Koninklijk besluit houdende toekenning van een toelage euro 2.649.657 aan de Koning Boudewijnstichting met het oog op de voortzetting van het beheer van een experimenteel fonds voor het ondersteunen van initiatieven in de sector van de buurt- of nabijheidsdiensten | Koninklijk besluit houdende toekenning van een toelage euro 2.649.657 aan de Koning Boudewijnstichting met het oog op de voortzetting van het beheer van een experimenteel fonds voor het ondersteunen van initiatieven in de sector van de buurt- of nabijheidsdiensten |
---|---|
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU | MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU |
4 OKTOBER 2002. - Koninklijk besluit houdende toekenning van een | 4 OKTOBER 2002. - Koninklijk besluit houdende toekenning van een |
toelage euro 2.649.657 aan de Koning Boudewijnstichting met het oog op | toelage euro 2.649.657 aan de Koning Boudewijnstichting met het oog op |
de voortzetting van het beheer van een experimenteel fonds voor het | de voortzetting van het beheer van een experimenteel fonds voor het |
ondersteunen van initiatieven in de sector van de buurt- of | ondersteunen van initiatieven in de sector van de buurt- of |
nabijheidsdiensten | nabijheidsdiensten |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op artikel 37 van de Grondwet; | Gelet op artikel 37 van de Grondwet; |
Gelet op de wet van 24 december 2001 houdende de algemene | Gelet op de wet van 24 december 2001 houdende de algemene |
uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2002; | uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2002; |
Gelet op het koninklijk besluit van 14 november 2001 houdende | Gelet op het koninklijk besluit van 14 november 2001 houdende |
toekenning van een toelage van 2.650.752,46 EUR (106 930 000 BEF) aan | toekenning van een toelage van 2.650.752,46 EUR (106 930 000 BEF) aan |
de Koning Boudewijnstichting met het oog op de oprichting en het | de Koning Boudewijnstichting met het oog op de oprichting en het |
beheer van een experimenteel fonds voor het ondersteunen van | beheer van een experimenteel fonds voor het ondersteunen van |
initiatieven in de sector van de buurt- of nabijheidsdiensten; | initiatieven in de sector van de buurt- of nabijheidsdiensten; |
Gelet op het samenwerkingsakkoord tussen de Staat, de Gewesten en de | Gelet op het samenwerkingsakkoord tussen de Staat, de Gewesten en de |
Duitstalige Gemeenschap betreffende de sociale economie, ondertekend | Duitstalige Gemeenschap betreffende de sociale economie, ondertekend |
te Brussel op 4 juli 2000; | te Brussel op 4 juli 2000; |
Gelet op de wet van 26 juni 2001 houdende instemming met het | Gelet op de wet van 26 juni 2001 houdende instemming met het |
samenwerkingsakkoord van 4 juli 2000 tussen de federale Staat, het | samenwerkingsakkoord van 4 juli 2000 tussen de federale Staat, het |
Vlaams Gewest, het Waals Gewest en de Duitstalige Gemeenschap | Vlaams Gewest, het Waals Gewest en de Duitstalige Gemeenschap |
betreffende de sociale economie; | betreffende de sociale economie; |
Gelet op de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd bij het | Gelet op de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd bij het |
koninklijk besluit van 17 juli 1991, inzonderheid op artikelen 55 tot | koninklijk besluit van 17 juli 1991, inzonderheid op artikelen 55 tot |
58; | 58; |
Gelet op het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de | Gelet op het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de |
administratieve en begrotingscontrole; | administratieve en begrotingscontrole; |
Overwegende dat de Minister van Sociale Economie namelijk belast is | Overwegende dat de Minister van Sociale Economie namelijk belast is |
met het stimuleren van nieuwe initiatieven inzake sociale economie, | met het stimuleren van nieuwe initiatieven inzake sociale economie, |
onder andere in de sector van de buurt- of nabijheidsdiensten; | onder andere in de sector van de buurt- of nabijheidsdiensten; |
