Koninklijk besluit genomen tot uitvoering van artikel 57quater van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn | Koninklijk besluit genomen tot uitvoering van artikel 57quater van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn |
---|---|
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU EN | MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU EN |
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID | MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID |
9 FEBRUARI 1999. - Koninklijk besluit genomen tot uitvoering van | 9 FEBRUARI 1999. - Koninklijk besluit genomen tot uitvoering van |
artikel 57quater van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de | artikel 57quater van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de |
openbare centra voor maatschappelijk welzijn | openbare centra voor maatschappelijk welzijn |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare | Gelet op de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare |
centra voor maatschappelijk welzijn, inzonderheid op artikel 57quater, | centra voor maatschappelijk welzijn, inzonderheid op artikel 57quater, |
§ 2, ingevoegd door artikel 172 van de wet van 25 januari 1999 | § 2, ingevoegd door artikel 172 van de wet van 25 januari 1999 |
houdende sociale bepalingen; | houdende sociale bepalingen; |
Gelet op het samenwerkingsakkoord van 4 maart 1997 tussen de Federale | Gelet op het samenwerkingsakkoord van 4 maart 1997 tussen de Federale |
Staat en de Gewesten betreffende de doorstromingsprogramma's, | Staat en de Gewesten betreffende de doorstromingsprogramma's, |
gewijzigd door het samenwerkingsakkoord van 15 mei 1998; | gewijzigd door het samenwerkingsakkoord van 15 mei 1998; |
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 15 | Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 15 |
december 1998; | december 1998; |
Gelet op het akkoord van Onze Minister van Begroting, gegeven op 18 | Gelet op het akkoord van Onze Minister van Begroting, gegeven op 18 |
januari 1999; | januari 1999; |
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari | Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari |
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 9 | 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 9 |
augustus 1980, 16 juni 1989, 4 juli 1989, 6 april 1995 en 4 augustus | augustus 1980, 16 juni 1989, 4 juli 1989, 6 april 1995 en 4 augustus |
1996; | 1996; |
Gelet op de dringende noodzakelijkheid gemotiveerd door het feit dat | Gelet op de dringende noodzakelijkheid gemotiveerd door het feit dat |
de Regering beslist heeft naar analogie met de activeringsmaatregelen | de Regering beslist heeft naar analogie met de activeringsmaatregelen |
voorzien voor de bestaansminimumgerechtigden, de maatschappelijke | voorzien voor de bestaansminimumgerechtigden, de maatschappelijke |
integratie aan te moedigen aan de hand van de tewerkstelling van | integratie aan te moedigen aan de hand van de tewerkstelling van |
personen van vreemde nationaliteit, ingeschreven in het | personen van vreemde nationaliteit, ingeschreven in het |
bevolkingsregister, die omwille van hun nationaliteit geen aanspraak | bevolkingsregister, die omwille van hun nationaliteit geen aanspraak |
kunnen maken op het bestaansminimum en aldus gerechtigd zijn op | kunnen maken op het bestaansminimum en aldus gerechtigd zijn op |
financiële maatschappelijke hulp; dat het derhalve gepast voorkomt de | financiële maatschappelijke hulp; dat het derhalve gepast voorkomt de |
financiële maatschappelijke hulp eveneens op een meer actieve wijze | financiële maatschappelijke hulp eveneens op een meer actieve wijze |
aan te wenden; dat de Regering in dit verband beslist heeft de toegang | aan te wenden; dat de Regering in dit verband beslist heeft de toegang |
tot verschillende tewerkstellingsprogramma's die voor de werklozen | tot verschillende tewerkstellingsprogramma's die voor de werklozen |
zijn voorzien en die een activering van hun uitkeringen mogelijk | zijn voorzien en die een activering van hun uitkeringen mogelijk |
maakt, uit te breiden tot de bovenvermelde personen van vreemde | maakt, uit te breiden tot de bovenvermelde personen van vreemde |
nationaliteit, gerechtigd op financiële maatschappelijke hulp; dat dit | nationaliteit, gerechtigd op financiële maatschappelijke hulp; dat dit |
besluit ook uitwerking geeft aan het samenwerkingsakkoord van 15 mei | besluit ook uitwerking geeft aan het samenwerkingsakkoord van 15 mei |
1998 tussen de federale Staat en de Gewesten, tot wijziging van het | 1998 tussen de federale Staat en de Gewesten, tot wijziging van het |
samenwerkingsakkoord van 4 maart 1997 tussen de federale Staat en de | samenwerkingsakkoord van 4 maart 1997 tussen de federale Staat en de |
Gewesten betreffende de doorstromingsprogramma's, dat op 15 mei 1998 | Gewesten betreffende de doorstromingsprogramma's, dat op 15 mei 1998 |
