Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 februari 2022, gesloten in het Paritair Subcomité voor het koetswerk, betreffende de vervoerkosten | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 februari 2022, gesloten in het Paritair Subcomité voor het koetswerk, betreffende de vervoerkosten |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
8 JANUARI 2023. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 8 JANUARI 2023. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 februari 2022, | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 februari 2022, |
gesloten in het Paritair Subcomité voor het koetswerk, betreffende de | gesloten in het Paritair Subcomité voor het koetswerk, betreffende de |
vervoerkosten (1) | vervoerkosten (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor het koetswerk; | Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor het koetswerk; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 1 februari 2022, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 1 februari 2022, |
gesloten in het Paritair Subcomité voor het koetswerk, betreffende de | gesloten in het Paritair Subcomité voor het koetswerk, betreffende de |
vervoerkosten. | vervoerkosten. |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 8 januari 2023. | Gegeven te Brussel, 8 januari 2023. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
P.-Y. DERMAGNE | P.-Y. DERMAGNE |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Subcomité voor het koetswerk | Paritair Subcomité voor het koetswerk |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 1 februari 2022 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 1 februari 2022 |
Vervoerkosten | Vervoerkosten |
(Overeenkomst geregistreerd op 7 juni 2022 onder het nummer | (Overeenkomst geregistreerd op 7 juni 2022 onder het nummer |
173243/CO/149.02) | 173243/CO/149.02) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgevers en de arbeiders van de ondernemingen die ressorteren | de werkgevers en de arbeiders van de ondernemingen die ressorteren |
onder de bevoegdheid van het Paritair Subcomité voor het koetswerk. | onder de bevoegdheid van het Paritair Subcomité voor het koetswerk. |
Art. 2.Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst |
Art. 2.Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst |
wordt onder "arbeiders" verstaan : de mannelijke en vrouwelijke | wordt onder "arbeiders" verstaan : de mannelijke en vrouwelijke |
werklieden. | werklieden. |
Art. 3.De bepalingen van onderhavige overeenkomst zijn alleen |
Art. 3.De bepalingen van onderhavige overeenkomst zijn alleen |
toepasselijk indien de werkelijke heen en terug opgetelde afstanden | toepasselijk indien de werkelijke heen en terug opgetelde afstanden |
ten minste 1 kilometer bedragen. | ten minste 1 kilometer bedragen. |
Vanaf 1 juli 2020 wordt deze minimumvereiste van 1 kilometer | Vanaf 1 juli 2020 wordt deze minimumvereiste van 1 kilometer |
opgeheven. | opgeheven. |
HOOFDSTUK II. - Gemeenschappelijk openbaar vervoer | HOOFDSTUK II. - Gemeenschappelijk openbaar vervoer |
Afdeling 1. - Vervoer per spoor | Afdeling 1. - Vervoer per spoor |
Art. 4.Wanneer de arbeider zich naar het werk verplaatst met de |
Art. 4.Wanneer de arbeider zich naar het werk verplaatst met de |
trein, bedraagt de tussenkomst van de werkgever 80 pct. van de totale | trein, bedraagt de tussenkomst van de werkgever 80 pct. van de totale |
kost van het vervoersbewijs. | kost van het vervoersbewijs. |
