hiertoe stelt de stagemeester een |
stageverslag op volgens het model gevoegd als bijlage 2 en bezorgt het | stageverslag op volgens het model gevoegd als bijlage 2 en bezorgt het |
vervolgens aan de nationale school voor officieren. | vervolgens aan de nationale school voor officieren. |
Art. 34.De directeur van de nationale school voor officieren is |
Art. 34.De directeur van de nationale school voor officieren is |
verantwoordelijk voor de organisatie van de promotieopleiding HCP. | verantwoordelijk voor de organisatie van de promotieopleiding HCP. |
Afdeling 3 - Regels betreffende de examens en het slagen | Afdeling 3 - Regels betreffende de examens en het slagen |
Onderafdeling 1. - De examens | Onderafdeling 1. - De examens |
Art. 35.De cursisten leggen op het einde van de promotieopleiding HCP |
Art. 35.De cursisten leggen op het einde van de promotieopleiding HCP |
een examen af voor de jury. Dat examen omvat : | een examen af voor de jury. Dat examen omvat : |
1° een geïntegreerde schriftelijke proef met betrekking tot de in | 1° een geïntegreerde schriftelijke proef met betrekking tot de in |
artikel 29, eerste lid, 1° en 2° bedoelde luiken van de opleiding; | artikel 29, eerste lid, 1° en 2° bedoelde luiken van de opleiding; |
2° een mondelinge proef bestaande uit : | 2° een mondelinge proef bestaande uit : |
a) de verdediging van de in 1° bedoelde geïntegreerde schriftelijke | a) de verdediging van de in 1° bedoelde geïntegreerde schriftelijke |
proef; | proef; |
b) bijkomende vragen betreffende de materie opgenomen in het | b) bijkomende vragen betreffende de materie opgenomen in het |
opleidingsprogramma, de activiteiten- en stageverslagen evenals, | opleidingsprogramma, de activiteiten- en stageverslagen evenals, |
eventueel, het verloop van de stage. | eventueel, het verloop van de stage. |
Art. 36.De jury bepaalt de tijd waarover alle cursisten beschikken |
Art. 36.De jury bepaalt de tijd waarover alle cursisten beschikken |
voor het afleggen van de in artikel 35, 1° en 2°, bedoelde | voor het afleggen van de in artikel 35, 1° en 2°, bedoelde |
schriftelijke en mondelinge proef. Zij beslist of de cursisten | schriftelijke en mondelinge proef. Zij beslist of de cursisten |
documentatie mogen raadplegen en onder welke voorwaarden. | documentatie mogen raadplegen en onder welke voorwaarden. |
Art. 37.De nationale school voor officieren bereidt de vragen van de |
Art. 37.De nationale school voor officieren bereidt de vragen van de |
schriftelijke proef voor en legt ze voor aan de jury. | schriftelijke proef voor en legt ze voor aan de jury. |
De jury bekrachtigt de voorgestelde vragen. | De jury bekrachtigt de voorgestelde vragen. |
De nationale school voor officieren staat in voor de verbetering van | De nationale school voor officieren staat in voor de verbetering van |
de schriftelijke proef. | de schriftelijke proef. |
Art. 38.Behoudens overmacht wordt de cursist die niet deelneemt aan |
Art. 38.Behoudens overmacht wordt de cursist die niet deelneemt aan |
het examen geacht niet te zijn geslaagd. | het examen geacht niet te zijn geslaagd. |
Indien de reden geldig wordt geacht, wordt het examen ambtshalve | Indien de reden geldig wordt geacht, wordt het examen ambtshalve |
uitgesteld. De cursist wordt hiervan onverwijld op de hoogte gebracht. | uitgesteld. De cursist wordt hiervan onverwijld op de hoogte gebracht. |
Onderafdeling 2. - Het slagen | Onderafdeling 2. - Het slagen |
Art. 39.Na deliberatie beslist de jury over het al dan niet geslaagd |
Art. 39.Na deliberatie beslist de jury over het al dan niet geslaagd |
zijn voor de promotieopleiding HCP. | zijn voor de promotieopleiding HCP. |
Voor de beslissing over het al dan niet geslaagd zijn, baseert de jury | Voor de beslissing over het al dan niet geslaagd zijn, baseert de jury |
zich op een globale evaluatie van de schriftelijke en mondelinge proef | zich op een globale evaluatie van de schriftelijke en mondelinge proef |
alsmede op de activiteiten- en stageverslagen. | alsmede op de activiteiten- en stageverslagen. |
Art. 40.De voorzitter van de jury brengt ten hoogste 14 kalenderdagen |
Art. 40.De voorzitter van de jury brengt ten hoogste 14 kalenderdagen |
na de deliberatie de deelnemers schriftelijk op de hoogte van hun | na de deliberatie de deelnemers schriftelijk op de hoogte van hun |
resultaat. | resultaat. |
Art. 41.De algemene inspectie kent het directiebrevet toe aan de |
