Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 12/12/2010
← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 juni 1998, gesloten in het Paritair Subcomité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen van de Vlaamse Gemeenschap en goedgekeurd in het Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestinginrichtingen, houdende raamakkoord betreffende de uitvoering van het Vlaams intersectoraal akkoord van 5 mei 1998 voor de social profitsector "
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 juni 1998, gesloten in het Paritair Subcomité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen van de Vlaamse Gemeenschap en goedgekeurd in het Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestinginrichtingen, houdende raamakkoord betreffende de uitvoering van het Vlaams intersectoraal akkoord van 5 mei 1998 voor de social profitsector Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 juni 1998, gesloten in het Paritair Subcomité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen van de Vlaamse Gemeenschap en goedgekeurd in het Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestinginrichtingen, houdende raamakkoord betreffende de uitvoering van het Vlaams intersectoraal akkoord van 5 mei 1998 voor de social profitsector
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
12 DECEMBER 2010. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend 12 DECEMBER 2010. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 juni 1998, wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 juni 1998,
gesloten in het Paritair Subcomité voor de opvoedings- en gesloten in het Paritair Subcomité voor de opvoedings- en
huisvestingsinrichtingen van de Vlaamse Gemeenschap en goedgekeurd in huisvestingsinrichtingen van de Vlaamse Gemeenschap en goedgekeurd in
het Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestinginrichtingen, het Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestinginrichtingen,
houdende raamakkoord betreffende de uitvoering van het Vlaams houdende raamakkoord betreffende de uitvoering van het Vlaams
intersectoraal akkoord van 5 mei 1998 voor de social profitsector (1) intersectoraal akkoord van 5 mei 1998 voor de social profitsector (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel
28; 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de opvoedings- en Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de opvoedings- en
huisvestingsinrichtingen; huisvestingsinrichtingen;
Op de voordracht van de Minister van Werk, Op de voordracht van de Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 15 juni 1998, gesloten overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 15 juni 1998, gesloten
in het Paritair Subcomité voor de opvoedings- en in het Paritair Subcomité voor de opvoedings- en
huisvestingsinrichtingen van de Vlaamse Gemeenschap en goedgekeurd in huisvestingsinrichtingen van de Vlaamse Gemeenschap en goedgekeurd in
het Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestinginrichtingen, het Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestinginrichtingen,
houdende raamakkoord betreffende de uitvoering van het Vlaams houdende raamakkoord betreffende de uitvoering van het Vlaams
intersectoraal akkoord van 5 mei 1998 voor de social profitsector. intersectoraal akkoord van 5 mei 1998 voor de social profitsector.

Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

dit besluit. dit besluit.
Gegeven te Brussel, 12 december 2010. Gegeven te Brussel, 12 december 2010.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast
met het Migratie- en asielbeleid, met het Migratie- en asielbeleid,
Mevr. J. MILQUET Mevr. J. MILQUET
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Bijlage Bijlage
Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen
Paritair Subcomité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen van Paritair Subcomité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen van
de Vlaamse Gemeenschap de Vlaamse Gemeenschap
Collectieve arbeidsovereenkomst van 15 juni 1998 Collectieve arbeidsovereenkomst van 15 juni 1998
Raamakkoord betreffende de uitvoering van het Vlaams intersectoraal Raamakkoord betreffende de uitvoering van het Vlaams intersectoraal
akkoord van 5 mei 1998 voor de social profitsector (Overeenkomst akkoord van 5 mei 1998 voor de social profitsector (Overeenkomst
geregistreerd op 28 augustus 1998 onder het nummer 49011/CO/319.01) geregistreerd op 28 augustus 1998 onder het nummer 49011/CO/319.01)

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is de uitvoering voor

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is de uitvoering voor

de sector van het toepassingsgebied van het Vlaams intersectoraal de sector van het toepassingsgebied van het Vlaams intersectoraal
akkoord van 5 mei 1998 voor de sociaal profitsector, inzonderheid voor akkoord van 5 mei 1998 voor de sociaal profitsector, inzonderheid voor
wat betreft de overeengekomen formalisatie in collectieve wat betreft de overeengekomen formalisatie in collectieve
arbeidsovereenkomsten van de Vlaamse middelen die vanaf 1 juli 1998 arbeidsovereenkomsten van de Vlaamse middelen die vanaf 1 juli 1998
ter beschikking worden gesteld voor het wegwerken van de overdreven ter beschikking worden gesteld voor het wegwerken van de overdreven
werkdruk en actuele problemen en het oplossen van anomalieën, alsmede werkdruk en actuele problemen en het oplossen van anomalieën, alsmede
de selectieve toewijzing van de middelen die worden gegenereerd door de selectieve toewijzing van de middelen die worden gegenereerd door
de Sociale Maribel. de Sociale Maribel.

