Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 07/09/2023
← Terug naar "Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 mei 2018 betreffende de bescherming tegen insolventie bij de verkoop van pakketreizen, gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten "
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 mei 2018 betreffende de bescherming tegen insolventie bij de verkoop van pakketreizen, gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 mei 2018 betreffende de bescherming tegen insolventie bij de verkoop van pakketreizen, gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten
FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE
7 SEPTEMBER 2023. - Koninklijk besluit tot wijziging van het 7 SEPTEMBER 2023. - Koninklijk besluit tot wijziging van het
koninklijk besluit van 29 mei 2018 betreffende de bescherming tegen koninklijk besluit van 29 mei 2018 betreffende de bescherming tegen
insolventie bij de verkoop van pakketreizen, gekoppelde insolventie bij de verkoop van pakketreizen, gekoppelde
reisarrangementen en reisdiensten reisarrangementen en reisdiensten
FILIP, Koning der Belgen, FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op artikel 108 van de Grondwet; Gelet op artikel 108 van de Grondwet;
Gelet op de wet van 21 november 2017 betreffende de verkoop van Gelet op de wet van 21 november 2017 betreffende de verkoop van
pakketreizen, gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten, de pakketreizen, gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten, de
artikelen 60, tweede lid, 60/1, § 2, derde lid en § 3, derde lid, en artikelen 60, tweede lid, 60/1, § 2, derde lid en § 3, derde lid, en
60/2, § 2, ingevoegd bij de wet van 5 juni 2023, en artikel 74, 60/2, § 2, ingevoegd bij de wet van 5 juni 2023, en artikel 74,
vervangen bij de wet 5 juni 2023; vervangen bij de wet 5 juni 2023;
Gelet op het koninklijk besluit van 29 mei 2018 betreffende de Gelet op het koninklijk besluit van 29 mei 2018 betreffende de
bescherming tegen insolventie bij de verkoop van pakketreizen, bescherming tegen insolventie bij de verkoop van pakketreizen,
gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten; gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten;
Gelet op advies 74.059/1/V van de Raad van State, gegeven op 22 Gelet op advies 74.059/1/V van de Raad van State, gegeven op 22
augustus 2023, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van augustus 2023, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van
de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Economie, de Minister van Op de voordracht van de Minister van Economie, de Minister van
Financiën, de Minister van Justitie en de Staatssecretaris voor Financiën, de Minister van Justitie en de Staatssecretaris voor
Consumentenbescherming, Consumentenbescherming,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 2 van het koninklijk besluit van 29 mei 2018

Artikel 1.Artikel 2 van het koninklijk besluit van 29 mei 2018

betreffende de bescherming tegen insolventie bij de verkoop van betreffende de bescherming tegen insolventie bij de verkoop van
pakketreizen, gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten wordt pakketreizen, gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten wordt
aangevuld met een bepaling onder 4°, luidende: aangevuld met een bepaling onder 4°, luidende:
"4° de verzekeringsovereenkomst: de verzekeringsovereenkomst bedoeld "4° de verzekeringsovereenkomst: de verzekeringsovereenkomst bedoeld
in artikel 60 van de wet die de bescherming bij insolventie biedt.". in artikel 60 van de wet die de bescherming bij insolventie biedt.".

Art. 2.Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 2.Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 3.In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende

Art. 3.In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende

wijzigingen aangebracht: wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "artikel 3, 1° en 2° " worden vervangen door de woorden 1° de woorden "artikel 3, 1° en 2° " worden vervangen door de woorden
"artikel 4, 1° en 2° "; "artikel 4, 1° en 2° ";
2° de woorden "een microvennootschap is, bedoeld in artikel 15/1 van 2° de woorden "een microvennootschap is, bedoeld in artikel 15/1 van
het Wetboek van vennootschappen" worden vervangen door de woorden "een het Wetboek van vennootschappen" worden vervangen door de woorden "een
microvennootschap, een microVZW, een microIVZW of een microstichting microvennootschap, een microVZW, een microIVZW of een microstichting
is, bedoeld in de artikelen 1:25, 1:29 en 1:31 van het Wetboek van is, bedoeld in de artikelen 1:25, 1:29 en 1:31 van het Wetboek van
vennootschappen en verenigingen.". vennootschappen en verenigingen.".

Art. 4.In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk 4/1 ingevoegd dat de

Art. 4.In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk 4/1 ingevoegd dat de

artikelen 17/1, 17/2, 17/3, 17/4 en 17/5 bevat, luidende: artikelen 17/1, 17/2, 17/3, 17/4 en 17/5 bevat, luidende:
"Hoofdstuk 4/1. - Fonds voor de tussenkomst van de Staat in het kader "Hoofdstuk 4/1. - Fonds voor de tussenkomst van de Staat in het kader
van de insolventieverzekering van professionelen in de reissector van de insolventieverzekering van professionelen in de reissector

Art. 17/1.Het Fonds wordt beheerd door de Federale Overheidsdienst

Art. 17/1.Het Fonds wordt beheerd door de Federale Overheidsdienst

Economie, K.M.O., Middenstand en Energie. Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.

