Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 05/03/2007
← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juli 2003, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende wijziging en coördinatie van de statuten van het sociaal fonds "
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juli 2003, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende wijziging en coördinatie van de statuten van het sociaal fonds Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juli 2003, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende wijziging en coördinatie van de statuten van het sociaal fonds
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
5 MAART 2007. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt 5 MAART 2007. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juli 2003, gesloten verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juli 2003, gesloten
in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende wijziging in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende wijziging
en coördinatie van de statuten van het sociaal fonds (1) en coördinatie van de statuten van het sociaal fonds (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor Gelet op de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor
bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 2; bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 2;
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel
28; 28;
Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 maart 1967 tot Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 maart 1967 tot
oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en tot vaststelling oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en tot vaststelling
van zijn statuten, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk van zijn statuten, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk
besluit van 5 augustus 1967; besluit van 5 augustus 1967;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het garagebedrijf; Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het garagebedrijf;
Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Op de voordracht van Onze Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juli 2003, gesloten overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juli 2003, gesloten
in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de
wijziging en coördinatie van de statuten van het sociaal fonds. wijziging en coördinatie van de statuten van het sociaal fonds.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit

besluit. besluit.
Gegeven te Brussel, 5 maart 2007. Gegeven te Brussel, 5 maart 2007.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
P. VANVELTHOVEN P. VANVELTHOVEN
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 7 januari 1958, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958. Wet van 7 januari 1958, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958.
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Koninklijk besluit van 5 augustus 1967, Belgisch Staatsblad van 12 Koninklijk besluit van 5 augustus 1967, Belgisch Staatsblad van 12
augustus 1967. augustus 1967.
Paritair Comité voor het garagebedrijf Paritair Comité voor het garagebedrijf
Collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juli 2003 Collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juli 2003
Wijziging en coördinatie van de statuten van het sociaal fonds Wijziging en coördinatie van de statuten van het sociaal fonds
(Overeenkomst geregistreerd op 13 oktober 2003 onder het nummer (Overeenkomst geregistreerd op 13 oktober 2003 onder het nummer
67986/CO/112) 67986/CO/112)

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

de werkgevers, werklieden en werksters van de ondernemingen die de werkgevers, werklieden en werksters van de ondernemingen die
ressorteren onder het Paritair Comité voor het garagebedrijf. ressorteren onder het Paritair Comité voor het garagebedrijf.
Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst, wordt Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst, wordt
onder "werklieden" verstaan : de werklieden of werksters. onder "werklieden" verstaan : de werklieden of werksters.

Art. 2.De statuten van het "Sociaal Fonds voor het garagebedrijf"

Art. 2.De statuten van het "Sociaal Fonds voor het garagebedrijf"

zijn bijgevoegd in bijlage. zijn bijgevoegd in bijlage.

Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met

Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met

ingang van 1 juli 2003 en is gesloten voor onbepaalde tijd. ingang van 1 juli 2003 en is gesloten voor onbepaalde tijd.
De collectieve arbeidsovereenkomst kan worden opgezegd door één van de De collectieve arbeidsovereenkomst kan worden opgezegd door één van de
ondertekenende partijen mits een opzegging van 6 maanden, betekend bij ondertekenende partijen mits een opzegging van 6 maanden, betekend bij
een ter post aangetekend schrijven, gericht aan de voorzitter van het een ter post aangetekend schrijven, gericht aan de voorzitter van het
Paritair Comité voor het garagebedrijf. Paritair Comité voor het garagebedrijf.
Deze opzegging kan slechts ingaan ten vroegste vanaf 1 januari 2005. Deze opzegging kan slechts ingaan ten vroegste vanaf 1 januari 2005.

Art. 4.De collectieve arbeidsovereenkomst van 4 juli 2001,

Art. 4.De collectieve arbeidsovereenkomst van 4 juli 2001,

betreffende het "Sociaal Fonds voor het garagebedrijf", geregistreerd betreffende het "Sociaal Fonds voor het garagebedrijf", geregistreerd
op 4 december 2001 onder het nummer 60019/CO/112 wordt opgeheven. op 4 december 2001 onder het nummer 60019/CO/112 wordt opgeheven.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 5 maart Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 5 maart
2007. 2007.
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
P. VANVELTHOVEN P. VANVELTHOVEN
Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juli 2003, Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juli 2003,
gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de
wijziging en coördinatie van de statuten van het sociaal fonds wijziging en coördinatie van de statuten van het sociaal fonds
STATUTEN VAN HET FONDS STATUTEN VAN HET FONDS
HOOFDSTUK I. - Benaming, zetel, opdrachten en duur HOOFDSTUK I. - Benaming, zetel, opdrachten en duur
1. Benaming 1. Benaming

Artikel 1.Er wordt een fonds voor bestaanszekerheid opgericht bij

Artikel 1.Er wordt een fonds voor bestaanszekerheid opgericht bij

collectieve arbeidsovereenkomst van 23 maart 1967, algemeen verbindend collectieve arbeidsovereenkomst van 23 maart 1967, algemeen verbindend
verklaard bij koninklijk besluit van 5 augustus 1967 (Belgisch verklaard bij koninklijk besluit van 5 augustus 1967 (Belgisch
Staatsblad van 12 augustus 1967), genaamd "Sociaal Fonds voor het Staatsblad van 12 augustus 1967), genaamd "Sociaal Fonds voor het
garagebedrijf". garagebedrijf".
Met "fonds" wordt verder in deze statuten : "Sociaal fonds voor het Met "fonds" wordt verder in deze statuten : "Sociaal fonds voor het
garagebedrijf" bedoeld. garagebedrijf" bedoeld.
2. Zetel 2. Zetel

Art. 2.De maatschappelijke zetel van het fonds is gevestigd te

Art. 2.De maatschappelijke zetel van het fonds is gevestigd te

Brussel. Hij kan, bij beslissing van het Paritair Comité voor het Brussel. Hij kan, bij beslissing van het Paritair Comité voor het
garagebedrijf, naar elke andere plaats in België worden overgebracht. garagebedrijf, naar elke andere plaats in België worden overgebracht.
3. Opdrachten 3. Opdrachten

Art. 3.Het fonds heeft als opdracht :

Art. 3.Het fonds heeft als opdracht :

3.1. de inning en de invordering van de bijdragen ten laste van de in 3.1. de inning en de invordering van de bijdragen ten laste van de in
artikel 5 bedoelde werkgevers te regelen en te verzekeren; artikel 5 bedoelde werkgevers te regelen en te verzekeren;
3.2. de toekenning en de uitkering van de aanvullende vergoedingen te 3.2. de toekenning en de uitkering van de aanvullende vergoedingen te
regelen en te verzekeren; regelen en te verzekeren;
3.3. de vakbondsvorming van de werklieden te bevorderen; 3.3. de vakbondsvorming van de werklieden te bevorderen;
3.4. de vorming en informatie van de werkgevers te stimuleren; 3.4. de vorming en informatie van de werkgevers te stimuleren;
3.5. jaarlijks tewerkstellingsattesten af te leveren aan de werklieden 3.5. jaarlijks tewerkstellingsattesten af te leveren aan de werklieden
van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor
het garagebedrijf; het garagebedrijf;
3.6. een deel van de werking en sommige initiatieven van de vzw 3.6. een deel van de werking en sommige initiatieven van de vzw
"Educam" te financieren volgens door de raad van bestuur vastgelegde "Educam" te financieren volgens door de raad van bestuur vastgelegde
regels; regels;
3.7. het ten laste nemen van bijzondere bijdragen; 3.7. het ten laste nemen van bijzondere bijdragen;
3.8. van de bijdrage voorzien voor de financiering en inrichting van 3.8. van de bijdrage voorzien voor de financiering en inrichting van
een sectoraal pensioenstelsel te innen. een sectoraal pensioenstelsel te innen.
4. Duur 4. Duur

Art. 4.Het fonds wordt voor onbepaalde tijd opgericht.

