Koninklijk besluit betreffende de tewerkstelling op zondag in kleinhandelszaken en kapperssalons gevestigd in badplaatsen, luchtkuuroorden en toeristische centra | Koninklijk besluit betreffende de tewerkstelling op zondag in kleinhandelszaken en kapperssalons gevestigd in badplaatsen, luchtkuuroorden en toeristische centra |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
9 MEI 2007. - Koninklijk besluit betreffende de tewerkstelling op | 9 MEI 2007. - Koninklijk besluit betreffende de tewerkstelling op |
zondag in kleinhandelszaken en kapperssalons gevestigd in badplaatsen, | zondag in kleinhandelszaken en kapperssalons gevestigd in badplaatsen, |
luchtkuuroorden en toeristische centra (1) | luchtkuuroorden en toeristische centra (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de Arbeidswet van 16 maart 1971, inzonderheid op artikel 14, | Gelet op de Arbeidswet van 16 maart 1971, inzonderheid op artikel 14, |
§ 2; | § 2; |
Gelet op het koninklijk besluit van 7 november 1966 betreffende de | Gelet op het koninklijk besluit van 7 november 1966 betreffende de |
tewerkstelling op zondag in kleinhandelszaken en kapperssalons | tewerkstelling op zondag in kleinhandelszaken en kapperssalons |
gevestigd in badplaatsen, luchtkuuroorden en toeristische centra, | gevestigd in badplaatsen, luchtkuuroorden en toeristische centra, |
gewijzigd bij het koninklijk besluit van 7 december 1988; | gewijzigd bij het koninklijk besluit van 7 december 1988; |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën gegeven op 2 juni | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën gegeven op 2 juni |
2006; | 2006; |
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 4 | Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 4 |
juli 2006; | juli 2006; |
Gelet op het advies nr. 1.564 van de Nationale Arbeidsraad, gegeven op | Gelet op het advies nr. 1.564 van de Nationale Arbeidsraad, gegeven op |
18 juli 2006; | 18 juli 2006; |
Gelet op het advies nr. 41.522/1 van de Raad van State, gegeven op 9 | Gelet op het advies nr. 41.522/1 van de Raad van State, gegeven op 9 |
november 2006, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van | november 2006, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van |
de gecoördineerde wetten op de Raad van State; | de gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
Gelet op het advies nr. 42.646/1 van de Raad van State, gegeven op 19 | Gelet op het advies nr. 42.646/1 van de Raad van State, gegeven op 19 |
april 2007, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de | april 2007, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de |
gecoördineerde wetten op de Raad van State; | gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
Op de voordracht van Onze Minister van Werk, | Op de voordracht van Onze Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op : |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op : |
1° de werkgevers die in de badplaatsen, luchtkuuroorden of | 1° de werkgevers die in de badplaatsen, luchtkuuroorden of |
toeristische centra kleinhandelszaken of kapperssalons uitbaten; | toeristische centra kleinhandelszaken of kapperssalons uitbaten; |
2° de werknemers welke door de onder 1° bedoelde werkgevers | 2° de werknemers welke door de onder 1° bedoelde werkgevers |
tewerkgesteld worden in een badplaats, luchtkuuroord of toeristisch | tewerkgesteld worden in een badplaats, luchtkuuroord of toeristisch |
centrum. | centrum. |
Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit worden beschouwd : |
Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit worden beschouwd : |
1° als badplaatsen : de plaatsen welke niet verder dan vijf kilometer | 1° als badplaatsen : de plaatsen welke niet verder dan vijf kilometer |
van de kust gelegen zijn; | van de kust gelegen zijn; |
2° als luchtkuuroorden : de plaatsen welke aan ten minste twee van de | 2° als luchtkuuroorden : de plaatsen welke aan ten minste twee van de |
volgende voorwaarden voldoen : | volgende voorwaarden voldoen : |