in werking is getreden; dat een goede samenwerking tussen de federale | in werking is getreden; dat een goede samenwerking tussen de federale |
Staat en de Gewesten het noodzakelijk maakt dat de reglementaire | Staat en de Gewesten het noodzakelijk maakt dat de reglementaire |
wijzigingen onverwijld zouden worden aangebracht; dat de werkgevers | wijzigingen onverwijld zouden worden aangebracht; dat de werkgevers |
die bereid zijn arbeidsplaatsen te creëren voor gerechtigden op | die bereid zijn arbeidsplaatsen te creëren voor gerechtigden op |
financiële maatschappelijke hulp ze onverwijld moeten kunnen | financiële maatschappelijke hulp ze onverwijld moeten kunnen |
verwezenlijken; dat dit besluit onontbeerlijk is voor het effectief | verwezenlijken; dat dit besluit onontbeerlijk is voor het effectief |
opstarten van alle tewerkstellingsprogramma's die het activeren | opstarten van alle tewerkstellingsprogramma's die het activeren |
mogelijk maken van de financiële maatschappelijke hulp, voorzien in | mogelijk maken van de financiële maatschappelijke hulp, voorzien in |
artikel 57quater van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de | artikel 57quater van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de |
openbare centra voor maatschappelijk welzijn dat uitwerking heeft met | openbare centra voor maatschappelijk welzijn dat uitwerking heeft met |
ingang van 1 januari 1998. | ingang van 1 januari 1998. |
Op de voordracht van Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid, van | Op de voordracht van Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid, van |
Onze Minister van Volksgezondheid en van Onze Staatssecretaris voor | Onze Minister van Volksgezondheid en van Onze Staatssecretaris voor |
Maatschappelijke Integratie en op advies van Onze in Raad vergaderde | Maatschappelijke Integratie en op advies van Onze in Raad vergaderde |
Ministers, | Ministers, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
TITEL 1. - Algemene bepalingen | TITEL 1. - Algemene bepalingen |
Artikel 1.Onderhavig besluit legt de voorwaarden vast waaronder |
Artikel 1.Onderhavig besluit legt de voorwaarden vast waaronder |
personen van vreemde nationaliteit, ingeschreven in het | personen van vreemde nationaliteit, ingeschreven in het |
bevolkingsregister, die omwille van hun nationaliteit geen aanspraak | bevolkingsregister, die omwille van hun nationaliteit geen aanspraak |
kunnen maken op het bestaansminimum en gerechtigd zijn op financiële | kunnen maken op het bestaansminimum en gerechtigd zijn op financiële |
maatschappelijke hulp, hierna de gerechtigden op financiële | maatschappelijke hulp, hierna de gerechtigden op financiële |
maatschappelijke hulp genoemd, kunnen deelnemen aan de onderscheidene | maatschappelijke hulp genoemd, kunnen deelnemen aan de onderscheidene |
inschakelingsprogramma's met het oog op hun integratie op de | inschakelingsprogramma's met het oog op hun integratie op de |
arbeidsmarkt. Het legt de toekenningsvoorwaarden en de maandelijkse | arbeidsmarkt. Het legt de toekenningsvoorwaarden en de maandelijkse |
bedragen vast van de financiële maatschappelijke hulp, specifiek voor | bedragen vast van de financiële maatschappelijke hulp, specifiek voor |
elk inschakelingsprogramma, hierna de geactiveerde maatschappelijke | elk inschakelingsprogramma, hierna de geactiveerde maatschappelijke |
hulp genoemd. Het bepaalt tenslotte de voorwaarden tot toekenning van | hulp genoemd. Het bepaalt tenslotte de voorwaarden tot toekenning van |
een aanvullende financiële steun wanneer het bedrag van de inkomsten | een aanvullende financiële steun wanneer het bedrag van de inkomsten |
waarover de betrokkene beschikt door zijn tewerkstelling, lager is dan | waarover de betrokkene beschikt door zijn tewerkstelling, lager is dan |
het bedrag bepaald in artikel 2, § 1, van de wet van 7 augustus 1974 | het bedrag bepaald in artikel 2, § 1, van de wet van 7 augustus 1974 |
tot instelling van het recht op een bestaansminimum voor de categorie | tot instelling van het recht op een bestaansminimum voor de categorie |
van personen waartoe de betrokkene behoort. | van personen waartoe de betrokkene behoort. |
Art. 2.§ 1. Voor de toekenning van de geactiveerde maatschappelijke |
Art. 2.§ 1. Voor de toekenning van de geactiveerde maatschappelijke |
hulp moet de betrokkene, op het ogenblik van de aanwerving, alle | hulp moet de betrokkene, op het ogenblik van de aanwerving, alle |
voorwaarden voor de toegang tot het inschakelingsprogramma vervullen. | voorwaarden voor de toegang tot het inschakelingsprogramma vervullen. |
De geactiveerde maatschappelijke hulp wordt toegekend aan elk van de | De geactiveerde maatschappelijke hulp wordt toegekend aan elk van de |
echtgenoten die onder hetzelfde dak wonen wanneer zij de in het eerste | echtgenoten die onder hetzelfde dak wonen wanneer zij de in het eerste |