Art. 4.Het fonds wordt voor onbepaalde tijd opgericht.

HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied

Art. 5.Deze statuten zijn van toepassing op de werkgevers en de

Art. 5.Deze statuten zijn van toepassing op de werkgevers en de

werklieden van de ondernemingen, die ressorteren onder het Paritair werklieden van de ondernemingen, die ressorteren onder het Paritair
Comité voor het garagebedrijf. Comité voor het garagebedrijf.
Onder "werklieden" wordt verstaan : werklieden en werksters. Onder "werklieden" wordt verstaan : werklieden en werksters.
HOOFDSTUK III. - Statutaire opdrachten van het fonds HOOFDSTUK III. - Statutaire opdrachten van het fonds
1. Inning en invordering van de bijdragen 1. Inning en invordering van de bijdragen

Art. 6.Het fonds is gelast de inning en de invordering van de

Art. 6.Het fonds is gelast de inning en de invordering van de

bijdragen ten laste van de in artikel 5 bedoelde werkgevers te regelen bijdragen ten laste van de in artikel 5 bedoelde werkgevers te regelen
en te verzekeren. en te verzekeren.
2. Toekenning en uitkering van de aanvullende vergoedingen 2. Toekenning en uitkering van de aanvullende vergoedingen
2.1. Aanvullende werkloosheidsvergoeding bij tijdelijke werkloosheid 2.1. Aanvullende werkloosheidsvergoeding bij tijdelijke werkloosheid

Art. 7.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde werklieden hebben recht, ten

Art. 7.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde werklieden hebben recht, ten

laste van het fonds, voor elke werkloosheidsuitkering of halve laste van het fonds, voor elke werkloosheidsuitkering of halve
werkloosheidsuitkering erkend door de Rijksdienst voor werkloosheidsuitkering erkend door de Rijksdienst voor
Arbeidsvoorziening en voorzien in artikel 28, 1°, of artikel 51 van de Arbeidsvoorziening en voorzien in artikel 28, 1°, of artikel 51 van de
wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (tijdelijke wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (tijdelijke
werkloosheid omwille van sluiting van de onderneming wegens jaarlijks werkloosheid omwille van sluiting van de onderneming wegens jaarlijks
verlof of tijdelijke werkloosheid omwille van economische redenen) op verlof of tijdelijke werkloosheid omwille van economische redenen) op
de vergoeding voorzien in artikel 7, § 2, van de statuten, voor zover de vergoeding voorzien in artikel 7, § 2, van de statuten, voor zover
zij volgende voorwaarden vervullen : zij volgende voorwaarden vervullen :
- werkloosheidsuitkeringen genieten in toepassing van de - werkloosheidsuitkeringen genieten in toepassing van de
reglementering op de werkloosheidsverzekering; reglementering op de werkloosheidsverzekering;
- op het ogenblik van de werkloosheid in dienst van de werkgever zijn. - op het ogenblik van de werkloosheid in dienst van de werkgever zijn.
§ 2. Vanaf 1 juli 2003 wordt het bedrag van de aanvullende § 2. Vanaf 1 juli 2003 wordt het bedrag van de aanvullende
werkloosheidsvergoeding vastgesteld op : werkloosheidsvergoeding vastgesteld op :
- 7,50 EUR per werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van de - 7,50 EUR per werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van de
reglementering op de werkloosheidsverzekering; reglementering op de werkloosheidsverzekering;
- 3,75 EUR per halve werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van - 3,75 EUR per halve werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van
de reglementering op de werkloosheidsverzekering. de reglementering op de werkloosheidsverzekering.

Art. 8.Vanaf 1 juli 2003 hebben de schoolverlaters, die nog geen

Art. 8.Vanaf 1 juli 2003 hebben de schoolverlaters, die nog geen

recht hebben op werkloosheidsuitkeringen in toepassing van de recht hebben op werkloosheidsuitkeringen in toepassing van de
reglementering op de werkloosheidsverzekering, tijdens hun reglementering op de werkloosheidsverzekering, tijdens hun
wachtperiode recht op de aanvullende werkloosheidsvergoeding van 7,50 wachtperiode recht op de aanvullende werkloosheidsvergoeding van 7,50
EUR bij tijdelijke werkloosheid omwille van sluiting van de EUR bij tijdelijke werkloosheid omwille van sluiting van de
onderneming wegens jaarlijkse vakantie of bij tijdelijke werkloosheid onderneming wegens jaarlijkse vakantie of bij tijdelijke werkloosheid
omwille van economische redenen, conform artikel 28, 1° en artikel 51 omwille van economische redenen, conform artikel 28, 1° en artikel 51
van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
2.2. Aanvullende werkloosheidsvergoeding bij volledige werkloosheid 2.2. Aanvullende werkloosheidsvergoeding bij volledige werkloosheid

Art. 9.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde werklieden hebben ten laste van

Art. 9.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde werklieden hebben ten laste van

