Koninklijk besluit houdende diverse bepalingen betreffende het administratief, geldelijk en sociaal statuut van de militair die een vrijwillige militaire inzet vervult | Koninklijk besluit houdende diverse bepalingen betreffende het administratief, geldelijk en sociaal statuut van de militair die een vrijwillige militaire inzet vervult |
---|---|
MINISTERIE VAN LANDSVERDEDIGING, FEDERALE OVERHEIDSDIENST | MINISTERIE VAN LANDSVERDEDIGING, FEDERALE OVERHEIDSDIENST |
WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG, FEDERALE OVERHEIDSDIENST | WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG, FEDERALE OVERHEIDSDIENST |
SOCIALE ZEKERHEID EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., | SOCIALE ZEKERHEID EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., |
MIDDENSTAND EN ENERGIE | MIDDENSTAND EN ENERGIE |
3 SEPTEMBER 2010. - Koninklijk besluit houdende diverse bepalingen | 3 SEPTEMBER 2010. - Koninklijk besluit houdende diverse bepalingen |
betreffende het administratief, geldelijk en sociaal statuut van de | betreffende het administratief, geldelijk en sociaal statuut van de |
militair die een vrijwillige militaire inzet vervult | militair die een vrijwillige militaire inzet vervult |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de Grondwet, artikel 108; | Gelet op de Grondwet, artikel 108; |
Gelet op de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de | Gelet op de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de |
maatschappelijke zekerheid der arbeiders, artikel 7, § 1, derde lid, | maatschappelijke zekerheid der arbeiders, artikel 7, § 1, derde lid, |
i, vervangen bij de wet van 14 februari 1961; | i, vervangen bij de wet van 14 februari 1961; |
Gelet op de wet van 29 maart 1976 betreffende de gezinsbijslag voor | Gelet op de wet van 29 maart 1976 betreffende de gezinsbijslag voor |
zelfstandigen, artikel 1, gewijzigd bij de wet van 6 april 1995; | zelfstandigen, artikel 1, gewijzigd bij de wet van 6 april 1995; |
Gelet op de wet van 20 mei 1994 betreffende de geldelijke rechten van | Gelet op de wet van 20 mei 1994 betreffende de geldelijke rechten van |
de militairen, artikel 13bis, ingevoegd bij de wet van 10 januari | de militairen, artikel 13bis, ingevoegd bij de wet van 10 januari |
2010; | 2010; |
Gelet op de wet van 10 januari 2010 tot instelling van de vrijwillige | Gelet op de wet van 10 januari 2010 tot instelling van de vrijwillige |
militaire inzet en tot wijziging van verschillende wetten van | militaire inzet en tot wijziging van verschillende wetten van |
toepassing op het militair personeel, de artikelen 30, tweede lid, 50, | toepassing op het militair personeel, de artikelen 30, tweede lid, 50, |
tweede lid, 53 en 57, tweede lid; | tweede lid, 53 en 57, tweede lid; |
Gelet op het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot uitvoering van | Gelet op het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot uitvoering van |
de wet van 20 juli 1971 tot instelling van gewaarborgde gezinsbijslag; | de wet van 20 juli 1971 tot instelling van gewaarborgde gezinsbijslag; |
Gelet op het koninklijk besluit van 8 april 1976 houdende regeling van | Gelet op het koninklijk besluit van 8 april 1976 houdende regeling van |
de gezinsbijslag ten voordele van de zelfstandigen; | de gezinsbijslag ten voordele van de zelfstandigen; |
Gelet op het koninklijk besluit van 27 april 1976 tot aanvulling van | Gelet op het koninklijk besluit van 27 april 1976 tot aanvulling van |
het koninklijk besluit van 8 april 1976 houdende regeling van de | het koninklijk besluit van 8 april 1976 houdende regeling van de |
gezinsbijslag ten voordele van de zelfstandigen; | gezinsbijslag ten voordele van de zelfstandigen; |
Gelet op het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de | Gelet op het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de |