lid bedoelde voorwaarden persoonlijk vervullen. | lid bedoelde voorwaarden persoonlijk vervullen. |
De toekenning van de geactiveerde maatschappelijke hulp is beperkt tot | De toekenning van de geactiveerde maatschappelijke hulp is beperkt tot |
de maximumduur van de tewerkstelling bepaald in het betrokken | de maximumduur van de tewerkstelling bepaald in het betrokken |
inschakelingsprogramma. | inschakelingsprogramma. |
§ 2. Wanneer de betrokkene door zijn tewerkstelling beschikt over een | § 2. Wanneer de betrokkene door zijn tewerkstelling beschikt over een |
bedrag van inkomsten dat lager ligt dan het bedrag bepaald in artikel | bedrag van inkomsten dat lager ligt dan het bedrag bepaald in artikel |
2, § 1, van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op | 2, § 1, van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op |
een bestaansminimum voor de categorie van personen waartoe hij | een bestaansminimum voor de categorie van personen waartoe hij |
behoort, wordt hem een aanvullende financiële steun toegekend. Deze | behoort, wordt hem een aanvullende financiële steun toegekend. Deze |
aanvullende steun wordt vastgelegd overeenkomstig de bepalingen van | aanvullende steun wordt vastgelegd overeenkomstig de bepalingen van |
artikel 2, § 3, en van artikel 5 van dezelfde wet. | artikel 2, § 3, en van artikel 5 van dezelfde wet. |
TITEL 2. - De onderscheidene inschakelingsprogramma's | TITEL 2. - De onderscheidene inschakelingsprogramma's |
HOOFDSTUK I. - De doorstromingsprogramma's | HOOFDSTUK I. - De doorstromingsprogramma's |
Afdeling 1. - Toetredingsvoorwaarden | Afdeling 1. - Toetredingsvoorwaarden |
Art. 3.§ 1. Gerechtigden op financiële maatschappelijke hulp kunnen |
Art. 3.§ 1. Gerechtigden op financiële maatschappelijke hulp kunnen |
met ingang van 1 juni 1998 worden aangeworven in een | met ingang van 1 juni 1998 worden aangeworven in een |
doorstromingsprogramma erkend op basis van het koninklijk besluit van | doorstromingsprogramma erkend op basis van het koninklijk besluit van |
9 juni 1997 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de | 9 juni 1997 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de |
besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke | besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke |
zekerheid der arbeiders betreffende de doorstromingsprogramma's, | zekerheid der arbeiders betreffende de doorstromingsprogramma's, |
indien de volgende voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn : | indien de volgende voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn : |
1° de werkgever valt niet onder de toepassing van het koninklijk | 1° de werkgever valt niet onder de toepassing van het koninklijk |
besluit van 5 februari 1997 houdende maatregelen met het oog op de | besluit van 5 februari 1997 houdende maatregelen met het oog op de |
bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector; | bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector; |
2° op het ogenblik van de aanwerving is de betrokkene ingeschreven als | 2° op het ogenblik van de aanwerving is de betrokkene ingeschreven als |
werkzoekende en gerechtigd op financiële maatschappelijke hulp sedert | werkzoekende en gerechtigd op financiële maatschappelijke hulp sedert |
tenminste twaalf maanden zonder onderbreking; | tenminste twaalf maanden zonder onderbreking; |
3° de betrokkene wordt aangeworven met een schriftelijke | 3° de betrokkene wordt aangeworven met een schriftelijke |
arbeidsovereenkomst die minstens voorziet in een halftijds uurrooster. | arbeidsovereenkomst die minstens voorziet in een halftijds uurrooster. |
§ 2. Gerechtigden op financiële maatschappelijke hulp kunnen met | § 2. Gerechtigden op financiële maatschappelijke hulp kunnen met |
ingang van 1 juli 1998 worden aangeworven in een | ingang van 1 juli 1998 worden aangeworven in een |
doorstromingsprogramma erkend op basis van het koninklijk besluit van | doorstromingsprogramma erkend op basis van het koninklijk besluit van |
9 juni 1997 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de | 9 juni 1997 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de |
besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke | besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke |
zekerheid der arbeiders betreffende de doorstromingsprogramma's, | zekerheid der arbeiders betreffende de doorstromingsprogramma's, |
indien de volgende voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn : | indien de volgende voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn : |
1° op het ogenblik van de aanwerving is de betrokkene ingeschreven als | 1° op het ogenblik van de aanwerving is de betrokkene ingeschreven als |
werkzoekende en gerechtigd op financiële maatschappelijke hulp sedert | werkzoekende en gerechtigd op financiële maatschappelijke hulp sedert |