het fonds, voor elke werkloosheidsuitkering recht op de bij artikel 9, het fonds, voor elke werkloosheidsuitkering recht op de bij artikel 9,
§ 2, voorziene vergoeding, met een maximum van respectievelijk 200 § 2, voorziene vergoeding, met een maximum van respectievelijk 200
dagen en 300 dagen per geval, al naargelang zij op de eerste dag van dagen en 300 dagen per geval, al naargelang zij op de eerste dag van
de werkloosheid minder dan 45 jaar oud zijn of 45 jaar en ouder zijn, de werkloosheid minder dan 45 jaar oud zijn of 45 jaar en ouder zijn,
en voor zover zij volgende voorwaarden vervullen : en voor zover zij volgende voorwaarden vervullen :
1. werkloosheidsuitkeringen genieten in toepassing van de wetgeving op 1. werkloosheidsuitkeringen genieten in toepassing van de wetgeving op
de werkloosheidsverzekering; de werkloosheidsverzekering;
2. door een in artikel 5 bedoelde werkgever ontslagen geweest zijn; 2. door een in artikel 5 bedoelde werkgever ontslagen geweest zijn;
3. op het ogenblik van het ontslag, ten minste vijf jaar tewerkgesteld 3. op het ogenblik van het ontslag, ten minste vijf jaar tewerkgesteld
zijn in één of meerdere ondernemingen die onder één van de volgende zijn in één of meerdere ondernemingen die onder één van de volgende
paritaire comités ressorteren : paritaire comités ressorteren :
- voor de ijzernijverheid (Paritair Comité 104); - voor de ijzernijverheid (Paritair Comité 104);
- voor de voortbrenging van non-ferrometalen (Paritair Comité 105); - voor de voortbrenging van non-ferrometalen (Paritair Comité 105);
- voor de metaal-, machine- en elektrische bouw (Paritair Comité 111); - voor de metaal-, machine- en elektrische bouw (Paritair Comité 111);
- voor de sectoren verwant aan de metaal-, machine- en elektrische - voor de sectoren verwant aan de metaal-, machine- en elektrische
bouw (Paritaire Subcomités 149.01, 149.02, 149.03 en 149.04); bouw (Paritaire Subcomités 149.01, 149.02, 149.03 en 149.04);
- voor het garagebedrijf (Paritair Comité 112); - voor het garagebedrijf (Paritair Comité 112);
- voor de terugwinning van metalen (Paritair Subcomité 142.01); - voor de terugwinning van metalen (Paritair Subcomité 142.01);
- voor de wapensmederij met de hand (Paritair Comité 147); - voor de wapensmederij met de hand (Paritair Comité 147);
4. een wachttijd van vijftien kalenderdagen hebben vervuld. 4. een wachttijd van vijftien kalenderdagen hebben vervuld.
Voor de berekening van de wachttijd, worden de dagen werkloosheid en Voor de berekening van de wachttijd, worden de dagen werkloosheid en
ziekte, in voorkomend geval, gelijkgesteld. ziekte, in voorkomend geval, gelijkgesteld.
§ 2. Het bedrag van de aanvullende werkloosheidsvergoeding wordt vanaf § 2. Het bedrag van de aanvullende werkloosheidsvergoeding wordt vanaf
1 juli 2003 vastgesteld op : 1 juli 2003 vastgesteld op :
- 5,00 EUR per volledige werkloosheidsuitkering betaald in toepassing - 5,00 EUR per volledige werkloosheidsuitkering betaald in toepassing
van de reglementering op de werkloosheidsverzekering; van de reglementering op de werkloosheidsverzekering;
- 2,50 EUR per halve werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van - 2,50 EUR per halve werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van
de reglementering op de werkloosheidsverzekering. de reglementering op de werkloosheidsverzekering.
2.3. Aanvullende ziektevergoeding 2.3. Aanvullende ziektevergoeding

Art. 10.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde werklieden hebben na ten

Art. 10.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde werklieden hebben na ten

minste zestig dagen ononderbroken arbeidsongeschiktheid ten gevolge minste zestig dagen ononderbroken arbeidsongeschiktheid ten gevolge
van ziekte of ongeval, met uitsluiting van de arbeidsongeschiktheid van ziekte of ongeval, met uitsluiting van de arbeidsongeschiktheid
ten gevolge van beroepsziekte of arbeidsongeval, ten laste van het ten gevolge van beroepsziekte of arbeidsongeval, ten laste van het
fonds, recht op een vergoeding die de uitkeringen van de ziekte- en fonds, recht op een vergoeding die de uitkeringen van de ziekte- en
invaliditeitsverzekering aanvult, voor zover de werklieden volgende invaliditeitsverzekering aanvult, voor zover de werklieden volgende
voorwaarden vervullen : voorwaarden vervullen :
- uitkeringen van de ziekte- en invaliditeitsverzekering bij - uitkeringen van de ziekte- en invaliditeitsverzekering bij
toepassing van de wetgeving ter zake genieten; toepassing van de wetgeving ter zake genieten;
- op het ogenblik waarop de ongeschiktheid aanvangt, in dienst van een - op het ogenblik waarop de ongeschiktheid aanvangt, in dienst van een
in artikel 5 bedoelde werkgever zijn. in artikel 5 bedoelde werkgever zijn.
§ 2. Het forfaitair bedrag van de bij artikel 9, § 1, bedoelde § 2. Het forfaitair bedrag van de bij artikel 9, § 1, bedoelde
vergoeding wordt vanaf 1 juli 2003 als volgt vastgesteld : vergoeding wordt vanaf 1 juli 2003 als volgt vastgesteld :
74,50 EUR na de eerste 60 dagen ononderbroken ongeschiktheid 74,50 EUR na de eerste 60 dagen ononderbroken ongeschiktheid
74,50 EUR meer na de eerste 120 dagen ononderbroken ongeschiktheid 74,50 EUR meer na de eerste 120 dagen ononderbroken ongeschiktheid
97,00 EUR meer na de eerste 180 dagen ononderbroken ongeschiktheid 97,00 EUR meer na de eerste 180 dagen ononderbroken ongeschiktheid
97,00 EUR meer na de eerste 240 dagen ononderbroken ongeschiktheid 97,00 EUR meer na de eerste 240 dagen ononderbroken ongeschiktheid
97,00 EUR meer na de eerste 300 dagen ononderbroken ongeschiktheid 97,00 EUR meer na de eerste 300 dagen ononderbroken ongeschiktheid
97,00 EUR meer na de eerste 365 dagen ononderbroken ongeschiktheid 97,00 EUR meer na de eerste 365 dagen ononderbroken ongeschiktheid
97,00 EUR meer na de eerste 455 dagen ononderbroken ongeschiktheid 97,00 EUR meer na de eerste 455 dagen ononderbroken ongeschiktheid
97,00 EUR meer na de eerste 545 dagen ononderbroken ongeschiktheid. 97,00 EUR meer na de eerste 545 dagen ononderbroken ongeschiktheid.
97,00 EUR meer na de eerste 635 dagen ononderbroken ongeschiktheid 97,00 EUR meer na de eerste 635 dagen ononderbroken ongeschiktheid
97,00 EUR meer na de eerste 725 dagen ononderbroken ongeschiktheid. 97,00 EUR meer na de eerste 725 dagen ononderbroken ongeschiktheid.
97,00 EUR meer na de eerste 815 dagen ononderbroken ongeschiktheid 97,00 EUR meer na de eerste 815 dagen ononderbroken ongeschiktheid
97,00 EUR meer na de eerste 905 dagen ononderbroken ongeschiktheid 97,00 EUR meer na de eerste 905 dagen ononderbroken ongeschiktheid
97,00 EUR meer na de eerste 995 dagen ononderbroken ongeschiktheid. 97,00 EUR meer na de eerste 995 dagen ononderbroken ongeschiktheid.
§ 3. Een arbeidsongeschiktheid kan, ongeacht de duur ervan, slechts § 3. Een arbeidsongeschiktheid kan, ongeacht de duur ervan, slechts
aanleiding geven tot de toekenning van een enkele reeks vergoedingen; aanleiding geven tot de toekenning van een enkele reeks vergoedingen;
het hervallen in eenzelfde ziekte wordt beschouwd als integraal deel het hervallen in eenzelfde ziekte wordt beschouwd als integraal deel
uitmakend van de vorige ongeschiktheid wanneer die zich voordoet uitmakend van de vorige ongeschiktheid wanneer die zich voordoet
binnen de eerste veertien dagen volgend op het einde van die periode binnen de eerste veertien dagen volgend op het einde van die periode
van arbeidsongeschiktheid. van arbeidsongeschiktheid.
2.4. Aanvullende vergoeding voor oudere werklozen 2.4. Aanvullende vergoeding voor oudere werklozen

