Koninklijk besluit betreffende de bijzondere modaliteiten van het overleg voor de bepaling van de plaatsing en de gebruiksomstandigheden van vaste automatisch werkende toestellen in afwezigheid van een bevoegd persoon, bestemd om op de openbare weg toezicht te houden op de naleving van de wet betreffende de politie over het wegverkeer en haar uitvoeringsbesluiten | Koninklijk besluit betreffende de bijzondere modaliteiten van het overleg voor de bepaling van de plaatsing en de gebruiksomstandigheden van vaste automatisch werkende toestellen in afwezigheid van een bevoegd persoon, bestemd om op de openbare weg toezicht te houden op de naleving van de wet betreffende de politie over het wegverkeer en haar uitvoeringsbesluiten |
---|---|
MINISTERIE VAN VERKEER EN INFRASTRUCTUUR | MINISTERIE VAN VERKEER EN INFRASTRUCTUUR |
11 OKTOBER 1997. Koninklijk besluit betreffende de bijzondere | 11 OKTOBER 1997. Koninklijk besluit betreffende de bijzondere |
modaliteiten van het overleg voor de bepaling van de plaatsing en de | modaliteiten van het overleg voor de bepaling van de plaatsing en de |
gebruiksomstandigheden van vaste automatisch werkende toestellen in | gebruiksomstandigheden van vaste automatisch werkende toestellen in |
afwezigheid van een bevoegd persoon, bestemd om op de openbare weg | afwezigheid van een bevoegd persoon, bestemd om op de openbare weg |
toezicht te houden op de naleving van de wet betreffende de politie | toezicht te houden op de naleving van de wet betreffende de politie |
over het wegverkeer en haar uitvoeringsbesluiten (*) | over het wegverkeer en haar uitvoeringsbesluiten (*) |
VERSLAG AAN DE KONING | VERSLAG AAN DE KONING |
Sire, | Sire, |
Het toezicht op het naleven van de verkeersregels betekent, zowel | Het toezicht op het naleven van de verkeersregels betekent, zowel |
preventief als repressief beschouwd, één van de hoofdelementen in de | preventief als repressief beschouwd, één van de hoofdelementen in de |
globale aanpak van de verkeersveiligheid. | globale aanpak van de verkeersveiligheid. |
Om deze opdracht tot een goed einde te brengen, moeten de | Om deze opdracht tot een goed einde te brengen, moeten de |
politiediensten over aangepaste middelen beschikken. | politiediensten over aangepaste middelen beschikken. |
1. Voorwerp van het besluit | 1. Voorwerp van het besluit |
De onbemande automatisch werkende toestellen vormen één van die | De onbemande automatisch werkende toestellen vormen één van die |
middelen. Tot in 1996 liet de wet betreffende de politie over het | middelen. Tot in 1996 liet de wet betreffende de politie over het |
wegverkeer gecoördineerd door het koninklijk besluit van 16 maart 1968 | wegverkeer gecoördineerd door het koninklijk besluit van 16 maart 1968 |
het gebruik ervan niet toe. | het gebruik ervan niet toe. |
Na een uitvoerige bespreking van de teksten die aan haar waren | Na een uitvoerige bespreking van de teksten die aan haar waren |
voorgelegd, heeft het Parlement op 20 juli 1996 het wetsontwerp | voorgelegd, heeft het Parlement op 20 juli 1996 het wetsontwerp |
betreffende de erkenning en het gebruik van bemande en onbemande | betreffende de erkenning en het gebruik van bemande en onbemande |
automatisch werkende toestellen in het wegverkeer goedgekeurd, wat | automatisch werkende toestellen in het wegverkeer goedgekeurd, wat |
aanleiding heeft gegeven tot de wijziging van voormelde wet en | aanleiding heeft gegeven tot de wijziging van voormelde wet en |
waardoor het gebruik van voornoemde onbemande toestellen derhalve | waardoor het gebruik van voornoemde onbemande toestellen derhalve |
mogelijk wordt (zie wet van 4 augustus 1996, Belgisch Staatsblad van | mogelijk wordt (zie wet van 4 augustus 1996, Belgisch Staatsblad van |
12 september 1996, blz. 23893). | 12 september 1996, blz. 23893). |
Het Parlement heeft, tijdens de lange debatten die de goedkeuring van | Het Parlement heeft, tijdens de lange debatten die de goedkeuring van |
de wet van 4 augustus 1996 voorafgingen, binnen de beoogde | de wet van 4 augustus 1996 voorafgingen, binnen de beoogde |
doelstellingen, een geheel van maatregelen genomen die zowel het | doelstellingen, een geheel van maatregelen genomen die zowel het |
privé-leven eerbiedigen als de rechten van de verdediging waarborgen. | privé-leven eerbiedigen als de rechten van de verdediging waarborgen. |
De uitvoeringsbesluiten zijn daarvan een tekenend voorbeeld. Ze beogen | De uitvoeringsbesluiten zijn daarvan een tekenend voorbeeld. Ze beogen |
het volgende : | het volgende : |
- het bepalen op zeer beperkende wijze van de lijst van overtredingen | - het bepalen op zeer beperkende wijze van de lijst van overtredingen |
die kunnen vervolgd worden, door middel van een koninklijk besluit in | die kunnen vervolgd worden, door middel van een koninklijk besluit in |
Ministerraad overlegd; | Ministerraad overlegd; |
- de goedkeuring en homologatie van alle bemande of onbemande | - de goedkeuring en homologatie van alle bemande of onbemande |
automatische toestellen teneinde deze een optimale betrouwbaarheid te | automatische toestellen teneinde deze een optimale betrouwbaarheid te |
waarborgen en, indien nodig, de vaststelling van hun bijzondere | waarborgen en, indien nodig, de vaststelling van hun bijzondere |
gebruiksmodaliteiten. | gebruiksmodaliteiten. |
Volgende bepalingen maken eveneens het voorwerp uit van een | Volgende bepalingen maken eveneens het voorwerp uit van een |
vaststelling via koninklijk besluit : | vaststelling via koninklijk besluit : |
- indien nodig, na advies van de Commissie voor de bescherming van de | - indien nodig, na advies van de Commissie voor de bescherming van de |
persoonlijke levenssfeer, de bijzondere voorwaarden voor het gebruik, | persoonlijke levenssfeer, de bijzondere voorwaarden voor het gebruik, |
de raadpleging en de bewaring van de gegevens die door deze toestellen | de raadpleging en de bewaring van de gegevens die door deze toestellen |
worden opgeleverd; | worden opgeleverd; |
- de bijzondere modaliteiten van het voorafgaandelijk overleg tussen | - de bijzondere modaliteiten van het voorafgaandelijk overleg tussen |
de bevoegde gerechtelijke, politionele en administratieve overheden | de bevoegde gerechtelijke, politionele en administratieve overheden |
waaronder de wegbeheerders, met het oog op het bepalen van de | waaronder de wegbeheerders, met het oog op het bepalen van de |
plaatsing en de gebruiksomstandigheden, wanneer de toestellen bestemd | plaatsing en de gebruiksomstandigheden, wanneer de toestellen bestemd |
zijn om te worden gebruikt als onbemande vaste uitrusting op de | zijn om te worden gebruikt als onbemande vaste uitrusting op de |
openbare weg (artikel 62, zevende lid - nieuwe versie - van de wet | openbare weg (artikel 62, zevende lid - nieuwe versie - van de wet |
betreffende de politie over het wegverkeer). | betreffende de politie over het wegverkeer). |
Het zijn deze bijzondere modaliteiten van het overleg die het voorwerp | Het zijn deze bijzondere modaliteiten van het overleg die het voorwerp |
uitmaken van onderhavig besluit. Het overleg heeft tot doel om, | uitmaken van onderhavig besluit. Het overleg heeft tot doel om, |
voorafgaandelijk aan de plaatsing van onbemande automatische vaste | voorafgaandelijk aan de plaatsing van onbemande automatische vaste |
uitrustingen, afspraken te maken tussen de diverse partijen belast met | uitrustingen, afspraken te maken tussen de diverse partijen belast met |
de veiligheid op en met het beheer van de wegen, met het toezicht op | de veiligheid op en met het beheer van de wegen, met het toezicht op |
en met de vervolging van overtredingen. | en met de vervolging van overtredingen. |
2. De zeer ruime machtiging vanwege de wetgever voor het bepalen van | 2. De zeer ruime machtiging vanwege de wetgever voor het bepalen van |
de bijzondere modaliteiten van het overleg | de bijzondere modaliteiten van het overleg |
De Raad van State stelde, in tempore non suspecto, in zijn advies | De Raad van State stelde, in tempore non suspecto, in zijn advies |