Art. 41.De algemene inspectie kent het directiebrevet toe aan de |
geslaagde kandidaten. | geslaagde kandidaten. |
HOOFDSTUK VIII. - Overgangs- en slotbepalingen | HOOFDSTUK VIII. - Overgangs- en slotbepalingen |
Art. 42.In afwijking van artikel 5, eerste lid, 2°, zijn de |
Art. 42.In afwijking van artikel 5, eerste lid, 2°, zijn de |
kandidaten die, op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, | kandidaten die, op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, |
benoemd zijn in de graad van commissaris van politie en die geen | benoemd zijn in de graad van commissaris van politie en die geen |
houder zijn van het in artikel 5, eerste lid, 2°, bedoelde diploma, | houder zijn van het in artikel 5, eerste lid, 2°, bedoelde diploma, |
vrijgesteld van die toelatingsvoorwaarde op voorwaarde dat zij | vrijgesteld van die toelatingsvoorwaarde op voorwaarde dat zij |
laureaat zijn van een aanvullende toelatingsproef aan de | laureaat zijn van een aanvullende toelatingsproef aan de |
selectieprocedure bedoeld in de artikelen 9 en volgende. | selectieprocedure bedoeld in de artikelen 9 en volgende. |
De in het eerste lid bedoelde aanvullende toelatingsproef wordt door | De in het eerste lid bedoelde aanvullende toelatingsproef wordt door |
de directie van de rekrutering en van de selectie van de algemene | de directie van de rekrutering en van de selectie van de algemene |
directie georganiseerd en beoogt de analytische, conceptuele en | directie georganiseerd en beoogt de analytische, conceptuele en |
synthesevaardigheden van de kandidaten te beoordelen. De kandidaten | synthesevaardigheden van de kandidaten te beoordelen. De kandidaten |
die ten minste 50 % voor die proef hebben behaald, worden toegelaten | die ten minste 50 % voor die proef hebben behaald, worden toegelaten |
tot de selectieprocedure bedoeld in de artikelen 9 en volgende. | tot de selectieprocedure bedoeld in de artikelen 9 en volgende. |
De kandidaat die bij een aanvullende toelatingsproef ten minste 50 % | De kandidaat die bij een aanvullende toelatingsproef ten minste 50 % |
heeft behaald, is definitief vrijgesteld van die proef. | heeft behaald, is definitief vrijgesteld van die proef. |
Art. 43.Voor de personeelsleden die toegelaten zijn tot de |
Art. 43.Voor de personeelsleden die toegelaten zijn tot de |
promotieopleiding HCP binnen de twee jaar na de inwerkingtreding van | promotieopleiding HCP binnen de twee jaar na de inwerkingtreding van |
dit besluit, omvat de opleiding, in afwijking van artikel 30, slechts | dit besluit, omvat de opleiding, in afwijking van artikel 30, slechts |
één stage, namelijk de stage in privé-ondernemingen en/of | één stage, namelijk de stage in privé-ondernemingen en/of |
overheidsinstellingen. | overheidsinstellingen. |
Art. 44.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 31 maart 2005. |
Art. 44.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 31 maart 2005. |
Art. 45.Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Binnenlandse |
Art. 45.Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Binnenlandse |
Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit | Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit |
besluit. | besluit. |
Gegeven te Brussel, 12 oktober 2006. | Gegeven te Brussel, 12 oktober 2006. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie, | De Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |
De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, | De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, |
P. DEWAEL | P. DEWAEL |
Bijlage 1 bij Ons besluit van 12 oktober 2006 | Bijlage 1 bij Ons besluit van 12 oktober 2006 |
Model van het activiteitenverslag van de stagiair | Model van het activiteitenverslag van de stagiair |
Deel 1 - Algemene context van de stage | Deel 1 - Algemene context van de stage |
1. Identiteit van de stagiair : . . . . . | 1. Identiteit van de stagiair : . . . . . |
2. Gegevens betreffende de organisatie waar de stage plaatsvindt : | 2. Gegevens betreffende de organisatie waar de stage plaatsvindt : |
a) Naam : . . . . . | a) Naam : . . . . . |
b) Adres : . . . . . | b) Adres : . . . . . |
c) Identiteit van de stagemeester, zijn functie en zijn | c) Identiteit van de stagemeester, zijn functie en zijn |
beroepscoördinaten : . . . . . | beroepscoördinaten : . . . . . |
d) Activiteitsdomein : . . . . . | d) Activiteitsdomein : . . . . . |