a) de meeste hotels dienen er ten minste zes maanden per jaar gesloten | a) de meeste hotels dienen er ten minste zes maanden per jaar gesloten |
te zijn; | te zijn; |
b) het aantal residerenden dient er gedurende sommige periodes van het | b) het aantal residerenden dient er gedurende sommige periodes van het |
jaar in aanzienlijke mate toe te nemen; | jaar in aanzienlijke mate toe te nemen; |
c) het in het hotelbedrijf tewerkgestelde personeel dient er gedurende | c) het in het hotelbedrijf tewerkgestelde personeel dient er gedurende |
sommige periodes van het jaar in aanzienlijke mate toe te nemen; | sommige periodes van het jaar in aanzienlijke mate toe te nemen; |
3° als toeristische centra : de plaatsen die als zodanig worden erkend | 3° als toeristische centra : de plaatsen die als zodanig worden erkend |
door de Minister van Werk volgens de voorwaarden bepaald in artikel 4 | door de Minister van Werk volgens de voorwaarden bepaald in artikel 4 |
van dit besluit; | van dit besluit; |
4° als toeristen : de bezoekers komende van buiten de eigen streek, | 4° als toeristen : de bezoekers komende van buiten de eigen streek, |
die ter plaatse verblijven of langskomen met het oog op het bezoeken | die ter plaatse verblijven of langskomen met het oog op het bezoeken |
van bezienswaardige of bekende plaatsen van culturele, historische of | van bezienswaardige of bekende plaatsen van culturele, historische of |
religieuze aard of van natuurschoon. | religieuze aard of van natuurschoon. |
HOOFDSTUK II. - Toegestane uitzonderingen op de zondagsrust | HOOFDSTUK II. - Toegestane uitzonderingen op de zondagsrust |
Art. 3.De werknemers, bedoeld in artikel 1, 2° van dit besluit mogen |
Art. 3.De werknemers, bedoeld in artikel 1, 2° van dit besluit mogen |
op zondag tewerkgesteld worden : | op zondag tewerkgesteld worden : |
1° vanaf 1 mei tot 30 september; | 1° vanaf 1 mei tot 30 september; |
2° gedurende de Kerst- en Paasvakantie in het door de Gemeenschappen | 2° gedurende de Kerst- en Paasvakantie in het door de Gemeenschappen |
ingericht, gesubsidieerd of erkend onderwijs; | ingericht, gesubsidieerd of erkend onderwijs; |
3° buiten de in 1° en 2° bedoelde periodes mag het personeel gedurende | 3° buiten de in 1° en 2° bedoelde periodes mag het personeel gedurende |
ten hoogste dertien zondagen per kalenderjaar tewerkgesteld worden | ten hoogste dertien zondagen per kalenderjaar tewerkgesteld worden |
waar manifestaties plaatsgrijpen, zoals bedoeld bij artikel 66, 26° | waar manifestaties plaatsgrijpen, zoals bedoeld bij artikel 66, 26° |
van de Arbeidswet van 16 maart 1971. | van de Arbeidswet van 16 maart 1971. |
HOOFDSTUK III. - Voorwaarden voor erkenning als toeristisch centrum | HOOFDSTUK III. - Voorwaarden voor erkenning als toeristisch centrum |
Art. 4.Als toeristisch centrum kunnen worden erkend de gemeenten die |
Art. 4.Als toeristisch centrum kunnen worden erkend de gemeenten die |
cumulatief aan volgende voorwaarden voldoen : | cumulatief aan volgende voorwaarden voldoen : |
1° de gemeente geeft een oplijsting van haar bezienswaardige of | 1° de gemeente geeft een oplijsting van haar bezienswaardige of |
bekende plaatsen van culturele, historische of religieuze aard of van | bekende plaatsen van culturele, historische of religieuze aard of van |
natuurschoon; | natuurschoon; |
2° de gemeente geeft een indicatie van het aantal toeristen die de | 2° de gemeente geeft een indicatie van het aantal toeristen die de |
gemeente en haar bezienswaardige of bekende plaatsen bedoeld in 1°, | gemeente en haar bezienswaardige of bekende plaatsen bedoeld in 1°, |
bezoeken onder andere via de bezoekersaantallen van de bezienswaardige | bezoeken onder andere via de bezoekersaantallen van de bezienswaardige |
of bekende plaatsen bedoeld in 1°; | of bekende plaatsen bedoeld in 1°; |
3° de gemeente toont aan dat er omkadering is voor de opvang van | 3° de gemeente toont aan dat er omkadering is voor de opvang van |
toeristen; onder omkadering wordt onder andere begrepen : | toeristen; onder omkadering wordt onder andere begrepen : |
parkeergelegenheid voor auto's en autocars, erkende toeristische | parkeergelegenheid voor auto's en autocars, erkende toeristische |