tenminste twaalf maanden zonder onderbreking; | tenminste twaalf maanden zonder onderbreking; |
2° de betrokkene wordt aangeworven met een schriftelijke | 2° de betrokkene wordt aangeworven met een schriftelijke |
arbeidsovereenkomst die minstens voorziet in een halftijds uurrooster. | arbeidsovereenkomst die minstens voorziet in een halftijds uurrooster. |
§ 3. Gerechtigden op financiële maatschappelijke hulp kunnen met | § 3. Gerechtigden op financiële maatschappelijke hulp kunnen met |
ingang van 1 oktober 1998 worden aangeworven in een | ingang van 1 oktober 1998 worden aangeworven in een |
doorstromingsprogramma erkend op basis van het koninklijk besluit van | doorstromingsprogramma erkend op basis van het koninklijk besluit van |
9 juni 1997 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de | 9 juni 1997 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de |
besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke | besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke |
zekerheid der arbeiders betreffende de doorstromingsprogramma's, | zekerheid der arbeiders betreffende de doorstromingsprogramma's, |
indien de volgende voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn : | indien de volgende voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn : |
1° op het ogenblik van de aanwerving is de betrokkene ingeschreven als | 1° op het ogenblik van de aanwerving is de betrokkene ingeschreven als |
werkzoekende en gerechtigd op financiële maatschappelijke hulp zonder | werkzoekende en gerechtigd op financiële maatschappelijke hulp zonder |
onderbreking sedert ten minste twaalf maanden ofwel sedert tenminste | onderbreking sedert ten minste twaalf maanden ofwel sedert tenminste |
negen maanden indien hij jonger is dan vijfentwintig jaar en niet | negen maanden indien hij jonger is dan vijfentwintig jaar en niet |
beschikt over een diploma, getuigschrift of brevet van het hoger | beschikt over een diploma, getuigschrift of brevet van het hoger |
middelbaar onderwijs; | middelbaar onderwijs; |
2° de betrokkene wordt aangeworven met een schriftelijke | 2° de betrokkene wordt aangeworven met een schriftelijke |
arbeidsovereenkomst die minstens voorziet in een halftijds uurrooster. | arbeidsovereenkomst die minstens voorziet in een halftijds uurrooster. |
Afdeling 2. - Gelijkgestelde periodes | Afdeling 2. - Gelijkgestelde periodes |
Art. 4.Voor de toepassing van artikel 3 worden de volgende periodes |
Art. 4.Voor de toepassing van artikel 3 worden de volgende periodes |
gelijkgesteld met een periode van gerechtigd zijn op financiële | gelijkgesteld met een periode van gerechtigd zijn op financiële |
maatschappelijke hulp : | maatschappelijke hulp : |
1° de periodes van gevangenzetting gedurende dewelke het recht op | 1° de periodes van gevangenzetting gedurende dewelke het recht op |
financiële maatschappelijke hulp werd opgeschort; | financiële maatschappelijke hulp werd opgeschort; |
2° de periodes van tewerkstelling in een doorstromingsprogramma; | 2° de periodes van tewerkstelling in een doorstromingsprogramma; |
3° de periodes van tewerkstelling in toepassing van artikel 60, § 7, | 3° de periodes van tewerkstelling in toepassing van artikel 60, § 7, |
van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra | van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra |
voor maatschappelijk welzijn; | voor maatschappelijk welzijn; |
4° de andere periodes gedurende dewelke de betrokkene geen recht had | 4° de andere periodes gedurende dewelke de betrokkene geen recht had |
op financiële maatschappelijke hulp, inzonderheid de periodes tijdens | op financiële maatschappelijke hulp, inzonderheid de periodes tijdens |
dewelke de betrokkene verbonden was door een arbeidsovereenkomst met | dewelke de betrokkene verbonden was door een arbeidsovereenkomst met |
een samengevoegde duur van ten hoogste vier maanden. | een samengevoegde duur van ten hoogste vier maanden. |
Afdeling 3. - Maandelijkse bedragen van de geactiveerde | Afdeling 3. - Maandelijkse bedragen van de geactiveerde |
maatschappelijke hulp | maatschappelijke hulp |
Art. 5.De geactiveerde maatschappelijke hulp bedraagt : |
Art. 5.De geactiveerde maatschappelijke hulp bedraagt : |
1° 10 000 BEF per kalendermaand wanneer de betrokkene verbonden is | 1° 10 000 BEF per kalendermaand wanneer de betrokkene verbonden is |
door een arbeidsovereenkomst in het kader van een | door een arbeidsovereenkomst in het kader van een |
doorstromings-programma waarvan de uurregeling minstens halftijds is; | doorstromings-programma waarvan de uurregeling minstens halftijds is; |
2° 13 000 BEF per kalendermaand wanneer de betrokkene verbonden is | 2° 13 000 BEF per kalendermaand wanneer de betrokkene verbonden is |
door een arbeidsovereenkomst in het kader van een | door een arbeidsovereenkomst in het kader van een |