Art. 2.Toepassingsgebied

Art. 2.Toepassingsgebied

Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de
werkgevers en de werknemers, ressorterend onder het Paritair Subcomité werkgevers en de werknemers, ressorterend onder het Paritair Subcomité
voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen van de Vlaamse voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen van de Vlaamse
Gemeenschap (319.01). Gemeenschap (319.01).
Onder "werknemers" wordt verstaan : het mannelijk en vrouwelijk Onder "werknemers" wordt verstaan : het mannelijk en vrouwelijk
werklieden en bediendepersoneel. werklieden en bediendepersoneel.

Art. 3.Toewijzing

Art. 3.Toewijzing

De in artikel 1 omschreven middelen worden toegewezen overeenkomstig De in artikel 1 omschreven middelen worden toegewezen overeenkomstig
de tabel 1 in bijlage en volgens de bepalingen van deze overeenkomst. de tabel 1 in bijlage en volgens de bepalingen van deze overeenkomst.
§ 1. Gehandicaptenzorg § 1. Gehandicaptenzorg
1. Een compensatie van de werkdruk (200 mio algemeen + 150 mio 1. Een compensatie van de werkdruk (200 mio algemeen + 150 mio
compensatie twee verlofdagen), inzetbaar volgens de door de sociale compensatie twee verlofdagen), inzetbaar volgens de door de sociale
partners overeengekomen criteria en modaliteiten. Bedoeld wordt een partners overeengekomen criteria en modaliteiten. Bedoeld wordt een
lineaire toewijzing aan de voorzieningen als compensatie voor werkdruk lineaire toewijzing aan de voorzieningen als compensatie voor werkdruk
op basis van het aantal tewerkgestelde fulltime-equivalenten. op basis van het aantal tewerkgestelde fulltime-equivalenten.
2. Tewerkstelling specifieke probleemsituaties bij de veralgemening 2. Tewerkstelling specifieke probleemsituaties bij de veralgemening
van de 38 urenweek (10 mio), inzetbaar volgens de door de sociale van de 38 urenweek (10 mio), inzetbaar volgens de door de sociale
partners overeengekomen criteria en modaliteiten. partners overeengekomen criteria en modaliteiten.
3. Tewerkstelling tot gedeeltelijke verdere invulling van de 3. Tewerkstelling tot gedeeltelijke verdere invulling van de
personeelsnorm (190 mio). personeelsnorm (190 mio).
De globale "PR/PN"-verhouding (huidige maximaal subsidieerbaar De globale "PR/PN"-verhouding (huidige maximaal subsidieerbaar
personeelskader versus de personeelsnorm voor de personeelsstop) op personeelskader versus de personeelsnorm voor de personeelsstop) op
het niveau van de voorziening wordt op 80 pct. berekend. het niveau van de voorziening wordt op 80 pct. berekend.
Het aantal aldus berekende aan te werven FTE zal prioritair worden Het aantal aldus berekende aan te werven FTE zal prioritair worden
ingezet om de norm begeleidend- opvoedend personeel op minmaal 85 pct. ingezet om de norm begeleidend- opvoedend personeel op minmaal 85 pct.
te brengen, alvorens andere personeelscategorieën kunnen aangeworven te brengen, alvorens andere personeelscategorieën kunnen aangeworven
worden. worden.
De invulling van de resterende functies zal op definitieve basis De invulling van de resterende functies zal op definitieve basis
worden vastgesteld in overleg met de syndicale afvaardiging, bij worden vastgesteld in overleg met de syndicale afvaardiging, bij
ontstentenis met de werknemers, in functie van de meest prioritaire ontstentenis met de werknemers, in functie van de meest prioritaire
werkdrukverlichting, voor zover de betrokken personeelsnorm niet reeds werkdrukverlichting, voor zover de betrokken personeelsnorm niet reeds
voor 100 pct. is ingevuld. voor 100 pct. is ingevuld.
In het vaststellen van de 100 pct.-invulling van de personeelsnorm per In het vaststellen van de 100 pct.-invulling van de personeelsnorm per
functie, wordt uitsluitend uitgegaan van de regulier gesubsidieerde functie, wordt uitsluitend uitgegaan van de regulier gesubsidieerde
tewerkstelling en normering. tewerkstelling en normering.
Om het overleg over de optimale spreiding van het personeelsbestand Om het overleg over de optimale spreiding van het personeelsbestand
over de erkenningscategorieën mogelijk te maken zal de syndicale over de erkenningscategorieën mogelijk te maken zal de syndicale
