Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 januari 2010, gesloten in het Paritair Comité voor de uitzendarbeid en de erkende ondernemingen die buurtwerken of -diensten leveren, betreffende de eindejaarspremie van de uitzendkrachten | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 januari 2010, gesloten in het Paritair Comité voor de uitzendarbeid en de erkende ondernemingen die buurtwerken of -diensten leveren, betreffende de eindejaarspremie van de uitzendkrachten |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
12 DECEMBER 2010. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend | 12 DECEMBER 2010. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend |
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 januari | wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 januari |
2010, gesloten in het Paritair Comité voor de uitzendarbeid en de | 2010, gesloten in het Paritair Comité voor de uitzendarbeid en de |
erkende ondernemingen die buurtwerken of -diensten leveren, | erkende ondernemingen die buurtwerken of -diensten leveren, |
betreffende de eindejaarspremie van de uitzendkrachten (1) | betreffende de eindejaarspremie van de uitzendkrachten (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de uitzendarbeid en | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de uitzendarbeid en |
de erkende ondernemingen die buurtwerken of -diensten leveren; | de erkende ondernemingen die buurtwerken of -diensten leveren; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 19 januari 2010, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 19 januari 2010, |
gesloten in het Paritair Comité voor de uitzendarbeid en de erkende | gesloten in het Paritair Comité voor de uitzendarbeid en de erkende |
ondernemingen die buurtwerken of -diensten leveren, betreffende de | ondernemingen die buurtwerken of -diensten leveren, betreffende de |
eindejaarspremie van de uitzendkrachten. | eindejaarspremie van de uitzendkrachten. |
Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 12 december 2010. | Gegeven te Brussel, 12 december 2010. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast | De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast |
met het Migratie- en asielbeleid, | met het Migratie- en asielbeleid, |
Mevr. J. MILQUET | Mevr. J. MILQUET |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor de uitzendarbeid en de erkende ondernemingen die | Paritair Comité voor de uitzendarbeid en de erkende ondernemingen die |
buurtwerken of -diensten leveren | buurtwerken of -diensten leveren |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 19 januari 2010 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 19 januari 2010 |
Eindejaarspremie van de uitzendkrachten (Overeenkomst geregistreerd op | Eindejaarspremie van de uitzendkrachten (Overeenkomst geregistreerd op |
4 mei 2010 onder het nummer 99172/CO/322) | 4 mei 2010 onder het nummer 99172/CO/322) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op : |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op : |
a. de uitzendbureaus, bedoeld bij artikel 7, 1°, van de wet van 24 | a. de uitzendbureaus, bedoeld bij artikel 7, 1°, van de wet van 24 |
juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het | juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het |
ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers | ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers |
(Belgisch Staatsblad van 20 augustus 1987); | (Belgisch Staatsblad van 20 augustus 1987); |
b. de uitzendkrachten, bedoeld bij artikel 7, 3°, van genoemde wet van | b. de uitzendkrachten, bedoeld bij artikel 7, 3°, van genoemde wet van |
24 juli 1987, die door de uitzendbureaus worden tewerkgesteld. | 24 juli 1987, die door de uitzendbureaus worden tewerkgesteld. |
HOOFSTUK II. - Bepalingen | HOOFSTUK II. - Bepalingen |
Art. 2.Deze overeenkomst strekt ertoe een regeling op te zetten |
Art. 2.Deze overeenkomst strekt ertoe een regeling op te zetten |
waarbij aan de uitzendkrachten een eindejaarspremie wordt toegekend | waarbij aan de uitzendkrachten een eindejaarspremie wordt toegekend |
ten laste van het "Sociaal Fonds voor de uitzendkrachten" dat werd | ten laste van het "Sociaal Fonds voor de uitzendkrachten" dat werd |