Overwegende dat, met het oog op de verdere ondersteuning en de | Overwegende dat, met het oog op de verdere ondersteuning en de |
ontwikkeling van de sector van de buurt- of nabijheidsdiensten, het | ontwikkeling van de sector van de buurt- of nabijheidsdiensten, het |
noodzakelijk is het in 2001 opgerichte experimenteel fonds beheerd | noodzakelijk is het in 2001 opgerichte experimenteel fonds beheerd |
door de Koning Boudewijnstichting verder te zetten; | door de Koning Boudewijnstichting verder te zetten; |
Overwegende dat de buurt- of nabijheidsdiensten een dubbele | Overwegende dat de buurt- of nabijheidsdiensten een dubbele |
doelstelling nastreven : | doelstelling nastreven : |
- inspelen op nieuwe of niet-bevredigde behoeften; | - inspelen op nieuwe of niet-bevredigde behoeften; |
- werkgelegenheid scheppen; | - werkgelegenheid scheppen; |
Overwegende dat de Koning Boudewijnstichting werd gekozen wegens haar | Overwegende dat de Koning Boudewijnstichting werd gekozen wegens haar |
federaal karakter en haar ervaring m.b.t. het beheer van het fonds in | federaal karakter en haar ervaring m.b.t. het beheer van het fonds in |
2001; | 2001; |
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 6 | Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 6 |
september 2002; | september 2002; |
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Economie en op het | Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Economie en op het |
advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, | advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Een toelage van twee miljoen zeshonderdnegenenveertig |
Artikel 1.Een toelage van twee miljoen zeshonderdnegenenveertig |
duizend zeshonderd zevenenvijftig EUR ( euro 2.649.657), aan te | duizend zeshonderd zevenenvijftig EUR ( euro 2.649.657), aan te |
rekenen op het krediet van het federaal Ministerie van Sociale Zaken, | rekenen op het krediet van het federaal Ministerie van Sociale Zaken, |
Volksgezondheid en Leefmilieu voor het begrotingsjaar 2002, | Volksgezondheid en Leefmilieu voor het begrotingsjaar 2002, |
organisatieafdeling 55, b.a. 42 33 01 85, wordt toegekend aan de | organisatieafdeling 55, b.a. 42 33 01 85, wordt toegekend aan de |
Koning Boudewijnstichting waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd | Koning Boudewijnstichting waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd |
is Brederodestraat 21, te 1000 Brussel. | is Brederodestraat 21, te 1000 Brussel. |
Art. 2.De toelage heeft tot doel het beheer van een experimenteel |
Art. 2.De toelage heeft tot doel het beheer van een experimenteel |
fonds met het oog op de ontwikkeling van de buurt- of | fonds met het oog op de ontwikkeling van de buurt- of |
nabijheidsdiensten. | nabijheidsdiensten. |
Art. 3.Voormeld fonds wordt door de Koning Boudewijnstichting |
Art. 3.Voormeld fonds wordt door de Koning Boudewijnstichting |
beheerd. | beheerd. |
Art. 4.§ 1. Het experimenteel fonds moet het mogelijk maken |
Art. 4.§ 1. Het experimenteel fonds moet het mogelijk maken |
financiële hulp toe te kennen aan projecten die in het kader van het | financiële hulp toe te kennen aan projecten die in het kader van het |
bovenvermeld koninklijk besluit van 14 november 2001 ondersteund | bovenvermeld koninklijk besluit van 14 november 2001 ondersteund |
geweest zijn en hierbij een positieve evaluatie gekregen hebben. | geweest zijn en hierbij een positieve evaluatie gekregen hebben. |
§ 2. Voorrang zal worden gegeven aan de ondersteuning van projecten | § 2. Voorrang zal worden gegeven aan de ondersteuning van projecten |
die reeds in 2002 reële tewerkstelling voor kansengroepen schepten. De | die reeds in 2002 reële tewerkstelling voor kansengroepen schepten. De |
verdere ondersteuning van projecten die haalbaarheidsstudies | verdere ondersteuning van projecten die haalbaarheidsstudies |
inhielden, zal worden overwogen indien er na financiering van de | inhielden, zal worden overwogen indien er na financiering van de |
