← Terug naar "Koninklijk besluit tot inlassing voor sommige leden van het personeel van de rijkswacht van tijdelijke bijzondere bepalingen inzake toekenning van toelagen voor bijkomende prestaties "
Koninklijk besluit tot inlassing voor sommige leden van het personeel van de rijkswacht van tijdelijke bijzondere bepalingen inzake toekenning van toelagen voor bijkomende prestaties | Koninklijk besluit tot inlassing voor sommige leden van het personeel van de rijkswacht van tijdelijke bijzondere bepalingen inzake toekenning van toelagen voor bijkomende prestaties |
---|---|
MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN | MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN |
3 SEPTEMBER 2000. - Koninklijk besluit tot inlassing voor sommige | 3 SEPTEMBER 2000. - Koninklijk besluit tot inlassing voor sommige |
leden van het personeel van de rijkswacht van tijdelijke bijzondere | leden van het personeel van de rijkswacht van tijdelijke bijzondere |
bepalingen inzake toekenning van toelagen voor bijkomende prestaties | bepalingen inzake toekenning van toelagen voor bijkomende prestaties |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 27 december 1973 betreffende het statuut van het | Gelet op de wet van 27 december 1973 betreffende het statuut van het |
personeel van het operationeel korps van de rijkswacht, gewijzigd bij | personeel van het operationeel korps van de rijkswacht, gewijzigd bij |
de wet van 9 december 1994, inzonderheid op artikel 1, eerste lid, | de wet van 9 december 1994, inzonderheid op artikel 1, eerste lid, |
gewijzigd bij de wet van 18 juli 1991; | gewijzigd bij de wet van 18 juli 1991; |
Gelet op de wet van 19 december 1980 betreffende de geldelijke rechten | Gelet op de wet van 19 december 1980 betreffende de geldelijke rechten |
der militairen, inzonderheid op de artikelen 2, § 1 en 5; | der militairen, inzonderheid op de artikelen 2, § 1 en 5; |
Gelet op het koninklijk besluit van 5 juni 1975 houdende toekenning | Gelet op het koninklijk besluit van 5 juni 1975 houdende toekenning |
aan sommige personeelsleden van de rijkswacht van een toelage voor | aan sommige personeelsleden van de rijkswacht van een toelage voor |
bijkomende prestaties, inzonderheid op artikel 1, § 1, gewijzigd bij | bijkomende prestaties, inzonderheid op artikel 1, § 1, gewijzigd bij |
het koninklijk besluit van 2 maart 1998, op artikel 2, § 1, gewijzigd | het koninklijk besluit van 2 maart 1998, op artikel 2, § 1, gewijzigd |
bij het koninklijk besluit van 9 maart 1977, en § 3, op artikel 3, | bij het koninklijk besluit van 9 maart 1977, en § 3, op artikel 3, |
gewijzigd bij het koninklijk besluit van 2 maart 1998 en op artikel 4, | gewijzigd bij het koninklijk besluit van 2 maart 1998 en op artikel 4, |
gewijzigd bij het koninklijk besluit van 2 maart 1998; | gewijzigd bij het koninklijk besluit van 2 maart 1998; |
Gelet op het protocol Nr 8/2 van 19 mei 2000 van het | Gelet op het protocol Nr 8/2 van 19 mei 2000 van het |
onderhandelingscomité van de politiediensten; | onderhandelingscomité van de politiediensten; |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 15 | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 15 |
februari 2000; | februari 2000; |
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Ambtenarenzaken, | Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Ambtenarenzaken, |
gegeven op 5 mei 2000; | gegeven op 5 mei 2000; |
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, gegeven | Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, gegeven |
op 7 juni 2000; | op 7 juni 2000; |
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari | Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari |
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli | 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli |
1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; | 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; |
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; | Gelet op de dringende noodzakelijkheid; |
Overwegende dat, om de openbare rust en veiligheid te verzekeren | Overwegende dat, om de openbare rust en veiligheid te verzekeren |
tijdens EURO 2000, de regering zich verplicht zag personeel in | tijdens EURO 2000, de regering zich verplicht zag personeel in |
basisopleiding in te zetten; dat de billijkheid gebood de overuren van | basisopleiding in te zetten; dat de billijkheid gebood de overuren van |
dit personeel naar analogie met de leden van het operationeel korps | dit personeel naar analogie met de leden van het operationeel korps |
uit te betalen wat de huidige reglementering uitsluit, en dat het van | uit te betalen wat de huidige reglementering uitsluit, en dat het van |
essentieel belang is deze personeelscategorie zekerheid te geven | essentieel belang is deze personeelscategorie zekerheid te geven |
omtrent de effectiviteit van deze maatregel en het dan ook | omtrent de effectiviteit van deze maatregel en het dan ook |
noodzakelijk is alles in het werk te stellen om dit besluit binnen de | noodzakelijk is alles in het werk te stellen om dit besluit binnen de |
kortste termijnen te treffen; | kortste termijnen te treffen; |
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken, | Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.In afwijking van artikel 4, § 1, van het koninklijk besluit |
Artikel 1.In afwijking van artikel 4, § 1, van het koninklijk besluit |
van 5 juni 1975 houdende toekenning aan sommige personeelsleden van de | van 5 juni 1975 houdende toekenning aan sommige personeelsleden van de |
rijkswacht van een toelage voor bijkomende prestaties, gewijzigd bij | rijkswacht van een toelage voor bijkomende prestaties, gewijzigd bij |
het koninklijk besluit van 2 maart 1998, zijn de bepalingen bedoeld in | het koninklijk besluit van 2 maart 1998, zijn de bepalingen bedoeld in |
artikel 1, § 1, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 2 maart 1998, | artikel 1, § 1, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 2 maart 1998, |
in artikel 2, § 1, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 9 maart | in artikel 2, § 1, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 9 maart |
1977, en § 3, en in artikel 3, gewijzigd bij het koninklijk besluit | 1977, en § 3, en in artikel 3, gewijzigd bij het koninklijk besluit |
van 2 maart 1998, van hetzelfde besluit, voor de periode gaande van 1 | van 2 maart 1998, van hetzelfde besluit, voor de periode gaande van 1 |
juni 2000 tot 30 juni 2000 inclusief, ook van toepassing op de | juni 2000 tot 30 juni 2000 inclusief, ook van toepassing op de |
kandidaat-onderofficieren en de kandidaat-keuronderofficieren. | kandidaat-onderofficieren en de kandidaat-keuronderofficieren. |
Art. 2.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juni 2000 en |
Art. 2.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juni 2000 en |
treedt buiten werking op 1 juli 2000. | treedt buiten werking op 1 juli 2000. |
Art. 3.Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de |
Art. 3.Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 3 september 2000. | Gegeven te Brussel, 3 september 2000. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Begroting, | De Minister van Begroting, |
J. VANDE LANOTTE | J. VANDE LANOTTE |
De Minister van Binnenlandse Zaken, | De Minister van Binnenlandse Zaken, |
A. DUQUESNE | A. DUQUESNE |