opgericht bij de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 36bis van 27 | opgericht bij de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 36bis van 27 |
november 1981, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de | november 1981, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de |
oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid voor de | oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid voor de |
uitzendkrachten en vaststelling van zijn statuten, algemeen verbindend | uitzendkrachten en vaststelling van zijn statuten, algemeen verbindend |
verklaard bij koninklijk besluit van 9 december 1981 en bekendgemaakt | verklaard bij koninklijk besluit van 9 december 1981 en bekendgemaakt |
in het Belgisch Staatsblad van 6 januari 1982. | in het Belgisch Staatsblad van 6 januari 1982. |
Deze premie vervangt integraal de voordelen of vergoedingen die als | Deze premie vervangt integraal de voordelen of vergoedingen die als |
eindejaarspremie aan het vast personeel van de gebruiker worden | eindejaarspremie aan het vast personeel van de gebruiker worden |
toegekend. | toegekend. |
Commentaar | Commentaar |
De conventionele of contractuele eindejaarspremies, waarop het vast | De conventionele of contractuele eindejaarspremies, waarop het vast |
personeel van de gebruiker recht heeft waren, vóór de inwerkingtreding | personeel van de gebruiker recht heeft waren, vóór de inwerkingtreding |
van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 36decies van 4 maart 1986, | van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 36decies van 4 maart 1986, |
gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de eindejaarspremie | gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de eindejaarspremie |
van uitzendkrachten, normaal verschuldigd aan de uitzendkrachten, voor | van uitzendkrachten, normaal verschuldigd aan de uitzendkrachten, voor |
zover zij de daartoe gestelde voorwaarden vervulden. | zover zij de daartoe gestelde voorwaarden vervulden. |
Nochtans waren er uitzendkrachten die, hoewel zij deze voorwaarden | Nochtans waren er uitzendkrachten die, hoewel zij deze voorwaarden |
vervulden, de premie niet ontvingen, hetzij omdat ze die voorwaarden | vervulden, de premie niet ontvingen, hetzij omdat ze die voorwaarden |
niet kenden, hetzij omdat ze vergaten hun rechten te doen gelden, | niet kenden, hetzij omdat ze vergaten hun rechten te doen gelden, |
terwijl de uitzendbureaus met de betrokken werknemers dikwijls geen | terwijl de uitzendbureaus met de betrokken werknemers dikwijls geen |
contact meer hadden. | contact meer hadden. |
Gezien deze omstandigheden, heeft de collectieve arbeidsovereenkomst | Gezien deze omstandigheden, heeft de collectieve arbeidsovereenkomst |
nr. 36decies, vervangen door de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 | nr. 36decies, vervangen door de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 |
december 2001, in een regeling voorzien waarbij aan de uitzendkrachten | december 2001, in een regeling voorzien waarbij aan de uitzendkrachten |
ten laste van het "Sociaal Fonds voor de uitzendkrachten" een | ten laste van het "Sociaal Fonds voor de uitzendkrachten" een |
eindejaarspremie werd toegekend, die als systeem in de plaats komt van | eindejaarspremie werd toegekend, die als systeem in de plaats komt van |
de voordelen of vergoedingen die als eindejaarspremie aan het vast | de voordelen of vergoedingen die als eindejaarspremie aan het vast |
personeel van de gebruiker worden toegekend. | personeel van de gebruiker worden toegekend. |
Art. 3.De uitzendkrachten hebben ten laste van het sociaal fonds |
Art. 3.De uitzendkrachten hebben ten laste van het sociaal fonds |
recht op een eindejaarspremie op de hierna bepaalde voorwaarden en | recht op een eindejaarspremie op de hierna bepaalde voorwaarden en |
formaliteiten. | formaliteiten. |
Art. 4.4.1. Eindejaarspremie 2009 |
Art. 4.4.1. Eindejaarspremie 2009 |
De referteperiode voor de eindejaarspremie 2009 vangt aan op 1 april | De referteperiode voor de eindejaarspremie 2009 vangt aan op 1 april |
2008 en eindigt op 31 maart 2009. | 2008 en eindigt op 31 maart 2009. |
Om recht te hebben op de eindejaarspremie moet de uitzendkracht, | Om recht te hebben op de eindejaarspremie moet de uitzendkracht, |
