Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 12/12/2010
← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 januari 2010, gesloten in het Paritair Comité voor de uitzendarbeid en de erkende ondernemingen die buurtwerken of -diensten leveren, betreffende de eindejaarspremie van de uitzendkrachten "
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 januari 2010, gesloten in het Paritair Comité voor de uitzendarbeid en de erkende ondernemingen die buurtwerken of -diensten leveren, betreffende de eindejaarspremie van de uitzendkrachten Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 januari 2010, gesloten in het Paritair Comité voor de uitzendarbeid en de erkende ondernemingen die buurtwerken of -diensten leveren, betreffende de eindejaarspremie van de uitzendkrachten
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
12 DECEMBER 2010. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend 12 DECEMBER 2010. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 januari wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 januari
2010, gesloten in het Paritair Comité voor de uitzendarbeid en de 2010, gesloten in het Paritair Comité voor de uitzendarbeid en de
erkende ondernemingen die buurtwerken of -diensten leveren, erkende ondernemingen die buurtwerken of -diensten leveren,
betreffende de eindejaarspremie van de uitzendkrachten (1) betreffende de eindejaarspremie van de uitzendkrachten (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel
28; 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de uitzendarbeid en Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de uitzendarbeid en
de erkende ondernemingen die buurtwerken of -diensten leveren; de erkende ondernemingen die buurtwerken of -diensten leveren;
Op de voordracht van de Minister van Werk, Op de voordracht van de Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 19 januari 2010, overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 19 januari 2010,
gesloten in het Paritair Comité voor de uitzendarbeid en de erkende gesloten in het Paritair Comité voor de uitzendarbeid en de erkende
ondernemingen die buurtwerken of -diensten leveren, betreffende de ondernemingen die buurtwerken of -diensten leveren, betreffende de
eindejaarspremie van de uitzendkrachten. eindejaarspremie van de uitzendkrachten.

Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

dit besluit. dit besluit.
Gegeven te Brussel, 12 december 2010. Gegeven te Brussel, 12 december 2010.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast
met het Migratie- en asielbeleid, met het Migratie- en asielbeleid,
Mevr. J. MILQUET Mevr. J. MILQUET
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Bijlage Bijlage
Paritair Comité voor de uitzendarbeid en de erkende ondernemingen die Paritair Comité voor de uitzendarbeid en de erkende ondernemingen die
buurtwerken of -diensten leveren buurtwerken of -diensten leveren
Collectieve arbeidsovereenkomst van 19 januari 2010 Collectieve arbeidsovereenkomst van 19 januari 2010
Eindejaarspremie van de uitzendkrachten (Overeenkomst geregistreerd op Eindejaarspremie van de uitzendkrachten (Overeenkomst geregistreerd op
4 mei 2010 onder het nummer 99172/CO/322) 4 mei 2010 onder het nummer 99172/CO/322)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op :

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op :

a. de uitzendbureaus, bedoeld bij artikel 7, 1°, van de wet van 24 a. de uitzendbureaus, bedoeld bij artikel 7, 1°, van de wet van 24
juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het
ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers
(Belgisch Staatsblad van 20 augustus 1987); (Belgisch Staatsblad van 20 augustus 1987);
b. de uitzendkrachten, bedoeld bij artikel 7, 3°, van genoemde wet van b. de uitzendkrachten, bedoeld bij artikel 7, 3°, van genoemde wet van
24 juli 1987, die door de uitzendbureaus worden tewerkgesteld. 24 juli 1987, die door de uitzendbureaus worden tewerkgesteld.
HOOFSTUK II. - Bepalingen HOOFSTUK II. - Bepalingen