Art. 11.De in artikel 5 bedoelde werklieden die volledig werkloos

Art. 11.De in artikel 5 bedoelde werklieden die volledig werkloos

worden gesteld, hebben vanaf 1 juli 2003 recht op een dagelijkse worden gesteld, hebben vanaf 1 juli 2003 recht op een dagelijkse
vergoeding van 5,00 EUR naar rata van 6 vergoedingen per week, onder vergoeding van 5,00 EUR naar rata van 6 vergoedingen per week, onder
de volgende voorwaarden : de volgende voorwaarden :
- ten minste 55 jaar oud zijn op de eerste dag van de werkloosheid; - ten minste 55 jaar oud zijn op de eerste dag van de werkloosheid;
- uitkeringen voor volledige werkloosheid genieten; - uitkeringen voor volledige werkloosheid genieten;
- 20 jaar beroepsverleden kunnen bewijzen waarvan 5 jaar in de sector - 20 jaar beroepsverleden kunnen bewijzen waarvan 5 jaar in de sector
garages (PC 112). garages (PC 112).
2.5. Aanvullende vergoeding voor oudere zieken 2.5. Aanvullende vergoeding voor oudere zieken

Art. 12.De in artikel 5 bedoelde werklieden die verkeren in een

Art. 12.De in artikel 5 bedoelde werklieden die verkeren in een

toestand van blijvende arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval, toestand van blijvende arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval,
met uitsluiting van arbeidsongeschiktheid wegens beroepsziekte of met uitsluiting van arbeidsongeschiktheid wegens beroepsziekte of
arbeidsongeval, hebben vanaf 1 juli 2003 recht op een dagelijkse arbeidsongeval, hebben vanaf 1 juli 2003 recht op een dagelijkse
vergoeding van 5,00 EUR naar rata van 6 vergoedingen per week, onder vergoeding van 5,00 EUR naar rata van 6 vergoedingen per week, onder
de volgende voorwaarden : de volgende voorwaarden :
- ten minste 55 jaar oud zijn op de eerste dag van de werkloosheid of - ten minste 55 jaar oud zijn op de eerste dag van de werkloosheid of
de arbeidsongeschiktheid; de arbeidsongeschiktheid;
- uitkeringen van ziekte- en invaliditeitsverzekering genieten; - uitkeringen van ziekte- en invaliditeitsverzekering genieten;
- een carenztijd van dertig kalenderdagen hebben vervuld, ingaande op - een carenztijd van dertig kalenderdagen hebben vervuld, ingaande op
de eerste dag van de ongeschiktheid; de eerste dag van de ongeschiktheid;
- 20 jaar beroepsverleden kunnen bewijzen waarvan 5 jaar in de sector - 20 jaar beroepsverleden kunnen bewijzen waarvan 5 jaar in de sector
garages (PC 112). garages (PC 112).

Art. 13.De werklieden die de bij artikel 11 en 12 bedoelde vergoeding

Art. 13.De werklieden die de bij artikel 11 en 12 bedoelde vergoeding

genieten, hebben geen recht op de bij artikelen 9, 10 en 15 voorziene genieten, hebben geen recht op de bij artikelen 9, 10 en 15 voorziene
vergoedingen. vergoedingen.
2.6. Aanvullende vergoeding bij sluiting van de onderneming 2.6. Aanvullende vergoeding bij sluiting van de onderneming

Art. 14.De in artikel 5 bedoelde werklieden hebben recht op een

Art. 14.De in artikel 5 bedoelde werklieden hebben recht op een

aanvullende vergoeding in geval van sluiting van onderneming onder de aanvullende vergoeding in geval van sluiting van onderneming onder de
hierna gestelde voorwaarden : hierna gestelde voorwaarden :
1. op het ogenblik van de sluiting van de onderneming, ten minste 45 1. op het ogenblik van de sluiting van de onderneming, ten minste 45
jaar oud zijn; jaar oud zijn;
2. op het ogenblik van de sluiting van de onderneming, een 2. op het ogenblik van de sluiting van de onderneming, een
anciënniteit hebben in de firma van ten minste vijf jaar; anciënniteit hebben in de firma van ten minste vijf jaar;
3. het bewijs leveren niet opnieuw in dienst genomen te zijn krachtens 3. het bewijs leveren niet opnieuw in dienst genomen te zijn krachtens
een arbeidsovereenkomst binnen een termijn van 30 kalenderdagen vanaf een arbeidsovereenkomst binnen een termijn van 30 kalenderdagen vanaf
de dag van het ontslag. de dag van het ontslag.
Onder "sluiting van onderneming" zoals bedoeld bij het eerste lid van Onder "sluiting van onderneming" zoals bedoeld bij het eerste lid van
dit artikel, wordt verstaan : de volledige en definitieve stopzetting dit artikel, wordt verstaan : de volledige en definitieve stopzetting
van de werkzaamheden van de onderneming. van de werkzaamheden van de onderneming.
Het bedrag van de aanvullende vergoeding is vastgesteld op 248,00 EUR. Het bedrag van de aanvullende vergoeding is vastgesteld op 248,00 EUR.
Dit bedrag wordt met 12,50 EUR verhoogd per jaar anciënniteit met een Dit bedrag wordt met 12,50 EUR verhoogd per jaar anciënniteit met een
maximum van 818,00 EUR. maximum van 818,00 EUR.
2.7. Aanvullende vergoeding bij brugpensioen na ontslag 2.7. Aanvullende vergoeding bij brugpensioen na ontslag

Art. 15.§ 1. In toepassing van en overeenkomstig :

Art. 15.§ 1. In toepassing van en overeenkomstig :