eerstgenoemde projecten nog middelen van het fonds ter beschikking | eerstgenoemde projecten nog middelen van het fonds ter beschikking |
zijn. | zijn. |
§ 3. De kosten die door het experimenteel fonds kunnen worden | § 3. De kosten die door het experimenteel fonds kunnen worden |
gefinancierd omvatten alle kosten behalve de investeringskosten en de | gefinancierd omvatten alle kosten behalve de investeringskosten en de |
kosten die door een overheid worden gesubsidieerd. Deze omschrijving | kosten die door een overheid worden gesubsidieerd. Deze omschrijving |
wordt gepreciseerd in de overeenkomst met de Koning | wordt gepreciseerd in de overeenkomst met de Koning |
Boudewijnstichting. | Boudewijnstichting. |
§ 4. Om dit doel te bereiken, en de voorrangsregel beschreven in | § 4. Om dit doel te bereiken, en de voorrangsregel beschreven in |
artikel 4, § 2 in acht nemend, doet de Koning Boudewijnstichting een | artikel 4, § 2 in acht nemend, doet de Koning Boudewijnstichting een |
oproep gericht aan de geselecteerde projecten in het kader van het | oproep gericht aan de geselecteerde projecten in het kader van het |
experimentenfonds (koninklijk besluit van 14 november 2001) waarin hen | experimentenfonds (koninklijk besluit van 14 november 2001) waarin hen |
wordt gevraagd een kandidaatsdossier op te sturen, met volgende | wordt gevraagd een kandidaatsdossier op te sturen, met volgende |
informatie : | informatie : |
- een sterkte-zwakte analyse van het project, met de bereikte | - een sterkte-zwakte analyse van het project, met de bereikte |
resultaten; | resultaten; |
- budget; | - budget; |
- actieplan. | - actieplan. |
De modaliteiten voor deze oproep worden in een aparte overeenkomst met | De modaliteiten voor deze oproep worden in een aparte overeenkomst met |
de Koning Boudewijnstichting beschreven. | de Koning Boudewijnstichting beschreven. |
§ 5. Een beoordelingscommissie beoordeelt de kandidaatsdossiers en | § 5. Een beoordelingscommissie beoordeelt de kandidaatsdossiers en |
gevraagde budgetten en beslist over de hoogte van het toe te kennen | gevraagde budgetten en beslist over de hoogte van het toe te kennen |
budget. De beoordelingscommissie wordt samengesteld uit : | budget. De beoordelingscommissie wordt samengesteld uit : |
- de voorzitters van de jury's van de selectie in het kader van het | - de voorzitters van de jury's van de selectie in het kader van het |
koninklijk besluit van 14 november 2001, of bij ontstentenis andere | koninklijk besluit van 14 november 2001, of bij ontstentenis andere |
onafhankelijke leden van die jury's; | onafhankelijke leden van die jury's; |
- een vertegenwoordiger van de organisaties die meewerkten aan de | - een vertegenwoordiger van de organisaties die meewerkten aan de |
evaluatie van de projecten in het kader van het experimentenfonds; | evaluatie van de projecten in het kader van het experimentenfonds; |
- een vertegenwoordiger van de organisaties die meewerkten aan de | - een vertegenwoordiger van de organisaties die meewerkten aan de |
financiële opvolging van de projecten in het kader van het | financiële opvolging van de projecten in het kader van het |
experimentenfonds; | experimentenfonds; |
- een vertegenwoordiger van de betrokken administraties; | - een vertegenwoordiger van de betrokken administraties; |
Er wordt tevens een vertegenwoordiger van de Minister van Sociale | Er wordt tevens een vertegenwoordiger van de Minister van Sociale |
Economie uitgenodigd om de beoordelingscommissie bij te wonen met | Economie uitgenodigd om de beoordelingscommissie bij te wonen met |
raadgevende stem. | raadgevende stem. |
De beoordelingscommissie zal bestaan uit twee kamers, waarvan één de | De beoordelingscommissie zal bestaan uit twee kamers, waarvan één de |
Nederlandstalige dossiers behandelt en de andere de Franstalige | Nederlandstalige dossiers behandelt en de andere de Franstalige |
dossiers. | dossiers. |
Art. 5.De lijst van de geselecteerde projecten en het hen toegekende |