(L.25.093/9 en L.25.094/9) over het wetsontwerp van 1996 betreffende | (L.25.093/9 en L.25.094/9) over het wetsontwerp van 1996 betreffende |
het overleg het volgende (1) : | het overleg het volgende (1) : |
« Het zevende lid van het ontworpen artikel 62 strekt er daarentegen | « Het zevende lid van het ontworpen artikel 62 strekt er daarentegen |
toe« de coördinatie-commissie » te vervangen door overleg | toe« de coördinatie-commissie » te vervangen door overleg |
georganiseerd door de bevoegde gerechtelijke, politionele en | georganiseerd door de bevoegde gerechtelijke, politionele en |
administratieve overheid « en inzonderheid de wegbeheerders »; uit het | administratieve overheid « en inzonderheid de wegbeheerders »; uit het |
ongunstig advies van de Waalse Regering, gegeven op 22 december 1995, | ongunstig advies van de Waalse Regering, gegeven op 22 december 1995, |
blijkt dat dit overleg « de gerechtelijke en politionele overheid in | blijkt dat dit overleg « de gerechtelijke en politionele overheid in |
staat zou stellen die toestellen zonder de instemming van de | staat zou stellen die toestellen zonder de instemming van de |
wegbeheerder te plaatsen ». | wegbeheerder te plaatsen ». |
Het voormelde zevende lid is weinig expliciet. Zo wordt niets gezegd | Het voormelde zevende lid is weinig expliciet. Zo wordt niets gezegd |
over de organisatie van dat overleg, noch over de frequentie ervan, | over de organisatie van dat overleg, noch over de frequentie ervan, |
terwijl de samenstelling van dat orgaan overigens uiterst vaag blijft. | terwijl de samenstelling van dat orgaan overigens uiterst vaag blijft. |
Bovendien zijn de gewesten krachtens artikel 6, § 1, van de bijzondere | Bovendien zijn de gewesten krachtens artikel 6, § 1, van de bijzondere |
wet van 8 augustus 1980 bevoegd om « wat de openbare werken en het | wet van 8 augustus 1980 bevoegd om « wat de openbare werken en het |
vervoer betreft, de wegen en hun aanhorigheden, alsook het juridisch | vervoer betreft, de wegen en hun aanhorigheden, alsook het juridisch |
stelsel van de landwegenis, welke ook de beheerder ervan zij », bij | stelsel van de landwegenis, welke ook de beheerder ervan zij », bij |
decreet regels te geven; bijgevolg kan betreffende de vaste plaatsing | decreet regels te geven; bijgevolg kan betreffende de vaste plaatsing |
van toestellen op de wegen niets worden gedaan zonder de instemming | van toestellen op de wegen niets worden gedaan zonder de instemming |
van de beheerder ervan, namelijk het betrokken gewest. | van de beheerder ervan, namelijk het betrokken gewest. |
De onderzochte bepaling dient dan ook te worden herzien. » | De onderzochte bepaling dient dan ook te worden herzien. » |
Werd voldaan aan de opmerking van de Raad van State wat het akkoord | Werd voldaan aan de opmerking van de Raad van State wat het akkoord |
van de wegbeheerder betreft, dan bleef de redactie van het artikel | van de wegbeheerder betreft, dan bleef de redactie van het artikel |
over de organisatie en het voorwerp van het overleg ongewijzigd. De | over de organisatie en het voorwerp van het overleg ongewijzigd. De |
wetgever ging niet in op de opmerking om het zevende lid van het | wetgever ging niet in op de opmerking om het zevende lid van het |
artikel 62, onder andere wat de samenstelling van het overleg, de | artikel 62, onder andere wat de samenstelling van het overleg, de |
frequentie van vergaderen en de organisatie betreft, te herzien omdat | frequentie van vergaderen en de organisatie betreft, te herzien omdat |
het volgens de Raad van State in « vage » en « weinig expliciete » | het volgens de Raad van State in « vage » en « weinig expliciete » |
bewoordingen was gesteld. Integendeel zelfs, door aan de omstreden | bewoordingen was gesteld. Integendeel zelfs, door aan de omstreden |
bepaling een zin toe te voegen die de Koning de opdracht geeft de | bepaling een zin toe te voegen die de Koning de opdracht geeft de |
regels (« bijzondere modaliteiten ») van dit overleg te bepalen, | regels (« bijzondere modaliteiten ») van dit overleg te bepalen, |
delegeerde de wetgever zijn bevoegdheid aan de Koning en zag de iure | delegeerde de wetgever zijn bevoegdheid aan de Koning en zag de iure |
en de facto af van zijn prerogatieven. | en de facto af van zijn prerogatieven. |
Dit wordt bevestigd in de Memorie van Toelichting bij het door de | Dit wordt bevestigd in de Memorie van Toelichting bij het door de |
Regering ingediende wetsontwerp en niet bestreden door de wetgever : « | Regering ingediende wetsontwerp en niet bestreden door de wetgever : « |
Om tegemoet te komen aan de opmerking van de Raad van State zullen de | Om tegemoet te komen aan de opmerking van de Raad van State zullen de |
modaliteiten van dit overleg nader bepaald worden bij koninklijk | modaliteiten van dit overleg nader bepaald worden bij koninklijk |
besluit. » (2). | besluit. » (2). |
De wetgever wilde zich dus bewust beperken tot het vastleggen van | De wetgever wilde zich dus bewust beperken tot het vastleggen van |
enkel het principe van het overleg. Zo heeft de wetgever zich | enkel het principe van het overleg. Zo heeft de wetgever zich |
duidelijk beperkt tot de opsomming van de groepen en de aard van de | duidelijk beperkt tot de opsomming van de groepen en de aard van de |
bevoegde overheden die moeten uitgenodigd worden voor het overleg, | bevoegde overheden die moeten uitgenodigd worden voor het overleg, |
zonder het niveau en het ambtsgebied van deze bevoegde overheden te | zonder het niveau en het ambtsgebied van deze bevoegde overheden te |
preciseren. | preciseren. |
De opdracht van het overleg, met name « de bepaling van de plaatsing | De opdracht van het overleg, met name « de bepaling van de plaatsing |
en de gebruiksomstandigheden » wordt evenzeer in de meest algemene | en de gebruiksomstandigheden » wordt evenzeer in de meest algemene |
bewoordingen gesteld. De invulling ervan wordt overgelaten aan de | bewoordingen gesteld. De invulling ervan wordt overgelaten aan de |
Koning met als doel door het overleg het beleid te laten bepalen | Koning met als doel door het overleg het beleid te laten bepalen |
omtrent de plaatsing en de gebruiksomstandigheden van vaste | omtrent de plaatsing en de gebruiksomstandigheden van vaste |
uitrustingen. | uitrustingen. |
Dit is de uitdrukkelijke wil van de Regering geweest, overgenomen door | Dit is de uitdrukkelijke wil van de Regering geweest, overgenomen door |
de wetgever, zoals blijkt uit : | de wetgever, zoals blijkt uit : |
1° de Memorie van Toelichting over dit zevende lid (3), die stelt dat | 1° de Memorie van Toelichting over dit zevende lid (3), die stelt dat |
het overleg de ruimst mogelijke autonomie heeft, binnen de perken van | het overleg de ruimst mogelijke autonomie heeft, binnen de perken van |
de wet en de uitvoeringsbesluiten, om de automatische toestellen al | de wet en de uitvoeringsbesluiten, om de automatische toestellen al |
dan niet te gebruiken, alsook om de hoeveelheid, de werkwijze enz. te | dan niet te gebruiken, alsook om de hoeveelheid, de werkwijze enz. te |
bepalen. Op deze wijze kunnen in de verschillende gewesten eigen | bepalen. Op deze wijze kunnen in de verschillende gewesten eigen |
accenten gelegd worden in het verkeersveiligheidsbeleid en kunnen | accenten gelegd worden in het verkeersveiligheidsbeleid en kunnen |
bovendien de wegbeheerders het infrastructuurbeleid beter afstemmen op | bovendien de wegbeheerders het infrastructuurbeleid beter afstemmen op |
het beleid inzake het politioneel verkeerstoezicht; | het beleid inzake het politioneel verkeerstoezicht; |
2° de inleiding van de Staatssecretaris voor Veiligheid in de | 2° de inleiding van de Staatssecretaris voor Veiligheid in de |
Kamercommissie voor Infrastructuur (4) waarin hij verklaart : « Ten | Kamercommissie voor Infrastructuur (4) waarin hij verklaart : « Ten |
slotte dient te worden onderstreept dat de federale overheid via dit | slotte dient te worden onderstreept dat de federale overheid via dit |
