Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 oktober 2004 tot oprichting van de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de exploitatie van de luchthaven van Brussel Nationaal en tot vaststelling van zijn samenstelling en het administratief en geldelijk statuut dat van toepassing is op zijn leden | Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 oktober 2004 tot oprichting van de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de exploitatie van de luchthaven van Brussel Nationaal en tot vaststelling van zijn samenstelling en het administratief en geldelijk statuut dat van toepassing is op zijn leden |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER | FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER |
4 DECEMBER 2012. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk | 4 DECEMBER 2012. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk |
besluit van 25 oktober 2004 tot oprichting van de Dienst Regulering | besluit van 25 oktober 2004 tot oprichting van de Dienst Regulering |
van het Spoorwegvervoer en van de exploitatie van de luchthaven van | van het Spoorwegvervoer en van de exploitatie van de luchthaven van |
Brussel Nationaal en tot vaststelling van zijn samenstelling en het | Brussel Nationaal en tot vaststelling van zijn samenstelling en het |
administratief en geldelijk statuut dat van toepassing is op zijn | administratief en geldelijk statuut dat van toepassing is op zijn |
leden | leden |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de Grondwet, de artikelen 37, 108 en 107, tweede lid; | Gelet op de Grondwet, de artikelen 37, 108 en 107, tweede lid; |
Gelet op de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 | Gelet op de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 |
november 1919, betreffende de regeling der Luchtvaart, artikel 5, § 2, | november 1919, betreffende de regeling der Luchtvaart, artikel 5, § 2, |
ingevoegd bij de wet van 2 januari 2001; | ingevoegd bij de wet van 2 januari 2001; |
Gelet op de wet van 20 juli 2005 houdende diverse bepalingen, artikel | Gelet op de wet van 20 juli 2005 houdende diverse bepalingen, artikel |
52; | 52; |
Gelet op de wet van 4 december 2006 betreffende het gebruik van de | Gelet op de wet van 4 december 2006 betreffende het gebruik van de |
spoorweginfrastructuur, artikel 61; | spoorweginfrastructuur, artikel 61; |
Gelet op het koninklijk besluit van 25 oktober 2004 tot oprichting van | Gelet op het koninklijk besluit van 25 oktober 2004 tot oprichting van |
de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de exploitatie van | de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de exploitatie van |
de luchthaven Brussel-Nationaal, tot vaststelling van zijn | de luchthaven Brussel-Nationaal, tot vaststelling van zijn |
samenstelling en het administratief en geldelijk statuut dat van | samenstelling en het administratief en geldelijk statuut dat van |
toepassing is op zijn leden; | toepassing is op zijn leden; |
Gelet op de betrokkenheid van de gewestregeringen; | Gelet op de betrokkenheid van de gewestregeringen; |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 5 | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 5 |
april 2012; | april 2012; |
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister voor Begroting, gegeven | Gelet op de akkoordbevinding van de Minister voor Begroting, gegeven |
op 3 juli 2012; | op 3 juli 2012; |
Gelet op de akkoordbevinding van de Staatsecretaris van | Gelet op de akkoordbevinding van de Staatsecretaris van |
Ambtenarenzaken, gegeven op 5 juli 2012; | Ambtenarenzaken, gegeven op 5 juli 2012; |
Gelet op het advies van het Directiecomité van de Federale | Gelet op het advies van het Directiecomité van de Federale |
Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer van 1 oktober 2012; | Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer van 1 oktober 2012; |
Gelet op het protocol van het Sectorcomité Mobiliteit en Vervoer van | Gelet op het protocol van het Sectorcomité Mobiliteit en Vervoer van |