afvaardiging kunnen beschikbare over de informatie met betrekking tot afvaardiging kunnen beschikbare over de informatie met betrekking tot
de huidige aanwending van het gesubsidieerde personeel vanuit elke de huidige aanwending van het gesubsidieerde personeel vanuit elke
erkenningscategorie en functiegroep. erkenningscategorie en functiegroep.
4. Tewerkstelling weekend- en vakantienorm in de "Tehuizen voor 4. Tewerkstelling weekend- en vakantienorm in de "Tehuizen voor
Werkenden" (70 mio); inzetbaar ter realisatie van 1/2de van de Werkenden" (70 mio); inzetbaar ter realisatie van 1/2de van de
weekend- en vakantienorm van de tehuizen voor niet-werkenden (Besluit weekend- en vakantienorm van de tehuizen voor niet-werkenden (Besluit
Vlaamse Regering van 29 juli 1989). Vlaamse Regering van 29 juli 1989).
5. Tewerkstelling weekend- en vakantienorm in de MPI's/OBC's (104 5. Tewerkstelling weekend- en vakantienorm in de MPI's/OBC's (104
mio). mio).
Inzetbaar ter realisatie van onderstaande verbeteringen aan de Inzetbaar ter realisatie van onderstaande verbeteringen aan de
noodzakelijke minimale personeelsomkadering : noodzakelijke minimale personeelsomkadering :
10 - 20 pct. : + 0,25 per leefgroep; 10 - 20 pct. : + 0,25 per leefgroep;
20 - 30 pct. : + 0,5 per leefgroep; 20 - 30 pct. : + 0,5 per leefgroep;
+ 30 pct. : + 1 per leefgroep, ongeacht de huidig opgelegde + 30 pct. : + 1 per leefgroep, ongeacht de huidig opgelegde
beperkingen onder invloed van de personeelsstop. beperkingen onder invloed van de personeelsstop.
6. Tewerkstelling tijdens weekend van het bijkomend personeel ten 6. Tewerkstelling tijdens weekend van het bijkomend personeel ten
gevolge van afspraken rond punten 4 en 5 (20 mio). gevolge van afspraken rond punten 4 en 5 (20 mio).
7. Tewerkstelling ter verbetering van de zorgvraag van 7. Tewerkstelling ter verbetering van de zorgvraag van
kinderen/jongeren "categorie 14" (55 mio) inzetbaar in de functies kinderen/jongeren "categorie 14" (55 mio) inzetbaar in de functies
"licentiaat" en "gezinsbegeleider van A1-niveau" in gelijke verhouding "licentiaat" en "gezinsbegeleider van A1-niveau" in gelijke verhouding
van aantal. Voor de toegang tot de functies gezinsbegeleider A1 wordt van aantal. Voor de toegang tot de functies gezinsbegeleider A1 wordt
uitdrukkelijk de A1 kwalificatie, zoals bepaald voor de uitdrukkelijk de A1 kwalificatie, zoals bepaald voor de
functievereisten "opvoeder-begeleider klasse 1", gelijkgesteld met de functievereisten "opvoeder-begeleider klasse 1", gelijkgesteld met de
sociale of paramedische A1-kwalificatie. Bedoeld wordt de verhoging sociale of paramedische A1-kwalificatie. Bedoeld wordt de verhoging
van de norm licentiaat x 1,5 en de norm maatschappelijk werk x 1,5. van de norm licentiaat x 1,5 en de norm maatschappelijk werk x 1,5.
(In de internaten die kinderen/jongeren met doelgroep categorie 14 (In de internaten die kinderen/jongeren met doelgroep categorie 14
opvangen; niet de OBC's en semi-internaten). Dit geeft een contingent opvangen; niet de OBC's en semi-internaten). Dit geeft een contingent
van 18 licentiaten en 18 maatschappelijk werkers. De invulling van het van 18 licentiaten en 18 maatschappelijk werkers. De invulling van het
contingent maatschappelijk werk wordt verruimd tot A1 opvoedend contingent maatschappelijk werk wordt verruimd tot A1 opvoedend
personeel. personeel.
Bij de toekenning van licentiaaturen kunnen de eventueel tot op heden Bij de toekenning van licentiaaturen kunnen de eventueel tot op heden
ingezette andere functie-uren voor deze opdracht terug keren naar de ingezette andere functie-uren voor deze opdracht terug keren naar de
oorspronkelijk genormeerde functiegroep. oorspronkelijk genormeerde functiegroep.
8. Tewerkstelling projecten "Zelfstandig Wonen" (5 mio); inzetbaar 8. Tewerkstelling projecten "Zelfstandig Wonen" (5 mio); inzetbaar
naar de diensten waar de arbeidsdruk het hoogst is volgens de daartoe naar de diensten waar de arbeidsdruk het hoogst is volgens de daartoe
overeengekomen modaliteiten en besluiten. overeengekomen modaliteiten en besluiten.