doorstromings-programma waarvan de uurregeling minstens vier vijfden | doorstromings-programma waarvan de uurregeling minstens vier vijfden |
bedraagt van een voltijds uurrooster. | bedraagt van een voltijds uurrooster. |
De bedragen van de geactiveerde maatschappelijke hulp bedoeld in het | De bedragen van de geactiveerde maatschappelijke hulp bedoeld in het |
vorig lid, worden verhoogd met 2 000 BEF indien de betrokkene vóór | vorig lid, worden verhoogd met 2 000 BEF indien de betrokkene vóór |
zijn aanwerving in een doorstromingsprogramma werkzaamheden in het | zijn aanwerving in een doorstromingsprogramma werkzaamheden in het |
kader van de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen regelmatig | kader van de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen regelmatig |
heeft verricht. | heeft verricht. |
Voor de werknemers die op het ogenblik van hun indienstneming, | Voor de werknemers die op het ogenblik van hun indienstneming, |
doorgaans woonachtig zijn in gemeenten met een werkloosheidsgraad die | doorgaans woonachtig zijn in gemeenten met een werkloosheidsgraad die |
jaarlijks op 30 juni ten minste 20 % hoger is dan de gemiddelde | jaarlijks op 30 juni ten minste 20 % hoger is dan de gemiddelde |
werkloosheidsgraad van hun Gewest, bedraagt de geactiveerde | werkloosheidsgraad van hun Gewest, bedraagt de geactiveerde |
maatschappelijke hulp 17 500 BEF per kalendermaand indien de | maatschappelijke hulp 17 500 BEF per kalendermaand indien de |
betrokkene ten minste halftijds tewerkgesteld is en 22 000 BEF per | betrokkene ten minste halftijds tewerkgesteld is en 22 000 BEF per |
kalendermaand indien de betrokkene tewerkgesteld is in een uurregeling | kalendermaand indien de betrokkene tewerkgesteld is in een uurregeling |
die minstens vier vijfden bedraagt van een voltijds uurrooster. | die minstens vier vijfden bedraagt van een voltijds uurrooster. |
Deze bedragen van de geactiveerde maatschappelijke hulp worden | Deze bedragen van de geactiveerde maatschappelijke hulp worden |
vastgesteld de dag waarop de arbeidsovereenkomst begint te lopen en | vastgesteld de dag waarop de arbeidsovereenkomst begint te lopen en |
blijven geldig gedurende de hele tewerkstellingsperiode, onverminderd | blijven geldig gedurende de hele tewerkstellingsperiode, onverminderd |
de in artikel 7, § 2, bedoelde maximale duur waarvoor de betrekking in | de in artikel 7, § 2, bedoelde maximale duur waarvoor de betrekking in |
aanmerking wordt genomen in het kader van de doorstromingsprogramma's. | aanmerking wordt genomen in het kader van de doorstromingsprogramma's. |
De lijst van de gemeenten met een werkloosheidsgraad die jaarlijks op | De lijst van de gemeenten met een werkloosheidsgraad die jaarlijks op |
30 juni ten minste 20 % hoger is dan de gemiddelde werkloosheidsgraad | 30 juni ten minste 20 % hoger is dan de gemiddelde werkloosheidsgraad |
van hun Gewest, wordt jaarlijks door de Rijksdienst voor | van hun Gewest, wordt jaarlijks door de Rijksdienst voor |
Arbeidsvoorziening vastgesteld. Zij geldt van 1 september tot 31 | Arbeidsvoorziening vastgesteld. Zij geldt van 1 september tot 31 |
augustus van het volgende jaar en wordt jaarlijks in het Belgisch | augustus van het volgende jaar en wordt jaarlijks in het Belgisch |
Staatsblad bekendgemaakt voor 31 augustus. De lijst van de betrokken | Staatsblad bekendgemaakt voor 31 augustus. De lijst van de betrokken |
gemeenten wordt voor het eerst opgemaakt op grond van de | gemeenten wordt voor het eerst opgemaakt op grond van de |
werkloosheidscijfers op 30 juni 1997. | werkloosheidscijfers op 30 juni 1997. |
De verhoogde bedragen van de geactiveerde maatschappelijke hulp, | De verhoogde bedragen van de geactiveerde maatschappelijke hulp, |
bedoeld in het tweede en derde lid, mogen niet gecumuleerd worden. | bedoeld in het tweede en derde lid, mogen niet gecumuleerd worden. |
De bedragen van de geactiveerde maatschappelijke hulp, bedoeld in de | De bedragen van de geactiveerde maatschappelijke hulp, bedoeld in de |
voorgaande leden, worden evenwel begrensd tot het netto-loon waarop de | voorgaande leden, worden evenwel begrensd tot het netto-loon waarop de |
werknemer voor de betreffende kalendermaand recht heeft. | werknemer voor de betreffende kalendermaand recht heeft. |
Art. 6.In zoverre de aanwerving van de werknemer gebeurd is vóór 1 |
Art. 6.In zoverre de aanwerving van de werknemer gebeurd is vóór 1 |
januari 1999, bedraagt de geactiveerde maatschappelijke hulp 12 000 | januari 1999, bedraagt de geactiveerde maatschappelijke hulp 12 000 |
BEF wanneer de uurregeling minstens drie vierden en minder dan vier | BEF wanneer de uurregeling minstens drie vierden en minder dan vier |
vijfden bedraagt van een voltijds uurrooster. | vijfden bedraagt van een voltijds uurrooster. |
Afdeling 4. - Duur van de tewerkstelling | Afdeling 4. - Duur van de tewerkstelling |