- de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten op 19 december - de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten op 19 december
1974 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een regeling voor 1974 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een regeling voor
aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers
indien zij worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard bij indien zij worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard bij
koninklijk besluit van 16 januari 1975 (Belgisch Staatsblad van 31 koninklijk besluit van 16 januari 1975 (Belgisch Staatsblad van 31
januari 1975); januari 1975);
- het nationaal akkoord 99/2000 van 27 april 1999 betreffende het - het nationaal akkoord 99/2000 van 27 april 1999 betreffende het
brugpensioen na ontslag tussen 1 juli 2000 en 30 juni 2003, afgesloten brugpensioen na ontslag tussen 1 juli 2000 en 30 juni 2003, afgesloten
in het Paritair Comité voor het garagebedrijf; in het Paritair Comité voor het garagebedrijf;
- de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende brugpensioen vanaf 58 - de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende brugpensioen vanaf 58
jaar van 8 juli 2003 met een looptijd van 1 juli 2003 tot 30 juni jaar van 8 juli 2003 met een looptijd van 1 juli 2003 tot 30 juni
2005, afgesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf; 2005, afgesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf;
- het nationaal akkoord van 14 mei 2003 betreffende het brugpensioen - het nationaal akkoord van 14 mei 2003 betreffende het brugpensioen
na ploegenarbeid tussen 1 januari 2003 en 31 december 2004, afgesloten na ploegenarbeid tussen 1 januari 2003 en 31 december 2004, afgesloten
in het Paritair Comité voor het garagebedrijf; in het Paritair Comité voor het garagebedrijf;
- de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 oktober 1998 betreffende de - de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 oktober 1998 betreffende de
berekeningswijze van de aanvullende vergoeding brugpensioen, berekeningswijze van de aanvullende vergoeding brugpensioen,
afgesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, afgesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf,
neemt het fonds de helft van het verschil tussen het netto referteloon neemt het fonds de helft van het verschil tussen het netto referteloon
en de werkloosheidsuitkering ten laste. en de werkloosheidsuitkering ten laste.
Deze aanvullende vergoeding wordt berekend op het ogenblik van de op Deze aanvullende vergoeding wordt berekend op het ogenblik van de op
brugpensioenstelling en blijft ongewijzigd, onder voorbehoud dat zij brugpensioenstelling en blijft ongewijzigd, onder voorbehoud dat zij
gekoppeld is aan de evolutie van het indexcijfer van de gekoppeld is aan de evolutie van het indexcijfer van de
consumptieprijzen, volgens de modaliteiten van toepassing op de consumptieprijzen, volgens de modaliteiten van toepassing op de
werkloosheidsuitkeringen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 werkloosheidsuitkeringen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2
augustus 1971. augustus 1971.
Bovendien wordt het bedrag van deze aanvullende vergoeding elk jaar op Bovendien wordt het bedrag van deze aanvullende vergoeding elk jaar op
1 januari herzien door de Nationale Arbeidsraad, in functie van de 1 januari herzien door de Nationale Arbeidsraad, in functie van de
conventionele evolutie van de lonen. conventionele evolutie van de lonen.
§ 2. De aanvullende werkloosheidsvergoedingen voorzien in artikel 9 § 2. De aanvullende werkloosheidsvergoedingen voorzien in artikel 9
van de statuten worden in aanmerking genomen voor de berekening van de van de statuten worden in aanmerking genomen voor de berekening van de
aanvullende uitkering voorzien in artikel 15, § 1. aanvullende uitkering voorzien in artikel 15, § 1.
§ 3. Om te kunnen genieten van het brugpensioen zoals vermeld in de § 3. Om te kunnen genieten van het brugpensioen zoals vermeld in de
vorige paragrafen moeten de betrokkenen vanaf 1 juli 2003 bewijzen dat vorige paragrafen moeten de betrokkenen vanaf 1 juli 2003 bewijzen dat
ze minstens 5 jaar gewerkt hebben als arbeiders in een of meerdere ze minstens 5 jaar gewerkt hebben als arbeiders in een of meerdere
ondernemingen ressorterend onder het Paritair Comité voor het ondernemingen ressorterend onder het Paritair Comité voor het
garagebedrijf. garagebedrijf.
Indien een arbeider een anciënniteit heeft opgebouwd in een zelfde Indien een arbeider een anciënniteit heeft opgebouwd in een zelfde
onderneming, die een bepaalde periode niet tot het Paritair Comité onderneming, die een bepaalde periode niet tot het Paritair Comité
voor het garagebedrijf behoorde of die opgedeeld is in technische voor het garagebedrijf behoorde of die opgedeeld is in technische
entiteiten behorende tot verschillende paritaire comités, dan wordt entiteiten behorende tot verschillende paritaire comités, dan wordt
deze anciënniteit als een geheel beschouwd. deze anciënniteit als een geheel beschouwd.
§ 4. In uitvoering van artikel 15 en 16 van de wet van 1 april 2003 § 4. In uitvoering van artikel 15 en 16 van de wet van 1 april 2003
houdende de uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de houdende de uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de
periode 2003-2004 (Belgisch Staatsblad van 16 mei 2003), aangevuld periode 2003-2004 (Belgisch Staatsblad van 16 mei 2003), aangevuld
door artikel 75 en 76 van de programmawet van 8 april 2003 (Belgisch door artikel 75 en 76 van de programmawet van 8 april 2003 (Belgisch
staatsblad van 17 april 2003) wordt de aanvullende vergoeding staatsblad van 17 april 2003) wordt de aanvullende vergoeding
brugpensioen verder uitbetaald in geval van werkhervatting door de brugpensioen verder uitbetaald in geval van werkhervatting door de
werkman. werkman.
§ 5. In toepassing van en overeenkomstig : § 5. In toepassing van en overeenkomstig :
- de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 55 gesloten op 13 juli 1993, - de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 55 gesloten op 13 juli 1993,
in de Nationale Arbeidsraad, tot instelling van een regeling van in de Nationale Arbeidsraad, tot instelling van een regeling van
aanvullende vergoeding voor sommige oudere werknemers in geval van aanvullende vergoeding voor sommige oudere werknemers in geval van
halvering van de arbeidsprestaties; halvering van de arbeidsprestaties;
- het nationaal akkoord 2003-2004 van 14 mei 2003, betreffende het - het nationaal akkoord 2003-2004 van 14 mei 2003, betreffende het
halftijds brugpensioen tussen 1 januari 2003 en 31 december 2004, halftijds brugpensioen tussen 1 januari 2003 en 31 december 2004,
afgesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, afgesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf,
neemt het fonds de aanvullende vergoeding ten laste. Deze aanvullende neemt het fonds de aanvullende vergoeding ten laste. Deze aanvullende
vergoeding wordt berekend op het ogenblik van de op halftijds vergoeding wordt berekend op het ogenblik van de op halftijds
brugpensioenstelling en blijft ongewijzigd, onder voorbehoud dat zij brugpensioenstelling en blijft ongewijzigd, onder voorbehoud dat zij
gekoppeld is aan de evolutie van het indexcijfer van de gekoppeld is aan de evolutie van het indexcijfer van de
consumptieprijzen, volgens de modaliteiten van toepassing op de consumptieprijzen, volgens de modaliteiten van toepassing op de
werkloosheidsuitkeringen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van werkloosheidsuitkeringen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van
2 augustus 1971. Het bedrag van deze aanvullende vergoeding wordt 2 augustus 1971. Het bedrag van deze aanvullende vergoeding wordt
berekend volgens de formule zoals omschreven in de collectieve berekend volgens de formule zoals omschreven in de collectieve
arbeidsovereenkomst nr. 55. arbeidsovereenkomst nr. 55.
Voormelde bepalingen zijn van toepassing op de werklieden en werksters Voormelde bepalingen zijn van toepassing op de werklieden en werksters
vanaf de leeftijd van 55 jaar. vanaf de leeftijd van 55 jaar.
2.8. Aanvullende vergoeding bij halftijdse loopbaanonderbreking 2.8. Aanvullende vergoeding bij halftijdse loopbaanonderbreking

Art. 16.Vanaf 1 juli 2003 betaalt het fonds een aanvullende

Art. 16.Vanaf 1 juli 2003 betaalt het fonds een aanvullende

vergoeding van 62,00 EUR per maand gedurende 60 maanden aan werklieden vergoeding van 62,00 EUR per maand gedurende 60 maanden aan werklieden
van 53 jaar en meer die in halftijdse loopbaanonderbreking zijn, van 53 jaar en meer die in halftijdse loopbaanonderbreking zijn,
conform artikel 102 van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende conform artikel 102 van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende
sociale bepalingen en in dit kader van de Rijksdienst voor sociale bepalingen en in dit kader van de Rijksdienst voor
Arbeidsvoorziening een uitkering ontvangen. Arbeidsvoorziening een uitkering ontvangen.
2.9. Aanvullende sociale vergoeding 2.9. Aanvullende sociale vergoeding

Art. 17.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde werklieden hebben, ten laste