tijdens deze referteperiode, in het stelsel van de vijfdaagse | tijdens deze referteperiode, in het stelsel van de vijfdaagse |
werkweek, ten minste 65 dagen tellen die in aanmerking komen voor de | werkweek, ten minste 65 dagen tellen die in aanmerking komen voor de |
onderwerping aan de sociale zekerheid als uitzendkracht, of tenminste | onderwerping aan de sociale zekerheid als uitzendkracht, of tenminste |
78 dagen in het stelsel van de zesdaagse werkweek. Hoogstens 5 dagen | 78 dagen in het stelsel van de zesdaagse werkweek. Hoogstens 5 dagen |
waarvoor de werknemer, in de hoedanigheid van uitzendkracht, | waarvoor de werknemer, in de hoedanigheid van uitzendkracht, |
werkloosheidsuitkeringen heeft genoten voor werkdagen die niet werden | werkloosheidsuitkeringen heeft genoten voor werkdagen die niet werden |
gepresteerd wegens economische of technische werkloosheid, of wegens | gepresteerd wegens economische of technische werkloosheid, of wegens |
crisiswerkloosheid voor bedienden, worden eveneens in aanmerking | crisiswerkloosheid voor bedienden, worden eveneens in aanmerking |
genomen. | genomen. |
In afwijking van deze regel van 65 (78) dagen, hebben de | In afwijking van deze regel van 65 (78) dagen, hebben de |
uitzendkrachten die tijdens de referteperiode in vaste dienst treden | uitzendkrachten die tijdens de referteperiode in vaste dienst treden |
bij de gebruiker bij wie zij onmiddellijk daarvoor als uitzendkracht | bij de gebruiker bij wie zij onmiddellijk daarvoor als uitzendkracht |
waren tewerkgesteld, recht op een eindejaarspremie als zij in deze | waren tewerkgesteld, recht op een eindejaarspremie als zij in deze |
referteperiode minstens 60 (72) dagen tellen. | referteperiode minstens 60 (72) dagen tellen. |
Uitzendkrachten die geen aanspraak kunnen maken op de eindejaarspremie | Uitzendkrachten die geen aanspraak kunnen maken op de eindejaarspremie |
door de toepassing van de twee voorgaande paragrafen, maar die tussen | door de toepassing van de twee voorgaande paragrafen, maar die tussen |
1 januari en 10 april van hetzelfde kalenderjaar 65 dagen tellen, | 1 januari en 10 april van hetzelfde kalenderjaar 65 dagen tellen, |
hebben eveneens recht op de eindejaarspremie. De arbeids- of | hebben eveneens recht op de eindejaarspremie. De arbeids- of |
gelijkgestelde dagen die vallen na 31 maart moeten door de | gelijkgestelde dagen die vallen na 31 maart moeten door de |
uitzendkracht worden bewezen aan de hand van de arbeidsovereenkomst | uitzendkracht worden bewezen aan de hand van de arbeidsovereenkomst |
voor uitzendarbeid en de loonfiche. | voor uitzendarbeid en de loonfiche. |
4.2. Eindejaarspremie 2010 | 4.2. Eindejaarspremie 2010 |
De referteperiode voor de eindejaarspremie 2010 vangt aan op 1 april | De referteperiode voor de eindejaarspremie 2010 vangt aan op 1 april |
2009 en eindigt op 30 juni 2010. Zij loopt dus bij wijze van | 2009 en eindigt op 30 juni 2010. Zij loopt dus bij wijze van |
overgangsmaatregel uitzonderlijk over 5 kwartalen. | overgangsmaatregel uitzonderlijk over 5 kwartalen. |
De rechthebbenden worden als volgt bepaald : | De rechthebbenden worden als volgt bepaald : |
- ofwel tenminste 65 dagen tellen die in het stelsel van de vijfdaagse | - ofwel tenminste 65 dagen tellen die in het stelsel van de vijfdaagse |
werkweek in aanmerking komen voor de onderwerping aan de sociale | werkweek in aanmerking komen voor de onderwerping aan de sociale |
zekerheid als uitzendkracht (of ten minste 78 dagen in het stelsel van | zekerheid als uitzendkracht (of ten minste 78 dagen in het stelsel van |
de zesdaagse werkweek) gedurende de referteperiode lopend van 1 april | de zesdaagse werkweek) gedurende de referteperiode lopend van 1 april |
2009 tot 31 maart 2010. Hoogstens 5 dagen waarvoor de werknemer, in de | 2009 tot 31 maart 2010. Hoogstens 5 dagen waarvoor de werknemer, in de |
hoedanigheid van uitzendkracht, werkloosheidsuitkeringen heeft genoten | hoedanigheid van uitzendkracht, werkloosheidsuitkeringen heeft genoten |
voor werkdagen die niet werden gepresteerd wegens economische of | voor werkdagen die niet werden gepresteerd wegens economische of |
technische werkloosheid, of wegens crisiswerkloosheid voor bedienden, | technische werkloosheid, of wegens crisiswerkloosheid voor bedienden, |