De werkgever sluit ten laatste op 1 oktober 2019 een | De werkgever sluit ten laatste op 1 oktober 2019 een |
derdebetalersovereenkomst met de NMBS. | derdebetalersovereenkomst met de NMBS. |
Afdeling 2. - Ander gemeenschappelijk openbaar vervoer | Afdeling 2. - Ander gemeenschappelijk openbaar vervoer |
Art. 5.Wanneer de arbeider zich naar het werk verplaatst met een |
Art. 5.Wanneer de arbeider zich naar het werk verplaatst met een |
ander gemeenschappelijk openbaar vervoer, georganiseerd door de | ander gemeenschappelijk openbaar vervoer, georganiseerd door de |
regionale vervoermaatschappijen, bedraagt de tussenkomst van de | regionale vervoermaatschappijen, bedraagt de tussenkomst van de |
werkgever 80 pct. van de totale kost van het vervoersbewijs. | werkgever 80 pct. van de totale kost van het vervoersbewijs. |
Art. 6.De modaliteiten van de bijdrage van de werkgevers ten gunste |
Art. 6.De modaliteiten van de bijdrage van de werkgevers ten gunste |
van de arbeiders die dit type van vervoer gebruiken, worden | van de arbeiders die dit type van vervoer gebruiken, worden |
vastgesteld als volgt : | vastgesteld als volgt : |
- De arbeider legt aan de werkgever een ondertekende verklaring voor, | - De arbeider legt aan de werkgever een ondertekende verklaring voor, |
waarbij verzekerd wordt dat hij gewoonlijk een gemeenschappelijk | waarbij verzekerd wordt dat hij gewoonlijk een gemeenschappelijk |
openbaar vervoermiddel gebruikt, georganiseerd door de regionale | openbaar vervoermiddel gebruikt, georganiseerd door de regionale |
vervoermaatschappijen, voor de verplaatsing van de woonplaats naar de | vervoermaatschappijen, voor de verplaatsing van de woonplaats naar de |
plaats van tewerkstelling en omgekeerd en preciseert het aantal | plaats van tewerkstelling en omgekeerd en preciseert het aantal |
effectief afgelegde kilometers; | effectief afgelegde kilometers; |
- Hij waakt erover in de kortst mogelijke tijd alle wijzigingen in | - Hij waakt erover in de kortst mogelijke tijd alle wijzigingen in |
deze toestand te signaleren; | deze toestand te signaleren; |
- De werkgever kan op elk ogenblik de authenticiteit van de hierboven | - De werkgever kan op elk ogenblik de authenticiteit van de hierboven |
bedoelde verklaring nagaan. | bedoelde verklaring nagaan. |
Afdeling 3. - Gemengde openbare vervoermiddelen | Afdeling 3. - Gemengde openbare vervoermiddelen |
Art. 7.Wanneer de arbeider verschillende openbare gemeenschappelijke |
Art. 7.Wanneer de arbeider verschillende openbare gemeenschappelijke |
vervoermiddelen gebruikt, heeft hij recht op dezelfde vergoeding zoals | vervoermiddelen gebruikt, heeft hij recht op dezelfde vergoeding zoals |
bepaald in artikel 4 en 5 van onderhavige overeenkomst voor de afstand | bepaald in artikel 4 en 5 van onderhavige overeenkomst voor de afstand |
die overeenstemt met de som van de afstanden van de verschillende | die overeenstemt met de som van de afstanden van de verschillende |
vervoermiddelen. | vervoermiddelen. |
HOOFDSTUK III. - Privévervoer | HOOFDSTUK III. - Privévervoer |
Art. 8.Wanneer de arbeider zich naar het werk verplaatst met het |
Art. 8.Wanneer de arbeider zich naar het werk verplaatst met het |
eigen vervoer of te voet, heeft de arbeider recht op een | eigen vervoer of te voet, heeft de arbeider recht op een |
dagvergoeding, gebaseerd op de werkgeversbijdrage in het | dagvergoeding, gebaseerd op de werkgeversbijdrage in het |
weekabonnement, zoals opgenomen in de tabel gevoegd bij artikel 11 van | weekabonnement, zoals opgenomen in de tabel gevoegd bij artikel 11 van |