wetsontwerp en de toekomstige uitvoeringsbesluiten ervan wel een | wetsontwerp en de toekomstige uitvoeringsbesluiten ervan wel een |
algemeen raam kan scheppen, maar dat de aanwending van vaste | algemeen raam kan scheppen, maar dat de aanwending van vaste |
toestellen uiteindelijk moet worden geregeld in overleg tussen de | toestellen uiteindelijk moet worden geregeld in overleg tussen de |
gerechtelijke, politionele en administratieve overheden op het vlak | gerechtelijke, politionele en administratieve overheden op het vlak |
van de rechterlijke arrondissementen enerzijds en de wegbeheerder | van de rechterlijke arrondissementen enerzijds en de wegbeheerder |
anderzijds. »; | anderzijds. »; |
3° het verslag van de algemene bespreking van het ontwerp in voormelde | 3° het verslag van de algemene bespreking van het ontwerp in voormelde |
Kamercommissie (5) waarbij de Staatssecretaris op de opmerkingen over | Kamercommissie (5) waarbij de Staatssecretaris op de opmerkingen over |
het overleg antwoordt : « Wat de eigenlijke coördinatie betreft, | het overleg antwoordt : « Wat de eigenlijke coördinatie betreft, |
beperkt de federale overheid zich ertoe het kader te scheppen waarin | beperkt de federale overheid zich ertoe het kader te scheppen waarin |
die kan plaats vinden. Ze zal zich evenwel niet mengen in het | die kan plaats vinden. Ze zal zich evenwel niet mengen in het |
eigenlijke overleg. »; | eigenlijke overleg. »; |
4° het feit dat in de Kamer noch later in de Senaat geen enkel | 4° het feit dat in de Kamer noch later in de Senaat geen enkel |
amendement werd ingediend om de « vage » en « weinig expliciete » | amendement werd ingediend om de « vage » en « weinig expliciete » |
bewoordingen van de tekst over het overleg te wijzigen zoals gevraagd | bewoordingen van de tekst over het overleg te wijzigen zoals gevraagd |
door de Raad van State. De ruime machtiging gegeven aan de Koning en | door de Raad van State. De ruime machtiging gegeven aan de Koning en |
zoals toegelicht door de Staatssecretaris was geen voorwerp van | zoals toegelicht door de Staatssecretaris was geen voorwerp van |
discussie voor de wetgever. | discussie voor de wetgever. |
Gelet op het bovenstaande zijn wij van oordeel dat het de | Gelet op het bovenstaande zijn wij van oordeel dat het de |
uitdrukkelijke wil van de wetgever was om in zeer algemene | uitdrukkelijke wil van de wetgever was om in zeer algemene |
bewoordingen, door de Raad van State « vaag » en « weinig expliciet » | bewoordingen, door de Raad van State « vaag » en « weinig expliciet » |
genoemd, de samenstelling en de opdracht van het overleg te formuleren | genoemd, de samenstelling en de opdracht van het overleg te formuleren |
en dat de wetgever u even uitdrukkelijk op zeer ruime wijze de | en dat de wetgever u even uitdrukkelijk op zeer ruime wijze de |
opdracht heeft gegeven om via Uw verordeningsbevoegdheid de | opdracht heeft gegeven om via Uw verordeningsbevoegdheid de |
samenstelling, de opdracht en de organisatie (« de bijzondere | samenstelling, de opdracht en de organisatie (« de bijzondere |
modaliteiten ») van dat overleg vast te leggen. | modaliteiten ») van dat overleg vast te leggen. |
3. De inhoud van de ruime verordeningsbevoegdheid van de Koning | 3. De inhoud van de ruime verordeningsbevoegdheid van de Koning |
Artikel 108 van de Gecoördineerde Grondwet (vroeger artikel 67 van de | Artikel 108 van de Gecoördineerde Grondwet (vroeger artikel 67 van de |
Grondwet) bepaalt dat de Koning de verordeningen maakt en de besluiten | Grondwet) bepaalt dat de Koning de verordeningen maakt en de besluiten |
neemt die voor de uitvoering van de wetten nodig zijn, zonder ooit de | neemt die voor de uitvoering van de wetten nodig zijn, zonder ooit de |
wetten zelf te mogen schorsen of vrijstelling van hun uitvoering te | wetten zelf te mogen schorsen of vrijstelling van hun uitvoering te |
mogen verlenen. De bevoegdheid om de wetten uit te voeren ontleent de | mogen verlenen. De bevoegdheid om de wetten uit te voeren ontleent de |
Koning rechtstreeks aan de Grondwet, zodat hij daartoe nog niet eens | Koning rechtstreeks aan de Grondwet, zodat hij daartoe nog niet eens |
door de wetgever dient te worden gemachtigd. Maar bij de « uitvoering | door de wetgever dient te worden gemachtigd. Maar bij de « uitvoering |
van de wetten » dient de Koning derhalve de wetten te eerbiedigen. | van de wetten » dient de Koning derhalve de wetten te eerbiedigen. |
In de rechtsleer en de rechtspraak wordt vrij eenduidig aangenomen dat | In de rechtsleer en de rechtspraak wordt vrij eenduidig aangenomen dat |
het begrip « uitvoering van de wet » niet beperkend mag worden | het begrip « uitvoering van de wet » niet beperkend mag worden |
geïnterpreteerd. | geïnterpreteerd. |
De grondslag voor deze opvatting ligt vervat in het arrest Mertz van | De grondslag voor deze opvatting ligt vervat in het arrest Mertz van |
de Verenigde Kamers van het Hof van Cassatie van 18 november 1924 (6) | de Verenigde Kamers van het Hof van Cassatie van 18 november 1924 (6) |
dat stelt : « Al moge de uitvoerende macht bij het vervullen van de | dat stelt : « Al moge de uitvoerende macht bij het vervullen van de |
taak welke artikel 67 G.W. haar opdraagt, de draagwijdte van de wet | taak welke artikel 67 G.W. haar opdraagt, de draagwijdte van de wet |
niet verruimen evenmin als beperken, het komt haar toch toe uit het | niet verruimen evenmin als beperken, het komt haar toch toe uit het |
beginsel van de wet en haar algemene economie, de gevolgtrekkingen af | beginsel van de wet en haar algemene economie, de gevolgtrekkingen af |
te leiden die daaruit op natuurlijke wijze voortvloeien volgens de | te leiden die daaruit op natuurlijke wijze voortvloeien volgens de |
geest die aan de opvatting van de wet ten grondslag heeft gelegen en | geest die aan de opvatting van de wet ten grondslag heeft gelegen en |
volgens de doelstellingen die zij nastreeft. » | volgens de doelstellingen die zij nastreeft. » |
Het arrest in kwestie sprak voor recht dat het koninklijk besluit van | Het arrest in kwestie sprak voor recht dat het koninklijk besluit van |
6 februari 1919, waarbij het dragen van de identiteitskaart werd | 6 februari 1919, waarbij het dragen van de identiteitskaart werd |
opgelegd, wel degelijk wettelijk was. Uit dit arrest blijkt | opgelegd, wel degelijk wettelijk was. Uit dit arrest blijkt |
overduidelijk hoe ruim het appreciatierecht is dat die rechtspraak aan | overduidelijk hoe ruim het appreciatierecht is dat die rechtspraak aan |
de Koning toekent bij het interpreteren van het begrip « uitvoering | de Koning toekent bij het interpreteren van het begrip « uitvoering |
der wet » (7). | der wet » (7). |
Karel Rimanque verwoordt dit arrest als volgt (8) : « In algemene | Karel Rimanque verwoordt dit arrest als volgt (8) : « In algemene |
bewoordingen heeft het Hof van Cassatie aanvaard dat de Koning bij de | bewoordingen heeft het Hof van Cassatie aanvaard dat de Koning bij de |
uitoefening van zijn verordeningsmacht op grond van artikel 67 van de | uitoefening van zijn verordeningsmacht op grond van artikel 67 van de |
Grondwet, weliswaar de draagwijdte van de wet niet mag uitbreiden, | Grondwet, weliswaar de draagwijdte van de wet niet mag uitbreiden, |
noch mag beperken, doch dat hij uit het beginsel in de wetsbepaling | noch mag beperken, doch dat hij uit het beginsel in de wetsbepaling |
besloten en uit het algemeen opzet van de wet, alle gevolgen mag | besloten en uit het algemeen opzet van de wet, alle gevolgen mag |
afleiden die er van nature of in redelijkheid uit voortvloeien, | afleiden die er van nature of in redelijkheid uit voortvloeien, |
volgens de geest van de wet en de doelstellingen die zij nastreeft. De | volgens de geest van de wet en de doelstellingen die zij nastreeft. De |
toelaatbaarheid van de teleologische interpretatie van de wet door de | toelaatbaarheid van de teleologische interpretatie van de wet door de |
Koning heeft in niet onaanzienlijke mate bijgedragen tot de | Koning heeft in niet onaanzienlijke mate bijgedragen tot de |