9. Tewerkstelling en verbetering van de omkaderings- en 9. Tewerkstelling en verbetering van de omkaderings- en
managementsfuncties (40 mio). managementsfuncties (40 mio).
a. Upgrading Administratie A2 naar A1 : a. Upgrading Administratie A2 naar A1 :
Optrekken van 0,5 FTE per voorziening die geen erkenning heeft boven Optrekken van 0,5 FTE per voorziening die geen erkenning heeft boven
90. 90.
Deze maatregel kan op generlei wijze aanleiding geven tot geheel of Deze maatregel kan op generlei wijze aanleiding geven tot geheel of
gedeeltelijk ontslag van huidig tewerkgestelde A2-administratieve gedeeltelijk ontslag van huidig tewerkgestelde A2-administratieve
werknemers en heeft als absolute finaliteit de tewerkstelling van + werknemers en heeft als absolute finaliteit de tewerkstelling van +
0,5 FTE administratieve kracht op A1-niveau, behorende tot de 0,5 FTE administratieve kracht op A1-niveau, behorende tot de
personeelslijst van de voorziening. Zolang dit onmogelijk is kan het personeelslijst van de voorziening. Zolang dit onmogelijk is kan het
overeenstemmende bedrag worden aangewend voor de boekhouding. overeenstemmende bedrag worden aangewend voor de boekhouding.
b. Diensthoofd "Maatschappelijk werk" : vanaf 3 eenheden b. Diensthoofd "Maatschappelijk werk" : vanaf 3 eenheden
maatschappelijk werk wordt één werknemer benoemd tot diensthoofd en maatschappelijk werk wordt één werknemer benoemd tot diensthoofd en
bezoldigd aan het barema "107 pct.", zijnde het barema bezoldigd aan het barema "107 pct.", zijnde het barema
hoofdbegeleider. hoofdbegeleider.
De berekening gebeurt op het niveau van de voorziening. De berekening gebeurt op het niveau van de voorziening.
c. Diensthoofd "paramedische Dienst" : uit 8 eenheden paramedisch c. Diensthoofd "paramedische Dienst" : uit 8 eenheden paramedisch
personeel wordt één werknemer benoemd tot diensthoofd en bezoldigt aan personeel wordt één werknemer benoemd tot diensthoofd en bezoldigt aan
het barema "107 pct.", zijnde het barema hoofdbegeleider. Uit 24 het barema "107 pct.", zijnde het barema hoofdbegeleider. Uit 24
eenheden paramedisch personeel wordt het derde diensthoofd benoemd tot eenheden paramedisch personeel wordt het derde diensthoofd benoemd tot
algemeen coördinator paramedische dienst en bezoldigd aan het barema algemeen coördinator paramedische dienst en bezoldigd aan het barema
"opvoeder-groepschef". "opvoeder-groepschef".
De berekening gebeurt op het niveau van de voorziening. De berekening gebeurt op het niveau van de voorziening.
d. Directiemedewerkers : als aanzet ter verbetering van het management d. Directiemedewerkers : als aanzet ter verbetering van het management
wordt een fractie van bijkomende tewerkstelling "directiemedewerker" wordt een fractie van bijkomende tewerkstelling "directiemedewerker"
(minimaal 0,5 FTE) toegekend aan de residentiële voorzieningen met een (minimaal 0,5 FTE) toegekend aan de residentiële voorzieningen met een
erkenning tussen 75 en 89 of met een erkenning tussen 150 en 179, erkenning tussen 75 en 89 of met een erkenning tussen 150 en 179,
bezoldigd aan het barema licentiaat en met een maximum van 1 bezoldigd aan het barema licentiaat en met een maximum van 1
bijkomende directiemedewerker per voorziening. bijkomende directiemedewerker per voorziening.
e. Voor zover op het ogenblik van de invoering van de maatregelen a e. Voor zover op het ogenblik van de invoering van de maatregelen a
tot en met d andere gesubsidieerde functie-uren werden aangewend, tot en met d andere gesubsidieerde functie-uren werden aangewend,
zullen deze na invoering terugkeren naar de oorspronkelijk genormeerde zullen deze na invoering terugkeren naar de oorspronkelijk genormeerde
en gesubsidieerde functiegroep. en gesubsidieerde functiegroep.
10. Tewerkstelling ter verbetering van de personeelsbezetting in de 10. Tewerkstelling ter verbetering van de personeelsbezetting in de
Tehuizen werkenden (25 mio) : aanvullend inzetbaar bij de in de Tehuizen werkenden (25 mio) : aanvullend inzetbaar bij de in de
begroting 1998 van het "Vlaams Fonds voor sociale integratie van begroting 1998 van het "Vlaams Fonds voor sociale integratie van