de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19/9 betreffende de financiële | de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19/9 betreffende de financiële |
bijdrage van de werkgevers in de prijs van het gemeenschappelijk | bijdrage van de werkgevers in de prijs van het gemeenschappelijk |
openbaar vervoer van de werknemers, gesloten in de Nationale | openbaar vervoer van de werknemers, gesloten in de Nationale |
Arbeidsraad op 23 april 2019. | Arbeidsraad op 23 april 2019. |
De "verplaatsing met het eigen vervoer" heeft betrekking op alle | De "verplaatsing met het eigen vervoer" heeft betrekking op alle |
mogelijke eigen vervoermiddelen. | mogelijke eigen vervoermiddelen. |
Art. 9.Deze dagvergoeding wordt bekomen door de werkgeversbijdrage in |
Art. 9.Deze dagvergoeding wordt bekomen door de werkgeversbijdrage in |
het weekabonnement van de NMBS te delen door 5. | het weekabonnement van de NMBS te delen door 5. |
Art. 10.Deze dagvergoeding dient jaarlijks op 1 februari te worden |
Art. 10.Deze dagvergoeding dient jaarlijks op 1 februari te worden |
geïndexeerd overeenkomstig de jaarlijkse indexering van de | geïndexeerd overeenkomstig de jaarlijkse indexering van de |
treintarieven van de NMBS, conform het advies van de Centrale Raad | treintarieven van de NMBS, conform het advies van de Centrale Raad |
voor het Bedrijfsleven. | voor het Bedrijfsleven. |
Art. 11.§ 1. Voor de arbeider die zich, voor een gedeelte of de |
Art. 11.§ 1. Voor de arbeider die zich, voor een gedeelte of de |
volledige afstand, met de fiets verplaatst, wordt door de werkgever | volledige afstand, met de fiets verplaatst, wordt door de werkgever |
vanaf 1 juli 2022 een fietsvergoeding van 0,20 EUR voorzien voor elke | vanaf 1 juli 2022 een fietsvergoeding van 0,20 EUR voorzien voor elke |
effectief afgelegde kilometer met een maximum van 40 km (heen en | effectief afgelegde kilometer met een maximum van 40 km (heen en |
terug) per arbeidsdag. | terug) per arbeidsdag. |
§ 2. De fietsvergoeding, zoals opgenomen in § 1, kan in geen geval | § 2. De fietsvergoeding, zoals opgenomen in § 1, kan in geen geval |
lager zijn dan de dagvergoeding, gebaseerd op de werkgeversbijdrage in | lager zijn dan de dagvergoeding, gebaseerd op de werkgeversbijdrage in |
het weekabonnement, zoals opgenomen in de tabel gevoegd bij artikel 11 | het weekabonnement, zoals opgenomen in de tabel gevoegd bij artikel 11 |
van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19/9 betreffende de | van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19/9 betreffende de |
financiële bijdrage van de werkgevers in de prijs van het | financiële bijdrage van de werkgevers in de prijs van het |
gemeenschappelijk openbaar vervoer van de werknemers, gesloten in de | gemeenschappelijk openbaar vervoer van de werknemers, gesloten in de |
Nationale Arbeidsraad op 23 april 2019. | Nationale Arbeidsraad op 23 april 2019. |
§ 3. Boven de 40 kilometer per arbeidsdag blijft de dagvergoeding | § 3. Boven de 40 kilometer per arbeidsdag blijft de dagvergoeding |
gebaseerd op de werkgeversbijdrage in het weekabonnement, zoals | gebaseerd op de werkgeversbijdrage in het weekabonnement, zoals |
opgenomen in de tabel gevoegd bij artikel 11 van de collectieve | opgenomen in de tabel gevoegd bij artikel 11 van de collectieve |
arbeidsovereenkomst nr. 19/9 betreffende de financiële bijdrage van de | arbeidsovereenkomst nr. 19/9 betreffende de financiële bijdrage van de |