30 oktober 2012; | 30 oktober 2012; |
Gelet op het voorafgaand onderzoek met betrekking tot de noodzaak om | Gelet op het voorafgaand onderzoek met betrekking tot de noodzaak om |
een effectbeoordeling uit te voeren, waarin besloten wordt dat een | een effectbeoordeling uit te voeren, waarin besloten wordt dat een |
effectbeoordeling niet vereist is; | effectbeoordeling niet vereist is; |
Gelet op het advies 51.781/4 van de Raad van State, gegeven op 19 | Gelet op het advies 51.781/4 van de Raad van State, gegeven op 19 |
september 2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, | september 2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, |
van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Op de voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en de | Op de voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en de |
Staatssecretaris voor Mobiliteit en op het advies van de in Raad | Staatssecretaris voor Mobiliteit en op het advies van de in Raad |
vergaderde Ministers, | vergaderde Ministers, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Artikel 1 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2004 |
Artikel 1.Artikel 1 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2004 |
tot oprichting van de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van | tot oprichting van de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van |
de exploitatie van de luchthaven van Brussel Nationaal en tot | de exploitatie van de luchthaven van Brussel Nationaal en tot |
vaststelling van zijn samenstelling en het administratief en geldelijk | vaststelling van zijn samenstelling en het administratief en geldelijk |
statuut dat van toepassing is op zijn leden wordt aangevuld met het | statuut dat van toepassing is op zijn leden wordt aangevuld met het |
volgende lid : | volgende lid : |
« Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van de Richtlijn | « Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van de Richtlijn |
2009/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 | 2009/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 |
inzake luchthavengelden ». | inzake luchthavengelden ». |
Art. 2.Artikel 2bis van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : |
Art. 2.Artikel 2bis van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : |
« Art. 2bis.Het toezichthoudend orgaan bedoeld in artikel 61 van de |
« Art. 2bis.Het toezichthoudend orgaan bedoeld in artikel 61 van de |
wet van 4 december 2006 betreffende het gebruik van de | wet van 4 december 2006 betreffende het gebruik van de |
spoorweginfrastructuur en de economisch regulerende overheid bedoeld | spoorweginfrastructuur en de economisch regulerende overheid bedoeld |
in artikel 52, 3°, van de wet van 20 juli 2005 houdende diverse | in artikel 52, 3°, van de wet van 20 juli 2005 houdende diverse |
bepalingen, zijn de Dienst. ». | bepalingen, zijn de Dienst. ». |
Art. 3.In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de volgende |
Art. 3.In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de volgende |
wijzigingen aangebracht : | wijzigingen aangebracht : |
1° in paragraaf 1 van de Nederlandse tekst worden de woorden « Binnen | 1° in paragraaf 1 van de Nederlandse tekst worden de woorden « Binnen |
de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer » vervangen door het | de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer » vervangen door het |
woord « Er »; | woord « Er »; |
2° in paragraaf 1 van de Franse tekst worden de woorden « au sein du | 2° in paragraaf 1 van de Franse tekst worden de woorden « au sein du |
Service Public Fédéral Mobilité et Transports » opgeheven; | Service Public Fédéral Mobilité et Transports » opgeheven; |
3° de paragrafen 2 en 3 worden opgeheven. | 3° de paragrafen 2 en 3 worden opgeheven. |
Art. 4.De artikelen 4 tot 11 van hetzelfde besluit worden vervangen |
Art. 4.De artikelen 4 tot 11 van hetzelfde besluit worden vervangen |
als volgt : | als volgt : |
« Art. 4.De Dienst is onafhankelijk van elke spoorwegonderneming, |