Art. 2.Deze overeenkomst strekt ertoe een regeling op te zetten

Art. 2.Deze overeenkomst strekt ertoe een regeling op te zetten

waarbij aan de uitzendkrachten een eindejaarspremie wordt toegekend waarbij aan de uitzendkrachten een eindejaarspremie wordt toegekend
ten laste van het "Sociaal Fonds voor de uitzendkrachten" dat werd ten laste van het "Sociaal Fonds voor de uitzendkrachten" dat werd
opgericht bij de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 36bis van 27 opgericht bij de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 36bis van 27
november 1981, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de november 1981, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de
oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid voor de oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid voor de
uitzendkrachten en vaststelling van zijn statuten, algemeen verbindend uitzendkrachten en vaststelling van zijn statuten, algemeen verbindend
verklaard bij koninklijk besluit van 9 december 1981 en bekendgemaakt verklaard bij koninklijk besluit van 9 december 1981 en bekendgemaakt
in het Belgisch Staatsblad van 6 januari 1982. in het Belgisch Staatsblad van 6 januari 1982.
Deze premie vervangt integraal de voordelen of vergoedingen die als Deze premie vervangt integraal de voordelen of vergoedingen die als
eindejaarspremie aan het vast personeel van de gebruiker worden eindejaarspremie aan het vast personeel van de gebruiker worden
toegekend. toegekend.
Commentaar Commentaar
De conventionele of contractuele eindejaarspremies, waarop het vast De conventionele of contractuele eindejaarspremies, waarop het vast
personeel van de gebruiker recht heeft waren, vóór de inwerkingtreding personeel van de gebruiker recht heeft waren, vóór de inwerkingtreding
van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 36decies van 4 maart 1986, van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 36decies van 4 maart 1986,
gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de eindejaarspremie gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de eindejaarspremie
van uitzendkrachten, normaal verschuldigd aan de uitzendkrachten, voor van uitzendkrachten, normaal verschuldigd aan de uitzendkrachten, voor
zover zij de daartoe gestelde voorwaarden vervulden. zover zij de daartoe gestelde voorwaarden vervulden.
Nochtans waren er uitzendkrachten die, hoewel zij deze voorwaarden Nochtans waren er uitzendkrachten die, hoewel zij deze voorwaarden
vervulden, de premie niet ontvingen, hetzij omdat ze die voorwaarden vervulden, de premie niet ontvingen, hetzij omdat ze die voorwaarden
niet kenden, hetzij omdat ze vergaten hun rechten te doen gelden, niet kenden, hetzij omdat ze vergaten hun rechten te doen gelden,
terwijl de uitzendbureaus met de betrokken werknemers dikwijls geen terwijl de uitzendbureaus met de betrokken werknemers dikwijls geen
contact meer hadden. contact meer hadden.
Gezien deze omstandigheden, heeft de collectieve arbeidsovereenkomst Gezien deze omstandigheden, heeft de collectieve arbeidsovereenkomst
nr. 36decies, vervangen door de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 nr. 36decies, vervangen door de collectieve arbeidsovereenkomst van 10
december 2001, in een regeling voorzien waarbij aan de uitzendkrachten december 2001, in een regeling voorzien waarbij aan de uitzendkrachten
ten laste van het "Sociaal Fonds voor de uitzendkrachten" een ten laste van het "Sociaal Fonds voor de uitzendkrachten" een
eindejaarspremie werd toegekend, die als systeem in de plaats komt van eindejaarspremie werd toegekend, die als systeem in de plaats komt van
de voordelen of vergoedingen die als eindejaarspremie aan het vast de voordelen of vergoedingen die als eindejaarspremie aan het vast
personeel van de gebruiker worden toegekend. personeel van de gebruiker worden toegekend.

Art. 3.De uitzendkrachten hebben ten laste van het sociaal fonds

Art. 3.De uitzendkrachten hebben ten laste van het sociaal fonds

recht op een eindejaarspremie op de hierna bepaalde voorwaarden en recht op een eindejaarspremie op de hierna bepaalde voorwaarden en
formaliteiten. formaliteiten.