werkgevers in de prijs van het gemeenschappelijk openbaar vervoer van | werkgevers in de prijs van het gemeenschappelijk openbaar vervoer van |
de werknemers, gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 23 april 2019, | de werknemers, gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 23 april 2019, |
van toepassing. | van toepassing. |
§ 4. De werkgever zal op vraag van de arbeider jaarlijks de nodige | § 4. De werkgever zal op vraag van de arbeider jaarlijks de nodige |
gegevens bevestigen die het de arbeider mogelijk maakt zijn | gegevens bevestigen die het de arbeider mogelijk maakt zijn |
fietsgebruik aan te tonen. Deze gegevens hebben betrekking op de in | fietsgebruik aan te tonen. Deze gegevens hebben betrekking op de in |
aanmerking genomen afstand tot de werkplaats, het aantal gewerkte | aanmerking genomen afstand tot de werkplaats, het aantal gewerkte |
dagen en de betaalde vergoeding. De praktische modaliteiten van de | dagen en de betaalde vergoeding. De praktische modaliteiten van de |
toekenning van de fietsvergoeding worden vastgelegd op | toekenning van de fietsvergoeding worden vastgelegd op |
ondernemingsvlak. | ondernemingsvlak. |
§ 5. De arbeider legt aan zijn werkgever een ondertekende verklaring | § 5. De arbeider legt aan zijn werkgever een ondertekende verklaring |
voor waarin hij verklaart dat hij bij de verplaatsing tussen de | voor waarin hij verklaart dat hij bij de verplaatsing tussen de |
woonplaats en de plaats van tewerkstelling regelmatig gebruik maakt | woonplaats en de plaats van tewerkstelling regelmatig gebruik maakt |
van de fiets. Hij deelt iedere wijziging van deze toestand zo spoedig | van de fiets. Hij deelt iedere wijziging van deze toestand zo spoedig |
mogelijk mee. De werkgever mag op elk ogenblik nagaan of deze | mogelijk mee. De werkgever mag op elk ogenblik nagaan of deze |
verklaring met de werkelijkheid strookt. | verklaring met de werkelijkheid strookt. |
HOOFDSTUK IV. - Betalingsmodaliteiten | HOOFDSTUK IV. - Betalingsmodaliteiten |
Art. 12.De bijdrage van de werkgevers in de door de arbeiders |
Art. 12.De bijdrage van de werkgevers in de door de arbeiders |
gedragen vervoerkosten wordt maandelijks betaald voor het | gedragen vervoerkosten wordt maandelijks betaald voor het |
vervoerbewijs met geldigheid voor één maand, en eenmaal per week voor | vervoerbewijs met geldigheid voor één maand, en eenmaal per week voor |
de vervoerbewijzen met geldigheid van één week. | de vervoerbewijzen met geldigheid van één week. |
Art. 13.De bijdrage van de werkgevers in de vervoerkosten per spoor |
Art. 13.De bijdrage van de werkgevers in de vervoerkosten per spoor |
wordt betaald tegen indiening van het speciaal getuigschrift voor de | wordt betaald tegen indiening van het speciaal getuigschrift voor de |
sociale abonnementen afgeleverd door de NMBS. | sociale abonnementen afgeleverd door de NMBS. |
De bijdrage van de werkgevers in de kosten voor het vervoer, | De bijdrage van de werkgevers in de kosten voor het vervoer, |
georganiseerd door de regionale vervoermaatschappijen, wordt betaald | georganiseerd door de regionale vervoermaatschappijen, wordt betaald |
tegen overhandiging van het vervoerbewijs afgeleverd door deze | tegen overhandiging van het vervoerbewijs afgeleverd door deze |
maatschappijen. | maatschappijen. |
Art. 14.De werkgever komt tussen in de kosten veroorzaakt door de |
Art. 14.De werkgever komt tussen in de kosten veroorzaakt door de |