« Art. 4.De Dienst is onafhankelijk van elke spoorwegonderneming, |
elke infrastructuurbeheerder, van de N.M.B.S. holding en van de | elke infrastructuurbeheerder, van de N.M.B.S. holding en van de |
luchthavenbeheerder van de luchthaven Brussel-Nationaal en van alle | luchthavenbeheerder van de luchthaven Brussel-Nationaal en van alle |
luchtvaartmaatschappijen. | luchtvaartmaatschappijen. |
De leden van de Dienst mogen geen enkele directe of indirecte band, | De leden van de Dienst mogen geen enkele directe of indirecte band, |
zij het contractueel of statutair, zelfs voorlopig geschorst, hebben | zij het contractueel of statutair, zelfs voorlopig geschorst, hebben |
met welke instelling dan ook bedoeld in het eerste lid. | met welke instelling dan ook bedoeld in het eerste lid. |
Ze mogen ook geen statutaire of contractuele ambtenaren zijn, bij de | Ze mogen ook geen statutaire of contractuele ambtenaren zijn, bij de |
dienst van de beheerder van de spoorweginfrastructuur, van een | dienst van de beheerder van de spoorweginfrastructuur, van een |
spoorwegonderneming, en, in het algemeen, van ieder bedrijf dat direct | spoorwegonderneming, en, in het algemeen, van ieder bedrijf dat direct |
of indirect een belang heeft in een dergelijk bedrijf, of, al dan niet | of indirect een belang heeft in een dergelijk bedrijf, of, al dan niet |
bezoldigd, rechtstreeks of onrechtstreeks, een contractuele of | bezoldigd, rechtstreeks of onrechtstreeks, een contractuele of |
statutaire functie of activiteit erin uitoefenen. | statutaire functie of activiteit erin uitoefenen. |
Ze mogen ook geen statutaire of contractuele ambtenaren zijn, in | Ze mogen ook geen statutaire of contractuele ambtenaren zijn, in |
dienst van een onderneming houder van een exploitatielicentie voor de | dienst van een onderneming houder van een exploitatielicentie voor de |
luchthaven van Brussel-Nationaal, van een geassocieerde of verbonden | luchthaven van Brussel-Nationaal, van een geassocieerde of verbonden |
onderneming zoals bedoeld in artikel 1, 7° en 8° van het koninklijk | onderneming zoals bedoeld in artikel 1, 7° en 8° van het koninklijk |
besluit van 27 mei 2004 betreffende de omzetting van Brussels | besluit van 27 mei 2004 betreffende de omzetting van Brussels |
International Airport Company (BIAC) in een naamloze vennootschap van | International Airport Company (BIAC) in een naamloze vennootschap van |
privaatrecht en betreffende de luchthaveninstallaties, en, in het | privaatrecht en betreffende de luchthaveninstallaties, en, in het |
algemeen, van ieder bedrijf dat direct of indirect een | algemeen, van ieder bedrijf dat direct of indirect een |
luchthavenactiviteit of een luchtvervoerdienst beoefent of een | luchthavenactiviteit of een luchtvervoerdienst beoefent of een |
rechtstreeks of onrechtstreeks belang heeft in een dergelijk bedrijf, | rechtstreeks of onrechtstreeks belang heeft in een dergelijk bedrijf, |
of, al dan niet bezoldigd, rechtstreeks of onrechtstreeks, een | of, al dan niet bezoldigd, rechtstreeks of onrechtstreeks, een |
contractuele of statutaire functie of activiteit erin uitoefenen. | contractuele of statutaire functie of activiteit erin uitoefenen. |
De leden van de Dienst mogen niet geaffecteerd worden aan de Dienst of | De leden van de Dienst mogen niet geaffecteerd worden aan de Dienst of |
aangewezen worden indien zij deze voorwaarden bedoeld in het tweede en | aangewezen worden indien zij deze voorwaarden bedoeld in het tweede en |
derde lid niet vervullen. | derde lid niet vervullen. |
Wat betreft de toepassing van de tuchtprocedures staat de leiding van | Wat betreft de toepassing van de tuchtprocedures staat de leiding van |
de Dienst onder het rechtstreekse gezag van de Minister overeenkomstig | de Dienst onder het rechtstreekse gezag van de Minister overeenkomstig |
de artikelen 77 en volgende van het koninklijk besluit van 2 oktober | de artikelen 77 en volgende van het koninklijk besluit van 2 oktober |
1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel. | 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel. |