werkloosheidsreglementering; | werkloosheidsreglementering; |
Gelet op het advies van het Algemeen Beheerscomité voor het sociaal | Gelet op het advies van het Algemeen Beheerscomité voor het sociaal |
statuut der zelfstandigen, gegeven op 19 november 2009; | statuut der zelfstandigen, gegeven op 19 november 2009; |
Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor | Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor |
Arbeidsvoorziening, gegeven op 4 maart 2010; | Arbeidsvoorziening, gegeven op 4 maart 2010; |
Gelet op het protocol van onderhandelingen van het | Gelet op het protocol van onderhandelingen van het |
Onderhandelingscomité N-300 van het militair personeel, gesloten op 5 | Onderhandelingscomité N-300 van het militair personeel, gesloten op 5 |
maart 2010; | maart 2010; |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 23 | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 23 |
maart 2010; | maart 2010; |
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Ambtenarenzaken, d.d. | Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Ambtenarenzaken, d.d. |
7 mei 2010; | 7 mei 2010; |
Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting, | Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting, |
d.d. 17 mei 2010; | d.d. 17 mei 2010; |
Gelet op het advies 48.524/2/V van de Raad van State, gegeven op 4 | Gelet op het advies 48.524/2/V van de Raad van State, gegeven op 4 |
augustus 2010, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van | augustus 2010, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van |
de gecoördineerde wetten op de Raad van State; | de gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken, de Minister van | Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken, de Minister van |
Werk, de Minister van de Zelfstandigen en de Minister van | Werk, de Minister van de Zelfstandigen en de Minister van |
Landsverdediging en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, | Landsverdediging en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
HOOFDSTUK 1. - Algemeen | HOOFDSTUK 1. - Algemeen |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder "de |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder "de |
wet" : de wet van 10 januari 2010 tot instelling van de vrijwillige | wet" : de wet van 10 januari 2010 tot instelling van de vrijwillige |
militaire inzet en tot wijziging van verschillende wetten van | militaire inzet en tot wijziging van verschillende wetten van |
toepassing op het militair personeel. | toepassing op het militair personeel. |
HOOFDSTUK 2. - Bepalingen betreffende het administratief statuut | HOOFDSTUK 2. - Bepalingen betreffende het administratief statuut |
Art. 2.Overeenkomstig artikel 30, tweede lid, van de wet, betekent de |
Art. 2.Overeenkomstig artikel 30, tweede lid, van de wet, betekent de |
korpscommandant schriftelijk aan de militair EVMI de verlenging van | korpscommandant schriftelijk aan de militair EVMI de verlenging van |
zijn dienstneming of van zijn wederdienstneming tot het einde van de | zijn dienstneming of van zijn wederdienstneming tot het einde van de |
operatie of zending wanneer hij, nadat hij in zijn vormingscyclus is | operatie of zending wanneer hij, nadat hij in zijn vormingscyclus is |
geslaagd en hij de voorafgaande specifieke training met succes heeft | geslaagd en hij de voorafgaande specifieke training met succes heeft |
beëindigd, deelneemt : | beëindigd, deelneemt : |
1° aan een operatie of zending onder elke vorm van operationele inzet, | 1° aan een operatie of zending onder elke vorm van operationele inzet, |
met uitzondering van de ordehandhavingsinzet; | met uitzondering van de ordehandhavingsinzet; |
2° aan elke andere operatie of zending buiten het nationale | 2° aan elke andere operatie of zending buiten het nationale |