Art. 4.4.1. Eindejaarspremie 2009

Art. 4.4.1. Eindejaarspremie 2009

De referteperiode voor de eindejaarspremie 2009 vangt aan op 1 april De referteperiode voor de eindejaarspremie 2009 vangt aan op 1 april
2008 en eindigt op 31 maart 2009. 2008 en eindigt op 31 maart 2009.
Om recht te hebben op de eindejaarspremie moet de uitzendkracht, Om recht te hebben op de eindejaarspremie moet de uitzendkracht,
tijdens deze referteperiode, in het stelsel van de vijfdaagse tijdens deze referteperiode, in het stelsel van de vijfdaagse
werkweek, ten minste 65 dagen tellen die in aanmerking komen voor de werkweek, ten minste 65 dagen tellen die in aanmerking komen voor de
onderwerping aan de sociale zekerheid als uitzendkracht, of tenminste onderwerping aan de sociale zekerheid als uitzendkracht, of tenminste
78 dagen in het stelsel van de zesdaagse werkweek. Hoogstens 5 dagen 78 dagen in het stelsel van de zesdaagse werkweek. Hoogstens 5 dagen
waarvoor de werknemer, in de hoedanigheid van uitzendkracht, waarvoor de werknemer, in de hoedanigheid van uitzendkracht,
werkloosheidsuitkeringen heeft genoten voor werkdagen die niet werden werkloosheidsuitkeringen heeft genoten voor werkdagen die niet werden
gepresteerd wegens economische of technische werkloosheid, of wegens gepresteerd wegens economische of technische werkloosheid, of wegens
crisiswerkloosheid voor bedienden, worden eveneens in aanmerking crisiswerkloosheid voor bedienden, worden eveneens in aanmerking
genomen. genomen.
In afwijking van deze regel van 65 (78) dagen, hebben de In afwijking van deze regel van 65 (78) dagen, hebben de
uitzendkrachten die tijdens de referteperiode in vaste dienst treden uitzendkrachten die tijdens de referteperiode in vaste dienst treden
bij de gebruiker bij wie zij onmiddellijk daarvoor als uitzendkracht bij de gebruiker bij wie zij onmiddellijk daarvoor als uitzendkracht
waren tewerkgesteld, recht op een eindejaarspremie als zij in deze waren tewerkgesteld, recht op een eindejaarspremie als zij in deze
referteperiode minstens 60 (72) dagen tellen. referteperiode minstens 60 (72) dagen tellen.
Uitzendkrachten die geen aanspraak kunnen maken op de eindejaarspremie Uitzendkrachten die geen aanspraak kunnen maken op de eindejaarspremie
door de toepassing van de twee voorgaande paragrafen, maar die tussen door de toepassing van de twee voorgaande paragrafen, maar die tussen
1 januari en 10 april van hetzelfde kalenderjaar 65 dagen tellen, 1 januari en 10 april van hetzelfde kalenderjaar 65 dagen tellen,
hebben eveneens recht op de eindejaarspremie. De arbeids- of hebben eveneens recht op de eindejaarspremie. De arbeids- of
gelijkgestelde dagen die vallen na 31 maart moeten door de gelijkgestelde dagen die vallen na 31 maart moeten door de
uitzendkracht worden bewezen aan de hand van de arbeidsovereenkomst uitzendkracht worden bewezen aan de hand van de arbeidsovereenkomst
voor uitzendarbeid en de loonfiche. voor uitzendarbeid en de loonfiche.
4.2. Eindejaarspremie 2010 4.2. Eindejaarspremie 2010
De referteperiode voor de eindejaarspremie 2010 vangt aan op 1 april De referteperiode voor de eindejaarspremie 2010 vangt aan op 1 april
2009 en eindigt op 30 juni 2010. Zij loopt dus bij wijze van 2009 en eindigt op 30 juni 2010. Zij loopt dus bij wijze van
overgangsmaatregel uitzonderlijk over 5 kwartalen. overgangsmaatregel uitzonderlijk over 5 kwartalen.
De rechthebbenden worden als volgt bepaald : De rechthebbenden worden als volgt bepaald :
- ofwel tenminste 65 dagen tellen die in het stelsel van de vijfdaagse - ofwel tenminste 65 dagen tellen die in het stelsel van de vijfdaagse
werkweek in aanmerking komen voor de onderwerping aan de sociale werkweek in aanmerking komen voor de onderwerping aan de sociale
zekerheid als uitzendkracht (of ten minste 78 dagen in het stelsel van zekerheid als uitzendkracht (of ten minste 78 dagen in het stelsel van