die recht geeft op de geactiveerde maatschappelijke hulp | die recht geeft op de geactiveerde maatschappelijke hulp |
Art. 7.De tewerkstellingsduur in het kader van een |
Art. 7.De tewerkstellingsduur in het kader van een |
doorstromingsprogramma bedraagt maximum vierentwintig maanden per | doorstromingsprogramma bedraagt maximum vierentwintig maanden per |
beroepsloopbaan. | beroepsloopbaan. |
Deze tewerkstellingsduur kan verhoogd worden tot maximum zesendertig | Deze tewerkstellingsduur kan verhoogd worden tot maximum zesendertig |
maanden per beroepsloopbaan voor de werknemers die vóór hun aanwerving | maanden per beroepsloopbaan voor de werknemers die vóór hun aanwerving |
in een doorstromingsprogramma, regelmatig werkzaamheden hebben | in een doorstromingsprogramma, regelmatig werkzaamheden hebben |
verricht in het kader van de plaatselijke | verricht in het kader van de plaatselijke |
werkgelegenheidsagentschappen of die doorgaans woonachtig zijn in | werkgelegenheidsagentschappen of die doorgaans woonachtig zijn in |
gemeenten met een werkloosheidsgraad die jaarlijks op 30 juni en voor | gemeenten met een werkloosheidsgraad die jaarlijks op 30 juni en voor |
het eerst op 30 juni 1997, ten minste 20 % hoger is dan de gemiddelde | het eerst op 30 juni 1997, ten minste 20 % hoger is dan de gemiddelde |
werkloosheidsgraad van hun Gewest. | werkloosheidsgraad van hun Gewest. |
De arbeidsovereenkomsten die lopen op het moment dat de gemeentelijke | De arbeidsovereenkomsten die lopen op het moment dat de gemeentelijke |
werkloosheidsgraad ophoudt de gemiddelde werkloosheidsgraad van het | werkloosheidsgraad ophoudt de gemiddelde werkloosheidsgraad van het |
Gewest met ten minste 20 % te overschrijden, kunnen worden uitgevoerd | Gewest met ten minste 20 % te overschrijden, kunnen worden uitgevoerd |
tot ze vervallen. | tot ze vervallen. |
HOOFDSTUK II. - De erkende arbeidsposten in het kader van de | HOOFDSTUK II. - De erkende arbeidsposten in het kader van de |
herinschakeling van de langdurig werklozen | herinschakeling van de langdurig werklozen |
Afdeling 1. - Toetredingsvoorwaarden | Afdeling 1. - Toetredingsvoorwaarden |
Art. 8.Gerechtigden op financiële maatschappelijke hulp kunnen worden |
Art. 8.Gerechtigden op financiële maatschappelijke hulp kunnen worden |
aangeworven in een arbeidspost erkend krachtens het koninklijk besluit | aangeworven in een arbeidspost erkend krachtens het koninklijk besluit |
van 8 augustus 1997 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, | van 8 augustus 1997 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, |
van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke | van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke |
zekerheid der arbeiders betreffende de herinschakeling van de | zekerheid der arbeiders betreffende de herinschakeling van de |
langdurig werklozen, indien de volgende voorwaarden gelijktijdig | langdurig werklozen, indien de volgende voorwaarden gelijktijdig |
vervuld zijn : | vervuld zijn : |
1° de betrokkene is op het ogenblik van de aanwerving ingeschreven als | 1° de betrokkene is op het ogenblik van de aanwerving ingeschreven als |
werkzoekende en gerechtigd op financiële maatschappelijke hulp zonder | werkzoekende en gerechtigd op financiële maatschappelijke hulp zonder |
onderbreking sedert tenminste zesendertig maanden of sedert tenminste | onderbreking sedert tenminste zesendertig maanden of sedert tenminste |
vierentwintig maanden indien hij niet in het bezit is van een diploma | vierentwintig maanden indien hij niet in het bezit is van een diploma |
van het hoger secundair onderwijs, noch van een diploma van het hoger | van het hoger secundair onderwijs, noch van een diploma van het hoger |
onderwijs; | onderwijs; |
2° de betrokkene wordt aangeworven met een schriftelijke | 2° de betrokkene wordt aangeworven met een schriftelijke |
arbeidsovereenkomst die minstens voorziet in een halftijds uurrooster. | arbeidsovereenkomst die minstens voorziet in een halftijds uurrooster. |
Afdeling 2. - Gelijkgestelde periodes | Afdeling 2. - Gelijkgestelde periodes |
Art. 9.Voor de toepassing van artikel 8 worden de volgende periodes |
Art. 9.Voor de toepassing van artikel 8 worden de volgende periodes |
gelijkgesteld met een periode van gerechtigd zijn op financiële | gelijkgesteld met een periode van gerechtigd zijn op financiële |
maatschappelijke hulp : | maatschappelijke hulp : |
1° de onderbrekingen, met inbegrip van de periodes van deeltijdse | 1° de onderbrekingen, met inbegrip van de periodes van deeltijdse |
arbeid, met een duurtijd korter dan drie volledige kalendermaanden; | arbeid, met een duurtijd korter dan drie volledige kalendermaanden; |
2° de periodes gedurende dewelke men in dienst is in een erkende | 2° de periodes gedurende dewelke men in dienst is in een erkende |
arbeidspost bij toepassing van voormeld koninklijk besluit van 8 | arbeidspost bij toepassing van voormeld koninklijk besluit van 8 |
