← Terug naar "Koninklijk besluit tot invoering van een mobiliteitsbudget voor houders van managementfuncties in de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten en tot vaststelling van de pensioenleeftijd "
Koninklijk besluit tot invoering van een mobiliteitsbudget voor houders van managementfuncties in de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten en tot vaststelling van de pensioenleeftijd | Koninklijk besluit tot invoering van een mobiliteitsbudget voor houders van managementfuncties in de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten en tot vaststelling van de pensioenleeftijd |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST BELEID EN ONDERSTEUNING | FEDERALE OVERHEIDSDIENST BELEID EN ONDERSTEUNING |
4 JUNI 2023. - Koninklijk besluit tot invoering van een | 4 JUNI 2023. - Koninklijk besluit tot invoering van een |
mobiliteitsbudget voor houders van managementfuncties in de federale | mobiliteitsbudget voor houders van managementfuncties in de federale |
overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten | overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten |
en tot vaststelling van de pensioenleeftijd | en tot vaststelling van de pensioenleeftijd |
VERSLAG AAN DE KONING | VERSLAG AAN DE KONING |
Sire, | Sire, |
A. Doel van het besluit | A. Doel van het besluit |
Het koninklijk besluit dat ik de eer heb aan Uwe Majesteit ter | Het koninklijk besluit dat ik de eer heb aan Uwe Majesteit ter |
goedkeuring voor te leggen stelt een alternatief voor voor de | goedkeuring voor te leggen stelt een alternatief voor voor de |
dienstwagen voor privégebruik waarvan de houders van een | dienstwagen voor privégebruik waarvan de houders van een |
managementfunctie in de federale overheidsdiensten en | managementfunctie in de federale overheidsdiensten en |
programmatorische federale overheidsdiensten kunnen genieten. | programmatorische federale overheidsdiensten kunnen genieten. |
Dit dispositief, mobiliteitsbudget genaamd, werd ingevoerd bij de wet | Dit dispositief, mobiliteitsbudget genaamd, werd ingevoerd bij de wet |
van 17 maart 2019. | van 17 maart 2019. |
Artikel 4 van die wet bepaalt echter dat de invoering van het | Artikel 4 van die wet bepaalt echter dat de invoering van het |
dispositief de exclusieve bevoegdheid is van de werkgever, in dit | dispositief de exclusieve bevoegdheid is van de werkgever, in dit |
geval de Staat. | geval de Staat. |
Bovendien past het ontwerp de pensioenleeftijd aan de wettelijke | Bovendien past het ontwerp de pensioenleeftijd aan de wettelijke |
realiteit aan. | realiteit aan. |
B. Bespreking van het dispositief | B. Bespreking van het dispositief |
Artikel 1 | Artikel 1 |
Dit artikel wijzigt artikel 15 van het koninklijk besluit van 29 | Dit artikel wijzigt artikel 15 van het koninklijk besluit van 29 |
oktober 2001 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de | oktober 2001 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de |
managementfuncties in de federale overheidsdiensten en de | managementfuncties in de federale overheidsdiensten en de |
programmatorische federale overheidsdiensten, opdat de totale | programmatorische federale overheidsdiensten, opdat de totale |
bezoldiging van de houders van die functies voortaan ambtshalve ofwel | bezoldiging van de houders van die functies voortaan ambtshalve ofwel |
de terbeschikkingstelling van een dienstwagen voor privégebruik, ofwel | de terbeschikkingstelling van een dienstwagen voor privégebruik, ofwel |
het mobiliteitsbudget omvat. | het mobiliteitsbudget omvat. |
Zoals de wet van 17 maart 2019 bepaalt, is het aan de werknemer, in | Zoals de wet van 17 maart 2019 bepaalt, is het aan de werknemer, in |
dit geval de houder van een managementfunctie, om te kiezen voor het | dit geval de houder van een managementfunctie, om te kiezen voor het |
mobiliteitsbudget ter vervanging van zijn dienstwagen. De werkgever | mobiliteitsbudget ter vervanging van zijn dienstwagen. De werkgever |
(de Staat) kan hem dus die keuze niet opleggen. | (de Staat) kan hem dus die keuze niet opleggen. |
Overeenkomstig artikel 12 van bovenvermelde wet van 17 maart 2019 komt | Overeenkomstig artikel 12 van bovenvermelde wet van 17 maart 2019 komt |
het bedrag van het mobiliteitsbudget overeen met de jaarlijkse | het bedrag van het mobiliteitsbudget overeen met de jaarlijkse |
brutokosten van de functiewagen voor de werkgever (de Staat), met | brutokosten van de functiewagen voor de werkgever (de Staat), met |