Art. 5.De lijst van de geselecteerde projecten en het hen toegekende |
budget worden de Minister tot wiens bevoegdheid de sociale economie | budget worden de Minister tot wiens bevoegdheid de sociale economie |
behoort ter goedkeuring voorgelegd. | behoort ter goedkeuring voorgelegd. |
Art. 6.§ 1. De ervaring opgedaan met de projecten die door het |
Art. 6.§ 1. De ervaring opgedaan met de projecten die door het |
experimenteel fonds worden ondersteund moeten het mogelijk maken de | experimenteel fonds worden ondersteund moeten het mogelijk maken de |
beleidsaanbevelingen opgesteld in het kader van het koninklijk besluit | beleidsaanbevelingen opgesteld in het kader van het koninklijk besluit |
van 14 november 2001 te actualiseren en verder uit te werken. | van 14 november 2001 te actualiseren en verder uit te werken. |
§ 2. Rekening houdend met de verschillende overheidsniveaus, leggen | § 2. Rekening houdend met de verschillende overheidsniveaus, leggen |
deze aanbevelingen in het bijzonder de nadruk op de ervaringen van de | deze aanbevelingen in het bijzonder de nadruk op de ervaringen van de |
projecten die ondersteund werden, met in acht name van volgende | projecten die ondersteund werden, met in acht name van volgende |
doelstellingen : | doelstellingen : |
- creatie van tewerkstelling voor kansengroepen; | - creatie van tewerkstelling voor kansengroepen; |
- de duurzaamheid, de leefbaarheid en de kwaliteit van de | - de duurzaamheid, de leefbaarheid en de kwaliteit van de |
dienstverlening; | dienstverlening; |
- de verhoging van de solvabiliteit van de vraag; | - de verhoging van de solvabiliteit van de vraag; |
- de uitbouw van structurele maatregelen voor de ondersteuning van de | - de uitbouw van structurele maatregelen voor de ondersteuning van de |
buurt- en nabijheidsdiensten. | buurt- en nabijheidsdiensten. |
§ 3. Hiertoe zullen projectbezoeken en sectoraal overleg worden | § 3. Hiertoe zullen projectbezoeken en sectoraal overleg worden |
georganiseerd, tijdens dewelke ervaringen zullen worden uitgewisseld. | georganiseerd, tijdens dewelke ervaringen zullen worden uitgewisseld. |
§ 4. De conclusies en de analyses van het experimentenfonds zullen | § 4. De conclusies en de analyses van het experimentenfonds zullen |
worden verspreid om de verworvenheden en de inzet van de projecten | worden verspreid om de verworvenheden en de inzet van de projecten |
maximaal te valoriseren ten aanzien van verantwoordelijken van | maximaal te valoriseren ten aanzien van verantwoordelijken van |
(opstartende) projecten, beleidsmakers en onderzoekers. | (opstartende) projecten, beleidsmakers en onderzoekers. |
Art. 7.De kosten van dit project, die door de toelage worden gedekt, |
Art. 7.De kosten van dit project, die door de toelage worden gedekt, |
kunnen als volgt worden uitgesplitst. | kunnen als volgt worden uitgesplitst. |
1° Een bedrag van euro 2.529.000 dient voor de financiering van de | 1° Een bedrag van euro 2.529.000 dient voor de financiering van de |
projecten. | projecten. |
Dit bedrag van euro 2.529.000 wordt per Gewest en de Duitstalige | Dit bedrag van euro 2.529.000 wordt per Gewest en de Duitstalige |
gemeenschap als volgt onderverdeeld : | gemeenschap als volgt onderverdeeld : |
- euro 1.408.653 voor het Vlaamse Gewest; | - euro 1.408.653 voor het Vlaamse Gewest; |
- euro 834.570 voor het Waalse Gewest; | - euro 834.570 voor het Waalse Gewest; |
- euro 252.900 voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; | - euro 252.900 voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; |
- euro 32.877 voor de Duitstalige Gemeenschap. | - euro 32.877 voor de Duitstalige Gemeenschap. |
2° De totale kostprijs van het beheer van het experimenteel fonds door | 2° De totale kostprijs van het beheer van het experimenteel fonds door |
de Koning Boudewijnstichting bedraagt : | de Koning Boudewijnstichting bedraagt : |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Hiervan neemt de federale overheid een bedrag van euro 120.658 ten | Hiervan neemt de federale overheid een bedrag van euro 120.658 ten |