grondgebied voor een duur van minimum een maand. | grondgebied voor een duur van minimum een maand. |
HOOFDSTUK 3. - Geldelijke bepalingen | HOOFDSTUK 3. - Geldelijke bepalingen |
Art. 3.§ 1. Het bedrag van de soldij toegekend aan de militair EVMI |
Art. 3.§ 1. Het bedrag van de soldij toegekend aan de militair EVMI |
in toepassing van artikel 50, tweede lid, van de wet, wordt bepaald op | in toepassing van artikel 50, tweede lid, van de wet, wordt bepaald op |
4,70 EUR per dag werkelijke dienst. | 4,70 EUR per dag werkelijke dienst. |
Het bedrag van de soldij is gekoppeld aan de mobiliteitsregeling | Het bedrag van de soldij is gekoppeld aan de mobiliteitsregeling |
toepasselijk op de wedden van het personeel der federale | toepasselijk op de wedden van het personeel der federale |
overheidsdiensten. Zij is gekoppeld aan het spilindexcijfer 138,01. | overheidsdiensten. Zij is gekoppeld aan het spilindexcijfer 138,01. |
§ 2. Onverminderd de bepalingen van artikel 53 van de wet, ontvangt de | § 2. Onverminderd de bepalingen van artikel 53 van de wet, ontvangt de |
militair EVMI gedurende de periode bedoeld in artikel 50, eerste lid, | militair EVMI gedurende de periode bedoeld in artikel 50, eerste lid, |
van de wet, het vakantiegeld en de eindejaarstoelage, zoals toegekend | van de wet, het vakantiegeld en de eindejaarstoelage, zoals toegekend |
aan elke soldijtrekkende militair die dient aan de hand van een | aan elke soldijtrekkende militair die dient aan de hand van een |
dienstneming of wederdienstneming. | dienstneming of wederdienstneming. |
Art. 4.De soldij wordt maandelijks na vervallen termijn betaald. |
Art. 4.De soldij wordt maandelijks na vervallen termijn betaald. |
De betaling wordt verricht op een rekening geopend op naam van de | De betaling wordt verricht op een rekening geopend op naam van de |
militair EVMI. | militair EVMI. |
Art. 5.De voedingskosten van de militair EVMI in werkelijke dienst en |
Art. 5.De voedingskosten van de militair EVMI in werkelijke dienst en |
die een soldij ontvangt, worden ten laste genomen door de Staat, | die een soldij ontvangt, worden ten laste genomen door de Staat, |
overeenkomstig het koninklijk besluit van 20 januari 2000 betreffende | overeenkomstig het koninklijk besluit van 20 januari 2000 betreffende |
het recht op voeding ten laste van de Staat ten voordele van de | het recht op voeding ten laste van de Staat ten voordele van de |
militairen die zich in bepaalde bijzondere omstandigheden bevinden. | militairen die zich in bepaalde bijzondere omstandigheden bevinden. |
HOOFDSTUK 4. - Sociale en wijzigingsbepalingen | HOOFDSTUK 4. - Sociale en wijzigingsbepalingen |
Art. 6.Artikel 6, zevende lid, van het koninklijk besluit van 25 |
Art. 6.Artikel 6, zevende lid, van het koninklijk besluit van 25 |
oktober 1971 tot uitvoering van de wet van 20 juli 1971 tot instelling | oktober 1971 tot uitvoering van de wet van 20 juli 1971 tot instelling |
van gewaarborgde gezinsbijslag, gewijzigd bij de koninklijke besluiten | van gewaarborgde gezinsbijslag, gewijzigd bij de koninklijke besluiten |
van 8 mei 1984, 15 juli 1992, 16 april 2002 en 9 mei 2007, wordt | van 8 mei 1984, 15 juli 1992, 16 april 2002 en 9 mei 2007, wordt |
aangevuld met de bepaling onder 12°, luidende : | aangevuld met de bepaling onder 12°, luidende : |
« 12° de soldij bedoeld in artikel 50, tweede lid, van de wet van 10 | « 12° de soldij bedoeld in artikel 50, tweede lid, van de wet van 10 |
januari 2010 tot instelling van de vrijwillige militaire inzet en tot | januari 2010 tot instelling van de vrijwillige militaire inzet en tot |
wijziging van verschillende wetten van toepassing op het militair | wijziging van verschillende wetten van toepassing op het militair |
personeel. » | personeel. » |
Art. 7.In het koninklijk besluit van 8 april 1976 houdende regeling |