Art. 17.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde werklieden hebben, ten laste

van het fonds, recht op een aanvullende sociale vergoeding, voor zover van het fonds, recht op een aanvullende sociale vergoeding, voor zover
zij sedert ten minste een jaar lid zijn van één van de zij sedert ten minste een jaar lid zijn van één van de
interprofessionele organisaties van werknemers die voor het hele land interprofessionele organisaties van werknemers die voor het hele land
zijn opgericht. zijn opgericht.
§ 2. Het bedrag van de bij artikel 17, § 1, bedoelde uitkering wordt § 2. Het bedrag van de bij artikel 17, § 1, bedoelde uitkering wordt
jaarlijks vastgesteld door de raad van bestuur. jaarlijks vastgesteld door de raad van bestuur.
2.10. Betalingsmodaliteiten van de bovengenoemde aanvullende 2.10. Betalingsmodaliteiten van de bovengenoemde aanvullende
vergoedingen vergoedingen

Art. 18.§ 1. De in artikelen 7 (aanvullende werkloosheidsvergoeding

Art. 18.§ 1. De in artikelen 7 (aanvullende werkloosheidsvergoeding

in geval van tijdelijke werkloosheid), 9 (aanvullende in geval van tijdelijke werkloosheid), 9 (aanvullende
werkloosheidsvergoeding in geval van volledige werkloosheid), 10 werkloosheidsvergoeding in geval van volledige werkloosheid), 10
(aanvullende vergoeding in geval van arbeidsongeschiktheid), 11 (aanvullende vergoeding in geval van arbeidsongeschiktheid), 11
(aanvullende vergoeding voor oudere werklozen), 12 (aanvullende (aanvullende vergoeding voor oudere werklozen), 12 (aanvullende
vergoeding voor oudere zieken), 14 (vergoeding voor sluiting van vergoeding voor oudere zieken), 14 (vergoeding voor sluiting van
onderneming), 15 (aanvullende vergoeding voor brugpensioen na ontslag onderneming), 15 (aanvullende vergoeding voor brugpensioen na ontslag
en voor halftijds brugpensioen) en artikel 16 (aanvullende vergoeding en voor halftijds brugpensioen) en artikel 16 (aanvullende vergoeding
bij halftijdse loopbaanonderbreking) bedoelde vergoedingen worden bij halftijdse loopbaanonderbreking) bedoelde vergoedingen worden
rechtstreeks door het fonds aan de betrokken werklieden uitbetaald, rechtstreeks door het fonds aan de betrokken werklieden uitbetaald,
voor zover zij het bewijs leveren van hun recht op de vergoedingen voor zover zij het bewijs leveren van hun recht op de vergoedingen
voorzien door voormelde artikelen en volgens de modaliteiten bepaald voorzien door voormelde artikelen en volgens de modaliteiten bepaald
door de raad van bestuur. door de raad van bestuur.
§ 2. De in artikel 17 bedoelde vergoeding wordt uitbetaald door de § 2. De in artikel 17 bedoelde vergoeding wordt uitbetaald door de
interprofessionele werknemersorganisaties die op nationaal vlak interprofessionele werknemersorganisaties die op nationaal vlak
verbonden zijn. verbonden zijn.

Art. 19.De raad van bestuur bepaalt de datum en de modaliteiten van

Art. 19.De raad van bestuur bepaalt de datum en de modaliteiten van

de betaling van de door het fonds toegekende vergoedingen. In geen de betaling van de door het fonds toegekende vergoedingen. In geen
geval mag de betaling van de vergoeding afhankelijk zijn van de geval mag de betaling van de vergoeding afhankelijk zijn van de
storting der bijdragen welke door de aan het fonds onderworpen storting der bijdragen welke door de aan het fonds onderworpen
werkgevers verschuldigd zijn. werkgevers verschuldigd zijn.
3. Bevorderen van de vakbondsvorming 3. Bevorderen van de vakbondsvorming

Art. 20.Op verzoek van de werkgevers die het voorschot hebben gedaan,

Art. 20.Op verzoek van de werkgevers die het voorschot hebben gedaan,

betaalt het fonds de uitbetaalde lonen terug (vermeerderd met de betaalt het fonds de uitbetaalde lonen terug (vermeerderd met de
patronale bijdragen) van de werklieden die afwezig waren, in patronale bijdragen) van de werklieden die afwezig waren, in
toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 maart 1991, toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 maart 1991,
gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de
vakbondsvorming, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit vakbondsvorming, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit
van 27 mei 1992 (Belgisch Staatsblad van 17 september 1992). van 27 mei 1992 (Belgisch Staatsblad van 17 september 1992).

Art. 21.Het bedrag dat bestemd is voor de organisatie van deze

Art. 21.Het bedrag dat bestemd is voor de organisatie van deze

vakbondsvorming wordt jaarlijks vastgesteld door de raad van bestuur vakbondsvorming wordt jaarlijks vastgesteld door de raad van bestuur
van het fonds. van het fonds.
1. Vorming en informatie van de werkgevers stimuleren 1. Vorming en informatie van de werkgevers stimuleren

Art. 22.Het fonds kent aan de organisaties van de werkgevers,

Art. 22.Het fonds kent aan de organisaties van de werkgevers,

vertegenwoordigd in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, een vertegenwoordigd in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, een
tussenkomst toe in de kosten voor informatie en vorming van de tussenkomst toe in de kosten voor informatie en vorming van de
werkgevers. Zij wordt geïnd volgens de modaliteiten vastgesteld door werkgevers. Zij wordt geïnd volgens de modaliteiten vastgesteld door
artikel 30 van deze statuten. artikel 30 van deze statuten.
5. Afleveren van tewerkstellingsattesten 5. Afleveren van tewerkstellingsattesten

Art. 23.Het fonds is ermee gelast de jaarlijkse aflevering van

Art. 23.Het fonds is ermee gelast de jaarlijkse aflevering van

tewerkstellingsattesten te regelen en te verzekeren. Deze tewerkstellingsattesten te regelen en te verzekeren. Deze
tewerkstellingsattesten worden bezorgd aan alle werklieden van de bij tewerkstellingsattesten worden bezorgd aan alle werklieden van de bij
artikel 5 van deze statuten bedoelde werkgevers. De raad van bestuur artikel 5 van deze statuten bedoelde werkgevers. De raad van bestuur
wordt ermee belast de praktische toepassingsmodaliteiten van dit wordt ermee belast de praktische toepassingsmodaliteiten van dit
artikel vast te stellen. artikel vast te stellen.
6. Financiering van de werking en de initiatieven van de vzw "Educam" 6. Financiering van de werking en de initiatieven van de vzw "Educam"

Art. 24.Het fonds financiert de werking en de initiatieven van de vzw

Art. 24.Het fonds financiert de werking en de initiatieven van de vzw

"Educam". De jaarlijkse financiële bijdrage van het fonds wordt door "Educam". De jaarlijkse financiële bijdrage van het fonds wordt door
de raad van bestuur bepaald. de raad van bestuur bepaald.
De vzw "Educam" organiseert, in opdracht en in coöperatie met de De vzw "Educam" organiseert, in opdracht en in coöperatie met de
betrokken paritaire comités en subcomités en de betrokken fondsen voor betrokken paritaire comités en subcomités en de betrokken fondsen voor
bestaanszekerheid van de sector van het garagebedrijf, de bestaanszekerheid van de sector van het garagebedrijf, de
beroepsopleiding en de vorming voor de werklieden zoals omschreven in beroepsopleiding en de vorming voor de werklieden zoals omschreven in
de statuten van de vzw "Educam" en volgens de beslissingen genomen de statuten van de vzw "Educam" en volgens de beslissingen genomen
door de bestuursinstanties van deze vzw inzake de stichtende en door de bestuursinstanties van deze vzw inzake de stichtende en
toegetreden leden. toegetreden leden.
7. Ten laste nemen van bijzondere bijdragen 7. Ten laste nemen van bijzondere bijdragen