andere vervoermiddelen op voorwaarde dat de arbeider het bewijs levert | andere vervoermiddelen op voorwaarde dat de arbeider het bewijs levert |
van de werkelijk afgelegde afstand. | van de werkelijk afgelegde afstand. |
Indien de arbeider dit bewijs niet kan leveren, wordt de berekening, | Indien de arbeider dit bewijs niet kan leveren, wordt de berekening, |
in gemeen akkoord tussen de partijen, afzonderlijk in iedere | in gemeen akkoord tussen de partijen, afzonderlijk in iedere |
onderneming opgemaakt, rekening houdende met de plaatselijke | onderneming opgemaakt, rekening houdende met de plaatselijke |
bijzonderheden. | bijzonderheden. |
De arbeider mag niet weigeren het(de) eventueel(ele) | De arbeider mag niet weigeren het(de) eventueel(ele) |
vervoerbewijs(zen) of, bij ontstentenis, een door hem ondertekende | vervoerbewijs(zen) of, bij ontstentenis, een door hem ondertekende |
verklaring, nodig voor het vaststellen van de afgelegde afstand, aan | verklaring, nodig voor het vaststellen van de afgelegde afstand, aan |
de werkgever voor te leggen. | de werkgever voor te leggen. |
Art. 15.De vergoedingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst zijn |
Art. 15.De vergoedingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst zijn |
minimumvergoedingen voor de sector. Gunstigere ondernemingsregelingen | minimumvergoedingen voor de sector. Gunstigere ondernemingsregelingen |
blijven onverminderd van toepassing. | blijven onverminderd van toepassing. |
HOOFDSTUK V. - Specifieke bepalingen | HOOFDSTUK V. - Specifieke bepalingen |
Afdeling 1. - Verplaatsing naar opleiding | Afdeling 1. - Verplaatsing naar opleiding |
Art. 16.Indien een arbeider zich verplaatst naar een vormingscursus, |
Art. 16.Indien een arbeider zich verplaatst naar een vormingscursus, |
heeft hij recht op de bepalingen zoals opgenomen in hoofdstukken II en | heeft hij recht op de bepalingen zoals opgenomen in hoofdstukken II en |
III van onderhavige overeenkomst, afhankelijk van het door de arbeider | III van onderhavige overeenkomst, afhankelijk van het door de arbeider |
gebruikte vervoermiddel. | gebruikte vervoermiddel. |
Afdeling 2. - Verplaatsing voor leerlingen | Afdeling 2. - Verplaatsing voor leerlingen |
Art. 17.Een leerling die zich van thuis naar het werk verplaatst, |
Art. 17.Een leerling die zich van thuis naar het werk verplaatst, |
heeft recht op de bepalingen zoals opgenomen in hoofdstukken II en III | heeft recht op de bepalingen zoals opgenomen in hoofdstukken II en III |
van onderhavige overeenkomst, afhankelijk van het door de leerling | van onderhavige overeenkomst, afhankelijk van het door de leerling |
gebruikte vervoermiddel. | gebruikte vervoermiddel. |
Afdeling 3. - Verplaatsing naar een competentietest | Afdeling 3. - Verplaatsing naar een competentietest |
Art. 18.Wanneer de arbeider zich met om het even welk vervoermiddel |
Art. 18.Wanneer de arbeider zich met om het even welk vervoermiddel |
verplaatst om een competentietest voor een ervaringsbewijs af te | verplaatst om een competentietest voor een ervaringsbewijs af te |
leggen, heeft hij recht op terugbetaling van de vervoerskosten door de | leggen, heeft hij recht op terugbetaling van de vervoerskosten door de |
werkgever zoals opgenomen in hoofdstukken II en III van onderhavige | werkgever zoals opgenomen in hoofdstukken II en III van onderhavige |
overeenkomst, afhankelijk van het door de arbeider gebruikte | overeenkomst, afhankelijk van het door de arbeider gebruikte |