personen met een handicap" reeds voorziene 25 miljoen, om de norm personen met een handicap" reeds voorziene 25 miljoen, om de norm
begeleiding 1 per 8 mogelijk te maken voor de overdag aanwezige begeleiding 1 per 8 mogelijk te maken voor de overdag aanwezige
bewoners. bewoners.
11. Tewerkstelling ter compensatie van de coördinatietaken in de 11. Tewerkstelling ter compensatie van de coördinatietaken in de
Diensten Begeleid Wonen (29 mio) : Diensten Begeleid Wonen (29 mio) :
Inzetbaar als bijkomende begeleidingsuren in deze diensten ten einde Inzetbaar als bijkomende begeleidingsuren in deze diensten ten einde
de coördinatietaken mogelijk te maken, overeenkomstig onderstaande de coördinatietaken mogelijk te maken, overeenkomstig onderstaande
tabel : tabel :
12 - 23 : + 0,25 FTE 12 - 23 : + 0,25 FTE
24 - 35 : + 0,5 FTE 24 - 35 : + 0,5 FTE
36 - 47 : + 0,75 FTE 36 - 47 : + 0,75 FTE
48 + : + 1 FTE 48 + : + 1 FTE
§ 2. Bijzondere jeugdbijstand § 2. Bijzondere jeugdbijstand
1. Tewerkstelling gezinsbegeleiders residentiële zorg (180 mio) (alle 1. Tewerkstelling gezinsbegeleiders residentiële zorg (180 mio) (alle
erkenningen binnen categorie 1, 1bis, 2 en 3) erkenningen binnen categorie 1, 1bis, 2 en 3)
+ 0,5 FTE per en vanaf 10 jongeren + 0,5 FTE per en vanaf 10 jongeren
2. Tewerkstelling residentiële voorzieningen kleiner dan 10 / 2. Tewerkstelling residentiële voorzieningen kleiner dan 10 /
projecten (5 mio) (werkdrukvermindering) projecten (5 mio) (werkdrukvermindering)
+ 0,05 FTE per jongere + 0,05 FTE per jongere
3. Tewerkstelling gezinsbegeleiders pleegzorg (26 mio) 3. Tewerkstelling gezinsbegeleiders pleegzorg (26 mio)
(niet cumulatief) (niet cumulatief)
+ 0,5 FTE erkenningen vanaf 36 tot en met 71 + 0,5 FTE erkenningen vanaf 36 tot en met 71
+ 0,66 FTE vanaf erkenning 72 + 0,66 FTE vanaf erkenning 72
+ 0,33 FTE per bijkomende schijf van 36 vanaf erkenning 108. + 0,33 FTE per bijkomende schijf van 36 vanaf erkenning 108.
§ 3. Gezinszorg ("Centra voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning"; § 3. Gezinszorg ("Centra voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning";
"Centra voor integrale Gezinszorg") "Centra voor integrale Gezinszorg")
1. Teneinde de tewerkstelling in deze sector te behouden en de 1. Teneinde de tewerkstelling in deze sector te behouden en de
uitvoering van de overeenkomsten inzake anciënniteitsgroei en uitvoering van de overeenkomsten inzake anciënniteitsgroei en
kwalificatievereisten mogelijk te maken, wordt een bedrag van 32 kwalificatievereisten mogelijk te maken, wordt een bedrag van 32
miljoen loonanomalie ingezet. miljoen loonanomalie ingezet.
De collectieve arbeidsovereenkomsten inzake de loon- en De collectieve arbeidsovereenkomsten inzake de loon- en
arbeidsvoorwaarden, inclusief de anciënniteitregelingen conform de arbeidsvoorwaarden, inclusief de anciënniteitregelingen conform de
bijzondere jeugdbijstand, zullen worden hersteld voor onbepaalde duur. bijzondere jeugdbijstand, zullen worden hersteld voor onbepaalde duur.
2. Tewerkstelling ter verbetering van het personeelskader (45 mio). 2. Tewerkstelling ter verbetering van het personeelskader (45 mio).
Er wordt een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten inzake een Er wordt een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten inzake een
minimale personeelsomkadering, inclusief de bepalingen inzake de minimale personeelsomkadering, inclusief de bepalingen inzake de
kwalificatiecriteria, die de modaliteiten van inzetbaarheid bepaalt. kwalificatiecriteria, die de modaliteiten van inzetbaarheid bepaalt.
3. Tewerkstelling vanuit het Sociaal Fonds"VOHI" (21 mio CKG en CIG). 3. Tewerkstelling vanuit het Sociaal Fonds"VOHI" (21 mio CKG en CIG).
De toekenning van bijkomende tewerkstelling aan de betrokken De toekenning van bijkomende tewerkstelling aan de betrokken
voorzieningen wordt op definitieve basis mogelijk gemaakt door voorzieningen wordt op definitieve basis mogelijk gemaakt door
integratie van de noodzakelijke middelen. integratie van de noodzakelijke middelen.
§ 4. Algemeen welzijnswerk § 4. Algemeen welzijnswerk
1. Harmonisering van de loon- en arbeidsvoorwaarden voor alle 1. Harmonisering van de loon- en arbeidsvoorwaarden voor alle