Art. 7.In het koninklijk besluit van 8 april 1976 houdende regeling |
van de gezinsbijslag ten voordele van de zelfstandigen, laatst | van de gezinsbijslag ten voordele van de zelfstandigen, laatst |
gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 januari 2009, wordt een | gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 januari 2009, wordt een |
artikel 25quater ingevoegd, luidende : | artikel 25quater ingevoegd, luidende : |
« Art. 25quater.Voor de toepassing van dit besluit, wordt de |
« Art. 25quater.Voor de toepassing van dit besluit, wordt de |
vrijwillige militaire inzet bedoeld in de wet van 10 januari 2010 tot | vrijwillige militaire inzet bedoeld in de wet van 10 januari 2010 tot |
instelling van de vrijwillige militaire inzet en tot wijziging van | instelling van de vrijwillige militaire inzet en tot wijziging van |
verschillende wetten van toepassing op het militair personeel niet | verschillende wetten van toepassing op het militair personeel niet |
beschouwd als een winstgevende activiteit, tot de eerste dag van de | beschouwd als een winstgevende activiteit, tot de eerste dag van de |
zesde kalendermaand die volgt op de maand tijdens dewelke de militair | zesde kalendermaand die volgt op de maand tijdens dewelke de militair |
de in artikel 21, tweede lid, van voormelde wet, bedoelde dienstneming | de in artikel 21, tweede lid, van voormelde wet, bedoelde dienstneming |
aangaat. De voordelen bedoeld in artikel 50, tweede lid, van voormelde | aangaat. De voordelen bedoeld in artikel 50, tweede lid, van voormelde |
wet worden niet beschouwd als een inkomen, een winst, een brutoloon of | wet worden niet beschouwd als een inkomen, een winst, een brutoloon of |
een sociale uitkering. » | een sociale uitkering. » |
Art. 8.Artikel 4, eerste lid, 2°, van het koninklijk besluit van 27 |
Art. 8.Artikel 4, eerste lid, 2°, van het koninklijk besluit van 27 |
april 1976 tot aanvulling van het koninklijk besluit van 8 april 1976 | april 1976 tot aanvulling van het koninklijk besluit van 8 april 1976 |
houdende regeling van de gezinsbijslag ten voordele van de | houdende regeling van de gezinsbijslag ten voordele van de |
zelfstandigen, vervangen bij het koninklijk besluit van 12 juli 2006 | zelfstandigen, vervangen bij het koninklijk besluit van 12 juli 2006 |
en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 9 mei 2007, wordt | en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 9 mei 2007, wordt |
aangevuld met de volgende zinnen : | aangevuld met de volgende zinnen : |
« Voor de toepassing van dit besluit, wordt de vrijwillige militaire | « Voor de toepassing van dit besluit, wordt de vrijwillige militaire |
inzet bedoeld in de wet van 10 januari 2010 tot instelling van de | inzet bedoeld in de wet van 10 januari 2010 tot instelling van de |
vrijwillige militaire inzet en tot wijziging van verschillende wetten | vrijwillige militaire inzet en tot wijziging van verschillende wetten |
van toepassing op het militair personeel niet beschouwd als een | van toepassing op het militair personeel niet beschouwd als een |
winstgevende activiteit, tot de eerste dag van de zesde kalendermaand | winstgevende activiteit, tot de eerste dag van de zesde kalendermaand |
die volgt op de maand tijdens dewelke de militair de in artikel 21, | die volgt op de maand tijdens dewelke de militair de in artikel 21, |
tweede lid, van voormelde wet bedoelde dienstneming aangaat. De | tweede lid, van voormelde wet bedoelde dienstneming aangaat. De |
voordelen bedoeld in artikel 50, tweede lid, van voormelde wet worden | voordelen bedoeld in artikel 50, tweede lid, van voormelde wet worden |
niet beschouwd als een inkomen, een winst, een brutoloon of een | niet beschouwd als een inkomen, een winst, een brutoloon of een |
sociale uitkering. » | sociale uitkering. » |