e) Aantal personeelsleden en organogram : . . . . . | e) Aantal personeelsleden en organogram : . . . . . |
f) Omzet/jaarlijkse begroting : . . . . . | f) Omzet/jaarlijkse begroting : . . . . . |
g) Voornaamste klanten : . . . . . | g) Voornaamste klanten : . . . . . |
h) Voornaamste leveranciers : . . . . . | h) Voornaamste leveranciers : . . . . . |
3. Andere nuttige informatie : . . . . . | 3. Andere nuttige informatie : . . . . . |
Deel 2 - Kritische analyse van het verloop van de stage | Deel 2 - Kritische analyse van het verloop van de stage |
1. Analyse | 1. Analyse |
Het gaat om het identificeren van praktijken, procedures, (formele of | Het gaat om het identificeren van praktijken, procedures, (formele of |
informele) systemen, zoals het proces van toewijzing van taken of het | informele) systemen, zoals het proces van toewijzing van taken of het |
beheer van de interne communicatie, en de toetsing ervan aan de | beheer van de interne communicatie, en de toetsing ervan aan de |
beroepservaring en het academische onderwijs van de nationale school | beroepservaring en het academische onderwijs van de nationale school |
voor officieren verstrekt in het raam van de promotieopleiding HCP. | voor officieren verstrekt in het raam van de promotieopleiding HCP. |
2. Voorstel tot oplossing | 2. Voorstel tot oplossing |
Op basis van de analyse, betreft het de voorstellen van prioritaire | Op basis van de analyse, betreft het de voorstellen van prioritaire |
concrete actie(s) om de werking van de organisatie waar de stage wordt | concrete actie(s) om de werking van de organisatie waar de stage wordt |
gelopen, te verbeteren. | gelopen, te verbeteren. |
Datum en handtekening van de stagiair : . . . . . | Datum en handtekening van de stagiair : . . . . . |
Datum en handtekening van de stagemeester : . . . . . | Datum en handtekening van de stagemeester : . . . . . |
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 12 oktober 2006 tot | Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 12 oktober 2006 tot |
bepaling van het directiebrevet dat vereist is voor de bevordering tot | bepaling van het directiebrevet dat vereist is voor de bevordering tot |
de graad van hoofdcommissaris van politie. | de graad van hoofdcommissaris van politie. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie, | De Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |
De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, | De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, |
P. DEWAEL | P. DEWAEL |
Bijlage 2 bij Ons besluit van 12 oktober 2006 | Bijlage 2 bij Ons besluit van 12 oktober 2006 |
Model van het stageverslag van de stagemeester | Model van het stageverslag van de stagemeester |
Deel 1 - Algemene context van de stage | Deel 1 - Algemene context van de stage |
1. Identiteit van de stagiair : . . . . . | 1. Identiteit van de stagiair : . . . . . |
2. Gegevens betreffende de organisatie waar de stage plaatsvindt : | 2. Gegevens betreffende de organisatie waar de stage plaatsvindt : |
a) Naam : . . . . . | a) Naam : . . . . . |
b) Adres : . . . . . | b) Adres : . . . . . |
c) Identiteit van de stagemeester, zijn functie en zijn | c) Identiteit van de stagemeester, zijn functie en zijn |
beroepscoördinaten : . . . . . | beroepscoördinaten : . . . . . |
d) Activiteitsdomein : . . . . . | d) Activiteitsdomein : . . . . . |
e) Aantal personeelsleden en organogram : . . . . . | e) Aantal personeelsleden en organogram : . . . . . |
f) Omzet/jaarlijkse begroting : . . . . . | f) Omzet/jaarlijkse begroting : . . . . . |
g) Voornaamste klanten : . . . . . | g) Voornaamste klanten : . . . . . |
h) Voornaamste leveranciers : . . . . . | h) Voornaamste leveranciers : . . . . . |
3. Andere nuttige informatie : . . . . . | 3. Andere nuttige informatie : . . . . . |
Deel 2 - Evaluatie * | Deel 2 - Evaluatie * |
1. De persoonlijkheidskenmerken | 1. De persoonlijkheidskenmerken |
1.eerlijkheid - integriteit | 1.eerlijkheid - integriteit |
2. discretie | 2. discretie |
3. objectiviteit - onpartijdigheid - oordeel - open geest | 3. objectiviteit - onpartijdigheid - oordeel - open geest |
4. meningsvorming en -uiting - assertiviteit - karaktervastheid | 4. meningsvorming en -uiting - assertiviteit - karaktervastheid |
5. bekwaamheid tot het bevorderen van een positieve werksfeer | 5. bekwaamheid tot het bevorderen van een positieve werksfeer |
6. klantgerichtheid | 6. klantgerichtheid |