Art. 25.§ 1. De bijzondere bijdragen ten laste van de werkgevers op

Art. 25.§ 1. De bijzondere bijdragen ten laste van de werkgevers op

het conventioneel brugpensioen en ingevoerd, enerzijds, door de het conventioneel brugpensioen en ingevoerd, enerzijds, door de
programmawet van 22 december 1989 en anderzijds, door de programmawet programmawet van 22 december 1989 en anderzijds, door de programmawet
van 29 december 1990, respectievelijk verschuldigd aan de Rijksdienst van 29 december 1990, respectievelijk verschuldigd aan de Rijksdienst
voor Werknemerspensioenen en de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, voor Werknemerspensioenen en de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid,
worden door het fonds ten laste genomen. worden door het fonds ten laste genomen.
§ 2. De bedoelde bijzondere bijdragen worden ten laste genomen voor de § 2. De bedoelde bijzondere bijdragen worden ten laste genomen voor de
werklieden vanaf de leeftijd van 57 jaar en voor de werksters vanaf 55 werklieden vanaf de leeftijd van 57 jaar en voor de werksters vanaf 55
jaar, voor zover het brugpensioen een aanvang heeft genomen tussen 1 jaar, voor zover het brugpensioen een aanvang heeft genomen tussen 1
januari 1991 en 30 juni 2005. januari 1991 en 30 juni 2005.
In geval van brugpensioen ploegenarbeid worden de bedoelde bijzondere In geval van brugpensioen ploegenarbeid worden de bedoelde bijzondere
bijdragen voor de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december bijdragen voor de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december
2004 vanaf de leeftijd van 56 jaar ten laste genomen. 2004 vanaf de leeftijd van 56 jaar ten laste genomen.
De bijzondere bijdragen worden ten laste genomen onder bovenvermelde De bijzondere bijdragen worden ten laste genomen onder bovenvermelde
voorwaarden en tot de oppensioenstelling van de werklieden. voorwaarden en tot de oppensioenstelling van de werklieden.

Art. 26.De raad van bestuur van het fonds bepaalt de

Art. 26.De raad van bestuur van het fonds bepaalt de

uitvoeringsmodaliteiten van artikel 25 van deze statuten. uitvoeringsmodaliteiten van artikel 25 van deze statuten.

Art. 27.De voorwaarden van toekenning van de vergoedingen die door

Art. 27.De voorwaarden van toekenning van de vergoedingen die door

het fonds worden verleend evenals het bedrag, kunnen gewijzigd worden het fonds worden verleend evenals het bedrag, kunnen gewijzigd worden
op voorstel van de raad van bestuur bij beslissing van het Paritair op voorstel van de raad van bestuur bij beslissing van het Paritair
Comité voor het garagebedrijf, algemeen verbindend verklaard bij Comité voor het garagebedrijf, algemeen verbindend verklaard bij
koninklijk besluit. koninklijk besluit.
HOOFDSTUK IV. - Beheer van het fonds HOOFDSTUK IV. - Beheer van het fonds

Art. 28.Het fonds wordt beheerd door een raad van bestuur, paritair

Art. 28.Het fonds wordt beheerd door een raad van bestuur, paritair

samengesteld uit vertegenwoordigers van de representatieve werkgevers- samengesteld uit vertegenwoordigers van de representatieve werkgevers-
en werknemersorganisaties. en werknemersorganisaties.
De raad van bestuur bestaat uit zestien leden, hetzij acht De raad van bestuur bestaat uit zestien leden, hetzij acht
vertegenwoordigers van de werkgevers en acht vertegenwoordigers van de vertegenwoordigers van de werkgevers en acht vertegenwoordigers van de
werknemers. werknemers.
De leden van de raad van bestuur worden door het Paritair Comité voor De leden van de raad van bestuur worden door het Paritair Comité voor
het garagebedrijf benoemd. het garagebedrijf benoemd.

Art. 29.§ 1. Elk jaar duidt de raad van bestuur onder zijn leden een

Art. 29.§ 1. Elk jaar duidt de raad van bestuur onder zijn leden een

voorzitter en drie ondervoorzitters aan. voorzitter en drie ondervoorzitters aan.
§ 2. Het voorzitterschap en het eerste ondervoorzitterschap wordt § 2. Het voorzitterschap en het eerste ondervoorzitterschap wordt
beurtelings door de werkgevers- en de werknemersafgevaardigden beurtelings door de werkgevers- en de werknemersafgevaardigden
waargenomen. waargenomen.
De categorie waartoe de voorzitter behoort wordt voor de eerste maal De categorie waartoe de voorzitter behoort wordt voor de eerste maal
door loting aangeduid. door loting aangeduid.
De tweede ondervoorzitter behoort tot de werknemersgroep en de derde De tweede ondervoorzitter behoort tot de werknemersgroep en de derde
tot de werkgeversgroep. tot de werkgeversgroep.

Art. 30.§ 1. De raad van bestuur wordt door zijn voorzitter

Art. 30.§ 1. De raad van bestuur wordt door zijn voorzitter

bijeengeroepen. De voorzitter is ertoe gehouden de raad ten minste bijeengeroepen. De voorzitter is ertoe gehouden de raad ten minste
eenmaal per semester bijeen te roepen en telkens wanneer ten minste eenmaal per semester bijeen te roepen en telkens wanneer ten minste
twee leden van de raad erom verzoeken. twee leden van de raad erom verzoeken.
§ 2. De uitnodiging vermeldt de agenda. § 2. De uitnodiging vermeldt de agenda.
§ 3. De notulen worden door de door de raad van bestuur aangeduide § 3. De notulen worden door de door de raad van bestuur aangeduide
directeurs opgesteld. directeurs opgesteld.
De uittreksels uit deze notulen worden door de voorzitter of twee De uittreksels uit deze notulen worden door de voorzitter of twee
bestuurders ondertekend. bestuurders ondertekend.
§ 4. Wanneer tot de stemming moet worden overgegaan, dient een gelijk § 4. Wanneer tot de stemming moet worden overgegaan, dient een gelijk
aantal leden van elke afvaardiging aan de stemming deel te nemen. Is aantal leden van elke afvaardiging aan de stemming deel te nemen. Is
het aantal ongelijk, dan onthoudt (onthouden) zich het jongste lid (de het aantal ongelijk, dan onthoudt (onthouden) zich het jongste lid (de
jongste leden). jongste leden).
§ 5. De raad kan slechts geldig beslissen over de op de agenda § 5. De raad kan slechts geldig beslissen over de op de agenda
gestelde kwesties en in aanwezigheid van ten minste de helft van de gestelde kwesties en in aanwezigheid van ten minste de helft van de
leden die tot de werknemersafvaardiging en ten minste de helft van de leden die tot de werknemersafvaardiging en ten minste de helft van de
leden die tot de werkgeversafvaardiging behoren. De beslissingen leden die tot de werkgeversafvaardiging behoren. De beslissingen
worden met een meerderheid van twee derden van de stemgerechtigden worden met een meerderheid van twee derden van de stemgerechtigden
genomen. genomen.

