← Terug naar "Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten "
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten | Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST | FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST |
BINNENLANDSE ZAKEN | BINNENLANDSE ZAKEN |
9 JANUARI 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk | 9 JANUARI 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk |
besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het | besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het |
personeel van de politiediensten | personeel van de politiediensten |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op artikel 121 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie | Gelet op artikel 121 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie |
van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, | van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, |
zoals vervangen door de wet van 26 april 2002; | zoals vervangen door de wet van 26 april 2002; |
Gelet op het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de | Gelet op het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de |
rechtspositie van het personeel van de politiediensten; | rechtspositie van het personeel van de politiediensten; |
Gelet op het protocol nr. 103 van 11 juni 2003 van het | Gelet op het protocol nr. 103 van 11 juni 2003 van het |
onderhandelingscomité voor de politiediensten; | onderhandelingscomité voor de politiediensten; |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 17 | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 17 |
maart 2004; | maart 2004; |
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 31 | Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 31 |
maart 2005; | maart 2005; |
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Ambtenarenzaken van | Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Ambtenarenzaken van |
22 oktober 2004; | 22 oktober 2004; |
Gelet op het advies van de adviesraad van burgemeesters van 6 oktober | Gelet op het advies van de adviesraad van burgemeesters van 6 oktober |
2004; | 2004; |
Gelet op het advies 39.247/2 van de Raad van State, gegeven op 26 | Gelet op het advies 39.247/2 van de Raad van State, gegeven op 26 |
oktober 2005; | oktober 2005; |
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en Onze Minister van | Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en Onze Minister van |
Binnenlandse Zaken, | Binnenlandse Zaken, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.In deel XI, titel IV, hoofdstuk VII, afdeling 4, van het |
Artikel 1.In deel XI, titel IV, hoofdstuk VII, afdeling 4, van het |
RPPol, wordt een onderafdeling 4bis ingevoegd, luidende : | RPPol, wordt een onderafdeling 4bis ingevoegd, luidende : |
« Onderafdeling 4bis. - Bijzondere bepalingen betreffende de | « Onderafdeling 4bis. - Bijzondere bepalingen betreffende de |
grensoverschrijdende gewone plaats van het werk | grensoverschrijdende gewone plaats van het werk |
Art. XI.IV.65bis. Voor de toepassing van deze onderafdeling, | Art. XI.IV.65bis. Voor de toepassing van deze onderafdeling, |
1° wordt verstaan onder "grensoverschrijdende gewone plaats van het | 1° wordt verstaan onder "grensoverschrijdende gewone plaats van het |
werk", de gewone plaats van het werk gelegen buiten het Rijk binnen | werk", de gewone plaats van het werk gelegen buiten het Rijk binnen |
een afstand van 50 kilometer van de grens; | een afstand van 50 kilometer van de grens; |
2° gebeurt het vaststellen van de afstand van 50 kilometer volgens de | 2° gebeurt het vaststellen van de afstand van 50 kilometer volgens de |
bepalingen bedoeld in artikel XI.IV.18; | bepalingen bedoeld in artikel XI.IV.18; |
3° wordt de tewerkstelling in een grensoverschrijdende gewone plaats | 3° wordt de tewerkstelling in een grensoverschrijdende gewone plaats |
van het werk niet beschouwd als een vaste dienst noch als een | van het werk niet beschouwd als een vaste dienst noch als een |
tijdelijke opdracht buiten het Rijk; | tijdelijke opdracht buiten het Rijk; |
4° worden, indien de personeelsleden die tewerkgesteld zijn in een | 4° worden, indien de personeelsleden die tewerkgesteld zijn in een |
grensoverschrijdende gewone plaats van het werk, een | grensoverschrijdende gewone plaats van het werk, een |
dienstverplaatsing uitvoeren naar België of binnen deze afstand van 50 | dienstverplaatsing uitvoeren naar België of binnen deze afstand van 50 |
kilometer, zij vergoed op basis van de bepalingen die van toepassing | kilometer, zij vergoed op basis van de bepalingen die van toepassing |
zijn voor de dienstverplaatsingen in België. | zijn voor de dienstverplaatsingen in België. |
Art. XI.IV.65ter. Het personeelslid dat een grensoverschrijdende | Art. XI.IV.65ter. Het personeelslid dat een grensoverschrijdende |
gewone plaats van het werk heeft, geniet : | gewone plaats van het werk heeft, geniet : |
1° een forfaitaire vergoeding van 20,00 EUR per effectieve | 1° een forfaitaire vergoeding van 20,00 EUR per effectieve |
prestatiedag van minimum zes uren. Deze vergoeding wordt geacht alle | prestatiedag van minimum zes uren. Deze vergoeding wordt geacht alle |
maaltijdkosten en geringe onkosten, zowel in de grensoverschrijdende | maaltijdkosten en geringe onkosten, zowel in de grensoverschrijdende |
gewone plaats van het werk als tijdens de in artikel XI.IV.65bis, 4°, | gewone plaats van het werk als tijdens de in artikel XI.IV.65bis, 4°, |
bedoelde dienstverplaatsing, te dekken; | bedoelde dienstverplaatsing, te dekken; |
2° indien het verklaart zijn privé-voertuig dagelijks werkelijk te | 2° indien het verklaart zijn privé-voertuig dagelijks werkelijk te |
gebruiken om zich naar de werkplaats te begeven, een maandelijkse | gebruiken om zich naar de werkplaats te begeven, een maandelijkse |
forfaitaire vergoeding gelijk aan het bedrag van een maandelijks | forfaitaire vergoeding gelijk aan het bedrag van een maandelijks |
treinabonnement tweede klasse tussen de woonplaats of een | treinabonnement tweede klasse tussen de woonplaats of een |
tussenstation en de werkplaats, in plaats van de tegemoetkoming | tussenstation en de werkplaats, in plaats van de tegemoetkoming |
bedoeld in artikel XI.V.1. | bedoeld in artikel XI.V.1. |
Indien het gebruik maakt van één of meerdere middelen van openbaar | Indien het gebruik maakt van één of meerdere middelen van openbaar |
vervoer zonder dat het over een kaart vrij vervoer beschikt en in | vervoer zonder dat het over een kaart vrij vervoer beschikt en in |
plaats van de tegemoetkoming bedoeld in artikel XI.V.1, heeft het, op | plaats van de tegemoetkoming bedoeld in artikel XI.V.1, heeft het, op |
voorlegging van zijn vervoersbewijzen, recht op de terugbetaling van | voorlegging van zijn vervoersbewijzen, recht op de terugbetaling van |
de reisonkosten, beperkt tot de tweede klasse tussen de woonplaats of | de reisonkosten, beperkt tot de tweede klasse tussen de woonplaats of |
een tussenstation en de werkplaats en omgekeerd. » | een tussenstation en de werkplaats en omgekeerd. » |
Art. 2.Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de maand |
Art. 2.Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de maand |
volgend op zijn bekendmaking. | volgend op zijn bekendmaking. |
Art. 3.Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Binnenlandse |
Art. 3.Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Binnenlandse |
Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit | Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit |
besluit. | besluit. |
Gegeven te Brussel, 9 januari 2006. | Gegeven te Brussel, 9 januari 2006. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie, | De Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |
De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, | De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, |
P. DEWAEL | P. DEWAEL |