de zesdaagse werkweek) gedurende de referteperiode lopend van 1 april de zesdaagse werkweek) gedurende de referteperiode lopend van 1 april
2009 tot 31 maart 2010. Hoogstens 5 dagen waarvoor de werknemer, in de 2009 tot 31 maart 2010. Hoogstens 5 dagen waarvoor de werknemer, in de
hoedanigheid van uitzendkracht, werkloosheidsuitkeringen heeft genoten hoedanigheid van uitzendkracht, werkloosheidsuitkeringen heeft genoten
voor werkdagen die niet werden gepresteerd wegens economische of voor werkdagen die niet werden gepresteerd wegens economische of
technische werkloosheid, of wegens crisiswerkloosheid voor bedienden, technische werkloosheid, of wegens crisiswerkloosheid voor bedienden,
worden eveneens in aanmerking genomen; worden eveneens in aanmerking genomen;
- ofwel tenminste 65 dagen tellen in het stelsel van de vijfdaagse - ofwel tenminste 65 dagen tellen in het stelsel van de vijfdaagse
werkweek die in aanmerking komen voor de onderwerping aan de sociale werkweek die in aanmerking komen voor de onderwerping aan de sociale
zekerheid als uitzendkracht (of ten minste 78 dagen in het stelsel van zekerheid als uitzendkracht (of ten minste 78 dagen in het stelsel van
de zesdaagse werkweek) gedurende de referteperiode lopend van 1 juli de zesdaagse werkweek) gedurende de referteperiode lopend van 1 juli
2009 tot 30 juni 2010. Hoogstens 5 dagen waarvoor de werknemer, in de 2009 tot 30 juni 2010. Hoogstens 5 dagen waarvoor de werknemer, in de
hoedanigheid van uitzendkracht, werkloosheidsuitkeringen heeft genoten hoedanigheid van uitzendkracht, werkloosheidsuitkeringen heeft genoten
voor werkdagen die niet werden gepresteerd wegens economische of voor werkdagen die niet werden gepresteerd wegens economische of
technische werkloosheid, of wegens crisiswerkloosheid voor bedienden, technische werkloosheid, of wegens crisiswerkloosheid voor bedienden,
worden eveneens in aanmerking genomen. worden eveneens in aanmerking genomen.
Voor de rechthebbenden, bepaald zoals hierboven, wordt de berekening Voor de rechthebbenden, bepaald zoals hierboven, wordt de berekening
van het effectief bedrag van de eindejaarspremie gemaakt op basis van van het effectief bedrag van de eindejaarspremie gemaakt op basis van
het verdiende brutoloon tijdens de referteperiode lopend van 1 april het verdiende brutoloon tijdens de referteperiode lopend van 1 april
2009 tot 30 juni 2010. 2009 tot 30 juni 2010.
4.3. Eindejaarspremie 2011 4.3. Eindejaarspremie 2011
Vanaf de eindejaarspremie 2011 zal de referteperiode aanvangen op 1 Vanaf de eindejaarspremie 2011 zal de referteperiode aanvangen op 1
juli. Voor de eindejaarspremie 2011 is dit dus 1 juli 2010 tot 30 juni juli. Voor de eindejaarspremie 2011 is dit dus 1 juli 2010 tot 30 juni
2011. 2011.
Om recht te hebben op de eindejaarspremie moet de uitzendkracht, Om recht te hebben op de eindejaarspremie moet de uitzendkracht,
tijdens deze referteperiode, in het stelsel van de vijfdaagse tijdens deze referteperiode, in het stelsel van de vijfdaagse
werkweek, tenminste 65 dagen tellen die in aanmerking komen voor de werkweek, tenminste 65 dagen tellen die in aanmerking komen voor de
onderwerping aan de sociale zekerheid als uitzendkracht, of ten minste onderwerping aan de sociale zekerheid als uitzendkracht, of ten minste
78 dagen in het stelsel van de zesdaagse werkweek. Hoogstens 5 dagen 78 dagen in het stelsel van de zesdaagse werkweek. Hoogstens 5 dagen
waarvoor de werknemer, in de hoedanigheid van uitzendkracht, waarvoor de werknemer, in de hoedanigheid van uitzendkracht,
werkloosheidsuitkeringen ontving omdat ze niet werden gepresteerd werkloosheidsuitkeringen ontving omdat ze niet werden gepresteerd
wegens economische of technische werkloosheid of wegens wegens economische of technische werkloosheid of wegens
crisiswerkloosheid voor bedienden, worden eveneens in aanmerking crisiswerkloosheid voor bedienden, worden eveneens in aanmerking
genomen. genomen.