laste. | laste. |
Art. 8.Het toegekend bedrag zal in twee schijven worden uitbetaald : |
Art. 8.Het toegekend bedrag zal in twee schijven worden uitbetaald : |
Een eerste schijf van 85 % wordt uitbetaald na ondertekening van een | Een eerste schijf van 85 % wordt uitbetaald na ondertekening van een |
aparte overeenkomst tussen de Koning Boudewijnstichting en de | aparte overeenkomst tussen de Koning Boudewijnstichting en de |
Minister, die onder andere de werkingsregels voor het experimenteel | Minister, die onder andere de werkingsregels voor het experimenteel |
fonds moet bevatten. | fonds moet bevatten. |
Een tweede schijf van 15 % wordt uitbetaald na afloop van de periode, | Een tweede schijf van 15 % wordt uitbetaald na afloop van de periode, |
na voorlegging van een eindrapport en van de bewijsstukken en na het | na voorlegging van een eindrapport en van de bewijsstukken en na het |
akkoord van de opdrachtgever. | akkoord van de opdrachtgever. |
Art. 9.Deze toelage zal uitgekeerd worden door storting op |
Art. 9.Deze toelage zal uitgekeerd worden door storting op |
bankrekening 068-0572720-59 geopend op naam van de Koning | bankrekening 068-0572720-59 geopend op naam van de Koning |
Boudewijnstichting. | Boudewijnstichting. |
Art. 10.§ 1. De Koning Boudewijnstichting verbindt zich ertoe de Cel |
Art. 10.§ 1. De Koning Boudewijnstichting verbindt zich ertoe de Cel |
Sociale Economie van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid | Sociale Economie van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid |
en Leefmilieu, Anspachlaan 1, 14de verdieping, bureau 20, te 1000 | en Leefmilieu, Anspachlaan 1, 14de verdieping, bureau 20, te 1000 |
Brussel een eindverslag en een eindafrekening voor te leggen. | Brussel een eindverslag en een eindafrekening voor te leggen. |
§ 2. In het verslag moet duidelijk worden aangetoond dat de | § 2. In het verslag moet duidelijk worden aangetoond dat de |
geldmiddelen werden aangewend conform de overeenkomst die tussen de | geldmiddelen werden aangewend conform de overeenkomst die tussen de |
partijen werd ondertekend. Dit verslag bevat als bijlage de | partijen werd ondertekend. Dit verslag bevat als bijlage de |
bewijsstukken en alle nodig geachte stukken die waar en oprecht zijn | bewijsstukken en alle nodig geachte stukken die waar en oprecht zijn |
verklaard door de projectleiders en Koning Boudewijnstichting. | verklaard door de projectleiders en Koning Boudewijnstichting. |
§ 3. Het verslag bevat, voor elk in aanmerking genomen project, een | § 3. Het verslag bevat, voor elk in aanmerking genomen project, een |
uitvoerige beschrijving van de uitgevoerde realisaties, van de aard | uitvoerige beschrijving van de uitgevoerde realisaties, van de aard |
waarin de nagestreefde doelstellingen zijn verwezenlijkt en van de | waarin de nagestreefde doelstellingen zijn verwezenlijkt en van de |
concrete resultaten die door de uitwerking van het initiatief zijn | concrete resultaten die door de uitwerking van het initiatief zijn |
bereikt. | bereikt. |
§ 4. Het eindverslag en de eindafrekening moeten de Cel Sociale | § 4. Het eindverslag en de eindafrekening moeten de Cel Sociale |
Economie uiterlijk 22 november 2003 worden overgelegd. | Economie uiterlijk 22 november 2003 worden overgelegd. |
Art. 11.In geval van betwistingen zijn enkel de Brusselse rechtbanken |
Art. 11.In geval van betwistingen zijn enkel de Brusselse rechtbanken |
bevoegd. | bevoegd. |
Art. 12.Dit besluit treedt in werking op 15 oktober 2002. |
Art. 12.Dit besluit treedt in werking op 15 oktober 2002. |
Art. 13.Onze Minister van Sociale Economie is belast met de |
Art. 13.Onze Minister van Sociale Economie is belast met de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 4 oktober 2002. | Gegeven te Brussel, 4 oktober 2002. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Sociale Economie, | De Minister van Sociale Economie, |
J. VANDE LANOTTE | J. VANDE LANOTTE |