Art. 31.§ 1. De raad van bestuur heeft tot taak het fonds te beheren

Art. 31.§ 1. De raad van bestuur heeft tot taak het fonds te beheren

en alle maatregelen te treffen die voor zijn goede werking zijn en alle maatregelen te treffen die voor zijn goede werking zijn
vereist. Hij beschikt over de meest uitgebreide bevoegdheid inzake het vereist. Hij beschikt over de meest uitgebreide bevoegdheid inzake het
beheer en de leiding van het fonds. beheer en de leiding van het fonds.
§ 2. De raad van bestuur treedt in rechte op in naam van het fonds, op § 2. De raad van bestuur treedt in rechte op in naam van het fonds, op
vervolging en ten verzoeke van de voorzitter of van een tot dat doel vervolging en ten verzoeke van de voorzitter of van een tot dat doel
afgevaardigde bestuurder. afgevaardigde bestuurder.
§ 3. De raad van bestuur kan bijzondere bevoegdheden overdragen aan § 3. De raad van bestuur kan bijzondere bevoegdheden overdragen aan
één of meer van zijn leden of zelfs aan derden. één of meer van zijn leden of zelfs aan derden.
Voor al de andere handelingen dan deze waarvoor de raad speciale Voor al de andere handelingen dan deze waarvoor de raad speciale
volmachten heeft verleend, volstaan de gezamenlijke handtekeningen van volmachten heeft verleend, volstaan de gezamenlijke handtekeningen van
vier bestuurders (twee van werknemerszijde en twee van vier bestuurders (twee van werknemerszijde en twee van
werkgeverszijde). werkgeverszijde).
§ 4. De verantwoordelijkheid van de bestuurders beperkt zich tot de § 4. De verantwoordelijkheid van de bestuurders beperkt zich tot de
uitvoering van hun mandaat en zij gaan geen enkele persoonlijke uitvoering van hun mandaat en zij gaan geen enkele persoonlijke
verbintenis aan betreffende hun beheer ten opzichte van de verbintenis aan betreffende hun beheer ten opzichte van de
verplichtingen van het fonds. verplichtingen van het fonds.
HOOFDSTUK V. - Financiering van het fonds HOOFDSTUK V. - Financiering van het fonds

Art. 32.Om de financiering van de in artikel 7 tot artikel 23

Art. 32.Om de financiering van de in artikel 7 tot artikel 23

bedoelde vergoedingen en financiële tussenkomsten te verzekeren bedoelde vergoedingen en financiële tussenkomsten te verzekeren
beschikt het fonds over de bijdragen die door de bij artikel 5 beschikt het fonds over de bijdragen die door de bij artikel 5
bedoelde werkgevers verschuldigd zijn. bedoelde werkgevers verschuldigd zijn.

Art. 33.§ 1. Vanaf 1 januari 2001 wordt de bijdrage van de werkgevers

Art. 33.§ 1. Vanaf 1 januari 2001 wordt de bijdrage van de werkgevers

vastgesteld door een afzonderlijke collectieve arbeidsovereenkomst die vastgesteld door een afzonderlijke collectieve arbeidsovereenkomst die
algemeen bindend zal verklaard worden door koninklijk besluit. algemeen bindend zal verklaard worden door koninklijk besluit.
§ 2. Een buitengewone bijdrage kan door de raad van bestuur van het § 2. Een buitengewone bijdrage kan door de raad van bestuur van het
fonds worden bepaald met bepaling van de innings- en fonds worden bepaald met bepaling van de innings- en
verdelingsmodaliteiten. Deze buitengewone bijdrage moet het voorwerp verdelingsmodaliteiten. Deze buitengewone bijdrage moet het voorwerp
uitmaken van een afzonderlijke collectieve arbeidsovereenkomst uitmaken van een afzonderlijke collectieve arbeidsovereenkomst
bekrachtigd bij koninklijk besluit. bekrachtigd bij koninklijk besluit.

Art. 34.§ 1. De inning en invordering van de bijdragen worden door de

Art. 34.§ 1. De inning en invordering van de bijdragen worden door de

Rijksdienst voor Sociale Zekerheid verzekerd bij toepassing van Rijksdienst voor Sociale Zekerheid verzekerd bij toepassing van
artikel 7 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor artikel 7 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor
bestaanszekerheid. bestaanszekerheid.
§ 2. De raad van bestuur van het fonds bepaalt de verdeling van de § 2. De raad van bestuur van het fonds bepaalt de verdeling van de
bijdragen voorzien in de artikelen 7 tot en met 25. bijdragen voorzien in de artikelen 7 tot en met 25.
HOOFDSTUK VI. - Begroting en rekeningen van het fonds HOOFDSTUK VI. - Begroting en rekeningen van het fonds

Art. 35.Het dienstjaar vangt aan op 1 januari en sluit op 31

Art. 35.Het dienstjaar vangt aan op 1 januari en sluit op 31

december. december.

Art. 36.De rekeningen over het afgelopen jaar worden op 31 december

Art. 36.De rekeningen over het afgelopen jaar worden op 31 december

afgesloten. afgesloten.
De raad van bestuur, evenals de door het Paritair Comité voor het De raad van bestuur, evenals de door het Paritair Comité voor het
garagebedrijf aangeduide revisor of accountant, maken jaarlijks elk garagebedrijf aangeduide revisor of accountant, maken jaarlijks elk
een schriftelijk verslag op betreffende de uitvoering van hun opdracht een schriftelijk verslag op betreffende de uitvoering van hun opdracht
gedurende het afgelopen jaar. De balans, samen met de hierboven gedurende het afgelopen jaar. De balans, samen met de hierboven
bedoelde schriftelijke jaarverslagen, moeten uiterlijk gedurende de bedoelde schriftelijke jaarverslagen, moeten uiterlijk gedurende de
maand juli aan het Paritair Comité voor het garagebedrijf ter maand juli aan het Paritair Comité voor het garagebedrijf ter
goedkeuring worden voorgelegd. goedkeuring worden voorgelegd.
HOOFDSTUK VII. - Ontbinding en vereffening van het fonds HOOFDSTUK VII. - Ontbinding en vereffening van het fonds

Art. 37.Het fonds kan slechts bij eenparige beslissing van het

Art. 37.Het fonds kan slechts bij eenparige beslissing van het

Paritair Comité voor het garagebedrijf worden ontbonden. Dit laatste Paritair Comité voor het garagebedrijf worden ontbonden. Dit laatste
dient tegelijkertijd de vereffenaars te benoemen, hun bevoegdheden en dient tegelijkertijd de vereffenaars te benoemen, hun bevoegdheden en
hun bezoldiging vast te stellen en de bestemming van de netto activa hun bezoldiging vast te stellen en de bestemming van de netto activa
te bepalen. te bepalen.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 5 maart Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 5 maart
2007. 2007.
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
P. VANVELTHOVEN P. VANVELTHOVEN
^