Art. 5.De dagen waarop de uitzendkracht tewerkgesteld wordt in het

Art. 5.De dagen waarop de uitzendkracht tewerkgesteld wordt in het

kader van een arbeidsovereenkomst voor de tewerkstelling van kader van een arbeidsovereenkomst voor de tewerkstelling van
studenten, die enkel in aanmerking komen voor solidariteitsbijdragen, studenten, die enkel in aanmerking komen voor solidariteitsbijdragen,
komen niet in aanmerking voor de berekening van het aantal dagen. komen niet in aanmerking voor de berekening van het aantal dagen.

Art. 6.De raad van beheer van het "Sociaal Fonds voor de

Art. 6.De raad van beheer van het "Sociaal Fonds voor de

uitzendkrachten" neemt de maatregelen die nodig zijn voor het in uitzendkrachten" neemt de maatregelen die nodig zijn voor het in
aanmerking nemen van de gelijkgestelde dagen tijdens de duur van een aanmerking nemen van de gelijkgestelde dagen tijdens de duur van een
arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid, alsmede de maatregelen die arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid, alsmede de maatregelen die
nodig zijn voor het in aanmerking nemen van de compensatiedagen die nodig zijn voor het in aanmerking nemen van de compensatiedagen die
worden toegekend ter toepassing van de wet betreffende de arbeidsduur. worden toegekend ter toepassing van de wet betreffende de arbeidsduur.

Art. 7.De premie wordt in de loop van de maand december toegekend

Art. 7.De premie wordt in de loop van de maand december toegekend

volgens de door de raad van beheer van het sociaal fonds vastgestelde volgens de door de raad van beheer van het sociaal fonds vastgestelde
modaliteiten. modaliteiten.

Art. 8.Vanaf de eindejaarspremie 2009 bedraagt de premie 8,22 pct.

Art. 8.Vanaf de eindejaarspremie 2009 bedraagt de premie 8,22 pct.

van het tijdens de referteperiode verdiende brutoloon. van het tijdens de referteperiode verdiende brutoloon.
De lonen die voor de berekening van de premie in aanmerking komen, De lonen die voor de berekening van de premie in aanmerking komen,
zijn de lonen onderworpen aan Rijksdienst voor Sociale zijn de lonen onderworpen aan Rijksdienst voor Sociale
Zekerheidsbijdragen, die voor de referteperiode vermeld zijn op de Zekerheidsbijdragen, die voor de referteperiode vermeld zijn op de
Rijksdienst voor Sociale Zekerheidsaangiften van de uitzendbureaus Rijksdienst voor Sociale Zekerheidsaangiften van de uitzendbureaus
voor hun uitzendkrachten, met uitzondering van die vermeld op de voor hun uitzendkrachten, met uitzondering van die vermeld op de
Rijksdienst voor Sociale Zekerheidsaangiften van de uitzendbureaus die Rijksdienst voor Sociale Zekerheidsaangiften van de uitzendbureaus die
erkend zijn om activiteiten uit te oefenen in het Paritair Comité voor erkend zijn om activiteiten uit te oefenen in het Paritair Comité voor
het bouwbedrijf (PC 124). het bouwbedrijf (PC 124).
De modaliteiten voor het in aanmerking nemen van het loon van de De modaliteiten voor het in aanmerking nemen van het loon van de
gelijkgestelde dagen worden vastgesteld door de raad van beheer van gelijkgestelde dagen worden vastgesteld door de raad van beheer van
het sociaal fonds. het sociaal fonds.
HOOFDSTUK III. - Opheffingsbepalingen HOOFDSTUK III. - Opheffingsbepalingen

Art. 9.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heft de collectieve

Art. 9.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heft de collectieve

arbeidsovereenkomst van 8 juli 2009, gesloten in het Paritair Comité arbeidsovereenkomst van 8 juli 2009, gesloten in het Paritair Comité
voor de uitzendarbeid en de erkende ondernemingen die buurtwerken of voor de uitzendarbeid en de erkende ondernemingen die buurtwerken of
-diensten leveren, betreffende de eindejaarspremie van -diensten leveren, betreffende de eindejaarspremie van
uitzendkrachten, betreffende de eindejaarspremie. uitzendkrachten, betreffende de eindejaarspremie.
HOOFDSTUK IV. - Duur HOOFDSTUK IV. - Duur

Art. 10.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1

Art. 10.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1

juli 2009. Zij is gesloten voor onbepaalde duur. juli 2009. Zij is gesloten voor onbepaalde duur.
Zij kan mits een opzeggingstermijn van drie maanden door elk van de Zij kan mits een opzeggingstermijn van drie maanden door elk van de
partijen worden opgezegd bij een ter post aangetekend schrijven partijen worden opgezegd bij een ter post aangetekend schrijven
gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de
uitzendarbeid en de erkende ondernemingen die buurtwerken of -diensten uitzendarbeid en de erkende ondernemingen die buurtwerken of -diensten
leveren. leveren.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 12 december Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 12 december
2010. 2010.
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast
met het Migratie- en asielbeleid, met het Migratie- en asielbeleid,
Mevr. J. MILQUET Mevr. J. MILQUET
^