Art. 9.Artikel 36, § 2, van het koninklijk besluit van 25 november |
Art. 9.Artikel 36, § 2, van het koninklijk besluit van 25 november |
1991 houdende de werkloosheidsreglementering, gewijzigd bij de | 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, gewijzigd bij de |
koninklijke besluiten van 2 oktober 1992, 22 november 1995, 10 juni | koninklijke besluiten van 2 oktober 1992, 22 november 1995, 10 juni |
2001, 5 juni 2002, 16 februari 2004, 21 juni 2005 en 9 juli 2008, | 2001, 5 juni 2002, 16 februari 2004, 21 juni 2005 en 9 juli 2008, |
wordt aangevuld met de bepaling onder 9°, luidende : | wordt aangevuld met de bepaling onder 9°, luidende : |
« 9° de dagen, behalve de zondagen, gelegen in de periode die begint | « 9° de dagen, behalve de zondagen, gelegen in de periode die begint |
de dag waarop de jonge werknemer die een vrijwillige militaire inzet | de dag waarop de jonge werknemer die een vrijwillige militaire inzet |
vervult in de zin van de wet van 10 januari 2010 tot instelling van de | vervult in de zin van de wet van 10 januari 2010 tot instelling van de |
vrijwillige militaire inzet en tot wijziging van de verschillende | vrijwillige militaire inzet en tot wijziging van de verschillende |
wetten van toepassing op het militair personeel, een dienstneming | wetten van toepassing op het militair personeel, een dienstneming |
aangaat en die eindigt de laatste dag van de vijfde kalendermaand die | aangaat en die eindigt de laatste dag van de vijfde kalendermaand die |
volgt op de maand tijdens dewelke hij deze dienstneming is aangegaan. | volgt op de maand tijdens dewelke hij deze dienstneming is aangegaan. |
» | » |
Art. 10.Artikel 94 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de |
Art. 10.Artikel 94 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de |
koninklijke besluiten van 3 juni 1992, 29 juni 1992, 2 oktober 1992, | koninklijke besluiten van 3 juni 1992, 29 juni 1992, 2 oktober 1992, |
12 augustus 1994, 22 november 1995, 10 januari 1999, 20 juli 2000, 13 | 12 augustus 1994, 22 november 1995, 10 januari 1999, 20 juli 2000, 13 |
juli 2001, 5 maart 2006 en 15 juni 2009, wordt aangevuld met een | juli 2001, 5 maart 2006 en 15 juni 2009, wordt aangevuld met een |
paragraaf 6, luidende : | paragraaf 6, luidende : |
« § 6. De volledige werkloze die een vrijwillige militaire inzet | « § 6. De volledige werkloze die een vrijwillige militaire inzet |
vervult in de zin van de wet van 10 januari 2010 tot instelling van de | vervult in de zin van de wet van 10 januari 2010 tot instelling van de |
vrijwillige militaire inzet en tot wijziging van de verschillende | vrijwillige militaire inzet en tot wijziging van de verschillende |
wetten van toepassing op het militair personeel, kan tijdens de | wetten van toepassing op het militair personeel, kan tijdens de |
periode die begint de dag waarop hij een dienstneming aangaat en die | periode die begint de dag waarop hij een dienstneming aangaat en die |
eindigt de laatste dag van de vijfde kalendermaand die volgt op de | eindigt de laatste dag van de vijfde kalendermaand die volgt op de |
maand tijdens dewelke hij deze dienstneming is aangegaan, op zijn | maand tijdens dewelke hij deze dienstneming is aangegaan, op zijn |
vraag worden vrijgesteld van de toepassing van de artikelen 51, § 1, | vraag worden vrijgesteld van de toepassing van de artikelen 51, § 1, |
tweede lid, 3° tot 6°, 56 en 58. | tweede lid, 3° tot 6°, 56 en 58. |
De vrijstelling wordt toegekend voor maximaal de duur van de periode | De vrijstelling wordt toegekend voor maximaal de duur van de periode |
bedoeld in het eerste lid. | bedoeld in het eerste lid. |
De vraag om vrijstelling moet op het werkloosheidsbureau toekomen | De vraag om vrijstelling moet op het werkloosheidsbureau toekomen |
binnen de termijnen vastgelegd krachtens artikel 138, eerste lid, 4°, | binnen de termijnen vastgelegd krachtens artikel 138, eerste lid, 4°, |