bewegwijzering, picknickmogelijkheden, cafés, logies of | bewegwijzering, picknickmogelijkheden, cafés, logies of |
restauratiegelegenheden; | restauratiegelegenheden; |
4° de gemeente brengt de impact van de toeristen op de omzet van de | 4° de gemeente brengt de impact van de toeristen op de omzet van de |
kleinhandel in kaart tijdens het hoogseizoen; de gemeente toont aan | kleinhandel in kaart tijdens het hoogseizoen; de gemeente toont aan |
dat er tijdens het hoogseizoen een stijging is in de inkomsten of | dat er tijdens het hoogseizoen een stijging is in de inkomsten of |
omzet van de kleinhandelszaken tengevolge van de toeristen; de | omzet van de kleinhandelszaken tengevolge van de toeristen; de |
gemeente geeft een oplijsting van de kleinhandelszaken en hun | gemeente geeft een oplijsting van de kleinhandelszaken en hun |
geografische locatie die als gevolg van de erkenning de uitzondering | geografische locatie die als gevolg van de erkenning de uitzondering |
op de zondagsrust zullen genieten; | op de zondagsrust zullen genieten; |
5° de gemeente doet investeringen en heeft een investeringsplan om het | 5° de gemeente doet investeringen en heeft een investeringsplan om het |
toerisme te bevorderen; | toerisme te bevorderen; |
6° het toeristisch onthaal in de gemeente wordt verzekerd door | 6° het toeristisch onthaal in de gemeente wordt verzekerd door |
instellingen die erkend zijn door de inzake het toerisme bevoegde | instellingen die erkend zijn door de inzake het toerisme bevoegde |
overheid; | overheid; |
7° minstens één van de bezienswaardige of bekende plaatsen bedoeld in | 7° minstens één van de bezienswaardige of bekende plaatsen bedoeld in |
1°, heeft minstens 5 000 toeristen per jaar. | 1°, heeft minstens 5 000 toeristen per jaar. |
8° de gemeente voldoet minstens aan één van onderstaande criteria : | 8° de gemeente voldoet minstens aan één van onderstaande criteria : |
1. criterium voor verblijfstoerisme : de gemeente heeft minstens 55 | 1. criterium voor verblijfstoerisme : de gemeente heeft minstens 55 |
000 overnachtingen per jaar; | 000 overnachtingen per jaar; |
2. criterium voor dagtoerisme : de gemeente of een zorgvuldig | 2. criterium voor dagtoerisme : de gemeente of een zorgvuldig |
omschreven deel van het grondgebied telt 130 of minder inwoners per | omschreven deel van het grondgebied telt 130 of minder inwoners per |
horecazaak op het grondgebied. | horecazaak op het grondgebied. |
Voor de toepassing van de in het eerste lid opgesomde | Voor de toepassing van de in het eerste lid opgesomde |
erkenningsvoorwaarden, worden « delen van een gemeente » gelijkgesteld | erkenningsvoorwaarden, worden « delen van een gemeente » gelijkgesteld |
met « gemeenten ». | met « gemeenten ». |
HOOFDSTUK IV. - Duur en geldingsgebied | HOOFDSTUK IV. - Duur en geldingsgebied |
van de erkenning als toeristisch centrum | van de erkenning als toeristisch centrum |
Art. 5.De geldigheidsduur van de erkenning als toeristisch centrum is |
Art. 5.De geldigheidsduur van de erkenning als toeristisch centrum is |
beperkt tot vier jaar. De erkenning is hernieuwbaar. | beperkt tot vier jaar. De erkenning is hernieuwbaar. |
Art. 6.De erkenning als toeristisch centrum kan worden beperkt tot |
Art. 6.De erkenning als toeristisch centrum kan worden beperkt tot |
een gedeelte van het grondgebied van de gemeente, indien blijkt uit | een gedeelte van het grondgebied van de gemeente, indien blijkt uit |
het onderzoek van de aanvraag dat de bezienswaardige of bekende | het onderzoek van de aanvraag dat de bezienswaardige of bekende |
plaatsen, de cafés, logies en restauratiegelegenheden, de attracties | plaatsen, de cafés, logies en restauratiegelegenheden, de attracties |
of de investeringen zich concentreren in dat gedeelte van de gemeente. | of de investeringen zich concentreren in dat gedeelte van de gemeente. |
HOOFDSTUK V. - Procedure voor erkenning als toeristisch centrum | HOOFDSTUK V. - Procedure voor erkenning als toeristisch centrum |
Art. 7.De aanvraag tot erkenning als toeristisch centrum wordt bij |