Art. 5.De Dienst omvat : |
Art. 5.De Dienst omvat : |
1° één directeur; | 1° één directeur; |
2° een adjunct-directeur; | 2° een adjunct-directeur; |
3° experten; | 3° experten; |
4° administratieve medewerkers. | 4° administratieve medewerkers. |
De directeur en de adjunct-directeur behoren tot een andere taalrol. | De directeur en de adjunct-directeur behoren tot een andere taalrol. |
Art. 6.De leiding van de Dienst is samengesteld uit twee personen : |
Art. 6.De leiding van de Dienst is samengesteld uit twee personen : |
de directeur en de adjunct-directeur. | de directeur en de adjunct-directeur. |
De leiding wordt uitgeoefend in de vorm van een zesjarig mandaat. | De leiding wordt uitgeoefend in de vorm van een zesjarig mandaat. |
Art. 7.De kandidaten voor een mandaat bij de leiding moeten de |
Art. 7.De kandidaten voor een mandaat bij de leiding moeten de |
toelaatbaarheidvereisten vervullen die vereist zijn om aangeworven te | toelaatbaarheidvereisten vervullen die vereist zijn om aangeworven te |
worden als rijksambtenaar van het niveau A. Zij moeten bovendien | worden als rijksambtenaar van het niveau A. Zij moeten bovendien |
bewijzen dat zij over de nuttige ervaring beschikken die vereist wordt | bewijzen dat zij over de nuttige ervaring beschikken die vereist wordt |
door de functiebeschrijving. | door de functiebeschrijving. |
De selectie van de leden van de leiding wordt uitgevoerd door SELOR, | De selectie van de leden van de leiding wordt uitgevoerd door SELOR, |
het selectiebureau van de Federale Overheid op basis van de | het selectiebureau van de Federale Overheid op basis van de |
functiebeschrijving en het competentieprofiel die zijn vastgelegd door | functiebeschrijving en het competentieprofiel die zijn vastgelegd door |
de Minister. | de Minister. |
Art. 8.Onder de kandidaten die door SELOR worden geschikt bevonden, |
Art. 8.Onder de kandidaten die door SELOR worden geschikt bevonden, |
worden de leden van de leiding aangewezen door de Koning op voorstel | worden de leden van de leiding aangewezen door de Koning op voorstel |
van de Minister na overleg in Ministerraad. Zij leggen de eed af in | van de Minister na overleg in Ministerraad. Zij leggen de eed af in |
handen van de Minister. | handen van de Minister. |
Art. 9.De leden van de leiding worden bezoldigd in de weddenschalen |
Art. 9.De leden van de leiding worden bezoldigd in de weddenschalen |
als volgt : | als volgt : |
- directeur : | - directeur : |
46.166,59 - 60.881,62 | 46.166,59 - 60.881,62 |
11/2 x 1.337,73; | 11/2 x 1.337,73; |
- adjunct-directeur : A42 | - adjunct-directeur : A42 |
De experten worden bezoldigd in de weddeschaal A 31. | De experten worden bezoldigd in de weddeschaal A 31. |
Art. 10.De leden van de leiding hebben recht op het jaarlijks |
Art. 10.De leden van de leiding hebben recht op het jaarlijks |
vakantieverlof. | vakantieverlof. |
Zij genieten vakantiegeld onder dezelfde voorwaarden als de | Zij genieten vakantiegeld onder dezelfde voorwaarden als de |
rijksambtenaren. | rijksambtenaren. |
Zij genieten omstandigheidverloven, moederschapsverloven, | Zij genieten omstandigheidverloven, moederschapsverloven, |
ouderschapsverlof en adoptieverlof, opvangverlof en pleegzorgverlof | ouderschapsverlof en adoptieverlof, opvangverlof en pleegzorgverlof |
onder dezelfde voorwaarden als de rijksambtenaren. | onder dezelfde voorwaarden als de rijksambtenaren. |
Art. 11.De directeur en de adjunct-directeur worden zes maanden voor |
Art. 11.De directeur en de adjunct-directeur worden zes maanden voor |
het einde van hun mandaat geëvalueerd door de Minister op basis van de | het einde van hun mandaat geëvalueerd door de Minister op basis van de |
resultaten van de audits voorzien in artikel 17. | resultaten van de audits voorzien in artikel 17. |
Wanneer zijn mandaat afloopt kan een lid van de leiding een nieuw | Wanneer zijn mandaat afloopt kan een lid van de leiding een nieuw |
mandaat bekomen op voorwaarde dat hij gunstig geëvalueerd wordt door | mandaat bekomen op voorwaarde dat hij gunstig geëvalueerd wordt door |