worden eveneens in aanmerking genomen; | worden eveneens in aanmerking genomen; |
- ofwel tenminste 65 dagen tellen in het stelsel van de vijfdaagse | - ofwel tenminste 65 dagen tellen in het stelsel van de vijfdaagse |
werkweek die in aanmerking komen voor de onderwerping aan de sociale | werkweek die in aanmerking komen voor de onderwerping aan de sociale |
zekerheid als uitzendkracht (of ten minste 78 dagen in het stelsel van | zekerheid als uitzendkracht (of ten minste 78 dagen in het stelsel van |
de zesdaagse werkweek) gedurende de referteperiode lopend van 1 juli | de zesdaagse werkweek) gedurende de referteperiode lopend van 1 juli |
2009 tot 30 juni 2010. Hoogstens 5 dagen waarvoor de werknemer, in de | 2009 tot 30 juni 2010. Hoogstens 5 dagen waarvoor de werknemer, in de |
hoedanigheid van uitzendkracht, werkloosheidsuitkeringen heeft genoten | hoedanigheid van uitzendkracht, werkloosheidsuitkeringen heeft genoten |
voor werkdagen die niet werden gepresteerd wegens economische of | voor werkdagen die niet werden gepresteerd wegens economische of |
technische werkloosheid, of wegens crisiswerkloosheid voor bedienden, | technische werkloosheid, of wegens crisiswerkloosheid voor bedienden, |
worden eveneens in aanmerking genomen. | worden eveneens in aanmerking genomen. |
Voor de rechthebbenden, bepaald zoals hierboven, wordt de berekening | Voor de rechthebbenden, bepaald zoals hierboven, wordt de berekening |
van het effectief bedrag van de eindejaarspremie gemaakt op basis van | van het effectief bedrag van de eindejaarspremie gemaakt op basis van |
het verdiende brutoloon tijdens de referteperiode lopend van 1 april | het verdiende brutoloon tijdens de referteperiode lopend van 1 april |
2009 tot 30 juni 2010. | 2009 tot 30 juni 2010. |
4.3. Eindejaarspremie 2011 | 4.3. Eindejaarspremie 2011 |
Vanaf de eindejaarspremie 2011 zal de referteperiode aanvangen op 1 | Vanaf de eindejaarspremie 2011 zal de referteperiode aanvangen op 1 |
juli. Voor de eindejaarspremie 2011 is dit dus 1 juli 2010 tot 30 juni | juli. Voor de eindejaarspremie 2011 is dit dus 1 juli 2010 tot 30 juni |
2011. | 2011. |
Om recht te hebben op de eindejaarspremie moet de uitzendkracht, | Om recht te hebben op de eindejaarspremie moet de uitzendkracht, |
tijdens deze referteperiode, in het stelsel van de vijfdaagse | tijdens deze referteperiode, in het stelsel van de vijfdaagse |
werkweek, tenminste 65 dagen tellen die in aanmerking komen voor de | werkweek, tenminste 65 dagen tellen die in aanmerking komen voor de |
onderwerping aan de sociale zekerheid als uitzendkracht, of ten minste | onderwerping aan de sociale zekerheid als uitzendkracht, of ten minste |
78 dagen in het stelsel van de zesdaagse werkweek. Hoogstens 5 dagen | 78 dagen in het stelsel van de zesdaagse werkweek. Hoogstens 5 dagen |
waarvoor de werknemer, in de hoedanigheid van uitzendkracht, | waarvoor de werknemer, in de hoedanigheid van uitzendkracht, |
werkloosheidsuitkeringen ontving omdat ze niet werden gepresteerd | werkloosheidsuitkeringen ontving omdat ze niet werden gepresteerd |
wegens economische of technische werkloosheid of wegens | wegens economische of technische werkloosheid of wegens |
crisiswerkloosheid voor bedienden, worden eveneens in aanmerking | crisiswerkloosheid voor bedienden, worden eveneens in aanmerking |
genomen. | genomen. |
Art. 5.De dagen waarop de uitzendkracht tewerkgesteld wordt in het |
Art. 5.De dagen waarop de uitzendkracht tewerkgesteld wordt in het |
kader van een arbeidsovereenkomst voor de tewerkstelling van | kader van een arbeidsovereenkomst voor de tewerkstelling van |
studenten, die enkel in aanmerking komen voor solidariteitsbijdragen, | studenten, die enkel in aanmerking komen voor solidariteitsbijdragen, |
komen niet in aanmerking voor de berekening van het aantal dagen. | komen niet in aanmerking voor de berekening van het aantal dagen. |
Art. 6.De raad van beheer van het "Sociaal Fonds voor de |
Art. 6.De raad van beheer van het "Sociaal Fonds voor de |
uitzendkrachten" neemt de maatregelen die nodig zijn voor het in | uitzendkrachten" neemt de maatregelen die nodig zijn voor het in |
aanmerking nemen van de gelijkgestelde dagen tijdens de duur van een | aanmerking nemen van de gelijkgestelde dagen tijdens de duur van een |
arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid, alsmede de maatregelen die | arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid, alsmede de maatregelen die |
nodig zijn voor het in aanmerking nemen van de compensatiedagen die | nodig zijn voor het in aanmerking nemen van de compensatiedagen die |
worden toegekend ter toepassing van de wet betreffende de arbeidsduur. | worden toegekend ter toepassing van de wet betreffende de arbeidsduur. |
Art. 7.De premie wordt in de loop van de maand december toegekend |
Art. 7.De premie wordt in de loop van de maand december toegekend |
volgens de door de raad van beheer van het sociaal fonds vastgestelde | volgens de door de raad van beheer van het sociaal fonds vastgestelde |
modaliteiten. | modaliteiten. |
Art. 8.Vanaf de eindejaarspremie 2009 bedraagt de premie 8,22 pct. |
Art. 8.Vanaf de eindejaarspremie 2009 bedraagt de premie 8,22 pct. |
van het tijdens de referteperiode verdiende brutoloon. | van het tijdens de referteperiode verdiende brutoloon. |
De lonen die voor de berekening van de premie in aanmerking komen, | De lonen die voor de berekening van de premie in aanmerking komen, |
zijn de lonen onderworpen aan Rijksdienst voor Sociale | zijn de lonen onderworpen aan Rijksdienst voor Sociale |
Zekerheidsbijdragen, die voor de referteperiode vermeld zijn op de | Zekerheidsbijdragen, die voor de referteperiode vermeld zijn op de |
Rijksdienst voor Sociale Zekerheidsaangiften van de uitzendbureaus | Rijksdienst voor Sociale Zekerheidsaangiften van de uitzendbureaus |
voor hun uitzendkrachten, met uitzondering van die vermeld op de | voor hun uitzendkrachten, met uitzondering van die vermeld op de |
Rijksdienst voor Sociale Zekerheidsaangiften van de uitzendbureaus die | Rijksdienst voor Sociale Zekerheidsaangiften van de uitzendbureaus die |
erkend zijn om activiteiten uit te oefenen in het Paritair Comité voor | erkend zijn om activiteiten uit te oefenen in het Paritair Comité voor |
het bouwbedrijf (PC 124). | het bouwbedrijf (PC 124). |
De modaliteiten voor het in aanmerking nemen van het loon van de | De modaliteiten voor het in aanmerking nemen van het loon van de |
gelijkgestelde dagen worden vastgesteld door de raad van beheer van | gelijkgestelde dagen worden vastgesteld door de raad van beheer van |
het sociaal fonds. | het sociaal fonds. |
HOOFDSTUK III. - Opheffingsbepalingen | HOOFDSTUK III. - Opheffingsbepalingen |
Art. 9.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heft de collectieve |
Art. 9.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heft de collectieve |
arbeidsovereenkomst van 8 juli 2009, gesloten in het Paritair Comité | arbeidsovereenkomst van 8 juli 2009, gesloten in het Paritair Comité |
voor de uitzendarbeid en de erkende ondernemingen die buurtwerken of | voor de uitzendarbeid en de erkende ondernemingen die buurtwerken of |
-diensten leveren, betreffende de eindejaarspremie van | -diensten leveren, betreffende de eindejaarspremie van |
uitzendkrachten, betreffende de eindejaarspremie. | uitzendkrachten, betreffende de eindejaarspremie. |
HOOFDSTUK IV. - Duur | HOOFDSTUK IV. - Duur |
Art. 10.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
Art. 10.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
juli 2009. Zij is gesloten voor onbepaalde duur. | juli 2009. Zij is gesloten voor onbepaalde duur. |
Zij kan mits een opzeggingstermijn van drie maanden door elk van de | Zij kan mits een opzeggingstermijn van drie maanden door elk van de |
partijen worden opgezegd bij een ter post aangetekend schrijven | partijen worden opgezegd bij een ter post aangetekend schrijven |
gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de | gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de |
uitzendarbeid en de erkende ondernemingen die buurtwerken of -diensten | uitzendarbeid en de erkende ondernemingen die buurtwerken of -diensten |
leveren. | leveren. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 12 december | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 12 december |
2010. | 2010. |
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast | De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast |
met het Migratie- en asielbeleid, | met het Migratie- en asielbeleid, |
Mevr. J. MILQUET | Mevr. J. MILQUET |