inbegrip van de fiscale en parafiscale lasten, en de daarmee | inbegrip van de fiscale en parafiscale lasten, en de daarmee |
samenhangende kosten overeenkomstig het beleid inzake functiewagens, | samenhangende kosten overeenkomstig het beleid inzake functiewagens, |
zoals financieringskosten, brandstofkosten, de solidariteitsbijdrage | zoals financieringskosten, brandstofkosten, de solidariteitsbijdrage |
verschuldigd overeenkomstig artikel 38, § 3quater, van de wet van 29 | verschuldigd overeenkomstig artikel 38, § 3quater, van de wet van 29 |
juni 1981 tot vaststelling van de algemene beginselen van de sociale | juni 1981 tot vaststelling van de algemene beginselen van de sociale |
zekerheid voor werknemers, waarop de werknemer aanspraak kan maken. En | zekerheid voor werknemers, waarop de werknemer aanspraak kan maken. En |
als de functiewagen eigendom is van de werkgever, worden de kosten in | als de functiewagen eigendom is van de werkgever, worden de kosten in |
verband met de financiering vervangen door een jaarlijkse afschrijving | verband met de financiering vervangen door een jaarlijkse afschrijving |
van 20%. | van 20%. |
Voor het overige wordt de mogelijkheid van een forfaitaire | Voor het overige wordt de mogelijkheid van een forfaitaire |
terugbetaling voorzien voor gemaakte onkosten gehandhaafd | terugbetaling voorzien voor gemaakte onkosten gehandhaafd |
Artikel 2 | Artikel 2 |
Dit artikel stemt de automatische beëindiging van de functies af op de | Dit artikel stemt de automatische beëindiging van de functies af op de |
wettelijke pensioenleeftijd. | wettelijke pensioenleeftijd. |
Artikel 3 | Artikel 3 |
Dit artikel behoeft geen toelichting. | Dit artikel behoeft geen toelichting. |
Ik heb de eer te zijn, | Ik heb de eer te zijn, |
Sire, | Sire, |
Van Uwe Majesteit, | Van Uwe Majesteit, |
de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, | de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, |
De Minister van Ambtenarenzaken, | De Minister van Ambtenarenzaken, |
P. DE SUTTER | P. DE SUTTER |
4 JUNI 2023. - Koninklijk besluit tot invoering van een | 4 JUNI 2023. - Koninklijk besluit tot invoering van een |
mobiliteitsbudget voor houders van managementfuncties in de federale | mobiliteitsbudget voor houders van managementfuncties in de federale |
overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten | overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten |
en tot vaststelling van de pensioenleeftijd | en tot vaststelling van de pensioenleeftijd |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de Grondwet, artikelen 37 en 107, tweede lid; | Gelet op de Grondwet, artikelen 37 en 107, tweede lid; |
Gelet op de wet van 17 maart 2019 betreffende de invoering van een | Gelet op de wet van 17 maart 2019 betreffende de invoering van een |
mobiliteitsbudget, artikel 4, § 1; | mobiliteitsbudget, artikel 4, § 1; |
Overwegende het koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 17 | Overwegende het koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 17 |
maart 2019 betreffende de invoering van een mobiliteitsbudget; | maart 2019 betreffende de invoering van een mobiliteitsbudget; |
Gelet op het koninklijk besluit van 29 oktober 2001 betreffende de | Gelet op het koninklijk besluit van 29 oktober 2001 betreffende de |
aanduiding et de uitoefening van de managementfuncties in de federale | aanduiding et de uitoefening van de managementfuncties in de federale |
overheidsdiensten et de programmatorische federale overheidsdiensten; | overheidsdiensten et de programmatorische federale overheidsdiensten; |
Gelet op het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van | Gelet op het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van |
de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal | de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal |
openbaar ambt; | openbaar ambt; |
Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën van 8 augustus | Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën van 8 augustus |
2022; | 2022; |
Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting, | Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting, |
gegeven op 21 december 2022; | gegeven op 21 december 2022; |
Gelet op de vrijstelling van een impactanalyse op basis van artikel 8, | Gelet op de vrijstelling van een impactanalyse op basis van artikel 8, |
§ 1, 4°, van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen | § 1, 4°, van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen |
inzake administratieve vereenvoudiging; | inzake administratieve vereenvoudiging; |
Gelet op het protocol nr. 806 van 15 mars 2023 van het Comité voor de | Gelet op het protocol nr. 806 van 15 mars 2023 van het Comité voor de |
federale, gemeenschaps- en de gewestelijke overheidsdiensten; | federale, gemeenschaps- en de gewestelijke overheidsdiensten; |
Gelet op de adviesaanvraag binnen dertig dagen, die op 25 april 2023 | Gelet op de adviesaanvraag binnen dertig dagen, die op 25 april 2023 |
bij de Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, § | bij de Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, § |
1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd | 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd |
op 12 januari 1973; | op 12 januari 1973; |
Overwegende dat het advies niet is meegedeeld binnen die termijn; | Overwegende dat het advies niet is meegedeeld binnen die termijn; |
Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad van | Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad van |
State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Op de voordracht van de Minister van Ambtenarenzaken en op het advies | Op de voordracht van de Minister van Ambtenarenzaken en op het advies |
van de in Raad vergaderde Ministers, | van de in Raad vergaderde Ministers, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.In artikel 15 van het koninklijk besluit van 29 oktober |
Artikel 1.In artikel 15 van het koninklijk besluit van 29 oktober |
2001 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de | 2001 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de |
managementfuncties in de federale overheidsdiensten en de | managementfuncties in de federale overheidsdiensten en de |
programmatorische federale overheidsdiensten, wordt paragraaf 3 | programmatorische federale overheidsdiensten, wordt paragraaf 3 |
vervangen als volgt: | vervangen als volgt: |
" § 3. Bovenop de in de paragrafen 1 en 2 vermelde bezoldigingen, kan | " § 3. Bovenop de in de paragrafen 1 en 2 vermelde bezoldigingen, kan |
het beloningspakket in een forfaitaire terugbetaling voorzien voor | het beloningspakket in een forfaitaire terugbetaling voorzien voor |
gemaakte onkosten in en omvat het beloningspakket naar keuze van de | gemaakte onkosten in en omvat het beloningspakket naar keuze van de |
houder van een managementfunctie, een van de volgende opties | houder van een managementfunctie, een van de volgende opties |
* het ter beschikking stellen van een dienstvoertuig dat voor | * het ter beschikking stellen van een dienstvoertuig dat voor |
privé-doeleinden mag gebruikt worden; | privé-doeleinden mag gebruikt worden; |
* een mobiliteitsbudget, overeenkomstig de artikelen 4 tot 7 van de | * een mobiliteitsbudget, overeenkomstig de artikelen 4 tot 7 van de |
wet van 17 maart 2019 tot invoering van een mobiliteitsbudget en het | wet van 17 maart 2019 tot invoering van een mobiliteitsbudget en het |
koninklijk besluit van 21 maart 2019 tot uitvoering van de wet van 17 | koninklijk besluit van 21 maart 2019 tot uitvoering van de wet van 17 |
maart 2019 tot invoering van een mobiliteitsbudget. | maart 2019 tot invoering van een mobiliteitsbudget. |
Het eerste lid bedoelde opties zijn niet cumuleerbaar. | Het eerste lid bedoelde opties zijn niet cumuleerbaar. |
Art. 2.In artikel 20 van hetzelfde besluit worden de volgende |
Art. 2.In artikel 20 van hetzelfde besluit worden de volgende |
wijzigingen aangebracht: | wijzigingen aangebracht: |
1° In de paragrafen 1, 2° en 2 worden de woorden "de leeftijd van 65 | 1° In de paragrafen 1, 2° en 2 worden de woorden "de leeftijd van 65 |
jaar" telkens vervangen door de woorden "de wettelijke | jaar" telkens vervangen door de woorden "de wettelijke |
pensioenleeftijd". | pensioenleeftijd". |
2° In paragraaf 2 wordt het woord "van de 65e verjaardag" vervangen | 2° In paragraaf 2 wordt het woord "van de 65e verjaardag" vervangen |
door het woord "van wettelijke pensionering". | door het woord "van wettelijke pensionering". |
Art. 3.Onze Ministers en Onze Staatssecretarissen zijn, ieder wat hem |
Art. 3.Onze Ministers en Onze Staatssecretarissen zijn, ieder wat hem |
betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. | betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 4 juni 2023. | Gegeven te Brussel, 4 juni 2023. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Ambtenarenzaken, | De Minister van Ambtenarenzaken, |
P. DE SUTTER | P. DE SUTTER |