augustus 1997; | augustus 1997; |
3° de periodes van tewerkstelling in toepassing van artikel 60, § 7, | 3° de periodes van tewerkstelling in toepassing van artikel 60, § 7, |
van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra | van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra |
voor maatschappelijk welzijn. | voor maatschappelijk welzijn. |
Afdeling 3. - Maandelijkse bedragen van de geactiveerde | Afdeling 3. - Maandelijkse bedragen van de geactiveerde |
maatschappelijke hulp | maatschappelijke hulp |
Art. 10.De geactiveerde maatschappelijke hulp bedraagt : |
Art. 10.De geactiveerde maatschappelijke hulp bedraagt : |
1° 17 500 BEF per kalendermaand waarin de betrokkene verbonden is door | 1° 17 500 BEF per kalendermaand waarin de betrokkene verbonden is door |
een arbeidsovereenkomst die minstens voorziet in een halftijds | een arbeidsovereenkomst die minstens voorziet in een halftijds |
uurrooster in het kader van een arbeidspost erkend in de zin van | uurrooster in het kader van een arbeidspost erkend in de zin van |
artikel 2 van het voormeld koninklijk besluit van 8 augustus 1997; | artikel 2 van het voormeld koninklijk besluit van 8 augustus 1997; |
2° 22 000 BEF per kalendermaand waarin de betrokkene verbonden is door | 2° 22 000 BEF per kalendermaand waarin de betrokkene verbonden is door |
een arbeidsovereenkomst die voorziet in een uurrooster dat minstens | een arbeidsovereenkomst die voorziet in een uurrooster dat minstens |
vier vijfden bedraagt van een voltijds uurrooster in het kader van een | vier vijfden bedraagt van een voltijds uurrooster in het kader van een |
arbeidspost erkend in de zin van artikel 2 van het voormeld koninklijk | arbeidspost erkend in de zin van artikel 2 van het voormeld koninklijk |
besluit van 8 augustus 1997. | besluit van 8 augustus 1997. |
Het bedrag van de geactiveerde maatschappelijke hulp, bedoeld in het | Het bedrag van de geactiveerde maatschappelijke hulp, bedoeld in het |
eerste lid, wordt evenwel begrensd tot het netto-loon waarop de | eerste lid, wordt evenwel begrensd tot het netto-loon waarop de |
werknemer voor de betreffende kalendermaand recht heeft. | werknemer voor de betreffende kalendermaand recht heeft. |
Afdeling 4. - Duur van de tewerkstelling | Afdeling 4. - Duur van de tewerkstelling |
die recht geeft op de geactiveerde maatschappelijke hulp | die recht geeft op de geactiveerde maatschappelijke hulp |
Art. 11.De gerechtigden op financiële maatschappelijke hulp die de in |
Art. 11.De gerechtigden op financiële maatschappelijke hulp die de in |
artikel 8 bedoelde voorwaarden vervullen, hebben recht op het bedrag | artikel 8 bedoelde voorwaarden vervullen, hebben recht op het bedrag |
van de geactiveerde maatschappelijke hulp, bedoeld in artikel 10, | van de geactiveerde maatschappelijke hulp, bedoeld in artikel 10, |
gedurende een periode van maximum zesendertig maanden. | gedurende een periode van maximum zesendertig maanden. |
HOOFDSTUK III. - Het banenplan | HOOFDSTUK III. - Het banenplan |
Afdeling 1. - Toetredingsvoorwaarden | Afdeling 1. - Toetredingsvoorwaarden |
Art. 12.Gerechtigden op financiële maatschappelijke hulp kunnen |
Art. 12.Gerechtigden op financiële maatschappelijke hulp kunnen |
worden aangeworven in het kader van het banenplan dat de toekenning | worden aangeworven in het kader van het banenplan dat de toekenning |
van de geactiveerde maatschappelijke hulp, bedoeld in artikel 14, | van de geactiveerde maatschappelijke hulp, bedoeld in artikel 14, |
mogelijk maakt, indien de volgende voorwaarden gelijktijdig vervuld | mogelijk maakt, indien de volgende voorwaarden gelijktijdig vervuld |
zijn : | zijn : |
1° de betrokkene is op het ogenblik van de aanwerving ingeschreven als | 1° de betrokkene is op het ogenblik van de aanwerving ingeschreven als |
werkzoekende en gerechtigd op financiële maatschappelijke hulp sedert | werkzoekende en gerechtigd op financiële maatschappelijke hulp sedert |
ten minste zesendertig maanden zonder onderbreking; | ten minste zesendertig maanden zonder onderbreking; |
2° de werkgever is gerechtigd op de vrijstelling van | 2° de werkgever is gerechtigd op de vrijstelling van |
werkgeversbijdragen bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit | werkgeversbijdragen bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit |
van 27 december 1994 tot uitvoering van Hoofdstuk II van Titel IV van | van 27 december 1994 tot uitvoering van Hoofdstuk II van Titel IV van |
de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen. | de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen. |
Afdeling 2. - Gelijkgestelde periodes | Afdeling 2. - Gelijkgestelde periodes |
Art. 13.Voor de toepassing van artikel 12 worden de volgende periodes |
Art. 13.Voor de toepassing van artikel 12 worden de volgende periodes |