Art. 17/2.Overeenkomstig artikel 60/2, § 2, van de wet worden de

Art. 17/2.Overeenkomstig artikel 60/2, § 2, van de wet worden de

jaarlijkse anticiperende bijdragen bedoeld in artikel 60/1, § 3, van jaarlijkse anticiperende bijdragen bedoeld in artikel 60/1, § 3, van
de wet ten laatste op 30 juni van het betrokken jaar gestort op de de wet ten laatste op 30 juni van het betrokken jaar gestort op de
rekening van het Fonds, en berekend op het totale incasso van premies rekening van het Fonds, en berekend op het totale incasso van premies
en bijkomende kosten, zonder acquisitiekosten en commissies, dat door en bijkomende kosten, zonder acquisitiekosten en commissies, dat door
de verzekeringsonderneming in het betreffende jaar reeds ontvangen de verzekeringsonderneming in het betreffende jaar reeds ontvangen
werd. werd.
Indien het totale incasso van premies en bijkomende kosten, zonder Indien het totale incasso van premies en bijkomende kosten, zonder
acquisitiekosten en commissies, dat door de verzekeringsonderneming in acquisitiekosten en commissies, dat door de verzekeringsonderneming in
het betreffende jaar ontvangen werd, hoger is dan het in acht genomen het betreffende jaar ontvangen werd, hoger is dan het in acht genomen
bedrag voor de betaling van de jaarlijkse anticiperende bijdragen, bedrag voor de betaling van de jaarlijkse anticiperende bijdragen,
moet de verzekeringsonderneming een bijkomende bijdrage die moet de verzekeringsonderneming een bijkomende bijdrage die
overeenkomt met het verschil tussen deze bedragen ten laatste op 15 overeenkomt met het verschil tussen deze bedragen ten laatste op 15
september van het jaar na het betrokken jaar storten op de rekening september van het jaar na het betrokken jaar storten op de rekening
van het Fonds. van het Fonds.
Indien het totale incasso van premies en bijkomende kosten, zonder Indien het totale incasso van premies en bijkomende kosten, zonder
acquisitiekosten en commissies, dat door de verzekeringsonderneming in acquisitiekosten en commissies, dat door de verzekeringsonderneming in
het betreffende jaar ontvangen werd lager is dan het in acht genomen het betreffende jaar ontvangen werd lager is dan het in acht genomen
bedrag voor de betaling van de jaarlijkse anticiperende bijdragen, bedrag voor de betaling van de jaarlijkse anticiperende bijdragen,
moet de Staat een terugbetaling die overeenstemt met het verschil moet de Staat een terugbetaling die overeenstemt met het verschil
tussen deze bedragen ten laatste op 15 september van het jaar na het tussen deze bedragen ten laatste op 15 september van het jaar na het
betrokken jaar storten op de rekening van de verzekeringsonderneming. betrokken jaar storten op de rekening van de verzekeringsonderneming.
De controle van de in het eerste, tweede en derde lid beoogde De controle van de in het eerste, tweede en derde lid beoogde
bijdragen gebeurt door een commissaris, lid van het Instituut voor bijdragen gebeurt door een commissaris, lid van het Instituut voor
Bedrijfsrevisoren. Het verslag van de commissaris betreffende de Bedrijfsrevisoren. Het verslag van de commissaris betreffende de
bijdragen wordt door de verzekeringsonderneming aan de beheerder van bijdragen wordt door de verzekeringsonderneming aan de beheerder van
het Fonds overgemaakt samen met de betaling van de volgende jaarlijkse het Fonds overgemaakt samen met de betaling van de volgende jaarlijkse
bijdrage. bijdrage.
In afwijking van het eerste lid worden voor het jaar 2023 de In afwijking van het eerste lid worden voor het jaar 2023 de
jaarlijkse anticiperende bijdragen bedoeld in artikel 60/1, § 3, van jaarlijkse anticiperende bijdragen bedoeld in artikel 60/1, § 3, van
de wet uiterlijk op 15 november op de rekening van het Fonds gestort. de wet uiterlijk op 15 november op de rekening van het Fonds gestort.