de Minister. Het maximum aantal mandaten voor een lid van de leiding | de Minister. Het maximum aantal mandaten voor een lid van de leiding |
is vastgesteld op 2. | is vastgesteld op 2. |
Op voorstel van de Minister, kan de Ministerraad het mandaat verlengen | Op voorstel van de Minister, kan de Ministerraad het mandaat verlengen |
voor een periode van maximum zes maanden in afwachting van een | voor een periode van maximum zes maanden in afwachting van een |
vervanger. | vervanger. |
Art. 12.Geen enkel lid van de leiding mag na zijn 65 jaar in dienst |
Art. 12.Geen enkel lid van de leiding mag na zijn 65 jaar in dienst |
blijven. | blijven. |
De Minister kan evenwel van deze regel afwijken, op verzoek van de | De Minister kan evenwel van deze regel afwijken, op verzoek van de |
directeur of de adjunct-directeur voor een periode van maximum één | directeur of de adjunct-directeur voor een periode van maximum één |
jaar, in afwachting van een vervanger. | jaar, in afwachting van een vervanger. |
Art. 13.Het tijdens het mandaat niet meer voldoen aan een van de |
Art. 13.Het tijdens het mandaat niet meer voldoen aan een van de |
toelaatbaarheidvereisten bedoeld in artikel 4 geeft aanleiding tot de | toelaatbaarheidvereisten bedoeld in artikel 4 geeft aanleiding tot de |
onmiddellijke beëindiging zonder opzeggingstermijn van het mandaat. | onmiddellijke beëindiging zonder opzeggingstermijn van het mandaat. |
Elke zware fout tijdens het mandaat kan aanleiding geven tot ontslag | Elke zware fout tijdens het mandaat kan aanleiding geven tot ontslag |
zonder opzegging. | zonder opzegging. |
In geval van medische beroepsongeschiktheid vastgesteld tijdens het | In geval van medische beroepsongeschiktheid vastgesteld tijdens het |
mandaat kan elk lid ontslagen worden, mits hij een vergoeding ontvangt | mandaat kan elk lid ontslagen worden, mits hij een vergoeding ontvangt |
die gelijk is aan zes maanden loon. | die gelijk is aan zes maanden loon. |
Art. 14.Indien de directeur en de adjunct directeur hun mandaat niet |
Art. 14.Indien de directeur en de adjunct directeur hun mandaat niet |
meer kunnen uitoefenen of in geval van gelijktijdige afwezigheid van | meer kunnen uitoefenen of in geval van gelijktijdige afwezigheid van |
lange duur of van ontslag van de directeur en de adjunct directeur | lange duur of van ontslag van de directeur en de adjunct directeur |
wijst de Minister een tijdelijke plaatsvervanger aan. Deze dient aan | wijst de Minister een tijdelijke plaatsvervanger aan. Deze dient aan |
de voorwaarden vastgelegd in de artikelen 4 te voldoen. Hij geniet de | de voorwaarden vastgelegd in de artikelen 4 te voldoen. Hij geniet de |
weddeschaal van de directeur bedoeld in artikel 9. De tijdelijke | weddeschaal van de directeur bedoeld in artikel 9. De tijdelijke |
vervanging mag niet langer dan zes maanden duren, zelfs gespreid over | vervanging mag niet langer dan zes maanden duren, zelfs gespreid over |
meerdere onderbroken periodes. | meerdere onderbroken periodes. |
Art. 15.De Voorzitter van het Directiecomité van de Federale |
Art. 15.De Voorzitter van het Directiecomité van de Federale |
Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer stelt het personeel en de nodige | Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer stelt het personeel en de nodige |
materiële middelen ter beschikking van de Dienst na overleg met de | materiële middelen ter beschikking van de Dienst na overleg met de |
directeur. | directeur. |
De personeelsleden worden onder het hiërarchisch gezag geplaatst van | De personeelsleden worden onder het hiërarchisch gezag geplaatst van |
de leden van de leiding. | de leden van de leiding. |
De leiding verstrekt de hiërarchische meerderen van de personeelsleden | De leiding verstrekt de hiërarchische meerderen van de personeelsleden |
bedoeld in het eerste lid alle informatie die nuttig is voor het | bedoeld in het eerste lid alle informatie die nuttig is voor het |