gelijkgesteld met een periode van gerechtigd zijn op financiële | gelijkgesteld met een periode van gerechtigd zijn op financiële |
maatschappelijke hulp : | maatschappelijke hulp : |
1° de onderbrekingen, met inbegrip van de periodes van deeltijdse | 1° de onderbrekingen, met inbegrip van de periodes van deeltijdse |
arbeid, met een duur van minder dan drie volledige kalendermaanden; | arbeid, met een duur van minder dan drie volledige kalendermaanden; |
2° de periodes gedurende dewelke men in dienst is in een erkende | 2° de periodes gedurende dewelke men in dienst is in een erkende |
arbeidspost bij toepassing van het voormeld koninklijk besluit van 8 | arbeidspost bij toepassing van het voormeld koninklijk besluit van 8 |
augustus 1997; | augustus 1997; |
3° de periodes van tewerkstelling in toepassing van artikel 60, § 7, | 3° de periodes van tewerkstelling in toepassing van artikel 60, § 7, |
van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra | van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra |
voor maatschappelijk welzijn. | voor maatschappelijk welzijn. |
Afdeling 3. - Maandelijkse bedragen van de geactiveerde | Afdeling 3. - Maandelijkse bedragen van de geactiveerde |
maatschappelijke hulp | maatschappelijke hulp |
Art. 14.Het bedrag van de geactiveerde maatschappelijke hulp bedraagt |
Art. 14.Het bedrag van de geactiveerde maatschappelijke hulp bedraagt |
6 000 BEF per kalendermaand wanneer de betrokkene verbonden is door | 6 000 BEF per kalendermaand wanneer de betrokkene verbonden is door |
een arbeidsovereenkomst die minstens in een halftijds uurrooster | een arbeidsovereenkomst die minstens in een halftijds uurrooster |
voorziet. | voorziet. |
Het bedrag van de geactiveerde maatschappelijke hulp bedoeld in het | Het bedrag van de geactiveerde maatschappelijke hulp bedoeld in het |
vorig lid, wordt evenwel begrensd tot het netto-loon waarop de | vorig lid, wordt evenwel begrensd tot het netto-loon waarop de |
werknemer voor de betreffende kalendermaand recht heeft. | werknemer voor de betreffende kalendermaand recht heeft. |
Afdeling 4. - Duur van de tewerkstelling die recht geeft op de | Afdeling 4. - Duur van de tewerkstelling die recht geeft op de |
geactiveerde maatschappelijke hulp | geactiveerde maatschappelijke hulp |
Art. 15.De gerechtigden op financiële maatschappelijke hulp die de |
Art. 15.De gerechtigden op financiële maatschappelijke hulp die de |
voorwaarden, bedoeld in artikel 12, vervullen, hebben recht op het | voorwaarden, bedoeld in artikel 12, vervullen, hebben recht op het |
bedrag van de geactiveerde maatschappelijke hulp, bedoeld in artikel | bedrag van de geactiveerde maatschappelijke hulp, bedoeld in artikel |
14, voor een periode beperkt tot het kwartaal van de indienstname en | 14, voor een periode beperkt tot het kwartaal van de indienstname en |
de vier volgende kwartalen. | de vier volgende kwartalen. |
TITEL 3. - Slotbepalingen | TITEL 3. - Slotbepalingen |
Art. 16.De werknemer kan voor dezelfde periode slechts gerechtigd |
Art. 16.De werknemer kan voor dezelfde periode slechts gerechtigd |
zijn op één van de bedragen van de geactiveerde maatschappelijke hulp | zijn op één van de bedragen van de geactiveerde maatschappelijke hulp |
bedoeld in de artikelen 5, 6, 10 en 14. | bedoeld in de artikelen 5, 6, 10 en 14. |
Art. 17.Onderhavig besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari |
Art. 17.Onderhavig besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari |
1998, met uitzondering van de artikelen 3, § 1, 4, 5, 6, 7 en 16, die | 1998, met uitzondering van de artikelen 3, § 1, 4, 5, 6, 7 en 16, die |
uitwerking hebben met ingang van 1 juni 1998, het artikel 3, § 2, dat | uitwerking hebben met ingang van 1 juni 1998, het artikel 3, § 2, dat |
uitwerking heeft met ingang van 1 juli 1998 en het artikel 3, § 3, dat | uitwerking heeft met ingang van 1 juli 1998 en het artikel 3, § 3, dat |
uitwerking heeft met ingang van 1 oktober 1998. | uitwerking heeft met ingang van 1 oktober 1998. |
Art. 18.Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Onze Minister van |
Art. 18.Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Onze Minister van |
Volksgezondheid en Onze Staatssecretaris voor Maatschappelijke | Volksgezondheid en Onze Staatssecretaris voor Maatschappelijke |
Integratie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van | Integratie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 9 februari 1999. | Gegeven te Brussel, 9 februari 1999. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, | De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, |
Mevr. M. SMET | Mevr. M. SMET |
De Minister van Volksgezondheid, | De Minister van Volksgezondheid, |
M. COLLA | M. COLLA |
De Staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie, | De Staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie, |
J. PEETERS | J. PEETERS |