Art. 7.De aanvraag tot erkenning als toeristisch centrum wordt bij |
aangetekende brief ingediend door het College van Burgemeester en | aangetekende brief ingediend door het College van Burgemeester en |
Schepenen bij de Minister van Werk, op het adres van de Federale | Schepenen bij de Minister van Werk, op het adres van de Federale |
Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. | Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. |
Art. 8.Om ontvantelijk te zijn omvat de aanvraag tot erkenning als |
Art. 8.Om ontvantelijk te zijn omvat de aanvraag tot erkenning als |
toeristisch centrum : | toeristisch centrum : |
1° per erkenningsvoorwaarde bedoeld in artikel 4, een gedetailleerde | 1° per erkenningsvoorwaarde bedoeld in artikel 4, een gedetailleerde |
nota met de stavingsstukken waarmee de gemeente aantoont dat zij | nota met de stavingsstukken waarmee de gemeente aantoont dat zij |
voldoet aan de betrokken voorwaarde; | voldoet aan de betrokken voorwaarde; |
2° een nauwkeurige aanduiding aan de hand van een stratenplan, van het | 2° een nauwkeurige aanduiding aan de hand van een stratenplan, van het |
deel van het grondgebied van de gemeente waarvoor de aanvraag wordt | deel van het grondgebied van de gemeente waarvoor de aanvraag wordt |
ingediend. | ingediend. |
Art. 9.Aanvragen die niet voldoen aan de ontvankelijkheidvoorwaarden |
Art. 9.Aanvragen die niet voldoen aan de ontvankelijkheidvoorwaarden |
zoals bedoeld in artikel 8, worden door de Minister van Werk of door | zoals bedoeld in artikel 8, worden door de Minister van Werk of door |
de daartoe gemachtigde ambtenaar van de Federale Overheidsdienst | de daartoe gemachtigde ambtenaar van de Federale Overheidsdienst |
Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg binnen een termijn van tien | Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg binnen een termijn van tien |
werkdagen na ontvangst van de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard bij | werkdagen na ontvangst van de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard bij |
een schriftelijke en met redenen omklede beslissing. Deze beslissing | een schriftelijke en met redenen omklede beslissing. Deze beslissing |
wordt ter kennis gebracht van de aanvrager. | wordt ter kennis gebracht van de aanvrager. |
Art. 10.Indien de aanvraag ontvankelijk is, onderzoekt de Federale |
Art. 10.Indien de aanvraag ontvankelijk is, onderzoekt de Federale |
Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg of de | Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg of de |
aanvraag inhoudelijk voldoet aan de voorwaarden van artikel 4. | aanvraag inhoudelijk voldoet aan de voorwaarden van artikel 4. |
De Minister van Werk doet binnen een termijn van zeventig | De Minister van Werk doet binnen een termijn van zeventig |
kalenderdagen na ontvangst van de aanvraag uitspraak over de aanvraag | kalenderdagen na ontvangst van de aanvraag uitspraak over de aanvraag |
tot erkenning. | tot erkenning. |
De erkenning vangt aan op de dag van publicatie van het ministerieel | De erkenning vangt aan op de dag van publicatie van het ministerieel |
besluit in het Belgisch Staatsblad. | besluit in het Belgisch Staatsblad. |
Art. 11.Indien de aanvraag strekt tot hernieuwing van de erkenning |
Art. 11.Indien de aanvraag strekt tot hernieuwing van de erkenning |
als toeristisch centrum, moet het College van Burgemeester en | als toeristisch centrum, moet het College van Burgemeester en |
Schepenen ten laatste zeventig kalenderdagen voor het verstrijken van | Schepenen ten laatste zeventig kalenderdagen voor het verstrijken van |
de erkenning, haar aanvraag indienen bij de Minister van Werk, op het | de erkenning, haar aanvraag indienen bij de Minister van Werk, op het |
adres van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en | adres van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en |
Sociaal Overleg. De aanvraag tot hernieuwing wordt behandeld | Sociaal Overleg. De aanvraag tot hernieuwing wordt behandeld |