Art. 17/3.Indien de betaling van de jaarlijkse anticiperende

Art. 17/3.Indien de betaling van de jaarlijkse anticiperende

bijdragen bedoeld in artikel 60/1, § 3, van de wet onbetaald gebleven bijdragen bedoeld in artikel 60/1, § 3, van de wet onbetaald gebleven
is, vordert de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën is, vordert de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën
belast met de inning en de invordering van de fiscale en niet-fiscale belast met de inning en de invordering van de fiscale en niet-fiscale
schuldvorderingen deze bijdragen in, overeenkomstig de artikelen 3 en schuldvorderingen deze bijdragen in, overeenkomstig de artikelen 3 en
volgende van de domaniale wet van 22 december 1949. volgende van de domaniale wet van 22 december 1949.

Art. 17/4.De verzekeringsonderneming die haar bovengrens bedoeld in

Art. 17/4.De verzekeringsonderneming die haar bovengrens bedoeld in

artikel 60/1, § 1, van de wet bereikt, verzoekt de beheerder van het artikel 60/1, § 1, van de wet bereikt, verzoekt de beheerder van het
Fonds om de tussenkomst zoals bedoeld in artikel 60/1, § 2, van de Fonds om de tussenkomst zoals bedoeld in artikel 60/1, § 2, van de
wet. wet.
Het verzoek van de verzekeringsonderneming kan op elk moment worden Het verzoek van de verzekeringsonderneming kan op elk moment worden
uitgevoerd en moet voldoende gemotiveerd zijn en de bewijsstukken uitgevoerd en moet voldoende gemotiveerd zijn en de bewijsstukken
omvatten waaruit blijkt dat de bovengrens bedoeld in artikel 60/1, § omvatten waaruit blijkt dat de bovengrens bedoeld in artikel 60/1, §
1, van de wet bereikt is. 1, van de wet bereikt is.
De controle van cijfers vervat in dit verzoek gebeurt door een De controle van cijfers vervat in dit verzoek gebeurt door een
commissaris, lid van het Instituut voor Bedrijfsrevisoren. Het verslag commissaris, lid van het Instituut voor Bedrijfsrevisoren. Het verslag
van de commissaris betreffende het bereiken van de bovengrens bedoeld van de commissaris betreffende het bereiken van de bovengrens bedoeld
in artikel 60/1, § 1, van de wet wordt door de verzekeringsonderneming in artikel 60/1, § 1, van de wet wordt door de verzekeringsonderneming
aan de beheerder van het Fonds overgemaakt samen met het verzoek. aan de beheerder van het Fonds overgemaakt samen met het verzoek.
De beheerder van het Fonds stort het bedrag van de tussenkomst zoals De beheerder van het Fonds stort het bedrag van de tussenkomst zoals
bedoeld in artikel 60/1, § 2, van de wet op de rekening van de bedoeld in artikel 60/1, § 2, van de wet op de rekening van de
verzekeringsonderneming binnen vijftien werkdagen na ontvangst van het verzekeringsonderneming binnen vijftien werkdagen na ontvangst van het
voldoende gemotiveerd verzoek en het in het derde lid beoogde verslag voldoende gemotiveerd verzoek en het in het derde lid beoogde verslag
van de commissaris. van de commissaris.
Wanneer het verzoek van de verzekeringsonderneming betrekking heeft op Wanneer het verzoek van de verzekeringsonderneming betrekking heeft op
het lopende jaar, wordt de bovengrens bedoeld in artikel 60/1, § 1, het lopende jaar, wordt de bovengrens bedoeld in artikel 60/1, § 1,
van de wet door de verzekeringsonderneming geraamd op basis van het van de wet door de verzekeringsonderneming geraamd op basis van het
totale incasso van premies en bijkomende kosten die de totale incasso van premies en bijkomende kosten die de
verzekeringsonderneming voor het lopende jaar heeft geïnd op het verzekeringsonderneming voor het lopende jaar heeft geïnd op het
ogenblik van haar verzoek, zonder acquisitiekosten en commissies. In ogenblik van haar verzoek, zonder acquisitiekosten en commissies. In
dat geval is het bedrag van de in artikel 60/1, § 2 bedoelde dat geval is het bedrag van de in artikel 60/1, § 2 bedoelde
tussenkomst van de Staat voorlopig. Het definitieve bedrag van de tussenkomst van de Staat voorlopig. Het definitieve bedrag van de
tussenkomst van de Staat wordt vastgesteld uiterlijk op 15 september tussenkomst van de Staat wordt vastgesteld uiterlijk op 15 september
van het jaar dat volgt op het jaar waarin de tussenkomst van de Staat van het jaar dat volgt op het jaar waarin de tussenkomst van de Staat
wordt betaald, op basis van het totale incasso van premies en wordt betaald, op basis van het totale incasso van premies en
bijkomende kosten die de verzekeringsonderneming heeft geïnd tijdens bijkomende kosten die de verzekeringsonderneming heeft geïnd tijdens
het jaar waarin de tussenkomst van de Staat wordt betaald, zonder het jaar waarin de tussenkomst van de Staat wordt betaald, zonder
acquisitiekosten en commissies. Als de verzekeringsonderneming te veel acquisitiekosten en commissies. Als de verzekeringsonderneming te veel
ontvangt, betaalt zij de Staat uiterlijk op 30 september van het jaar ontvangt, betaalt zij de Staat uiterlijk op 30 september van het jaar
volgend op het jaar van de tussenkomst van de Staat terug. Als het volgend op het jaar van de tussenkomst van de Staat terug. Als het
bedrag van de voorlopige tussenkomst van de Staat lager is dan het bedrag van de voorlopige tussenkomst van de Staat lager is dan het
definitieve bedrag, dient de verzekeringsmaatschappij een nieuwe definitieve bedrag, dient de verzekeringsmaatschappij een nieuwe
aanvraag in. aanvraag in.
Indien uit het verzoek van de verzekeringsonderneming en het verslag Indien uit het verzoek van de verzekeringsonderneming en het verslag
van de commissaris niet blijkt dat de bovengrens bedoeld in artikel van de commissaris niet blijkt dat de bovengrens bedoeld in artikel
60/1, § 1, van de wet wordt bereikt, neemt de beheerder van het Fonds 60/1, § 1, van de wet wordt bereikt, neemt de beheerder van het Fonds
een beslissing van weigering binnen de in het vierde lid bedoelde een beslissing van weigering binnen de in het vierde lid bedoelde
termijn. termijn.