werknemers in de autonome centra van het Algemeen Welzijnswerk (20 werknemers in de autonome centra van het Algemeen Welzijnswerk (20
mio). mio).
Er wordt een protocol gesloten bepalende dat de nodige initiatieven Er wordt een protocol gesloten bepalende dat de nodige initiatieven
worden genomen om hoger genoemde werknemers te doen ressorteren onder worden genomen om hoger genoemde werknemers te doen ressorteren onder
het bevoegdheidsgebied van het Paritair Subcomité voor de opvoedings- het bevoegdheidsgebied van het Paritair Subcomité voor de opvoedings-
en huisvestingsinrichtingen van de Vlaamse Gemeenschap, met inbegrip en huisvestingsinrichtingen van de Vlaamse Gemeenschap, met inbegrip
van de nodige overgangsbepalingen. van de nodige overgangsbepalingen.
Er wordt een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten inzake de loon- Er wordt een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten inzake de loon-
en arbeidsvoorwaarden conform het Paritair Subcomité voor de en arbeidsvoorwaarden conform het Paritair Subcomité voor de
opvoedings- en huisvestingsinrichtingen van de Vlaamse Gemeenschap opvoedings- en huisvestingsinrichtingen van de Vlaamse Gemeenschap
inclusief de classificatiecriteria (logistiek, administratief en inclusief de classificatiecriteria (logistiek, administratief en
hulpverlenend personeel) en de anciënniteitregels overeenkomstig het hulpverlenend personeel) en de anciënniteitregels overeenkomstig het
Besluit op de Bijzondere Jeugdbijstand. Besluit op de Bijzondere Jeugdbijstand.
Alle vigerende collectieve arbeidsovereenkomsten van het Paritair Alle vigerende collectieve arbeidsovereenkomsten van het Paritair
Subcomité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen van de Subcomité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen van de
Vlaamse Gemeenschap zullen van toepassing worden gemaakt, via een Vlaamse Gemeenschap zullen van toepassing worden gemaakt, via een
"Harmonisatie CAO". "Harmonisatie CAO".
2. Tot behoud van het volume van de tewerkstelling wordt de anomalie 2. Tot behoud van het volume van de tewerkstelling wordt de anomalie
in de betoelaging van 80 FTE werkdrukverlichters (momenteel aan 1 in de betoelaging van 80 FTE werkdrukverlichters (momenteel aan 1
miljoen per FTE) geregulariseerd naar 1,3 miljoen per FTE (24 mio). miljoen per FTE) geregulariseerd naar 1,3 miljoen per FTE (24 mio).
3. Tewerkstelling ter verbetering van het personeelskader (31 mio); in 3. Tewerkstelling ter verbetering van het personeelskader (31 mio); in
functie van de werkdruk van het hulpverlenend personeel. functie van de werkdruk van het hulpverlenend personeel.
4. Tewerkstelling vanuit het bestaande Sociaal Fonds "VOHI" (4 mio); 4. Tewerkstelling vanuit het bestaande Sociaal Fonds "VOHI" (4 mio);
de toekenning van bijkomende tewerkstelling aan de betrokken de toekenning van bijkomende tewerkstelling aan de betrokken
voorzieningen wordt op definitieve basis mogelijk gemaakt door voorzieningen wordt op definitieve basis mogelijk gemaakt door
integratie van de noodzakelijke middelen. integratie van de noodzakelijke middelen.
§ 5. Algemene bepalingen inzake de versoepeling van de § 5. Algemene bepalingen inzake de versoepeling van de
"clicheringsverhouding" van de A1/A2 begeleiderscategorieën (91 mio : "clicheringsverhouding" van de A1/A2 begeleiderscategorieën (91 mio :
68 mio + 23 mio); 68 mio + 23 mio);
1. Normalisatie : opvoerders-begeleiders die tussen 1 januari 1974 en 1. Normalisatie : opvoerders-begeleiders die tussen 1 januari 1974 en
31 december 1997 als gevolg van de clicherings-maatregel werden 31 december 1997 als gevolg van de clicherings-maatregel werden
uitbetaald aan het barema A2, doch in deze periode hetzij een uitbetaald aan het barema A2, doch in deze periode hetzij een
kwalificatie van opvoeder-begeleider klasse 1 behaald hebben, hetzij kwalificatie van opvoeder-begeleider klasse 1 behaald hebben, hetzij
bij aanwerving in deze periode over deze kwalificatie beschikten, bij aanwerving in deze periode over deze kwalificatie beschikten,
zullen uiterlijk op 30 september 1998 volgens de baremaschaal klasse 1 zullen uiterlijk op 30 september 1998 volgens de baremaschaal klasse 1