aanvaarding van deze ruime marge van appreciatie van de Koning bij de | aanvaarding van deze ruime marge van appreciatie van de Koning bij de |
keuze van de middelen om de doelstellingen van een wet te realiseren. | keuze van de middelen om de doelstellingen van een wet te realiseren. |
» | » |
Mast en Dujardin, in hun handboek over Belgisch grondwettelijk recht | Mast en Dujardin, in hun handboek over Belgisch grondwettelijk recht |
(9) beschrijven de draagwijdte van de verordenende bevoegdheid van de | (9) beschrijven de draagwijdte van de verordenende bevoegdheid van de |
Koning nog explicieter : | Koning nog explicieter : |
« De wet, die niet alles kan regelen, moet zich beperken tot het | « De wet, die niet alles kan regelen, moet zich beperken tot het |
formuleren van de algemene rechtsnormen. Die normen zijn eerst dan | formuleren van de algemene rechtsnormen. Die normen zijn eerst dan |
voor een oordeelkundige, eenvormige en dus billijke toepassing | voor een oordeelkundige, eenvormige en dus billijke toepassing |
vatbaar, wanneer door het aanleggen van objectieve maatstaven, de | vatbaar, wanneer door het aanleggen van objectieve maatstaven, de |
uitvoeringsmodaliteiten vooraf worden bepaald. Het administratief | uitvoeringsmodaliteiten vooraf worden bepaald. Het administratief |
reglement heeft de vaststelling van die uitvoeringsregelen tot | reglement heeft de vaststelling van die uitvoeringsregelen tot |
voorwerp. ». | voorwerp. ». |
Mast en Dujardin vervolgen (10) : | Mast en Dujardin vervolgen (10) : |
« Een ruime interpretatie van het begrip uitvoering is geboden op het | « Een ruime interpretatie van het begrip uitvoering is geboden op het |
vlak bestreken door artikel 67 van de G.W. Als degene aan wie de taak | vlak bestreken door artikel 67 van de G.W. Als degene aan wie de taak |
is opgedragen om op normatief vlak de uitvoering van de wet te | is opgedragen om op normatief vlak de uitvoering van de wet te |
verzekeren, slechts mocht uitdrukken hetgeen de wetgever gewild heeft, | verzekeren, slechts mocht uitdrukken hetgeen de wetgever gewild heeft, |
dan zou de uitvoeringsverordening niets meer zijn dan de herhaling van | dan zou de uitvoeringsverordening niets meer zijn dan de herhaling van |
het uit te voeren wettelijk voorschrift en zou zij meteen schier | het uit te voeren wettelijk voorschrift en zou zij meteen schier |
altijd haar nut verliezen. | altijd haar nut verliezen. |
Een doeltreffende administratie vereist een andere opvatting van de | Een doeltreffende administratie vereist een andere opvatting van de |
normatieve functie van de uitvoerende macht en het is nu eenmaal een | normatieve functie van de uitvoerende macht en het is nu eenmaal een |
feit dat de rechtspraak in ruime mate aan de regering het recht | feit dat de rechtspraak in ruime mate aan de regering het recht |
toekent om te oordelen wat in haar ogen de « uitvoering » van de wet | toekent om te oordelen wat in haar ogen de « uitvoering » van de wet |
vraagt. Hiervan getuigt het arrest dat op 18 november 1924 door het | vraagt. Hiervan getuigt het arrest dat op 18 november 1924 door het |
Hof van Cassatie in verenigde kamers is gewezen.(...) De Koning blijft | Hof van Cassatie in verenigde kamers is gewezen.(...) De Koning blijft |
dus binnen de perken van zijn macht wanneer hij uit eigen beweging | dus binnen de perken van zijn macht wanneer hij uit eigen beweging |
optredend voor de uitvoering van de wet, normatieve maatregelen treft | optredend voor de uitvoering van de wet, normatieve maatregelen treft |
ten einde het doel dat de wetgever wilde bereiken, te verwezenlijken. | ten einde het doel dat de wetgever wilde bereiken, te verwezenlijken. |
Voor zover hij zich ervan onthoudt de draagwijdte van de wet te | Voor zover hij zich ervan onthoudt de draagwijdte van de wet te |
verruimen of te beperken, heeft hij dus, bij stilzwijgen van de wet, | verruimen of te beperken, heeft hij dus, bij stilzwijgen van de wet, |
de vrije keuze van de middelen die tot een dergelijk resultaat kunnen | de vrije keuze van de middelen die tot een dergelijk resultaat kunnen |
leiden. ». | leiden. ». |
Een ander gezaghebbend auteur, André Alen, zegt (11) : « Tenslotte mag | Een ander gezaghebbend auteur, André Alen, zegt (11) : « Tenslotte mag |
het begrip « uitvoering van de wet » niet al te beperkend worden | het begrip « uitvoering van de wet » niet al te beperkend worden |
geïnterpreteerd : al kan de Koning de draagwijdte van de wet niet | geïnterpreteerd : al kan de Koning de draagwijdte van de wet niet |
verruimen of beperken, toch heeft hij, bij stilzwijgen van de wet, de | verruimen of beperken, toch heeft hij, bij stilzwijgen van de wet, de |
vrije keuze van de middelen om het door de wetgever gestelde doel te | vrije keuze van de middelen om het door de wetgever gestelde doel te |
bereiken. ». | bereiken. ». |
Rechtsleer en rechtspraak bevestigen deze stelling (12). | Rechtsleer en rechtspraak bevestigen deze stelling (12). |
4. Het ontwerp van koninklijk besluit blijft binnen de perken van de | 4. Het ontwerp van koninklijk besluit blijft binnen de perken van de |
wet | wet |
In acht genomen hetgeen onder de punten 2 en 3 hierboven gesteld is, | In acht genomen hetgeen onder de punten 2 en 3 hierboven gesteld is, |
werd een voorontwerp van koninklijk besluit opgesteld en onderworpen | werd een voorontwerp van koninklijk besluit opgesteld en onderworpen |
aan de procedure van betrokkenheid met de Gewesten. Het voorontwerp | aan de procedure van betrokkenheid met de Gewesten. Het voorontwerp |
ontving de unanieme goedkeuring zowel in de beraadslaging van de | ontving de unanieme goedkeuring zowel in de beraadslaging van de |
diverse Gewestregeringen als in de Interministeriële Conferentie voor | diverse Gewestregeringen als in de Interministeriële Conferentie voor |
Verkeer en Infrastructuur van 16 april 1997 en in het Overlegcomité | Verkeer en Infrastructuur van 16 april 1997 en in het Overlegcomité |
van 13 mei 1997. | van 13 mei 1997. |
Het voorontwerp werd vervolgens aan de Raad van State voorgelegd | Het voorontwerp werd vervolgens aan de Raad van State voorgelegd |
waarvan het advies d.d. 25 juni 1997 (nr. L.26.428/9) gevoegd is bij | waarvan het advies d.d. 25 juni 1997 (nr. L.26.428/9) gevoegd is bij |
huidig verslag. | huidig verslag. |
Volgens de Raad van State laat de machtiging aan de Koning verleend | Volgens de Raad van State laat de machtiging aan de Koning verleend |
door artikel 62 zevende lid van de wet betreffende de politie over het | door artikel 62 zevende lid van de wet betreffende de politie over het |
wegverkeer U niet toe de overheden vast te stellen of hun organen aan | wegverkeer U niet toe de overheden vast te stellen of hun organen aan |
te wijzen die zullen deelnemen aan het overleg. Deze en gene zouden | te wijzen die zullen deelnemen aan het overleg. Deze en gene zouden |
vastgesteld zijn in de betrokken wetten. Die machtiging zou U evenmin | vastgesteld zijn in de betrokken wetten. Die machtiging zou U evenmin |
toelaten in de meest ruime bewoordingen te bepalen wat het onderwerp | toelaten in de meest ruime bewoordingen te bepalen wat het onderwerp |
van zulk een overleg is en, meer bepaald, welke doelstellingen het | van zulk een overleg is en, meer bepaald, welke doelstellingen het |
dient na te streven. | dient na te streven. |
De Raad van State besluit dat de wet beperkingen oplegt aan de aan de | De Raad van State besluit dat de wet beperkingen oplegt aan de aan de |
Koning verleende machtiging en dat het bestreden ontwerp die | Koning verleende machtiging en dat het bestreden ontwerp die |
machtiging te buiten gaat. Met andere woorden de uitvoerende macht zou | machtiging te buiten gaat. Met andere woorden de uitvoerende macht zou |
zijn verordenende bevoegdheid overschrijden. | zijn verordenende bevoegdheid overschrijden. |
Wat de aard van de kritiek betreft, kunnen we het advies van de Raad | Wat de aard van de kritiek betreft, kunnen we het advies van de Raad |
van State niet volgen, in acht genomen vooreerst hetgeen we onder de | van State niet volgen, in acht genomen vooreerst hetgeen we onder de |