7. zin voor maat - doordracht en gematigd gebruik van het | 7. zin voor maat - doordracht en gematigd gebruik van het |
toevertrouwde gezag | toevertrouwde gezag |
8. zelfbeheersing - koelbloedigheid - stressbeheer | 8. zelfbeheersing - koelbloedigheid - stressbeheer |
9. orde - methode - stiptheid - respect voor de termijnen | 9. orde - methode - stiptheid - respect voor de termijnen |
10. correcte uitvoering van de richtlijnen | 10. correcte uitvoering van de richtlijnen |
11. opvoeding - beleefdheid - handigheid om met mensen om te gaan - | 11. opvoeding - beleefdheid - handigheid om met mensen om te gaan - |
tact | tact |
12. voorkomen | 12. voorkomen |
2. Professionele bekwaamheden | 2. Professionele bekwaamheden |
13. professionele kennis | 13. professionele kennis |
14. technisch kunnen | 14. technisch kunnen |
15. fysieke inzetbaarheid | 15. fysieke inzetbaarheid |
16. schriftelijke manier van uitdrukken : duidelijkheid - juistheid - | 16. schriftelijke manier van uitdrukken : duidelijkheid - juistheid - |
synthesegeest | synthesegeest |
17. mondelinge manier van uitdrukken : duidelijkheid - juistheid | 17. mondelinge manier van uitdrukken : duidelijkheid - juistheid |
3. Prestaties | 3. Prestaties |
18. verantwoordelijkheidszin | 18. verantwoordelijkheidszin |
19. beschikbaarheid voor de dienst | 19. beschikbaarheid voor de dienst |
20. hoeveelheid nutig gepresteerd werk - energie- en activiteitsniveau | 20. hoeveelheid nutig gepresteerd werk - energie- en activiteitsniveau |
21. kwaliteit van de geleverde dienst - professioneel bewustzijn | 21. kwaliteit van de geleverde dienst - professioneel bewustzijn |
22. initiatief - creativiteit | 22. initiatief - creativiteit |
23. autonomie | 23. autonomie |
4. Managementvaardigheden | 4. Managementvaardigheden |
24. organisatiezin | 24. organisatiezin |
25. ruimheid van blik - visie | 25. ruimheid van blik - visie |
26. bekwaamheid om te leiden en te controleren | 26. bekwaamheid om te leiden en te controleren |
27. bekwaamheid om de werking van de dienst te verbeteren | 27. bekwaamheid om de werking van de dienst te verbeteren |
28. wijze van rekenschap geven - openheid | 28. wijze van rekenschap geven - openheid |
29. bekwaamheid om zijn medewerkers te motiveren | 29. bekwaamheid om zijn medewerkers te motiveren |
30. bekwaamheid om te delegeren | 30. bekwaamheid om te delegeren |
31. opleidingscapaciteit en de bekwaamheid om zijn kennis over te | 31. opleidingscapaciteit en de bekwaamheid om zijn kennis over te |
dragen | dragen |
32. bekwaamheid om met zijn medewekers doelstellingen vast te leggen | 32. bekwaamheid om met zijn medewekers doelstellingen vast te leggen |
33. pertinentie in de evaluatie van zijn medewerkers | 33. pertinentie in de evaluatie van zijn medewerkers |
5. Potentieel | 5. Potentieel |
34. wil tot verbeteren - volharding | 34. wil tot verbeteren - volharding |
35. bereidheid tot veranderen - aanpassingsvermogen | 35. bereidheid tot veranderen - aanpassingsvermogen |
36. vooruitgangspotentieel | 36. vooruitgangspotentieel |
37. mogelijkheid om meer complexe taken op zich te nemen | 37. mogelijkheid om meer complexe taken op zich te nemen |
6. Eventueel commentaar betreffende het activiteitenverslag van de | 6. Eventueel commentaar betreffende het activiteitenverslag van de |
stagiair en het verloop van de stage | stagiair en het verloop van de stage |
Datum en handtekening van de stagiair : | Datum en handtekening van de stagiair : |
Datum en handtekening van de stagemeester : | Datum en handtekening van de stagemeester : |
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 12 oktober 2006 tot | Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 12 oktober 2006 tot |
bepaling van het directiebrevet dat vereist is voor de bevordering tot | bepaling van het directiebrevet dat vereist is voor de bevordering tot |
de graad van hoofdcommissaris van politie. | de graad van hoofdcommissaris van politie. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie, | De Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |
De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, | De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, |
P. DEWAEL | P. DEWAEL |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
* Criteria kunnen niet beoordeeld worden of zijn niet vatbaar voor | * Criteria kunnen niet beoordeeld worden of zijn niet vatbaar voor |
evaluatie. | evaluatie. |