Art. 17/5.Op 15 september van elk jaar maken de

Art. 17/5.Op 15 september van elk jaar maken de

verzekeringsondernemingen die de in artikel 60 van de wet bedoelde verzekeringsondernemingen die de in artikel 60 van de wet bedoelde
zekerheid verstrekken, aan de beheerder van het Fonds een verslag over zekerheid verstrekken, aan de beheerder van het Fonds een verslag over
inzake hun inkomsten en uitgaven in verband met de in artikel 60 van inzake hun inkomsten en uitgaven in verband met de in artikel 60 van
de wet bedoelde zekerheid, en de evolutie hiervan tijdens het de wet bedoelde zekerheid, en de evolutie hiervan tijdens het
afgelopen jaar. afgelopen jaar.
Dit verslag wordt gecontroleerd door een commissaris, lid van het Dit verslag wordt gecontroleerd door een commissaris, lid van het
Instituut voor Bedrijfsrevisoren, alvorens het aan de beheerder van Instituut voor Bedrijfsrevisoren, alvorens het aan de beheerder van
het Fonds wordt overgemaakt. het Fonds wordt overgemaakt.
In afwijking van het eerste lid dienen de verzekeringsondernemingen In afwijking van het eerste lid dienen de verzekeringsondernemingen
die de in artikel 60 van de wet bedoelde zekerheid verstrekken, voor die de in artikel 60 van de wet bedoelde zekerheid verstrekken, voor
het jaar 2023 uiterlijk op 15 november bij de beheerder van het Fonds het jaar 2023 uiterlijk op 15 november bij de beheerder van het Fonds
een verslag in over hun inkomsten en uitgaven in verband met de in een verslag in over hun inkomsten en uitgaven in verband met de in
artikel 60 van de wet bedoelde zekerheid en de evolutie hiervan artikel 60 van de wet bedoelde zekerheid en de evolutie hiervan
tijdens het afgelopen jaar.". tijdens het afgelopen jaar.".

Art. 5.De artikelen 1, 2 en 4 van dit besluit hebben uitwerking met

Art. 5.De artikelen 1, 2 en 4 van dit besluit hebben uitwerking met

ingang van 1 januari 2023. ingang van 1 januari 2023.

Art. 6.De minister bevoegd voor Economie en de minister bevoegd voor

Art. 6.De minister bevoegd voor Economie en de minister bevoegd voor

Consumentenbescherming zijn, ieder wat hem betreft, belast met de Consumentenbescherming zijn, ieder wat hem betreft, belast met de
uitvoering van dit besluit. uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 7 september 2023. Gegeven te Brussel, 7 september 2023.
FILIP FILIP
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Economie, De Minister van Economie,
P.-Y. DERMAGNE P.-Y. DERMAGNE
De Minister van Financiën, De Minister van Financiën,
V. VAN PETEGHEM V. VAN PETEGHEM
De Minister van Justitie, De Minister van Justitie,
V. VAN QUICKENBORNE V. VAN QUICKENBORNE
De Staatssecretaris voor Consumentenbescherming, De Staatssecretaris voor Consumentenbescherming,
A. BERTRAND A. BERTRAND
^