punten 2 en 3 hierboven hebben uiteengezet. | punten 2 en 3 hierboven hebben uiteengezet. |
Daarenboven menen wij in de adviezen van de Raad van State, enerzijds | Daarenboven menen wij in de adviezen van de Raad van State, enerzijds |
met betrekking tot het wetsontwerp dat aanleiding heeft gegeven tot de | met betrekking tot het wetsontwerp dat aanleiding heeft gegeven tot de |
wet van 4 augustus 1996 (1) en anderzijds met betrekking tot het | wet van 4 augustus 1996 (1) en anderzijds met betrekking tot het |
hierbijgevoegd ontwerp van besluit, een duidelijke tegenstrijdigheid | hierbijgevoegd ontwerp van besluit, een duidelijke tegenstrijdigheid |
te moeten vaststellen. In dit laatste advies neemt de Raad van State | te moeten vaststellen. In dit laatste advies neemt de Raad van State |
een duidelijk meer uitgesproken standpunt in. | een duidelijk meer uitgesproken standpunt in. |
In het eerste advies stelt de Raad van State dat het ontwerp van het | In het eerste advies stelt de Raad van State dat het ontwerp van het |
nieuw artikel 62, zevende lid van de wet betreffende de politie over | nieuw artikel 62, zevende lid van de wet betreffende de politie over |
het wegverkeer weinig expliciet is, dat niets bepaald wordt omtrent de | het wegverkeer weinig expliciet is, dat niets bepaald wordt omtrent de |
organisatie en de frequentie van vergaderen en dat de samenstelling | organisatie en de frequentie van vergaderen en dat de samenstelling |
van het overleg uiterst vaag blijft. Thans stelt dit hoog | van het overleg uiterst vaag blijft. Thans stelt dit hoog |
rechtscollege vast dat de wetgever wel duidelijk is geweest en in | rechtscollege vast dat de wetgever wel duidelijk is geweest en in |
feite limieten heeft vastgelegd die zodanig zijn dat ze door de | feite limieten heeft vastgelegd die zodanig zijn dat ze door de |
uitvoerende macht niet verder gepreciseerd mogen worden zoals het de | uitvoerende macht niet verder gepreciseerd mogen worden zoals het de |
bedoeling van het besluit in kwestie is. | bedoeling van het besluit in kwestie is. |
In het eerste advies met betrekking tot het wetsontwerp vroeg de Raad | In het eerste advies met betrekking tot het wetsontwerp vroeg de Raad |
van State nochtans zelf naar meer verduidelijking. De wetgever is daar | van State nochtans zelf naar meer verduidelijking. De wetgever is daar |
niet willen op ingaan zoals hoger uit punt 2 is gebleken. | niet willen op ingaan zoals hoger uit punt 2 is gebleken. |
Integendeel, de wetgever gaf opdracht aan de Koning om aan die | Integendeel, de wetgever gaf opdracht aan de Koning om aan die |
opmerking van de Raad van State tegemoet te komen en delegeerde zijn | opmerking van de Raad van State tegemoet te komen en delegeerde zijn |
bevoegdheid daartoe aan de uitvoerende macht. Nu deze daar gebruik van | bevoegdheid daartoe aan de uitvoerende macht. Nu deze daar gebruik van |
maakt, meent de Raad van State dat de machtiging wordt overschreden. | maakt, meent de Raad van State dat de machtiging wordt overschreden. |
Als het zou juist zijn - zoals de Raad van State in zijn | Als het zou juist zijn - zoals de Raad van State in zijn |
hierbijgevoegd advies stelt - dat bijvoorbeeld, wat de samenstelling | hierbijgevoegd advies stelt - dat bijvoorbeeld, wat de samenstelling |
van het overleg betreft, de deelnemers duidelijk gekend zijn want | van het overleg betreft, de deelnemers duidelijk gekend zijn want |
vastgesteld in de betrokken wetten, dan is dit tegenstrijdig aan het | vastgesteld in de betrokken wetten, dan is dit tegenstrijdig aan het |
eerste advies waar de Raad van State stelt dat de samenstelling van | eerste advies waar de Raad van State stelt dat de samenstelling van |
het overleg uiterst vaag is. | het overleg uiterst vaag is. |
Wat de bevoegde overheden betreft, lijkt het ons aangewezen in alle | Wat de bevoegde overheden betreft, lijkt het ons aangewezen in alle |
duidelijkheid en voor uniforme toepassing van het overleg deze bij | duidelijkheid en voor uniforme toepassing van het overleg deze bij |
naam te benoemen in het besluit, binnen het kader van de machtiging | naam te benoemen in het besluit, binnen het kader van de machtiging |
verleend door de wet. In die zin worden voor de initiatiefnemers alle | verleend door de wet. In die zin worden voor de initiatiefnemers alle |
twijfels weggenomen over wie precies en door wie moet uitgenodigd | twijfels weggenomen over wie precies en door wie moet uitgenodigd |
worden. In casu is er hier duidelijk gekozen voor lokaal overleg, | worden. In casu is er hier duidelijk gekozen voor lokaal overleg, |
omdat deze instanties het best op de hoogte zijn van de feitelijke | omdat deze instanties het best op de hoogte zijn van de feitelijke |
toestanden op hun territorium en het best geplaatst zijn om te | toestanden op hun territorium en het best geplaatst zijn om te |
beslissen over de noodzakelijkheid van vaste uitrustingen op lokaal | beslissen over de noodzakelijkheid van vaste uitrustingen op lokaal |
niveau. Deze keuze is essentieel voor de uitvoering van de wet, maar | niveau. Deze keuze is essentieel voor de uitvoering van de wet, maar |
was niet gemaakt door de wetgever, waardoor alle mogelijke keuzes open | was niet gemaakt door de wetgever, waardoor alle mogelijke keuzes open |
waren, wat meteen tot verschillende arbitraire handelswijzen | waren, wat meteen tot verschillende arbitraire handelswijzen |
aanleiding kon geven. De bepalingen van het huidig besluit dienen de | aanleiding kon geven. De bepalingen van het huidig besluit dienen de |
rechtszekerheid van gans het systeem. Ze vermijden dat interpretaties | rechtszekerheid van gans het systeem. Ze vermijden dat interpretaties |
allerhande aanleiding kunnen geven tot betwistingen voor de hoven en | allerhande aanleiding kunnen geven tot betwistingen voor de hoven en |
rechtbanken. | rechtbanken. |
Teneinde toch duidelijk te maken dat het ontwerp van besluit aansluit | Teneinde toch duidelijk te maken dat het ontwerp van besluit aansluit |
bij de machtiging, verleend door het Parlement, werden in de tekst | bij de machtiging, verleend door het Parlement, werden in de tekst |
enkele preciseringen toegevoegd. | enkele preciseringen toegevoegd. |
Wat de deelnemers aan het overleg betreft, werd in artikel 1, 4° de | Wat de deelnemers aan het overleg betreft, werd in artikel 1, 4° de |
definitie van « bevoegde overheden » gepreciseerd terwijl in artikel 3 | definitie van « bevoegde overheden » gepreciseerd terwijl in artikel 3 |
de deelnemers gerangschikt werden volgens de groepen van bevoegde | de deelnemers gerangschikt werden volgens de groepen van bevoegde |
overheden zoals vermeld in artikel 62, zevende lid van de wet. | overheden zoals vermeld in artikel 62, zevende lid van de wet. |
Wat het voorwerp van het overleg betreft, wensen we te stellen dat het | Wat het voorwerp van het overleg betreft, wensen we te stellen dat het |
bepalen van de plaatsing en van de gebruiksomstandigheden van een | bepalen van de plaatsing en van de gebruiksomstandigheden van een |
vaste uitrusting geen beslissing op zichzelf kan zijn. Deze bepaling | vaste uitrusting geen beslissing op zichzelf kan zijn. Deze bepaling |
kan slechts het gevolg zijn van een voorafgaandelijke | kan slechts het gevolg zijn van een voorafgaandelijke |
gedachtenwisseling door de bevoegde overheden in het kader van het | gedachtenwisseling door de bevoegde overheden in het kader van het |
overleg over het globale beleid dat op het vlak van de | overleg over het globale beleid dat op het vlak van de |
verkeersveiligheid moet gevoerd worden, binnen voorafbepaalde | verkeersveiligheid moet gevoerd worden, binnen voorafbepaalde |
objectieven en binnen de respectievelijke bevoegdheden van elke | objectieven en binnen de respectievelijke bevoegdheden van elke |
partner, in functie van de bedoeling van het bestuur dat het overleg | partner, in functie van de bedoeling van het bestuur dat het overleg |
samenroept en dat een voorstel voorlegt tot plaatsing van een vaste | samenroept en dat een voorstel voorlegt tot plaatsing van een vaste |