overeenkomstig de artikelen 8 tot 10. In geval van hernieuwing vangt | overeenkomstig de artikelen 8 tot 10. In geval van hernieuwing vangt |
de erkenning aan op de vervaldag van de vorige erkenning. | de erkenning aan op de vervaldag van de vorige erkenning. |
HOOFDSTUK VI. - Overgangsmaatregel | HOOFDSTUK VI. - Overgangsmaatregel |
Art. 12.De gemeenten die erkend zijn als toeristisch centrum met |
Art. 12.De gemeenten die erkend zijn als toeristisch centrum met |
toepassing van het koninklijk besluit van 7 november 1966 betreffende | toepassing van het koninklijk besluit van 7 november 1966 betreffende |
de tewerkstelling op zondag in kleinhandelszaken en kapperssalons | de tewerkstelling op zondag in kleinhandelszaken en kapperssalons |
gevestigd in badplaatsen, luchtkuuroorden en toeristische centra, | gevestigd in badplaatsen, luchtkuuroorden en toeristische centra, |
blijven voor een periode van vier jaar die ingaat vanaf de | blijven voor een periode van vier jaar die ingaat vanaf de |
inwerkingtreding van onderhavig besluit, erkend als toeristisch | inwerkingtreding van onderhavig besluit, erkend als toeristisch |
centrum. Daarna vervalt hun erkenning als toeristisch centrum tenzij | centrum. Daarna vervalt hun erkenning als toeristisch centrum tenzij |
zij wordt hernieuwd overeenkomstig artikel 11. | zij wordt hernieuwd overeenkomstig artikel 11. |
Gemeenten met 20 000 inwoners of minder op het ogenblik van de | Gemeenten met 20 000 inwoners of minder op het ogenblik van de |
inwerkingtreding van dit besluit die erkend zijn als toeristisch | inwerkingtreding van dit besluit die erkend zijn als toeristisch |
centrum met toepassing van het koninklijk besluit van 7 november 1966 | centrum met toepassing van het koninklijk besluit van 7 november 1966 |
en die na vier jaar een aanvraag tot hernieuwing hebben ingediend maar | en die na vier jaar een aanvraag tot hernieuwing hebben ingediend maar |
die niet voldoen aan de voorwaarden tot erkenning voorzien in dit | die niet voldoen aan de voorwaarden tot erkenning voorzien in dit |
besluit, krijgen een eenmalige, bijkomende overgangsperiode van vier | besluit, krijgen een eenmalige, bijkomende overgangsperiode van vier |
jaar. Na deze bijkomende overgangsperiode vervalt hun erkenning als | jaar. Na deze bijkomende overgangsperiode vervalt hun erkenning als |
toeristisch centrum tenzij zij alsdan wordt hernieuwd overeenkomstig | toeristisch centrum tenzij zij alsdan wordt hernieuwd overeenkomstig |
artikel 11. | artikel 11. |
HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen |
Art. 13.Het koninklijk besluit van 7 november 1966 betreffende de |
Art. 13.Het koninklijk besluit van 7 november 1966 betreffende de |
tewerkstelling op zondag in kleinhandelszaken en kapperssalons | tewerkstelling op zondag in kleinhandelszaken en kapperssalons |
gevestigd in badplaatsen, luchtkuuroorden en toeristische centra, | gevestigd in badplaatsen, luchtkuuroorden en toeristische centra, |
gewijzigd bij het koninklijk besluit van 7 december 1988, wordt | gewijzigd bij het koninklijk besluit van 7 december 1988, wordt |
opgeheven. | opgeheven. |
Art. 14.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Art. 14.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. | Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. |
Art. 15.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit |
Art. 15.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit |
besluit. | besluit. |
Gegeven te Brussel, 9 mei 2007. | Gegeven te Brussel, 9 mei 2007. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
P. VANVELTHOVEN | P. VANVELTHOVEN |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 16 maart 1971, Belgisch Staatsblad van 30 maart 1971; | Wet van 16 maart 1971, Belgisch Staatsblad van 30 maart 1971; |
Koninklijk besluit van 7 november 1966, Belgisch Staatsblad van 17 | Koninklijk besluit van 7 november 1966, Belgisch Staatsblad van 17 |
november 1966; | november 1966; |
Koninklijk besluit van 7 december 1988, Belgisch Staatsblad van 16 | Koninklijk besluit van 7 december 1988, Belgisch Staatsblad van 16 |
december 1988. | december 1988. |