worden uitbetaald aan de toepasselijke baremieke anciënniteit waarop worden uitbetaald aan de toepasselijke baremieke anciënniteit waarop
zij rechthebbende zijn. zij rechthebbende zijn.
De tewerkgestelde opvoeders-begeleiders die op 31 december 1997 in De tewerkgestelde opvoeders-begeleiders die op 31 december 1997 in
dienst waren en die in het schooljaar 97-98 hun A1 kwalificatie zullen dienst waren en die in het schooljaar 97-98 hun A1 kwalificatie zullen
behalen, worden hiermee gelijkgesteld. behalen, worden hiermee gelijkgesteld.
2. In de gehandicaptenzorg zal het na punt 1 resterende bedrag worden 2. In de gehandicaptenzorg zal het na punt 1 resterende bedrag worden
aangewend om het aantal subsidieerbare A1 gekwalificeerde op te aangewend om het aantal subsidieerbare A1 gekwalificeerde op te
trekken tot minimaal 30 pct.. In de bijzondere jeugdzorg zal het trekken tot minimaal 30 pct.. In de bijzondere jeugdzorg zal het
resterende bedrag worden aangewend om het aantal subsidieerbare A1 resterende bedrag worden aangewend om het aantal subsidieerbare A1
gekwalificeerden op te trekken naar een nieuw gemiddelde van de gekwalificeerden op te trekken naar een nieuw gemiddelde van de
erkenningscategorie. erkenningscategorie.
Het onder 1 en 2 bepaalde zal leiden tot de vaststelling van het Het onder 1 en 2 bepaalde zal leiden tot de vaststelling van het
hernieuwde instellingsclicheringsgetal, dat niet wordt beïnvloed door hernieuwde instellingsclicheringsgetal, dat niet wordt beïnvloed door
eventuele uitdiensttredingen. De maatregel bedoeld onder 2 kan geen eventuele uitdiensttredingen. De maatregel bedoeld onder 2 kan geen
aanleiding geven tot ontslag van het huidig aanwezige A2 begeleidend aanleiding geven tot ontslag van het huidig aanwezige A2 begeleidend
personeel. personeel.
3. Sector Gezinszorg (geen meerkost) 3. Sector Gezinszorg (geen meerkost)
De in de personeelsnormering begrepen minimale aantallen De in de personeelsnormering begrepen minimale aantallen
A1-gekwalificeerden zijn, gezien de financiering, niet onderhevig aan A1-gekwalificeerden zijn, gezien de financiering, niet onderhevig aan
de eventuele beperkingen van het clicheringsbesluit. de eventuele beperkingen van het clicheringsbesluit.
4. Harmonisatie van de promotieregelingen opvoedend- en begeleidend 4. Harmonisatie van de promotieregelingen opvoedend- en begeleidend
personeel (geen meerkost). personeel (geen meerkost).
Om de promotiekansen van het opvoedend-begeleidend personeel in de Om de promotiekansen van het opvoedend-begeleidend personeel in de
functies hoofdopvoeder en opvoeder-groepschef te vrijwaren dient de functies hoofdopvoeder en opvoeder-groepschef te vrijwaren dient de
regelgeving mogelijk te maken dat de dienstjaren als regelgeving mogelijk te maken dat de dienstjaren als
opvoeder-begeleider met kwalificatie klasse 1 in aanmerking worden opvoeder-begeleider met kwalificatie klasse 1 in aanmerking worden
genomen en niet langer de baremiek betaalde loonjaren als klasse 1, genomen en niet langer de baremiek betaalde loonjaren als klasse 1,
wanneer de clicheringsmaatregel deze zou beperkt hebben tot de wanneer de clicheringsmaatregel deze zou beperkt hebben tot de
uitbetaling van een A2-barema aan een A1-gekwalificeerde. uitbetaling van een A2-barema aan een A1-gekwalificeerde.
5. Evolutie van de clicheringsmaatregel 5. Evolutie van de clicheringsmaatregel
Om een verdere negatieve evolutie van het aantal A1 - gekwalificeerden Om een verdere negatieve evolutie van het aantal A1 - gekwalificeerden
in de clicheringsverhoudingen te voorkomen - waardoor de maatregelen in de clicheringsverhoudingen te voorkomen - waardoor de maatregelen
genoemd onder 2 en 3 hun effect op korte termijn zouden verliezen - genoemd onder 2 en 3 hun effect op korte termijn zouden verliezen -
dient de toegekende begeleidersnorm voor bijkomend erkende of nieuw dient de toegekende begeleidersnorm voor bijkomend erkende of nieuw
erkende capaciteit aan het gemiddelde van de erkenningscategorie te erkende capaciteit aan het gemiddelde van de erkenningscategorie te
kunnen worden ingevuld. kunnen worden ingevuld.