uitrusting. In het tegenovergestelde geval zou de plaatsing totaal | uitrusting. In het tegenovergestelde geval zou de plaatsing totaal |
inefficiënt kunnen zijn en het beoogde doel voorbij schieten. Evenwel | inefficiënt kunnen zijn en het beoogde doel voorbij schieten. Evenwel |
is het besluit in die zin aangevuld dat de bepaling van dit beleid | is het besluit in die zin aangevuld dat de bepaling van dit beleid |
moet gebeuren met het oog op de bepaling van de plaatsing en de | moet gebeuren met het oog op de bepaling van de plaatsing en de |
gebruiksomstandigheden van de vaste uitrusting. Deze verduidelijking | gebruiksomstandigheden van de vaste uitrusting. Deze verduidelijking |
werd toegevoegd in de artikelen 2, 3° en 5, § 1. | werd toegevoegd in de artikelen 2, 3° en 5, § 1. |
Voor wat de overige punten van het ontworpen besluit betreft, waarover | Voor wat de overige punten van het ontworpen besluit betreft, waarover |
de wetgever stilzwijgend is gebleven maar die noodzakelijk geregeld | de wetgever stilzwijgend is gebleven maar die noodzakelijk geregeld |
moeten worden in het belang van de rechtszekerheid van elkeen die | moeten worden in het belang van de rechtszekerheid van elkeen die |
geconfronteerd wordt met een vaste uitrusting, is uitgegaan van de | geconfronteerd wordt met een vaste uitrusting, is uitgegaan van de |
natuur en de geest van de wet van 4 augustus 1996. Zoals uit punt 3 | natuur en de geest van de wet van 4 augustus 1996. Zoals uit punt 3 |
hierboven blijkt, beschikt U ook in dergelijk geval over een ruime | hierboven blijkt, beschikt U ook in dergelijk geval over een ruime |
verordeningsbevoegdheid. | verordeningsbevoegdheid. |
In dat geval zijn wij van oordeel dat het ontwerp van besluit dat wij | In dat geval zijn wij van oordeel dat het ontwerp van besluit dat wij |
aan Uw Handtekening voorleggen volledig binnen de perken van de wet | aan Uw Handtekening voorleggen volledig binnen de perken van de wet |
valt en dat U Uw machtiging niet overschrijdt. | valt en dat U Uw machtiging niet overschrijdt. |
We hebben de eer te zijn, | We hebben de eer te zijn, |
Sire, | Sire, |
van Uwe Majesteit, | van Uwe Majesteit, |
de zeer eerbiedige | de zeer eerbiedige |
en zeer getrouwe dienaars, | en zeer getrouwe dienaars, |
De Minister van Binnenlandse Zaken, | De Minister van Binnenlandse Zaken, |
J. VANDE LANOTTE | J. VANDE LANOTTE |
De Minister van Justitie, | De Minister van Justitie, |
S. DE CLERCK | S. DE CLERCK |
De Staatssecretaris voor Veiligheid, | De Staatssecretaris voor Veiligheid, |
J. PEETERS | J. PEETERS |
(*) Voetnoten : | (*) Voetnoten : |
(1) Gedr. stukken Kamer, gewone zitting 1995-1996, nr. 577/1, blz. 14, | (1) Gedr. stukken Kamer, gewone zitting 1995-1996, nr. 577/1, blz. 14, |
punt 3. | punt 3. |
(2) Ibid., blz. 5, « Lid 7 ». | (2) Ibid., blz. 5, « Lid 7 ». |
(3) Ibid. | (3) Ibid. |
(4) Ibid., nr. 577/5, blz. 5. | (4) Ibid., nr. 577/5, blz. 5. |
(5) Ibid., blz. 12. | (5) Ibid., blz. 12. |
(6) Cass., 18 november 1924, Pas. 1925, I, 25. | (6) Cass., 18 november 1924, Pas. 1925, I, 25. |
(7) DE MEYER J., Beschouwingen over de Juridische grondslag van de | (7) DE MEYER J., Beschouwingen over de Juridische grondslag van de |
Reglementering betreffende de Identiteitskaarten, R.W. 1950-51, kol. | Reglementering betreffende de Identiteitskaarten, R.W. 1950-51, kol. |
609-614; MAST en DUJARDIN, Overzicht van het Belgisch Grondwettelijke | 609-614; MAST en DUJARDIN, Overzicht van het Belgisch Grondwettelijke |
Recht, Story Recht, 8e druk, 1985, blz. 319 voetnoot 16 + de aldaar | Recht, Story Recht, 8e druk, 1985, blz. 319 voetnoot 16 + de aldaar |
geciteerde rechtspraak. | geciteerde rechtspraak. |
(8) RIMANQUE Karel, De regel is niet steeds recht, Het labyrint van de | (8) RIMANQUE Karel, De regel is niet steeds recht, Het labyrint van de |
rechtsnormen na de staatshervorming, Kluwer Rechtswetenschappen | rechtsnormen na de staatshervorming, Kluwer Rechtswetenschappen |
Antwerpen, 1990, blz. 120 | Antwerpen, 1990, blz. 120 |
(9) MAST en DUJARDIN, o.c., nr. 262, blz. 316 en voetnoot 4. | (9) MAST en DUJARDIN, o.c., nr. 262, blz. 316 en voetnoot 4. |
(10) MAST en DUJARDIN, o.c., nr. 265, blz. 318 e.v. | (10) MAST en DUJARDIN, o.c., nr. 265, blz. 318 e.v. |
(11) ALEN A., Handboek van het Belgisch Staatsrecht, Kluwer | (11) ALEN A., Handboek van het Belgisch Staatsrecht, Kluwer |
Rechtswetenschappen België, 1995 nr. 89, blz. 90. | Rechtswetenschappen België, 1995 nr. 89, blz. 90. |
(12) RECHTSLEER : | (12) RECHTSLEER : |
- VANDE LANOTTE J., m.m.v. GOEDERTIER G., Overzicht van het publiek | - VANDE LANOTTE J., m.m.v. GOEDERTIER G., Overzicht van het publiek |
recht, deel II, Brugge, Die Keure, 1994, nr. 724, blz. 342 (« De | recht, deel II, Brugge, Die Keure, 1994, nr. 724, blz. 342 (« De |
omvattendheid van de hedendaagse regelgeving houdt noodzakelijkerwijze | omvattendheid van de hedendaagse regelgeving houdt noodzakelijkerwijze |
in dat de wet heel wat ruimte voor eigen beoordeling door de | in dat de wet heel wat ruimte voor eigen beoordeling door de |
uitvoerende macht openlaat... »). | uitvoerende macht openlaat... »). |
- ALEN A., Algemene beginselen en grondslagen van het Belgisch Publiek | - ALEN A., Algemene beginselen en grondslagen van het Belgisch Publiek |
recht, Boek I - De instellingen, E.Story-Scientia, blz. 165 en | recht, Boek I - De instellingen, E.Story-Scientia, blz. 165 en |
voetnoot 8 (idem als voetnoot 11 hierboven). | voetnoot 8 (idem als voetnoot 11 hierboven). |
- VAN MENSEL A., De Belgische Federatie, Het Labyrinth van Daedalus, | - VAN MENSEL A., De Belgische Federatie, Het Labyrinth van Daedalus, |
Een artikelsgewijze commentaar van de Belgische Grondwet, Meys en | Een artikelsgewijze commentaar van de Belgische Grondwet, Meys en |
Breesch, Gent, 1996, blz. 264 (« De Koning dient zich vooral in het | Breesch, Gent, 1996, blz. 264 (« De Koning dient zich vooral in het |
verlengde van de geest van de wet te bewegen »). | verlengde van de geest van de wet te bewegen »). |
- LAGASSE Ch.-Et., « Les Institutions Politiques de la Belgique », | - LAGASSE Ch.-Et., « Les Institutions Politiques de la Belgique », |
Ciaco éditeur, 1988, blz. 251 (« Les arrêtés royaux visent à préciser | Ciaco éditeur, 1988, blz. 251 (« Les arrêtés royaux visent à préciser |
les principes généraux contenus dans une loi »). | les principes généraux contenus dans une loi »). |
- MAST A. e.a., Overzicht van het Belgisch Administratief Recht, 14e | - MAST A. e.a., Overzicht van het Belgisch Administratief Recht, 14e |
geheel opnieuw bewerkte en aangevulde uitgave, Kluwer | geheel opnieuw bewerkte en aangevulde uitgave, Kluwer |
Rechtswetenschappen België, 1996, nr. 30, blz. 31 (« Het verband dat | Rechtswetenschappen België, 1996, nr. 30, blz. 31 (« Het verband dat |
tussen de uit te voeren wet en het uitvoeringsbesluit moet bestaan, | tussen de uit te voeren wet en het uitvoeringsbesluit moet bestaan, |
wordt door de rechtspraak vrij breed opgevat... »). | wordt door de rechtspraak vrij breed opgevat... »). |
RECHTSPRAAK : | RECHTSPRAAK : |
- Arbitragehof, nr. 70/92, 12 november 1992 en nr. 45/93, 10 juni | - Arbitragehof, nr. 70/92, 12 november 1992 en nr. 45/93, 10 juni |
1993. | 1993. |
- R.v.S., Gemeenteraadsverkiezingen Bougnies, nr. 14.582 van 8 maart | - R.v.S., Gemeenteraadsverkiezingen Bougnies, nr. 14.582 van 8 maart |
1971. | 1971. |
- Cass., 17 mei 1963, JT 1963 blz. 587 met concl. van Ganshof van der | - Cass., 17 mei 1963, JT 1963 blz. 587 met concl. van Ganshof van der |
Meersch, toen Adv. gen.; Cass. 23 april 1971, Arr. Cass. 1971, blz. | Meersch, toen Adv. gen.; Cass. 23 april 1971, Arr. Cass. 1971, blz. |
786 met concl. van F. Dumon, toen Adv.gen. blz. 806.; Cass. 12 oktober | 786 met concl. van F. Dumon, toen Adv.gen. blz. 806.; Cass. 12 oktober |
1976, Arr. Cass. 1977, blz. 175 en 18 januari 1977, Arr. Cass. 1977, | 1976, Arr. Cass. 1977, blz. 175 en 18 januari 1977, Arr. Cass. 1977, |
blz. 553. | blz. 553. |
Advies van de Raad van State | Advies van de Raad van State |