van het voormelde koninklijk besluit van 25 november 1991 voor de | van het voormelde koninklijk besluit van 25 november 1991 voor de |
aangifte van een wijzigende gebeurtenis. | aangifte van een wijzigende gebeurtenis. |
De aanvraag om vrijstelling moet een verklaring bevatten van de | De aanvraag om vrijstelling moet een verklaring bevatten van de |
korpscommandant waaruit blijkt dat de werkloze de dienstneming bedoeld | korpscommandant waaruit blijkt dat de werkloze de dienstneming bedoeld |
in het eerste lid is aangegaan en dat de toegekende materiële of | in het eerste lid is aangegaan en dat de toegekende materiële of |
financiële voordelen zijn bepaald conform de voormelde wet van 10 | financiële voordelen zijn bepaald conform de voormelde wet van 10 |
januari 2010. | januari 2010. |
De werkloze kan tijdens de periode van vrijstelling enkel uitkeringen | De werkloze kan tijdens de periode van vrijstelling enkel uitkeringen |
genieten voor de maanden waarin hij bij zijn controlekaart een | genieten voor de maanden waarin hij bij zijn controlekaart een |
maandelijks attest toevoegt, afgeleverd door zijn korpscommandant, | maandelijks attest toevoegt, afgeleverd door zijn korpscommandant, |
waaruit blijkt dat hij op regelmatige wijze de activiteiten uitvoert, | waaruit blijkt dat hij op regelmatige wijze de activiteiten uitvoert, |
opgelegd door de dienstneming bedoeld in het eerste lid. | opgelegd door de dienstneming bedoeld in het eerste lid. |
De werkloze en zijn korpscommandant moeten het werkloosheidsbureau | De werkloze en zijn korpscommandant moeten het werkloosheidsbureau |
onmiddellijk verwittigen indien de dienstneming bedoeld in het eerste | onmiddellijk verwittigen indien de dienstneming bedoeld in het eerste |
lid vroegtijdig wordt stopgezet tijdens de periode bedoeld in het | lid vroegtijdig wordt stopgezet tijdens de periode bedoeld in het |
eerste lid. | eerste lid. |
Voor de toepassing van de voorgaande paragrafen wordt gebruik gemaakt | Voor de toepassing van de voorgaande paragrafen wordt gebruik gemaakt |
van de formulieren opgesteld door de Rijksdienst en goedgekeurd door | van de formulieren opgesteld door de Rijksdienst en goedgekeurd door |
het Beheerscomité. | het Beheerscomité. |
De bepaling van paragraaf 1, derde lid, is van toepassing op de | De bepaling van paragraaf 1, derde lid, is van toepassing op de |
vrijstelling bedoeld in onderhavige paragraaf. » | vrijstelling bedoeld in onderhavige paragraaf. » |
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen |
Art. 11.Hebben uitwerking met ingang van 1 september 2010 : |
Art. 11.Hebben uitwerking met ingang van 1 september 2010 : |
1° de artikelen 2, 3, 6 tot 9 en 50 tot 55 van de wet; | 1° de artikelen 2, 3, 6 tot 9 en 50 tot 55 van de wet; |
2° dit besluit. | 2° dit besluit. |
Art. 12.De Minister bevoegd voor Landsverdediging, de Minister |
Art. 12.De Minister bevoegd voor Landsverdediging, de Minister |
bevoegd voor Sociale Zaken, de Minister bevoegd voor Werk en de | bevoegd voor Sociale Zaken, de Minister bevoegd voor Werk en de |
Minister bevoegd voor de Zelfstandigen zijn, ieder wat hem betreft, | Minister bevoegd voor de Zelfstandigen zijn, ieder wat hem betreft, |
belast met de uitvoering van dit besluit. | belast met de uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 3 september 2010. | Gegeven te Brussel, 3 september 2010. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Sociale Zaken, | De Minister van Sociale Zaken, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
Mevr. J. MILQUET | Mevr. J. MILQUET |
De Minister van Zelfstandigen, | De Minister van Zelfstandigen, |
Mevr. S. LARUELLE | Mevr. S. LARUELLE |
De Minister van Landsverdediging, | De Minister van Landsverdediging, |
P. DE CREM | P. DE CREM |