vervoermiddel. Deze terugbetaling geldt zowel voor het afleggen van de | vervoermiddel. Deze terugbetaling geldt zowel voor het afleggen van de |
1ste competentietest als voor het afleggen van de herkansing. | 1ste competentietest als voor het afleggen van de herkansing. |
Afdeling 4. - Verplaatsing naar een outplacementbegeleiding | Afdeling 4. - Verplaatsing naar een outplacementbegeleiding |
Art. 19.Wanneer de arbeider zich met om het even welk vervoermiddel |
Art. 19.Wanneer de arbeider zich met om het even welk vervoermiddel |
verplaatst naar een outplacementbegeleiding, heeft hij recht op | verplaatst naar een outplacementbegeleiding, heeft hij recht op |
terugbetaling van de vervoerkosten door de werkgever zoals opgenomen | terugbetaling van de vervoerkosten door de werkgever zoals opgenomen |
in hoofdstukken II en III van onderhavige overeenkomst, afhankelijk | in hoofdstukken II en III van onderhavige overeenkomst, afhankelijk |
van het door de arbeider gebruikte vervoermiddel. | van het door de arbeider gebruikte vervoermiddel. |
Afdeling 5. - Voertuig van de werkgever | Afdeling 5. - Voertuig van de werkgever |
Art. 20.Wanneer de werkgever een voertuig ter beschikking stelt aan |
Art. 20.Wanneer de werkgever een voertuig ter beschikking stelt aan |
de arbeider voor verplaatsingen naar de werkplaats of naar een | de arbeider voor verplaatsingen naar de werkplaats of naar een |
vormingscursus, zijn de vervoerkosten zoals bepaald in de hoofdstukken | vormingscursus, zijn de vervoerkosten zoals bepaald in de hoofdstukken |
II en III en artikel 14 van onderhavige overeenkomst niet van | II en III en artikel 14 van onderhavige overeenkomst niet van |
toepassing. | toepassing. |
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen |
Art. 21.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve |
Art. 21.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve |
arbeidsovereenkomst met betrekking tot de vervoerkosten van 12 | arbeidsovereenkomst met betrekking tot de vervoerkosten van 12 |
september 2019 inzake vervoerskosten, geregistreerd onder het nummer | september 2019 inzake vervoerskosten, geregistreerd onder het nummer |
154965/CO/149.02 en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk | 154965/CO/149.02 en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk |
besluit van 17 september 2020 (Belgisch Staatsblad van 5 november | besluit van 17 september 2020 (Belgisch Staatsblad van 5 november |
2020). | 2020). |
Art. 22.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
Art. 22.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
juli 2022 en is gesloten voor onbepaalde duur. | juli 2022 en is gesloten voor onbepaalde duur. |
Zij kan door één van de partijen worden opgezegd mits een opzegging | Zij kan door één van de partijen worden opgezegd mits een opzegging |
van drie maanden, betekend bij een ter post aangetekende brief, | van drie maanden, betekend bij een ter post aangetekende brief, |
gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor het | gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor het |
koetswerk. | koetswerk. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 8 januari | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 8 januari |
2023. | 2023. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
P.-Y. DERMAGNE | P.-Y. DERMAGNE |
Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 februari 2022, | Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 februari 2022, |
gesloten in het Paritair Subcomité voor het koetswerk, betreffende de | gesloten in het Paritair Subcomité voor het koetswerk, betreffende de |