De Raad van State, afdeling wetgeving, negende kamer, op 15 mei 1997 | De Raad van State, afdeling wetgeving, negende kamer, op 15 mei 1997 |
door de Staatssecretaris voor Veiligheid, verzocht hem, binnen een | door de Staatssecretaris voor Veiligheid, verzocht hem, binnen een |
termijn van ten hoogste een maand, van advies te dienen over een | termijn van ten hoogste een maand, van advies te dienen over een |
ontwerp van koninklijk besluit "betreffende de bijzondere modaliteiten | ontwerp van koninklijk besluit "betreffende de bijzondere modaliteiten |
van het overleg voor de bepaling van de plaatsing en de | van het overleg voor de bepaling van de plaatsing en de |
gebruiksomstandigheden van vaste automatisch werkende toestellen in | gebruiksomstandigheden van vaste automatisch werkende toestellen in |
afwezigheid van een bevoegd persoon, bestemd om op de openbare weg | afwezigheid van een bevoegd persoon, bestemd om op de openbare weg |
toezicht te houden op de naleving van de wet betreffende de politie | toezicht te houden op de naleving van de wet betreffende de politie |
over het wegverkeer en haar uitvoeringsbesluiten", heeft op 25 juni | over het wegverkeer en haar uitvoeringsbesluiten", heeft op 25 juni |
1997 het volgende advies gegeven : | 1997 het volgende advies gegeven : |
Op grond van de machtiging die Hem is verleend door artikel 62, | Op grond van de machtiging die Hem is verleend door artikel 62, |
zevende lid, van de op 16 maart 1968 gecoördineerde wet betreffende de | zevende lid, van de op 16 maart 1968 gecoördineerde wet betreffende de |
politie over het wegverkeer, zoals het gewijzigd is bij de wet van 4 | politie over het wegverkeer, zoals het gewijzigd is bij de wet van 4 |
augustus 1996 betreffende de erkenning en het gebruik van bemande en | augustus 1996 betreffende de erkenning en het gebruik van bemande en |
onbemande automatisch werkende toestellen in het wegverkeer, mag de | onbemande automatisch werkende toestellen in het wegverkeer, mag de |
Koning alleen de "bijzondere modaliteiten" bepalen van het "overleg, | Koning alleen de "bijzondere modaliteiten" bepalen van het "overleg, |
georganiseerd door de bevoegde gerechtelijke, politionele en | georganiseerd door de bevoegde gerechtelijke, politionele en |
administratieve overheden, waaronder de wegbeheerders". | administratieve overheden, waaronder de wegbeheerders". |
Die machtiging staat de Koning niet toe die overheden vast te stellen | Die machtiging staat de Koning niet toe die overheden vast te stellen |
of hun organen aan te wijzen die zullen deelnemen aan het overleg. | of hun organen aan te wijzen die zullen deelnemen aan het overleg. |
Deze en gene zijn immers vastgesteld in de betrokken wetten, vooral in | Deze en gene zijn immers vastgesteld in de betrokken wetten, vooral in |
de gecoördineerde wetten op het wegverkeer, de gemeente- en | de gecoördineerde wetten op het wegverkeer, de gemeente- en |
provinciewetten en de wetten betreffende het stelsel van de wegenis. | provinciewetten en de wetten betreffende het stelsel van de wegenis. |
Die machtiging staat Hem evenmin toe in de meest ruime bewoordingen te | Die machtiging staat Hem evenmin toe in de meest ruime bewoordingen te |
bepalen wat het ontwerp van zulk een overleg is en, meer bepaald, | bepalen wat het ontwerp van zulk een overleg is en, meer bepaald, |
welke doelstellingen het dient na te streven. | welke doelstellingen het dient na te streven. |
Het ontworpen besluit dient te worden herzien om rekening te houden | Het ontworpen besluit dient te worden herzien om rekening te houden |
met de beperkingen die de wet aan de aan de Koning verleende | met de beperkingen die de wet aan de aan de Koning verleende |
machtiging oplegt. | machtiging oplegt. |
De kamer was samengesteld uit : | De kamer was samengesteld uit : |
De heer C.-L. Closset, kamervoorzitter; | De heer C.-L. Closset, kamervoorzitter; |
De heren : | De heren : |
C. Wettinck, P. Lienardy, staatsraden; | C. Wettinck, P. Lienardy, staatsraden; |
F. Delperee, J.-M. Favresse, assessoren van de afdeling wetgeving; | F. Delperee, J.-M. Favresse, assessoren van de afdeling wetgeving; |
Mevr. M. Proost, griffier. | Mevr. M. Proost, griffier. |
Het verslag werd uitgebracht door de heer L. Detroux, | Het verslag werd uitgebracht door de heer L. Detroux, |
adjunct-auditeur. De nota van het Coördinatiebureau werd opgesteld en | adjunct-auditeur. De nota van het Coördinatiebureau werd opgesteld en |
toegelicht door de heer C. Amelynck, adjunct-referendaris. | toegelicht door de heer C. Amelynck, adjunct-referendaris. |
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd | De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd |
nagezien onder toezicht van de heer P. Lienardy. | nagezien onder toezicht van de heer P. Lienardy. |
De griffier, | De griffier, |
M. Proost. | M. Proost. |
De voorzitter, | De voorzitter, |
C.-L. Closset. | C.-L. Closset. |
11 OKTOBER 1997. Koninklijk besluit betreffende de bijzondere | 11 OKTOBER 1997. Koninklijk besluit betreffende de bijzondere |
modaliteiten van het overleg voor de bepaling van de plaatsing en de | modaliteiten van het overleg voor de bepaling van de plaatsing en de |
gebruiksomstandigheden van vaste automatisch werkende toestellen in | gebruiksomstandigheden van vaste automatisch werkende toestellen in |
afwezigheid van een bevoegd persoon, bestemd om op de openbare weg | afwezigheid van een bevoegd persoon, bestemd om op de openbare weg |
toezicht te houden op de naleving van de wet betreffende de politie | toezicht te houden op de naleving van de wet betreffende de politie |
over het wegverkeer en haar uitvoeringsbesluiten | over het wegverkeer en haar uitvoeringsbesluiten |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, | Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, |
gecoördineerd op 16 maart 1968, inzonderheid op artikel 62, eerste | gecoördineerd op 16 maart 1968, inzonderheid op artikel 62, eerste |
lid, vervangen bij de wet van 4 augustus 1996; | lid, vervangen bij de wet van 4 augustus 1996; |
Overwegende dat de Gewestregeringen betrokken zijn bij het ontwerpen | Overwegende dat de Gewestregeringen betrokken zijn bij het ontwerpen |
van dit besluit; | van dit besluit; |
Gelet op het besluit van de Ministerraad van 25 april 1997 over de | Gelet op het besluit van de Ministerraad van 25 april 1997 over de |
adviesaanvraag binnen een termijn van een maand; | adviesaanvraag binnen een termijn van een maand; |
Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 25 juni 1997, | Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 25 juni 1997, |
met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde | met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde |
wetten op de Raad van State; | wetten op de Raad van State; |
Op de voordracht van onze Minister van Binnenlandse Zaken, Onze | Op de voordracht van onze Minister van Binnenlandse Zaken, Onze |
Minister van Justitie en de Staatssecretaris voor Veiligheid, | Minister van Justitie en de Staatssecretaris voor Veiligheid, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
1° "Wet", de wet betreffende de politie over het wegverkeer, | 1° "Wet", de wet betreffende de politie over het wegverkeer, |
gecoördineerd op 16 maart 1968. | gecoördineerd op 16 maart 1968. |
2° "Vaste uitrusting", het geheel der middelen dat op de openbare weg | 2° "Vaste uitrusting", het geheel der middelen dat op de openbare weg |
op duurzame wijze wordt aangebracht, om met automatisch werkende | op duurzame wijze wordt aangebracht, om met automatisch werkende |
toestellen, in afwezigheid van een bevoegd persoon, de overtredingen | toestellen, in afwezigheid van een bevoegd persoon, de overtredingen |
vast te stellen, vermeld in het koninklijk besluit tot aanwijzing van | vast te stellen, vermeld in het koninklijk besluit tot aanwijzing van |
de overtredingen waarvan de vaststelling, gesteund op materiële | de overtredingen waarvan de vaststelling, gesteund op materiële |
bewijsmiddelen die door onbemande automatisch werkende toestellen | bewijsmiddelen die door onbemande automatisch werkende toestellen |