volgen van de loopbaan van dezen, uit eigen beweging en op verzoek van | volgen van de loopbaan van dezen, uit eigen beweging en op verzoek van |
de hiërarchische meerderen. | de hiërarchische meerderen. |
De Dienst mag experten aanwerven met een arbeidscontract van bediende | De Dienst mag experten aanwerven met een arbeidscontract van bediende |
voor het tot stand brengen van een duidelijk omschreven werk. | voor het tot stand brengen van een duidelijk omschreven werk. |
De experten worden aangeworven na een door SELOR, het selectie bureau | De experten worden aangeworven na een door SELOR, het selectie bureau |
van de Federale Overheid, georganiseerde selectie op basis van de | van de Federale Overheid, georganiseerde selectie op basis van de |
functiebeschrijving en het competentieprofiel vastgesteld door de | functiebeschrijving en het competentieprofiel vastgesteld door de |
Minister. | Minister. |
Voor punctuele opdrachten, kan de Dienst ook beroep doen op externe | Voor punctuele opdrachten, kan de Dienst ook beroep doen op externe |
expertise. | expertise. |
Art. 16.De experten inzake spoor en de exploitatie van de luchthaven |
Art. 16.De experten inzake spoor en de exploitatie van de luchthaven |
Brussel Nationaal die al in functie zijn bij de Dienst Regulering van | Brussel Nationaal die al in functie zijn bij de Dienst Regulering van |
het spoorwegvervoer en van de exploitatie van de luchthaven | het spoorwegvervoer en van de exploitatie van de luchthaven |
Brussel-Nationaal worden vergoed in de weddeschaal A 31. | Brussel-Nationaal worden vergoed in de weddeschaal A 31. |
Art. 17.De leiding overhandigt de Minister jaarlijks, ten laatste op |
Art. 17.De leiding overhandigt de Minister jaarlijks, ten laatste op |
30 juni, een door een onafhankelijke instelling opgesteld fraude, | 30 juni, een door een onafhankelijke instelling opgesteld fraude, |
financieel en operationeel auditrapport van de Dienst met betrekking | financieel en operationeel auditrapport van de Dienst met betrekking |
tot het voorgaande jaar. Deze audit heeft geen betrekking op de | tot het voorgaande jaar. Deze audit heeft geen betrekking op de |
opportuniteit van de acties die door de Dienst worden ondernomen in de | opportuniteit van de acties die door de Dienst worden ondernomen in de |
uitoefening van de opdrachten en de taken die hem bij wet zijn | uitoefening van de opdrachten en de taken die hem bij wet zijn |
voorbehouden of op de inhoud van de beslissingen genomen in uitvoering | voorbehouden of op de inhoud van de beslissingen genomen in uitvoering |
van de opdrachten die hem bij wet zijn voorbehouden. | van de opdrachten die hem bij wet zijn voorbehouden. |
Art. 18.De Dienst bezorgt het jaarlijks verslag van zijn activiteiten |
Art. 18.De Dienst bezorgt het jaarlijks verslag van zijn activiteiten |
aan de Minister ten laatste op 30 juni van ieder jaar. | aan de Minister ten laatste op 30 juni van ieder jaar. |
Art. 19.De minister bevoegd voor het vervoer is belast met de |
Art. 19.De minister bevoegd voor het vervoer is belast met de |
uitvoering van dit besluit. ». | uitvoering van dit besluit. ». |
Art. 5.De leden van de leiding die op het ogenblik van de |
Art. 5.De leden van de leiding die op het ogenblik van de |
inwerkingtreding van dit besluit in die hoedanigheid aangewezen zijn, | inwerkingtreding van dit besluit in die hoedanigheid aangewezen zijn, |
zetten de uitoefening van hun functie verder tot de datum waarop de | zetten de uitoefening van hun functie verder tot de datum waarop de |
leden van de leiding worden aangewezen. | leden van de leiding worden aangewezen. |
Art. 6.De minister bevoegd voor het vervoer is belast met de |
Art. 6.De minister bevoegd voor het vervoer is belast met de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 4 december 2012. | Gegeven te Brussel, 4 december 2012. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Binnenlandse Zaken, | De Minister van Binnenlandse Zaken, |
Mevr. J. MILQUET | Mevr. J. MILQUET |
De Staatssecretaris voor Mobiliteit, | De Staatssecretaris voor Mobiliteit, |
M. WATHELET | M. WATHELET |