vervoerkosten | vervoerkosten |
In uitvoering van hoofdstuk III | In uitvoering van hoofdstuk III |
De dagvergoedingen worden op 1 februari 2022 als volgt vastgelegd : | De dagvergoedingen worden op 1 februari 2022 als volgt vastgelegd : |
Transport privé/Privévervoer | Transport privé/Privévervoer |
Carrosserie | Carrosserie |
149.02 | 149.02 |
Koetswerk | Koetswerk |
A partir du 1er février 2022/ Vanaf 1 februari 2022 | A partir du 1er février 2022/ Vanaf 1 februari 2022 |
Tableau "Intervention dans le transport domicile-travail"/ | Tableau "Intervention dans le transport domicile-travail"/ |
Tabel "Werkgeversbijdrage in het woon-werk verkeer" | Tabel "Werkgeversbijdrage in het woon-werk verkeer" |
Distance en km/ | Distance en km/ |
Aantal km | Aantal km |
Intervention journalière de l'employeur (5 j./semaine)/ Dagelijkse | Intervention journalière de l'employeur (5 j./semaine)/ Dagelijkse |
bijdrage van de werkgevers (5 d./week) | bijdrage van de werkgevers (5 d./week) |
Distance en km/ | Distance en km/ |
Aantal km | Aantal km |
Intervention journalière de l'employeur (5 j./semaine)/ Dagelijkse | Intervention journalière de l'employeur (5 j./semaine)/ Dagelijkse |
bijdrage van de werkgevers (5 d./week) | bijdrage van de werkgevers (5 d./week) |
1 | 1 |
1,12 | 1,12 |
43-45 | 43-45 |
5,78 | 5,78 |
2 | 2 |
1,25 | 1,25 |
46-48 | 46-48 |
6,17 | 6,17 |
3 | 3 |
1,40 | 1,40 |
49-51 | 49-51 |
6,43 | 6,43 |
4 | 4 |
1,50 | 1,50 |
52-54 | 52-54 |
6,65 | 6,65 |
5 | 5 |
1,62 | 1,62 |
55-57 | 55-57 |
6,89 | 6,89 |
6 | 6 |
1,73 | 1,73 |
58-60 | 58-60 |
7,18 | 7,18 |
7 | 7 |
1,79 | 1,79 |
61-65 | 61-65 |
7,45 | 7,45 |
8 | 8 |
1,91 | 1,91 |
66-70 | 66-70 |
7,83 | 7,83 |
9 | 9 |
2,01 | 2,01 |
71-75 | 71-75 |
8,08 | 8,08 |
10 | 10 |
2,11 | 2,11 |
76-80 | 76-80 |
8,59 | 8,59 |
11 | 11 |
2,24 | 2,24 |
81-85 | 81-85 |
8,88 | 8,88 |
12 | 12 |
2,34 | 2,34 |
86-90 | 86-90 |
9,24 | 9,24 |
13 | 13 |
2,45 | 2,45 |
91-95 | 91-95 |
9,67 | 9,67 |
14 | 14 |
2,57 | 2,57 |
96-100 | 96-100 |
9,93 | 9,93 |
15 | 15 |
2,67 | 2,67 |
101-105 | 101-105 |
10,28 | 10,28 |
16 | 16 |
2,77 | 2,77 |
106-110 | 106-110 |
10,69 | 10,69 |
17 | 17 |
2,87 | 2,87 |
111-115 | 111-115 |
11,09 | 11,09 |
18 | 18 |
3,00 | 3,00 |
116-120 | 116-120 |
11,50 | 11,50 |
19 | 19 |
3,13 | 3,13 |
121-125 | 121-125 |
11,74 | 11,74 |
20 | 20 |
3,26 | 3,26 |
126-130 | 126-130 |
12,11 | 12,11 |
21 | 21 |
3,34 | 3,34 |
131-135 | 131-135 |
12,52 | 12,52 |
22 | 22 |
3,45 | 3,45 |
136-140 | 136-140 |
12,78 | 12,78 |
23 | 23 |
3,59 | 3,59 |
141-145 | 141-145 |
13,33 | 13,33 |
24 | 24 |
3,69 | 3,69 |
146-150 | 146-150 |
13,82 | 13,82 |
25 | 25 |
3,76 | 3,76 |
151-155 | 151-155 |
13,82 | 13,82 |
26 | 26 |
3,92 | 3,92 |
156-160 | 156-160 |
14,33 | 14,33 |
27 | 27 |
3,98 | 3,98 |
161-165 | 161-165 |
14,61 | 14,61 |
28 | 28 |
4,05 | 4,05 |
166-170 | 166-170 |
14,86 | 14,86 |
29 | 29 |
4,21 | 4,21 |
171-175 | 171-175 |
15,38 | 15,38 |
30 | 30 |
4,31 | 4,31 |
176-180 | 176-180 |
15,64 | 15,64 |
31-33 | 31-33 |
4,48 | 4,48 |
181-185 | 181-185 |
16,18 | 16,18 |
34-36 | 34-36 |
4,84 | 4,84 |
186-190 | 186-190 |
16,43 | 16,43 |
37-39 | 37-39 |
5,16 | 5,16 |
191-195 | 191-195 |
16,68 | 16,68 |
40-42 | 40-42 |
5,48 | 5,48 |
196-200 | 196-200 |
17,23 | 17,23 |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 8 januari | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 8 januari |
2023. | 2023. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
P.-Y. DERMAGNE | P.-Y. DERMAGNE |