Art. 4.Sluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten

Art. 4.Sluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten

In uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst en conform de In uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst en conform de
tabellen in bijlage sluiten de sociale partners volgende collectieve tabellen in bijlage sluiten de sociale partners volgende collectieve
arbeidsovereenkomsten : arbeidsovereenkomsten :
1. de veralgemening van de 38-urenweek; 1. de veralgemening van de 38-urenweek;
2. het vastleggen van de arbeidstijdtelling op basis van de slapende 2. het vastleggen van de arbeidstijdtelling op basis van de slapende
nacht (8 = 3), de vakantiekampen (8 + 3 + 1 compensatie) als absolute nacht (8 = 3), de vakantiekampen (8 + 3 + 1 compensatie) als absolute
voorwaarde toekennen voor de toepasbaarheid van collectieve voorwaarde toekennen voor de toepasbaarheid van collectieve
arbeidsovereenkomst 4.1.; arbeidsovereenkomst 4.1.;
3. het toekennen van twee bijkomende conventionele verlofdagen per 3. het toekennen van twee bijkomende conventionele verlofdagen per
jaar; jaar;
4. het actualiseren van de collectieve arbeidsovereenkomst syndicale 4. het actualiseren van de collectieve arbeidsovereenkomst syndicale
delegatie, met verlaging minimumdrempel tot 10 werknemers, met 2 delegatie, met verlaging minimumdrempel tot 10 werknemers, met 2
effectieve mandaten van 10 tot 20 werknemers die samen aanspraak effectieve mandaten van 10 tot 20 werknemers die samen aanspraak
kunnen maken op 15 dagen syndicale vorming, het optrekken van de kunnen maken op 15 dagen syndicale vorming, het optrekken van de
kredieturen syndicale vorming effectieven tot 15 dagen. Het aantal kredieturen syndicale vorming effectieven tot 15 dagen. Het aantal
mandaten boven 20 werknemers blijft onveranderd. mandaten boven 20 werknemers blijft onveranderd.
De totstandkoming van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt De totstandkoming van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt
gekoppeld aan het nemen van een beslissing door het paritair subcomité gekoppeld aan het nemen van een beslissing door het paritair subcomité
omtrent de minimumprestaties en het oprichten van een beperkt comité omtrent de minimumprestaties en het oprichten van een beperkt comité
in uitvoering van de wet van 1948; in uitvoering van de wet van 1948;
5. het afsluiten van een collectieve arbeidsovereenkomst over 5. het afsluiten van een collectieve arbeidsovereenkomst over
carenzdag en verlenging opzegtermijnen arbeiders; carenzdag en verlenging opzegtermijnen arbeiders;
6. het verlengen van de bestaande collectieve arbeidsovereenkomst 6. het verlengen van de bestaande collectieve arbeidsovereenkomst
brugpensioen en halftijds brugpensioen; brugpensioen en halftijds brugpensioen;
7. eindeloopbaanthema en het recht op vrijwillige uitstapregelingen in 7. eindeloopbaanthema en het recht op vrijwillige uitstapregelingen in
het kader van de eindeloopbaan; het kader van de eindeloopbaan;
8. de veralgemening van de collectieve arbeidsovereenkomst van de 8. de veralgemening van de collectieve arbeidsovereenkomst van de
syndicale premie; syndicale premie;
9. collectieve arbeidsovereenkomst loonharmonisering Algemeen 9. collectieve arbeidsovereenkomst loonharmonisering Algemeen
Welzijnswerk en aanpassing toepassingsgebied (319.01); Welzijnswerk en aanpassing toepassingsgebied (319.01);
10. collectieve arbeidsovereenkomst over de personeelsomkadering in de 10. collectieve arbeidsovereenkomst over de personeelsomkadering in de
sector gezinszorg; sector gezinszorg;
11. collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de loonvoorwaarden en 11. collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de loonvoorwaarden en
de anciënniteit in de sector gezinszorg; de anciënniteit in de sector gezinszorg;
12. collectieve arbeidsovereenkomst houdende maatregelen met het oog 12. collectieve arbeidsovereenkomst houdende maatregelen met het oog
op de bevordering van de tewerkstelling (Sociale Maribel); op de bevordering van de tewerkstelling (Sociale Maribel);
13. noodzakelijke aanpassingen aan de bestaande collectieve 13. noodzakelijke aanpassingen aan de bestaande collectieve
arbeidsovereenkomsten om de uitvoering van het raamakkoord mogelijk te arbeidsovereenkomsten om de uitvoering van het raamakkoord mogelijk te
maken (onder meer inzake classificaties, barema's,...). maken (onder meer inzake classificaties, barema's,...).

Art. 5.Partijen beklemtonen dat deze collectieve arbeidsovereenkomst

Art. 5.Partijen beklemtonen dat deze collectieve arbeidsovereenkomst

één globaal geheel vormt. één globaal geheel vormt.
Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 juli 1998 Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 juli 1998
en is gesloten voor onbepaalde duur. Zij kan worden opgezegd door elk en is gesloten voor onbepaalde duur. Zij kan worden opgezegd door elk
van de partijen mits een opzegging van 3 maanden betekend bij van de partijen mits een opzegging van 3 maanden betekend bij
aangetekend schrijven aan de voorzitter van het Paritair Subcomité aangetekend schrijven aan de voorzitter van het Paritair Subcomité
voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen van de Vlaamse voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen van de Vlaamse
Gemeenschap. Gemeenschap.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 12 december Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 12 december
2010. 2010.
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast
met het Migratie- en asielbeleid, met het Migratie- en asielbeleid,
Mevr. J. MILQUET Mevr. J. MILQUET
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Gezien om gevoegd te worden bij het koninklijk besluit 12 december Gezien om gevoegd te worden bij het koninklijk besluit 12 december
2010. 2010.
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast
met het Migratie- en asielbeleid, met het Migratie- en asielbeleid,
Mevr. J. MILQUET Mevr. J. MILQUET
^