worden opgeleverd, bewijskracht heeft zolang het tegendeel niet | worden opgeleverd, bewijskracht heeft zolang het tegendeel niet |
bewezen is, zoals bedoeld in artikel 62, derde lid van de wet. | bewezen is, zoals bedoeld in artikel 62, derde lid van de wet. |
3° "Bestuur", elke overheid die de bedoeling heeft een vaste | 3° "Bestuur", elke overheid die de bedoeling heeft een vaste |
uitrusting te installeren en in werking te laten treden, of haar | uitrusting te installeren en in werking te laten treden, of haar |
gemachtigde. | gemachtigde. |
4° "Bevoegde overheden", de partijen vermeld in artikel 3 die, binnen | 4° "Bevoegde overheden", de partijen vermeld in artikel 3 die, binnen |
het kader van hun bevoegdheden op het gebied van de vaststelling en | het kader van hun bevoegdheden op het gebied van de vaststelling en |
vervolging van verkeersovertredingen evenals op het gebied van de | vervolging van verkeersovertredingen evenals op het gebied van de |
veiligheid, territoriaal verantwoordelijk zijn voor de plaats of | veiligheid, territoriaal verantwoordelijk zijn voor de plaats of |
plaatsen waar het de bedoeling is de vaste uitrusting of uitrustingen | plaatsen waar het de bedoeling is de vaste uitrusting of uitrustingen |
te installeren en in werking te laten treden. | te installeren en in werking te laten treden. |
5° "Overleg", de bespreking door de bevoegde overheden, van de | 5° "Overleg", de bespreking door de bevoegde overheden, van de |
plaatsing en de gebruiksomstandigheden van één of meerdere vaste | plaatsing en de gebruiksomstandigheden van één of meerdere vaste |
uitrustingen. | uitrustingen. |
Art. 2.Het overleg heeft tot voorwerp : |
Art. 2.Het overleg heeft tot voorwerp : |
1° de toelichting over de bedoeling van het bestuur; | 1° de toelichting over de bedoeling van het bestuur; |
2° de opmerkingen van de bevoegde overheden; | 2° de opmerkingen van de bevoegde overheden; |
3° een geïntegreerd bestuurlijk, strafrechtelijk en politioneel beleid | 3° een geïntegreerd bestuurlijk, strafrechtelijk en politioneel beleid |
op het gebied van de opsporing, de vaststelling en de vervolging van | op het gebied van de opsporing, de vaststelling en de vervolging van |
verkeersovertredingen met het oog op de bepaling van de plaatsing en | verkeersovertredingen met het oog op de bepaling van de plaatsing en |
de gebruiksomstandigheden van de vaste uitrusting of uitrustingen; | de gebruiksomstandigheden van de vaste uitrusting of uitrustingen; |
4° de maatregelen teneinde de samenwerking tussen de bevoegde | 4° de maatregelen teneinde de samenwerking tussen de bevoegde |
overheden inzake voornoemd beleid te realiseren. | overheden inzake voornoemd beleid te realiseren. |
Art. 3.De partijen van het overleg zijn : |
Art. 3.De partijen van het overleg zijn : |
1° Voor de gerechtelijke overheden : de procureur(s) des Konings. | 1° Voor de gerechtelijke overheden : de procureur(s) des Konings. |
2° Voor de politionele overheden : | 2° Voor de politionele overheden : |
- de districtcommandant(en) en/of de commandant(en) van de provinciale | - de districtcommandant(en) en/of de commandant(en) van de provinciale |
verkeerseenheid (eenheden) van de rijkswacht; | verkeerseenheid (eenheden) van de rijkswacht; |
- de korpschef(s) van de gemeentepolitie; | - de korpschef(s) van de gemeentepolitie; |
- de politiedienst(en) van de maatschappij(en) voor gemeenschappelijk | - de politiedienst(en) van de maatschappij(en) voor gemeenschappelijk |
vervoer indien het om een overweg gaat. | vervoer indien het om een overweg gaat. |
3° Voor de bestuurlijke overheden : | 3° Voor de bestuurlijke overheden : |
- de burgemeester(s); | - de burgemeester(s); |
- de wegbeheerder(s), te weten : | - de wegbeheerder(s), te weten : |
- de Minister aangeduid door de Gewestregering ingeval het om een | - de Minister aangeduid door de Gewestregering ingeval het om een |
gewestweg gaat; | gewestweg gaat; |
- de provinciegouverneur ingeval het om een provincieweg gaat; | - de provinciegouverneur ingeval het om een provincieweg gaat; |
- de burgemeester ingeval het om een gemeenteweg gaat; | - de burgemeester ingeval het om een gemeenteweg gaat; |
- de verantwoordelijke van de maatschappijen voor gemeenschappelijk | - de verantwoordelijke van de maatschappijen voor gemeenschappelijk |
vervoer indien het om een overweg gaat. | vervoer indien het om een overweg gaat. |
Elk van de partijen kan zich laten vertegenwoordigen door één of | Elk van de partijen kan zich laten vertegenwoordigen door één of |
meerdere gemachtigden. | meerdere gemachtigden. |
Art. 4.§ 1. Het bestuur roept de bevoegde overheden voor het overleg |
Art. 4.§ 1. Het bestuur roept de bevoegde overheden voor het overleg |
bijeen. | bijeen. |
Het bestuur staat in voor de organisatie, voor het voorzitterschap en | Het bestuur staat in voor de organisatie, voor het voorzitterschap en |
voor het secretariaat van het overleg. | voor het secretariaat van het overleg. |
§ 2. De afwezigheid van één of meerdere uitgenodigde bevoegde | § 2. De afwezigheid van één of meerdere uitgenodigde bevoegde |
overheden kan niet leiden tot ongeldigheid van het overleg. Dit wordt | overheden kan niet leiden tot ongeldigheid van het overleg. Dit wordt |
uitdrukkelijk op de uitnodiging vermeld. | uitdrukkelijk op de uitnodiging vermeld. |
Art. 5.§ 1. Het verloop van het overleg wordt beschreven in een |
Art. 5.§ 1. Het verloop van het overleg wordt beschreven in een |
verslag. | verslag. |
De afspraken over de plaatsing en de gebruiksomstandigheden van de | De afspraken over de plaatsing en de gebruiksomstandigheden van de |
vaste uitrusting of uitrustingen worden vastgelegd in een protocol. | vaste uitrusting of uitrustingen worden vastgelegd in een protocol. |
Dit protocol vermeldt de uitdrukkelijke instemming van de wegbeheerder | Dit protocol vermeldt de uitdrukkelijke instemming van de wegbeheerder |
met de plaatsing, op de openbare weg waarover hij het beheer heeft, | met de plaatsing, op de openbare weg waarover hij het beheer heeft, |
van de vaste uitrusting of uitrustingen voor onbemand automatisch | van de vaste uitrusting of uitrustingen voor onbemand automatisch |
werkende toestellen zoals bedoeld in artikel 62, lid 7, laatste zin | werkende toestellen zoals bedoeld in artikel 62, lid 7, laatste zin |
van de wet. | van de wet. |
§ 2. Op gemotiveerd verzoek van één van de bevoegde overheden om een | § 2. Op gemotiveerd verzoek van één van de bevoegde overheden om een |
wijziging aan de afspraken door te voeren, roept het bestuur een nieuw | wijziging aan de afspraken door te voeren, roept het bestuur een nieuw |
overleg samen. | overleg samen. |
Art. 6.Het verslag en het protocol worden binnen de dertig dagen |
Art. 6.Het verslag en het protocol worden binnen de dertig dagen |
overgemaakt aan de bevoegde overheden en aan de dienst Wegveiligheid | overgemaakt aan de bevoegde overheden en aan de dienst Wegveiligheid |
van het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastructuur | van het Bestuur van de Verkeersreglementering en van de Infrastructuur |
van het federaal Ministerie van Verkeer en Infrastructuur. | van het federaal Ministerie van Verkeer en Infrastructuur. |
Art. 7.Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Onze Minister van |
Art. 7.Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Onze Minister van |
Justitie en de Staatssecretaris voor Veiligheid zijn, ieder wat hem | Justitie en de Staatssecretaris voor Veiligheid zijn, ieder wat hem |
betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. | betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 11 oktober 1997. | Gegeven te Brussel, 11 oktober 1997. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Binnenlandse Zaken, | De Minister van Binnenlandse Zaken, |
J. VANDE LANOTTE | J. VANDE LANOTTE |
De Minister van Justitie, | De Minister van Justitie, |
S. DE CLERCK | S. DE CLERCK |
De Staatssecretaris voor Veiligheid, | De Staatssecretaris voor Veiligheid, |
J. PEETERS | J. PEETERS |